Algemeen

Wat Stond Er In Je Rapport?

,,De Lidwinaschool, hè. In de Schoolstraat. Tegenover de Nicolaasschool. Ik zat in een gemengde klas, maar je had ook nog de Jozefschool met alleen jongens en de Zusterschool met alleen meiden. En nonnen. Kun je nagaan. Uit die tijd kom ik dus.”
Door Jan Koning


Was getekend, dr. Agatha Schilder. ,,Een tijd van inktpotjes in de schoolbanken. Ja, daar gebeurde wel eens iets mee. Wij hadden een jongen in de klas – Ben Vracht – en die was verreweg de meest ondeugende. Hoe vaak die niet de klas uitgestuurd is om het schoolplein te vegen, ik heb echt geen idee. Hij deed het ook altijd en heeft het uiteindelijk toch nog ver geschopt.”
,,Juffrouw Emke, meester Koning, meester Snoek en meester Pelk. Zo maar een paar namen die me nu zo te binnen schieten. Meester Pelk, de vader van Frans, gaf ons muziekles. Die kon ontzettend mooi zingen en was een van onze favorieten. Ik deed altijd mijn best. In mijn rapporten stond ‘ga zo door’ of ‘mooi rapport’. Heb samen met mijn broer Henk nog gezocht, maar kon deze helaas niet meer vinden. Hij vertelde wel dat hij nog een rekenschriftje had geconfisqueerd in de zesde klas. Dan scheurde hij de blaadjes eruit, schreef ze over en ‘dan had ik allemaal tienen’, lachte hij.”

‘Ik zie mezelf
nog lopen door
het steegje op
de eerste dag.
Huilend’

,,Na de lagere school wilde ik naar de mavo, want alle meiden uit de buurt gingen naar de mavo. Vanwege mijn cijfers vonden ze dat op school niet zo’n goed idee en dus werd het het Waterlant College om Havo/Atheneum te doen. Ik zie mezelf nog lopen door het steegje op de eerste dag. Huilend. Ik weet nog wat voor jurkje ik aan had ook. Met een netje met mijn broodje erin richting de bus. Ik was vreselijk busziek. In die oude, groene bussen met die harde stoelen. Stinken, niet te kort. Als je pech had, stond je op de N247 al stil. Ook in de winter. Uren, zonder kachel in de vorst en sneeuw. Vreselijk.”
,,Na het eerste jaar moest ik kiezen tussen havo en vwo. Mijn vader en moeder zeiden nog ‘havo is mans zat’, maar daar was de klassenleraar het niet mee eens. Ik weet nog exact wat hij zei: ‘Zij moet naar atheneum.’ Eenmaal in de tweede klas wist ik het. Ik wil dokter worden. Durfde thuis niets te zeggen. Dus toen ik moest kiezen in de derde klas tussen atheneum A en B, stond ik voor het blok. Want met A kon ik lerares worden en als je in die tijd als vrouw kon leren, werd je uiteraard lerares. Het liefst bij meester Pelk op school en ik moest goed leren stoffen en zuigen en het huis goed werken, want zo zei mijn moeder letterlijk ‘anders komt de stront de drempel over’. Zal het nooit meer vergeten.”
,,Ik wilde toch echt B doen en had tegen mijn moeder gezegd dat ik daarmee alle kanten op kon. Ik had mezelf echter ingeschreven voor geneeskunde, dus toen mijn ouders een briefje in huis kregen met in rode letters GENEESKUNDE erop, belden ze me direct op. Nog durfde ik het niet te zeggen en ik vertelde ze dat ik zuster zou worden.”
,,Ondertussen was ik begonnen aan de opleiding geneeskunde. Een onderdeel van de opleiding was uiteraard het ‘lijken snijden’, zoals we dat noemden. Als ik wel eens met een jongen naar huis ging en ik wilde van hem af, dan begon ik daar altijd over. Dan namen ze gelijk de benen, haha. Tijdens het lijken snijden gebeurde er nog wel eens een paar gekke dingen. We moesten loten op welk onderdeel we sectie moesten verrichten. Ik weet nog dat iemand uit mijn groepje een keer buik had. Hij zette stiekem zijn kommetje snert in de buik. Dat zagen wij, maar de rest van de snijzaal niet. Dus toen hij tijdens de les die snert uit ‘de buik’ begon te lepelen en in zijn mond stopte, kun je wel indenken hoe de rest van de klas zat te kijken.”

‘Stond-ie snert
uit die buik
te lepelen’

,,Nadat ik slaagde, ben ik begonnen als huisarts. Maakte lange dagen, maar heb altijd van een feestje gehouden en heb altijd gedanst. Allerlei soorten en zelfs bij Lucia Marthas. Als ik dan wel eens op de dijk kwam, zeiden mensen, ‘als je straks dokter bent, dan kan dat niet meer. Dan kun je niet met een wit pakje op het podium staan.’ Ik ben er echter nooit mee gestopt. Altijd vier dagen te kermis geweest en ben geregeld vol schmink bij een afspraak geweest als ik ergens een jazzballetoptreden had. Of in Volendammer klederdracht bij de mensen thuis komen voor een bevalling. Ik ben altijd uit blijven gaan, maar dronk nooit. Omdat ik heel veel aanwezig ben geweest bij bevallingen, heb ik ook het gevoel dat ik echt een dorpsdokter ben geworden. Dat iedereen je toch wel kent en waardeert.”
,,Als ik het over zou moeten doen, had ik het precies hetzelfde gedaan. In het begin heb ik het ontzettend moeilijk gehad, maar het was het waard. Ik was een van de eerste vijf vrouwen in Nederland met een eigen huisartsenpraktijk. Ik weet niet of ik een voorbeeld ben geweest voor anderen, maar ik ben ook ontzettend trots op het feit dat mijn dochter in mijn voetsporen treedt. Dat doet toch wel iets met je als moeder zijnde.”
Meester Koning (82) herinnert zich Agatha nog goed. ,,Ze was heel braaf. Net als eigenlijk alle kinderen in die tijd. Ze waren wat minder mondig dan tegenwoordig en er was meer discipline. Als de bel ging, stond ik voor de klas en gingen ze netjes in een rij staan tot de deur open ging. Dan liepen ze naar binnen en zaten bij wijze van spreken met hun handen over elkaar in de banken. Ik weet nog dat Agatha ontzettend goede cijfers haalde. Toen ze – samen met Els Bond, die later mijn collega zou worden – naar me toe kwam voor een schooladvies heb ik met klem het Waterlant College geadviseerd. Ik ben blij en trots dat ze het zo ver geschopt heeft.”

|Doorsturen

Uw reactie