Àjje ‘n aap vànge, dan ê je n’m
Met die Volendamse wijsheid haalde Mona Keijzer vorige week het landelijke nieuws. Ze gebruikte de uitspraak tijdens een debat in de Tweede Kamer, waarna het gezegde al snel een eigen leven ging leiden.
Ook in Café Kockelmann werd er uitgebreid bij stilgestaan. Nadat het fragment van Keijzer was vertoond, ging de uitzending op zoek naar de herkomst en betekenis van het gezegde. Taalexpert Frits Spits en vicepremier Dilan Yeşilgöz zaten aan tafel en konden er beiden smakelijk om lachen. Vervolgens werd een oude sketch opgediept van Kees Tol, Jenny Smit en Bill Duin. Daarin laat Duin de gevleugelde uitspraak horen aan boord van de VD64 van de Loeges.
Precies daar zou ook de oorsprong van het gezegde liggen. De Loeges vertelden ooit hoe ze tijdens het vissen een dode circusaap in hun netten aantroffen. Het dier werd aan boord getrokken, waarna de bemanning elkaar even aankeek met de vraag: en nu? Tja: àjje ’n aap vànge, dan ê je n’m. Je hebt hem gevangen, hij ligt op je dek en je mag het ermee doen.
Voor de definitieve duiding werd vanuit de studio uiteindelijk Jan Smit geraadpleegd: ,,Het is beeldspraak. Als je een aap vangt, dan mag je hem houden. Dan heb je hem. Dus: het is wat het is, en daar moet je het mee doen.”
En zo is Den Haag ineens een stukje onvervalste wijsheid rijker. Of ze er in de Tweede Kamer ook iets mee gaan doen, valt nog te bezien. Maar àjje ’n aap vànge, dan ê je n’m.
Wil je ook zo’n tegeltje op de schoorsteenmantel? Voor € 12,95 is-ie verkrijgbaar bij de NIVO.