Algemeen

De Evoband: waar het allemaal begon voor de Volendamse muziek

,Vroeger dahn je dahnse op de Evoband…’

,,35 cent betaalden we voor een kaartje”, herinnert Klaas ‘Dekker’ Veerman (80) zich. ,,35 centen bij de Jozef aan de deur betalen en dan kreeg je een kaartje voor De Evoband in je handen gedrukt van die grote Schieterhout. De zaal was vol gezet met lage tafels en stoelen en voor het podium werd ruimte vrijgehouden voor een flinke dansvloer. Alles stond paraat voor een gezellig avondje pilzen, dansen en verkering zoeken.” Met twee pretoogjes waarschuwt Klaas: ,,Ja, ik kan hier een maand over praten hoor. Zonder te stoppen.” Samen met zijn broer Jack (67) haalt de Dekker-telg herinneringen op aan hun vaders bandje dat ergens in de vroege dertiger jaren werd opgericht. De Evoband zou daarmee de eerste band in de historie van Edam-Volendam worden.
Door Kevin Mooijer


‘Vroeger dahn je dahnse op de Evoband…’. Met die regel eerden Klaas en zijn broers hun vaders formatie al in 1984. Als De Dekkerband brachten de gebroeders Veerman een hit uit die vanaf het moment dat hij de studio verliet, bekendstaat als hét lied van de Volendammer. Sindsdien is het in Volendam zo dat kinderen éérst het ‘Volendammer volkslied’ leren meezingen en pas dan in volledige zinnen leren spreken. Wellicht is De Evoband door die kleine vermelding ook bijna honderd jaar na de oprichting nog altijd een begrip onder de jeugd. Jack: ,,Als onze vader nog had geleefd tijdens de Dekkerband-periode, dan had hij met ons op het podium gestaan. Daar ben ik zeker van.”
Thoom ‘Dekker’ Veerman, de stamvader van het notoire, muzikale gezin, werd geboren in 1910. ,,Alles was muziek bij hem. Van zijn geboorte tot zijn dood heeft onze vader muziek geademd. Al op jonge leeftijd speelde hij in het korps. Zo had hij alle muzikanten in de regio leren kennen. Fanfare- en tamboerkorpsen waren destijds de enige uitingen van livemuziek. Dat was de enige manier om als liefhebber muzikanten samen te zien spelen.”
Thoom is zijn leven lang betrokken geweest bij het korps. Hij kwam er binnen als onervaren trompettist en hij stierf er als bedreven dirigent. Hoewel hij te jong gestorven is, heeft het symbolisch iets moois dat de leider van het korps juist daar, op een repetitieavond het leven liet. Thoom kreeg ergens in zijn vroege twintiger jaren het idee om een bandje op te richten. Ondanks zijn grote liefde voor het korps, was hij op zoek naar meer. Hij jaagde iets na dat nog niet bestond in zijn omgeving. Klaas: ,,Hoe dat zo kwam, weten we niet zeker. We vermoeden dat het een gevolg is van zijn grote liefde voor muziek van pioniers als Benny Goodman, Glenn Miller en Louis Armstrong. Ik weet nog goed dat hij een keer met uis Kees naar een show van Benny Goodman was geweest in het Concertgebouw. Hij had de hele avond met tranen over zijn wangen staan kijken, zó mooi vond hij het. Ik vermoed dat die voorbeelden hem geïnspireerd hebben een eigen band op te richten.”

‘Met muzikanten
uit Edam-Volendam
lag ‘EVo-band’
redelijk voor
de hand’

Begin jaren ’30 achtte Thoom de tijd rijp. Hij ging op zoek naar de beste muzikanten van de gemeente om zijn droom te verwezenlijken. ,,Vader speelde zelf trompet, klarinet, altsaxofoon, sopraansaxofoon en tenorsaxofoon. Hij kwam dus een heel eind, maar uiteindelijk kun je maar één instrument tegelijk bespelen. Wat hij verder nodig had was een drummer, zanger, pianist en nog een blazer.” De eerste muzikant die Thoom zou benaderen stond dicht bij hem. ,,Zijn zwager Jan Bootsman sloot zich aan als drummer en zanger. Microfoons waren toentertijd nog een utopie in Volendam. Ome Jan zong daarom tijdens liveoptredens door een megafoon, en zelfs dat was al grote luxe.”
Met een drummer annex zanger aan boord restte Thoom nog het vinden van de overige twee muzikanten. Hij vond ze in Edam. ,,Met de toevoeging van pianist en violist Henk van Essen en saxofonist Jo Spreeuw was de band compleet. Een bandnaam hebben ze denk ik niet heel lang over na hoeven denken. Met muzikanten uit Edam-Volendam lag ‘EVo-band’ redelijk voor de hand.”
Jack: ,,In de periode dat ik samen met mijn broer Cor in de band Alles speelde, zijn we ooit eens aangesproken door iemand die onze vader had ontmoet. Tijdens het inladen van de bus – na een optreden in de Noordbeemster – bood de uitbater van het café ons een bord warm eten aan. Dat was destijds een uitzonderlijk gebaar. De bus eenmaal volgeladen schoven we aan voor een lekkere maaltijd. In de hoek van het inmiddels verlaten café zat een oud vrouwtje naar ons te kijken. Ze bleef maar naar Cor en mij kijken. Op een gegeven moment wees ze naar ons en zei: ‘Jullie zijn toch niet toevallig van Thoom Veerman uit Volendam?’ Nadat we bevestigden dat Thoom onze vader was, ging ze haar man halen. Die man werd helemaal gek. Hij zette gelijk de flessen drank op tafel. We kwamen daar niet meer vandaan. Tijdens een optreden met De Evoband had onze vader daar een behoorlijke indruk achtergelaten bij de lokale bevolking van de Noordbeemster.”
,,De Evoband speelde een gezellig repertoire, maar wat er in de begintijd precies op de setlist stond durf ik niet te zeggen. Ik denk een mix van swingnummers en Nederlandstalige liedjes. Ze hadden in ieder geval geen eigen werk. De Evoband was een pure liveband, voornamelijk geschikt voor dansavonden en kermissen. Ze werden dan ook op zo’n beetje iedere kermis hier in de regio geboekt. Vroeger was dat vaak op zondag, maandag en dinsdag te doen. Dan bleven ze geregeld slapen omdat ze de volgende ochtend en middag weer op het podium stonden.” Klaas schiet in de lach: ,,Waar vader en zijn bandmaat Jan Bootsman op een gegeven moment ook om bekend stonden, was het bedenken van optredens. ‘Aal, morgen moeten we spelen. Dan ben ik dus weg’, zei hij tegen mijn moeder. Als ze dan vroeg waar hij moest spelen, bedacht hij iets: ‘in Het Herenhuis in de Beemster.’ En dan gewoon drie dagen aan de rol met zijn zwager. Die was ook ondeugend hoor, ome Jannie.”
Jack lacht het uit: ,,Schitterend, toch? In die tijd al dat soort gekkigheid. Mijn leeftijd zat me in de weg, waardoor ik ze nooit live heb kunnen zien. Dat vind ik nog altijd verschrikkelijk.” Klaas: ,,Jan Bootsman stopte met de band toen hij naar Dongen verhuisde. Hij was horlogemaker en begon daar een winkeltje. In De Evoband werd hij vervangen door Hein ‘Madoet’ Schilder.”
Het zijn voornamelijk losse fragmenten die de zoons van grondlegger Thoom ‘Dekker’ zich herinneren. Met uitzondering van hier en daar een persoonlijke ervaring uit Klaas zijn jeugd, moeten we het doen met anekdotes die de jaren hebben overleefd. Alledaagse activiteiten werden destijds nog niet vastgelegd, laat staan repetities van een lokaal bandje. ,,Ik dénk dat ze zowel in De Jozef als in Het Damhotel repeteerden. Voor alle vier de bandleden zo nu en dan een thuiswedstrijd”, vervolgt Klaas. ,,Ze speelden in die tijd nog niet versterkt. Pas véél later kreeg je de eerste microfoons. Die moesten ze zelf kopen want De Jozef had hem niet. Uiteindelijk raakten ze eraan. ‘Hebben jullie inmiddels wel een luidspreker? Anders komen we niet, zie je’, werd er dan gezegd. Een beetje pressen kan geen last.”

‘Als kind heb
ik wel eens in
de orkestbak van
De Jozef achter
mijn vader gezeten’

Hoewel Thoom al over het enige bandje in de regio beschikte, droomde hij nóg groter. In de geest van de indrukwekkende Amerikaanse bigbands en orkesten die hij zo liefhad, breidde hij De Evoband uit in 1936. Met toevoeging van een groep collega-muzikanten uit het Volendammer korps vormde hij een gelegenheidsformatie onder dezelfde naam. Klaas neemt een sprekende, nostalgische groepsfoto ter hand en gaat het rijtje muzikanten af: ,,Lou Buijs, Klaas Tol, Klaas ‘Dekker’ Veerman, Japie de Boer, Thoom ‘Dekker’ Veerman, Japie Kokkie, Jentje Bond, Freek Veerman ‘Verolie’, Hein Tol, Jentje de Boer, Hein Schilder ‘Madoet’ en Jan de Boer.”
Hij valt even stil: ,,Wat een ongelofelijk mooie foto is dit, echt prachtig. Als kind heb ik wel eens in de orkestbak van De Jozef achter mijn vader gezeten. Als ze met de grote formatie speelden was mijn vader dirigent, hij speelde dan zelf niet mee. Dat houd je niet voor mogelijk, hoe mooi dat was. Ik was gelijk verkocht. Daardoor ben ik zelf trompet gaan leren spelen.”
Tijdens zijn vroege muzikale carrière was Thoom bandleider, speelde alles weg, was zelfs dirigent, maar muziek schrijven kon hij niet. ,,Het lezen van muziek had hij geen moeite mee, maar schrijven is een vak apart. Hij kocht zijn bladmuziek dus in een muziekwinkel in de Leidsestraat in Amsterdam. Met zijn regelmatige bezoekjes aan de hoofdstad hield hij het Evoband repertoire actueel. Op een gegeven tijdstip ergens eind jaren ’30, begin jaren ’40 werd hem in die muziekzaak gevraagd of hij een Joodse jongen onderdak kon bieden in Volendam. Joden moesten grote steden natuurlijk ontvluchten en in Volendam was het een stuk rustiger met Duitsers. Vader wilde die jongen denk ik graag helpen, maar vanwege de razzia’s was het geen optie om hem thuis te verbergen. Dat bracht te veel risico’s met zich mee. Hij besloot een bed voor de jongen te timmeren in de pulenhokken. Daar heeft hij een jaar of twee ondergedoken gezeten. Als hij ontdekt zou worden door de Duitsers zou niet alleen hij de klos zijn, maar dan zou er ook een klopjacht worden opgezet om degene te vinden die hem daar had verstopt.”
Thoom vond een reden die het voor hem het risico waard maakte de jongen iedere zaterdag in huis te halen. ,,De ondergedoken jongen bleek van het conservatorium te komen. Op zaterdagochtend gaf hij mijn vader bijles in harmonieleer. Uiteindelijk hield de jongen het niet meer uit in de pulenhokken. Hij werd wandelend op de dijk gesignaleerd. Mijn vader werd gewaarschuwd en ze hebben hem diezelfde dag nog overgebracht naar een andere schuilplaats.”
De Evoband zou tijdens de oorlog voor zowel de bezettende als de bevrijdende militairen spelen. ,,Terwijl hij in de pulenhokken een Joodse jongen verscholen hield, stond hij in Van Diepen te spelen voor een publiek waar ook Duitse soldaten tussen stonden. Na de bevrijding heeft De Evoband een optreden voor Amerikaanse soldaten gespeeld. Hoewel hij niet zo’n prater was, vertelde hij daar graag over. Die Amerikanen hadden ook nog nooit meegemaakt dat een bandje alle hits uit die tijd – zelfs liedjes uit hun thuisland – speelde. Hartstikke bijzonder om dan voor die jongens te mogen optreden natuurlijk. Daar was hij denk ik best trots op.”
Begin jaren ’50 gooiden de Evoband-leden de handdoek in de ring. Klaas: ,,Mijn vader kreeg het te druk met zijn aannemersbedrijfje. Het was niet meer mogelijk om de twee te combineren. Hij stopte dus met de Evoband, maar bij het korps bleef hij actief. In één keer afscheid nemen van de muziek was onbespreekbaar.” Een paar jaar na het opdoeken van De Evoband werd op de deur geklopt bij huize ‘Dekker’. ,,Lucas Keizer kwam mijn vader vragen of hij de naam en het concept van De Evoband mocht gebruiken. Hij had de ambitie om De Evoband weer voort te zetten. Een tweede leven voor zijn bandje, mijn vader vond het prima.”

‘Ik voelde me
net een archeoloog
die een tombe in
Egypte mag openen’

Niet veel later stond in de Nivo van vrijdag 17 mei 1957 te lezen:
‘FANCY FAIR – Op 30 en 31 mei en 1 en 2 juni houdt de Jeugdbeweging weer een grote fancy-fair in Pius X. De Evoband zorgt voor opluistering’
De Evoband zorgde weer voor de muzikale omlijsting voor de populaire dansavonden en fancy fairs. ,,Samen met onder meer Joop Bouwman, Frederik Woestenburg, Jaap de Boer en Kees Buijs zette Lucas Keizer de band voort. Regelmatig zouden ze in De Jozef en de Pius X spelen. Eén ding stond vast, de áltijd uitverkochte avonden stonden garant voor een megafeest.” Klaas begint te lachen: ,,Lucas Keizer vertelde ooit dat ze speelden voor dertig gulden. Dertig gulden om te delen met de hele band. Dan werd er eerst even gevraagd of ze wel helemaal goed bij hun hoofd waren. Dat was natuurlijk veel te duur, maar uiteindelijk gingen ze overstag. Met de ‘nieuwe’ Evoband heb ik zelfs nog wel eens een nummertje meegespeeld op mijn trompet.” Nadat de lach van zijn gezicht verdwijnt, zucht Klaas: ,,Het is al zo lang geleden allemaal, die hele band en alle bewijsstukken ervan zijn met de tijd verloren gegaan.”
,,En toch is er één relikwie dat de geschiedenis heeft overleefd”, zegt Jack terwijl hij naar het drumstel wijst dat op de verschillende zwart-witfoto’s te zien is. ,,Bij de inrichting van Het Palingsound Museum in Smit-Bokkum werd mijn hulp gevraagd. Ik heb ze onder meer een aantal foto’s van mijn vader gegeven. Die foto’s wakkerden mijn interesse aan. Ik wilde achterhalen wie precies de drummers waren geweest in De Evoband en zodoende achterhaalde ik dat Japie ‘Kokkie’ Veerman uit de Zwaardstraat de laatste was. Via via kwam ik in contact met een zoon van hem. Ik vertelde hem over het Palingsound Museum en vroeg of hij misschien nog foto’s van zijn vader had als drummer van De Evoband. ‘Ik heb het hele drumstel’, zei hij. Ik zei natuurlijk dat dat onmogelijk was omdat het dan ruim tachtig jaar oud zou zijn. Hij nodigde me uit om samen op ontdekkingsreis op zijn zoldertje te gaan. Dat hoefde hij geen twee keer te vragen. Ik voelde me net een archeoloog die een tombe in Egypte mag openen. Na het weghalen van een paar knieschotten zag ik die basdrum staan. Hij had het complete drumstel écht nog staan. Wát een vondst. ‘Mijn vrouw wilde het al honderd keer weggooien, maar ik kon het niet’, zei hij. En daar zal ik hem eeuwig dankbaar voor zijn. Sindsdien is het volledig intacte drumstel in al zijn glorie te bewonderen in het Palingsound Museum. Het heeft op alle dansavonden in De Jozef en Pius X gestaan, het werd meegezeuld naar alle kermissen in de regio en het heeft op het podium gestaan tijdens optredens voor de geallieerden. Dat drumkitje is de oudste herinnering aan de Volendammer muziek. Het was erbij toen het bandjescircuit gesticht werd. Dat is toch onvoorstelbaar?”

|Doorsturen

Uw reactie



Nieuw-Volendam in beeld


Laatste nieuws

Ondernemend nieuws

Laatste vacatures

Meest gelezen

Laatste reacties