Algemeen

Familie Koning blijft ondanks twee tragedies positief

Vader en zoon overwinnen samen kanker

Terwijl Nederland zich met enige tegenzin opmaakte om Kerst en Oud en Nieuw in een zo klein mogelijk gezelschap te vieren, telt de familie Koning uit Volendam haar zegeningen. Het gezin mag op een doordeweekse avond graag gezellig rond de kerstboom zitten. In een oogopslag is te zien dat Eduard (54) en Petra een hechte band met hun kinderen Eric, Samantha en Marco hebben. Allemaal beseffen ze maar al te goed dat het een klein wonder is dat hun geliefde vader en echtgenoot nog altijd in hun midden is. ,,In oktober 2012 voelde ik een bultje in mijn nek”, zucht Eduard. Slechts tien dagen later bevonden zijn gezin en hij zich in een regelrechte nachtmerrie. ,,Ik bleek een zeldzame en agressieve vorm van kanker - in de neusholte, groeiend richting mijn hersenen - te hebben.” Wat volgde was een ingrijpend behandeltraject bestaande uit drie chemokuren en 35 bestralingen. De vader van drie balanceerde op het randje van de dood, maar vanwege zijn enorme wilskracht wist hij zijn ziekte uiteindelijk te overwinnen. ,,En net toen we het gevoel hadden dat het allemaal weer de goede kant op ging, werd bij onze jongste zoon kanker geconstateerd…”
Door Kevin Mooijer


,,In oktober 2012 werd ik wakker met een klein, hard bultje aan de rechterkant van mijn nek”, herinnert Eduard zich. ,,Ik had geen flauw idee wat het zou moeten zijn.” In eerste instantie besloot hij het merkwaardige bobbeltje te negeren, maar die oplossing zou van korte duur zijn. ,,Twee weken later voelde ik dat er een tweede bultje naast groeide. Daarbij had ik last van een bloederig soort snot. Ik maakte toch maar even een afspraak bij dokter de Vries om zijn mening te vragen.” Eenmaal aangekomen bij zijn huisarts werd het Eduard al gauw duidelijk dat hij met een serieuze kwestie te maken had. ,,Ik werd gelijk doorverwezen naar het AMC, waar ik de volgende dag al terecht kon voor verder onderzoek.” In het AMC werden biopten afgenomen, puncties zonder verdoving gedaan en vier buisjes met bloed gevuld. ,,Na afloop kreeg ik te horen dat de uitslag met tien dagen binnen zou zijn. Bij slecht nieuws zou ik voor die tijd gebeld worden en bij goed nieuws zou ik niks horen. In dat geval zou ik gewoon tijdens mijn afspraak tien dagen later te horen krijgen wat er precies uit het onderzoek naar voren was gekomen.”
Na het onderzoek in het AMC keren Eduard en Petra terug richting Volendam, waar ze proberen hun leven weer op een normale manier voort te zetten. ,,Je gaat gewoon weer aan het werk en je hoopt dat die telefoon de komende dagen niet af zal gaan.” En dat was ook hoe het de daaropvolgende tien dagen zou gaan. ,,We hoorden gelukkig niets, dus tien dagen na het onderzoek ging ik samen met Petra terug naar het AMC om de uitslag op te halen. We zaten nietsvermoedend in de wachtkamer toen we werden geroepen door een jonge meid gehuld in een witte jas. We volgden haar een spreekkamertje in, de deur ging dicht en na een korte introductie zei ze: ‘Ik heb vervelend nieuws, u heeft kanker’. Ik wist niet waar ik het zoeken moest. ‘Ik zou toch gebeld worden blij slecht nieuws?’, vroeg ik. ‘Dat klopt, onze excuses daarvoor, maar het betreft zo’n unieke vorm dat er zes professoren aan te pas zijn gekomen om het te bevestigen.’ Is het te genezen? Hoe lang zit het er al? Wat is de levensverwachting? Ik had een lijst met vragen waar allemaal geen antwoord op werd gegeven. De jonge arts zei dat ik mijn vragen op moest schrijven en ze de volgende dag in het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis – waar ze al een afspraak voor me had gemaakt – kon stellen. Mijn vorm van kanker bleek zeer zeldzaam in Nederland. Het komt veel voor bij Aziaten en Noord-Afrikanen, maar eigenlijk niet bij volbloed Nederlanders.”

‘Mijn vorm van
kanker bleek zeer
zeldzaam in Nederland.
Het komt veel voor
bij Aziaten en
Noord-Afrikanen’

Terneergeslagen liepen Eduard en Petra terug naar het parkeerterrein. ,,Achteraf gezien volgde daarna één van de allerergste momenten uit de hele situatie”, zucht Eduard. ,,Eerst heb je het samen in de auto over wat je zojuist overkomen is, maar antwoorden heb je nog niet. En dan komt het: je moet je gezin en familie gaan bellen. Het nummer invoeren en de telefoon vervolgens over horen gaan was nog wel te doen, maar dan wordt er opgenomen en je moet zeggen: ‘met je pa, ik heb kanker…’. Die woorden kreeg ik er niet uit. Ook Petra kon het niet over haar lippen krijgen. We hebben alleen maar keihard zitten huilen in de auto.”
Nadat het echtpaar hun emoties enigszins onder controle wist te krijgen, hebben ze hun gezin en naaste familie ingelicht over de verschrikkelijke situatie. ,,Eenmaal thuisgekomen stopten de telefoons niet met overgaan. Mijn mobiel, die van Petra, de toestellen van de kinderen en de vaste lijn. Ze bleven allemaal non stop overgaan. Zo snel kan het gaan in Volendam.”
Eén telefoontje herinnert Eduard zich nog als de dag van gisteren. ,,De huistelefoon op het dressoir ging drie keer over, ik liep ernaartoe om hem op te nemen en zei: ‘met Koning’. De vrouwelijke stem aan de andere kant van de lijn zei: ‘wat hoor ik nou? Is Eduard dood?’ Ik reageer: ‘wie denk je wie je nu aan de lijn hebt?’ En direct daarna wordt de verbinding verbroken.” Het hele gezin kan er gelukkig om lachen: ,,Tot op de dag van vandaag weet ik niet wie dat geweest is. Misschien is het een idee om toch maar eens een nummermelder aan te schaffen.”
De nacht die Eduard en Petra stond te wachten zou waarschijnlijk de zwaarste uit hun leven worden. ,,Ondanks dat je niet moe bent, ga je toch maar naar bed. Het enige waar je aan kan denken is het bezoek dat je de volgende dag in het AVL moet ondergaan en de vragen die je daarover hebt. We hebben elkaar de hele nacht aan liggen kijken.”
Bij het aanbreken van de ochtend zaten Eduard en Petra allang aan de eettafel en het hele telefoon-circus begon weer opnieuw. ,,We hebben alle telefoons uitgezet en hebben rustig proberen te wachten tot ik ’s middags naar het AVL moest.” Met lood in de schoenen vertrokken Eduard, Petra en hun oudste zoon Eric die middag richting Amsterdam. ,,We namen plaats in de wachtkamer en werden uiteindelijk naar binnen geroepen door een chirurg. Ze stelde zich voor als Dokter Zuur. Ik weet nog dat ik zei: ‘nou, dat is een mooi begin’. Waar ze op reageerde met: ‘dan weet je mijn voornaam nog niet: Lotje.’ Ik reageerde er gelijk op: ‘oh mijn god, hij is mooi. Het Lot is Zuur’. De chirurg en het aanwezige medische team konden er gelukkig om lachen. Naderhand lichtte de chirurg het complete team in opleiding nog even in dat het niet gebruikelijk was dat iemand voor een vergelijkbaar gesprek zo binnenkomt.”

Zuur
,,Ik werd die week aan de hand van verschillende onderzoeken en zeven scans volledig binnenstebuiten gekeerd. MRI- en CT-scans, puncties, echo’s en de laatste dag werd afgesloten met een PET-scan. Dat was de belangrijkste scan, werd me later verteld. Voor de PET-scan werd ik naar een donkere slaapkamer gebracht, waar ik een slaappilletje kreeg. Ik zat op de rand van m’n bed toen er een man in een loden, astronautachtig pak naar binnen stapte. Hij gaf me een spuit met daarin radioactief suiker. Vervolgens moest ik een half uurtje rusten om daarna de PET-scan te ondergaan. Na het afronden van de PET-Scan mocht ik eindelijk richting huis, waar mijn gezin op me wachtte. De volgende ochtend stond mij de definitieve uitslag van alle onderzoeken te wachten.”
,,Dinsdagochtend om half tien zaten Petra en ik weer tegenover dokter Zuur. Ze somde de eerste zes uitslagen achter elkaar op, maar de zevende – de zo belangrijke PET-scan – liet ze achterwege. De eerste zes uitslagen gaven allemaal hetzelfde aan, maar de doorslaggevende uitslag had ze nog niet binnen. Ik zei nog dat het volgens mij niet zo moeilijk was, ze had immers zes dezelfde uitslagen binnen, dan was het toch precies wat ze verwachtten? Wat bepaalde die zevende uitslag dan nog? ‘Alles’, antwoordde dokter Zuur resoluut. Ik schrok van haar reactie en zei: ‘Dus, stel dat de uitslag van de PET-scan niet goed is, wat dan?’ De chirurg ontweek mijn vraag: ‘dat nemen we dan wel door’. Ik was vastberaden antwoord te krijgen: ‘dan zal ik de vraag anders stellen: kan ik dan mijn kist bestellen?’ Ze keek me aan en zei: ‘ja.’ Dat was het enige wat ik wilde weten. Na de afgelopen 24 uur in onzekerheid te hebben geleefd wilde ik weten waar ik aan toe was.”
Met een pieper op zak werden Eduard en Petra richting de kantine van het ziekenhuis gestuurd. ,,Die ging in korte tijd twee keer. ‘Als ze me een tweede keer oppiepen binnen een paar minuten, dan zal het nieuws dat me te wachten staat vast niet best zijn’, dacht ik. We liepen de spreekkamer van dokter Zuur binnen, gingen zitten en terwijl de dokter de deur dicht deed – ze had letterlijk de klink nog in haar handen – zei ze: ‘Meneer Koning, de uitslag is goed. Het wordt de 100 % behandeling’. We gaan er alles aan doen om die kanker te bestrijden’. Vanaf dat moment is het een wedstrijd tussen jouw lichaam en de intensiteit van de behandelingen.”

‘Ik was immers
zó dicht bij de
eindstreep,
maar ik was op…’

Het behandeltraject dat Eduard te wachten stond, zou zeven weken gaan duren. ,,Ik zou te genezen zijn, maar er werd wel bij gezegd dat ze hoopten dat ik het einde van de behandelingen zou halen. Ik kon alleen maar zeggen: ‘ik ga voor goud, jullie ook?’ Gelukkig stonden de dokters er hetzelfde in. Achteraf heeft die zin me nog lang achtervolgt in het AVL. Zo kreeg ik bijvoorbeeld meer chemo toegediend en werd ik intensiever bestraald dan gebruikelijk, omdat ik ten slotte voor goud ging.”
In totaal zou Eduard 35 bestralingen en drie chemokuren moeten ondergaan. ,,Er werd een bestralingsmasker op maat voor me gemaakt. En wat gelijk werd duidelijk gemaakt, was dat ik mijn smaak, reuk en slikfunctie zou gaan verliezen en dat mijn zicht en gehoor aan de rechterkant gevaar liepen.”
De vastberaden vader van drie nam de waarschuwingen tot zich en maakte zich op voor wat de zwaarste periode uit zijn leven zou worden. ,,Zondag tot donderdag werd ik behandeld in het AVL. Daarna mocht ik anderhalve week naar huis, om vervolgens weer vier dagen naar het ziekenhuis te gaan, en zo ging het zeven weken aan één stuk door. Op de thuisdagen was het wel zo dat ik gewoon bestraald werd. Het enige verschil was dat ik ’s avonds thuis mocht slapen.” Na ongeveer tien bestralingen merkte Eduard dat het zijn tol begon te eisen. ,,Drinken ging heel moeizaam en eten ging helemaal niet meer. De bestralingen waren zo intens dat ik een brandlucht in mijn neus kreeg. Tijdens de bestraling lig je helemaal vast, waardoor je heel beperkt bent. Het enige redmiddel was – als het écht niet meer ging – je hand te bewegen. De bestraling werd dan gelijk gestopt en je kreeg even de tijd om over te geven. Dan snel weer verder…”
Eduards keel was volledig stuk gebrand, waardoor hij niet meer kon slikken. ,,Als oplossing werd er een maagsonde toegepast, maar waar geen oplossing voor bestond was dat ik helemaal kapot was. Ik sliep op de dagen dat ik thuis was wel twintig uur per dag. Je lichaam is aan het vechten tegen de kanker en daarvoor heeft het rust nodig.” Naar de buitenwereld bleef de Volendammer standvastig, maar diep van binnen vreesde hij dat de behandelingen toch te zwaar voor hem zouden zijn. ,,De tweede chemo was zo ongelofelijk zwaar, dat kan ik niet in woorden uitdrukken. Wetende dat er nog een derde zou volgen, begon ik hem een beetje te knijpen. De dokter sprak de hoop uit dat ik de derde en laatste chemobehandeling ook zou gaan doen. Ik was immers zó dicht bij de eindstreep, maar ik was op…”

Kameraad
Tijdens de eerste week van de behandelfase mocht Eduard weer even richting huis, waar hij bezoek kreeg van een goede vriend. ,,Mijn kameraad kwam binnen met een fles champagne waar een briefje op geplakt zat: ‘Deze fles gaat open als je weer beter bent.’ Hij heeft de fles op het dressoir gezet en we hebben hem vervolgens niet meer aangeraakt. Dat ik die fles champagne iedere dag zag staan, werkte enorm motiverend. ‘Hij zál opengaan’, dacht ik bij mezelf. Diezelfde fles heeft me ook de kracht gegeven om toch die derde chemo aan te gaan.”
Voorzien van goede moed en een realistische dosis angst nam Eduard plaats voor zijn laatste chemobehandeling. ,,Moet je je voorstellen hoe blij ik was toen ik ontdekte dat de laatste behandeling een eitje was vergeleken bij de tweede chemokuur!”
De zeven cruciale weken waarin hij behandeld werd, hadden heel wat voor Eduard in petto. Hij viel onder meer dertig kilo af en raakte zijn slikfunctie kwijt, maar tegelijkertijd maakte hij nieuwe vrienden en maakte hij kennis met de mooiste kant van de Volendammer gemeenschap. ,,Na die zeven weken keer je terug naar huis en probeer je rustig aan weer op te krabbelen. Wat een mens dan echt goed doet zijn de talloze fruitmanden en andere mooie gebaren die we van mensen uit onze omgeving hebben ontvangen. Zelfs de kerk stuurde een fruitmand.” Eduard lacht: ,,We hadden op een gegeven moment zoveel fruitmanden staan dat we ook als avondeten aan de bananen zaten.”
Met de ondersteuning van zijn gezin werkte Eduard naar de doorslaggevende deadline van 5 mei 2013 toe. ,,Al die tijd werd ik nog continu in de gaten gehouden. Hoe waren mijn bloedwaardes? Hoe gaat het met slikken? Slikken voelde nog altijd alsof er zo een aantal messen in mijn keel werden gezet. Zelfs een zware drinkbare morfinekuur mocht niet baten. Na het toedienen van de morfine zat ik thuis op de bank volledig in een andere wereld, maar de pijn in mijn keel verminderde niet.”
Het feit dat Eduards speeksel tegen alle verwachtingen in nog wel aangemaakt werd, bood hem de kans vertrouwen te tanken richting de definitieve uitslag op 5 mei.

‘Ik kon wel
janken! Ik zou
de 50 halen’

,,Eindelijk brak die cruciale dag aan”, herinnert de gemotiveerde Volendammer zich. ,,We waren al ruim van tevoren in het AVL. Vóór ons werd eerst een ouder echtpaar en daarna een jong stel met een baby naar binnen geroepen. Allemaal kwamen ze huilend van verdriet naar buiten toe. Nou, dan zakt de moed in je schoenen, kan ik je vertellen.” Door de ruimte klonk: ‘Meneer Koning’. ,,Mijn hart klopte bijna mijn borst uit. ‘Erop of eronder’, dacht ik bij mezelf, terwijl ik richting de spreekkamer van dokter Zuur liep. We gingen zitten, dokter Zuur stak haar hand uit en zei: ‘gefeliciteerd’. Ik kon wel janken! Ik zou de 50 halen, vanaf nu moest ik terugkomen voor de maandelijks controle en tot die tijd was er een kans geweest van 80 tot 90% dat de kanker terug had kunnen groeien – iets dat dokter Zuur bewust achterwege had gelaten – maar ik was kankervrij verklaard en zou de 50 halen!”
Eduard en Petra liepen dezelfde route naar het parkeerterrein als een jaar eerder, maar nu in een totaal andere stemming. ,,In de auto hebben we het er eerst weer met zijn tweetjes over gehad, maar thuis heb je kinderen en familie zitten die zenuwachtig wachten op je telefoontje. Dus, ga je weer bellen. Eerst hoor je de telefoon door de auto overgaan. Dan wordt er opgenomen en je hoort de stemmen van je kinderen… We schoten allebei vol. Het enige dat we er nog huilend uitkregen was ‘de vlag kan uit…!’.”
,,En toen we thuis aan kwamen rijden hadden ze de vlag echt uitgehangen. Die motiverende fles champagne – waar ik maandenlang tegenaan heb gekeken - kon éindelijk open.”
,,En dan vier jaar later…” Eduards en Petra’s zoon Marco (21) neemt het woord over van zijn vader: ,,Ik had last van pijn in mijn lies. Omdat ik keeper was en veel trainde op ver uittrappen, dacht ik dat de pijn veroorzaakt werd door een liesblessure. Ik besloot te gaan trainen met een fysiotherapeut en hij kwam tot dezelfde conclusie.” Pas weken later – nadat Marco merkte dat de pijn steeds erger werd – besloot hij naar de huisarts te gaan. ,,Mijn linker teelbal was groter geworden, dus het werd tijd om professionele hulp in te schakelen. De situatie kon twee dingen betekenen: of de teelbal was verdraaid, of ik had een tumor.” Zijn onderbuikgevoel vertelde hem dat het slecht nieuws zou zijn, maar Marco bleef positief. ,,Ik werd doorverwezen naar het ziekenhuis om een echo te maken, maar ik nam het zo licht op dat ik destijds van plan was om in mijn eentje naar het ziekenhuis te gaan. Uiteindelijk kreeg mijn familie daar lucht van en zat ik in de wachtkamer toch tussen mijn vader en zus in.”

Niks geks
,,Om de echo af te lezen hoefde je geen specialist te zijn. Eerst lieten ze mijn rechterbal zien. Een ovaalvormig, grijs, egaal beeld. Daar was niks geks te zien, dus op naar de linkerkant. Weer een grijs, ovaalvormig beeld, maar dit keer vol met zwarte gaten. Ik wist genoeg.” Al gauw stonden de uroloog en radioloog in het kamertje bij de zestienjarige Marco. ,,Zaadbalkanker, was de constatering. Drie dagen later zouden ze hem eruit halen. Mijn vader stond erop dat we doorverwezen werden naar het AVL. Het ging niet vanzelf, maar toen hij aangaf zelf kankerpatiënt te zijn, werd het direct geregeld. Met zaadbalkanker is er haast bij geboden, aangezien de bal in een gigantisch snel tempo kan groeien. Dus zouden we een dag later, op zaterdagochtend rond de klok van tien, gebeld worden om een afspraak voor diezelfde dag te maken.”
,,Mijn moeder was de hele dag aan het werk die dag. Ze bleef me appen of ik al wat wist, maar we besloten via de telefoon maar niks te zeggen. Als ik het voor iemand erg vond, dan was het wel voor mijn moeder. Ze is haar eigen moeder op jonge leeftijd verloren aan kanker, heeft ternauwernood haar man kunnen behouden aan dezelfde ziekte en nu was haar tienerzoon aan de beurt. We dachten dat ze zou instorten, dus leek het ons beter om het ’s avonds thuis te bespreken. Wat ik wel moeilijk vond die dag, was dat ik het tegen niemand kon zeggen, omdat dan heel Volendam het binnen de kortste keren weet. Dan liep ik het risico dat mijn moeder dit nieuws van iemand anders zou horen.”
Petra’s wereld stortte die avond voor de derde keer wegens de meedogenloze ziekte in. De volgende ochtend wachtte de familie Koning ongeduldig op het telefoontje vanuit het van AVL. ,,Die telefoon ging maar niet over. Zelfs niet rond de afgesproken tijd. Ik besloot dus zelf maar te bellen, legde de ernst van de situatie uit en kreeg te horen dat ik maandag maar terug moest bellen. Ik zei dat de arts ons die dag nog wilde zien, waarna de telefoniste erachteraan ging. In de tussentijd zijn Petra en ik maar boodschappen gaan halen. Tijdens het afrekenen ging de telefoon: ‘Hoe snel kunt u hier zijn?’ We zijn gelijk naar de auto gerend, hebben Marco opgehaald en zijn naar het ziekenhuis gescheurd.”

‘Om me gerust
te stellen kreeg
ik het succesverhaal
van Lance Armstrong
te horen’

,,Ik werd gelijk op allerlei manieren onderzocht”, vervolgt Marco. ,,Op de teelbal na leek alles goed te zijn. Ik had geen uitzaaiingen en kon die maandag al geopereerd worden.” De volgende dag vond het opnamegesprek plaats. ,,De vorm van kanker bleek zeer agressief te zijn, dus er was zeker haast bij mijn operatie geboden.” Die maandagochtend begon de chirurg met een flinke schrik: ,,Twee dagen daarvoor had mijn teelbal nog een doorsnede van 45 millimeter en nu was dat gegroeid naar 61 millimeter. Om me gerust te stellen kreeg ik het succesverhaal van Lance Armstrong te horen. Hij wist met uitgezaaide teelbalkanker de Tour de France nog een paar keer te winnen. ‘Als ik dan toch een vorm van kanker moest krijgen, dan maar deze’, dacht ik bij mezelf.”
Na een succesvolle operatie konden Marco en zijn familie opgelucht ademhalen. ,,Ik zou de komende periode maandelijks terug moeten komen om te controleren of mijn bloedwaardes in orde waren. Zouden de waardes namelijk stijgen, dan zou een chemokuur onvermijdelijk zijn.”
Lange tijd ging het de goede kant op, maar richting september was er een stijging in Marco’s bloedwaardes te zien. ,,Vlak voor kermis kreeg ik dat nieuws even op mijn bordje. Ze wilden dat ik zondag van kermis mijn eerste behandeling zou ondergaan, maar dat heb ik gelukkig naar maandag kunnen verzetten. Zo kon ik de vrijdag en zaterdag evengoed nog de dijk op met mijn vrienden. Ze keken in het ziekenhuis wel wat vreemd op van deze reden, maar het is wat het is met kermis in Volendam.”
Marco’s chemokuur bleek een flinke impact op zijn nog jonge lichaam te hebben. ,,Ik zat in een traject waarin ik steeds acht dagen in het ziekenhuis moest verblijven, om vervolgens een week naar huis te gaan. Tijdens de behandelingen die mijn vader destijds onderging, had ik gezien dat er grote zakken met chemo werden toegediend. Bij mij kwamen ze met een heel klein flesje vloeistof aan, dus ik dacht in eerste instantie dat het reuze mee zou vallen. Ik schrok me dan ook helemaal dood toen mijn haar uitviel. Dat was erg confronterend voor me. Ik zat destijds nog op het Don Bosco College en had voordat mijn haar uitviel al in de gaten dat mensen naar me wezen en het over me hadden, maar nadat ik kaal was, wisten mensen die me niet konden ook dat ik ziek was. Naast dat je jezelf bekeken voelt, voel je jezelf ook gelijk ziek.”

Kaalgeschoren
Om Marco een hart onder de riem te steken in deze zware tijd, kwam een goede vriend met een prachtig gebaar. ,,Nadat mijn haar begon uit te vallen besloot ik mezelf maar helemaal kaal te scheren. Ik vertelde tegen mijn vrienden dat ik met de tondeuse bezig was en een goede vriend vroeg via Snapchat om een foto. Ik twijfelde, maar heb toch een foto gestuurd. Vervolgens ging hij offline en kreeg ik geen reactie. Ik dacht ‘wat is dit nou?’ En na een minuut of tien ging mijn telefoon. Ik kreeg een foto van hem die heel veel weg had van de foto die ik hem eerder stuurde. Hij had zichzelf ook kaalgeschoren…” De actie van Marco’s goede vriend kon in huize Koning vanzelfsprekend op een hoop waardering rekenen.
Weer teruggekomen in het ziekenhuis vroeg Marco om een bijzondere reden of het mogelijk was dat hij een eigen kamer zou krijgen. ,,Ik speel gitaar en om de dagen door komen vond ik leuk om liedjes te spelen. Er bleek een één persoonskamer beschikbaar te zijn voor me. Iedere keer als ik mijn gitaar erbij pakte, zat ik richting de deur van mijn kamer. Als er dan een verpleegkundige voorbij liep kon ik gelijk stoppen. Zo zouden ze zo weinig mogelijk overlast van me ervaren. Maar nadat ik op een gegeven moment een keer met mijn rug voor zat te oefenen merkte ik niet wat er achter me gebeurde. Ik zat naar buiten te kijken terwijl ik een liedje speelde. Nadat ik het eindakkoord speelde, kreeg ik de schrik van mijn leven. Achter me had een heel team met verpleegkundigen verzameld die allemaal luid begonnen te applaudisseren. Zo maak je ook mooie dingen mee in een ziekenhuis waar je met een heel slechte reden bent.”

Een van de verpleegkundigen kwam Marco’s kamer binnen en vroeg of hij ook verzoekjes aannam op zijn gitaar. ,,In de kamer naast me bleek een stervende, oudere man te liggen. Hij had tegen de verpleegkundigen gezegd dat hij het zo leuk vond dat er iemand muziek maakte in de kamer naast hem. De man vroeg zich af of ik die avond iets van Bob Dylan zou willen spelen.”
De avond brak aan, Marco haalde zijn gitaar uit de koffer en ging op de rand van zijn bed zitten. Voor het slapen gaan speelde de gitarist een aantal aangrijpende Bob Dylan klassiekers. ,,De volgende morgen kwamen mijn ouders met ballonnen mijn kamer binnen. Het was mijn laatste nacht in het ziekenhuis, maar het zou ook de laatste nacht van de man in de kamer naast me zijn. Terwijl wij de kamer uitliepen met ballonnen, werd hij in een kist naar buiten gedragen.” Onwetend gunde Marco de man in de donkere ziekenhuiskamer naast hem, een bijzonder afscheid tijdens zijn laatste, eenzame avond onder de levenden…

‘Geld heb ik nooit
heel belangrijk gevonden,
maar sindsdien
interesseert het
me nog minder’

De timing van de chemokuur kon voor Marco niet op een slechter moment komen. ,,In september begon de chemo, maar in oktober had ik tentamens. Ik dacht wel even in het ziekenhuis te gaan leren, maar al gauw bleek dat ik de intensiteit van de behandelingen had onderschat. Ik kon me absoluut niet op mijn leerstof concentreren. De chemo eiste teveel energie van mijn lichaam, waardoor ik mijn tentamens steeds moest opschuiven. Ik had geluk dat het DBC heel goed meedacht met mijn situatie, anders had ik mijn tentamens misschien niet kunnen opschuiven en had ik waarschijnlijk een jaar over moeten doen.” Marco slaagde uiteindelijk voor zijn tentamens en werd op 12 december 2016 terug in het ziekenhuis verwacht voor de uitslag van zijn behandelingen.
In december 2016 werd de Volendammer in het ziekenhuis terugverwacht om zijn uitslag te bespreken. ,,Alles was goed gegaan. Ik werd gefeliciteerd door de dokter, maar ik was nog niet helemaal gerust.” Marco had als zestienjarige nog één prangende vraag voor zijn dokter: ,,Mijn vader kreeg na zijn behandelingen te horen dat hij nooit meer alcohol mocht drinken. Ik ben nog heel jong, je snapt wel waar ik naartoe wil…?” Marco lacht: ,,De arts moest lachen en zei dat ik gewoon mocht drinken. Toen ik dat hoorde, was ik volledig gerustgesteld.” Terugkijkend op zijn chemobehandelingen heeft Marco ondervonden dat positief blijven cruciaal is. ,,Als je dat niet doet, dan kom je er niet doorheen. Chemo vergt ontzettend veel energie van je lichaam en geest – ook als je jong en sterk bent – dus ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is dat je te allen tijde positief moet blijven wanneer je je in zo’n situatie bevindt.”
Vanwege de schat aan ervaring die Eduard en Marco opgedaan hebben tijdens hun behandelingen, is het al een paar keer voorgekomen dat ze door dorpsgenoten die zich in hetzelfde schuitje bevinden om advies worden gevraagd. Eduard: ,,Wanneer je de mededeling krijgt dat je kanker hebt, dan draag je dat niet alleen. Je hele omgeving is erbij betrokken. Het voelt ongelofelijk goed dat wij het allebei kunnen navertellen en dat we andere mensen nu kunnen bijstaan. Ik herinner me nog heel goed dat ik tijdens mijn eerste chemokuur staarde naar de vloeistof die naar beneden druppelde. Ik vroeg mezelf af of ik tevreden zou zijn als ik op dat moment zou sterven. Naar buiten kijkend zag ik dat de wereld zonder mij gewoon verder ging. Het besef dat die druppels mijn laatste redmiddel zouden zijn kwam binnen en ik werd extreem strijdbaar. Vanaf dat moment sta ik anders in het leven. Geld heb ik nooit heel belangrijk gevonden, maar sindsdien interesseert het me nog minder. Wat ik wel heel belangrijk vind, is mensen helpen. Dát is belangrijk.”

|Doorsturen

Uw reactie