Algemeen

Oma vertelde en kleinzoon vervult haar laatste wens

Wat er die oorlogsavond gebeurde met Jan Bolletje

Iedere Volendammer kent het verhaal van Jan Tol ‘Bolletje’. Jan speelt de hoofdrol in misschien wel het meest trieste oorlogsverhaal dat de gemeente rijk is. Op het Doolhof – ter hoogte van huisnummer 76 – is bijna tachtig jaar na dato nog altijd een plaquette ter nagedachtenis aan die eigenwijze Volendammer te bewonderen. Dat hij door de Duitsers met dodelijk gevolg in zijn rug werd geschoten, is alom bekend, maar wat er aan het drama vooraf ging, vormt een grijs gebied. Al bijna tachtig jaar gaan verschillende versies van het verhaal de ronde, maar wat heeft zich die bewuste avond nou écht voltrokken? Jans kleinzoon Ronald (Ron) Tol deelt het verhaal dat zijn oma hem vertelde en maakt daarmee voor eens en altijd een einde aan alle wilde geruchten.
Door Kevin Mooijer

Rons oma – de weduwe van Jan Bolletje – overleed zeven jaar terug in haar geliefde Volendam. Sjaantje Tol-Hunnego werd op een maand na 107 jaar oud en heeft een enerverend leven gekend. De meest in het oog springende details zijn helaas dat de geboren Haagse zowel haar man als alle drie haar zoons overleefd heeft. Tot haar laatste adem beschikte Sjaantje over een uitstekend geheugen. ,,Ze schakelde moeiteloos tussen 1938, 2002 en 1980, om maar een paar jaartallen te noemen”, lacht Ron. ,,Op 96-jarige leeftijd ging ze zelfs nog zelfstandig met het openbaar vervoer naar familie in Den Haag.”

Vanwege haar nauwkeurige geheugen heeft ze de levensverhalen van haar wijlen man en haarzelf aan de hand van foto’s tot in detail na kunnen vertellen aan Ron. ,,Terugkijkend op mijn wekelijkse bezoekjes aan oma kan ik concluderen dat ik nadien in het bezit ben van een schat aan familiegeschiedenis.”
In Sjaantjes woning in het St. Nicolaashof dronk ze iedere week samen met haar kleinzoon Ronald een kop koffie. Voor haar, op de tafel, stond vaak een doos met foto’s. Nostalgische foto’s die ieder een eigen verhaal vertelden om precies te zijn. Op veel foto’s was haar man in zijn militaire uniform te zien. ,,Mijn opa kwam uit een vissersfamilie (Kees van de Blauwe Tol en Antje van Jawek Mol), maar wilde per se beroepsmilitair worden”, vertelt Ron. ,,Hij had altijd al een diepgaande interesse in het militaire bestaan gehad. In 1927 werd hij opgeroepen voor zijn dienstplicht en besloot hij zich als vrijwilliger in te schrijven bij de Nederlandse Landmacht. . Hij werd gekeurd en Jan tekende een dienstverband voor zes jaar. Vervolgens werd hij in Den Haag gestationeerd, waar hij later als korporaal behoorde tot een speciale eenheid die ter beschikking van de koningin stond.” Omdat de Volendammer zijn titel als beroepsmilitair nog niet behaald had, verdiende hij nog geen salaris. ,,Zijn vergoeding bestond die eerste zes jaar uit kosten en inwonen.”

‘Hij besloot het zijn
persoonlijke missie
te maken om het de
bezetter zo lastig
mogelijk te maken’

Eind jaren twintig bezocht Jan op een vrije avond de jaarlijkse vuurwerkshow van Scheveningen. Hoewel hij er die avond op uit trok om een prachtige vuurwerkshow te aanschouwen, heeft hij waarschijnlijk weinig meegekregen van het spektakel. Naast hem stond namelijk een dienstmeid uit Den Haag die zijn aandacht trok. ,,Mijn opa en oma ontmoetten elkaar daar ruim negentig jaar geleden voor het eerst. Ze vonden elkaar heel leuk, maar oma was vastberaden dat ze geen militair als man wilde.”
Jan was terneergeslagen, maar gaf de moed niet op. In de hoop Sjaantje weer te zien bezocht hij exact een jaar later het vuurwerkfeest van Scheveningen nogmaals. Het lot was de Volendammer gunstig gezind. Sjaantje en Jan troffen elkaar weer en onder een door vuurwerk verlichte hemel sloeg de vonk definitief over.
In 1932 promoveerde Jan naar een militaire beroepsfunctie met salaris en konden Jan en Sjaantje in 1934 trouwen. ,,Mijn opa was vastberaden carrière te maken in het leger. Door zijn leidinggevenden werd hij vanwege zijn inzet en motivatie enorm gewaardeerd. Hij groeide daardoor al snel door naar wachtmeester van het eerste regiment van de Huzaren. Nadat hij die functie een periode met verve had bekleed, werd hem net voor de Tweede Wereldoorlog een promotie tot luitenant toegezegd, hetgeen uitzonderlijk was omdat het destijds moeilijk was om in hogere rangen te raken binnen het Nederlandse leger als je van eenvoudige afkomst was.”
,,Wat heel slecht voor Jan uitkwam was dat het Nederlandse leger vrijwel moeiteloos werd verslagen door de Duitsers, met als gevolg de demobilisatie. Het Nederlandse leger, Jans werkgever, werd op wachtgeld gezet en militairen werden eervol uit het leger ontslagen (gedemobliseerd, red.). Daarvoor moesten zij een verklaring tekenen dat zij geen enkele daad van verzet zouden plegen tegen de Duitse bezetter.” Opgetekend uit die verklaring werd het onderstaande:
‘Hierdoor verzeker ik op eerewoord, dat ik gedurende dezen oorlog, althans zoolang Nederland zich met het Duitsche Ryk in oorlogstoestand bevindt, aan geen enkel front noch direct, nog indirect zal deelnemen aan den stryd tegen Duitschland. Ik zal geen handelingen begaan of verzuim plegen, waardoor het Duitsche Ryk schade, van welke aard ook, zou kunnen lyden.’
‘Deze verklaring moet door beroeps-officieren op eerewoord worden afgelegd; beroeps-onderofficieren, -korporaals en –soldaten leggen deze verklaring, zonder meer, af.’
Jan kon zich maar moeilijk vinden in deze nieuwe wereld en besloot het zijn persoonlijke missie te maken om het de bezetter zo lastig mogelijk te maken.
Als getalenteerd militair bevond Jan zich in de hoogste militaire kringen en werd hij zodoende uitgenodigd door een aantal kopstukken van het gedemobiliseerde leger. Jan zat rond de tafel met de later bekend geworden Engelandvaarders als Jaap Beekman, Bernard Berger en Jan Beelaerts van Blokland (allen latere leden van de Prinses Irene Brigade onder leiding van Prins Bernard).
,,Mijn oma herinnerde zich geheime gesprekken die heel soms thuis in het bijzijn van verzetsstrijders van het eerste uur, achter gesloten deuren werden gehouden, goed. Hoe zouden ze het koningshuis het beste kunnen bijstaan, was een vraagstuk dat veel aan bod kwam. Het plan zou zijn om vanuit Engeland de aanval op de Duitse bezetter in te zetten. Jan was vastberaden hieraan mee te doen. ‘Ik ga mee naar Engeland, al moet ik zwemmen’, had hij tegen zijn vrouw gezegd.”
Jan kreeg zijn zin. In september 1941 zou hij met het zorgvuldig geselecteerde team richting Engeland vertrekken om de tegenaanval in te zetten. Dat hij zijn Sjaantje en hun zoons achter moest laten, deed hem pijn, maar zijn plicht riep.”
Het doel was om in de buurt van Tardinghen, aan de zwaar bewaakte Franse kust, naar Dover te zwemmen. Als dit niet zou lukken, dan zou hij via Portugal reizen. Maar wat het exacte plan was, dat wist zelfs Sjaantje niet. Hierover werd door de eerste verzetsstrijders en alleen in het geheim gesproken.

‘Hij was een stoere
familieman met een
hart van goud en
oh zo ondeugend’

Wanneer Sjaantje werd gevraagd haar man te beschrijven, dan noemde ze hem eigenwijs. ,,En dat bedoelde ze zo positief als mogelijk”, lacht Ron. ,,Hij had een sterke mening en was overtuigd van zijn eigen kunnen. Hij was niet arrogant, maar hij was wel zeer zelfverzekerd. Daarbij was hij een stoere familieman met een hart van goud en oh zo ondeugend. De verhalen over Jans streken zijn bij de oudere generatie Volendammers tot op de dag van vandaag welbekend.
Jan groeide onder andere op met goede vrienden Hein Schilder ‘Madoet’, ‘Wilde’ Kees Kwakman en Jentje Kes. Samen met Hein zou Jan ooit een timmerbedrijfje gaan starten. ,,Waar deze ambitieuze plannen voor mijn opa vanwege zijn militaire ambities op de lange baan werden geschoven, resulteerde het voor zijn vriend Hein na de oorlog in HSB Bouw.” Ondanks dat Jan tijdens de oorlog in Amersfoort gelegerd was, ook tijdens de demobilisatie, bleven de vrienden in nauw contact met elkaar staan.
In augustus 1941 – een maand voordat hij richting Engeland zou vertrekken – bracht Jan onder het mom van het vieren van zijn zoons verjaardag en het meehelpen aan een kleine verbouwing van zijn ouderlijke huis een bezoek aan Volendam. ,,Uiteraard wilde hij de verjaardag van zijn zoon Kees vieren, maar daarbij kwam hij in het geheim afscheid van familie en vrienden nemen voor zijn risicovolle trip naar Engeland. Daarnaast was hij bovenmatig geïnteresseerd in hoe de Duitsers opereerden in zijn thuisdorp. Hij sprak met vrienden, waaronder Hein Schilder en Siem Beemsterboer, over de Duitse bezetters en de oprichting van het verzet.”
Jan bleek moeite te hebben met de avondklok die de Duitsers ingevoerd hadden. ,,Er was onlangs een aantal Volendammers gearresteerd en zij werden vastgehouden in hotel Spaander, dat destijds de thuishaven was van de bezetter. Toen mijn opa hier lucht van kreeg besloot hij – als beroepsmilitair zijnde – poolshoogte te gaan nemen. Hij wilde weten wat er gebeurd was, waarom de mensen opgepakt waren en wat de Duitsers met hen van plan waren.”
Een veelgehoord verhaal van wat zich die avond in Spaander afspeelde, vertelt over een gezellige avond tussen Jan en de Duitsers. ,,Ze zouden samen gelachen, gebiljart en gedronken hebben, maar volgens mijn oma is dat klinkklare onzin. In Jan ontstond namelijk een ontembare woede als het om nazi’s ging. Hij zou nooit een gezellige avond hebben beleefd met zijn aartsrivalen. Hij zou eerder informatie hebben willen vergaren. Ook het verhaal dat hij onverstandig over de dijk wandelde om de Duitsers uit te dagen, vond Sjaantje onzin. Jan was onverschrokken, maar absoluut niet dom. Het maakte haar boos als deze verhalen te pas en te onpas werden verteld.” Maar wat speelde zich op de avond van 10 augustus 1941 dan wel af binnen de muren van hotel Spaander?

‘Om te beginnen werkte
de wrok die mijn opa
richting de Duitsers
koesterde aannemelijk
niet in zijn voordeel’

,,Om te beginnen werkte de wrok die mijn opa richting de Duitsers koesterde aannemelijk niet in zijn voordeel. Hij had nog altijd veel moeite gehad met het feit dat zijn leger zo gemakkelijk werd overlopen door de nazi’s. Daarnaast stond hij bekend als eigenwijs, dus het zou goed kunnen dat de antwoorden die hij in Spaander van de Duitsers kreeg, hem niet aanstonden en dat ook liet merken. Het gesprek kreeg hoe dan ook een negatieve wending want het resulteerde in een achtervolging.”
Jan zou meerdere malen door de Duitsers zijn gewaarschuwd over het ingaan van de avondklok, maar desondanks besloot hij zijn vertrek uit te stellen.
,,Het was een wandeling van slechts twee minuten van hotel Spaander naar de woning van zijn ouders, waar hij dat weekend verbleef. Daarom zou hij ondanks de spertijd zijn kansen om heelhuids thuis te komen misschien goed hebben ingeschat. Wat we zeker weten, is dat Jan informatie verzamelde over de Duitsers. Wellicht met het idee om zijn Volendamse vrienden vanuit Engeland tijdens het verdere verloop van de oorlog te kunnen helpen. Wat we ook zeker weten, is dat hij in stilte afscheid kwam nemen van zijn vrienden en familie. Hij zou immers een maand later naar Engeland vertrekken. Wanneer hij opgepakt zou worden, zou hij geen deel uit kunnen maken van de missie waar hij zo naar uitkeek. Jan had als gedemobiliseerde militair een verklaring moeten ondertekenen dat hij zich zou onthouden van een (verzets)strijd tegen de Duitse bezetter. Indien Jan zich hier toch aan schuldig zou maken, dan zou hij voor de Duitse krijgsraad moeten verschijnen. Reden genoeg om zich niet te laten oppakken door de Duitsers.”
,,Omdat Jan bezig was met de organisatie van het verzet zullen we helaas nooit helemaal kunnen reconstrueren wat zijn werkelijke motivatie is geweest. Hij opereerde immers in het geheim. Logisch aldus dat in de officiële politierapporten – ondanks de verklaring van Siem Beemsterboer – niet de werkelijke motivatie van Jan valt op te tekenen”, zo vertelde Sjaantje”
Uiteindelijk zijn Jan en Siem na spertijd uit Spaander vertrokken. Daar waar Siem buiten gehoor gaf aan het stopbevel van de Duitsers vluchtte Jan de trap van de dijk af het Doolhof in. Het zou de laatste trap zijn die hij ooit bewandelde. Na een kat en muis spel werd Jan uiteindelijk in zijn rug getroffen en overleed direct aan zijn verwondingen. Tot op de dag van vandaag vragen de nabestaanden zich af waarom Jan direct en vooral van zo’n korte afstand werd doodgeschoten. ,,Waarom schoten ze hem bijvoorbeeld niet in zijn been? Of in een andere niet dodelijke plek? Natuurlijk was het onverstandig van hem om de Duitsers uit te dagen en te vluchten, maar het was niet nodig om hem te doden.” Tot het moment van haar eigen dood in 2013 heeft Jans weduwe, Sjaantje, het bebloede overhemd dat hij tijdens zijn moord droeg bewaard. Voor Hein Schilder was Jans dood één van de belangrijkste redenen om de verzetsgroep ‘Knokploeg Waterland’ te beginnen.

‘Natuurlijk was het
onverstandig van hem
om de Duitsers uit
te dagen en te vluchten,
maar het was niet nodig
om hem te doden’

,,Nu haar man vermoord was, brak er voor mijn oma een moeilijke tijd aan. Ze had drie zoons, maar geen inkomen. Hein Schilder reikte de weduwe van zijn goede vriend de helpende hand en hielp haar met financiële problemen.” In augustus 1944 kreeg Sjaantje de volgende klap te verduren. ,,Haar jongste zoon, Jaap, overleed op jonge leeftijd aan buikvliesontsteking en werd begraven in de Engelenbak op de Volendammer begraafplaats.”
Enige tijd later moest Sjaantje noodgedwongen vanuit Amersfoort terug naar haar ouderlijk huis in Den Haag. ,,Mensen kregen in verband met een woningtekort in Nederland de opdracht vanuit de overheid om gezinnen zonder woning onderdak te bieden. Veel ouders namen zo mogelijke bekenden in huis. Ook na de oorlog bleef deze regeling actief, tot er weer voldoende woongelegenheid was.” Sjaantje verbleef met haar twee overgebleven kinderen bij haar ouders in Den Haag, maar kon Volendam niet uit haar hoofd zetten.
,,Wederom besloot Hein Schilder - nadat Sjaantje tijdelijk op het Doolhof had ingewoond bij Jan Tol, een broer van haar schoonvader - haar bij te staan. Hij hielp haar financieel en aan een huisje, dichtbij haar schoonouders, aan het Kerkepad in Volendam.” Later verhuisde zij naar de Zuidervesting in Edam, maar Jans weduwe zou Hein voor eeuwig dankbaar blijven.
Direct na de oorlog kreeg Jan erkenning als verzetsstrijder. In de officiële verklaring van de Stichting 1940-1945 staat duidelijk genoemd dat Jan als verzetsstrijder van het eerste uur kan worden aangemerkt. Echter omdat hij niet bij een duidelijke verzetsdaad was gesneuveld duurde tot ver na de oorlog voordat Jan Bolletje ook in financiële zin de erkenning kreeg die hij verdiende. ,,Pas in de jaren zestig kreeg mijn oma haar aanvullende militaire oorlogspensioen. Ze is nooit hertrouwd en heeft de rest van haar leven in Edam en Volendam gesleten.”
Ondanks alle tegenslag is Sjaantje altijd een optimistisch en leergierig persoon gebleven. ,,Haar zonen Kees en Ton zijn goed terecht gekomen. Beiden zijn uiteindelijk kapitein op de koopvaardij geworden”. De kinderen van Kees (Arthur en Rowena) zijn woonachtig in Volendam en de kinderen van Ton (Anja en Marcel) wonen in Purmerend. Zelf woon ik sinds mijn studententijd in Amsterdam en ben daar - na een periode in Londen - gebleven.”
,,Tot op 98-jarige leeftijd is mijn oma zelfstandig blijven wonen. In 2004 is zij verhuisd naar het St. Nicolaashof, waar ze zes prachtige jaren heeft beleefd.” In 2013 overleed Sjaantje op 106-jarige leeftijd in de Gouwzee. Voor haar overlijden gaf Sjaantje haar kleinzoon een laatste wens mee. ,,Ze zei tegen me dat ik iets moest terug doen voor de door haar zo geliefde Volendamse gemeenschap en - als de kans zich ooit zou voordoen - ik een project moest bouwen met Hein Schilder Bouwbedrijf (HSB). Mijn beroep is namelijk projectontwikkelaar van nieuwbouw woningen. Alle hulp die Hein mijn oma in moeilijke tijden heeft geboden en de gastvrijheid van de Volendamse gemeenschap zijn mijn van oorsprong Haagse oma tot het einde bijgebleven.”

‘Ik ben trots te kunnen
vertellen dat mijn
oma’s wens onlangs
eindelijk is uitgekomen’

Sjaantjes as werd door de familie symbolisch uitgestrooid over het graf van haar jongste zoon en Ron kon de laatste wens van zijn oma niet negeren. ,,Ik was vastberaden gehoor te geven aan mijn oma’s verzoek. Ook al is HSB niet meer van de familie Schilder, toch werd het voor mij een erezaak om de wens van mijn oma te vervullen. Voor haar was HSB altijd het synoniem gebleven voor Heintje van Madoet. Als beste vrienden hadden ze waarschijnlijk - zoals ze eind jaren 30 hadden afgesproken - na de oorlog samengewerkt aan het prachtige bedrijf dat Hein uiteindelijk met zijn blote handen heeft opgebouwd. Jan heeft dit niet mee mogen maken, al zou het sowieso de vraag zijn geweest of zijn militaire carrière vaarwel had kunnen zeggen. Al is het ruim tachtig jaar geleden dat ze elkaar de hand schudden, Schilder en Tol werken alsnog samen. Ik ben trots te kunnen vertellen dat mijn oma’s wens onlangs eindelijk is uitgekomen.”
Ron heeft planologie en bouweconomie gestudeerd en is vervolgens als jonge projectontwikkelaar aan het werk gegaan bij de Hollandsche Beton Groep (HBG), later overgenomen door de BAM.. ,,Destijds was Wilma (Willemsen-Maas) de grootste woningbouwondernemer van Nederland. Het bedrijf werd in de Benelux eind jaren 90 verkocht aan de NBM én BAM Groep, maar in 2015 had de familie Maas plannen om opnieuw in Nederland te investeren. Ik werd benaderd of ik het nieuwe bedrijf vorm zou willen geven.”
Ron is onderhand vijf jaar directeur van Wilma Wonen. ,,We ontwikkelen fantastische projecten door het hele land met een duidelijk eigen signatuur. Van binnenstedelijke projecten en transformaties van oude gebouwen tot complexe gebiedsontwikkelingen en kleinschalige inbreidingslocaties. Eén van de meeste recente projecten waar we aan werken betreffen de ontwikkeling en bouw van 250 woningen bij het Zaans Medisch Centrum (www.gouwpark.nl). Voor deze mooie opdracht werken we samen met HSB Ontwikkeling. HSB Bouw is begin van dit jaar begonnen met de bouw van de woningen. Mijn oma, opa en hun goede vriend Hein van Madoet zouden anno 2020 trots zijn geweest.”

Hieronder een opsomming van Jan Tols militaire carrière:
• 15 November 1927 ingeschreven als huzaar 2e klasse.
• 16 November 1927 als vrijwilliger verbonden bij de Landmacht voor zes jaar.
• 26 Februari 1929 gepromoveerd tot huzaar 1e klasse.
• 6 Juni 1929 gepromoveerd tot korporaal.
• 15 November 1933 verbonden voor onbepaalde tijd bij de Landmacht.
• 15 November 1933 onderscheidingsteken voor zes jaar dienst.
• 1 April 1934 gepromoveerd tot wachtmeester.
• 1 Juli 1937 overgeplaatst bij het 1e Regiment Huzaren.
• 15 November 1939 bronzen medaille toegekend.
• 28 Juni 1940 overgeplaatst bij 59 R.I.
• 15 Juli 1940 wegens opheffing van zijn betrekking eervol ontslagen (demobilisatie).

|Doorsturen

Uw reactie