Indrukwekkende woorden bij herdenking Nieuwjaarsbrand Volendam, 25 jaar geleden
Op donderdag 1 januari werd op integere en ontroerende wijze stilgestaan bij de Nieuwjaarsbrand in bar De Hemel, 25 jaar geleden. Bij die ramp kwamen uiteindelijk veertien jongeren om en waren er meer dan 240 gewonden. De herdenking begon ’s nachts om 00.30 uur – het tijdstip waarop het destijds ontstond – met de kerkklokken die veertien minuten lang luidden, waarbij het vuurwerk stilviel. ’s Morgens waren er indrukwekkende woorden (van Marga Smit en burgemeester Rick Beukers) bij het monument voor het pand waar het destijds gebeurde. Daarna waren er speeches (Jan Kwakman, Esther Veerman, Pastoor Van Teijlingen en Johan Koning) tijdens de Heilige Mis in de St.Vincentiuskerk, alsmede aansluitend in het plantsoentje daar vlakbij, tijdens de onthulling van de lindeboom. Daar spraken Jaap Veerman en Sijmen Tol, die samen met Evert Smit een tekst maakte voor bij de boom. Zowel in de kerk (koor Forever Young) als bij de onthulling (Dick Kwakman) was er muziek.
Jan Kwakman (Ballap):
25 jaar geleden, als de dag van gisteren, waren onze broers en zussen ineens weg.
Samen met vrienden vierden we het einde van het oude jaar en ’t begin van het nieuwe. Een vluchtig gedag naar ouders en andere familieleden, we zien elkaar later nog wel. ‘Veel plezier en pas je op’, ik hoor het mijn moeder zo nog zeggen. Maar later kwam nooit meer. Even na de jaarwisseling breekt de hel los. Brand in ’t Hemeltje. Sirenes, paniek en dan komt die oorverdovende stilte… Voor de één kwam het bericht al direct, voor anderen was er eerst nog hoop. Maar allemaal kregen we te horen dat het leven van onze dierbare broer of zus over was. Ze waren overleden, ten gevolge van de brand. Een stortvloed aan emoties neemt ons leven over. Pijn, verdriet, diepe dalen, groeien, accepteren, loslaten, liefde…
Mag pijn er nog zijn na zoveel jaren? Het is toch immers je broer of zus en niet je kind. Periodes van afstand, alsof er een membraan voor je gevoel zit. En de ervaring van de plotselinge verschuiving vanbinnen, waardoor ik je zo mis. Eigenlijk ben ik dankbaar voor het ervaren van die momenten van intens verlangen, want dan weet ik weer, na al die jaren, dat je écht hebt bestaan. Want soms lijkt dat te vervagen, in de drukte van alledag. Al zijn er ook momenten dat iets je laat voelen, dat er meer is tussen hemel en aarde. Een herinnering van toen, die je terugziet in de nieuwe generatie. Een ondeugende streek die een neefje uithaalt, of een gezichtsuitdrukking, die je herkent als die van je eigen overleden zusje.
De tijd heeft ook extra wonden gemaakt. Sommige ouders hebben ons ook al verlaten. Een troost is het te weten, dat zij die ons zijn voorgegaan, nu samen zijn met hun dierbare kind.
Dagen gaan voorbij dat je er even niet aan denkt, maar dan ineens staat de rugtas met verborgen emoties wagenwijd open.
Kun je het met iemand delen?
Staat iemand open voor ons verdriet?
En dan is daar na vele jaren een informele avond voor ons, de broers en zussen van de overleden slachtoffers. En blijkt dat we dat állemaal voelen. Een bijzondere avond volgt, waar harten opengingen, waar emoties werden gedeeld. En waar we de draad op konden pakken. Samen met elkaar hebben we gezocht naar woorden, die omschrijven wat we samen voelen. Wat wij hebben geleerd, waar we steun vonden en waar we de draad op konden pakken. En nu, al die jaren later, aan de nieuwe generatie trots kunnen vertellen wie jullie waren:
Jullie zijn onze broers en zussen
Marga Smit:
01-01-2001, een datum die in ons geheugen gegrift staat. 14 jongeren hebben dit enorme drama niet overleefd en honderden zijn gewond geraakt. Daarnaast komt nog de nasleep van de hulpverleners, omstanders, nabestaanden en naasten, die hier ook hun eigen trauma aan over hebben gehouden. Het nieuws ging over de hele wereld. Ik ontving zelfs een kaart uit Zuid-Afrika, van iemand die mij in het nieuws had gezien, met een simpele Marga uit Volendam op de envelop. En wat denk je? Hij kwam aan… heel indrukwekkend. Daarbij zijn er talloze initiatieven geweest voor het inzamelen van gelden en het delen van kennis, zoals met Gotenburg. Er is zoveel gebeurd in al die jaren en nog steeds…
Wat ook de afgelopen weken weer is gebleken, is dat heel veel mensen betrokken zijn geweest tijdens de nacht maar ook in de jaren daarna. En dat iedereen zijn eigen herinneringen en verhaal hierbij heeft. Buren, Horeca-medewerkers maar ook veel omstanders, die samen met de Brandweer, EHBO, Ambulance medewerkers, artsen en verpleegkundigen in zowel Nederland als België en Duitsland zich voor 200% hebben ingezet om te helpen. En dan de steun, die daarna van familie, vrienden en vele vrijwilligers aan ons werd gegeven. En het medeleven vanuit heel Nederland. Dit was voor ons van onschatbare waarde en heeft ons heel veel goed gedaan. Namens alle getroffenen wil ik hiervoor mijn grote dank uitspreken!
De afgelopen 25 jaar zijn aan de ene kant omgevlogen, maar de tijd daarvoor lijkt ook wel een ander leven. Ik ben langer verbrand dan niet. En ik ben eraan gewend geraakt. Dit is wie ik nu ben. Met zichtbare verwondingen komen de vragen bij mensen vanzelf. Zij kunnen zien dat je iets hebt meegemaakt, waardoor het voornamelijk in de beginjaren heel veel het onderwerp van gesprek is geweest. Ik heb er altijd goed over kunnen praten. Dat is niet vanzelfsprekend, dat weet ik ook. Toch heeft het overleven van de brand voor mij wel altijd gevoeld als een 2e kans. ik had dood kunnen zijn, maar had het ternauwernood overleefd en dat zette alles daarna in een ander perspectief. Vriendinnen vonden dat ik veranderd was, en ik zeg ook altijd, ik ben niet veranderd, ik ben meer mezelf geworden, maar dat is natuurlijk ook een verandering. Een zoektocht, naar wie ben ik en waar word ik blij van, ongeacht de mening van anderen. Hier zijn ook de termen veerkracht en dankbaarheid (voor het leven, in mijn geval) veelvuldig voorbijgekomen. Maar het gaat verder dan dat. In mijn laatste interview voor de krant sprak ik de plastisch chirurg van toen Paul van Zuijlen, inmiddels directeur van het Brandwondencentrum in Beverwijk. Hij sprak over Post Traumatic Growth, een term die ik nog niet kende. Het verwijst naar ingrijpende psychologische veranderingen die ontstaan wanneer individuen zich aanpassen aan zeer uitdagende en stressvolle levensomstandigheden. PTG impliceert een verandering in denken en relaties, wat leidt tot een hogere kwaliteit van leven. En zo ervaar ik het ook. Maar ik snap ook dat dit niet voor iedereen geldt. Ik heb vriendinnen die er liever niet over willen praten en helemaal niet in de maand december. En dat raakt mij.
De afgelopen jaren zijn we met een hele groep mensen druk bezig geweest met alles wat je nu kan lezen in kranten, beluisteren of bezoeken. Daarbij zijn ook nu meer dan alle jaren daarvoor, nabestaanden betrokken. Wat zorgt voor eenheid van zoveel mogelijk betrokken partijen voor alle initiatieven die we zijn begonnen. En dit merk je ook in de uitwerking ervan. Denk hierbij aan podcasts, onderwijs, tentoonstelling, expositie, krantenartikelen en nog veel meer. We zien ook, voor mijn gevoel nog meer dan na 20 jaar, dat de gesprekken op gang komen. En als we iets geleerd hebben in deze 25 jaar, is het wel, dat elk verhaal er mag zijn. Er zou geen hiërarchie in leed moeten zijn. Ik denk dat de afgelopen maanden hebben laten zien dat er nog veel onverwerkt leed is, maar er ook ruimte is om erover te praten. En daarom hebben we ook documenten willen maken, zoals de podcast, die je ook kan beluisteren op jouw moment, als jij er klaar voor bent en welk verhaal je interesse heeft. Zo zie je verschillende invalshoeken van eenzelfde trauma en hoe mensen hiermee om zijn gegaan. Er is helaas geen knop die omgezet kan worden, die het meteen beter maakt. Als we die toch hadden… Maar we blijven openstaan voor de gesprekken en de openheid die gaat volgen en hopen zo dat nog meer mensen die erbij betrokken waren, op welke manier dan ook, hun verhaal gaan delen, zodat hopelijk ook hun heling kan beginnen.
Wij zijn hier vandaag bijeen om te herdenken wat zich 25 jaar geleden heeft voorgedaan. En het is goed om hier met elkaar bij stil te staan. Om herinneringen op te halen en elkaar te steunen. Maar met name ook om stil te staan bij het gemis en het verdriet;
Laat duidelijk zijn dat wij de 14 kinderen/broers/zussen/vrienden en vriendinnen nooit zullen vergeten. Zij zullen in onze gedachten altijd blijven voortbestaan.
Jaap Veerman (Corn):
DE LINDEBOOM
Lieve mensen.
Dank dat jullie hier zijn om samen onze dorpsboom, de Lindeboom te onthullen als een “levend zinnebeeld’’ voor onze hele gemeenschap.
Aanleiding is in eerste instantie de laatste officiële herdenking van wat 25 jaar geleden is gebeurd. En vandaag is daar met veel respect aandacht voor. Vanmorgen eerst aan de dijk bij het monument met mooie woorden en bloemen. Daarna de kerkdienst waar we onze dierbare 14 kinderen liefdevol hebben mogen herdenken. Ze zijn helaas niet meer fysiek aanwezig, maar wat zijn ze diep in ons hart verankerd.
Dan is er al vanaf oktober de expositie “Onderbroken Tijd”, een werk van enorm vermogen van respectvolle moed en daadkracht.
Wat is er veel gebeurd en bereikt in die 25 jaar, vanaf het eerste moment tot nu aan toe. Veel dank is verschuldigd aan zoveel mensen die zich hebben ingezet op elke manier die in hun vermogen lag. Van de kleinste bijdragen tot enorme inzet. Namen kunnen we daarbij niet noemen omdat we dan wellicht iemand zouden vergeten.
En wat hebben de getroffenen en nabestaanden een innerlijk vermogen en veerkracht laten zien. Met geen pen te beschrijven.
En graag wil ik vanuit mijn persoonlijke ervaring het volgende zeggen:
Onze hele gemeenschap is erbij betrokken. En zelfs daarbuiten. Ik word de laatste tijd veelvuldig aangesproken en ik hoor weer hoeveel pijn en onverwerkt verdriet er nog is. Maar moet je die zware last blijven meedragen?
Schuldgevoel, boosheid, frustratie, verwijten naar jezelf, dat zijn dingen die niet meewerken aan heling. Het zijn logische emoties die direct na een zware gebeurtenis optreden. Maar als ze er nog zijn na 25 jaar, dan zijn het negatieve emoties. Er is niemand mee gebaat. Je omgeving, je ouders, je overleden vriend of vriendin of een andere geliefde en zeker jijzelf niet.
Dan zijn het pakketjes pijn en pakketjes onverwerkt, die je ergens in een hoekje van je geest of hart hebt opgeslagen en die je wilt vergeten. Maar ze blijven trekken aan je en ze willen eigenlijk geopend worden. En het beste is dat je ze opent en er met liefde in je hart naar kijkt of luistert. Als je dat in je eentje niet redt, praat er met een geliefde over. Met een vriend of vriendin met ouders, met iemand die je vertrouwt. Dan zul je op zekere dag merken dat de pakketjes er niet meer zijn. Of je kunt ernaar kijken, maar ze doen geen pijn meer. Dan kun je verder en worden het gebeurtenissen in jouw leven die je een bewuster mens maken. Dan geven die gebeurtenissen betekenis aan je leven. En dat geeft weer betekenis aan je omgeving en de gemeenschap. Dat schept saamhorigheid.
Iedereen wordt in het leven geconfronteerd met leed, het is onvermijdelijk. Het is onderdeel van de natuur, zoals alles onderdeel is van de natuur, dus ook wij. Maar als we er bewust mee leren omgaan dan kunnen we het omzetten in liefde en kracht, veerkracht en bewustwording. Dan kunnen we volop ons leven leven. Dan kunnen we er ten volste genieten. Want het leven is ook prachtig in al zijn facetten.
En dat brengt me bij onze Lindeboom. Die zeker ook symbool kan staan voor hetgeen ik net heb gezegd.
Ik heb de boom al in mijn hart gesloten. (Het volgende heb ik uit en prachtig oud boekje over bomen. Oude wijsheden en nieuwe inzichten.)
De Linde behoort tot de fraaiste en oudste boomsoorten. In het dorp bij de kerk, in kasteelparken en kloostertuinen en ook in de middeleeuwse stad was de Linde het eigenlijke middelpunt. Daar ontmoette men elkaar. Onder de linde werden beslissingen genomen, men sloot er overeenkomsten en verbintenis voor het leven. Men hield er herdenkingen. In de schaduw van deze bomen werd gespeeld, gedanst en feestgevierd. De Lindeboom werd de stamboom van vele geslachten, en kan wel 1000 jaar oud worden.
Bomen—zwijgende getuigen van vreedzaam leven en van schokkende gebeurtenissen. Wat zouden ze ons niet allemaal kunnen vertellen!
In vele sprookjes en sagen speelt de Lindeboom als zegerijk oord, als grote helper van de mens, een belangrijke rol. En zo wordt de Linde tot op heden ook gezien. In de schaduw van de Linde vindt, wie troost zoekt, een toevlucht, onder de Linde komt men zoals nergens anders in een goede stemming, en vrienden komen onder een Linde bij elkaar. Bij de Linde kan de vermoeide, de uitgeputte mens nieuwe krachten opdoen.
De aandacht van de mens wordt getrokken door de heerlijk geurende lindebloesem, een geliefkoosd speel en werkterrein van de bijen. Lindebloesemhoning is altijd al beschouwd als de kruidigste en fijnste honing, – en de gezondste. Je kunt er een heerlijk geurende zoete thee van zetten. Onder de Linde geurt het als in een ouderwetse snoepwinkel.
Nou en zo’n Lindeboom gaan we nu officieel onthullen. Van oudsher mag ze worden gezien als vrouwelijk. Ze staat al enkele weken met een vrouwelijke gratie als een moeder voor haar kinderen in Volendammer aarde. In het voorjaar krijgt ze mooie hartvormige bladeren en bereidt zich voor op de bloei die in juni plaatsvindt met geurende witgele bloesems, in het najaar verkleurd de Lindeboom van groen naar geel, en verliest zij haar bladeren, terwijl de zaadjes als propellertjes naar beneden dwarrelen, het teken dat de boom zich voorbereid voor de winter. Het teken van rust voor het nieuwe seizoen. De cyclus van het leven. Door het hele jaar toont de Linde haar schoonheid en veerkracht.
En ik spreek de diepe wens uit dat onze Lindeboom daadwerkelijk als levend symbool zal worden gezien, om er voor de hele gemeenschap een toonbeeld van liefde en leven te zijn. Voor onze voorouders en voor komende generaties. En dat ze ook van betekenis zal zijn voor iedereen die verdrietige of bijzondere gebeurtenissen hebben meegemaakt. Om hier dan samen te komen ter herinnering, ter bezinning, iets te vieren of gewoon om er even tot rust te komen.
We staan hier nu samen en omringen de Linde en heten haar van harte welkom in ons midden.
Johan Koning:
We zijn hier vandaag bijeen om te herdenken en met respect stil te staan bij de overleden jongeren. Onze gedachten zijn vandaag bij hun families, aan wie ik veel sterkte wil toewensen.
Wat er die bewuste nacht gebeurde, heeft mijn leven een andere richting gegeven. Ik stond samen met velen oog in oog met een werkelijkheid die niemand zich had kunnen voorstellen. De jaren daarna stonden in het teken van doorgaan, ieder op zijn eigen manier, met vallen en opstaan.
Die bewuste nacht werd ik eerst naar Café De Molen gebracht en vervolgens naar het Onze Lieve Vrouwenziekenhuis in Amsterdam, waar ik op de Eerste Hulp in slaap ben gebracht. Op 2 januari ben ik met een legerhelikopter van Schiphol naar Luik in België gevlogen. Daar aangekomen had ik nog maar vijf procent kans om te overleven. De artsen hebben kort overleg gehad of ze überhaupt aan mij zouden beginnen. Gelukkig viel dat overleg voor mij positief uit, want anders had ik hier niet gestaan. Na vele huidtransplantaties en meerdere complicaties ben ik eind februari ontwaakt uit een kunstmatige coma.
Het was een onwerkelijke situatie om bijna twee maanden later wakker te worden en te ontdekken dat ik in het buitenland lag, waar vrijwel niemand Nederlands sprak. Tot eind maart verbleef ik in het ziekenhuis in Luik. Daarna volgden opnames in het Militair Hospitaal in Utrecht en in revalidatiecentrum Heliomare. Uiteindelijk kwam ik op 15 juni weer thuis. Met geen pen is te beschrijven hoe dankbaar ik ben voor alles wat de artsen en zorgverleners voor mij hebben betekend.
Na thuiskomst begon een lange periode van revalidatie. Door het langdurig stil liggen in het ziekenhuisbed waren mijn gewrichten vastgegroeid, wat in de jaren daarna tot meerdere operaties leidde. Mij werd verteld dat ik waarschijnlijk nooit meer normaal zou kunnen lopen, maar door keihard te trainen en niet op te geven heb ik het tegendeel bewezen.
Mijn ouders waren in die periode voortdurend bij mij. Zij hebben mij in de nieuwjaarsnacht zelfs als een van de eersten hulp verleend op de dijk bij Café De Molen en mij daar opgevangen. Wat zij daar hebben gezien, staat voor altijd op hun netvlies. Toch zijn zij daar ongelooflijk sterk mee omgegaan. Dat geldt overigens voor alle ouders van slachtoffers. Zij hebben een ware horrorperiode doorgemaakt, vol onzekerheid en lange ziekenhuisverblijven in binnen- en buitenland, om hun kinderen bij te staan in de strijd tegen levensbedreigende brandwonden.
Namens de jongeren die deze ramp hebben overleefd, kan ik zeggen dat hoop voor ons geen groot of abstract begrip was. Hoop zat in de kleinste stappen: weer wakker worden, een eerste beweging maken, voor het eerst weer opstaan. We zijn diep gevallen, ieder op zijn eigen manier, maar we hebben ons vastgehouden aan het geloof dat er, ondanks alles, weer een toekomst kon zijn. Die hoop heeft ons geholpen om uit het dal te klimmen. Niet in één keer, niet zonder pijn, maar stap voor stap.
Ik sta hier niet alleen namens mezelf, maar ook namens de jongeren die het hebben overleefd. Ieder van ons heeft zijn eigen strijd geleverd, maar uiteindelijk hebben we allemaal onze weg gevonden. Dat konden we niet alleen. De kracht van elkaar en van Volendam heeft ons overeind gehouden. Wat ons is overkomen draag ik voor altijd met mij mee, maar het heeft mij ook laten zien hoe sterk wij zijn.
Wij zijn letterlijk uit het donker opgestaan en hebben ons leven weer opgepakt.
Alsof deze beproevingen nog niet genoeg waren, kregen wij als gezin twee jaar geleden opnieuw een zware klap te verwerken toen mijn vrouw de diagnose kanker kreeg. Opnieuw belandden we in een periode van angst, onzekerheid en machteloosheid. Samen, als man, vrouw en met onze twee kinderen, zijn we door een hel gegaan. Daarbij hebben we dezelfde krachten aangesproken als destijds: doorzettingsvermogen, saamhorigheid, hoop en veerkracht. Net als toen hebben we ons er samen doorheen gevochten. Inmiddels gaat het gelukkig weer beter.
Als afsluiting wil ik benadrukken dat de krachten die wij in de periode na de Nieuwjaarsbrand in die extreme omstandigheden hebben ontwikkeld – doorzettingsvermogen, saamhorigheid, hoop en veerkracht – niet alleen middelen waren om te overleven, maar ook blijvende waarden zijn geworden. Waarden die mij hebben gevormd en die ik als iets positiefs ben gaan zien, juist omdat ik ze in het uiterste heb geleerd.
Voor mij persoonlijk heeft de Nieuwjaarsbrand, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt, ook deuren geopend. Ik heb mensen ontmoet die ik anders nooit zou hebben ontmoet, ik ben op plaatsen geweest waar ik anders nooit zou zijn geweest en uiteindelijk heb ik door deze gebeurtenis ander werk gekregen, waarin ik een carrière heb kunnen opbouwen waar ik trots op ben. Dat is ook de boodschap die ik wil meegeven: uit iets immens donkers kan, naast littekens, ook groei ontstaan – en een toekomst die ik vooraf nooit had kunnen bedenken.
Esther Veerman:
Zit ik dan. In de kerk. Met jullie allemaal. Op 1 januari nog wel. Ik vind het doodeng. Ik ga het proberen.
Bijna 25 jaar geleden stond ik hier niét terwijl ik er wel had willen staan.
Dat was op de begrafenis van mijn broertje Peter. Mijn stukje tekst met daarop wat ik tegen Peter had wilde zeggen en waar ik voor altijd te laat mee was, verdween in mijn jaszak en later in de vuilnisbak.
Dit voelt als een verlate herkansing. Net als toen hoort hij het niet meer maar nu op deze datum en op dezelfde plek, voelt het op een of andere manier tóch als de plek en het moment voor een herkansing.
Ik ben op deze datum de afgelopen 21 jaar een weekendje weggeweest. Weg wezen. De confrontatie was te pijnlijk, het feestvieren tijdens Oud & Nieuw voelde als verloochening.
Waarom ik hier dan nu wel sta? Ik heb op de harde manier moeten ontdekken dat de keuze om te vluchten in eerste instantie de enige manier was om vol te houden.
Later werd het vluchten een logische, aantrekkelijke en op dat moment verstandige keuze.
Op de lange termijn hielp het mij niet. Daarom sta ik nu hier: in het hol van de leeuw, om alsnog aan mijn broer te vertellen wat ik zo graag in levende lijven tegen hem had willen zeggen:
Hai Peter… het spijt mij dat ik niet wist dat je ook in de hemel zat. Ik had je er zo graag uit willen halen. Ik wist het niet. Ik had ervoor gezorgd dat je in een van de eerste ambulances had gezeten. Ik wist het niet alleen maar ik kon het ook niet. Ik was lichamelijk te zwak en ik heb niet aan jou gedacht. Sorry.
Als twee pubers hadden we vaak ruzie. Ik denk vaak aan hoe onze band na die periode zou zijn geweest. Met wie zou je zijn getrouwd? Zou ik een neefje en nog een nichtje hebben? Wat zou je een leuke vader zijn geweest. Een bewuste en zorgzame vader met humor. Dat weet ik zeker.
Wat zou je een trotse oom zijn geweest. De leukste oom. Ik fantaseer daar wel eens over. Vooral tijdens feestdagen en op verjaardagen waarbij jij ieder jaar weer afwezig bent.
Wat heb je toch ‘bedakt’ en wat zou je later toch veel ‘bedakt’ hebben met al je wonden. Maar kijk eens naar je vrienden. Zij hebben het op de rit. Dat zou met jou ook gebeurd zijn.
Het spijt me zo dat dit voor jou niet zo is afgelopen.
Ik heb het toen je er nog was nooit tegen je gezegd en ik wou dat ik dat wel had gedaan. Dan maar nu. Ik hou van je en ik mis je. Je bent en blijft mijn broertje. Dat neemt niemand mij ooit meer af. En ik ben nog altijd even trots om jouw zus te mogen zijn.
Zit ik dan. In de kerk. Met jullie allemaal. Op 1 januari nog wel. Ik vond het doodeng maar ik heb het gedaan.
Vissersdorpen leven altijd dicht bij God. Denk aan Urk, Spakenburg, Volendam.
Dat was niet alleen omdat Jezus vissers vroeg Hem te volgen (vlg. Mt. 4,18-22).
De visserij was een hard bestaan. Op zee en aan wal. Het gevaar op de woeste zee was groot. Daarom hadden ze ontzag voor de schepping. Ontzag voor God.
Voor de visserij geldt dat de zee geeft… maar ook neemt; het water gaf je leven/bestaan, maar het water nam ook levens. Blij was de bemanning als zij weer veilig in de haven was, de heilige Maria, Sterre der Zee, dankend voor een veilige thuiskomst. Ze staat om die reden bij het havenhoofd. Maar het gebeurde ook dat botters niet terugkeerden: dat ze waren vergaan en de mannen verdronken. Het stortte hele gezinnen in diepe rouw en nog grotere ellende.
In onze verre familiegeschiedenis, in ons Volendammer dorp weten we van de ontzaggelijke macht en verwoestende kracht van het water. Iedere familie had er in het verleden direct of indirect mee te maken gekregen. Als dorpsgemeenschap schaarden we om onze familieleden en buren. We hielpen elkaar hier en daar, waar we maar konden. In de Sint-Vincentiuskerk was de requiemmis en de begrafenis achter de kerk. Daarna ging ’t leven door. De botters voeren weer uit. Er was ‘geen tijd’ om erover te praten. Wat was er te zeggen? Waarom zou je ’t de ellende oprakelen. Emoties werden (op zee) weggezongen. ’t Leven was een rauwe leerschool. En het geloof bood daarbij houvast. Zo wisten we als vissersdorp met de vernietigende kracht van water om te gaan.
Maar bij de Nieuwjaarsbrand in die eerste uren van het jaar 2001, waarbij ’t Hemeltje in één oogwenk een hel werd, bleek dat vuur nog veel erger is. In het heel korte tijd was de verwoesting onoverzichtelijk groot. Veertien jonge mensen lieten het leven. Er waren honderden gewonden, voor het leven lichamelijk getekend. De Nieuwjaarsbrand stortte hele gezinnen in diepe rouw en nog grotere ellende. Niet alleen in Volendam, in heel Nederland maar tot ver daarbuiten was de verslagenheid groot.
Het is op dit moment niet de gelegenheid om in een notendop te beschrijven wat er die nacht was gebeurd en in de afgelopen 25 jaren. Samengevat is er een Volendam vóór en een Volendam ná de brand.
Ook is het besef wie nu de slachtoffers van de brand waren – zonder iemand tekort te willen doen – veranderd. Het waren niet alleen de omgekomen jongeren, maar iedereen die ‘in de brand was’, als ook zij die hulp boden, de hulpverleners, de mensen van Nicodemus. Het waren niet alleen de ouders van de omgekomen jongeren, maar ook hun broers en zussen, hun vrienden- en vriendinnengroepen en vele andere dorpelingen.
De een pakte het leven makkelijk op dan een ander. We beseften vele jaren later dat de Nieuwjaarsbrand meer kapot had gemaakt dan we toen vijfentwintig jaar geleden dachten.
Pastoor Eric van Teijlingen:
In alle chaos toen bleek het geloof en de kerk een houvast. Er was chaos in de gezinnen, in families en in het dorp. De uitvaartmissen, de dagmissen, de stille tocht,
Het waren momenten van bezinning in die tijd.
Op de ochtend van Nieuwjaarsdag 2001 werden dezelfde Schriftlezingen gehoord als die wij nu gelezen hebben. Waar het evangelie verhaalt over het bezoek van de herders aan het Kind in de kribbe, dat hen door engelen was verteld, is de eerste lezing genomen uit het Oude Testament (Numeri 6,22-27). Het volk is Egypte ontvlucht, in het Bijbel het Land van Dood en Duisternis genoemd omdat je er niet vrij was om te leven, lees: de hel, om op weg te gaan naar het Beloofde Land, lees: de hemel. Ze stonden aan het begin van een levenslange levensroute (die veertig jaren zou duren door de woestijn) als de Heer aan Mozes de opdracht geeft hoe en met welke woorden de mensen te zegenen: dat alleen goede woorden klinken en dat je beschermd mag zijn; dat de Heer je ziet staan en gaan en dat de Heer je nabij is; dat de Heer je als het ware aankijkt en dat je vrede (met jezelf) mag hebben.
Bij de indrukwekkende stille tocht toen, sprak pastoor Jan Berkhout. Zoals oude Volendammers bij de haven op zondagavond als de vloot uitvoer hun mannen en zonen zeiden: Jongen, wat je ook zal meemaken, vertrouw altijd op God, sprak hij spontaan via de televisie de jongeren toe, die in de ziekenhuizen lagen of thuis herstelden. Hij zei: Blijf er als vrienden altijd voor elkaar: in goede maar ook de moeilijke momenten die straks komen. En dat is precies wat er de afgelopen 25 jaar gebeurd is. En toen werd er een Onze Vader en een Weesgegroet gebeden. Daarna sloot hij af met de zegen zoals de Heer Mozes had bevolen. Zo werden toen óók de woorden uitgesproken.
De afgelopen jaren waren er in een zee van alle ellende, verdriet, pijn en gemis, die met geen pen ooit te beschrijven zal zijn, ook vele, kleine zegeningen van goede woorden en gebaren van bescherming; vertelden we meer en meer wat je die nacht en sindsdien had meegemaakt, zoals de angst om daar dood te gaan, en deelden we de pijn van het herstel, tot op de dag van vandaag. De letterlijke pijn ook van de littekens, die voor altijd blijven bij een hele generatie en in ons dorp.
Ja, ieders verhaal van die nacht en alle dagen en nachten daarna, mag en moet uitgesproken worden en beluisterd worden. En dat gebeurt ook steeds meer. Op velerlei manieren. En dat is goed. Ieders verhaal doet ertoe.
En naar ieder verhaal en iedere ervaring zou aandachtig geluisterd moeten worden. Ook al weten we het al lang. Niet alleen op televisie in dezer dagen, maar ook onderling alle andere dagen.
Het is nodig en goed om erover te praten. Het geeft je lucht en licht en leven.
Want door te zwijgen en er niet over spreken, lijkt het of er niks was, maakt het alsof je niet bent.
’t Geloof van de uittocht uit Egypte, was het geloof in het leven. En dat leven werd door de Heer gezegend. En wij geloven ook. Daarom zijn we vandaag op dit moment ook hier in deze kerk. We geloven ook in het leven. Zelfs als het leven sinds die nacht nooit meer geworden is, wat er gedacht, gedroomd of gehoopt werd en dragen we in ons leven, ieder voor zich maar met God met elkaar, een grote pijn met ons mee. Een pijn met meer dan veertien namen en een afschuwelijke gebeurtenis, dat niemand opzocht en wilde, maar dat het leven hiervoor altijd heeft veranderd.
We hebben veel verloren; het heeft ons ook sterker gemaakt. Het hoort bij ons. Het maakt ons ons.
Moge God de veertien jongeren en allen die ook indirect door de Nieuwjaarsramp gestorven zijn, in zijn eeuwige liefde en licht zegenen.
Moge God eenieder, als het leven moeilijk is, nabij zijn en vrede schenken.
Moge God Volendam zegenen, waar mensen elkaar zien staan en voor elkaar klaar staan.
Mogen we zó gezegend zijn. Amen.
Gedicht bij de Lindeboom: door Evert Smit en Sijmen Tol
DE LINDE
Een blik op een boom in de Meer doet
wonderen voor een broos gemoed.
Gân zitte, vriend, ik lûister.
De bôme êbbe ier d’r âige toal,
moar dut veroal verstân ik.
Ònderddûizend woorde roaze rôend.
Vertel, vertel, vertel me.
Skraap de às van ’t glas en
vertel me. Van ’t bad en de jas,
wie er was, wie er is, vertel me.
Een kasteel van takken, niet? Rank,
met blaadjes als vogels
dansend op de bries.
Dut is de stam die stut,
de ând die pàkt as je valle,
de lucht die je kéjl instrômt,
’t woater dat de brânde blust.
Ier is wàrmte, skoaduw, koelte, alles
wet je nôdig êbbe. De ând, ’t oor,
de skoer en de rêg die drage ken,
de stam die nâir de stemme lûistert.
Zie je, het leven komt hier samen.
Zoals vogels nestelen en weer uitvliegen,
stromen de verhalen van het dorp
door de takken van de linde,
vormen met de bladeren de bonte mix
van onze natuur.
Hemeltjelief, proef hier onze kracht.
Joa, vriend, dut is ’n goeie plek.
Foto’s: René Pius









