Vandaag geopend: 08.00 - 17:30

‘Ik kijk vooral naar wat ik heb en wat ik nog kan’

Monique Tuijp: kind van toen en moeder van nu

Nieuwsgierig naar wat zij toen allemaal wist te vertellen, dook Monique Tuijp afgelopen week in haar verhaal van 25 jaar geleden, toen zij als zwaargehavende puber ook in de NIVO stond. Vijftien lentes jong, nauwelijks nog een bar van binnen gezien en ze stond ook niet te springen, die oudejaarsdag van 2000. De verzengende hitte in bar De Hemel liet vervolgens die nacht zijn sporen na op haar uiterlijk. Maar de binnenkant straalde toen al iets onverwoestbaars uit. ‘Ik wil geen zielig verhaal’, liet ze noteren. De kunst van het omdenken bestond nog niet, maar Monique deed het in 2001 al. De getekende tiener bekommerde zich niet om wat (nog) niet kon; ze dacht en handelde pragmatisch. Nu zij zelf moeder is, kijkt zij deels met andere ogen naar toen. En het overlijden van haar vader doet pijn. Maar ‘Mo’ is ‘Mo’: opgeruimd van geest, what you see is what you get.

Afgelopen vrijdag sprak zij voor twee middelbare klassen van De Triade, waar meerdere bij de Nieuwjaarsbrand betrokken gastsprekers voor groepen leerlingen stonden. Monique vertelde dat zij het vuur op zich af zag komen, naderhand vluchtte naar de voorraadruimte in De Hemel en dacht dat ze droomde. Tuurlijk was ze verdrietig geweest, toen de werkelijkheid vertelde dat er meerdere vingers geamputeerd moesten. ,,Maar ik kan alles. En het gaat heel goed met mij. Ik zie er alleen een beetje raar uit.” De leerlingen stelden vragen, waarom ze niet wegrende toen zij het vuur zag, of haar kleding door het vuur of de hitte was gesmolten, hoeveel operaties zij moest ondergaan en of ze daarna onzeker was. ,,Het is goed dat de gebeurtenis op de middelbare scholen wordt behandeld, want het maakt onderdeel uit van ons verleden”, zegt ze later die dag.

Drie maanden lag zij in Brandwondencentrum Beverwijk, daarna begon het revalideren. In het krachtige verhaal wat zij tijdens die periode deed, vertelde Monique dat zij het Atheneum wilde halen, zonder extra schooljaar. ,,Toen me dat vervolgens lukte, dacht ik: dán kan ik álles. En anders probeer ik het in ieder geval”, zegt ze 25 jaar later over dat meisje met die oersterke inborst. Uiteraard had alles ook impact op het gezin, met haar broers Marcel en Stefan. ,,Eén van hen zei laatst dat het in het begin zeker moeilijk was. De eerste maanden ging de zorg van mijn ouders naar mij uit, daar zullen mijn broers toen ongetwijfeld onder geleden hebben. Maar ik denk niet dat ze er op lange termijn schade aan hebben ondervonden. Ik draaide vrij snel weer mee, wilde alles zelf doen en mijn ouders hielpen waar nodig.”

,,Op een gegeven moment droeg ik een ballon met één liter water op mijn hoofd; op de extra huid groeide haar en dat kon door middel van een operatie als haar dienen voor de voorkant”

Zoals na de operatie waarbij een ballon in haar hoofd werd geplaatst. ,,Omdat het voorste stuk van mijn haar was weggebrand, kreeg ik die ballon ingebracht. Mijn vader, die ook de verbandwissels deed, spoot dan steeds vloeistof door een soort ventiel, zodat de ballon groter werd. Op een gegeven moment droeg ik één liter water op mijn hoofd, op de extra huid groeide haar en dat kon door middel van een operatie als haar dienen voor de voorkant.” Opgelost… ,,Ik lees ook in het verhaal van toen dat ik met links leerde schrijven, maar ik schreef naderhand toch weer met rechts toen ik merkte dat dat gewoon kon.”

Tijdens haar tocht om terug te keren in de maatschappij, zei Monique in haar verhaal uit te kijken naar het chillen op zondag bij één van de vriendinnen, Barbara Schilder. ,,Toen mijn ouders me maanden na de Nieuwjaarsbrand – voor het eerst op de fiets – daarheen brachten op een zondag, was er niemand thuis. En dat was ook logisch. Velen van de vriendinnengroep lagen maandenlang in het ziekenhuis, anderen hadden geen brandwonden opgelopen en zij pakten het leven eerder op, dat doe je als je jong bent. Waarbij ik nu veel meer besef dat dat niet betekende dat zij niets ‘hadden’. Zij hebben veel gezien die oudejaarsnacht en hebben de weken daarna de begrafenissen en de donkere periode hier beleefd. Ik sliep toen. Dat hoor je ook aan het verhaal van Merith Leeflang-Tol, in haar podcast (van ‘Onderbroken tijd’, red.). Zij zat er niet in, maar heeft ook veel meegemaakt, maar dan anders. Ik heb ook veel meegemaakt en dat was op dat moment erg, maar voor mijn gevoel was het daarna opgelost. Ik was zelf de regisseur van mijn herstel, Merith had er geen invloed op. En dat geldt voor vele anderen net zo.”

Dat ze in juli 2001 met veel tieners – zichtbaar en niet-zichtbaar gewond – in de kerk zaten toen Anja Kok alsnog overleed, weet ze ook nog. ,,We waren al op vakantie, mijn vader reed ons – ook twee andere vriendinnen – op en neer voor de begrafenis. Dat was erg verdrietig. Ik had Anja tussentijds nog één keer gezien, toen ze een weekeinde thuis was, maar hoe ik Anja herinner, is hoe zij was vóór de brand. Van die ene ontmoeting weet ik het niet meer. Ik denk dat ik toen – vijftien jaar jong – ook vooral met mijn eigen proces bezig was.”

Omdat ze met meerdere meiden waren van wie het uiterlijk behoorlijk was veranderd, was haar onzekerheid van korte duur. ,,Ik was niet de enige. En dat mensen naar me staarden als ik buiten het dorp was, daar had ik op een gegeven moment geen erg meer in, dat zou ik zelf ook doen. Het is net als dat je dichtbij de kerk woont en na verloop van tijd de kerkklokken niet meer hoort luiden. En als het om later gaat: ergens had ik mezelf erbij neergelegd dat ik alleen zou blijven. Wij hadden meerdere vriendinnen met veel brandwonden en waar het voor sommigen nooit een probleem was om jongens te krijgen, was dat bij mij anders. Dat was meer omdat ik een rustig en verlegen type was. En ook prima op mezelf kon zijn. Op mijn 25e kreeg ik een relatie. Of ik moeite had mezelf te tonen? Nee, want als je mijn hoofd hebt gezien, dan weet je ook hoe de rest eruit ziet. Er valt niks te verstoppen voor mij. En ik maak me eerder druk om mijn figuur dan om mijn littekens”, lacht ze. ,,Want aan dat laatste kan ik toch niks doen.”

,,In één van de kleuterklassen vroegen kinderen aan mij wat ik had. ‘Waar komen al die kreukels vandaan?’”

Continue is er die lach. ,,Ik ben pragmatisch ingesteld, dat heb ik van mijn vader. Ik kijk vooral naar wat ik heb en wat ik nog kan; ben ook niet bezig met wat een ander van me denkt.” Inmiddels is zij moeder van twee zoons, van acht en elf jaar. ,,De één stelt wat meer vragen dan de ander. In één van de kleuterklassen vroegen kinderen aan mij wat ik had. ‘Waar komen al die kreukels vandaan?’ Daarop besloot ik het aan mijn kinderen uit te leggen. Als je moeder een rol heeft gespeeld in een ramp, is het wel handig om dat aan de weet te komen van je moeder en niet via een ander. Je merkt aan mij niet dat mijn vingers eraf zijn, want ik doe alles zelf. Het was mijn kinderen dus ook nauwelijks opgevallen. Sinds vier jaar speel ik badminton met een aantal moeders van school. Ik ben rechts, serveer ook met rechts maar ik ben er handig in geworden om vervolgens het racket over te gooien naar mijn linkerhand.”

Sinds zij moeder is, kijkt ze zoals gezegd met andere ogen. ,,Onze ouders hadden destijds de leeftijd die wij nu zelf hebben. Voor mijn beleving waren mijn ouders toen oud, nu heb ik die leeftijd en voel ik me juist nog zo jong. Maar op die leeftijd hadden mijn ouders dus een kind in het ziekenhuis dat er slecht aan toe was. Dat zet je wel aan het denken.” Maar niet aan het doemdenken. ,,Ik blijf voelen dat het om een ongeluk ging en ik zie het niet als iets dramatisch voor mezelf. Wel voor hen die iemand moeten missen. Het enige overgebleven probleem voor mij is dat mijn ogen niet goed zijn.” Dat komt door de littekens op het hoornvlies. ,,Aanvankelijk leek het dat ik het daarmee moest doen, maar tijdens de Functionele Invaliditeits-keuringen van destijds wees Olof van OOG Edam me op de  mogelijkheid van harde ooglenzen, waardoor ik tóch kan autorijden. Sindsdien kan ik prima functioneren. De laatste twee jaar onderzoeken we ook andere opties: mijn traanklieren werken niet helemaal en door droge ogen wordt de lens troebel. Inmiddels raak ik ook aan een leesbril, wat dat betreft word ik oud”, schiet ze in de lach. ,,Dat ik veertig werd, was al confronterend.”

Ze vormt een inspiratiebron en krijgt vaak genoeg complimenten van mensen, zoals laatst toen de tv-documentaire van vijf jaar geleden weer werd uitgezonden. ,,Ik kan daar niet zo goed mee omgaan. ‘Zo knap hoe je dat doet’, hoor ik dan. Maar ik leef gewoon, ik doe niks bijzonders. En ik heb ook geen keus. En…”, komt er een smile: ,,Ik doe ook niet alles goed, ben geen Moeder Theresa. Maar ik merk wel dat het veel mensen geraakt heeft.” Een aantal jaren geleden werd bij haar MS vastgesteld. ,,Iets was volgens medici die ik heb gesproken geen oorzaak-gevolg-relatie heeft met betrekking tot de Nieuwjaarsbrand. Medicijnen zorgen dat het goed gaat en ik ga er van uit dat het zo blijft gaan. Als dat op termijn niet zo is, dan zien we dat dan wel.”

,,Op de vliering ligt denk ik nog een dagboek. Dat ligt met alle kaarten in een doos, ik heb nooit de behoefte gehad om er in te kijken. In deze weken is het er thuis wel over gegaan. Mijn vriend Nick is twee jaar jonger en zat destijds in de eerste klas van het DBC. Zijn herinneringen aan die maanden zijn niet fijn, vooral grijs en grauw gekleurd. We waren zo jong nog. Ik helemaal. Ik zie mezelf die oudejaarsdag nog achter mijn 3D-kunstwerk zitten, in overleg met mijn moeder: zal ik wel of niet gaan? Ik zie nu fragmenten voorbij komen die ik nooit eerder heb gezien. Ik zie iemand in een tv-uitzending vlak na de Nieuwjaarsbrand met een brok in zijn keel op tv. Die ontreddering, dat voel ik dan zelf ook wel als ik dat zie. Ik heb met één van de kinderen de docu gekeken die vijf jaar geleden is gemaakt en ik ben met beide kinderen naar de expositie in het museum geweest.”

Ontreddering was er enkele jaren geleden ook, toen haar vader Peter overleed. Haar voorbeeld. ,,Tijdens een skivakantie met vrienden maakte hij een ongelukkige botsing en lag met allerlei breuken opgenomen in het ziekenhuis van Innsbruck. Hij werd slapende gehouden, net als ik toen. Door coronamaatregelen mocht er maar één persoon per dag een kwartiertje bij hem. Ik vloog er heen met mijn moeder en zij ging dagelijks naar binnen. Ook toen hij naderhand bijkwam. Ik vloog na een aantal dagen naar huis, terwijl ik hem nog niet had gezien. Mijn vader bleek een stolsel in zijn onderbuik te hebben, maar dat werd niet ontdekt en de communicatie verliep slecht, vanwege dat beperkte bezoek. Vervolgens kreeg hij een hartstilstand en is hij overleden. Dat had niet gehoeven. En toen opeens mochten er wel mensen bij hem, dat is erg wrang.”

,,Ik heb altijd tegen mijn vader op gekeken, omdat hij alles wist en alles kon en altijd klaarstond met raad en daad”

,,Het duurde bijna een week voordat hij in Volendam was. Het was een maand van ellende, ik was compleet van slag. Op een gegeven moment had ik boodschappen gedaan, maar bij de kassa blokkeerde ik en wist niet wat ik moest doen. En zei tegen de kassière ‘sorry, mijn vader is van de week overleden en ik weet het even niet meer’. Mijn verstand deed het niet. Ik vind het erg dat hij er niet meer is, ook voor mijn moeder, mijn broers, de kleinkinderen. Gaandeweg heb ik het leven opgepakt, want erin blijven hangen helpt niemand. Dat zou hij ook niet willen. Ik mis hem als mijn vaderfiguur, ik heb altijd tegen hem op gekeken, omdat hij alles wist en alles kon en altijd klaarstond met raad en daad. We waren niet per se ‘knuffelig’, maar als ik iemand overdag of midden in de nacht zou moet bellen, maakt niet uit waarvoor, dan zou dat mijn vader zijn. En dan kwam hij ook. Van de week viel de stroom uit en dan zou hij net zo lang knutselen tot het weer goed is. Hij zit in mij. Ik wist ook dat er altijd iemand achter me stond. Mijn moeder ondersteunt me op haar eigen manier.”

Zo vader zo dochter, want naar haar eigen kinderen is ze ook niet zo ‘knuffelig’. Met een verontschuldigende smile: ,,Dat zit niet zo in mij. Ik ben goed in praktische ondersteuning bieden, heb niet dat emotionele, ik ben minder van de aai over je bol. Dat weten mijn vriendinnen ook. Ik ben vriendelijk maar niet zo ‘voelerig’. Ik houd niet van ruzie, want zo ben ik niet gebakken. En als ik het verhaal van iemand anders lees of hoor, laat dat me niet koud. Maar ik ben zoals gezegd meer pragmatisch ingesteld, denk in oplossingen.”

Ze gaat nog even terug naar toen. ,,Ik wist niet wat ik wilde worden en dat weet ik nog steeds niet. Ik leef gewoon. Het is niet zo dat ik, omdat ik een bijna dood-ervaring heb gehad, alles uit het leven moet halen wat er in zit. Daar ben ik dan ook weer een beetje te nuchter voor. Misschien zou ik dat wel wat meer moeten doen. Maar je kunt niet alles doen wat je wenst, dat laten de financiën ook niet altijd toe. Ik heb in principe alles op de rit. Nu de kinderen iets ouder zijn, heb ik naast mijn werk meer tijd om boeken te lezen en kan ik hobby’s gaan bedenken. Ik ben niet zo ambitieus, doe vooral wat ik leuk vind en ik vind het leuk om vrijwilligerswerk te doen. Ik ben bestuurslid van De Speelderij, ben penningmeester van de ouderraad en zit in de MR van de school, zit in de organisatie van de Brandwondenstichting-collecte. Ik zeg eigenlijk overal wel ‘ja’ op.”

En als ze kijkt naar dat schuchtere – verminkte – meisje op de foto bij dat verhaal van 25 jaar geleden. ,,Ik ben een stuk knapper geworden dan ik toen was, dus dat is alleen maar meegevallen. Plus het schrijven met rechts kwam toch nog goed; achteraf gezien is alles veel beter geworden dan ik toen dacht.”

Fotogalerij

Comments (0)

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *