Vandaag geopend: 08.00 - 17:30

Doelpunt. 1-0.

  

‘Rice picks it up in midfield. Spots Saka on the right. What a ball! SAKA! Heads it back to Ødegaard and… OHHHHHH! GOODNESS GRACIOUS MEEEE! WHAT A STRIKE! MARTIN ØDEGAAAAARD! THE CAPTAIN! THE MAGICIAN! STRAIGHT INTO THE TOP CORNER! ABSOLUTELY OUTRAGEOUS! TAKE A BOW, SON! TAKE A BOW! ABSOLUTE BEDLAM IN NORTH LONDON!’

Of, zoals we dat in Nederland liever doen:

‘Rice. Saka. Kopt hem terug. Ødegaard. Doelpunt. 1-0.’

Daarna een stilte van veertig seconden. Je hoort iemand op de achtergrond een broodje smeren.

Ik mis een stukje beleving bij Nederlandse voetbalcommentatoren. Een behoorlijk groot stukje. Het is alsof ze voor straf naar die wedstrijden moeten kijken. Alsof ze liever ergens anders waren geweest. Bij een wortelkanaalbehandeling, bijvoorbeeld. Of twee uur lang luisteren naar de vakantieverhalen van een collega die naar een all-inclusive resort in Turkije is geweest.

Engelse commentatoren daarentegen, die beleven een doelpunt alsof ze zojuist de Staatsloterij hebben gewonnen en hun vrouw is bevallen van een kerngezonde drieling. Tegelijkertijd.

Fair enough, in Engeland zitten ze vaak met twee of drie man achter de microfoon. Die kunnen elkaar lekker opjutten. In Nederland zit er één man moederziel alleen. In een geluiddicht hokje, met lauwe koffie in een kartonnen bekertje en een broodje kaas. Negentig minuten lang spelersnamen oplezen. Af en toe de stand doorgeven. Zo hadden we het niet bedoeld.

Voetbal is emotie. Spanning. Euforie. Negentig minuten hopen dat elf volwassen mannen die je niet persoonlijk kent een bal tegen het net rossen. Het liefst op een sierlijke manier. Daar hoort iemand bij die begrijpt dat zoiets van levensbelang is. Al is het maar voor anderhalf uur.

Er is één man op de Nederlandse televisie die dat begreep. Sierd de Vos.

Als Sierd commentaar gaf bij Getafe tegen Elche, ging ik ervoor zitten. Niet vanwege Elche. En al helemaal niet vanwege Getafe. Maar omdat je wist dat het een mooie avond zou worden.

Ik herinner me een Clásico. Barcelona tegen Real Madrid. Messi, Ronaldo, Xavi, Iniesta, Benzema, Ramos. Ik zou alle 22 spelers nog uit mijn hoofd kunnen opnoemen. Sierd leidde de wedstrijd in alsof hij de wederkomst van Jezus Christus aankondigde. De hoogmis van het voetbal, noemde hij het. Over de Madrileense verdedigers Pepe en Ramos zei hij dat Al Qaida beelden van het tweetal had opgevraagd. Om hun manschappen te leren hoe je man-tegen-mangevechten uitvoert. Zeer ongepast. Maar vooral zeer creatief en beeldend.

Typerend was ook zijn commentaar toen Messi bij een andere gelegenheid weer eens een complete verdediging aan flarden speelde. De tegenstanders stonden erbij en keken ernaar. Volgens Sierd stonden ze te genieten van Messi. Verdedigen had toch geen zin meer. Na het zoveelste doelpunt vond Sierd het zelf ook welletjes. Hij had genoeg schoonheid gezien voor één mensenleven en kondigde aan naar huis te gaan. Om daar, net als wij, verder te genieten voor de televisie.

En toen werd het stil. Minutenlang geen commentaar. Alleen het stadiongeluid. Ik vond het prachtig. Een commentator die zo veel van voetbal hield dat hij er zijn werk voor neerlegde. Tot zijn stem weer klonk. In de parkeergarage was hij zijn baas tegengekomen. Die had een iets andere opvatting over de invulling van een werkdag.

Dat was Sierd. Een man die zelfs van de saaiste wedstrijd een belevenis maakte. Hij wist alles. Over voetbal, obscure Spaanse plekjes, buitenechtelijke relaties van reservespelers en de beste plek om in Sevilla paella te eten. Soms raakte hij hoorbaar geïrriteerd als er een doelpunt viel. Was hij net bij het hoogtepunt van zijn verhaal over de dagspecialiteit van een familierestaurantje in Córdoba, vond de spits het nodig de bal in de kruising te jagen. Weg dagspecialiteit.

De laatste tijd hoor ik weleens dat Sierd wat rustiger is geworden. Dat hij minder uitbundig is. Ik hoop dat het tijdelijk is. Misschien heeft hij gewoon al een tijdje geen nieuwe restaurants ontdekt. Hoe dan ook: we hebben meer Sierd de Vossen nodig, niet minder.

Ik verlang niet van iedere commentator dat hij de complete menukaart van een Spaans restaurant uit zijn hoofd kent. Maar een beetje enthousiasme mag toch wel? Een stemverheffing? Een spontane uitbarsting van vreugde? Iets waaruit blijkt dat er achter de microfoon nog een levend mens zit?

We kijken naar topvoetbal. Niet naar de jaarlijkse ledenvergadering van de plaatselijke biljartvereniging. Als Ødegaard de bal van dertig meter in de kruising jaagt, wil ik geen ‘Doelpunt. 1-0.’ Dat zie ik zelf ook wel.

Ik wil iemand die even vergeet dat hij commentator is en zich gedraagt alsof hij zelf de winnende heeft gemaakt.

Comments (0)

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *