Algemeen

Wilde haren, gouden jaren:

Thomas Tol: de magiër aan het roer van de ondergrondse hitfabriek

Langs het Noordeinde bevindt zich een kelder waar een bepaalde betovering op lijkt te rusten. Wie the dungeon – de kerker, zoals de kelder door intimi genoemd wordt – betreedt, loopt namelijk naar buiten met een hit. Eigenaar van het domein en verantwoordelijke voor de aanwezige magie is toetsenist en componist Thomas Tol (70). ,,Ploeteren en toveren noem ik het”, lacht hij. ,,Ik tover de liedjes met veel ploeteren uit mijn piano. Meestal gaat dat proces niet over één nacht ijs.” Thomas heeft een loopbaan waar je u tegen zegt. Een loopbaan die in 2018 zelfs bekroond werd met een heuse oeuvre-award. Het plan was om ooit na het conservatorium geschoold pianist te worden, maar mede dankzij zijn broer Cees raakte Thomas verzeild in de wereld van de rock ’n roll. Als gevolg van deze carrièreswitch schreef de Volendammer talloze hits voor BZN, Tol & Tol en Jan Smit. En ondanks zijn indrukwekkende staat van dienst, leeft bij Thomas op de achtergrond nog altijd het gevoel dat hij iets moet afmaken…
Door Kevin Mooijer


,,Ik ben samen met mijn broers, zussen, ouders en grootmoeder opgegroeid in een klein huisje in de Kloosterbuurt”, herinnert Thomas zich als de dag van gisteren. ,,Op een plankje in de bedstee lag de zelfgemaakte mandoline van mijn vader. Die mandoline had een aantrekkingskracht, dat houd je niet voor mogelijk, maar hem even oppakken, dat was uit den boze. We mochten er absoluut niet aankomen. En dat deden we ook niet. Althans, op mijn broer Cees na honoreerde iedereen vaders verzoek. Cees was de oudste, voor hem werd een uitzondering gemaakt.”
Ondanks dat Thomas ervan droomde om de mandoline eens te bespelen, pakte hij met Sinterklaas niet de kans om zelf een instrument te vragen. ,,Ieder jaar vroeg ik hetzelfde. Gereedschap om in de schuur mee te rommelen. Als twaalfjarig ventje was ik altijd bezig om vliegtuigjes, geweertjes en andere jongensdingen te bouwen. Als ik maar met mijn handen bezig kon zijn. Dat was mijn ding.”
,,Rond diezelfde periode kocht mijn broer Cees zijn eerste gitaar. Als hij klaar was met spelen legde hij zijn gitaar op het zoldertje. Zodra Cees de deur uitliep, rende ik snel de trap op om die gitaar te bespelen. Het bleek moeilijker dan ik had verwacht. Ik wist helemaal niks van gitaren, laat staan het bespelen ervan. Ik kon hem niet eens stemmen. Om toch een doel stellen maakte ik het mijn missie om het melodietje van Herman’s Hermits’ No Milk Today onder de knie te krijgen. Het werd een kansloze strijd.” De basis voor Thomas’ muzikale carrière werd – zonder dat hij het wist – stiekem gelegd op het zoldertje in de Kloosterbuurt.

‘Ik begon op de
piano van mijn
zusje Eva; het geluid
dat er uit kwam,
veranderde langzaam
maar zeker in muziek’

,,Mijn één na jongste zusje Eva werd geboren met een hartafwijking. Ze is helaas niet oud geworden. Op haar achttiende overleed ze aan de gevolgen van haar afwijking. Een paar jaar voor haar dood kocht mijn vader een piano voor Eva en daar mocht ik ook op spelen. Ik was een jaar of zeventien toen ik voor het eerst plaatsnam op de pianokruk. Op de lessenaar stonden een aantal van Eva’s lesboekjes. Ik besloot maar bij het begin te beginnen en volgde stapsgewijs alle hoofdstukken. Na iedere bladzijde die ik omsloeg werd het mooier. Het geluid dat uit de piano kwam, veranderde langzaam maar zeker in muziek. Ik raakte verslaafd.”
Thomas vond een leraar die hem wegwijs wilde maken op het orgel. ,,In die tijd ontstond op de achtergrond de droom om aan het conservatorium te studeren. Ik wist dat mensen die orgel studeerden een hoop aanzien genoten. Zij stapten als het ware in de voetsporen van Johann Sebastian Bach en Wolfgang Amadeus Mozart, en dat was nog wel wat. Dus besloot ik mijn zinnen op het bespelen van het orgel te zetten.”
Van zijn bij elkaar gespaarde centen kocht de BZN-toetsenist een orgel. ,,Ik mocht het instrument naast Eva’s piano zetten. Iedere minuut die ik over had, spendeerde ik achter dat orgel. Mijn achterbuurman had me horen spelen en hij adviseerde mijn vader om me bij een betere leraar onder te brengen. Een leraar die me naar een hoger niveau kon tillen. We vonden een professioneel organist die bereid was me les te geven.” Thomas lacht: ,,Nadat hij me op het orgel hoorde spelen, zei hij dat het niks zou worden met me. Ik kon het beter bij pianospelen houden.”
Bij zijn ouders thuis stond nu een piano en een orgel, maar een gitaar had Thomas nog altijd niet. ,,Ergens was ik bang dat mijn broer Cees het idee kreeg dat ik hem kopieerde als ik ook met een gitaar aan zou komen. Ik besloot in het geheim geld voor een akoestische gitaar te sparen door ’s avonds garnalen te pellen. Op de zolder lag nog een oude gitaarhoes. Daar stopte ik mijn spaargeld in. Mijn geheim werd ontdekt toen mijn moeder en zus de zolder schoonmaakten en er een zooitje losgeld uit de tas rolde. Cees maakte er gelukkig geen probleem van dat ik zijn voorbeeld opvolgde. Met een gerust hart kon ik mijn eerste Eko gitaar bestellen.”

Conservatorium
Op negentienjarige leeftijd werd Thomas toegelaten op het conservatorium van Amsterdam. ,,Ik studeerde klassieke piano. Als ik een tussenuur had, ging ik ergens in een lokaal achter een piano zitten. En wat begon met oefeningen doen, mondde uit in het schrijven van mijn eerste liedje. Autumn heette het. Een instrumentaal stuk, dat ik later met mijn broer uitbracht als Tol & Tol.”
Thomas’ focus lag volledig bij zijn conservatoriumstudie. ,,Ik zou na mijn afstuderen professioneel pianist worden. Dat was het plan. Ik moest dus even slikken toen mijn moeder op maandagochtend zei dat de BZN me zou gaan vragen om Evert Woestenburg op te volgen.”
Die avond kwam broer Cees thuis. Hij was één van de oprichters van de BZN geweest en speelde nog altijd in de rock ’n roll band. ,,Cees vroeg of ik gitaar wilde komen spelen in de BZN. Het was echt waar. Ik was zo blij als een kind. Enerzijds had ik de droom om klassiek pianist te worden, maar anderzijds hing er een grote poster van bluesgitarist John Mayall boven m’n bed. Ik begon gelijk met het instuderen van het repertoire.”
Het was 1969 toen Thomas zich aansloot bij de Band Zonder Naam. ,,BZN was destijds al zo ver dat ze eigen werk hadden én aangesloten waren bij een platenmaatschappij. Mijn broer Cees had nummers als ‘Maybe Someday’ en ‘Waiting For You’ geschreven. Jan ‘Kies’ Veerman was onze frontman, dus allicht bestond de setlist grotendeels uit rock ’n roll. Vanwege het genre was een toetsenist niet nodig. Met twee gitaristen was het repertoire goed te spelen. Daar kwam verandering in toen we een nummer van Rod Stewart coverden, waar wel toetsenwerk in zat. De band schaftte een Höhner orgeltje aan en verzorgde voortaan naast mijn gitaarpartijen het schaarse toetsenwerk tijdens onze optredens.”
Thomas stelde veel in het werk om zijn rock ’n roll-repertoire geheim te houden op het conservatorium. ,,Doordeweeks liep ik daar tussen de organisten. De grote mannen in zwarte pakken met bijpassende actekoffertjes. Daar keek je tegenop. Ik helemaal, met mijn lange haar en mijn zelfgebreide, te krappe trui. Maar ondanks het verschil in voorkomen wist ik het kwade genre dat het brood op de plank bracht, verborgen te houden voor de hoge heren.”

‘Ondanks het verschil
in voorkomen wist ik
het kwade genre dat
het brood op de
plank bracht,
verborgen te houden
voor de hoge heren’

,,We merkten als BZN-leden dat de rock ’n roll wat minder in trek raakte. De bezoekersaantallen liepen dusdanig terug, dat sommige bandleden weer garnalen gingen pellen. Tot die tijd hadden we altijd zonder plan – als een stuurloos schip – lekkere rockmuziek gespeeld. We probeerden liedjes te maken zoals The Who dat deed, maar onze liedjes waren lang niet zo goed als die van hen. Toch was het een lange tijd goed gegaan.”
Terwijl de BZN door het land optrad als rock-act, was het in Volendam inmiddels een jaarlijkse traditie geworden dat de band het kerstconcert in de Mariakerk verzorgde. ,,Tijdens die optredens hadden we natuurlijk een aangepaste setlist. We speelden vooral filmische muziek. Denk aan muziek van bijvoorbeeld Ennio Morricone. Tijdens die kerstconcerten werden we ondersteund door een zangeres. Voor mij was het prachtig om te doen, omdat ik als toetsenist al groot liefhebber was van Mozart en Beethoven, om nog maar te zwijgen van mijn klassieke conservatoriumopleiding. Daarbij merkten we dat de muziek ook aansloeg bij het publiek. Die optredens werden zo populair, dat de bezoekers vaak al twee uur van tevoren voor de kerkdeuren stond te wachten.”
,,En dan komt ‘Mon Amour’”, zegt Thomas glimlachend. ,,Jan Keizer was tot die tijd altijd onze drummer geweest. Backstage bij optredens liep hij vaak in het Frans en Italiaans te brullen, daar is denk ik het zaadje geplant.” De eerstvolgende repetitie werd misschien wel de belangrijkste ooit voor de muzikanten. ,,Ik had de muziek van ‘Mon Amour’ al in mijn hoofd zitten. We hadden er alleen nog geen tekst op. Ik zette het nummer in en we vroegen Jan Keizer om eens een brabbeltekst over de muziek te zingen. En daar ging hij: ‘Achetez la la, voyons, achetez la la.’ In eerste instantie lagen we dood van de lach, maar één van ons merkte heel scherp op: ‘dit moeten we uitwerken’. We stonden aan de vooravond van onze definitieve doorbraak.”

‘Mon amour’
Tegen de verwachtingen in zorgde ‘Mon Amour’ in 1976 voor een ommekeer in BZN. ,,We stapten van de rock ’n roll af en begonnen eigenlijk een vernieuwend muziekgenre. ‘Mon Amour’ werd een gigantische hit. Wekenlang stonden we op nummer 1 in Nederland. Vóór onze hit stonden er tien optredens op het programma, maar nadat we het nummer lanceerden kwam onze manager Dick de Boer ‘Brit’ met een programma waar geen eind aan kwam. Televisieopnames, radio-optredens, live shows, studiosessies, overal in het land werden we gevraagd.” Het succes dat ‘Mon Amour’ teweegbracht, zorgde voor een moeilijk situatie in Thomas’ persoonlijke leven. ,,Ik zat in het vierde jaar van mijn conservatoriumopleiding, maar vanwege alle boekingen die we na onze doorbraak bij mochten schrijven, was er geen tijd meer om overdag in de schoolbanken plaats te nemen. Het was onmogelijk om te combineren. Ik besloot te stoppen met mijn studie. Achteraf gezien denk ik dat het de juiste beslissing was, al zijn er zo nu en dan nog altijd momenten waarop ik spijt heb dat ik mijn diploma niet heb gehaald.”
Iedereen had het over BZN en hun Franstalige hit. ,,Nu stonden we voor de opgave om het succes te prolongeren. Er moest vliegend een album komen. We schreven een compleet album in dezelfde stijl als ‘Mon Amour’ en de volgende single werd ‘Don’t Say Goodbye’. Tijdens het schrijven van dat album – getiteld ‘Making a Name’ – ontstond het fenomeen ploeteren en toveren. Het komt erop neer dat ik liedjes uit mijn piano tover met veel geploeter. Voor mij geldt, dat het maken van een liedje vaak niet heel snel gaat. Als de eerste paar noten de magic hebben, dan volgt de rest van het nummer vaak automatisch. Is dat niet het geval, dan wandel ik een rondje over de dijk of neem ik even plaats op een havenpaal en neem het Markermeer in me op. Zo kom ik even tot rust, maar tegelijkertijd blijf ik de melodie van het liedje in mijn hoofd herhalen. Dan komt het vanzelf. En toch zijn er ook liedjes waar ik van denk; ‘daar was ik te snel tevreden, dat had ik beter kunnen en moeten maken’.” Er vormt zich een lacht op het gezicht van Thomas: ,,Maar welke liedjes dat zijn, houd ik voor me.”

‘Ik deelde de kantine
met David Bowie en
Mick Jagger. Ik was
zó onder de indruk
dat ik ze niet durfde
aan te spreken’

BZN groeide uit tot één van Nederlands populairste bands. De Volendammers speelden in de grootste zalen, namen albums op in de beste studio’s, beleefden successen ver buiten de Nederlandse grenzen en verkochten talloze platen. ,,Ik herinner me nog goed dat we voor een bepaald album een lange periode in de Wisseloord studio verbleven. Die studio was zo populair dat er ook vaak internationale beroemdheden te vinden waren. Naast het feit dat ik samen met Elton John televisie heb zitten kijken in de studio, herinner ik me nog een bijzondere regenachtige avond. Het was al zo laat dat al het personeel inmiddels naar huis was. Boven me hoorde ik de regen op het glas van de lichtstraat kletteren. Hoe laat en rustig het ook was, ik was niet alleen in de kantine. Een paar meter verderop zaten twee Britse heren met markante koppen te ouwehoeren aan een tafeltje. Ik deelde de kantine met David Bowie en Mick Jagger. Ik was zó onder de indruk dat ik ze niet durfde aan te spreken. Natuurlijk twijfelde ik – deze kans zou ik immers nooit meer krijgen – maar wat zou ik moeten zeggen? Mijn gedachten werden verstoord door het openslaan van de deur. Jan Keizer kwam binnenstappen. Mick Jagger keek op en zei tegen Jan: ‘excuse me, can you please get me a cup of tea?’ De zanger van de Rolling Stones dacht dat de zanger van de BZN de koffiejongen was!”
,,Nadat we onze draai gevonden hadden als band, trokken de jaren aan ons voorbij. Het werd normaal dat we hits scoorden en in zalen als Carré speelden, maar dat is natuurlijk allesbehalve normaal. We werden geleefd en dat resulteerde uiteindelijk in het onvermijdelijke. Anny Schilder werd moeder en moest een poosje rust nemen. Terugkijkend vind ik dat wij veel te nonchalant met die situatie zijn omgesprongen. Anny had wat meer tijd nodig dan afgesproken en dat hadden we haar moeten geven. Achteraf heb ik van die periode een hoop spijt gehad. De agenda stond vol boekingen en op basis daarvan hebben wij destijds een doorstart gemaakt met Carola. Uiteraard niets ten nadele van Carola, maar ik vind dat we de situatie met Anny anders hadden moeten aanpakken.”

Stuurloos
Niet lang na het vertrek van Anny uit de band, gooide ook Thomas’ broer Cees de handdoek in de ring. ,,Cees was een onvervalste virtuoos op zijn gitaar, maar ik heb me altijd afgevraagd of hij op zijn plek was in de BZN. Of hij het echt leuk had gevonden om al die jaren zoveel op te treden. Ik denk dat zijn hart meer bij de klassieke muziek lag. Het liefste speelde hij in privésfeer lekker op zijn akoestische gitaar. Nadat Anny en Cees vervangen werden, raakten we gewend aan personele wisselingen. Dat is natuurlijk geen goed teken in een band. We raakten stuurloos.”
In 1988 besloot Thomas zijn broers voorbeeld te volgen en het ook voor gezien te houden in de BZN. ,,Na twintig jaar vond ik het mooi geweest. Het werd tijd voor een nieuwe uitdaging. Het doorhakken van die knoop was niet helemaal zonder risico. Ik gooide mijn oude schoenen namelijk weg voordat ik nieuwe had.”
Na hun afscheid van de popmuziek zochten de gebroeders Tol elkaar gauw weer op. ,,Allebei hebben we jaren lang klassieke muziek gestudeerd op het conservatorium. En allebei hadden we niet de mogelijkheid om het af te maken. Ik denk dat dit in ons achterhoofd heeft meegespeeld toen we de klassieke kant op gingen als Tol & Tol. We brachten ‘Eleni’ uit en kwamen in heel Europa – totaal onverwachts – in de hitlijsten te staan. Jaap ‘Cas’ belde om te vragen of we wisten wat ons liedje teweeg had gebracht. In Hilversum werd er gelijk een clip voor bij het nummer gemaakt. Het ging verschrikkelijk snel allemaal. Cees en ik werden uitgenodigd om in Afrika te toeren. Ik wilde dat avontuur wel aangaan, maar Cees geloofde het wel. Dat is dus nooit doorgegaan. Wel hebben we een gouden plaat en hoop mooie herinneringen overgehouden aan onze periode als Tol & Tol.”
,,En zo zat ik op een vrijdagavond te eten en ging de telefoon. ‘Thomas, met André de Raaff. Zit je goed?’ Ik kijk mijn vrouw aan en antwoordde: ‘ik zit goed, hoor.’ André vervolgde: ‘Heb je zin om Jan Smit over te nemen?’ Ik werd flink overvallen door zijn verzoek. Uiteraard was ik vereerd, maar hoe zou ik dit aan gaan pakken? Ik heb er even twee weken over na moeten denken voordat ik ervan overtuigd was dat het een goed idee was. Uiteraard zou mijn broer Cees ook bij dit project mijn partner moeten worden. In de tussentijd had Jaap Cas me al een keer of vijftig gebeld, dus toen ik hem liet weten dat we het maar moesten doen, raakte het proces in een stroomversnelling. Als vijftienjarig jongetje stapte Jan op ons af om zich voor te stellen en ik had zijn eerste liedje al in mijn hoofd zitten. Een liedje dat Anny Schilder eerder op een soloalbum op had genomen genaamd ‘Le Soleil’. Mijn broer Cees maakte er een Nederlandstalige tekst op, we speelden het opnieuw in, Jan zong zijn partij en het eerste liedje geboren uit onze samenwerking was een feit. ‘Als de Nacht Verdwijnt’ werd geen single, maar het was wel raak.”

‘Als ik dan om me
heen kijk en ik zie
en hoor al die
duizenden mensen
de liedjes meezingen
die het levenslicht
gezien hebben in mijn
studiootje, dan kan
ik best trots op
ons werk zijn’

,,Het leuke is dat we het nu over het begin van Jans volwassen carrière hebben, en dat hij me eerder vandaag nog belde of we van de week even wat op kunnen nemen. Ondanks al zijn successen is Jan me altijd trouw gebleven. We hebben samen prachtige muzikale avonturen beleefd in de studio. Het blijkt een vruchtbare samenwerking want nog altijd rollen Jans hits hier uit de dungeon vandaan.”
Thomas en Jan hebben niet één succesformule als het gaat om het produceren van hits. ,,Vaak stuurt Jan me een demootje op. Hij zingt dan een regeltje tekst of een melodie in op de recorder van zijn telefoon – het liefst als hij in de auto zit met alle ramen open – en stuurt dit dan mijn kant op. Heel af en toe heb ik geluk en neemt hij het thuis op met een gitaartje erbij. Vervolgens neem ik plaats achter m’n vleugel en dan begint het studioproces. Als alles op zijn plek valt maken we er een hit van. Waar ik dan toch wel een kick van kan krijgen, is als Jan ergens in een gigantische zaal optreedt, en ik ga kijken en neem plaats midden in de zaal tussen het publiek. Als ik dan om me heen kijk en ik zie en hoor al die duizenden mensen de liedjes meezingen die het levenslicht gezien hebben in mijn studiootje, dan kan ik best trots op ons werk zijn.”
Thomas Tol maakt geen liedjes. Hij maakt hits. Het maakt hem niet uit of hij het voor de BZN, voor Tol & Tol of voor Jan Smit doet. Het eindresultaat is een landelijke hit. Deze conclusie werd onlangs ook getrokken door de organisatie achter de Buma Lifetime Achievement Award. In 2018 mocht de Volendammer een oeuvre-award in ontvangst nemen. Een eer waar menig afgestudeerd conservatoriumpianisten maar wat graag hun diploma voor in zouden ruilen.
Nationaal gezien is Thomas een grootheid, maar zo beleeft hij dat zelf niet. De componist werkte gedurende zijn muzikale loopbaan aan verscheidene lokale producties mee. Zo schreef hij samen met zijn steun en toeverlaat, broer Cees, de complete musical Jesus Christ Superstar uit en voerde hij het stuk samen met de fantastische band op een indrukwekkend hoog niveau uit. Hij nam plaats achter de toetsen tijdens het Concert van de Eeuw, blies hij samen met zijn ex-bandgenoten BZN ’66 nieuw leven in en ging hij onlangs na lang aandringen akkoord voor een speciale show met eigen werk.
,,Ik treed voor die ‘Thomas Tol in Concert’-optredens uit mijn comfortzone. Ik ben gewend om achteraan of zelfs achter de schermen te zitten. En nu zit ik opeens in het midden van het podium en staat mijn naam op de poster. Maar omringt door mijn geweldige band komt het helemaal goed. Helaas hebben we het toertje vanwege de coronamaatregelen niet in één keer af kunnen maken. Het laatste optreden in Het Park te Hoorn staat gepland op 27 februari 2022. Ik dénk dat er nog enkele kaarten te koop zijn. Mensen die destijds al een kaartje hebben gekocht voor het optreden in Het Park kunnen volgend jaar februari gewoon met dat kaartje naar binnen. Ondanks dat ik in eerste instantie sceptisch was over dit project, moet ik nu bekennen dat ik het niet meer kan afwachten om eindelijk weer af te tikken.”

 

|Doorsturen

Uw reactie