Een kwestie van perspectief
Een van mijn favoriete dieren is de wasbeer. Samen met de koala, de dwerggeit en de eland staat hij bovenaan mijn persoonlijke dierenranglijst. De wasbeer misschien nog wel het hoogst. Een dier met handjes en een boevenmasker kan bij mij eigenlijk weinig verkeerd doen.
Dus bleef ik laatst hangen bij een bericht uit de Amerikaanse staat Washington. Een vrouw had daar jarenlang wat wasberen rond haar huis gevoerd. Niks aan de hand. Tot ze op een ochtend haar deur opende en er honderd in haar tuin zaten. Niet verspreid over de buurt. Alle honderd bij haar. Zodra ze naar buiten stapte, werd ze omsingeld.
In het artikel werd het gebracht als een probleem.
Ik zag vooral mogelijkheden.
Volgens de vrouw was de situatie ‘uit de hand gelopen’. Dat is natuurlijk een kwestie van perspectief. Want honderd wasberen in je tuin is geen plaag, maar een organisatie. Een familie. En als jij degene bent die ’s avonds het brood uitdeelt, dan ben jij Don Corleone.
Het eerste wat ik zou doen, is ze namen geven. Geen Flappie of Snuffel natuurlijk. Dit is geen kinderboerderij. De grootste heet Salvatore. Daarnaast heb je Vito, Enzo, Giuseppe en natuurlijk Tony.
Je hoeft vanaf dat moment zelf nergens meer achteraan. Mensen parkeren hun auto’s voor je raam? Afgehandeld. Er belt iemand aan om te vragen of je al zonnepanelen hebt? Uit de heg komen dertig gemaskerde koppen tevoorschijn. Zet hem op.
Zelf houd je je handen schoon. Dat is het mooie aan het bestaan als maffiabaas: je hoeft zelf nooit iets te zeggen. Laat staan te doen. Je zit thuis in een leren bureaustoel, nipt van je koffie en ontvangt af en toe iemand die een gunst komt vragen. Ondertussen zit er een wasbeer op je schoot die je langzaam over zijn kop aait.
‘Don, mijn buurvrouw stofzuigt iedere zondagochtend om half acht haar achterstraat.’
Je knikt.
‘Beschouw het als opgelost.’
Ik vermoed alleen dat de macht me snel naar het hoofd zou stijgen. Eerst laat je ze nog een NIVO-wijkje lopen. Daarna krijgt Salvatore wat kleine klusjes. Een voordringer. Iemand die geen richting aangeeft. Niks geks. Maar ergens gaat het mis. Voor je het weet wordt iemand midden in de nacht wakker van zes wasberen op zijn slaapkamer omdat hij die middag nogal bijdehand naar je keek.
Zoals bij iedere criminele organisatie komt er vroeg of laat een moment waarop de manschappen zich afvragen waarom jij eigenlijk de baas bent. Zeker als ze met honderd zijn en jij in je eentje.
Dat is dan wel een nadeel.
Op een avond kom je naar buiten om het brood uit te delen. De zak is leeg. Salvatore kijkt naar Vito. Vito naar Tony. Tony naar de andere 97. Niemand beweegt. Je mompelt iets over morgen en gaat snel weer naar binnen.
De volgende dag kom je thuis. De voordeur staat open.
Binnen zitten honderd wasberen zwijgend op je te wachten. Salvatore in je leren stoel. Vito ernaast.
Op tafel ligt de lege broodzak.
Ik begrijp de boodschap.