't Bottertje
Lid worden
't Bottertje
Lid worden

Algemeen

Jan Hoogland: ‘Ik voel mezelf af en toe als een teamlid van MythBusters’

Aan de voorkant levensreddend werk verrichten

Jan Hoogland beoefent een vak dat nogal afwijkt van de standaard. De 28-jarige Volendammer is sinds enkele jaren in dienst bij de Nederlandse organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO). Jan werkt voor de afdeling ’Explosions, Ballistics & Protection’. Binnen dit TNO-onderdeel wordt onderzoek gedaan naar de wijze waarop militaire gebouwen, voertuigen of kogelwerende vesten reageren op kogelinslagen en explosieven. Er wordt getest door middel van experimenten en computersimulaties. Dankzij het werk van Jan en zijn collega’s kunnen letterlijk mensenlevens worden gered.
Door Laurens Tol

Bij het werk dat zij doen, zijn dus grote belangen gediend. Om te kunnen werken voor de afdeling van Jan, is het belangrijk om een technische achtergrond te hebben. Jan voldeed aan deze voorwaarde. Hij rondde de bacheloropleiding ‘Natuurkunde’ af, waarna hij een mastertitel behaalde in de richting ‘Lucht- en Ruimtevaarttechniek’. Toen de Volendammer afstudeerde, had hij niet direct het doel in beeld om te gaan voor zijn huidige functie.
Hij legt uit: ,,Ik zat in een soort impasse tijdens mijn studie. Ik had niet echt voor ogen wat ik met mijn vakkennis uiteindelijk wilde gaan doen. Totdat mijn vriendin een vacature tegenkwam voor mijn huidige functie. Ze had het toen over ‘iets met bommen en kogels’. De functieomschrijving was uiteraard uitgebreider dan dat, maar we dachten beiden dat deze baan goed bij mij zou passen.” Hoogland solliciteerde en werd vervolgens aangenomen voor de functie in het Zuid-Hollandse Rijswijk.
Onderzoek
Hij kwam terecht op een afdeling die vooral gericht is op de bescherming van voertuigen, materialen en mensen. ,,Simpel gezegd doen wij onderzoek naar de effecten van kogelinslagen, granaatfragmenten en andere projectielen op pantsersystemen, plus de ontwikkeling van die beschermingsmaterialen.”
Het materiaal dat de afdeling ontwikkelt, wordt vaak getest in grote betonnen bunkers. Hierbij worden situaties gesimuleerd die in werkelijkheid kunnen voorkomen. Die testen bestaan bijvoorbeeld uit het beschieten van pantsermateriaal of het blootstellen van pantsermaterialen aan een explosie.
Volgens Jan heeft veel van zijn werk te maken met het beperken van risico’s door aanvallen. Uiteraard is niet al het gevaar uit te sluiten. Het is bij militaire voertuigen voortdurend zoeken naar een balans tussen bescherming van het materiaal en de mobiliteit ervan. ,,Je kunt een licht en snel voertuig ter bescherming wel toerusten met 800 kilo staal aan de onderkant, maar dan is het totaal niet meer mobiel”, vertelt Jan. ,,Mobiliteit is zelf trouwens ook een hulpmiddel ter verdediging. Het is daarom telkens weer een uitdaging om te zoeken naar de juiste middenweg.”

‘Qua materiaal zijn we
met sprongen vooruitgegaan,
als je het vergelijkt
met de Tweede Wereldoorlog’

Doordat technici van over de hele wereld werken aan het beschermingsmateriaal, is het continu in ontwikkeling. ,,Het is een soort wedloop die te vergelijken is met een supermarktoorlog. Als de ene supermarkt zijn prijzen verlaagt, moet de andere daarin mee. Zo is het met pantser- en wapensystemen ook. Wanneer wij een nieuw pantser ontwikkelen voor een voertuig, duurt het niet lang voordat het aan de andere kant van de wereld bekend is.”
Hoewel de Koude Oorlog verleden tijd is, merkt men bij TNO wel dat de regering meer aandacht heeft voor het ministerie van Defensie. Dit is gunstig voor Hoogland en zijn collega’s, aangezien Defensie een belangrijke opdrachtgever is. ,,Er is de laatste tijd meer geld beschikbaar gekomen voor Defensie. Met dat geld wordt onder andere de uitrusting van militairen vernieuwd en verbeterd. Er wordt ook aangestuurd op meer innovatie binnen Defensie. Dat is wel een teken dat ook van hogerhand gemerkt wordt dat er iets aan de hand is in de wereld.”
Dankzij alle ontwikkelingen op het gebied van pantsermateriaal is er de laatste decennia veel vooruitgang geboekt. ,,Als je het materiaal waarmee wij nu werken vergelijkt met dat van tijdens de Tweede Wereldoorlog, dan zijn we met sprongen vooruitgegaan. Men werkte toen nog met gewalst, vrij zwak staal. Tegenwoordig zijn we bij de productie van staal veel meer in staat om de temperatuur en de manier waarop het metaal kristalliseert, in controle te houden. Hierdoor kunnen we staal van hetzelfde gewicht nog veel sterker maken dan vroeger mogelijk was.”
Hieruit kan worden geconcludeerd dat met het huidige materiaal er vroeger waarschijnlijk vele mensenlevens hadden kunnen worden gespaard.
Jan benadrukt wel dat, ondanks het feit de pantsering steeds beter wordt, het kogelwerend materiaal blijft. Als het explosief maar sterk genoeg is, dan is het pantsermateriaal daar ook niet tegen bestand. ,,Uiteindelijk kun je overal doorheen schieten. Ook door een plaat van honderd kilo staal, als de explosieven maar sterk genoeg zijn.”
Volgens Hoogland is het echter voor de vijand niet zo aantrekkelijk om dusdanig zware wapens te gebruiken, omdat deze projectielen eerder opvallen langs de kant van de weg.
Tegenstanders komen volgens Jan echter wel regelmatig met verassende vondsten waar van tevoren geen rekening mee is gehouden. ,,De manier van oorlog voeren in bijvoorbeeld Afghanistan was heel anders dan waar op was gerekend. Zo werd Defensie tijdens de missie in Uruzgan voor het eerst geconfronteerd met het wapen ‘de bermbom’. Dit zijn explosieven die door lokale groeperingen worden ingegraven om militaire colonnes te dwarsbomen.”
Volgens Hoogland waren de eerste militaire voertuigen die naar Afghanistan werden gestuurd, totaal niet voorbereid op deze wijze van aanvallen. Hiervoor werd snel een oplossing gevonden in de vorm van de aanschaf van ‘The Bushmaster’. Dit gepantserde wielvoertuig, geproduceerd in Australië, is beter bestand tegen de explosie van een bermbom.

‘Ik voel mezelf af en toe
net als een teamlid
van ‘MythBusters’,
een bekend tv-programma
op Discovery Channel’

Het testen van nieuw materiaal is volgens Jan vaak een spannende aangelegenheid. ,,Wanneer er iets getest wordt, dan zijn wij daar live bij. De schiettesten vinden altijd plaats in afgesloten bunkers. Na afloop van de test kunnen we de bunker in om te kijken wat de schade van de aanval is en de videobeelden bekijken.”
Soms zijn mensen op Jan’s afdeling wel een half jaar bezig met bijvoorbeeld de pantsering van een groot voertuig. Hierbij wordt dan regelmatig nieuw materiaal getest, wat soms een emotionele aangelegenheid is voor de betrokkenen. ,,Vooral wanneer we iets testen dat we zelf bedacht hebben, is dat best wel een gedoe. Je hebt dan te maken met regelwerk, logistiek, planning en bovenal ben je benieuwd of het zelfbedachte materiaal de test doorstaat. Ik kom er niet graag voor uit, maar op zo’n moment kan ik best wel zenuwachtig zijn.”
Bovendien is het lang niet altijd een garantie dat een nieuwe creatie de test doorstaat. ,,Wij kunnen wel onze redenen bedenken waarom het materiaal het goed zou moeten doen, maar een test kan ons vertellen dat het nog niet goed genoeg is. Het is en blijft onderzoek.”
Het resultaat van een test kan ervoor zorgen dat het materiaal dient te worden verbeterd. Een concept kan ook helemaal stranden. ,,Dat is de harde realiteit in de wereld van het onderzoek. Dit is overigens niet anders in andere takken van de wetenschap.”
Toch beweert Jan dat het mislukken van een test niet alleen maar nare kanten heeft. ,,Als er iets misgaat, dan leer je daar eigenlijk meer van dan wanneer iets goed gaat. Als het geteste object de test doorkomt, dan weten we niet wat de grenzen ervan zijn. De impuls tot lering en verbetering is dan minder sterk. Het falen echter kan aan ons veel duidelijk maken.”
Voor Jan is het bijzonder dat hij dankzij zijn werk kan bijdragen aan het redden van mensenlevens. Verder waardeert hij de afwisseling die hoort bij het uitvoeren van zijn taken. ,,Er zijn weken dat ik in de modder lig en bezig ben met het uitvoeren van een test. Vervolgens kan ik weer een tijd alleen bezig zijn met simuleren, waar ook verslaggeving bij hoort. Het kan ook voorkomen dat ik naar een conferentie moet om daar ideeën met andere mensen te delen. Al met al houdt het werk een balans tussen academisch en pragmatisch bezig zijn. Het heeft van alles wat en dat vind ik het mooie ervan.”
Al met al is Jan erg tevreden met het werk dat hij nu doet. ,,Ik voel mezelf af en toe net als een teamlid van ‘MythBusters’, een bekend populair-wetenschappelijk tv-programma op Discovery Channel. Maar dan echt wetenschappelijk verantwoord. En helaas zitten wij wel vast aan budgetten en tijd en zij niet. Als ik de loterij win, dan leg ik mezelf volledig toe op het zijn van ‘Myth Buster’”, besluit Jan met een glimlach.

Hoe kom je in aanmerking voor een baan zoals die van Jan Hoogland?
Wanneer de Nederlandse organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) op zoek is naar nieuwe mensen voor de afdeling waarop Jan Hoogland werkzaam is, dan zoekt men vooral naar pragmatische mensen met een technische achtergrond. Er zijn regelmatig nieuwe vacatures te vinden.
,,Bij de aanstelling van nieuwe mensen wordt ernaar gekeken of men een brede technische ontwikkeling heeft doorgemaakt”, vertelt Hoogland. ,,Daarnaast is het bezitten van een goed ontwikkeld analytisch denkvermogen erg belangrijk. Als deze voorwaarden aanwezig zijn, dan kunnen wij de mensen verder wel ‘kneden’.”
Volgens Jan is er namelijk geen enkele universiteit die een gerichte opleiding aanbiedt voor het werk dat zijn afdeling verricht. ,,Het is echt een nichemarkt waarin wij werken.”

Foto's
Bij deze test wordt gemeten wat het effect is van een mijnexplosie op inzittenden.

Dit is een schiettest waarbij de loop en de mondingsvlam te zien zijn.

Hier wordt de weerstand van een voertuig gemeten tegen in de inslag van kogels.

In deze test wordt een voertuig aangevallen door sterk explosief materiaal.

|Doorsturen

Uw reactie