Algemeen

Luchtfietser Dick Plat klom uit de diepste krochten van de muziekwereld naar de absolute top

Voor altijd verbonden met ‘Mooi Volendam’

,,’Er komt een accordeonclub in Volendam, dat is wel wat voor jou’, zei mijn vader toen ik negen jaar jong was.” Vóór die tijd had Dick Plat (70) er nooit echt bij stilgestaan dat er muzikaliteit door zijn bloed stroomde. Zijn vader had waarschijnlijk eerder in de gaten dat Dick aanleg voor muziekinstrumenten had, dan hijzelf. En dat nota bene in de jaren 50, onwaarschijnlijk in die tijd. De stimulans om zijn jonge zoon op accordeonles te zetten, resulteerde in een buitengewone carrière, met als absolute hoogtepunten het afstuderen aan het conservatorium op klassieke piano, het schrijven van Volendams grootste evergreen ‘Mooi Volendam’ en als onderdeel van een fabelachtig orkest op de vleugel spelen tijdens de Symphonic Night-optredens met BZN. En nog altijd – inmiddels onafgebroken 55 jaar achter elkaar – repeteert Dick vele uren per dag, zeven dagen per week op zijn imposante, zwarte, vleugel onderaan de dijk.
Door Kevin Mooijer


,,Mijn vader zei altijd dat ik een soort luchtfietser was. Voor mij golden eigenlijk andere regels”, lacht de Volendammer. ,,Hoewel ik ervan overtuigd ben dat ik hoe dan ook in de muziek zou eindigen, ben ik mijn vader natuurlijk erkentelijk dat hij me op jonge leeftijd de mogelijkheid gaf een instrument te leren spelen.” Na het voltooien van de drie maanden durende accordeoncursus moest Dick zijn leeninstrument weer inleveren. ,,Ik had het wel naar mijn zin gehad, dus besloten we op zoek te gaan naar een volgende leraar. Die vonden we in Edam, waar ik ontdekte dat ik wel aanleg had om muziek te maken. Mijn vader kocht een beginnersaccordeon voor me en ik oefende me – met al mijn vrijheid – het schompes. Het ging zo snel, dat ik al vrij snel behoefte had aan meer diepgang in de lessen. Ik wilde weten hoe het met de theorie zat achter de liedjes die ik speelde en daarvoor had ik weer een volgende docent nodig.”
In zijn vrije tijd zat Dick als tienjarig knaapje thuis, voor de deur in de Kerkstraat, op zijn veel te grote accordeon te spelen. ,,Ik merkte dat voorbijgangers het leuk vonden als ik daar zat te oefenen. Het resulteerde zelfs in optredens. Onze buren hadden één singletje: ‘Johnny Hoes – Och Was ik Maar...’ Als ze dan een avondje hadden, wisselden de LP van Johnny Hoes en ik op mijn accordeon elkaar af. Eerst stond ik een uurtje tussen de schuifdeuren in de woonkamer te spelen en daarna ging het dak er weer een uurtje af met Johnny Hoes.”

‘Er werd me de
positie van tweede
accordeon aangeboden,
maar ik deed het
niet voor minder
dan eerste accordeon’

Op dertienjarige leeftijd had Dick zichzelf op enigszins brutale wijze binnengepraat bij de accordeonclub van Monnickendam. ,,Deze club trad ook op en dat zag ik natuurlijk wel zitten. Alleen werd me de positie van tweede accordeon aangeboden, maar ik deed het niet voor minder dan eerste accordeon. ‘Dat ga ik niet doen', zei ik. ‘Ik ben eerste accordeon, of ik doe het niet.’ Op dat moment had ik het niveau van eerste accordeonist nog niet, maar ik maakte dat ik het ten tijde van het eerste optreden wel had. Zo werd ik eerste accordeonist en stond ik bij de optredens vooraan.”
In dezelfde periode begon de muziek van de Engelse rockbandjes Nederland te bereiken. ,,Ik raakte geïntrigeerd door de gitaarmuziek van the Beatles en the Stones. Ik vond het zó goed dat ik wekelijks al mijn zakgeld bij Foe in de jukebox gooide. Uiteraard liep ik met de gedachte om zelf ook in een bandje te gaan, maar het waren allemaal gitaarnummers. Er zat geen accordeon in die rauwe rockplaten van the Stones. Wel hoorde ik af en toe piano en een soort orgel voorbij komen in de Britse muziek. Het toeval wilde dat een medelid van de accordeonclub op een Hammondorgel speelde. Tijdens de pauze van een optreden vroeg ik of ik het eens mocht proberen. Ik had gelijk door dat het een stuk makkelijker was dan accordeon spelen. In plaats van kleine knopjes speelde ik nu met beide handen op toetsen.”
,,Er kwamen meer en meer platen met orgels en pianopartijen in de hitlijsten. Neem bijvoorbeeld de muziek van the Doors en the Animals. Allebei die bands beschikten over een meesterlijke toetsenist. Waarschijnlijk werd ik als gevolg van de toenemende populariteit van toetsenisten in de rock ’n roll-scene door the Skyriders gevraagd toen ik zestien was.”
Ondanks dat Dick op dat moment maar twee liedjes op het orgel speelde, kwam hij de auditie met vlag en wimpel door. ,,Ik werd in die beginperiode nog geholpen met akkoorden door mijn bandgenoten. Omdat zij het op de gitaar speelden, besloot ik ook een gitaartje aan te schaffen om mee te kunnen kijken wat zij precies deden. Thuis zette ik dat dan weer om in pianoakkoorden.” Dick raakte verslaafd aan gitaarspelen. ,,Ik nam hem zelfs mee naar mijn werk als timmerman. In de pauze zat ik dan te oefenen. En als ik thuiskwam, ging ik verder met oefenen. Naast de radio zitten en iedere noot die je hoort proberen na te spelen. Zo trainde je je gehoor in die tijd.”

Ruige muziek
Na een jaar in the Skyriders te hebben gespeeld vond Dick de tijd rijp om zijn mening over het repertoire te geven. ,,We zaten met een generatiekloof: zij waren 22 en ik was zestien. Ik liep vaak langs het cultureel centrum, waar ik Left Side dan hoorde repeteren. Harmen Veerman (poes) & co speelden nummers die ik ook wilde spelen. Lekkere ruige muziek uit die tijd. Bij the Skyriders gaf ik dan weer aan dat wij dat ook zouden moeten gaan spelen als we met onze tijd mee wilden gaan, maar die muziek vonden ze niks. Zo ging het een aantal keer, tot ik besloot een ander pad te kiezen. Ik was natuurlijk nog maar zestien en the Skyriders waren een redelijk serieuze band met een professionele manager erbij, dus dat ik aankondigde te stoppen, viel koud op hun dak. Ik weet nog dat de manager me als jonge knaap apart nam: ‘Dick, je kloten, je kan niet zomaar stoppen met the Skyriders.’ Maar ik deed het wel”, lacht hij.
In de Kattekop stond destijds een oude, loodzware piano. ,,Toen ik eindelijk genoeg zelfvertrouwen had getankt om er eens achter te gaan zitten, was ik gelijk verkocht. Ik wilde er nooit meer achter vandaan. Er zat maar één ding op: vragen of hij te koop was. ‘Dat moeten we even overleggen’, gaf de uitbater aan. Hij liep naar achteren om zich te beraden bij zijn collega en binnen een seconden stond hij weer voor mijn neus: ‘voor 75 gulden mag je hem meenemen.’ Ik heb de piano, met de hulp van een paar vrienden, gelijk meegenomen en hem achter in de schuur bij m’n ouders thuis gezet. Zonder dat ze het wisten stond er opeens een gigantische piano tussen de fietsen.”
Niet veel later stond Bep ‘Dekker’ voor de deur van het ouderlijk huis van Dick. ,,Bep was de manager van Left Side en kwam vragen of ik interesse had om bij ze in de band te spelen. Dat was voor mij natuurlijk een verademing. Ik had een nieuwe muzikale uitdaging. Een setlist vol met verschrikkelijke goede toetsenpartijen. Deep Purple, the Doors, noem maar op. Die muziek is het walhalla voor toetsenisten. Ik moest alleen wel nog even een Hammondorgel regelen”, lacht Dick. ,,Dat ding is vergelijkbaar met een eikenhouten dressoir dat je overal mee naartoe moet tillen. Maar goed, er zit een fantastische sound in.”

‘Zonder dat mijn
ouders het wisten
stond er opeens
een gigantische
piano tussen
de fietsen’

Op zijn 21e besloot Dick een gooi te doen naar het conservatorium. ,,Ik ben auditie gaan doen op het conservatorium in Zwolle omdat mijn favoriete pianoleraar – Ton Demmers – daar doceerde. Ik werd aangenomen en vanwege mijn drukke bestaan met Left Side en tegelijkertijd het volgen van de zogeheten ‘AvondMavo’, kreeg ik een speciaal aangemeten lespakket. Alle lessen binnen twee of drie dagen, zodat ik daarna niet verder tussen Volendam en Zwolle hoefde te pendelen.”
Een voorwaarde voor zijn inschrijving op het conservatorium was dat Dick zijn basiskennis opschroefde op de AvondMavo. ,,Ik kwam van de LTS af en dat was natuurlijk niet voldoende voor toelating, dus heb ik drie jaar lang, drie avonden per week van 19.00 tot 22.00 uur, zes vakken geleerd. De klas begon met 93 man, maar er slaagden er slechts 27. Je had veel discipline nodig om op die leeftijd zoveel avonduurtjes vrijwillig op school door te brengen. En schijnbaar beschikte Volendammer muzikanten over die discipline want mijn klasgenoten Jaap de Witte, Martin Poesie, Cees Tol en Jan Keizer behoorden ook tot de kleine kring met leerlingen.” Hoewel Dick slaagde voor de AvondMavo, was dit niet het geval voor zijn opleiding aan het conservatorium. ,,Mijn geld was op en we kregen het rustiger met Left Side, dus besloot ik na twee jaar de handdoek in de ring te gooien.”
Met de populariteit van Left Side in het bandjescircuit had Dick de status van beroepsmuzikant al een tijdje op zijn CV staan. ,,Die status begon risico te lopen toen we het minder druk kregen. Ik hoorde van Jan Tuf dat onze producer Peter Koelewijn eigenlijk alleen in onze zanger Harmen geïnteresseerd was. Dat was voor mij een teken aan de wand. Ik was namelijk niet van plan om terug te gaan naar een leven als timmerman. Ik wilde koste wat kost musiceren.” De situatie gaf de toetsenist stof tot nadenken. ,,Ik besloot een band te beginnen a la Kleintjes Pils. Een trio waarmee je vrijwel overal kunt spelen. Van bruiloften tot kermissen en van cafés tot feestzalen. Samen met Klaas Tuip ‘Kap’ en Theo van Scherpenseel begon ik Canyon.”
,,Het kan – zoals met zoveel dingen – wel eens meezitten en het kan wel eens tegenzitten in de muziek”, filosofeert Dick. ,,Op het moment dat wij met Canyon door Noord-Holland reden om optredens proberen te regelen, hoorden we in de auto ‘Mon Amour’ van de BZN. Ik dacht: ‘Left Side gaat ter ziele en de BZN gaat ten hemel. Zij breken door terwijl wij – ook als muzikanten – aan een optreden proberen te komen. Ik was overigens absoluut niet jaloers. Je moet je eigen succes maken, vind ik.” Canyon heeft anderhalf jaar met Theo van Scherpenseel als frontman gespeeld, tot het moment waarop hij de band niet meer kon combineren met zijn baan als leraar. ,,We gingen dus op zoek naar een nieuwe zanger.”

Extreem allround
,,We kwamen tot de ontdekking dat een hoop zangers geen beroepsmuzikant wilden worden. Eén van de zangers die we destijds benaderd hadden, was Piet Keizer uit the Cats. Ons verkooppraatje was dat je overdag repeteerde, in het weekend optrad en alles ertussenin vrij was. Het grote voordeel was in onze ogen dus dat je professioneel muzikant werd. Datzelfde verhaaltje legden we voor bij Jaap Veerman ‘Corn’ en ook hij had eerst zijn bedenkingen, maar tegelijkertijd had Jaap weinig te verliezen bij zijn baan. Wij wisten namelijk dat hij niet zo gecharmeerd was van zijn baan als loodgieter.” In 1978 sloot de nieuwe frontman zich aan bij Dick Plat en Klaas Kap.
,,We waren extreem allround. Je moet zo’n beetje alles kunnen spelen als je op een bruiloft staat. Nederlandse krakers, Engelse rock, Amerikaanse soul, Franse chansons en alles daartussenin. Eigenlijk speelden we alles, behalve Koos Alberts. Dat was een voorwaarde van ons als zichzelf respecterende muzikanten.”
Aangezien Dick van nature een schrijver van muziek is, plukte ook Canyon hier de vruchten van. ,,Tot die tijd had ik altijd Engelstalig geschreven, maar dat veranderde toen ik Jaap liedjes van Boudewijn de Groot hoorde zingen. Ik schreef ‘Hé, Kleine Vlinder’ en ‘Altijd Zon’ en we zijn beide nummers gaan opnemen. Via Jan Tuf kwamen we in aanraking met producer Harry Knipschild, die onze liedjes wel uit wilde brengen.” Ondanks dat Canyon meerdere keren op de nationale televisie te zien was, flopten beide singles.
,,Iedere week schreef ik een paar liedjes, in de hoop dat onze doorbraak ertussen zou zitten. Als ik weer een mooie verzameling had, brachten we Harry Knipschild weer een bezoekje. ‘Leuk, maar schrijf eens een liedje over Volendam.’ Wij zeiden: ‘Harry, wij zijn oude rockers. We gaan niet over Volendam zingen. Dat vinden we lullig. Dat snap je toch wel?’ Hij begreep ons punt, maar drukte ons op het hart er toch eens over na te denken. Dat proces herhaalde zich een keer of vier. Iedere keer vond hij mijn liedjes leuk, maar hij bleef hameren op een liedje over ons thuisdorp. Ik raakte zo geïrriteerd van de situatie dat ik mijn trots opzij zette en het besloot te doen.” Dick lacht: ,,Binnen een half uur schreef ik de tekst en muziek van ‘Mooi Volendam’. Waarschijnlijk uit frustratie. Ik speelde het liedje voor bij Klaas en Jaap en zij hadden verschillende reacties. Klaas vond het geweldig en Jaap had zijn twijfels. Toch besloten we een demo van het nummer op te nemen om dit aan Harry te laten horen.”

‘Ik raakte zo
geïrriteerd van
de situatie, dat ik
mijn trots opzij
zette en binnen
een half uur schreef
ik de tekst en
muziek van
‘Mooi Volendam’’

,,Normaal gesproken maakten we altijd vrij uitgebreide demo’s met een voltallige band, maar wegens tijdgebrek namen we dit op met één gitaar en Jaaps zang. We hebben de opname gelijk doorgestuurd naar de platenmaatschappij. Een dag later werden we dolenthousiast opgebeld. De boodschap was dat geld geen rol speelde, zolang we dit maar zo snel mogelijk opnamen. We doken de studio in bij Arnold Mühren, waar we twee versies van het liedje maakten. Een uptempo, stevige versie en een rustige variant met akoestische instrumenten. Onze sterke voorkeur ging uit naar de stevige versie, dus we besloten ons daar vooral op te richten. Arnold had er een prachtige mix van gemaakt, welke we vol trots opstuurden naar Harry Knipschild.” Even later ging de telefoon. ,,’Dit is he-le-maal niks. Dit gaan we niet uitbrengen! We moeten een volkse versie hebben, zoals jullie op dat demootje speelden’, zei Harry. Ik wist niet wat me overkwam. Arnold was beledigd dat Harry zo over zijn mooie mix praatte en Harry was boos dat we het liedje in zijn ogen verpest hadden.”
Dick haalde Arnold over om de volkse versie van ‘Mooi Volendam’ te mixen. ,,Arnold werkte de hele nacht door om er iets van te maken. En ik moet hem nageven: het resultaat was geweldig. Het was zó goed dat Harry hem nog dezelfde dag – een week voor de Volendammer kermis – uitbracht.” De opnames van de uiteindelijke versie van het liedje staan nog kristalhelder in Dicks geheugen gegrift. ,,We waren in eerste instantie niet helemaal tevreden over het gitaarwerk. Er moest meer gevoel in. En wie kan ergens meer gevoel inleggen dan Piet Veerman?” Arnold belde zijn oud bandlid of hij tijd en zin had om een solootje in te spelen. ,,Het resultaat is bekend. Piet bracht de emotie in het gitaarspel.”
Piets iconische gitaarriffs zweven in het intro perfect boven de begeleidende accordeon en mandolines. Het lied – waarvan de tekst veertig jaar na dato nog altijd uiterst relevant is – kon niet veel Volendamser gemaakt worden dan het is. De kenmerkende woorden, de emotie in Jaaps stem, de verfijnde arrangementen in het tweede deel van de coupletten en het koor dat naast Canyon bestond uit niemand minder dan Jaap de Witte, Harmen, Cees en Martin Poesie en Maribelle. ,,Het liedje ademt Volendam. Het viel dan ook goed in de smaak bij de meeste dorpsgenoten.”
Op zijn 28e kwam Dick in gesprek met medetoetsenist Hans Keizer, die destijds aan het conservatorium in Alkmaar studeerde. ,,Hans wilde een synthesizer van me lenen voor zijn leraar. Hij vroeg of ik even mee wilde om die man te ontmoeten. Ik besloot mee te gaan en de docent hoorde me uit over mijn onvoltooide conservatoriumopleiding. Hij bood me aan om een toelatingsexamen te doen voor het conservatorium in Alkmaar. Ik moest alleen weer even op niveau komen bij mijn oude leraar.” Dick werd toegelaten en zou alles op alles zetten om zijn jongensdroom dit keer wel succesvol in te vullen.
,,Het eerste probleem waar ik tegenaan liep, was dat we op het conservatorium les kregen op een vleugel. Ik had thuis een oude piano staan en dat tipte natuurlijk bij lange na niet aan wat ik op school gewend was. Voorzichtig bracht ik het nieuws bij mijn vrouw. Ik had een vleugel op het oog, maar die kostte 12.500 gulden. Even ter vergelijking: een huis kostte in die tijd gemiddeld 30.000 gulden. Ik besloot een lening te nemen, kocht de vleugel en vanaf dat moment liep het als een trein met mijn studie.” Op zijn 32e studeerde Dick af op piano aan het conservatorium in Alkmaar.

Conservatorium
,,Canyon liep al die tijd gestaag door. We maakten nog wat liedjes – waaronder ‘Als ik Maar bij Jou Ben’, dat tevens de meest gedraaide single van die zomer werd – en we traden meerdere keren per week op, maakten wat personele wisselingen door en hadden het wel prima naar de zin.” Alles leek goed te gaan, tot het moment waarop Dick gevraagd werd door de BZN. ,,Ik maakte de afweging voor mezelf. Tom Koning zou zeggen: met een band als Canyon of Kleintjes Pils sta je regelmatig in de diepste krochten van de showbusiness je werk te doen, maar met BZN kom je in een wat luxer segment.”
In 1988 sloot Dick zich aan bij de Band Zonder Naam. ,,Ik keek gelijk m’n ogen uit. Het was een compleet andere wereld dan ik gewend was. Ik werd gereden, hoefde niet meer mijn eigen spullen op te bouwen, niet meer wachten tot het volk eruit is om je troep weer op te ruimen. Bij optredens word je – alsof je een gladiator bent – onder luid gejuich ontvangen, en dat terwijl je nog geen noot hebt gespeeld. We speelden alleen nog in grote hallen en theaters, we kwamen in het buitenland, het eerste album waar ik aan meegewerkt had, werd gelijk 100.000 keer verkocht. Ik kon niet beseffen waar ik in terecht was gekomen. Die wereld was complete weelde voor mij.”
Dick heeft ontzettend veel opgetreden en opgenomen met BZN, maar toch was er een handvol optredens die torenhoog boven alle andere mijlpalen uitsteekt. ,,De Symphonic Night-optredens waren waarschijnlijk het hoogtepunt van mijn carrière. Voor de tweede editie hadden we het Volendams Operakoor erbij gevraagd. Zij hadden een dag van tevoren het verzoek om ‘het Slavenkoor’ in Cis te spelen. Dat moest de pianist dan even begeleiden. Ik heb de hele nacht zitten repeteren om de volgende dag beslagen ten ijs te komen in Ahoy. Op het moment suprême verlaten Dicks bandgenoten het podium om het koor, het orkest en de pianist de volledige aandacht te geven. ,,Ik zat achter de vleugel en nam de situatie even in me op. Als ik naar rechts keek zat een gigantisch orkest me aan te staren en links van me zag ik duizenden mensen in de zaal afwachtend naar me kijken. Ik besloot het liedje maar gewoon in te zetten en er het beste van te maken. Na afloop van het lied kwam de eerste violist naar me toe om me een compliment te geven. Dat was het mooiste complimentje dat ik ooit heb gehad. De belangrijkste man van het orkest nam de moeite om mij een pluim te geven.”

‘Het mooiste compliment:
de belangrijkste man
van het orkest nam in
een vol Ahoy de moeite
om mij een pluim te geven’

Ondanks dat Dick zijn mooiste compliment ontving in dienst van BZN, was dat niet de prestatie waar hij het meest trots op is. ,,Achteraf gezien ben ik waarschijnlijk het meest trots op ‘Mooi Volendam’. In eerste instantie wilde ik absoluut geen liedje maken over Volendam – ik werd indirect gedwongen – maar terugkijkend ben ik blij dat ik het wel gedaan heb.” Op latere leeftijd wist men Dick zelfs te overtuigen om een tweede liedje over zijn thuisdorp te maken. Samen met Jan Dulles nam hij ‘het Noordeinde’ op.
Het nostalgische nummer, dat vertelt over de sfeer in misschien wel de bekendste straat van de gemeente, is net als ‘Mooi Volendam’ kenmerkend voor Dicks schrijfstijl. ,,Ik had in de zin van het straatplaat-concept geluk dat Jan Dulles in dezelfde straat woonde. Ik heb met veel goeie zangers samengewerkt, maar Jan was zonder twijfel de beste.” Zijn passie voor muziek heeft Dick de afgelopen jaren veel mooie projecten en muzikale vrienden gebracht. ,,Leuke dingen waar ik aan heb gewerkt zijn de musicals voor Volendammer basisscholen met Marian Molenaar, Linda Bond en Albert Hoekstra, ik heb in the Swingfellas gezeten en heb in the Evening With Band gespeeld, ik heb projecten gedaan met Simon Stein, Carola Smit, Jack Stroek, heb meegewerkt aan L.O.V.E. Akoestiek en ik ben vaak in de studio bij Jan Koning te vinden.”
Zoals het hem betaamt, repeteert luchtfietser Dick Plat nog altijd meerdere uren per dag op zijn prachtige vleugel. ,,Sinds mijn vijftiende repeteer ik zeven dagen per week op mijn piano, gitaar en saxofoon. Een uur gitaar, een uur sax en verder piano-oefeningen tot ik erbij neerval. Je hebt 24 uur in een dag. Je slaapt er acht, je repeteert er acht en dan heb je er nog acht over. Ik heb het geluk dat ik het nog iedere dag ontzettend leuk vind. Er is niets dat ik liever doe dan achter die piano gaan zitten en lekker spelen.”
De pianovirtuoos bewees zijn vaders ongelijk door beroepsmuzikant te worden. ,,Vader was er erg op tegen dat ik wilde stoppen met timmeren om fulltime muzikant te worden. ‘Muzikanten hebben allemaal een peertje aan het plafond in plaats van een lamp’, zei hij dan. Later, nadat ik in Left Side, Canyon en BZN had gespeeld en ‘Mooi Volendam’ had geschreven, was hij gelukkig toch trots op me”, besluit de componist op het Noordeinde, die, ondanks het voorbijgaan van veertig jaren, nog altijd leeft naar de woorden uit zijn mooiste lied:

‘’Maar elke avond loop ik langs de dijk,
Waar de wind speelt met mijn haar.
Ik voel me rijk als ik naar het water staar.
Mooi Volendam…”

|Doorsturen

Albert Sier

2021-04-01 13:03:37

Leuke biografie

Uw reactie



Nieuw-Volendam in beeld


Laatste nieuws

Ondernemend nieuws

Laatste vacatures

Meest gelezen

Laatste reacties