't Bottertje
Lid worden
't Bottertje
Lid worden

Algemeen

Een dag de zee op met de familie Schilder (loege) staat garant voor opwinding

‘Wij geven onszelf niet gewonnen’

Windkracht 6, hoge golven en verraderlijke regenbuien. Nee, het leven van een visserman gaat lang niet altijd over rozen. De verslaggever van Nieuw-Volendam ging een dag de zee op met de familie Schilder (loege), die met een van de weinig overgebleven Volendamse botters rondvaart op het IJsselmeer. ,,Over een paar jaar kan het zomaar over zijn. We leven in een gekke wereld.”

Het is dinsdagmorgen, iets na vijven. In een zwarte Volkswagenbus zitten Gerrit (75), Jack (49), Patrick (47) en Gerrie (46). Het blijft een bijzonder fenomeen: vader en zoons al dertig jaar lang samen op pad om aal te vangen. Dit keer gaat de reis naar het haventje van Breezand, een dorpje in de kop van Noord-Holland. Daar ligt momenteel de botter van de familie Schilder: de VD64.
Ondanks het vroege uur wordt er veel gesproken onderweg. Het gaat over de Nederlandse overheid en Europese Unie, die alsmaar met nieuwe regels komen. Over een fikse boete die de vissers een dag eerder kregen, omdat ze aal vingen op een plek waar ze ‘opeens’ niet meer mochten aanmeren. Over de fysieke gezondheid van een aantal dorpsgenoten. En over de stand van de wind. Volgens de weerberichten is er windkracht 5, maar Patrick weet wel beter. Hij spreekt uit ervaring. ,,Dit is minimaal windkracht 6”, verzekert de ras-visserman. ,,Het wordt heftig op zee.”
Zeebenen
De afgelopen weken zijn de Volendamse bikkels getrakteerd op de meest wonderschone zonsopgangen. Op dat soort momenten ervaren ze dat ultieme gevoel van vrijheid optimaal. Des te vervelender dat de hemel dit keer volledig bedekt is met wolken. Het oogt onheilspellend. ,,Voor mij is er vandaag te veel wind”, zegt Gerrit, terwijl zijn zoons de botter klaarmaken voor vertrek. ,,Ik heb geen zeebenen meer. Daardoor kan ik het rollen en stampen van het schip niet meer handelen. Het is ook niet vreemd. Ik werk al 61 jaar. Ik was veertien toen ik begon bij de VD240. In die periode werkten we bijna negentig uur per week. Pas op zaterdagavond om zes uur waren we klaar.”
Het gesprek wordt onderbroken als Patrick de kooi in kruipt om nog even te rusten. Hij geeft het roer over aan vader Gerrit. Figuurlijk dan, want de botter beschikt over een automatisch besturingssysteem. Toch is Gerrit niet helemaal zeker van zijn zaak. Hij haalt het luik boven de kooi open. ,,Patrick, gaat-ie goed?”, roept hij naar zijn zoon. ,,Hoe lang moeten we stomen?!”

Gerrit: ‘Patrick,
hoe lang moeten we stomen?!’

Een krap uur naar Stavoren, klinkt het vanuit de kooi. Gerrit sluit het luik weer en neemt plaats op de stoel van de kapitein. Hij kijkt voor zich uit, naar het water waar hij zo van houdt. De focus is af te lezen van zijn karakteristieke en doorleefde gezicht. ,,Qua techniek is het vak wel een stuk gemakkelijker geworden in de loop der jaren”, vervolgt Gerrit zijn relaas. ,,In mijn tijd hadden we niet veel meer dan een roer, kompas en het weerbericht. En dat weerbericht was vaak in de war. Ik weet nog dat ik samen met mijn vader op een bootje van twaalf meter met een motortje van dertig pk zat. We moesten met windkracht 9 tot 10 naar de haven van Enkhuizen varen. Dan ging je drie mijl per uur, met golven tot ruim drie meter hoog. Mijn vader zei dan: ah man, kan geen last. Die was erger gewend. Maar prettig was het niet.”
Wetgeving
Wat dat betreft zijn de golven van nu peanuts voor Gerrit. Ze komen vandaag tot 1.60 meter en de VD64 gaat ongeveer acht tot negen mijl per uur. Maar voor een verslaggever die zich niet elke dag op woeste zeeën begeeft, zijn de omstandigheden best pittig. Het schip gaat heen en weer als een gek. Het zoete IJsselmeerwater klotst keihard tegen de voorruit. Intussen zijn de zoons van Gerrit volop aan het werk. Ze zijn met man en macht bezig om fuiken binnen te halen. Zij hebben duidelijk wél zeebenen. Ondanks het vrij stormachtige weer raken ze geen moment uit balans.
Gerrit gaat zitten op een stoel voor de stuurhut. Hij assisteert waar hij kan. ,,De jongens hebben alle drie de LTS afgemaakt en werken sinds hun zestiende als visserman”, vertelt pa. ,,Zonder hen was ik allang met pensioen geweest. Nu ben ik nog steeds elke dag bezig. In de zomer op de botter, in de winter maak ik fuiken en dat soort dingen. Na al die jaren weet ik overal van en dat is voor de jongens erg makkelijk. Aan de ene kant zou ik graag wat meer rust willen. Niet meer elke avond vroeg slapen en om half vijf ’s morgens opstaan, bijvoorbeeld. Aan de andere kant is dit wel mijn passie en het houdt me een beetje jong. Stilzitten kan ik toch niet zo goed.”
Een ander thema dat Gerrit voortdurend aanhaalt, is de wet- en regelgeving in de visserij. Die is in de loop der jaren flink wat strenger geworden. Jack, Patrick en Gerrie kunnen het zich nog herinneren dat ze honderd gulden betaalden voor een visvergunning. Nu moeten ze elk jaar vijfduizend euro aftikken. Daar komt bij dat ze nog slechts vier maanden per jaar mogen vissen; van mei tot september. ,,Als we nog één maand langer doorgaan, vangen we in die vier weken net zoveel als in de vier maanden daarvoor”, vertelt zoon Gerrie. ,,Maar we moeten stoppen, met een zee vól aal. En zonder compensatie.”
Bloemkool
Dit alles is onderdeel van het Nederlandse visserijbeleid. Dat richt zich op verduurzaming van de sector en wil overbevissing tegengaan. Daardoor wordt het er bepaald niet leuker op voor de familie Schilder en hun collega’s. De meeste vissers hebben hun bedrijf al verkocht. In de tijd dat Gerrit nog volop werkte, lagen er zo’n zestig botters in de Volendamse haven. Nu zijn ze op één hand te tellen.

Gerrie: ‘Als we nog één maand
langer doorgaan, vangen we
in die vier weken net zoveel
als in de vier maanden daarvoor’

,,Vroeger mochten we alles”, verzucht Gerrit, waarna hij zijn zoveelste sigaret aansteekt. ,,Die vrijheid had natuurlijk ook zijn nadelen, maar nu slaat het wel erg door. Wij hebben soms het idee dat we als moordenaars worden beschouwd, omdat we een aaltje uit het water halen. Sommige betrokken partijen willen het liefst dat we alleen nog bloemkool en andijvie eten. Maar ik heb al tien keer gezegd: een plant leeft óók. En daarvan is het niet erg als je de kop eraf snijdt? Wie zegt dat zo’n bloemkool dan geen pijn heeft? Nee, hij kan niet praten, maar kan een vis dat wel? Hier hoor je nóóit iemand over. Zou ik dan zo bij de tijd zijn? Of zijn zij gewoon niet wakker? Of willen ze het niet zien?”
Gerrit loopt weer de stuurhut in. Een paar minuten later gaan zijn zoons hem achterna. Het is pas negen uur, maar ze hebben besloten om terug te gaan naar Breezand. Het weer laat het niet toe om nog langer door te gaan met fuiken binnenhalen. ,,Dit doen we bijna nooit, maar het ging nu echt niet meer”, verklaart zoon Gerrie. ,,Gelukkig hebben we best nog wel wat aaltjes gevangen.”
Boete
Eenmaal in de stuurhut gaat het gesprek al snel weer over het Nederlandse visserijbeleid. De Volendammers laten het achterste van hun tong niet zien, maar aan hun blik is af te lezen dat het diep zit. ,,Het is om gek van te worden”, zegt Patrick terwijl hij koers zet richting Breezand. ,,Deze week hadden we nog de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) aan boord. Wij waren nietsvermoedend aan het vissen op een plek waar we eigenlijk niet meer mochten komen. Dat hebben ze dan onlangs weer besloten en dan geven ze aan ons de coördinaten door. Maar wij kijken nooit naar coördinaten. Nou, dan krijg je dus maar een dikke boete. Je wordt er moedeloos van. We zijn onze vrijheid kwijt.”
De familie Schilder zit vier maanden per jaar op zee. De overige acht maanden vullen ze met werkzaamheden in de bouw. Jack en Patrick doen wat klusjes op Schiphol. Gerrie werkt als timmerman voor Building Support. ,,In de bouw verdienen we nu meer geld dan als visser”, bekent Patrick. ,,Vorig jaar hielden we dubbel zo veel over aan onze gevangen aaltjes als nu. Het is een stuk aantrekkelijker om op krabben te vissen, maar dat mogen we niet meer. Tijdens een stormachtige winter waren er wat vogels in onze fuiken gewaaid en dat heeft ons onze vergunning gekost. Terwijl er op de autoweg elke dag tientallen vogels worden aangereden. Het is zo scheef als het maar kan.”
Graspol
De familie Schilder is niet onwelwillend en probeert op zijn manier een steentje bij te dragen aan een duurzame visserijsector. Het beste bewijs daarvan is de Herman Wijffels Innovatieprijs, die ze zeven jaar geleden wonnen. Jack, Patrick en Gerrie ontwikkelden een overlevingsbak waarmee de bijvangst weer levend in de zee kan worden teruggezet. Voorheen bleef slechts 13% van die vissen in leven. Nu is dat 99%. Het merendeel van de Europese vissers maakt tegenwoordig gebruik van de zogeheten overlevingsbak. Het was een schot in de roos van de broertjes Schilder, die er een geldbedrag van 50.000 euro mee wonnen én patent hebben op het product.
,,Daar hebben we een belangrijk verschil mee gemaakt”, weet Patrick. ,,Dat kun je van de overheid moeilijk zeggen. Laatst is weer bekend geworden dat ze de glasaal jarenlang voor dichte sluizen hebben laten liggen. Vind je het gek dat het IJsselmeer dan op een gegeven moment leeg is? Soms bekruipt mij het gevoel dat ze ons het liefst weg willen hebben. Wij vissen namelijk in een Natura 2000-gebied en zien wat voor onnozele projecten daar worden uitgevoerd door de overheid.”
Hij gaat verder: ,,Een jaar of vier geleden hadden we een groep mensen van Rijkswaterstaat mee aan boord, omdat zij beweerden dat het gras rond het IJsselmeer niet groeide. Op een gegeven moment waren ze aan het dansen om een graspol heen. Zo mooi vonden ze het dat er dus tóch gras groeide. Alsof ze zo een miljoen hadden gewonnen. Dat soort mensen beslist ook over onze toekomst.”

Patrick: ‘In de bouw
kunnen we erg moeilijk wennen’

Als je de familie Schilder zo hoort, zou je kunnen zeggen: waarom niet het bedrijf verkopen en fulltime in de bouw gaan werken? Maar dat is te makkelijk, vinden ze. ,,We geven onszelf niet gewonnen”, zegt Gerrie. ,,En dit vak is ons leven, hè? We doen dit al dertig jaar lang samen.”
Patrick: ,,In de bouw kunnen we erg moeilijk wennen. Daar staan we een hele dag tussen vier muren, terwijl we hier in alle rust op zee kunnen werken. Je krijgt natuurlijk ook niet de mooiste klusjes tijdens die acht maanden in de bouw. Ik heb de hele winter staan schuren. Degene die mijn werk onlangs overnam, zei: dit houdt geen mens vol. Maar ja, we hebben nu even geen andere keuze.”
Over hun toekomst kunnen ze geen zinnig woord zeggen. Visserij is loterij, roept vader Gerrit al decennialang. Die gevleugelde uitspraak is nog altijd actueel. ,,Het kan werkelijk alle kanten op”, weet Patrick. ,,Maar zolang wij de mogelijkheid hebben om op zee te werken, blijven we op zee werken. Hopelijk kunnen we het nog een paar jaar volhouden met z’n vieren.”
Ook voor het vissersdorp Volendam zou dat een zegen zijn…

 

|Doorsturen

Uw reactie



Nieuw-Volendam in beeld


Laatste nieuws

Ondernemend nieuws

Laatste vacatures

Meest gelezen

Laatste reacties