't Bottertje
Lid worden
't Bottertje
Lid worden

Algemeen

Pastoor Stomph vertelt openhartig over zijn zorgen, onzekerheden, druk en ongeboren kindjes

‘Af en toe denk ik: ik red dit niet’

Weinig mensen beoefenen hun vak met zoveel bezieling als pastoor Paul Stomph (68). Maar juist dat, die drang naar perfectionisme en het goed willen doen voor anderen, kan leiden tot flinke onzekerheden, veel stress en druk. Verslaggever Nick Tol ging op bezoek bij de katholieke geestelijke. Het resulteerde in een openhartig en bij vlagen emotioneel gesprek in de Mariaparochie, waar pastoor Stomph sinds eind vorig jaar woont.

Hoe kijkt u terug op het afgelopen jaar?
,,Het was een bewogen jaar. In december 2016 gaf kapelaan Piets aan dat hij ziek was. Hij sprak de verwachting uit dat hij maanden weg zou zijn. Dat leidde binnen de parochie tot grote schrik. En zijn woorden kwamen ook uit. Pastoor Eric van Teijlingen heeft ons toen gered. Daar zijn wij ontzettend blij mee. Wij hebben vanuit het verleden een speciale band met elkaar, mede doordat pastoor Van Teijlingen mij ooit heeft gemotiveerd om weer voor priester te gaan studeren. We zijn wel twee totaal verschillende mensen. Hij is een levendig, creatief en impulsief persoon. Ik ben van binnen niet eens zo zwaar op de hand, maar zie wel vaak de ernstige kanten van bepaalde zaken. We moeten maar zien hoe dat gaat samenwerken. We zijn aan het vergaderen over de taakverdeling.”
Hoe gaat het met u persoonlijk?
,,Ik ben een heel zorgelijk type aan het worden. Ik denk alsmaar aan wat nog niet goed is. Aan waar ik nog niet aan toe kom. En ik vraag me ook voortdurend af hoe we het voor elkaar kunnen krijgen om beide kerkgebouwen open te houden. Als er niet meer Volendammers gaan bijdragen aan de actie Kerkbalans, dan kunnen we over een jaar of tien tot vijftien zo ernstig in de financiële problemen komen dat we waarschijnlijk de Mariakerk moeten sluiten. Dat zou een ramp zijn. De Mariakerk is een geweldige, stille plek. En het gebouw is open, de hele dag. Daar wordt gebruik van gemaakt. Vrouwen, mannen, jong en oud komen hier langs.”
Ligt deze situatie u na aan het hart?
,,Dat kun je wel zeggen, ja. Het is begrijpelijk dat de lokale bevolking hier heel economisch en praktisch naar kijkt. En ja, dan zou je kunnen zeggen: een van beide kerken kan gesloten worden. Maar het geloof is niet alleen maar economisch en praktisch. God heeft de wereld niet alleen daarvoor geschapen. De kerk heeft ook een emotionele, sociale en historische waarde. En het hoeft helemaal niet moeilijk te zijn. Als ieder huishouden gemiddeld één euro per week aan de Kerkbalans zou doneren, zouden we de begroting fluitend rondkrijgen. Maar meer dan de helft denkt daar niet aan. Sommigen worden er zelfs boos over, als wij zeggen dat veel mensen wel gebruik maken van de kerk en niet bijdragen aan de Kerkbalans. Dat begrijp ik ook wel een beetje. En natuurlijk is iedereen welkom bij God. Zelfs de grootste zondaar. Maar Jezus liet wel duidelijk merken dat God verwachtingen heeft van hoe wij leven. Daarbij is vijftig euro per jaar echt niet het belangrijkste, maar het hoort er wel bij. Ik hoop dat men beseft dat het veel geld kost om de kerk te onderhouden. Ook de Mariakerk moet binnenkort gerenoveerd worden. Ik wil er als pastoor alles aan doen om beide kerken nog zeker vijftig jaar open te houden. Maar dat kunnen we niet zonder hulp van de medemens.”

Het voelt alsof het zwaard
van Damocles me
boven het hoofd hangt’

Kunt u al deze bijkomende zorgen wel handelen, naast uw andere werk?
,,Ik ervaar het wel als heel veel. Af en toe denk ik: ik red dit niet, ik moet stoppen. Dan vind ik mezelf ook niet geschikt voor deze rol. Dan denk ik: we hebben hier een daadkrachtiger persoon nodig die beter knopen kan doorhakken dan ik. Het botert over het algemeen erg goed tussen de Volendammers en mij. Ik voel me hier heel welkom en thuis. Maar als manager vind ik mezelf niet altijd even geschikt. Daar ben ik heel eerlijk in.”

‘Als ik mijn kleinkinderen
één keer per maand kan bezoeken,
dan ben ik al heel blij’

Een korte stilte. Dan: ,,Het is ook allemaal heel snel gegaan. Kort na mijn priesterwijding ben ik gevraagd om kapelaan te worden in Bennebroek. Na drie jaar kwam het verzoek om kapelaan te worden in de Vincentiusparochie en ben ik verhuisd. De bisschop zou dan na vijf jaar kijken of ik daarna eventueel een volgende stap zou kunnen maken. En dat zou dan binnen de Vincentiusparochie zijn. Maar binnen twee maanden werd ik gevraagd om pastoor te worden van heel Volendam. Dat is een jaar uitgesteld, maar vervolgens is het alsnog gebeurd. Dat is nu bijna zes jaar geleden. Ik heb in die tijd een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. En voor mijn gevoel doe ik vreselijk mijn best. Maar ik weet niet of ik momenteel met twee benen op de grond sta. Dat is een vervelend gevoel. Dat geeft stress. Ik heb thuis een enorme lijst liggen, met daarop misschien wel 25 namen van mensen die ik graag wil bezoeken. Maar ik heb er gewoon geen tijd voor. Er komt voortdurend iets tussendoor. En dat zijn allemaal prachtige, eervolle dingen. Maar ik wil zoveel meer. Het voelt alsof het zwaard van Damocles me boven het hoofd hangt. Dat roep ik ook vaak in mijn gebeden. Dan zeg ik: jeetje, Heer, het gaat een keer fout.”
Het is ook al een keer fout gegaan, toen u twee jaar terug vlak voor Pasen met gezondheidsproblemen kampte.
,,Dat was een combinatie van factoren. Ik was aan het vasten en kreeg daarnaast griep. In die week had ik drie uitvaarten en die wilde ik ook graag voor mijn rekening nemen. Tegelijkertijd at ik bijna niks, in die dagen vooral omdat ik geen trek had. Dat was verkeerd. Aan het einde van het eucharistisch gebed ging ik onderuit. Maar toen ik bijkwam, voelde ik me zo vreselijk lekker. Mijn lichaam nam even de regie over. En na een controle bij de dokter bleek er verder gelukkig niets aan de hand te zijn. Ik ben ook zelden ziek en probeer gezond te leven. Ik mis wel het sporten. Ik was altijd een schaatser. Maar daar heb ik geen tijd meer voor. Mijn vrije tijd gebruik ik om naar mijn familie te gaan. Als ik mijn kleinkinderen één keer per maand kan zien, dan ben ik al heel blij.”
Vindt u niet dat er in een normaal bestaan voldoende ruimte hoort te zijn voor dat soort privézaken? Sporten is toch juist goed om fit te blijven en helder te kunnen blijven denken?
,,Ja, maar dit is geen normaal bestaan. Ik ken geen priesters die het heel rustig aan doen. Je wilt ook beschikbaar zijn, dat mensen een beroep op je kunnen doen.”
Kunt u ’s nachts wel in slaap komen?
,,Ik dwing mezelf om minstens zeven uur per nacht te slapen. En als ik wakker lig, plak ik er nog een uurtje aan vast. Ik hecht veel waarde aan slaap, gebed en niet te weinig eten. Ik heb wel zeer chaotische dromen. Ik moet er weleens om lachen. Dan denk ik: hoe is het mogelijk? Vannacht moest ik twaalf gigantische banketstaven bezorgen. Er zijn veel parochianen die met minder slaap kunnen functioneren en geen last hebben van gekke dromen. Dat vind ik heel bijzonder en zou ik ook vreselijk graag willen. Maar ja, ik ben ook al 68 jaar.”
U vertelde zojuist in het voorgesprek dat u het gevoel heeft dat u mensen heeft gekwetst als het gaat om uw uitspraken rond het ongeboren leven. Wat bedoelde u daarmee?

‘Pas als ik onze
ongeboren kindjes mag zien
in de hemel,
zal ik helemaal gelukkig zijn’

,,Ook in Volendam zijn er problemen op dat gebied. Je kunt als kerk niet zomaar zeggen dat je een kind niet mag laten weghalen, vind ik. Wat ik wel belangrijk vind, is dat er meer steun komt voor vaders en moeders die twijfelen over abortus, bijvoorbeeld als ze weten dat er een kind met handicap op komst is. Ik zou het goed vinden als er een opvangcentrum komt waar ouders op een eerlijke manier kunnen worden begeleid bij het maken van hun keuze en waar kinderen met een handicap uiteindelijk kunnen worden opgevangen. Nederland stevent volgens de vorige regering af op een samenleving zonder kinderen met het Syndroom van Down. Dat vind ik afschuwelijk. Natuurlijk zijn het niet alleen maar schattige mensen, maar zijn wij dat wel altijd? Ik vind het geen goede ontwikkeling en het druist bovendien in tegen het geloof. Doordat ik zelf zo uitgesproken ben over dit onderwerp, zouden er mensen gekwetst kunnen zijn. Het is immers een gevoelig gebied. Maar ik wil alleen maar het beste voor iedereen, dat vaders en moeders na afloop geen spijt krijgen van hun beslissing. Daarom zou het zo mooi zijn als er een opvangcentrum komt. Wat dat betreft vind ik de Nederlandse samenleving trouwens heel tegenstrijdig in haar visie. Je mag wel abortus plegen. Maar als je een opvangcentrum wilt voor ouders die twijfelen en kinderen met een handicap, dan moet het aan zóveel eisen voldoen. Je moet eerst de Staatsloterij winnen, voordat je dat kan realiseren. Ik vind dat een kwalijke zaak.”
Waarom houdt deze discussie u zo erg bezig?
,,Ik spreek uit ervaring. Ik heb zelf meegemaakt welke impact abortus kan hebben op je leven en relatie met je echtgenote. Het is heel privé en ik wil het niet zo gauw kwijt, maar ik heb geen geheimen. Mensen worden vaak door schade en schande wijs. Mijn vrouw Willemijn en ik hebben uiteindelijk twee dochters en één zoon mogen krijgen, maar zijn ook twee keer in de fout gegaan. Bij de eerste keer was ik een hippie van negentien jaar. Ik was niet gelovig en wist nergens van. Een dombo, eigenlijk. Later hebben we drie prachtige kinderen gekregen. Daarna raakte mijn vrouw weer zwanger en bleken we er niet hetzelfde over te denken. Ik heb mijn vrouw nooit iets verweten , maar voor mij was en is het een nachtmerrie. Ik ben meegegaan naar de abortuskliniek. Verschrikkelijk. Ik zal daar tot aan mijn dood mee blijven worstelen. Pas als ik onze ongeboren kindjes mag zien in de hemel, zal ik helemaal gelukkig zijn. Ik dagdroom er weleens over. Mijn vrouw is overleden toen ze 44 jaar was. Ik hoop dat ze onze kindjes nu iedere dag om de nek kan vliegen. Ik ben wat dat betreft ook weleens ongeduldig en verlang ernaar om ze te zien. Al wil ik daar ook niet te veel over zwijmelen, daar heb ik geen zin in. Ik moet aan het werk. En mijn drie kinderen ondersteunen. Opa zijn.”
Wat een heftig verhaal…
,,Ik heb dit ook niet van tevoren bedacht. Maar het kwam ter sprake en ik heb geen dubbele bodem. Als er door deze bekentenis mensen zijn die me niet meer willen, dan vind ik dat ontzettend erg. Ik weet dat ik een bekeerde zondaar ben en heb niet heel veel eerbied voor mezelf. Ik heb ook vaak gezegd: moet ik wel priester worden? Maar er is gelukkig een belangrijke kracht in de boodschap van Jezus Christus en dat is dat hij zonden wil vergeven. God houdt van ons en hij is degene bij wie je altijd hulp kunt vinden. En misschien dat er nu ook mensen zijn die beter snappen waarom ik zo uitgesproken ben over het ongeboren leven. En wie weet helpt het sommige vaders en moeders. Denk er heel goed over na, wil ik alleen maar aangeven. En als je spijt hebt, durf te geloven dat God van je houdt, op je zit te wachten en alles goed wil maken.”
Ter afsluiting nog even heel wat anders. Hoe gaat u Kerstmis vieren?
,,Mijn focus ligt op wat er hier allemaal gebeurt. Verder komen mijn kinderen langs en mag ik Jozef spelen bij een mooi middeleeuws kerstspel op de school van een van mijn kleinkinderen. Dat vind ik heel leuk en bijzonder om te doen.”

‘Ik weet dat ik een
bekeerde zondaar ben
en heb niet heel veel
eerbied voor mezelf’

Kerstmis is ook een feest waarbij de kerken in Volendam vol zitten. Vindt u het hypocriet dat veel mensen alleen rond Kerstmis naar de kerk gaan en verder weinig van zich laten horen? Of is het juist een mooie gedachte dat er nog steeds geloof aanwezig is in ons dorp?
,,Om nou te zeggen dat het hypocriet is, vind ik te veel een veroordeling. Ik weet niet waarom sommigen maar één keer per jaar komen. Ik weet niet wat er in ze leeft. Het kan komen door een teleurstelling. Of misschien wel door mij. In dat geval hoop ik dat God een weg vindt om hen weer te ‘genezen’. Dat er met Kerstmis veel mensen langs komen, is voor mij wel een bevestiging dat er ergens nog een vlammetje brandt. Het is de kunst om dat verder aan te wakkeren. En dat is makkelijker gezegd dan gedaan…”
Hoe ziet u uw eigen toekomst?
,,Ondanks alles heb ik nog steeds een grote drive om mijn werk als pastoor met hart en ziel uit te voeren. Als mijn onzekerheden en zorgen ten koste gaan van de parochie, dan hoop ik dat ik dat meteen in de gaten heb. En dan moet ik stoppen. Dan moet ik veel spullen weg doen en bij mijn dochter gaan wonen. Dan ben ik een oude man. Dan kan ik de rozenkrans nog bidden en de Mis vieren. Daar denk ik weleens over na. Dat is misschien niet goed, maar ik ben er heel eerlijk in. Misschien ben ik te onzeker, dat kan. En misschien schiet ik helemaal niet zoveel tekort als ik denk, dat kan ook. Maar het is mijn gevoel. Ik ben ervan overtuigd dat God me de juiste kant op stuurt. En ik hoop van harte dat ik nog een tijdje in Volendam mag blijven. Ik denk dat meer rust en overzicht in mijn leven al een groot verschil kunnen maken.”

 

|Doorsturen

Uw reactie