't Bottertje
Lid worden
't Bottertje
Lid worden

Algemeen

Jari, Gerry en Dion Vlak hopen ooit samen in FC Volendam 1 te spelen

Voetbal verbroedert, in goede en slechte tijden

In de tijd dat grote gezinnen meer gewoon dan uitzondering waren, gebeurde het voor het laatst: dat (zelfs meer dan) drie broers in het eerste van Volendam speelden. Halverwege de vorige eeuw – de dorpelingen speelden nog niet in de net opgerichte profcompetitie – waren dat de broers Klaas, Evert, Thoom en Hein Smit (de Kip). Sindsdien behoorden regelmatig twee telgen van één gezin tot de selectie van FC Volendam en in het laatste decennium waren daar de drie Piertjes, drie Platjes en drie Keizertjes. Buitengewoon talentvol, maar met z’n drieën afzonderlijk of gezamenlijk in het eerste van de FC, dat lukte niet. Een nieuwe kans gloort aan de horizon. Gerry (22), Jari (19) en Dion Vlak (16). Kleinzoons van oud eerste elftal-speler Gerrie Vlak. De één is basisspeler, de ander klopt aan de deur en de jongste is onderweg. Waar kan zoiets nog? Precies, in Volendam.

Het is dinsdagavond, Champions League-avond. Op de achtergrond ontvangt de Oude Dame de Koninklijke, oftewel Juventus-Real Madrid. Veel voetbal op het menu dus. De aftrap van het interview is ook precies om 20.45 uur.
Het is geen sinecure om de broers en hun ouders aan één tafel te krijgen op hetzelfde tijdstip, met al die verschillende trainingsmomenten en wedstrijden, voor de oudste zelfs twee per week. Niet zo gek dat vader (André) en moeder (Miranda) afgelopen weekeinde in Emmen bleven slapen, aangezien Gerry (met het eerste) en Dion (Onder 17) daar vrijdagavond en zaterdagmiddag een uitwedstrijd speelden. Daar Jari geschorst is, misten ze diens wedstrijd deze keer niet.
,,Maar het liefst ben ik overal bij”, zegt André, die zelf ook potentie had. ,,Ik mocht op een gegeven moment meetrainen met de voormalige B1 met spelers als Tom Sier, Edwin Zoetebier en René Binken. Ik voelde dat ik sterker werd, maar die jongens waren beter dan ik. Naderhand heb ik die beker eigenlijk aan me voorbij laten gaan, ging er niet vol voor. Ik studeerde en werkte in de viswinkel. Als ik een keer vrij had, stond ik met het water in mijn mond te kijken. Ik heb er ook spijt van gehad dat ik de poging niet gewaagd heb. Jan Brouwer, destijds hoofdtrainer, zou me overhalen, maar ik heb het niet gedaan.”
,,Ik had scorend vermogen, maar was geen grote voetballer. Mijn vader had het koppen als handelsmerk en ik trainde daar veel op. Ik was niet snel. Ik heb nog wel oud-voetballer Wim Kras als trainer gehad, een fantastische trainer. In die tijd, de C2, kwam mijn vader vaak kijken en als ik dan wel eens uit vermoeidheid met mijn handen op m’n knieën rustte, dan hoorde ik ‘rechtop!’ vanaf de zijkant klinken.”

Zeventig goals

,,Die horen wij uit jouw mond ook nog wel eens voorbijkomen”, verzekert Jari. Vader André gaat gauw verder. ,,En dan zei m’n vader ook altijd: ‘Je moet altijd van de andere punt van het strafschopgebied naar de eerste paal toekomen, dan kom je de bal onderweg tegen. Als je er al staat, gaat de bal aan je voorbij’. Dat heeft-ie wel een miljoen keer gezegd. Maar dat jaar maakte ik wel zeventig goals.”
,,Het waren hele mooie tijden. Bij de RKAV had je dan op zondagmorgen vanaf tien uur vier wedstrijden, van de C1 en C2 en de B1 en B2. Het zogeheten kwartet. In de jaren voordat ik er zelf in speelde, gebeurde het regelmatig dat ik eigenlijk met m’n vader naar de kerk moest om tien uur en dan zei hij: ‘We kunnen ook naar het kwartet gaan kijken’. Zagen we Wim Jonk aan de bal, frêle voetballer, prachtig om te zien.”
,,Bij thuiswedstrijden en de trainingen van de jongens komt mijn vader altijd kijken. Man van de achtergrond.” Dion: ,,Dan zegt opa: ‘je moet gewoon elke week in de Nivo blijven komen, dan gaat het goed’.”
André: ,,Toen ik op het veld stopte en later ook met zaalvoetbal, verloor ik het voetbal een kort tijdje uit het oog. Totdat onze oudste de leeftijd kreeg om te gaan voetballen, hoewel hij eerst zijn zwemdiploma’s moest halen. Toen hij begon, zag je meteen dat hij iets bijzonders had, net als jongens als Nick Runderkamp (mepper), Daniël Mühren, Jens Kras, Mike Dooijeweerd, Danny Snoek.”
,,Daarna kregen we Jari. Die heeft nooit een gilletje gegeven, was meteen beresterk. Vanwege heupdysplasie heeft hij nog enige tijd een spreidbroek gedragen, waardoor zijn benen in spreidstand bleven en het heupgewricht beter kon ontwikkelen. Als er daarna maar een bal voor zijn voeten kwam, schoot-ie de bal al snoeihard. In zijn lichting zaten jongens die nu ook in de selectie zitten, zoals Joey Veerman, Alex Plat, Marco Tol, Stan Veerman, Roy Tol.”
,,En toen kwam Dion. Die wilde aan de bal meer dan dat hij kon, dus hij ging uit het niks op doel staan. Hij had onder meer Jordy Sier bij zich als keeper, die had zo het eerste ingevlogen, zo goed was hij. Maar die wilde graag voetballen.”

‘Zelfs in het stadion
met publiek hoor je
mijn vader er wel eens
bovenuit komen’

,,Toen we hier op De Wigge kwamen wonen, hadden we rozenstruiken en bomen. Hebben we bij de gemeente aangekaart of dat niet weg kon, want dan konden onze kinderen van de buurt hier voetballen. We moesten het dan wel zelf weghalen: zo gezegd zo gedaan. Hadden we hier onze drie zoons rondlopen, Kees Beers, Jim Beers, Milan Blom, Marco Klouwer, Brian Plat, Tom Dalm, Jack Steur, Robin en Mike de Boer, die allemaal de jeugdselectie haalden.”
,,Organiseerden we met vaders ook elk jaar Cup De Wigge. Boarding erbij, drie bekertjes, muziek, altijd mooi weer, wegen afgesloten en de kinderen voetballen voor hun leven…”
Gerry: ,,Tot huilen aan toe. Ik heb nooit gewonnen. Kwam ook door Jari…”
André: ,,Ik deelde het in op leeftijd en dan lootte ik de ploegjes. Kwamen Ger en Jari tegen elkaar in de finale en toen floot ik die wedstrijd. Niet zo slim misschien. Want toen Ger op een gegeven moment op doel afging, trok Jari aan zijn shirtje en precies op dat moment keek ik een andere kant op. Riep iedereen: ‘overtreding, Vlak’. Vroeg ik aan Jari of het een overtreding was. Zei hij van niet…”
Gerry: ,,Nou lachen we erom, maar toen had ik dikke tranen. Omdat ik verloor. En omdat hij ‘m won.”
André: ,,Mijn grootste hobby was en is om alles te volgen, ook de uitwedstrijden. Op een gegeven moment moest ik keuzes maken. Als ze tegelijkertijd speelden, koos ik voor de oudste. Ten eerste had die de kortste weg te gaan en anderzijds had ik dan ook wel eens moeite met het niveau van de jongeren.”
Hij is niet die schreeuwende vader aan de zijlijn, maar ook niet de zwijgende. ,,Als ik tegenwoordig bij de jongste kinderen een wedstrijdje kijk, hoor ik vaak een ander soort fanatisme langs de kant, negatief en soms ook naar anderen kinderen. Ik kon er ook ziek van zijn als ze verloren of niet goed speelden, maar dat projecteerde ik dan nooit op een ander. En met de ouders onderling hadden we een hele goede harmonie. Als er iemand afviel was het treurnis ten top.”
Je wilt trots zijn, moet bescheiden blijven, maar wordt zelfs dan wel eens met jaloerse ogen aangekeken.
André: ,,Wij zijn terughoudend.” Miranda: ,,We scheppen nooit op over onze kinderen. Maar je maakt wel eens rare dingen mee. Krijg je op de dijk wel eens te horen: ‘je moet niet denken dat hij het eerste gaat halen’. Zomaar.”
André: ,,Ik was en ben zelf wel altijd nadrukkelijk aanwezig.”
Jari: ,,Ik ben er wel eens gek van geworden, in het veld.”
Dion: ,,Ik ook.”
Gerry: ,,Ik eigenlijk ook wel. Gelukkig had hij het dan wel tegen mij. Ik heb er een hekel aan als ouders op andere jongens tekeer gaan.”
Jari: ,,Je hoort hem gewoon als je in het veld staat. Dan flipte ik wel eens.”
André kan er om lachen: ,,Dat gebeurt nog wel eens.”
Gerry: ,,Maar eigenlijk moet je dat van je af laten glijden. Zelfs in het stadion, met al die mensen op de tribune, hoor je zijn stem nog er bovenuit op sommige momenten.”
André: ,,Vorige week maandag tegen Jong AZ riep ik ‘pak je rust’ omdat Ger heel veel meters maakte en dan was hij net niet accuraat genoeg. Dan heb ik de neiging om te roepen: ‘Nou even simpel spelen.”
Gerry: ,,Dat weet ik dan zelf ook wel.”
André: ,,Maar als je dan op de tribune zit en de mensen om je heen na drie keer balverlies beginnen te mopperen…”
Miranda: ,,Die mensen weten niet dat het over jouw jongen gaat. Dat vind ik best lastig.”
André: ,,Daar moet je wel een pantser voor creëren.”
Jari: ,,Maar het is zeker niet altijd negatief wat m’n vader roept.”
André: ,,Vanaf de tribune is het uiteraard gemakkelijker te beoordelen en daar zittend word je ook niet moe. Maar ik zie Jari wel eens z’n rust pakken, terwijl ik van mening ben dat hij in twee benen een dodelijk schot heeft. Dan zie ik aan de andere kant de ruimte en kans ontstaan, dus dan is het voor mij gemakkelijk te roepen ‘sluit bij’. Maar als je dan net in je reserves zit… Het is meer omdat ik dat graag wil voor hem, want het kan een specialiteit worden van Jari. Maar ik voel zijn moeheid natuurlijk niet.”

Smile

Inmiddels is het alweer tweeën half jaar geleden dat Gerry zijn debuut maakte in de hoofdmacht. In augustus 2015, uit tegen FC Dordrecht.
Jari: ,,Moesten Dion en ik allebei trainen, dus wij konden er niet bij zijn, dat vonden we uiteraard wél jammer. Zaten wij ‘s avonds met z’n tweetjes op de computer naar de wedstrijd te kijken. Dat was wel spannend.” Dion: ,,Dat is toch top, daar werk je je hele leven al naar toe.”
Miranda: ,,Na afloop had hij een smile op zijn gezicht… Die kon er niet meer van af.”
Gerry, weer glimlachend: ,,Die staat op de foto. Dan heb je dat gevoel van: ‘ik heb gewoon voor Volendam 1 gespeeld’. Iedereen hoort of ziet dat dan, familie, vrienden, bekenden. Het kan immers ook zijn dat dat moment nooit komt en dan blijft bij sommige mensen het beeld hangen dat je het allemaal voor niks hebt gedaan. Ik kijk daar heel anders tegenaan. Je doet het omdat het leuk is en je hebt het allemaal mógen doen. Dus dan doe je het nooit voor niks. Kreeg ik daarna van de buurman, Peter Runderkamp, slager en basketballer, een lijstje met daarin de foto’s, maar ook het toegangskaartje van die wedstrijd. Superleuk.”
Dion: ,,Toen ik dat lijstje zag, zei ik meteen: dit wil ik ook.”
Onderweg naar dat hogere doel gelden andere wetten, krijg je te maken met andere zienswijzen. Wordt voetbal keiharde topsport en wisselen mooie mijlpalen en onbegrijpelijke teleurstellingen elkaar af, zowel binnen als buiten het veld.
Gerry Vlak: ,,In de voetbalwereld heerst veel afgunst. Wij hebben een hele leuke spelersgroep, maar daarbuiten zijn soms invloeden die minder leuk zijn. Dat lees je vaak genoeg in het nieuws.”
André: ,,Des te ouder ze worden, des te minder leuk wordt het soms. De randzaken gaan meer overheersen, het wordt meer werk en soms een kwestie van overleven. Aan de andere kant: als je ziet wat er gebeurt als het huidige FC Volendam scoort, dan juichen ze met ’n allen bij elkaar, seconden lang. Dan zie je dat het heel goed zit in deze groep. Met veel goede karakters. De cohesie is groeiende. Dat is knap van Misha Salden, hij moet dat in zijn eentje managen. Want Berry Smit is ook nog weggevallen in de tussentijd.”
Binnen die cohesie is Ger de laatste maanden een vaste waarde. Gerry: ,,Nu gaan bepaalde dingen nog fout, die, als je meer wedstrijden op dit niveau hebt gespeeld, niet meer zomaar fout gaan. Ervaring is alles.”

‘Of het wel eens niet over voetbal gaat?
Ik ben op een gegeven moment
‘Goede Tijden Slechte Tijden’
gaan volgen’

André: ,,Ger staat inmiddels heel anders in het veld. Met veel wedstrijden achter elkaar krijg je ook ritme. Dat geldt voor iedere sporter.”
Maar hoe anders was het vier maanden geleden. Toen hij in de groepsapp van Jong FC Volendam zijn naam niet in de opstelling las. André: ,,Gerry was aanvankelijk niet in beeld bij de trainer. De apotheose kwam begin december. Hij was aanvoerder van Jong FC Volendam en scoorde een week eerder drie keer. Vervolgens stond hij opeens wissel voor Spakenburg-uit, misschien wel de mooiste wedstrijd van het seizoen. Dat hakte er flink in.”
,,Uiteindelijk heeft toenmalig trainer Berry Smit dat goed opgelost. Ik heb wel altijd de insteek van: het is niet altijd en alleen iemand anders schuld. je moet ook eerst zelf voor de spiegel gaan staan. Ger is misschien onvoldoende goed aan het seizoen begonnen, rammelde misschien niet hard genoeg op de poort. Maar het is in dergelijke situaties altijd goed als een trainer even de speler apart neemt en zijn beweegreden deelt.”
Gerry: ,,Ik schrok behoorlijk toen ik dat appje las, dat verwacht je niet. Dan is het wel prettig, dat je er thuis over kunt praten. Ik ben toen ook op de trainer afgestapt, om er over te praten. Dat vind ik niet gemakkelijk om te doen. Hij had ook meteen begrip voor mijn reactie. Maar zo dicht ligt het bij elkaar. Dat was 3 december en zo speel ik alles sinds de winterstop, toen Kevin Visser ziek was en ik er in mocht.”
Tot dan toe gaat het alleen over voetbal. En dat gaat het hoofdzakelijk, in een gezin met vier voetbalmannen en één vrouw. Die als spons fungeert. Alle verhalen aanhoort, met vreugde en deceptie, twijfels en triomfen. En sinds kort niet meer twee wasmachines continue draaiende hoeft te houden. ,,Als je bij de selectie komt, dan wordt de was gedaan door de club”, weet Miranda.
,,Of het wel eens niet over voetbal gaat? Ik ben op een gegeven moment ‘Goede Tijden Slechte Tijden’ gaan volgen. Dat deed ik daarvoor niet, maar dan had ik tenminste een half uurtje voor mezelf. Even een tel geen voetbal. En op een gegeven moment ging ik een helft kijken van de voetbalavond en dan ging ik daarna naar bed. Want elke avond heb je wel voetbal. Is het niet live, dan heb je ‘de snor’. En dát gaat nou écht nergens over.”
Gerry: ,,Nou, hij staat niet altijd aan.”
André: ,,Maar als we de kans krijgen, drukken we ‘m op 7.”
Gerry: ,,Op donderdag won ‘Wie is de Mol?’ het wel laatst van de Europa League.”
Miranda: ,,Maar zo gaat dat met vier voetbalgekken. En het heeft natuurlijk ook een hele mooie kant. Wat je soms niet eens beseft, dan heb je daarvoor een opmerking van iemand anders nodig. Dat er tegen je wordt gezegd: ‘jij hebt er gewoon drie lopen.’ Voor ons is dat gewoon worden, omdat we niet beter weten. Maar het is megamooi dat het allemaal zo goed is gelukt.”
En dat het gegeven is dat hun drie zoons zelfs een wedstrijd samen in het veld stonden. Augustus vorig jaar, tijdens de oefencampagne van Jong FC Volendam, thuis tegen Rijnvogels.
Dion: ,,Dat was nog effe wat. Ik kwam er al als reserve bij omdat enkele andere keepers er niet waren vanwege andere wedstrijden. Zei keeperstrainer Bela Szenasi voor de grap tijdens de warming-up dat ik de bal maar hard op de neus van de eerste keeper, Jordi van Stappershoef, moest schieten. Dan zou ik immers samen met Ger en Jari in het veld kunnen spelen. Tijdens het voorzetten oefenen zei Jordi opeens dat hij last had. Ging-ie de kleedkamer in en even later kwam Bela terug met de mededeling dat ik me klaar kon maken. Stonden we met z’n drieën in het veld. Dat was wel heel speciaal.”
André: ,,Prachtig, dat noemen ze nou een mijlpaal. Daar sta ik dan wel even bij stil. Het is ook wel eens frustrerend, als het niet loopt met één van je jongens. Maar het is echt zó mooi om te zien hoe ze al jaren ieder voor zich, maar ook samen, bezig zijn en hoe ze zich ontwikkelen. Ik vrees de dag dat het voorbij is. Je moet er dus wel van genieten.”
Gerry: ,,Je moet er inderdaad ook wel bij stil staan. Want dat is wel waar het om draait. Tuurlijk ben je vaak bezig met het volgende, maar wat je nu hebt bereikt, is ook belangrijk om te beseffen.”

Universiteit

André: ,,Jari heeft net een driejarig contract gekregen, daar spreekt zoveel vertrouwen uit. En er zit nog zoveel rek in deze jongens. Bij ons is het ritueel al vijftien jaar lang dat ze met het tasje op de fiets naar de training gaan. Daar stinkend je best doen en als ze thuis komen is het aan tafel: hoe ging het? Het is normaal geworden, maar wel elke dag een hoogtepunt.”
Gerry: ,,Voor ons zijn veel dingen vanzelfsprekend. Elke dag trainen. En je school volgen. Ik ben nu mijn scriptie aan het schrijven voor m’n bachelor, daarna wil ik de Master-opleiding in Actuariële Wetenschappen doen. Ik mis wel dingen omdat ik niet naar de school zelf kan. Maar tijdens een schoolvakantie zit je in de bank vanaf één uur ’s middags. Dan kun je wel een uur op bed gaan, maar dan is het nog maar twee uur. Dus ik vind het belangrijk dat ik iets naast het voetbal heb.”
,,Jezus…”, klinkt het opeens uit de mond van Dion. Het interview wordt even onderbroken, door de omhaal van Ronaldo, tegen één van zijn voorbeelden, Buffon.
Jari: ,,Ik studeer ook Universiteit, het tweede jaar Rechten. Dat gaat voorspoedig. Ik moet regelmatig ’s avonds naar school.”
Dion: ,,Ik doe via de club de opleiding Sport & Bewegen, een voorloper van CIOS of ALO. Bij de FC krijg ik ook twee dagen les en loop ik ook stage. Het geeft ons ook de ruimte om extra te trainen.”
André: ,,We hoeven ons er nauwelijks mee te bemoeien, het gaat gewoon z’n gangetje. En er zit ook geen druk op.”
Gerry: ,,Er zit wel die druk op, dat het gehaald moet worden. Als je dat boek niet openslaat, haal je geen zes.”
Miranda: ,,Maar er zitten daar in Amsterdam genoeg klasgenoten die er jaren langer over doen. Een Volendammer vindt dat zonde van zijn of haar tijd.”
André: ,,Het geeft al aan hoe het met de drive van deze jongens zit. Ze slaan hun laptop open als er vrije tijd is, om aan hun school te gaan werken. Dat is intrinsieke motivatie. Voor ouders is dat een ideaalbeeld.”
Gerry: ,,Het is er ook bij ons ingebracht. Jullie eisen wel van ons, dat als we ergens mee beginnen, dat we het maximale eruit proberen te halen.”
André: ,,Mijn adagium is: als je iets doet, moet je het goed doen.”
,,Alleen van keepen heb ik geen verstand.”
Dion: ,,Nou, je doet af en toe van wel.”
André: ,,Dat moet ik aan de vakmensen overlaten. Dat is Bela en dat is Edwin Zoetebier natuurlijk ook. Die heeft Dion al eerder gehad en komend seizoen komt hij terug. ‘Zoete’ was in mijn tijd al zelf een fantastische keeper. Edwin is supergedreven en kan als trainer bij een topclub komen.”
Dion: ,,Hij zegt ook altijd: ‘mensen beter maken is het mooiste dat er is’.”
Een andere vakman komt ter sprake. Eentje die enkele tientallen meters achter hen woont: Wim Jonk.
André: ,,Onze jongens hebben tegen jeugdploegen van Ajax gespeeld, toen Wim daar werkzaam was. Hij heeft al die Ajacieden beter gemaakt, de jonge lichting die nu opkomt. En hij stond dan echt te genieten langs de kant. Je hebt mannen van zijn generatie, trainers als Cocu en Frank de Boer, maar ik verdenk Wim ervan dat hij nog veel meer voetbalverstand heeft. Zoals we Arnold Mühren ook hier op het dorp hebben.”
,,Ik weet dat hij spelers individueel traint, maar het is toch wel een drempel om hem te vragen of hij iets wil betekenen voor onze jongens. Terwijl dat wel goud zou zijn.”
Gerry: ,,Ik durf net aan ‘hallo’ te zeggen. Daar kijk je toch tegenop.”

‘Ik sta open voor een bestuursfunctie,
maar zolang de jongens in de selectie spelen
moet ik dat niet willen’

Aan zijn vader is recentelijk ook iets gevraagd: of hij iets voor het bestuur van de FC wil betekenen.
André: ,,Er is een hengeltje uitgegooid en dat trekt me zeker, maar zolang de jongens in de selectie zitten, heb ik het gevoel dat ik die jongens dan voor de voeten loop en dat ik het dan niet moet willen. Waarbij ik zeker niet onderschat hoeveel tijd erin gaat zitten. Dat ondervind ik zelf van dichtbij, als vader van.”
,,Met het vastleggen van Cees Keizer als trainer bij Onder 13 en het vastleggen van de jonge Volendamse jongens voor de selectie wordt er in ieder geval een goede nieuwe koers ingezet. Tom Tol is sinds korte tijd aan het werk bij de club, met uiteenlopende werkzaamheden en hij geeft aan dat het hem energie geeft. En dat kan ik me levendig voorstellen, want ik ga zelf ook elke dag met plezier naar het voetbalveld. Ik zou daar dus voor openstaan, maar ik zou het aanvaarden van een bestuursfunctie nu niet goed vinden als mijn zoons daar voetballen. Ik kan het zelf wel los van elkaar zien, maar anderen misschien niet. Bovendien zit ik nu nog in het kerkbestuur.”
,,Maar er zijn genoeg mensen in het dorp die in het bestuur van de FC kunnen, jongens met een goede baan en affiniteit met voetbal. Mannen als Nico Klouwer, directeur bij HSB, bijvoorbeeld. Ik hoop dat het ook gaat lukken, want FC Volendam is een instituut dat nooit mag verdwijnen.”
,,Maar of de goegemeente nog warm gaat lopen voor de FC, dat zal in mijn ogen ook sterk van succes afhangen.”
Gerry: ,,Wij gingen altijd mee met m’n vader naar de FC, dat is ook wel veranderd. De jeugd heeft ook andere dingen tegenwoordig.”
André: ,,Als jongetje moet je met de bal op bed gaan.”
Gerry: ,,Dat is niet meer. Ik zat laatst met Nick Runderkamp in de krachttrainingsruimte en op dat moment lag op zaterdag het kunstgrasveld leeg. Terwijl wij als kind vochten voor een plekje.”
André: ,,Als we naar de jongere selecties kijken, zie je ook weinig Volendammers daarin. Dat heeft verschillende oorzaken, maar het is daarom wel goed dat Cees Keizer erbij komt. Hij heeft die Skill Games erin gebracht, om trucjes en basisvaardigheden aan te leren en is het type dat naadloos past in de trainersstaf. Er zijn dorpelingen die de neiging hebben, de dingen die bedacht en uitgevoerd worden, allemaal academisch te vinden, maar dat is nou eenmaal zo. Die trainers lopen voor een appel en ei te proberen jouw kind beter te maken. Daar kun je niet zomaar iedereen tussenzetten. Cees past daar wel tussen, die is meer werelds door waar hij heeft gevoetbald. Een jongen als Edwin Keizer past er ook tussen.”
Gerry: ,,Vroeger voetbalde je op school ook elke dag. Op de Springplank kregen we altijd hele goede gymlessen van meester Crelis Tuip. Koprollen, van alles. Op woensdag mochten we dan tijdens de gymles met de jongens voetballen. Dat probeerde ik er ook in te houden toen we hoofdmeester Nico Hoogland kregen. Maar hij droeg ons dan wat anders op. Zetten wij toch elke week voorafgaand de doeltjes neer. Toen we die weer weg moesten halen, ging ik er een keertje tegenin. Werd ik naar huis gestuurd. Ik schrok me rot en m’n moeder ook. Ik ben nooit de klas uitgestuurd. Maar ja, er moest natuurlijk wel af en toe gevoetbald worden.”
André: ,,Crelis was ook degene die mijn prachtige ballonnetje lek prikte, toen we als ouders op gesprek kwamen. We waren altijd snel klaar, want Ger had altijd prachtige cijfers. Maar hij wees er op een gegeven moment op dat voetballen hogerop voor Ger lastig zou worden, omdat hij tijdens de gymles niet goed om zijn diepte-as en lengte-as kon draaien. Ik schrok en vroeg meteen hoe we dat op konden lossen.”
Gerry: ,,Ik was een beetje houterig en dus ook traag. Crelis gaf aan dat ik ook lenig moest zijn. Stuurde hij me naar Ruud Jacobs en die gaf me allerlei oefeningen. Daar help je kinderen echt mee op weg.”
André: ,,In die zomer waren we op vakantie in Italië en volgens schema moest hij drie keer in de week de oefeningen doen. Dus daar moest het ook, al was het veertig graden.”
Ger: ,,Dan moest het ook echt van jou.”
André: ,,Omdat mijn ballon nog niet heel was. En ik zag dat het er qua voetballend vermogen in zat, dus dan wil je het niet van dat motorische vermogen af laten hangen.”
Gerry: ,,Ik wilde het trouwens ook zelf, want ik voelde dat het goed was voor me.”
André: ,,Jari ligt ook op dat matje en doet zijn oefeningen. Dion traint bij Jeffrey Jonk en heeft een goede natuurlijke aanleg.”
Jari: ,,Het is belangrijk om meer te doen dan alleen de voetbaltraining. M’n vader zegt dat ik altijd die drive heb gehad om in het eerste van FC Volendam te komen, maar dan is het nog niet vanzelfsprekend dat het lukt en eigenlijk besef ik het ook nog niet helemaal dat ik met de selectie mee mag trainen.”
En ooit, in de toekomst, hopen ze te realiseren wat ‘de Kippen’ ook lukte. Samen in het eerste van FC Volendam spelen.
Jari: ,,Dat is een droom.”
Gerry: ,,Als ik eerlijk ben, denk ik daar niet vaak over na, omdat het voor mijn gevoel nog erg ver weg is. Maar dat zou wel erg speciaal zijn.”
Jari: ,,Als je zelf in het eerst komt, is dat al heel bijzonder. Laat staan met z’n drieën.”

|Doorsturen

Uw reactie



Nieuw-Volendam in beeld


Laatste nieuws

Ondernemend nieuws

Laatste vacatures

Meest gelezen

Laatste reacties