Algemeen

Jan Akkerman: van Amsterdamse straatjongen tot beste gitarist ter wereld

Spelen in New York of in Uden, het is de gitaarlegende om het even

,,Die accordeon en de harmonieën die ik daarop leerde spelen, hebben een enorme invloed gehad op mijn latere gitaarspel”, constateert Jan Akkerman. Als jong knaapje uit de Amsterdamse Jodenbuurt kreeg hij een knoppenaccordeon van zijn vader. Zijn eerste klanken speelde Jan op de muziek van Johnny Jordaan. Een aantal jaar later werd hij in Engeland – de thuishaven van wereldsterren als Eric Clapton, Mick Taylor en Jimmy Page – uitgeroepen tot beste gitarist op aarde. Akkerman heeft een veelbewogen leven achter de rug, maar van stoppen is nog geen sprake. ,,Later dit jaar word ik 75 en om dat jubileum te vieren, komt mijn biografie uit én volgt er een bijzondere tournee...”
Door Kevin Mooijer

Jan Akkerman. Foto Paul Bergen.


Als zoon van een metaalhandelaar werd Jan geboren in het hart van Amsterdam. ,,We woonden op het Waterlooplein, dan kan je zelf wel invullen wie je eerste muzikale invloeden zijn”, lacht Jan. ,,Johnny Jordaan en Tante Leen om er even twee uit te pikken, dat waren mijn eerste klanken. Maar ik ben niet op de gitaar begonnen.” Op driejarige leeftijd kreeg Jan een kinderpianootje van zijn vader. ,,Daar begin je dan tot in den treure liedjes als ‘Vader Jacob’ op te spelen. Ik denk dat mijn vader na een jaar of twee helemaal klaar was met het geluid uit dat ding. Toen ik vijf werd kwam hij namelijk thuis met een prachtige knoppenaccordeon. Knoppen vond hij mooier klinken dan toetsen, en daar moet ik hem gelijk in geven.”
Niet geheel onverwachts bleek Jan talent te hebben. ,,Ik kreeg klassieke les van accordeonist Fred Roosendaal, ik leerde zogenaamde straatmuziek spelen van meneer Blijleven en verder kreeg ik les in zigeunermuziek van een virtuoos in een woonwagenkamp, net buiten de stad. Van huis uit kreeg ik allerlei stijlen mee. Mijn grootouders draaiden bijvoorbeeld veel Argentijnse tango’s, mijn moeder luisterde graag naar Franse chansons en op school kreeg ik weer kerkmelodieën mee. Al die invloeden hebben uiteindelijk een grote rol gespeeld in mijn latere gitaarspel.”
Accordeonleraar Fred Roosendaal beschikte over zijn eigen accordeonorkest, genaamd Helikon. ,,Dat orkest bestond echt uit een man of veertig. Het duurde niet lang voordat ik ook meespeelde in het orkest. Daar zit je dan als pikkie van vijf jaar operamelodieën tussen te spelen. Ik herinner me nog goed dat het Slavenkoor op ons repertoire stond. Prachtig om daar deel van uit te maken, helemaal op zo’n jonge leeftijd.”

Een IKEA-modelletje
Op tienjarige leeftijd maakte Jan kennis met het virtuoze gitaarspel van Django Reinhardt. ,,Oorstrelend vond ik het. Ik was er zó van onder de indruk dat ik gelijk ben overgestapt op de gitaar. Die switch ging alleen gepaard met een probleempje; mijn vader had nét een nieuwe accordeon van veertien ‘meier’ voor me gekocht. Dat ik nu gitaar wilde spelen, was dus een schop tegen het zere been.” Maar Jan was vastberaden. ,,In een winkeltje op het Waterlooplein lag een oude gitaar voor vijf gulden. Van mijn eigen zakgeld kocht ik het instrument om het vervolgens flink onder handen te nemen. Ik schuurde de laklaag eraf, spoot hem helemaal geel en met een kaars maakte ik er vlammen in. Zo had ik mijn eigen sunburst gitaar van Japans waaibomenhout. Hij zag er leuk uit, maar het was een IKEA-modelletje.”
Niet veel later nam Jan zijn eerste plaatje op als gitarist. ,,Op mijn twaalfde speelde ik samen met mijn jongere broer Jacob in Johnny and his Cellar Rockers. Het was een band geïnspireerd door the Shadows. De eerste single die we maakten was ‘Exodus’, met op de B-kant de cover ‘Melody in F’ van Anton Rubinstein. Dat werk werd de basis voor mijn latere fusieverwerking van klassiek tot blues.”
Als tiener groeide Jans bekendheid niet alleen vanwege zijn muzikale aanleg, maar bij de leerkrachten op de ULO (middelbare school, red.) maakte hij naam vanwege een andere reden. Naar eigen zeggen was Akkerman een straatschoffie. De strikte schoolmeesters uit die tijd konden weinig begrip opbrengen voor Jan en zijn soortgenoten. ,,Mijn leraar vroeg me ooit om eens iets te vertellen over de oude Grieken. Ik zei bijdehand dat ze allemaal dood waren. Als reactie kreeg ik een harde klap voor mijn ‘harses’. Ja, en dan komt dat straatschoffie in me naar boven. Ondanks dat die kerel twee meter was, heb ik geprobeerd hem te grazen te nemen. Tevergeefs, uiteraard.”
School en Jan Akkerman, het zou nooit een gelukkig huwelijk worden. ,,Na dat geintje werd ik van school gestuurd. Ik was geloof ik veertien jaar oud. Dat vechten zat in mijn aard. Op straat knokte ik vaak, in december hielden we de zogenaamde kerstboomgevechten en het ging zelfs zo ver dat we met volksbuurten georganiseerd tegen elkaar vochten.”
Op aandringen van zijn vader zette Jan zijn educatie voort op Instituut Schreuder, een privéschool aan de Jan Luijkenstraat. ,,Na vier jaar op die school te hebben gezeten brak de tijd voor de volgende stap. Er was maar één ding dat ik wilde en dat was gitaarspelen. Zo kwam ik uit bij het toelatingsexamen voor het conservatorium. De toenmalig directeur van het Conservatorium van Amsterdam testte mij. Aan het einde van de sessie bood hij me een studiebeurs aan en ik kreeg een privéleraar aangewezen om te helpen bepalen welke stroming ik zou moeten gaan volgen. Die man – Gerard Gest – ben ik eeuwig dankbaar. Vijf jaar lang heb ik gitaarles van hem. Ik heb ontzettend veel van hem opgestoken.”

‘Vanaf mijn
veertiende speelde
ik al muziek in
voor onder meer
the Blue Diamonds,
Rob de Nijs, André Hazes,
Willeke Alberti,
Anneke Grönloh
en the Cats’

Ondanks de veelbelovende start op het conservatorium, heeft Jan zijn diploma nooit gehaald. ,,Dat ik het nooit afgemaakt heb, heeft denk ik te maken met twee oorzaken. Ten eerste zag ik mezelf niet in zo’n pinguïnjasje en een klassieke gitaar in een concertzaal zitten – ik hou van rock ’n roll, zolang er een randje aan zit vind ik het goed – en ten tweede heb ik last van dyslexie.” Jan lacht: ,,Terugkijkend vind ik het een wonder dat ik het überhaupt zo lang heb volgehouden op die studie. Enfin, ik ben daarna maar bij mijn vader aan het werk gegaan in het ijzer. En in de tussentijd had ik de nodige studioklusjes en richtte ik Brainbox op.”
Naast zijn onmiskenbare talent beschikt Jan over nog een groot voordeel als gitarist, namelijk zijn achtergrond als accordeonist. ,,Jarenlang speelde ik harmonieën en de meest uiteenlopende muziekstijlen op de knoppenaccordeon. Dat heeft later een flinke invloed gehad op mijn gitaarspel. Je kunt die roots bijvoorbeeld goed terug horen in mijn solo’s uit de Focus-tijd.”
Maar ook in bijvoorbeeld het nummer ‘Blue Tango’ uit 1962 van Jans eerste bandje Johnny and his Cellar Rockers zijn duidelijk de Argentijnse invloeden te horen, die hij als knaapje meekreeg van zijn grootouders. ,,Die verschillende invloeden en mijn voorkeur voor timen, exact spelen, maar wél swingen, zijn samen bepalend voor mijn stijl. Exact op de tel spelen is niet het makkelijkste. Je ziet wel eens beelden van een man of twintig die ergens in een arm land een grote boot het strand op moeten trekken met het handje. Daar kan je exact spelen mee vergelijken: als één van die twintig kerels niet swingt, dan komt die boot het land niet op.”
Eén van zijn grootste muzikale successen boekte Jan met the Hunters. Het nummer ‘Russian Spy and I’ bereikte niet alleen de hitlijsten in Nederland, maar deed het buiten de landsgrenzen ook goed. En terwijl de virtuoze gitarist langzaam maar zeker naam maakte met zijn bands, was hij achter de schermen al jaren actief als begenadigd sessiemuzikant. ,,Vanaf mijn veertiende speelde ik al muziek in voor onder meer the Blue Diamonds, Karin Kent, Rob de Nijs, André Hazes, Willeke Alberti, Anneke Grönloh en the Cats.”
,,Ik herinner me nog een dag in 1967 of ’68 waarop ik voor the Cats in de studio zat. Ik had net een nieuw versterkertje gekocht met daarin één speaker. En ik had ontdekt dat naast die speaker precies genoeg ruimte was voor een fles yoghurt. ’s Ochtends kwam ik met mijn gitaar en mijn nieuwe versterkertje de studio inlopen. Ik installeerde mijn materiaal, maakte nog een praatje met andere muzikanten en we begonnen met opnemen. Op een gegeven moment zette de producer alles stil. Ze hoorden ergens een rateltje door de muziek heen. De oorzaak van het probleem werd niet zomaar gevonden. Het duurde en het duurde maar. De speakers werden van de muur gehaald en de mengtafel werd opengeschroefd, maar tevergeefs. Ik zat een beetje om me heen te kijken, en toen mijn blik ging langs mijn nieuwe versterker ging, besefte ik waar het geratel vandaan kwam. Vliegensvlug haalde ik mijn fles yoghurt uit de versterker en zette hem uit het zicht. De complete studio had ruim een uur stilgelegen vanwege mijn yoghurt. Ik heb maar niks gezegd…”
De Amsterdammer zou uiteindelijk verscheidene grote hits van the Cats op zijn cv mogen bijschrijven. ,,Ik weet niet meer welke nummers ik precies ingespeeld heb, ik kan wat dat betreft mijn eigen paaseieren verstoppen, maar als ik het goed heb speelde ik gitaarpartijen op onder meer ‘Vaya Con Dios’, ‘Lea’, ‘Marian’, ‘Scarlet Ribbons’ en ‘One Way Wind’. Op het laatste nummer speelde ik alleen rhythm, Piet speelt daar zelf het solowerk.”

‘De dollartekens in
de ogen van de
mensen om je heen
komen in zo’n
situatie tevoorschijn.
Als vredelievend mens
had ik daar veel moeite mee’

In 1973 werd Jan Akkerman door het Britse magazine Melody Maker uitgeroepen tot beste gitarist ter wereld. Een eer waar Akkerman niet veel mee heeft. ,,Als je je in Nederland zo gaat profileren, dan word je ook zo bejegend. Ik heb geen zin om tegen tekortkomingen van anderen aan te kijken. En ook van mezelf niet. Het is een twijfelachtige eer. Ik denk dat die uitverkiezing me meer belemmerd heeft dan dat het me gestimuleerd heeft. De dollartekens in de ogen van de mensen om je heen komen in zo’n situatie tevoorschijn. Als vredelievend mens had ik daar veel moeite mee. Pas nadat ik het punt bereikte waarop ik alle poen en bijzaken naast me neer wist te leggen, pas toen voelde ik me uitstekend. Vanaf dat moment kwam er weer af en toe wat uit mijn handen waar ik van dacht: ‘nou, dat heb ik niet verkeerd gedaan’.”
Als populair en veelgevraagd gitarist kreeg Jan onvermijdelijk ook met de duistere kant van de rock ’n roll te maken. ,,Mijn broer Jacob was een goede drummer. Ondanks dat hij ook actief was in het muziekwereldje, had ik altijd het idee dat hij zijn plek niet kon vinden. Jacob is niet oud geworden. Op zijn 43e kwam hij te overlijden aan een overdosis. Hij wilde altijd dat ik wat zou doen met Herman Brood. In 1977 kwam het ervan. Tijdens een studiosessie kwam Hermans hoofd opeens om de hoek kijken. Of ik een liedje wilde inspelen voor zijn album ‘Street’. Zijn gitarist was al drie dagen bezig geweest met een stukje solo van drie minuten. Een periode nadat ik dat stukje muziek inspeelde voor Herman Brood, werd ik uitgenodigd om wat optredens met hem te doen. Hij had een goede band samengesteld met onder meer Hans Dulfer en Jeff Reynolds. We hebben een aantal mooie optredens neergezet, maar na afloop ging het helaas vaak mis. Achter de coulissen vroeg Herman me of ik ook een beetje bruin wilde. Dat is de rockscene van Nederland. Hopelijk wordt het tegenwoordig niet meer als normaal ervaren dat mensen na een optreden een zak heroïne opentrekken…”
Zo’n dertig jaar terug streek Jan neer in Volendam. De liefde bracht hem naar de dijk. ,,Net als zoveel Amsterdammers dat hebben, heb ook ik altijd wat met Volendam gehad”, lacht hij terwijl hij nadenkt over zijn antwoord op de vraag of het nog altijd zijn passie is om muziek te maken. ,,Enerzijds zal het altijd mijn passie blijven, maar anderzijds geloof ik het eigenlijk ook wel. Ik maak me niet druk meer en doe alleen nog wat ik leuk vind. Zoveel spelen als vroeger gaat lichamelijk ook niet meer. Aan beide handen ben ik inmiddels geopereerd vanwege Carpaal Tunnelsyndroom. Ergens mag ik blij zijn dat ik überhaupt nog kán spelen. En ik mag niet alleen van geluk spreken wat betreft mijn succesvol geopereerde handen, maar ik heb ook twee herseninfarcten gehad. Eén links en één rechts. Daar ben ik wonderbaarlijk genoeg ook goed uit vandaan gekomen, en dan heb ik het nog niet over het auto-ongeluk waarbij ik zwaargewond naar het ziekenhuis werd afgevoerd.”

‘Na operaties aan
mijn handen,
twee herseninfarcten
en een auto-ongeluk
kies ik er bewust voor
om alleen nog te doen
wat ik leuk vind’

,,Ik kies er dus bewust voor om alleen nog te doen wat ik leuk vind en op dit moment zijn dat drie dingen. Allereerst werk ik aan een tournee ter ere van mijn 75e verjaardag, waarin ik een soort tijdlijn van mijn muziek wil spelen. Van Johnny and his Cellar Rockers, the Hunters, Focus, Brainbox tot mijn solowerk; alles komt voorbij. Daarnaast – en dat vind ik echt te gek – treed ik met mijn dochter Laurie op. Samen maken we deel uit van de ‘Knight of the Guitar’-theatershow. En het derde project waar ik me mee bezig houd, is een soort heroprichting van Brainbox. Een aantal jaar terug ontdekte ik dat Vandenberg-zanger Bert Heerink al die stukken in de originele toonsoort bleek te kunnen zingen. Ik heb toen direct een fantastische band samengesteld om het land mee in te gaan en ik kan de liefhebber beloven dat het muzikaler is dan de originele muziek. My Brainbox heet de band. We hebben de sound én de sfeer.”
Jan Akkerman schopte het als Amsterdams straatjochie tot beste gitarist ter wereld. Een gitarist die alleen als soloartiest al 35 albums uitbracht. Een gitarist die ridder werd in de orde van Oranje Nassau. Een gitarist die de grootste podia betrad van Europa tot Azië en van Amerika tot Australië. Met Focus speelde hij in de hoogtijdagen in het gigantische Central Park, waar alle verlichting georganiseerd uitviel om de aandacht op één wolkenkrabber te focussen. Terwijl Jan de tienduizenden bezoekers op één van zijn kenmerkende gitaarsolo’s trakteerde, prijkte op de nog enige verlichte wolkenkrabber het woord ‘FOCUS’. ,,Dat was best heftig”, mompelt de gitaarlegende bescheiden als hij terugdenkt aan het bijzondere moment. Laatst stond Jan in Uden voor vijftig man publiek te spelen. Dat doet hij net zo lief als voor tienduizenden mensen in New York spelen. ,,Het maakt mij eerlijk gezegd niet uit voor hoeveel man ik speel. Als die vijftig mensen het naar hun zin hebben, dan is het optreden toch geslaagd?”

Jan Akkerman met Piet Veerman

Jan Akkerman met BB King.

|Doorsturen

Uw reactie