't Bottertje
Lid worden
't Bottertje
Lid worden

Algemeen

SEINPAAL STORIES

Het doelpunt dat de sporthal op zijn grondvesten deed trillen

De Seinpaal, sporttempel, hal van momenten van glorie en tragiek, valt straks te grabbel aan de sloophamer. Landskampioenschappen, degradaties, demonstraties, reputaties werden gemaakt en sneuvelden. Vriendschappen gesloten, huwelijken geboren. Het gezicht (Werner Smit) van ‘boven’ maakte later plaats voor mannen als Siem Admiraal, met aan de andere kant van de bar de zaalvoetballers, volleyballers, handballers, basketballers, badmintonners. Als je binnenkomt, worden herinneringen levend. Die ‘lucht’, de uitschuifbare tribune, het gangetje, de gele muur, de houten vloer. De sporters vertellen. Over de nu nog levende legende. Deze keer Nico Runderkamp (mepper), over zaalvoetbalnostalgie.

Die foto. Menig voetballiefhebber was getuige. Het was het voorjaar van 1991. Na de successen van Kras Boys brak de tijd aan van Rex/Voldafar. Er kon geen mens meer bij, aan de ‘tribunekant’ van de Seinpaal. De tussenstand was 2-2. Casper Smit nam een uittrap, de bal vloog door de lucht. Meer dan duizend ogen volgden de lijn van de bal, de hersenen van Nico Runderkamp hadden onderweg al iets bedacht. Hij besloot de bal ineens op zijn rechterschoen te nemen, puur op intuïtie. ‘Ik zag ‘m vervolgens alleen maar door de keeper z’n kruis gaan. En daarna een menigte exploderen’.” Het betekende de opmaat naar de landstitel.
Destijds keek hij - ogenschijnlijk - nooit achterom. Buiten het veld was er volop ruimte voor een lach, binnen de lijnen bloed aan de paal. Schuwde geen enkel duel, had een verwoestende uithaal en briljante ingevingen. De 'Mepper'. Je moest hem bij je hebben, niet tegen.
Hij leek misschien van steen, maar binnenin school een kind dat als jongetje een man moest zijn. Door de jaren heen is hij gesmolten. Niet voor niets deed hij vorig jaar café De Vrijheid over aan iemand anders. ,,Toen onze collega Erik Spaan plotseling overleed, heb ik meteen gezegd: ‘ik stop er mee’. We verhuren het. Ik help nog dagelijks in de ochtend om de boel voor te bereiden. Annemarie werkt nog drie dagen, om dat het bedienen van mensen vanaf haar vijftiende in haar bloed zit.”
Ze ontving Kees Tuip nog in De Vrijheid enkele uren voordat zijn hart het begaf. De groepsleerkrachten en directeuren van de scholen zitten hier elk jaar na de laatste schooldag. Het is een soort van foute avond, qua muziek. Geweldig was het altijd. Kees zei dat ze wat later zouden komen, die middag. Hij zag er goed uit. En zo tweeënhalf uur later…”
Voor ‘de Mepper’ is het tevens een confrontatie met het verleden. ,,Ik denk dan meteen aan Kees’ vrouw Simone en de kinderen. Ik was negen toen mijn vader overleed en pas zestien toen mijn moeder, naast me zittend, een acute hartstilstand kreeg en ook stierf.”
,,We hadden een gezin van elf kinderen. Er moest worden overlegd bij wie ik als jongste in zou trekken. Daar bestaat geen cursus voor, het opvoeden van kinderen van wie de ouder vroeg overlijdt. Het overvalt je. Ik heb op m’n eigen manier veel levenservaring opgebouwd, maar ik had mijn moeder liever nog gehad. Dan kun je momenten delen. Van je eigen kinderen, van het voetbal. Maar ook dat mijn vader in de ondergrondse zat tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik heb die dingen nooit met mijn hem kunnen bespreken.”

‘Je voetbalde ook
voor een groep
waar je van hield’

,,Tuurlijk heeft die situatie me gevormd. Recentelijk kwam een vroeger bestuurslid van FC Volendam naar me toe. Om me te zeggen dat ze mij destijds slecht hebben behandeld. Het was in de tijd van Leo Beenhakker als trainer, waarmee ik niet door een deur kon. Ben ik naar Haarlem gegaan. Dat bestuurslid zei ook: ‘je had toen ook geen vader en moeder meer’. Maar daar werd toen geen rekening mee gehouden.”
Later ging hij nog naar Cambuur. ,,Maar ik stopte op 23-jarige leeftijd al met betaald voetbal. Ook omdat het mijn wereld niet was. Maar als je kijkt naar mijn zoon Nick, die nu 22 is en bij de FC zit. Dan zou hij volgend jaar moeten stoppen, dat kun je je toch niet voorstellen?”
,,Destijds was er niemand die tegen mij zei: ‘wat doe jij nou?’ Ik had geen vaderfiguur die mij begeleidde. Dat heeft er mede toe geleid dat ik onze kinderen eigenlijk bijna alles geef wat ze willen hebben, zo ben ik nou eenmaal geworden. Maar ik zeg wel altijd tegen Nick en Jane dat ik de douchefris, m’n onderbroeken en sokken op m’n zestiende gewoon zelf moest kopen.”
,,Ik voetbalde, stond achter de bar in Den Egelantier en was overdag ook schilder bij Arie Greuter. Elke avond na de training moest ik naar één van mijn zussen, die waste mijn trainingspak. Dat moest ik ook voor de training weer ophalen. Nu worden Nick z’n spullen gewoon gewassen door materiaalman Piet Jonk.”
In de zaal leek hij als speler van Rex, Bunga Melati en het Nederlands team onverstoorbaar, stoïcijns, wilde altijd sterk lijken. ,,Dat onverwoestbaar willen zijn, dat was ook een karaktereigenschap die mijn vader vroeger ook had. Die voetbalde nog in de tijd dat ze stalen neuzen hadden in hun schoenen. En hij moest in een slagersfamilie ook zelfstandig leren overleven.”
,,Twee van mijn vrienden verloren ook hun ouders op jonge leeftijd. Johan Kwakman (ballap) en Frank Schilder (bibber). Later vroeg Johan aan mij ‘jij lacht altijd, aan jou kun je niet zien dat je problemen hebt’. ‘Tuurlijk heb ik wel problemen’, zei ik. ‘Tuurlijk mis ik wel eens iets, maar daar heeft een ander niets mee nodig’.”
,,‘Dan zijn we er uit’, zei hij. ‘Dat heb ik ook’. Het heeft me gevormd in de zin dat ik altijd rechtlijnig wil zijn en nooit iemand een loer wil draaien.”
,,We speelden destijds met een vriendenploeg, die voor mij ook als familie voelde. Met Jan Bami, voorzitter van de RKAV, Harry Zwarthoed, Carlo Bond, Casper Smit. Die hele Egelantier zat ook op vrijdag in de sporthal, om te voetballen of om te kijken en gezellig te zitten. Wat je deed als voetballer, deed je dus ook voor die grote groep. Een groep waar je van hield en die van jou hield, net hoe je het wilt omschrijven. Daarom wilde je misschien iets uitdragen, sterk zijn, onverwoestbaar lijken.”
,,En ik wilde altijd winnen. Andere spelers hangen dan aan jou, ze verwachten iets van je, dus ik moest iets neerzetten, iets forceren. Dan trok je andere spelers mee.”
,,Tja, die kampioenswedstrijd. Ik werd kampioen met gescheurde enkelbanden. Ik zei ook gewoon tegen mijn schildersbaas Arie Greuter dat wij geen Nederlands kampioen zouden worden als ik niet mee zou doen. Gaf hij me die dagen vrij. ‘Je hebt maar één keer in je leven de kans om Nederlands kampioen te worden, jij mag voetballen’. Want als ik zou gaan spelen, betekende het dat ik daarna flink in de lappenmand zat. Het kampioensfeest ’s avonds heb ik niet meer meegemaakt, want ik kon niet meer lopen.”
,,Door de adrenaline, met 1500 man op de tribune, speelde ik gewoon. Maar toen het laatste fluitje ging, dacht ik dat mijn enkel zou ontploffen. Werd de gewonnen beker met ijs gevuld en daar zat ik met mijn enkel in. Maar na de douche moest ik naar huis. Het ging niet meer. Geweldig tijden. Jan Bami studeerde die tijd in Engeland en had moeten vliegen de volgende ochtend, maar hij miste de bus. Dronken van geluk natuurlijk. Dat zijn allemaal dingen die je nooit meer vergeet.”

‘Mijn enkel ontplofte,
het kampioensfeest
heb ik niet meegemaakt’

,,Ik kom Werner Smit, de Seinpaal-beheerder van toen, nog vaak tegen. We kwamen daar al als kleine jongetjes, voor het schoolvoetbal, daarna speelden we er zelf. Dus hij kent ons al van kleins af aan. En Werner ziet er nog het zelfde uit als toen. Een geweldige kerel. Dat zijn ook mensen waar je bent van gaan houden. Hij zorgde voor die warme sfeer op vrijdagavond, tafeltje stond klaar, bitterballetje kwam er aan. Hij was blij dat je klant was.”
Dit jaar kreeg zoon Nick na een fabelachtig doelpunt van afstand namens de FC, zaalvoetbalbeelden voorgeschoteld van zijn vader, die menig wonderschoon doelpunt maakte. ,,Dan wordt het weer tot leven gebracht, die momenten van het zaalvoetbal. Nu worden je kinderen er bewust van. Ik kom nog wel eens mannen van toen tegen, die zitten nu bij andere clubs. Dan heb je het er weer over. Ik werd onlangs door Cambuur uitgenodigd als VIP, 32 jaar nadat ik daar heb gespeeld. Dan heb je het als persoon niet slecht gedaan.”
,,Ik probeerde me altijd als teamspeler op te stellen. In mijn laatste tijd als zaalvoetballer werd ik door ’t Hoornsche Veerhuys gevraagd. Ben ik daar gewoon alleen mee gaan trainen, maar ik werd voor de laatste wedstrijd om de landstitel meegevraagd. Thuis hadden ze 5-5 gespeeld. Ze wilden me als vliegende keep inzetten. Het werden penalty’s en die wonnen wij. Namen ze mij op de schouders, omdat ze zo dankbaar waren dat ik op woensdag de intensiteit van de training altijd opschroefde en vanwege het feit dat ik er tijdens de belangrijkste wedstrijd bij was, dat gaf de andere spelers zoveel vertrouwen, zeiden ze.”
,,Straks gaat-ie om, De Seinpaal. Ik stap er gewoon wel eens binnen, om naar die vloer te lopen en te kijken. Je moet open staan voor vernieuwing, het is goed wat er nu gebeurt, dat er een nieuwe sporthal komt. Je kunt niet blijven hangen in historie alleen. Monumenten zijn mooi, maar ik ben ook voor de vooruitgang.”
,,Ik heb in De Seinpaal geleerd dat er ook vrouwen bestaan die van koude patat houden. Klaas Schilder (beer) bestelde bij vertrek altijd wat lekkers voor z’n vrouw, maar schoof vervolgens weer aan bij een tafel, om dan later het tasje met lekkers koud mee naar huis te nemen.”
Nog altijd legt hij de ballen met links en rechts over grote afstand op de stropdas of in de voeten van een medespeler. En de laatste jaren traint hij regelmatig de spitsen van FC en ook even van de AV. ,,Ik ben supporter en vader van een speler, dan zie je alle thuis- en uitwedstrijden van het eerste en Jong FC Volendam. Wat me opvalt, is dat er heel veel stuiters tussen zitten bij aannames en kaatsballen van spelers. Dat spelers te weinig jong geleerd hebben om de bal in het hart te raken. De basis is de straat en de zaal.”
,,Dan zie je die FC-spelers kijken, als ik alle ballen panklaar leg. Ze zouden al jong met zaalvoetbal moeten beginnen. Ik hoor mensen wel eens zeggen: ‘ze moeten wel veel trainen, hoor’. Welnee. Wij pakten vroeger na schooltijd de bal en voetbalden in de steeg, de straat of het schoolplein. Daarmee verkreeg je ook een basisconditie.”
,,Zes jaar geleden ben ik begonnen bij de FC om individuele training te geven aan aanvallers. Ik ben vooral bezig met het neerzetten van het standbeen, omdat die een belangrijke factor is bij het afwerken en afspelen. Dus die moet je neerzetten richting het doel als je afrondt. Daar moet je eigenlijk al heel jong mee beginnen. De kinderen moeten baas over de bal worden.”
,,Iets wat je goed kunt, moet je steeds weer doen en uitbreiden. Ik zie heel veel dingen waar ik mijn vraagtekens bij zet. We hebben jaren geleden een looptrainer gehad, die heeft spelers in mijn ogen trager gemaakt. Omdat ze zich vanuit hun natuurlijke loop anders zijn gaan gedragen. Het moeten geen sprintatleten worden, maar met de bal snel kunnen zijn.”
,,En we halen soms jongens elders vandaan, maar verzuimen dan de rek te halen uit spelers als Niels Springer. Die heeft meer kwaliteit dan andere jongens van de FC; hij laat anderen beter voetballen. Als je het goed begeleidt, hebben we in de selectie en bij Jong FC Volendam een groep Volendammers waar we jarenlang plezier van kunnen hebben.”

 

|Doorsturen

Uw reactie



Nieuw-Volendam in beeld


Laatste nieuws

Ondernemend nieuws

Laatste vacatures

Meest gelezen

Laatste reacties