Algemeen

Specs Hildebrand en Jan Akkerman zoeken elkaar op:

Uurtje ‘koffie-met-gitaar’ ten tijde van pandemie

Kan muziekmaken niet met publiek, dan maar zonder. Wat voor maatregelen er ook gelden, cultuur blijft doorgaan. Specs Hildebrand (70) en Jan Akkerman (74) zoeken elkaar de laatste tijd wekelijks op. Om koffie te drinken, te discussiëren en herinneringen op te halen, maar vooral ook om te musiceren. De twee van oorsprong Amsterdammers vinden elkaar in de voorliefde voor liedjes uit hun jeugd. Beiden traden altijd veel op, Jan zoals bekend over de hele wereld. Toch is het ze altijd om de muziek zelf te doen geweest. Dat ze nog steeds vele uren op hun zolderkamers doorbrengen getuigt daarvan.
Door Laurens Tol


Elke week komen de twee samen voor hun uurtje ’koffie-met-gitaar’, zoals ze dat zelf noemen. De feestdagen vormen daarbij geen belemmering. Ook op oudejaarsdag wordt er gespeeld en gesproken in Jans huis in Volendam. ‘Wil je ook koffie?’, vraagt Jan. De gitarist die ooit werd uitgeroepen tot de beste ter wereld is in de keuken bezig met het koffieapparaat. Specs heeft zijn plaats al ingenomen in de zithoek, met gitaar op schoot. ,,We hebben net een paar Ierse liedjes gedraaid. Zometeen gaan we wat spelen en de eerste bak koffie zit er al in”, vertelt Specs met een glimlach.
,,Begin december zijn we weer een beetje begonnen met koffie- gitaarsessies. Ik had Jan verteld dat ik elke dag minimaal een uur op mijn werkkamer zit om muziek te maken. Op een gegeven moment appte hij mij en vroeg: ‘Ben je al begonnen?’. ‘Anders kom je toch langs’, zei ik toen. Wij kennen elkaar natuurlijk al heel lang, maar we hadden het altijd druk en zagen elkaar daardoor niet wekelijks. Nu is daar wat meer tijd voor. En hierdoor kan ik Jan een beetje in toom houden, anders…..(grijns).”
De ervaren muzikanten hebben allebei een Amsterdamse achtergrond. Of dit voor een extra binding zorgt, weten ze niet. Specs kwam op tienjarige leeftijd naar Volendam. Jan kwam naar het dorp vanwege de liefde voor zijn vrouw Marian. Zoals het vaak gaat onder muzikanten als er instrumenten bij zijn, worden er tussen het praten door soms delen van liedjes gezongen of gespeeld. ‘Tim Hardin hè, dat is een wederzijdse liefde van ons’, zegt Specs. Hij zet een gitaarslagje in dat uitmondt in het eerste nummer dat ze samenspelen als het gesprek wordt onderbroken. ‘Don’t Make Promises’, een liedje in E-groot met alleen ‘open’ gitaarakkoorden. Akkerman begeleidt met zijn bekende duimtechniek.

‘It seems the songs we're singing
Are all about tomorrow
Tunes of promises you can't keep
Every moment bringing a love I can only borrow
You're telling me lies in your sleep’

,,Dit zijn de leuke dingen toch?” zegt Jan na het spelen enthousiast. ,,Daarom doe ik dit. Ik vind het gewoon leuk. Met z’n tweeën zitten en dan komt de ene geest na de andere uit de fles. Zo eenvoudig, maar zo goed. De herontdekking van het E-akkoord”, stelt de beroemde gitarist glimlachend vast. Specs: ,,De map die ik hier voor mij heb staan, neem ik altijd mee. Daar staan liedjes in die ik vaker speel, maar nu komen daar weer nieuwe bij. Je herontdekt weer oude nummers. Zo van: hé, dat was echt een mooi liedje. Dat is erg leuk.”

‘Ik dwing mezelf om
iedere dag minimaal
tien liedjes te spelen’

Specs en Jan stonden in het verleden regelmatig met elkaar op het podium. Zo speelde Jan soms puur voor de lol mee in de band van Specs, tijdens zijn legendarische optredens in bar ‘’t Winkeltje’ gedurende de Volendammer kermis. Begin vorig decennium werkte het duo samen aan Specs’ album ‘Outsider’. De gitaarheld speelde veel partijen in en dacht mee over de productie. Met zijn eigen band speelt Jan veelal instrumentale muziek met ruimte voor improvisatie. Dat wil niet zeggen dat hij zich tot deze stijl beperkt. Jan: ,,Ik heb altijd van zoveel verschillende muziek gehouden. Country, blues, pop, jazz, klassiek, noem maar op. Ik maak er geen onderscheid tussen. Het gaat erom dat het goed is en overal kun je wat uit vandaan halen.”
Toen Akkerman deel uitmaakte van de Amsterdamse muziekscene, maakte hij kennis met de bebopmuziek van saxofonist Charlie Parker. Die was een openbaring voor hem, al speelde hij nooit alles noot voor noot na. ,,Ik pik eruit wat ik leuk vind. Een eeuwige student ben ik niet, nooit geweest eigenlijk. Al ben ik wel ontzettend veel bezig met techniek, daar hou ik van. Met het studioprogramma Cubase bijvoorbeeld. Van de week kreeg ik nog les daarin. Er is weer een nieuwe versie uit, zo verschrikkelijk mooi. Ik gebruik nooit opties als ‘Autotune’, die noten recht kunnen zetten als je opneemt. Je hebt alleen een ‘clicktrack’ als metronoom nodig en klaar. Je moet het gewoon goed opnemen, heel simpel. Wreed, maar eerlijk.”

Harmonieleer
Veel uren op zijn gitaar maakt Jan momenteel niet. Hij is bijvoorbeeld meer geïnteresseerd in het creëren van nieuw werk. In 2019 kwam hij nog met het album ‘Close Beauty’. ,,Er zijn zoveel mensen die heel goed kunnen spelen met zo’n plank om hun nek en daarbij moeilijk kijken. Dat is geen excuus voor mij trouwens, maar ik heb gewoon andere interesses. Die heb ik altijd al gehad en nu verlegt mijn belangstelling zich naar de techniek. Op een of andere manier is er veel van hetzelfde op muzikaal gebied. En als het daar een beetje van afwijkt, is het ook weer niet goed. Dus je moet zorgen dat je een soort gulden middenweg weet te vinden voor jezelf. En dat zit hem niet in meer of minder gitaartechniek. Ik zou wel graag wat meer kennis willen opdoen van de harmonieleer, al komt dit niet eens van pas. Als je de stukken hoort van mijn laatste cd, die zijn al veel te hoog gegrepen voor de meeste mensen. Ik ben nu 74 en ik vind het eigenlijk wel goed zo. Met nieuwe muziek maken wil ik wel gewoon doorgaan natuurlijk.”
Het gesprek gaat verder over de basgitaar. Specs en Jan bespeelden dit instrument beiden. Toen de laatstgenoemde al op 8-jarige leeftijd in de rock ’n roll begon, baste hij. Hij zette zelf een bas in elkaar en haalde de snaren daarvoor uit een piano. De periode waarin hij bas speelde, is bepalend geweest voor zijn latere gitaarspel. ,,Ik ben altijd bassist geweest in m’n hoofd. Qua ritme-opvatting, maatverdeling, etcetera, ben ik zo blijven denken. Harmonisch denk ik als een accordeonist, want accordeon speelde ik als allereerste. Ik heb heel erg veel aan dat instrument gehad, vooral wat betreft harmonieleer en de opbouw daarvan. Toen ik Django Reinhardt en de Tielman Brothers zag spelen, werd ik aangetrokken tot de gitaar.”

‘Ik ben nu 74 en
ik vind het
eigenlijk wel
goed zo’

Jan leerde veel van het spel van ‘Django’. Maar hij is er trots op dat hij nooit iets van hem heeft gekopieerd. Jazzgitarist Wes Montgomery verdient volgens de in Volendam woonachtige Amsterdammer ook alle lof. ,,Wes is het enige goede antwoord op Django. Niet George Benson bijvoorbeeld, waar ik ooit nog mee speelde. Misschien Joe Pass, die ik ook erg goed vind en Barney Kessel. Maar goed, we hebben het ook over Theo (Specs' echte voornaam, red.), hè.”
Specs neemt het stokje over en vertelt over waar hij de laatste tijd mee bezig is. Specs: ,,Er staan op het ogenblik eigenlijk geen nieuwe projecten op stapel. Ik dacht aan het begin van 2020: ik ga flink aan het schrijven. Maar na twee nummers had ik geen zin meer. Waar dat vandaan komt weet ik niet, het zat er gewoon niet in. De pandemie inspireert dus niet echt. In het begin nog wel, want toen schreef ik nog een ‘Covid song’ over hoe de wereld toen was. Verder repeteer ik af en toe nog met de Motions, waar ik afgelopen jaren mee toerde. Dan zie je elkaar toch nog eens. En ik dwing mezelf om iedere dag naar mijn werkkamer te gaan en daar minimaal tien liedjes te spelen en te zingen. Ook om de boel qua stembanden ‘open’ te houden. Op een gegeven moment ga ik dan maar kijken op mijn computer naar liedjes van vroeger. Dan ontdek je soms weer prachtige nummers zoals van Carole King, waar ik het laatst met Jan over had.”
Specs en Jan nemen allebei de neiging bij zichzelf waar om terug te keren naar de muziek waar het voor hen allemaal begon. The Everly Brothers kunnen na al die jaren nog op hun goedkeuring rekenen, net als The Walker Brothers. Specs slaat een bladzijde om in zijn map en begint te spelen. Jan luistert even en volgt hem kort daarop. Met het steeds meer schemerende licht van buiten op zich gericht, zingt Specs de eerste woorden van ‘For The Good Times’ van Johnny Cash. Het besef dringt zich op: van dichtbij luisteren en kijken naar iemand die muziek maakt, het is een zeldzaamheid geworden de laatste negen maanden.

‘Don't look so sad, I know it's over.
But life goes on, and this old world will keep on turning.
Let's just be glad we had some time to spend together.
There's no need to watch the bridges that we're burning’

Specs had door zijn baan in het onderwijs vrijwel zijn leven lang artistieke vrijheid en heeft daar dan ook vaak gebruik van gemaakt. Jan kwam door zijn liefde voor muziek over hele wereld, werd en wordt nog altijd geprezen. Het geluid van wat verdwaald vuurwerk brengt de muzikanten weer tot de realiteit. Het is bijna 16.00 uur op oudejaarsdag, de tijd vloog voorbij. Specs stelt voor om af te sluiten met een ‘guilty pleasure’. De keuze valt op ‘I Can See Clearly Now’ van Johnny Nash. Na afloop worden de instrumenten met enige haast ingepakt. De jaarwisseling wacht. Men neemt zich voor om binnenkort weer af te spreken.

|Doorsturen

Uw reactie