Algemeen

Veel verdriet, niet meer elke dag, wel in deze tijd

Toen onlangs de onderzoeksresultaten van het Joint Investigation Team werden gepresenteerd, verscheen opeens op een Australische nieuwssite een volledige reconstructie van de MH17-ramp onder de titel ‘The strangely prophetic Facebook post of MH17 passenger Cor Pan’. Die zwarte humor, die ‘profetische’ woorden van die ene zin, vlak voor het vertrek - ‘Mocht hij verdwijnen, zo ziet hij d'r uit’ – van het vliegtuig, die voor altijd aan die zwarte 17e juli 2014 blijven kleven. ,,Ik zat zelf even op Google, keek of er nog nieuws was en toen verscheen dat verhaaltje ook op een nationale website, met de foto van Cor en Neel erbij. De tranen rolden over mijn wangen”, zegt Ria, de moeder van Neel. Zoals tijdens het gesprek de emoties voortdurend hoog oplopen. Het is de tijd. Die de nog steeds gapende wond weer verder openrijt. Die de pijn bij vlagen weer ondraaglijk maakt, het acceptatieproces verstoort en de tocht naar zingeving van het leven, zonder hun dierbaren, bemoeilijkt.
Door Eddy Veerman

,,Het is een klotentijd. Elk jaar. Dat begint rond mijn verjaardag op 15 juni, vanaf dan worden we allemaal onrustig. En elk jaar denk je: misschien wordt het minder. Maar dat is niet zo.”
Aan tafel zitten Neeltjes zus Nienke, haar ouders Jan Tol en Ria Tol-Hoogland en Cor’s moeder Gré. ,,Het gemis wordt groter”, zegt laatstgenoemde.
,,Neel was 2 juli jarig en ik de vijfde”, zegt Nienke. Jan: ,,We vieren die verjaardagen niet uitbundig. We kwamen samen, niet om te treuren, maar om te proberen iets van plezier te hebben en uiteindelijk komen er goede en leuke gesprekken op gang.”
Nienke: ,,Het lijkt haast gezellig, maar het is niet meer onbezorgd. We vierden het altijd samen, Neel en ik. Doordat dat anders is geworden, wordt het nooit meer hetzelfde.”
Jan: ,,Er ontbreken nu steeds een paar mensen. Het zou moeten slijten, maar je voelt nu al dat het dat nooit gaat doen.”
Nienke: ,,Ik sprak een tante van ons, en het blijkt dat meer familieleden er al die jaren ook last van hebben, als het einde van het schooljaar aanbreekt. Het komt omdat je naar de zeventiende juli toeleeft. Onbewust of bewust. En omdat de gebeurtenis zó megaheftig is geweest. Het is zoiets bizars geweest. Dit is misschien één of twee keer eerder gebeurd wereldwijd. Het is iets wat nooit te bevatten zal zijn en zal blijven. Dus je herbeleeft de momenten van toen.”
,,Voor mij is het wat meer behapbaar. Voorheen had ik het zes weken lang, dat ik met een dichtgeknepen keel rondliep. Nu had ik dat vooral met Neeltjes verjaardag, daarna had ik wat dagen nodig om bij te komen. Maar ik plan nu bewust wat leuke dingen tussendoor, waar ik echt van geniet, waardoor ik het geheel tenminste aankan. Ik heb m’n eigen verjaardag dit keer gevierd met een avondje uit. En ik had een topdag.”
Af en toe valt een stilte. Gré is kort geleden in een onpeilbaar diep gat gevallen. ,,Ik ben steeds doorgegaan, in een roes, ook om er maar niet aan te hoeven denken. Dat eerste jaar was druk. We moesten van alles uitzoeken, dus ik kón er niet in blijven hangen. Misschien dwong ik mezelf er wel toe. Ik kon het ook niet delen. Want een jaar eerder was mijn man overleden en die heb ik daarvoor een tijd lang verzorgd. Na Cor’s dood ging Dennis ook het huis uit.”

Gré: ‘Ik sjeesde maar door.
Dan komt op een gegeven
moment de man,
met die hamer’

,,Ik ging door, ook met m’n werk, ik sjeesde er doorheen. Dan komt op een gegeven moment de man. Met die hamer. Nu denk ik af en toe: wat zijn nou nog de leuke dingen? Als ik ’s nachts niet kon slapen de laatste tijd, dan zat ik alleen beneden. Dan stak ik maar weer een sigaret op. Eigenlijk komt het rouwproces bij mij nu pas op gang.”
Gré: ,,Een tijd geleden dacht ik: als het huis een beetje opgeruimd is, is het al goed. Nu lukt dat niet eens.”
Ria: ,,In de eerste jaren had ik dat ook. Dan hoefde het voor mij niet. Werd ik wakker en dacht: waarom eigenlijk?”
Gré: ,,Dat heb ik nu. Daar moet ik uit zien te komen, maar dat is in je eentje best moeilijk.”
Voor zover een rouwproces logica herbergt en in fases gaat, lijkt bij een ramp niks logisch. Nienke kijkt haar moeder aan: ,,Cor en Neel woonden destijds net in hun nieuwe huis. Na de ramp kwam er het nodige geregel bij kijken en ik hoor jou toen, na de verkoop van het huis, zeggen: ‘nou komen ze echt niet meer terug’. Toen dacht ik: nou is er eigenlijk pas het besef bij jou: ze zijn er niet meer.”
,,Wij konden niet meteen beginnen met rouwen. Want er werden zo nu en dan nog spullen gevonden, die op een site werden getoond. Er was steeds nieuws rond de oorzaak. Er kwam en komt nog geen einde aan.”
Nienke: ,,Mijn meiden worden ouder. De oudste wordt tien. Zij voelen ook dat deze tijd weer aanbreekt. Van de week had ik een gesprek en toen zei ze: ‘Ma, ben je weer verdrietig?’ Ík knikte bevestigend. Maar niet meer de hele dag. ‘Dat deed je wel’, zei ze. Ze gaf aan dat ze het niet verkeerd bedoelde, maar zij had dat niet zozeer met tante Neeltje en ome Cor. ‘Ik snap dat’, gaf ik haar aan. Zei zij: ‘Maar mama, als mijn zusje doodgaat, dan ga ik heel, heel, heel hard huilen…’ Ik knikte en snikte. ‘En dat voelt mama nu…’ Dat is het verdriet dat blijft. Niet meer elke dag, maar in deze tijd wel.”

Nienke: ‘Zei ze: maar mama,
als mijn zusje doodgaat,
dan ga ik heel, heel,
heel hard huilen…’

,,Onze jongste was destijds nog geen twee. Die voelt het minder, maar zij gaat nu pas vragen wat er allemaal is gebeurd destijds. ‘Gingen ze eigenlijk op vakantie, mama?’, vraagt ze dan tussen het spelen door.”
Als ouders sta je er elke dag mee op en ga je er mee naar bed. Ria: ,,Geen dag niet. Ze is er elke dag. Neel gaat ook mee op vakantie. We waren onlangs in Portugal en zodra ik wakker werd, was het ‘goeiemorgen ma’. Het maakt niet uit waar je bent.”
Gré: ,,Dennis is een binnenvetter. Daar maak ik me wel eens druk om. Ik maak me ook zorgen om het ouder worden. Of om ons kleinkind. Angst dat er wéér wat gebeurd. Er zijn dingen waar ik de eerste jaren niet bij stil stond. Nu merk ik dat ik echt op eigen benen moet staan.”
Jan: ,,Het beroerde is dat de hele kwestie naar het politieke vlak is getrokken. Het is nu op het hele wereldtoneel een item. Dat is voor ons ook erg moeilijk.”
Ria: ,,Het eerste jaar waren we druk met van alles, in het tweede jaar bekeken we onder meer het vliegtuig van binnen, werd het onderzoek afgerond. Net als je dacht: nu is het afgelopen, kwam er weer iets. Nog steeds krijgen we twee keer per maand een bericht over iets. Dat zorgt voor onrust, tenminste, zo ervaar ik dat.”
Jan: ,,Het is tweeledig. Je hoopt dat het nooit meer vergeten wordt. Dan worden Cor en Neeltje immers ook niet vergeten. Aan de andere kant is het moeilijk omdat je er nooit meer van los komt Het beïnvloedt je rouwproces, je hebt de regie daarover niet meer in eigen handen. Het wordt steeds onderbroken, soms wordt het versneld. Dan komt die politiek er ook nog bij kijken.”
,,Het is soms niet meer te vangen. Als ze klaar weten wie het heeft gedaan, maar de dader kan niet worden opgepakt… Dat is wel wat de mens wil. Rechtspraak. Je voelt je nu ook nog eens onmachtig. Wat moet ik hier mee aan?”
Gré: ,,Ik sta nu wel eens stil bij hoe de mensen van de Nieuwjaarsbrand dat beleefd moeten hebben. Hoe moet ik zo de controle over lichaam en geest krijgen? Ik denk nu steeds: als ik vanavond ga slapen, moet ik eigenlijk wakker worden en dan 85 zijn. Zodat ik een stuk heb overgeslagen. Je bent bang dat je dood gaat van verdriet.”
Nienke: ,,Dat snap ik. Dit doet zóveel pijn. En daar kun je ook niet voor weglopen. Bij jou is het daarna onbewust op slot gegaan, Gré. Dat was onbewust, uit zelfbescherming. Het kan soms zo overheersend zijn, grijpt je bij de keel, je denkt dat je stikt. Dat verstikkende gevoel bleef zo lang bij me dat ik niet meer wist hoe het daarvóór was. Het heeft tijd nodig, dat het weer normaal voelt bij je keel. Het sloopt je, maar je móet er doorheen.”

Jan: ‘Ze denken dat
het een vergissing was;
dan is het een vergismoord;
maar we willen met de
nabestaanden dat die
mensen worden veroordeeld’

Ria: ,,Maar telkens zijn er stoorzenders, ook in dat proces naar de waarheidsbevinding.”
Jan: ,,Er zijn mensen die zich er mee bemoeien, waarbij je denkt: wat hebben zij er mee te maken? Als een man op tv gaat roepen dat het over tien jaar niet meer dan een incident zal zijn, dan… Dat is een dimensie die het bemoeilijkt om er mee te leren leven. Het is een snee in je lijf die nooit zal helen.”
,,Wij houden alles bij. Ik ben sowieso een weetal van mezelf, maar ik vind het belangrijk om alles te weten voor mijn eigen meningsvorming.”
Nienke: ,,Maar hieromtrent gebeuren dingen in de wereldpolitiek, daar heb je geen grip op. Dus eigenlijk zijn wij buitenstaanders, net als de rest. Vanwege dat politieke gekonkel, gelobby en het draait om geld. Daarom heb ik besloten wat afstand te nemen. Ik lees wat nodig is, maar wil er niet te diep op ingaan, omdat het leidt tot nóg meer frustratie, boosheid en verdriet.”
Jan: ,,En die boosheid en wrok is slecht voor het verwerkingsproces. Dat weet ik. Ik ben in staat om me boos te maken en het daarna te relativeren. Ik wil al het nieuws niet aan me voorbij laten gaan. Zie dat belangrijke mensen elkaar de hand moeten schudden, al dan niet ongemakkelijk.”
Ria: ,,Die waarheidsbevinding is voor sommige ook een deel van de verwerking. Je wilt weten wat er is gebeurd. Maar degene die het hebben veroorzaakt, gooien zand in de raderen.”
Jan: ,,Het is klip en klaar hoe het allemaal is gebeurd, gaf het onderzoeksteam laatst aan. Ze denken dat het een vergissing was. Dan is het een vergismoord. Ze zijn vermoord. Zoals we altijd hebben gedacht. Maar we willen met de nabestaanden dat die mensen worden veroordeeld.”
Ria: ,,Het zou waarschijnlijk wat draaglijker zijn geweest als ze meteen hadden gezegd dat het een vergissing was. Dat was ook meteen te horen in de gesprekken die naar buiten kwamen.”
Jan: ,,Zoiets kan gebeuren in een oorlogssituatie. Het zou goed voor ons rouwproces zijn als ze het zouden erkennen.”
Ria: ,,Als ze meteen hadden meegewerkt, de namen hadden vrijgegeven en er onderzoek hadden latenen plegen, en dat je er naar toe kon… We kunnen er niet eens naar toe…”, verheft ze haar stem. ,,Nabestaanden willen er heen, dat is ook onze wens. Maar ze zijn er nog aan het vechten. We weten waar ze lagen en daar wil je heen. Maar steeds dat liegen en alles tegenhouden. Dat doet zeer. Dat maakt me vaak boos, maar daar heb ik mezelf mee.”

Ria: ‘Ik word nu nóg wel
eens wakker en dan word
ik zo boos omdat
die trein daar maar
bleef staan met al
die lijken er in,
in die hitte;
nou moet ik toch zelf
heen om mijn Neel
hier te krijgen…’

,,Ik word nu nóg wel eens wakker en dan word ik zo boos omdat die trein daar maar bleef staan met al die lijken er in, in die hitte. Nou moet ik toch zelf heen om mijn Neel hier te krijgen… Dat komt af en toe gewoon weer terug, die woede. En dan hadden wij nog mazzel, dat ze redelijk snel werden gevonden en de lichamen heel waren. Maar hoe het toen is gegaan, dat zit nog steeds hoog…”
Nienke: ,,Wij schoten destijds in een overlevingsstand. We zaten wel op dat vliegveld, toen ze thuiskwamen. En zaten daarna voor tv, te kijken naar die uitzending met die stoet met al die rouwauto’s. Nu ga je beseffen: wat hebben we nou eigenlijk doorgemaakt allemaal? Wat is er toch allemaal gebeurd? Dan zie je weer beelden, pak je krantenknipsels en dan komt het in stukjes terug. Mét daarbij de beleving en de emotie die daar bij hoort.”
Ria: ,,Het verdriet lijkt soms erger te worden. Dat iemand aan me vraagt hoe het gaat? En daar ben je niet altijd op voorbereid en dan zitten de tranen meteen in m’n ogen. Ik kan me ook nog steeds niet lang concentreren. Soms gaan m’n gedachten alle kanten op en dan pak ik eein puzzelboekje, om een beetje structuur in de gedachten te krijgen.”
,,Ik sta ook heel anders in het leven. Voor dat het gebeurde, was ik altijd van alles aan het regelen. Nu denk ik: waarvoor? De familierechercheurs zeiden destijds: het komt gedoseerd, want je hoofd kan niet alles tegelijk aan. Je lijf regelt dat dus zelf, brokje voor brokje.”
Nienke: ,,Van andere mensen hoor ik ook wel eens dat het gemis steeds groter wordt. Terwijl ze zo lang dood zijn. Als ze net overleden zijn, hoor je hun stem nog. voelen de herinneringen ook nog vers en dichtbij. Als de tijd verstrijkt, ben je bang om dat te verliezen, je hoort hun stem niet meer zo goed, de herinneringen vervagen. Terwijl je je daar juist aan vast probeert te houden. Daardoor wordt het gemis en verlangen groter.”

Ria: ‘Thuis staat
een kast met spullen
van Neel, dan doe ik
af en toe die deurtjes
open en dan doe ik
ze maar weer dicht;
het gaat nog niet’

,,In het begin wilde ik Neel even bellen, langs gaan bij haar, zag ik haar overal fietsen. Langzaam komt het besef dat ze er niet meer is, dat ze nooit meer ergens fietst. Wat overblijft is het gemis.”
Ria: ,,Bij mij thuis staat een kast vol met spullen van Neel en dan doe ik af en toe die deurtjes open en dan doe ik ze maar weer dicht. Het gaat nog niet…”
Jan: ,,Het huis van Cor & Neel is aangekocht door kennissen van ons en daar waren we erg blij mee. We wilden natuurlijk een keer langs gaan, hadden een usb-stick met foto’s van de bouw van het huis mee. Hij vroeg of we het huis van binnen wilden zien. Maar dat lukte toen ons niet. Ria kan er niet eens langslopen.”
Nienke: ,,Ik had truitjes van Neel. In het begin wilde ik alles houden. Want het vormt herinnering. Sinds kort worden het gewoon truien. Neel heeft ze gedragen, ik heb ze gedragen, maar er zitten gaten in of ze worden oud, dus ik zeg: nu ben je een trui en nou ga je weg, naar een ander land waar men er nog iets aan heeft. Ik kan er nu afstand van nemen en dat betekent dat ik stappen zet.
,,Ik bezocht in de afgelopen jaren de pretparken, waar ik met Neel altijd de attracties in ging, als zusjes. Ik doe het voor de kinderen en doe alsof mama het leuk heeft. Dan zie ik onze jongste, zij heeft de bewegingen van Neel. Dan zit je daar en dan zie ik ons twee weer gaan. Dat is bijzonder maar doet ook zeer. Dan herbeleef je alles weer. Maar ik ben er wel doorheen gegaan.”
Ria: ,,Ze hebben het goed gedaan, Cor en Neel. Hebben iets van hun leven gemaakt. Neel heeft bereikt wat ze wilde bereiken. Dat geeft een bepaalde troost. Het is ook wat je jezelf oplegt. Om naar de positieve dingen te kijken.”
Jan: ,,De eerste keer na de gebeurtenis namen onze wandelvrienden ons mee naar Limburg. Ik wilde eigenlijk niet. Ze gaven aan dat ze het verdriet met ons wilden delen. Soms lukte het ook nog om te lachen. Dan voelde ik: dit is toch wel goed. Want ik heb me in het begin wel afgevraagd: kan ik nog lachen, mág ik nog lachen?”
Nienke: ,,Lachen moet. Anders kun je niet verder met leven.”

Jan: ‘Het plezier waar
een ander zijn of
haar best voor doet,
om dat jou te geven,
dat werkt wel helend’

Jan: ,,Het plezier waar een ander zijn of haar best voor doet, om dat jou te geven, dat werkt wel helend. We konden weer wat hebben. Dan krijg je geestelijk weer een impuls: we moeten er gewoon weer voor gaan. Want er zijn toch nog leuke momenten in het leven. Ondanks dat ene grote.”
Nienke: ,,Ik denk dat het de enige manier is om er doorheen te komen. Voor mij in ieder geval. Je kunt de deur dicht doen, maar dan komt er niks meer.”
,,Tuurlijk had ik angsten. Toen we voor het eerst gingen vliegen. Voor de kinderen zette ik mijn lach op, maar van binnen huilde ik. Zoals ik ook bang was, dat onze meiden iets zou gebeuren. Ik wilde niet dat ze fietsend alleen de buurt in gingen. Vlekken in m’n nek, had ik. Mijn man Dennis dwong me en nam het van me over. Het móest, dat loslaten.”
Jan: ,,En toen jullie op vakantie gingen met het vliegtuig, was er bij ons weer dat gevoel. Als er nou nóg wat zou gebeuren, dan zouden we alles kwijt zijn…”
Nienke: ,,In het rouwen zit een acceptatieproces. Het wordt niet meer beter, maar je moet proberen je leven weer leefbaar te maken.
Ria: ,,In de praktijk is het weerbarstig. Het komt opzetten als je er niet op bedacht bent. Het is gewoon moeilijk. En ik denk dat het nog een tijdje zo blijft…”
Nienke: ,,Jullie hebben ook haast, lijkt het soms. Gunnen jezelf niet de tijd.”
Jan: ,,Je wordt ouder en die haast is tevens ontstaan door deze situatie. Dat je denkt: morgen kan ik er niet meer zijn. Je hebt nog een bucketlist, maar dat is ook meer overlevingsstrategie. Het wil niet zeggen dat je alles qua wensen nog wilt of kunt doen. We zijn tevens op een leeftijd, dat je eigenlijk terug gaat blikken. Je toekomst is eindig en daar wil je niet aan denken, dus ben je regelmatig aan het achterom kijken. En af en toe vooruit: proberen te kijken naar wat we nog van de toekomst kunnen maken.”

‘Als ons kind iets zou overkomen…’
,,Het is een beetje dubbel”, zegt Cor’s broer Dennis. ,,Het is de vijfde keer dat we deze periode moeten doormaken, op een of andere manier wendt het. Maar m’n moeder heeft het moeilijk. Dat heeft nu de aandacht van mij en Jennifer.”
,,Ik ben er in de beginfase veel mee bezig geweest en was een tijdje uit m’n werk. Daarna heb ik de draad opgepakt. Het zit er en je denkt er vaak aan, dat is ook nodig. Maar ik heb mezelf erbij neergelegd. Misschien ben ik wel erg nuchter. Dat zit in ons karakter.”
,,Dan kijk ik naar m’n dochter, als zij dan lacht, dan kun je weer. Ik weet wel: als ons eigen kind iets zou overkomen, dan breek ik doormidden. Dat zou ik nu niet kunnen dragen. Als ons iets zou gebeuren zoals laatst met het kind van Dave Duin en Annelies Klouwer, dan kunnen ze mij aanvegen.”
,,Zo moet het dus voelen voor mijn moeder…”

 

|Doorsturen

Uw reactie