Algemeen

Gea en Ashley Kwakman zoeken naar enthousiaste nieuwe teamgenoten

Moeder en dochter in eerste basketbalteam

In de VS spendeerden grote basketbalclubs vorige week meer dan 2 miljard dollar om sterrenspelers binnen te slepen, tijdens de jaarlijkse transferperiode van de NBA. In Nederland, en met name in Edam-Volendam, is basketbal beduidend minder in trek. Gea Kwakman-Tol en haar dochter Ashley snappen daar niks van. De fanatieke basketbalsters vertellen over hun liefde voor deze uitzonderlijke sport, over hoe het is om als moeder en dochter samen op het veld te staan, de constante zoektocht naar nieuw talent en hun ambities voor de toekomst.
Door Leonie Veerman

Gea Kwakman is al ruim25 jaar actief lid van basketbalvereniging Volendam. Wanneer ze lootjes verkoopt voor de basketballoterij stuit ze echter nog geregeld op verbaasde blikken: ‘Hebben wij een basketbalvereniging in onze gemeente dan?’ Die vraag keert ieder jaar nog meerdere malen terug.
Aan populariteit valt er misschien nog het een en ander te winnen voor de vereniging, maar ondertussen wordt er al tijden op hoog niveau gespeeld. „En genoeg gewonnen”, aldus Gea. „We zijn super fanatiek en hebben een erg leuk team.“

‘Mijn vader nam me
in de maxi-cosi al
mee naar m’n
moeders wedstrijden’

Samen met haar teamgenoten Liseth Leeflang en Anja Tol vormt Gea al jaren de hechte en vaste kern van het damesbasketbal in onze gemeente. Voor hun grote en onuitputtelijke inzet ontvingen deze dames afgelopen januari een onderscheiding van het Molenaar en Zwarthoed stimuleringsfonds. „We waren alle drie helemaal onder de indruk. Het is erg leuk om onverwacht waardering te krijgen voor al je inzet.”
De appel, of in dit geval de bal, viel in huize Kwakman niet ver van de basket: Gea’s 17-jarige dochter Ashley is ook fanatiek basketbalster en een van de talenten uit het U22 (onder 22) team. Al van jongs af aan stond ze langs de kant van het veld om haar moeder toe te juichen. „Zelfs als baby al”, zegt Ashley, „dan nam mijn vader me in de Maxi-Cosi mee naar m’n moeders wedstrijden. Gea knikt. „Later trippelde ze als driejarige met zo’n grote basketbal in haar armpjes langs de zijlijn heen en weer.”
Sinds kort staat Ashley samen met haar moeder op het veld. Als het damesteam spelers tekort komt, valt de tiener zo nu en dan in. „Dat is natuurlijk erg bijzonder”, zegt Gea. Ashley vult haar moeder enthousiast aan: „Ja, het is geweldig, we zijn allebei erg fanatiek. Het is dan ook superleuk om onderling te kijken wie het beste is, wie de meeste punten scoort in een wedstrijd.” Moeder Gea is trots: „Ashley is één van de snelste van het veld. En ze springt het hoogst.”
In huize Kwakman bruist het van de energie. Zowel Gea als haar man Carlo hebben hun leven lang fanatiek gesport. Carlo speelt zaalvoetbal, vroeger zelfs in de eredivisie en het Nederlands team. „We zijn beide gek op sport, en dan zijn we ook nog eens erg fanatiek. Als je ergens voor gaat, vinden wij dat je er voor de volle 100% voor moet gaan”, zegt Gea.
Deze sportieve instelling is duidelijk overgeslagen naar Ashley. Vanaf haar achtste speelt ze al basketbal. Tot haar elfde levensjaar heeft ze daarnaast ook nog gevoetbald. Toen de competities begonnen, is ze vol voor het basketballen gegaan.
De gedrevenheid die Gea en Ashley delen, leidde er in 2017 toe dat moeder en dochter op dezelfde dag kampioen werden. Gea: „Ik weet nog dat ik het jammer vond dat ik niet naar de kampioenswedstrijd van Ashley kon, die speelde die middag een uitwedstrijd in Amsterdam. Ze werden kampioen, en later die avond kwamen ze al in een feeststemming kijken bij de kampioenswedstrijd van de dames 1 in Amstelveen. Toen wij ook kampioen werden, was het feest compleet.”

‘Veel meiden kiezen
al snel voor handbal
of voetbal; als je
nooit verder kijkt,
weet je niet wat je mist’

Op dit moment volgt Ashley een sportopleiding aan het Horizon college in Purmerend, maar dat doet niets af aan haar toewijding aan de basketbalvereniging. „Ik wil nog veel beter worden, en op hoog niveau gaan spelen. Hopelijk met een sterk team in Volendam, maar als dat niet lukt ben ik ook bereid om verder te kijken. ”
Zoon Owen (13) basketbalt niet. „Dat vind ik wel erg jammer”, Gea zucht even, „hij is nu al twee meter lang zie je. Ideaal voor een basketballer. Maar als hij het niet leuk vindt, gaan we het hem uiteraard niet verplichten. Hij is lid van de atletiekvereniging. Dat vind ik ook prima, als hij maar lekker sportief bezig is.”
Waar de populariteit voor het herenbasketbal al te wensen over laat, is de animo voor damesbasketbal vaak zelfs ronduit nihil. Het is voor basketbalvereniging Volendam een enorme uitdaging om nieuwe meiden of vrouwelijke spelers aan te trekken. Ashley en Gea snappen er niets van. „Wellicht is het een marketingkwestie”, zegt Gea, ,,bij het handbal en het voetbal zijn ze daar natuurlijk erg sterk in.”

‘De bevlogenheid en commitment
van de vrijwilligers zoals de coach
kan ik erg waarderen,
en dat vind ik
ook belangrijk om mee te
geven aan m’n kinderen’

Daarnaast wijst ze op een grotere trend: „Bijna alle basketbalverenigingen in de regio kampen met hetzelfde probleem, de sport ligt gewoon minder goed in de markt.” Ashley knikt: „Veel meiden kiezen inderdaad al snel voor handbal of voetbal. Dat is zonde. Als je nooit verder kijkt, weet je niet wat je mist.”
Bij de vraag of het imagoprobleem misschien iets te maken zou kunnen hebben met die kolossale, zware bal die bij basketbal gebruikt wordt, beginnen Ashley en Gea te lachen. „Dat valt hartstikke mee hoor! Bij het damesbasketbal is de bal een maatje kleiner dan bij het herenbasketbal. Je bent er zo aan gewend.”
„Behalve dan die bal, is basketbal zelfs veel minder ruw dan handbal", aldus Gea, die vroeger zelf ook handbalde. ,,Het is een meer technische sport. Lichamelijk heb je minder contact. Je gooit ook minder hard.” Verder wijst ze erop dat er bij basketbal strengere regels gelden. „Je mag bijvoorbeeld maar maximaal 2tweestappen zetten in plaats van drie. En er wordt ook strenger op je gelet. Er zijn geen gele of rode kaarten, maar we tellen de ‘persoonlijke fouten’ op. Bij vijf fouten lig je eruit.”
Het is dus niet zo dat je per se beresterk en groot moet zijn om een aardig potje te kunnen basketballen. „Nee hoor, je hoeft alleen een beetje balgevoel te hebben”, zegt Gea. „En kunnen mikken”, vervolgt Ashley, „en nog een redelijke motoriek is ook wel handig, wat betreft voetenwerk en zo.” Gea knikt. „…Ohja, en een beetje snelheid en conditie.”
Gea vind het sociale aspect van de vereniging ook erg fijn. „Het gaat niet alleen om het sporten zelf. We hebben een erg ‘knusse’ vereniging. Het is allemaal kleinschalig en we zijn er echt voor elkaar. M’n teamgenoten zijn als vriendinnen, we zien elkaar tenslotte drie keer in de week. Ook buiten het seizoen houden we contact, dan gaan we bijvoorbeeld 10 kilometer wandelen, of gewoon koffiedrinken om bij te kletsen.”
Die teamspirit vindt Gea erg belangrijk binnen een vereniging. „Je ziet steeds vaker dat jongeren liever sporten in de sportschool, dan zitten ze nergens aan vast. Bij een teamsport moet je er samen 100% voor gaan. Dan kun je dus ook niet zomaar besluiten dat je een dagje geen zin hebt om te trainen. De trainers staan er tenslotte vrijwillig voor je. Zoals Dick Bond, onze trainer van het dames U20 team. Hij roept altijd: ‘Alleen op je eigen begrafenis mag je afwezig zijn.’ Die bevlogenheid en commitment kan ik erg waarderen, en dat vind ik ook belangrijk om mee te geven aan m’n kinderen.”
Toch blijft dit een lastige kwestie in het hectische moderne leven. Teamgenoten raken geblesseerd of worden zwanger en haken af, soms komen ze vervolgens sporadisch nog opdagen, maar vaak merken ze dan dat het uiteindelijk te druk wordt. „Dat vind ik moeilijk”, zegt Gea. ,,Toen Ashley werd geboren, was ik zes weken later alweer aan het ballen. Carlo zat toen nog in het Nederlandse team, dus hij was veel weg om te zaalvoetballen. Om toch bij de training aanwezig te kunnen zijn regelde ik dan altijd een oppas. Die toewijding zie ik niet vaak bij anderen.”
Ashley: „Dit is ook zeker een struikelblok voor het U22 team. Bij ons hebben alle meiden het druk met hun opleiding en bijbaantjes. En dan heb je ook nog de katers. Het uitgaansleven kan de motivatie van teamgenootjes opeens wegnemen. Aan het begin van dit seizoen waren alle negen meiden consequent aanwezig, de afgelopen weken, vooral met het mooie weer, bleven we met z’n tweeën over.”

‘Kom meetrainen
in de nieuwe Seinpaal’

Vooral Ashley ziet de dreiging van het uiteenvallen van het team met lede ogen aan. Over haar ambities hoeft ze namelijk geen moment te twijfelen: „In de eredivisie spelen natuurlijk! Maar daar is uiteraard wel een sterk team voor nodig.” Naast de inzet en toewijding van haar huidige teamgenoten hoopt Ashley dan ook op de instroom van nieuwe meiden die zich graag willen ontwikkelen in deze technische balsport. „Als we de komende tijd hard gaan trainen kunnen we over twee jaar echt een sterk damesteam hebben dat op hoog niveau kan spelen.”
Gea wil vooral een oproep doen aan meiden die al ervaring met een balsport hebben. „Mocht iemand bijvoorbeeld al een tijdje gehandbald of gevoetbald hebben, maar nu zin hebben in iets nieuws, dan zou basketbal echt een leuke uitdaging kunnen zijn. Ik hoop dat er meiden zijn die dit lezen en een keer willen meetrainen. Wie weet klikt het, en kunnen we echt knallen met een fris en gemotiveerd nieuw team.”
Tegenwoordig trainen de basketbaldames in de nieuwe Seinpaal, die speciaal voor de basketbalvereniging is ingericht. Gea en Ashley zijn zeer te spreken over de nieuwe sporthal. „Ja, het is een topzaal!”, zegt Gea. „En het is ideaal om met je eigen wedstrijdbaskets te kunnen trainen.” Ashley wijst er wel op dat de wifi nog beter kan. ,,Niet om te WhatsAppen of te Facebooken ofzo hoor! Bij basketbal heb je soms ook zaaldienst, tafelen noemen ze dat, dan houd je de puntentelling bij van andere teams. Dat doe je in een online systeem op een iPad, maar als de wifi dan traag is, is dat natuurlijk erg onhandig.”
De dames trainen op dinsdag- en donderdagavond. Uitwedstrijden spelen ze op zaterdag, thuiswedstrijden op donderdagavond, dan vervalt de training. „En na afloop drinken we samen altijd nog wat”, zegt Gea, “Bij basketbal speel je vier kwarten van 10 minuten. We noemen het dus niet de derde helft, maar het vijfde kwart. Die is ook belangrijk!”
,,Ben je nieuwsgierig geworden? Kom dan twee keer vrijblijvend meetrainen met de basketbaldames om te zien of deze technische balsport ook iets voor jou is! Dat geldt overigens ook voor jongens en mannen!”
Voor meer informatie kan men contact opnemen met Wil Jonk via e-mailadres wjonkmax@gmail.com.

|Doorsturen

Uw reactie