Algemeen

SKOV-voorzitter Margareth Runderkamp weet zich voor uitdagingen met uitersten

Niet machts-, geld- maar kindgedreven

In het recente verleden oogstte de SKOV (Stichting Katholiek Onderwijs Volendam) naast lof ook kritiek, kreeg het verwijten over ‘oude bestuurscultuur’ en het ‘oppotten van het onderwijsgeld’. De anderhalf jaar geleden aangetreden voorzitter Margareth Runderkamp beoogt met haar opgedane ervaring en nieuwe energie gezamenlijke veranderkracht op gang te brengen. Maar door enkele maatregelen staat zij de laatste maanden bloot aan kritiek vanuit bepaalde krachtenvelden, met name die uit het verleden. ,,Ik heb de sociale media-kanalen van mijn telefoon verwijderd, want ik wil puur en alleen de ruimte hebben om aan de slag te gaan met onze mensen.” Midden in het tijdperk van transitie – het koersplan dat de basisscholen klaar moet maken voor onder meer de 21e eeuwse vaardigheden – staat zij in eigen dorp aan het roer van een organisatie die moet krimpen vanwege het teruglopend aantal leerlingen, dat bulkt van het talent, maar waarin ook de gewoontes van onze cultuur verweven zitten.
Door Eddy Veerman

,,Ik heb lange tijd in onder meer Purmerend en Wervershoof gewerkt. Niemand hier wist wat ik dáár deed voor mijn werk. En daar gebeurden ook moeilijke dingen, maar vervolgens rijd je naar huis en kun je het grotendeels achter je laten, word je er in eigen omgeving niet mee geconfronteerd.” Dat is anders sinds zij aan het bewind is bij SKOV. De ogen en meningen zijn immers overal. ,,Constructief kritisch zijn is goed, dan heb je een gezamenlijk doel, dan wil je samen iets verbeteren.”
Ze ziet parallellen met haar dorpsgenoot Wim Jonk, de nieuwe trainer van FC Volendam. ,,Er kantelt iets en dan is dat het momentum voor jou om te kijken of je iets kunt betekenen en verder in beweging kunt brengen. Maar je woont in een dorp; dat hij deze stap maakt in deze fase van zijn loopbaan, dat vind ik erg dapper. Je hoort mensen al de motor opstarten, de mensen die dit proces met argusogen gaan volgen. Wim heeft een zuivere naam, is rechtop uit het Ajax-proces gekomen, maar toch houd je je hart vast. Ik hoop dat de mensen die hem hebben verleid deze stap te maken, hem ook straks zullen blijven steunen en er straks genoeg mensen zijn die een schild vormen voor hem.”
Jacqueline Molenaar
,,Je voelt dat er in deze gemeente mooie dingen gebeuren én gaan gebeuren, dat er zaadjes geplant worden voor de lange termijn. Maar in ons dorp zit er altijd iets omheen wat voor reuring kan zorgen. Wim is niet zomaar iemand, heeft betekenis gehad voor het voetbal en hij heeft Volendam positief in de wereld gezet. We moeten onze voorbeelden koesteren, in plaats van aan het kruis slaan. Er zijn zoveel mooie krachten, mooie mensen en potentie in dit dorp. Een tijd geleden ontmoette ik Jacqueline Molenaar tijdens een yoga-weekeinde. Ik wist niet wie zij was, maar had wel het boek ‘Dagboek van een drugsdode’ gelezen, met daarin haar levensverhaal en het dagboek van haar zoon, die zich naderhand door de drugs van het leven zou beroven. Dan loop je daar door het bos en maakt praatjes met verschillende mensen. Op een gegeven kwam haar verhaal naar boven, met naast drama ook gewoon humor en kracht: ik was zó geraakt door die vrouw, die ondanks alles toch weer op zo’n positieve manier in het leven staat. In dat hele verhaal zit zoveel, om van te leren.”
Naast haar functie bij SKOV is Runderkamp al jaren zelf coach. ,,Ik wilde talentvolle leerkrachten met leiderschapskwaliteiten in hun kracht zetten. Ben ik les gaan geven aan de – gecertificeerde – schoolleidersopleiding in Amsterdam. Dat is heel intensief. De eerste jaren gaf ik basisbekwaamheid, daarna vakbekwaamheid, dan kreeg ik meer de startende directeuren die al wat ervaring hadden. Het mooie is: ik loop nu rond in het veld en kom nu overal oud-cursisten tegen. Ze vliegen uit naar allerlei functies, tot bestuursfuncties aan toe.”
,,Binnen die opleiding geef ik trainingen over trans-actionele analyse. Dat is een communicatietheorie die in de jaren zestig is ontwikkeld. Vanuit de filosofie dat we allemaal als onbeschreven blad worden geboren, dat je als kind heel kwetsbaar bent, continue je omgeving observeert en jezelf gedrag aanleert dat jou helpt in de situatie waarin jij verkeert. Die situaties zijn steeds anders, binnen gezinnen, daarbuiten op school. Kinderen creëren een overlevingsstrategie en dat vormt zich tot je zevende levensjaar en dan heb je een basisset van gedrag opgebouwd, van waaruit je communiceert. En als je ouder wordt, ga je eigen keuzes maken, zoals in de puberteit.”
,,Maar de theorie is, dat wanneer het spannend wordt, je dan terugvalt op dat basisgedrag. Wat ik tijdens mijn trainingen aan aspirant-schoolleiders leer, is: leer eerst heel goed jezelf kennen voordat je leiding gaat geven aan een ander. De opleiding begint altijd met een tweedaagse en dat is altijd heel confronterend. We zijn er dan met twee trainers: de één doceert en de ander is er voor de opvang. Want er gebeurt op die momenten iets met de mensen. In de loop van het jaar zijn er enkele begeleidingsgesprekken en dan gaat het bij de gemiddelde docent over ‘hoe ver ben je met je opdrachten?’ Maar ik pak die gesprekken juist aan als coachingsmomenten. Dan boor ik ook door. Ik ben geen psycholoog, maar dan probeer ik mensen inzicht te geven in hun eigen patronen. En van daaruit proberen we het handelen bij te stellen.”

‘Wat me vervolgens raakte,
is dat ik regelmatig heb
gezien dat een machtspositie
iets met mensen doet;
het verandert hen’

,,Ik had eens een jongen in de groep, die hoorde of zag je niet als hij in de groep was, maar één op één leverde hij prachtige intelligente stukken. Op een gegeven moment haalde ik hem bij me en vroeg hoe het kon dat ik hem niet hoorde of zag én hoe hij dat dan in zijn school deed. ‘Als je directeur wilt worden en je bent niet zichtbaar, terwijl je het wel in huis hebt...’, begon ik. We raakten in gesprek en opeens vertelde hij dat hij geadopteerd was, binnen een gezin met natuurlijk gekregen kinderen. Hij had zichzelf aangeleerd binnen dat gezin niet op te vallen, want dan was hij immers lief.”
,,Erg interessant. Vervolgens proberen we samen de zogeheten stoppers om te zetten in drivers. Zodat hij niet alleen bescheiden blijft, maar ook leert durven voor zichzelf op te komen.”
,,Enkele jaren later keerden mensen terug voor de vervolgopleiding. Dat is gaaf, dat je die mensen aan het begin van hun ontwikkeling ziet en dan een paar jaar later. En wat me vervolgens raakte, is dat ik regelmatig heb gezien dat een machtspositie iets met mensen doet. Het verandert hen. En dan probeer ik met hen terug te gaan naar hun originele drive, naar het waarom van dat zij schoolleider wilden worden. Want opeens hoor ik heel andere dingen dan de oorspronkelijke drive. Dan gaan we kijken wat er voor zorgt dat ze van die kern afgedreven zijn. Dat blijkt dan vaak de factor macht te zijn.”
Terug naar dat onbeschreven blad en de eerste levensjaren, waar een wezenlijke rol voor het onderwijs ligt. ,,Ik ben altijd bovenbouw-leerkracht geweest, had aanvankelijk niks met kleuters. Toen ik ergens schooldirecteur werd, ben ik me gaan verdiepen in de kleuterleeftijd. Stond ik te kijken op het pleintje bij het buitenspelen, waar ik zag dat het recht van de sterkste speelde. De leerkrachten legden me uit dat er steeds meer aandacht moest zijn voor rekenen en lezen, maar dat juist deze leeftijd zo belangrijk is in de vorming van een kind. Dat we ze dan juist moeten laten spelen. Ik ben op zoek gegaan naar mensen met kennis en mogelijkheden. En kwam in aanraking met het Speleon van de iPabo: een uitdagende ruimte waar kinderen kunnen leren, spelen en ontdekken en waar leerkrachten de kinderen tijdens het spelen kunnen observeren.”
,,De aanwezige deskundige zei: ’Als wij kleuters niet de gelegenheid geven om te spelen, om te leren door spel, dan creëren we de hufters van morgen…’ Ik schrok wel even. Het is dus zó van belang dat kinderen omgangsvormen leren. De juf aldaar pakte ook de momenten met de kinderen apart, wanneer er een actie was en dan daarbij de reactie of emotie. Het kind dat iemand van de schommel duwt, kan op dat moment nog niet inschatten wat de gevolgen zijn. Het gaat dus om het opbouwen van empathie.”
,,Bij het CPOW (Confessioneel Primair Onderwijs Waterland, red.) heb ik samen met de bovenschoolse coach, die van oorsprong nog een echte kleuterleerkracht was, een project gestart voor het versterken van het spelen van kleuters. Dat is eerst klein opgezet. Enkele leerkrachten durfden in het experiment te stappen, filmden kleuters bij het spel in hun klas, om te kijken wat er nodig is om het spel vorm te kunnen geven. Hier in Volendam zijn we heel erg op resultaten toegespitst. Dat heeft iets goeds, we wíllen uitblinken in het cognitieve. Maar het toetsen begon al bij de kleuters. Ik vroeg na mijn aanstelling hier aan een kleuterjuf wat zij nodig dacht te hebben om het spelen te verrijken. Zij is met enkele collega’s gaan nadenken en ze kwamen met een materialenlijst, passend bij hun denkbeelden. Daarop is budget vrijgemaakt en het SKOV-bestuur heeft besloten om voor alle scholen een budget van twintigduizend euro vrij te maken, puur bestemd voor het spelen van de kleuters. Daarmee gebeuren inmiddels al zulke mooie dingen.”
Betere omgangsvormen
,,Als dit de kleuters stimuleert tot beter spel en betere omgangsvorm, dan moeten ze spelen en moeten we de toetsdruk wegnemen. Beseffend dat het spannend is voor de leerkracht: er is minder controle, want laten spelen kun je begeleiden, maar het betekent ook loslaten. En leren ze dan nog wel wat jij wilt dat ze leren? In mijn optie leren ze veel meer. Omdat je in gesprek gaat als er iets gebeurt.”
,,Ik heb veel ervaring en heb veel gezien, maar er is nog heel veel in de wereld dat ik niet heb gezien. Als ze alleen maar zouden proeven van wat ik ken en mijn kennis, dan missen ze heel veel. Ik hoop ze daarom te verleiden en te stimuleren om zelf op ontdekkingsreis te gaan. Waarbij we de basis – datgene waar we goed in zijn – op orde moeten houden. Ik hoop het vuur te ontbranden. Iemand zei hier: ‘traditie is niet het doorgeven van de as, maar het blijven voeden van het vuur’. Dat is het. Ik hoop dat het gaat bruisen.”
,,En dan kun je komen met theorieën als het koersplan, pijlers en speerpunten, maar je moet de leerkrachten, ouders en kinderen zien te bereiken. Onlangs is door onze bovenschools manager voor het PO, Wilma Tjalsma, voor de tweede keer een avond georganiseerd voor ouders van basisschoolleerlingen en het mooie aan de avond was dat er drie totaal verschillende voorbeelden van good practices waren te zien en die leerkrachten gaven ook ieder op hun eigen manier het vuur door. Ik zag dat het iets met de ouders deed en ook bij de aanwezige directeuren van de scholen zag ik muntjes vallen. Zij tonen dus bereidheid te willen leren van leerkrachten, ook van die van andere scholen.”
,,Dat je wilt veranderen, wil niet zeggen dat het oude niet goed was. Je komt vanuit een situatie en dan vraag je jezelf af: waar willen heen en wat is daar voor nodig? Ik hoor mensen wel eens zeggen dat ze spijt hebben van keuzes in hun leven. Maar met de kennis van nu moet je geen spijt voelen over beslissingen van toen. Want destijds voelde die beslissing goed. Als ik naar mijn achtergrond kijk: na dertig jaar huwelijk – met twee lieve en wijze kinderen – kwam mijn man uit de kast, waarmee ons huwelijk eindigde. Ik heb destijds hulp gezocht, om het te verwerken. Waarbij mij ook werd gevraagd om te kijken naar dat meisje van achttien, dat destijds deze man – toen nog jongen – ontmoette. Wat zou ik dan tegen haar zeggen? ‘Doorlopen’, zou je in een eerste reactie denken. Maar vervolgens dacht ik: nee, want op dat moment was dat goed en het is héél lang goed geweest. Ga ik dan dat deel van mijn leven wegzetten alsof het niet goed was, omdat het niet goed afliep?”

‘Dat is ook de
achterliggende reden dat ik meerdere
coachingsopleidingen heb gedaan;
de coach stopt niet het beste van
zichzelf in de ander,
maar haalt het best
uit de ander’

,,Ik zie wel eens dat leerkrachten huiverig zijn wanneer ik binnenkom. Ik breng misschien wat energie mee. Dan denken ze misschien: doe ik het niet goed? Waar wil ze heen? Waar word ik straks op afgerekend?” Ze staart kort voor zich uit. ,,Ze moeten mij even leren kennen. In die zin: ik ben heel erg voor om de kracht uit mensen te halen. Dat is ook de achterliggende reden dat ik meerdere coachingsopleidingen heb gedaan. De coach stopt niet het beste van zichzelf in de ander, maar haalt het best uit de ander. Dat hoop ik ook te bewerkstelligen. Het vraagt tijd om ze te laten zien dat die ruimte er echt is.”
,,Als je dan de stukken op sociale media ziet, het zijn maar een paar mensen die schrijven, maar dat komt voort uit een machtsfactor uit het verleden. Ik heb ook begrepen dat er meerdere stukken klaarliggen om op geëigende momenten weer de sociale media te worden ingeschoten. Ik hoop dat mensen die dat lezen het op de juiste waarde kunnen schatten. En kunnen ervaren en zien waar we straks als SKOV voor staan. Er zit zóveel potentie en talent in de club aan leerkrachten, docenten en directeuren, ik hoop dat ik ze mee kan nemen, zodat ze alles kunnen laten zien wat zíj kunnen, niet wat ík toevoeg. Die groepsleerkrachten kom ik ook nog eens overal tegen in de gemeenschap, in een andere hoedanigheid, namelijk als vrijwilliger. Dan denk ik: wauw, doe jij dit ook? We hebben zo’n rijkdom aan mensen in het onderwijs. Ik hoop dat die mensen durven gaan geloven in hun eigen kracht en dat de ruimte er mag zijn.”
,,Maar we zitten in een overgangsfase en daar hoeven we niet met zevenmijlslaarzen doorheen, het is geen revolutie. Als we maar tot evolutie kunnen komen. Als ik het volhoud en we kijken over tien jaar achterom, dan denken mensen niet meer aan die stukken op sociale media, maar zien de mensen dat er mooie dingen gebeurd zijn op de scholen. Gerealiseerd door de mensen ván die scholen.”
,,Wim stapt nu in bij de FC, ik voelde ook dat het moment goed was om deze overstap te maken. Als het dan niet lukt zoals jij voor ogen had, tja… iedereen heeft een stukje ego, dat heb ik ook, maar als het niet haalbaar is, dan ga je de wijde wereld in om elders iets te kunnen betekenen. Maar ik heb er echt wat voor over, om wat ik heb geleerd in de buitenwereld, hier een klein duwtje te geven. En ik pretendeer echt niet meer dan een klein duwtje.”

Het werd recentelijk persoonlijk op die sociale media, mede omdat een staflid werd ontslagen, wat vervolgens werd teruggedraaid door de rechter?
,,Ik kwam hier dingen tegen, die niet kunnen. Dan is het vanuit mijn functie de taak om op dat moment de bezem te pakken. Ik hoop dat ik die nu kan laten staan. Het nadeel van dergelijke situaties is, om dat mensen van buiten gaan voeden, dat het lijkt dat het dondert en het bliksemt bij de SKOV. Integendeel. In de situatie die tot een rechtsgang leidde, bleken onze bevindingen te kloppen . Alleen had de betreffende werknemer van voorgangers toestemming gekregen voor zijn handelen, dus was ontslag niet toegestaan. Daar heb ik veel van geleerd.”
En daarna werd er herrie gemaakt rondom de situatie van Jaap Braakman, een instituut van het Don Bosco College. Runderkamp: ,,Ik ben in november 2017 gekomen. Destijds was al duidelijk dat het aantal leerlingen op de basisscholen terugloopt. Ik was namelijk eerder verantwoordelijk voor het CPOW, moest op Marken voor het eerst in twintig jaar combinatiegroepen doorvoeren, in Monnickendam moesten twee scholen samen gaan om levensvatbaar te blijven en zoiets gebeurde in Purmerend ook. Die krimp ga je vervolgens ook qua instroom voelen in het voortgezet onderwijs. Op termijn zouden we een x-aantal mensen teveel op de rol hebben. Dan hebben mensen het over moeten bezuinigen, maar dat is niet het juiste woord. Als je minder kinderen krijgt, heb je minder lessen en dus ook minder docenten nodig, dat dien je op elkaar aan te passen. Toen ik binnenkwam, leefde dat besef niet echt. Want tegen alle prognoses in was het Don Bosco College gewoon doorgegroeid. Ik zei: ik ga het niet vanuit de ‘geldhoek’ aanvliegen. We hadden 1700 leerlingen, maar laten we een bont scenario nemen en stellen dat we er over vijf jaar nog 1100 hebben; wat voor school willen we dan zijn? Wat zou ons aanbod moeten zijn, hoe blijven we met dat aantal leerlingen een excellente school met een fantastisch aanbod. Hoe richten we dan het DBC van de toekomst in?” ,,Daarop is de werkgroep Futura – met docenten en afdelingsleiders – opgericht en die zijn een jaar aan het brainstormen geweest. Daar kwamen mooie dingen uit voort, maar het werd nog niet concreet. Vervolgens kwam de volgende 1 oktober-telling en viel de instroom tegen bij de prognose. Niet alleen hier, ook elders. Er bleek tevens uit onderzoek van BMC dat 25% van de jongeren in Waterland voor een school buiten de regio kiest. Daarop is een werkgroep ingericht die gaat onderzoeken en de huidige groep 8 leerlingen gaat benaderen en de leerkrachten met de vraag: wat zorgt ervoor dat het huidige potentieel voor die school buiten de regio kiest? Is dat er omdat er meer gevarieerd onderwijsaanbod is? Of dat ouders het goed vinden als ze buiten de vaste kring naar school gaan? Dat willen we uitzoeken.”
,,Maar dit gegeven klopte wel keihard op de deur, dus we moesten handelen en met plannen komen. Daarop moesten we het lerarenbestand terugbrengen en dat is hard. Er zijn er immers die al dertig jaar met hart en ziel aan deze school verbonden zijn. En de periode van de Nieuwjaarsbrand heeft hier voor een onderlinge verbondenheid gezorgd, dat heb je elders niet. Er staat een hecht team. Daar maakt rector Jaap Braakman ook al die tijd deel van uit.”
,,Het ging inmiddels echter niet meer over inhoud; bij het handelen naar de nieuwe situatie ging het over euro’s. Vroeger was het last in first out, maar nu gaat het volgens het afspiegelingsprincipe – uit elk leeftijdscohort moeten mensen uitstromen – van de landelijke regelgeving van het UWV. Dat is taai. Als je de school hebt opgebouwd en nu moet de school opnieuw worden opgebouwd, in een andere vorm, dan moet je door een hele moeilijke periode heen. Ik vroeg aan Jaap of dit traject bij hem paste. Meerdere gesprekken volgden, over waar zijn passie lag, waar hij glimmende ogen van kreeg. Zijn passie ligt vooral bij het onderwijs, het verschil maken voor kinderen, dat zag je ook destijds in zijn betrokkenheid bij die groep na de Nieuwjaarsbrand, waarbij hij er mede voor zorgde dat er passende programma’s kwamen voor al die jongeren. Tijdens onze gesprekken heb ik op enig moment de knoop doorgehakt en heb ik Jaap een andere positie aangeboden. Jaap zei vervolgens zelf: ‘ik ga voor zorgcoördinator’. Dat verraste me, maar ik vond het zó mooi.”

‘Als je binnen de
veranderende situatie van krimp
iemand op die post krijgt
als Jaap Braakman, die ook
verstand heeft van de strategie,
dat is goud’

,,Er ligt voor jonge kinderen in deze maatschappij een stevige uitdaging, aan prikkels, sociale media, er zijn zoveel meer invloeden waar kinderen tegen bestand moeten zijn dan toen wij jong waren. Als je dan iemand als Jaap ‘op’ de zorgcoördinatie hebt, dat is een prettige wetenschap. Bij het communiceren naar buiten wilden we vervolgens voorkomen dat het gekoppeld werd aan de andere verhalen, want het staat totaal los van elkaar. Jaap en ik hebben samen de verklaring opgesteld, zodat de ouders konden worden ingelicht. Ik heb uitleg gegeven aan het team van docenten en die hebben we in twee inloopuren de ruimte gegeven om vragen te stellen of iets te zeggen. En daar zaten Jaap en ik, voor twee keer een dubbel lokaal gevuld met docenten. En de docenten hebben mij van alles gevraagd. Er kleefden enkele privacygevoelige aspecten aan dit dossier. Wanneer het op dat snijvlak kwam, dan zocht ik oogcontact met Jaap. Dat betekende ook dat op sommige vragen geen antwoord kwam en dat leidde tot enkele reacties. Ik vroeg begrip voor de situatie en gaf aan dat ik met honderd procent en de hand op het hart durfde te garanderen dat we dit met alle zorgvuldigheid hebben gedaan. Want dat verdient Jaap”, wordt ze even emotioneel. ,,Het is een fantastisch mens. En ik kijk uit naar de invulling van zijn nieuwe rol.”
,,Het schoolplan van het DBC is in concept klaar en de leerlingenzorg is van oudsher één van onze pijlers, daar mogen we trots op zijn en het feit dat Jaap daar voor gaat, dat is bijzonder. Als je binnen de veranderende situatie van krimp iemand op die post krijgt als Jaap, die ook verstand heeft van de strategie, dat is goud. Maar kennelijk was het voer voor het legertje mensen dat anders wil met deze situatie. En het kwalijke is dat Jaap in stukken verschijnt, dat is echt onverdiend. Terwijl het een zuivere weg zou moeten blijven, zoals wij die met hem samen hebben bewandeld.”
,,Door deze verschuiving komt er een interim-directie. Jos Bart loopt al een jaar rond als interim-conrector en heeft zich vooral bezig gehouden met het schoolplan in de steigers te zetten, heeft met docenten besproken, echt bottom-up. Hij wordt interim-rector en Henk Rollingswier wordt interim-conrector, want ik wilde iemand uit de eigen geledingen in de directie hebben, binnen dit proces, waarin je mensen nodig hebt die aan de zakelijke kant goed zijn, maar ook mensen kunnen verbinden. In de loop van dit jaar hoop ik dat we dat plan van ‘het DBC over vijf jaar’ concreet kunnen maken. We moeten hier doorheen en komend jaar gebruiken we om te zoeken naar de rector die bij dat plan past. Als je nu iemand aan gaat stellen, dan kies je voor een verandermanager, die een reorganisatie in goede banen leidt en dat is een andere tak van sport. We hopen dat het conceptschoolplan wordt goedgekeurd. Dan weten we waar we heen willen en welke mensen we aan boord willen om die ambities te realiseren.”
,,In deze processen heb ik ook te maken met twee medezeggenschapsorganen: de GMR voor het basisonderwijs, die een actievere rol heeft ingenomen. En de Medezeggenschapsraad van het DBC. Die MR – waar ook leerlingen in plaats hebben – heeft in de net genoemde situatie wettelijk adviesrecht en dat heb ik haar op enig moment ook gevraagd. Zo’n medezeggenschapsorgaan neem je dan ook mee en laat je meedenken in het proces, maar tot zover, want bepaalde zaken zijn nou eenmaal privacygevoelig. En het is mijn taak om dat te bewaken. Het afgelopen jaar heb ik met beide organen stappen kunnen zetten naar een meer constructief kritische relatie.”
,,Op veel vlakken zijn we de wegen opnieuw aan het verkennen. Ik kwam hier binnen en dan moet je elkaar leren verstaan. Ik ben weliswaar Volendammer en heb hier – op de Zuidwester en Spinmolen – vijftien jaar voor de klas gestaan, zes jaar in het vrijwilligersbestuur van de SKOV gezeten, maar ik ben ook twintig jaar weggeweest. In West-Friesland zag ik wel veel raakvlakken met hier, zoals de gemeenschapszin. Vervolgens kom je terug in het Volendamse onderwijs en in het begin heb ik gespard met mensen. Dan heb je bepaalde ideeën, maar je moet niet te hard van stapel willen. De directeur van het samenwerkingsverband koos voor de metafoor: als de koeien een winter lang op stal staan en jij gooit de deur open, dan verwacht je misschien een lentedans met in het weiland huppelende koeien die de ruimte verkennen. Maar die deuren van de stal hebben lang dichtgezeten: de koeien gaan eerst voorzichtig hun neus om het hoekje steken, jij moet ze verleiden naar buiten te komen.”
,,De SKOV heeft veel geld op de bank staan, dat is algemeen bekend. Dat geld stelt ons in de gelegenheid om keuzes te maken. Ik wilde graag de directeuren – binnen de kaders en in overleg met hun teamleden – de ruimte geven om die keuzes zelf te maken. Ze wilden eerst inzicht krijgen in wat er is en hoe het werkt. Ze hebben een training ‘financieel beleid’ gekregen, waardoor het voor sommige steeds interessanter voelde. Het proces is dus in beweging. De stip moet misschien iets verder op de horizon, misschien op tien jaar. En het hangt niet aan mij, ik geef alleen de slinger.”
,,Ik hoop zó dat de bloemen gaan bloeien op de scholen. Laatst zei iemand: ‘juffrouw Margareth, jij was vroeger zo gek op kinderen, hoe kan het nou dat jij niet meer voor de klas staat?’ Tja. Dat vond ik een compliment. Maar op enig moment loop je in een school rond en dan wil je iets voor de hele school betekenen en niet alleen voor een klas. Ik werd in Purmerend steeds vaker gevraagd voor werkgroepen of stuurgroepen, ook met betrekking tot de gemeente. Zo rol je op natuurlijke wijze in een andere functie. Maar uiteindelijk gaat het nu élke dag om de kinderen.”

‘Mijn droom ligt in
dat we teruggaan
naar de autonomie
van de leerkracht’

,,De ontwikkeling van de SKOV in de afgelopen decennia? Het woord eigenaarschap is een term in het onderwijs die steeds vaker wordt gebruikt. Toen ik voor de klas stond, was je als leerkracht nog autonoom; je maakte je eigen keuzes. Er was nauwelijks klassenbezoek of sprake van functioneringsgesprekken. Daarna werd het verdeelbeleid geïntroduceerd, vanuit goede motieven, om de scholen in stand te kunnen houden. Maar als ouders niet meer mogen kiezen, dan moeten we zorgen dat de kwaliteit op alle scholen gelijkwaardig is. Dat leidde ertoe dat van bovenaf voor de scholen bepaald werd, welke methode werd gebruikt. De formatie werd vanuit het bestuurskantoor bepaald. Scholen kregen te horen wie waar kwam te werken. Toetsresultaten werden in dat kantoor geanalyseerd. Gaandeweg ging geld een belangrijke rol spelen: het werd geldgedreven.”
,,Mijn droom ligt in dat we teruggaan naar de autonomie van de leerkracht. Niet dat de leerkracht koning is in het eigen koninkrijk. Ik zeg altijd: het gaat om groeien in onderlinge verbondenheid. Dat je als leerkracht groeit, dat je kinderen groeien en dat alles binnen een kring van leerkrachten die samen met de directeur een school vormen. Met als insteek dat het niet meer geldgedreven is, maar kindgedreven. En dat geld dienend is om het onderwijs vorm te geven. Dat leerkrachten in hun kracht mogen staan en kijken wat de kinderen in hun groep en zijzelf nodig hebben.”
,,Ik heb in het recente verleden veel gewerkt met Stichting Leerkracht. Jaap Versvelt van McKinsey verbaasde zich over wat er met zijn pubers op scholen gebeurde. Daarop hebben ze wereldwijd onderzoek verricht. Bleek dat we met ons land qua onderwijs in de hele goede middenmoot zitten. We waren aan het watertrappelen. En uit alles blijkt dat de leerkracht de essentiële factor is in het hele verhaal. De vervolgens in het leven geroepen stichting gaat uit van pijlers als dat leerkrachten zich verbinden met collega’s, samen lessen voorbereiden en evalueren, korte bordsessies over de ambities, doelen en successen en waar moeten we van leren. En dat steeds delen met elkaar.”
,,Eén leerkracht deelde dat in de klas, deed die sessie daar en dat bleek uitstekend te gaan. Er is ook wetenschappelijk onderzoek naar gedaan, want de vraag is altijd of je achter de volgende hype aanloopt. Maar het blijkt dat deze Leerkracht-aanpakt werkt. Ik sprak wel eens groepsleerkrachten, die echt stelden van ‘hoe lang moet ik nog?’ Maar door deze Leerkracht-aanpak hoor je steeds meer van ‘hoe lang mág ik nog?’ Er is dus een nieuwe vibe ontstaan. William Zwarthoed heeft het hier opgepakt en doet het in de Petrusschool. Ik hoop dat dat anderen inspireert, al gaat het alleen al om elementen die bij de betreffende school passen. Dan gaat het er dus niet om dat je het onderwijs anders inricht, maar je zet mensen op een andere manier in hun kracht.

Basisscholen mogen differentiëren? Hoe ver mogen ze daar in gaan?
,,We zijn in het onderwijs gebonden aan kerndoelen. Die zijn voor alle scholen gelijk. Qua opbrengst hebben we hetzelfde te bereiken. De basis zal dus niet veranderen. Maar waar je precies je eigen kleur kunt geven, dat ligt in aspecten die uit de scholen zelf komen. Ik zou heel graag zien dat het ontdekkend leren als een doorgaande leerlijn van het basis- naar het voortgezet onderwijs doorloopt. Andere vormen van onderwijs, zoals Agora, hebben we op die eerste ouderavond in oktober vorig jaar laten zien. Er is meer. Neem het Hyperion College, dat een enorme glijbaan in de hal heeft: daar kan ik enorm van genieten, maar de vraag is: past het bij de gemeenschap en past het in de fase waarin we nu zitten?”
,,De ouders die we gezien hebben tijdens de, door Wilma Tjalsma, georganiseerde twee ouderavonden, raakten geïnspireerd. Eerst kwam puur het Koersplan aan bod, tijdens de tweede avond de drie goede voorbeelden van de verschillende scholen. Nu kunnen de directeuren zelf verbinding zoeken met de ouders. Tijdens de recente ouderavond kwam het zelfstandig leren van het kind naar voren in de good practice van Kofschip-leerkracht Ruud Slinger. Dat mondde in onze groep uit in een pedagogisch gesprek met de aanwezige ouders. Een ouder vroeg bijvoorbeeld dat als je kind niet zo goed mee kan komen, krijgt hij of zij dan ook nog gelegenheid voor andere leuke activiteiten, zoals kinderen die opdrachten snel af hebben dan naar het Wetenschap & Technologie-lokaal mogen. Ruud legde uit dat die ruimte er ook voor de andere leerlingen is.”
,,De maatschappij is echter competitief. Het is goed als kinderen jong leren omgaan met teleurstellingen en hun eigen kracht leren ontdekken. Zodat ze ook onder ogen leren en mogen zien dat ze niet alles kunnen. Mijn dochter is psycholoog in Amsterdam en in haar praktijk komt ze veel jonge mensen tegen met een burn-out. Die hebben 23 jaar gehoord dat ze geweldig zijn, dat we hoge verwachtingen van ze hebben en vervolgens stromen ze de wijde wereld in en die is soms hard. Als je in een bedrijf gaat werken, maak je fouten, daar is niks mis mee. Maar als je niet hebt geleerd om daar mee om te gaan, breekt dat je op. Daar hebben we dus samen iets te doen.”

‘We hebben 24 miljoen euro
op de bank; de uitdaging
komt straks: hoe gaan we
het geld inzetten
voor onderwijs?

Het vermogen van SKOV is – zoals daarnet gememoreerd en algemeen bekend – riant; dat is toch bedoeld om aan te wenden voor het onderwijs?
,,Het eerste wat ik na mijn aanstelling deed, was van alle geledingen mensen uitnodigen en hen heb ik laten zien hoe het vermogen eruitziet. Vervolgens heb ik hen gevraagd in deze tijd en ontwikkeling mee te denken, hoe we dit vermogen gaan aanwenden voor het versterken van het onderwijs. Ik ben gewend om daar transparant in te zijn, maar dat laatste waren ze hier kennelijk niet gewend.”
,,We hebben nu 24 miljoen euro op de bank. Waarvan vijf privaat – voortgekomen uit beleggingen en rente-opbrengsten op beleggingen en die mogen we naar eigen inzicht besteden – en negentien publiek: dat is overgehouden van onderwijsgeld en dat is gebonden aan regels. Ik wil dat ten eerste transparant maken. En vervolgens is de insteek dat geld uit te geven aan de goede dingen. Ik zie gewoon achterstallig onderhoud in de scholen, het meubilair in de meeste scholen is afgeschreven. Voor de kleuters krijgen de scholen elk twintig duizend euro, digiborden moeten vervangen. En we zijn bezig met duurzaamheid, vanuit het idee om te investeren uit het private vermogen, maar dat de scholen in hun dagelijkse exploitatie in hun lasten omlaag gaan, zodat ze meer geld voor onderwijs overhouden.”
,,We zijn bezig met zonnepanelen, met LED-verlichting, dubbel glas. Dat is allemaal niet zo moeilijk, want dat is instrumenteel. De uitdaging komt straks: hoe gaan we het geld inzetten voor onderwijs? En welke ruimte krijgen scholen daarbij? Maar dan moeten ze wel in staat zijn om zelf plannen te maken. Welke middelen zijn nodig voor het schoolplan dat ze nu aan het schrijven zijn en in november klaar moet zijn? Wat zit in de reguliere bekostiging en waar kunnen we gebruik maken van de unieke omstandigheid dat er in het verleden zo goed op de centjes is gepast en hoe gaan we dat inzetten? Daar ligt de uitdaging.”
,,Een hele andere dan toen ik bij het CPOW begon, destijds waren ze nagenoeg failliet. Uiteindelijk konden we jaren later extra geld naar de scholen laten gaan. Bij SKOV zijn we een rijk bestuur. Laatst kwam de accountant en die meldde dat wij in de landelijke top vijf van VO-organisaties bovenaan staan. Dat is mooi, maar in het verleden was het geld een doel op zich en daar moesten we vooral niet aan komen. Dat geld moet op termijn in de klassen terecht komen. In zowel die van het basis- als voortgezet onderwijs. Als je praat over een meerjarenbegroting, dan gaat het om: wat is je visie op de inzet van het vermogen? Wat moet het eindpunt zijn en welke criteria stellen we aan het begin? Met het eerder gememoreerde groepje mensen, die daarover zinvol kunnen meedenken, gaan we gesprekken aan.”
,,Ik hoop dat we hier samen goede dingen kunnen gaan doen en het zou mooi zijn als dat proces ook parallel plaatsvindt bij andere organen in de gemeente, dan kun je die energie met elkaar verbinden, om zo een grotere slag te maken. Ik ben hier geboren en getogen en ben hier niet voor niets blijven wonen. Er zijn kansen genoeg geweest om weg te gaan, maar ik bleef. Mijn moeder is geboren aan de haven en ik voel Volendam in mijn vezels. Maar datzelfde mooie dorp heeft ook andere kanten…”
,,Ik las laatst een artikel in NRC Handelsblad van een hoogleraar met betrekking tot zijn inaugurele rede, over integriteit in organisaties. Waar gaat het mis? Als het te homogeen is en besloten, zo stelde hij. Ik heb contact gezocht en we hadden een prachtig gesprek. Hij bood in het kader van zijn onderzoek aan om te sparren. Dat is voeding voor ons en ik ga zulke dingen graag aan om er samen – hier – beter van te worden. Want samen kunnen we het vuur opnieuw ontsteken.”

 

|Doorsturen

Krachtenveld

2019-06-18 20:58:18



Het is als niet-krachtenveld uit het heden bijna geestig om dit interview (of vloeiend geformuleerd dictaat?) te lezen. Kritiek op mevrouw Runderkamp wordt afgedaan als voortvloeiend uit een onbuigzame, starre houding van 'krachtenvelden uit het verleden'. Het zou geestig zijn wanneer het handelen waardoor de kritiek is ontsproten, het handelen van deze Onderwijsprofeet uit de Buitenwereld met haar Frisse en Vooruitstrevende Ideeën uit niet-Volendammer (en dus betere) oorden, niet tot beschadiging van anderen zou leiden.

Met name de selectieve presentatie van de feiten rondom het teruggedraaide ontslag waarbij mevrouw Runderkamp (of Eddy Veerman?) duidelijk laat merken zich bekwaamd te hebben in de kunst van het schaamteloos insinueren door het weglaten van essentiële feiten, is niet anders dan te kwalificeren als abject, als men het vonnis van de kantonrechter bestudeerd heeft. ,,Ik kwam hier dingen tegen, die niet kunnen. Dan is het vanuit mijn functie de taak om op dat moment de bezem te pakken. Ik hoop dat ik die nu kan laten staan. Het nadeel van dergelijke situaties is, om dat mensen van buiten gaan voeden, dat het lijkt dat het dondert en het bliksemt bij de SKOV. Integendeel. In de situatie die tot een rechtsgang leidde, bleken onze bevindingen te kloppen . Alleen had de betreffende werknemer van voorgangers toestemming gekregen voor zijn handelen, dus was ontslag niet toegestaan. Daar heb ik veel van geleerd.”, liet mevrouw Runderkamp optekenen.

Hetgeen mevrouw Runderkamp niet vond kunnen, betroffen nevenwerkzaamheden die slechts incidenteel onder werktijd plaatsvonden, nevenwerkzaamheden die inderdaad vanwege de toestemming van voorgangers op geen enkele wijze te interpreteren vielen als het veronachtzamen van plichten uit de arbeidsovereenkomst - als het zicht niet vertroebeld zou zijn door vooringenomenheid. Niet alleen was er sprake van toestemming, verder was er ook in de arbeidsovereenkomst geen verbod op nevenwerkzaamheden opgenomen. De toepasselijke CAO VO houdt ook geen algemeen verbod in op nevenwerkzaamheden. Wat resteert er dan voor een betamelijk bestuurder? Het is het goed recht van een bestuurder om een dergelijke manier van werken van een werknemer niet passend te vinden in de organisatie. Met heldere afspraken, functioneringsgesprekken en redelijke opdrachten kan een koerswijziging aangebracht worden in de werkzaamheden van een werknemer. Neen, mevrouw nam de spreekwoordelijke bezem in de hand. Wat heet. Met het inzetten van een recherchebureau werd op onrechtmatige en grove wijze de privacy geschonden van de werknemer, hetgeen ook vastgesteld is door de kantonrechter, met het doel om krampachtig een ontslag op staande voet te rechtvaardigheden. Waarom staat dat niet in het interview? Het zal vast per abuis weggelaten zijn. Verder wel ironisch dat mevrouw aangaf zo veel op te hebben met de privacy van meneer Braakman. Als het haar uitkomt. Ze heeft er in ieder geval veel van geleerd - dat er toch nog juridische beperkingen zijn bij het spreekwoordelijke 'over lijken gaan'. Wellicht zal haar niets-ontziende bezem hierdoor met een nog grotere geraffineerdheid het onderwijsstoepje schoonvegen, zich krampachtig bewegend binnen de wettelijke kaders.

Uw reactie