Algemeen

De laatste wedstrijd is gespeeld in Sporthal De Seinpaal

‘Een brok in m’n keel’

Daar zitten ze dan. Een half uur eerder eindigde de allerlaatste sportactiviteit. Werd er nog één keer een aanval opgezet, volgde de laatste van miljoenen gescoorde (doel)punten. En was het kindergejuich hoorbaar. Handbalmini’s, die nog een leven voor zich hebben. Onwetend, van de memoires van het monument waarin zij zojuist ronddartelden. Anders dan handbalvoorzitter Piet Kes, Maart Admiraal, Liesbeth Kwakman, Joke Zwarthoed en Jan Kwakman (de Brak) beseffen. Opa’s en oma’s die er zelf in hun jonge jaren de eerste wedstrijdjes speelden, in de hal hun kinderen zagen opgroeien. Samen delen zij bijna een halve eeuw aan handbal- en sportgeschiedenis in de oude Seinpaal. Nog één keer wordt de tribune uitgerold en kijken ze uit op die verlaten, roemruchte, houten vloer. Het podium van die ‘hal of lokale fame’. ,,Moet dit nou om?”, vraagt Piet Kes zich af. ,,Een brok in m’n keel…”
Door Eddy Veerman

Terwijl Hans Admiraal de glazen van achter de bar opruimt en in een doos stopt, verrast hij iemand van één van de bezoekende verenigingen. ,,U geeft het laatste fooitje.” Van verbazing blijft de vader van een van de sportende kinderen bewust nog even rondkijken, naar wat er nog hangt, aan relikwieën.
Joke: ,,Ik hoor het mezelf nog zeggen, toen ik als tiener langs de deuren moest. ‘Heb je nog geld voor de sporthal?’ Dat moest elk lid namens zijn of haar sportvereniging doen, want de gemeente betaalde een groot deel, maar de bevolking moest de rest doen. En iedereen wist, als je die vraag stelde, wat je bedoelde. Dus deze sporthal kwam er, met gezamenlijke inspanning.”
Voor ‘de handbal’ is het niet de eerste keer dat de grond waarop hun tweede thuis stond en lag, straks een andere bestemming krijgt. Eerder verloren zij ’t Gouwtje. ,,Dat vond ik zó erg. Daar wóónden wij als het ware. Toen het onderkomen wegwaaide door de storm, zaten we allemaal in de kleedkamer want we hadden net getraind.”
Op de achtergrond gaat de zoemer, voor de laatste keer. Het is tijd. Het is afgelopen. Niet alleen de wedstrijd, maar ook met de oude Seinpaal. Nog één keer die trap afdalend, die symbolisch staat voor de winst of het verlies dat dag in dag uit werd gevoeld. De kleedkamers zijn al leeg. Maart Admiraal heeft als spelleider zojuist de laatste woorden door de microfoon gesproken. ,,De volgende keer is het niet meer hier…”
Ze probeert het naderende verdriet in te slikken. Ook als ze daarna spullen opruimt. Het lukt niet. De tranen vloeien. Emoties met een extra lading, want normaal gesproken zou de aanwezigheid van haar man Siem op zo’n laatste dag ook zijn opgevallen. Bijna twee jaar geleden overleed hij, na een thuiswedstrijd van het eerste. ,,Heel dubbel dit. Ik wil er eigenlijk niet aan denken. En ik kan ook mijn zoon Hans niet aandenken. Naast de kleedkamers zit dat opberghok, als je daar komt, ligt en hangt alles zoals Siem het deed. Dit zijn allemaal weer stappen in het rouwproces.”

‘Deze sfeer krijg je
nooit meer terug’

,,Deze sfeer krijg je nooit meer terug. Van de kantine, maar ook dat die kantine grensde aan de sportvloer.”
‘De handbal’ had de kantine de laatste zeventien jaar in haar beheer en maakte er haar ‘home’ van. Met kapotte krukken, hier en daar wat plakband of tiewraps. Liesbeth: ,,Alles is in tact gebleven, zoals het veertig jaar geleden was. Er is niks verfraaid of gemoderniseerd.”
Beneden gaat het jongetje dat het laatste doelpunt in de geschiedenis van de ouder Seinpaal scoorde, Roan Veerman, op de foto met de man die bijna vijftig jaar geleden één van de eerste zaalvoetbaldoelpunten maakte op dezelfde bodem: Jaap Verhoeven (IJs). Zo worden bap en kleinzoon op de foto vereeuwigd in de hal die straks niet meer is.
Dan is het écht leeg. Een stilte valt. Daar zitten ze dan. Joke en Maart, ooit speelsters van Dames 1, namen, toen de Heren 1 echt doorbraken richting eredivisie plaats in het ‘omroepershokje’, voor de opstellingen en doelpuntenmakers. Joke: ,,Ik herinner me de eerste keer nog, dat we zo zenuwachtig waren, dat er nauwelijks geluid uit kwam.” Maart’s zoon Nico Admiraal kwam ook in het eerste te spelen. ,,We deden het beurtelings en als ik dan op zaterdagochtend wakker werd, dacht ik vaak: ‘gelukkig, het is Joke’s beurt’.”
,,En als ik doelpunten bijhield, was ik vaak de stand kwijt, omdat ik zelf in de wedstrijdspanning zat. ‘Jij kunt beter lullen’, zei Joke toen. Ben ik vervolgens met mezelf om tafel gegaan, want ik vond het leuk, maar die spanning… Daarna ging het beter. We hebben van alles meegemaakt, hier en in De Opperdam. Toen we laatst een Russische tegenstander hadden, kwam Joost Ooms met hun opstelling en had er ‘succes!’ onder geschreven. Maar ik was slim en zocht contact met een man die een Russische vrouw heeft. Zo kreeg ik alles fonetisch uitgelegd en kon ik de paar Russische supporters zelfs welkom heten.”
,,Hier doorbraken we ook dat de Volendamse supporters stil bleven als het spannend bleef. ‘Er mag aangemoedigd worden, Volendammers laat je horen’. Dan begon Liesbeth vaak met ‘Volledam, Volledam’. Maar we wilden nooit de tegenpartij tekort doen. Als de lichten gedimd werden en de muziek aanging, kreeg ook de tegenpartij die mooie aankondiging.”
Ze grijpen even terug naar dierbare herinneringen, kijkend naar de vloer waarop ze zelf speelden, training gaven, het herenhandbal zagen gloriëren. Maart: ,,Wij speelden bij de opening de eerste wedstrijd en ik weet nog dat het hier bomvol zat, vanwege die speciale gelegenheid. Dat was een happening en we wonnen toen met één goal verschil. Dat was voor vele dorpsgenoten de eerste kennismaking met handbal, dat het snel ging en er ruw aan toe ging.”

‘We hoefden niet meer
voor onze thuiswedstrijd
met een bootje naar de RAI’

,,Het was voor onszelf ook een belevenis, want we hadden een eigen hal en hoefden niet meer, zoals dat vroeger ging, met het bootje of het busje naar de RAI, waar we tot dan onze thuiswedstrijden moesten spelen.”
Liesbeth maakt een sprong in de tijd. ,,Dat eerste landskampioenschap. Veel mensen hadden nog niks met handbal, maar wat er toen op de dijk stond aan mensen, dat was vergelijkbaar met de momenten dat FC Volendam naar de eredivisie promoveerde. En nadat we eerst die kampioenschapswedstrijden hadden beleefd, mochten we voor het eerst Europa Cup spelen en gingen we met de ploeg in het vliegtuig naar Cyprus. We maakten er niks klaar, maar dat was wel een ervaring.”
Jan ‘de brak’: ,,Voor de kampioenswedstrijden, de best-of-five, haalden we zelfs zeventig stoelen bij Schoonmaakbedrijf Succes vandaan, om hier naast alle tribunes en het al met mensen volgepropte toestellenhok neer te zetten. Er zaten zeker duizend mensen, wat eigenlijk niet mocht.”
Joke: ,,Een dierbare herinnering voor mij, is dat we hier met ons damesteam speelden en we met al onze kleine kinderen, die ook handbalden, op de foto gingen. Maart met Nico en Hans, ikzelf met Lida, Liesbeth met Linda en Elsa, Jannig met Gerrie Eijlers, Margot met haar kinderen, Agatha met Joey, Billy en Randy Duin.”
Piet duikt weer even in ‘vroeger’, lepelt memorabele momenten op uit zijn tijd als speler van Heren 1. ,,In 1979 promoveerden wij naar de eerste divisie en vervolgens bonkten we al vaker op de deur van de eredivisie. Daarna zou het weer even duren, maar destijds zat het hier ook al afgeladen. Ik herinner me nog een kampioenswedstrijd, dat we met de tegenpartij en de scheidsrechter klaar waren om het veld op te gaan, maar de zijkanten en het midden naast de tribunes zo bevolkt waren, dat we het veld gewoon niet op konden. Toen ik eindelijk op het veld stond, keek ik om en dacht ‘wat is hier allemaal aan de hand’. Zoveel mensen bij ‘de handbal’.”
,,Die gele beschermlaag achter het doel werd trouwens op de stenen muur aangebracht, nadat ik een week eerde na een break een hersenschudding had opgelopen. Dat was een break-tegen trouwens. Zei Evert ‘Job’ naderhand nog: zie je nou, Jan, wat er gebeurt als jij zomaar op doel gooit’, zei hij tegen Jan Koning.”
,,Of de eerste keer dat de NOS hier kwam. Toen had je nog niet die speciaal neergelegde blauwe vloer, maar kregen we vooraf de opdracht om alle andere lijnen – behalve die behorend bij het handbalspel – af te plakken. Toen er naderhand wel een vloer werd uitgerold, bleken die speciale matten te lang voor de afmeting van De Seinpaal-vloer. Daarop hebben we de doelen wat naar voren gehaald, zodat er één stuk niet werd neergelegd, maar daarmee was de speeloppervlakte wel stiekem ingekort.”
,,En die keer dat NOS-commentator Evert ten Napel hier met achthonderd mensen klaar zat voor de wedstrijd en toen lekte het dak… Het druppelde op het veld. Daarop zijn er vrijwilligers van ons naar boven gegaan, want er is een ruimte te lopen tussen dit plafond en het dak. Hebben ze emmertjes opgehangen aan de spanten en dat werkte.”
Straks is de oude Seinpaal voorgoed herinnering. Of ze erbij zijn als de sloopkogel er in gaat? Bijna in koor: ,,Nee. Ik denk niet dat ik dat aankan…”

Foto's:
Eén van de eerste doelpuntenmakers in De Seinpaal en de allerlaatste: bap en kleinzoon, Jaap Verhoeven (IJs) en Roan Veerman.

De laatste sportactiviteit in de oude Seinpaal: Sven Tuip gooit namens de Volendamse handbalmini’s.

|Doorsturen

Uw reactie