Algemeen

Rondleidingen Volendams Museum vol verhalen en anekdotes over onze voorouders

Een duik in eigen verleden

Met gietijzeren hekjes omheinde bloemperkjes, miniatuur molens en de kenmerkende histori-sche luiken voor het raam. We lopen of rijden er allemaal wel eens langs, maar de meeste Volendammers kennen het Volendams Museum alleen van de buitenkant. Het zijn bijna uit-sluitend (buitenlandse) toeristen die er over de drempel komen. Dat is jammer, want sinds kort is er een nieuw bestuur aan het roer dat tal van vernieuwingen heeft doorgevoerd. Met een strak ingerichte filmzaal en een groot aantal enthousiaste en vakbekwame gidsen worden bezoekers getrakteerd op een onvergetelijke ervaring.
Door Leonie Veerman


,,Juist voor Volendammers hebben de historische verhalen en anekdotes die we hier vertellen extra betekenis, omdat ze over onze eigen voorouders gaan”, zegt Wolly Hoogland, de secre-taris van het Volendams museum. ,,In veel gevallen verklaren ze ook hoe ons dorp en de vele unieke manieren en gebruiken die we hier hebben, tot stand zijn gekomen.”
,,Van wie ben jij er ientje?”, vraagt Dick Bond, gids, genealoog en archivaris bij het museum, bij binnenkomst. ,,Eentje van Frerik? Dan zijn wij familie! Zal ik een stamboompje voor je maken?”
Terwijl iemand achter de computer plaatsneemt om mijn voorouders op een rijtje te zetten, verwelkomt Eef Bond mij hartelijk. Net als alle andere aanwezige vrouwelijke gidsen is zij volledig in het Volendams gehuld, en zodra ze me meeneemt het museum in begint ze vol overgave over alle aspecten van onze klederdracht te vertellen.
Van hul tot linnen herenhemd, en van zilveren klepknopen tot bloedkoralen halskettingen, alle kle-dingstukken en accessoires aan de uitgestalde Volendammer poppen komen tot leven zodra Eef de bijzondere historie ervan belicht. ,,We kennen natuurlijk allemaal de heldere roodoranje gestreepte rokken die de vrouwen vroeger droegen als zij trouwden”, zegt Eef, ,,maar kijk hier ook eens hoe mooi de donkere rouwkleding is die zij droegen. Het borduurwerk op het schort en het bovenlijfje werden bij een overlijden vaak uitgevoerd in paarse en donkerblauwe kleuren.”

‘Elk vissersdorp rondom
het IJsselmeer had een
eigen uniek breipatroon,
in Volendam hadden we
een patroon dat stond
voor eb en vloed’

Eef geeft aan dat deze sobere rouwdracht vroeger helaas veel voorkwam in het straatbeeld. ,,Op zee en in het kraambed was de dood altijd dichtbij. En na het overlijden van een dierbare of familielid liepen de dames maar liefst twee jaar en zes weken in de rouw. Dat is namelijk de tijd die een lijk nodig heeft om te vergaan.”
In een van de historisch getrouw ingerichte huiskamers staat een antieke ladekast waar Eef een zwart vrouwenjakje uit tevoorschijn haalt. ,,Kijk”, zegt ze, terwijl ze het openslaat en naar de bontgekleurde voering wijst. ,,De kleding werd in die tijd gevoerd met de stof van oude schorten. Materialen waren namelijk kostbaar, maar zoals je ziet was de kwaliteit van het handwerk in die tijd ongekend.”
Ze draait het jakje weer om, om me de constructie van het lijfje beter te laten zien. Met mijn vingers ga ik over de fijne plooitjes in de stugge stof. ,,Dat zijn de vlagrimpels”, vertelt Eef. ,,Die groeien mee als je dikker of dunner werd van boven.”
,,Ik verwonder me over het vakmanschap dat daarachter heeft moeten zitten. De maakster had zelfs rekening gehouden met het motief van de stof, dat langs de naden van de plooitjes perfect in elkaar overloopt.” Dat soort techniek en bekwaamheid zie je tegenwoordig zeker alleen nog bij grote Itali-aanse modehuizen? Eef schudt haar hoofd. ,,Nee, dit zie je vandaag de dag bijna nergens meer...”
In één van de huiskamertableaus zitten uitgestalde levensgrote Volendamse poppen rondom een tafel vol garnalen, gehuld in dunne zwarte rokken en aanzienlijk minder mooie, grijze en blauwe kleding. ,,Dat waren de werkschorten”, legt Eef uit. ,,Tijdens het werken had je nooit je nette goed aan.”
Ook wanneer de vissers uit varen gingen, golden er speciale kledingvoorschriften. Hoewel hun zwar-te wollen truien op het eerste gezicht wat simpel aandoen, benadrukt Eef met klem dat deze met zeer veel zorg door de vrouwen waren gebreid. ,,Elk vissersdorp rondom het IJsselmeer had een eigen uniek breipatroon, zodat men in een oogopslag kon zien uit welk dorp iemand kwam. In Volendam hadden we een patroon dat stond voor eb en vloed. Aan de binnenkant van elke trui zat ook een stuk stof genaaid waarop de gegevens van de visser vermeld stonden, waaronder de datum van zijn eerste communie. Als men dan een drenkeling vond, kon hij direct geïdentificeerd worden. En de gouden oorbel die de vissers in hadden, dekte dan altijd de kosten voor de begrafenis.”
Eef geeft aan dat dit vroeger helaas zeer regelmatig voorkwam. ,,Als een man of jongen in die tijd overboord viel, maakte hij geen schijn van kans. De grote wollen broeken die ze droegen zogen zich dan vol water en met dat gewicht zouden zelfs de best getrainde hedendaagse zwemmers zichzelf niet boven water kunnen houden.”

Nieuwe filmzaal
Trots laat Eef mij de nieuw ingerichte filmzaal zien. Aan de strakke witte muren hangen drie grote tv’s waarop verschillende diavoorstellingen te zien zijn. Twee van de schermen tonen indrukwekken-de actuele luchtfoto’s van Jan Tuijp (Petje). Op het derde scherm komen vele schilderijen uit de Spaandercollectie haarscherp voorbij: ,,Een ontzettend mooi project, waarvoor we de samenwerking met Hotel Spaander en Jan Tuijp hebben opgezocht.”
,,Uiteindelijk willen we alle Spaander-schilderijen op deze manier digitaal in beeld brengen, maar het is een grote, tijdrovende klus. Voor elke foto moet een schilderij naar buiten gedragen worden, zodat Jan Tuijp deze met zorg op de foto kan zetten. Hiervoor zijn we echter sterk afhankelijk van de weersomstandigheden: factoren als luchtvochtigheid en lichtinval moeten namelijk precies goed zijn.”
Tegenover de tv-schermen hangen ook drie originele schilderijen uit de Spaander collectie. ,,Het museum heeft deze in bruikleen, en deze zullen ook regelmatig verwisseld worden.” Eef vertelt dat er ook op andere plekken in het museum tegenwoordig bijzondere werken van Spaander hangen. ,,Het nieuwe museumbestuur is ontzettend blij met deze voortvarende nieuwe samenwerking, het brengt ons namelijk ook een hoop nieuwe kennis en energie.”
Na enige tijd komt Dick aanlopen met een stapel papier in zijn handen: mijn stamboom. We nemen plaats op een van de bankjes in de filmzaal, waar Dick uitgebreid de tijd neemt om de kleurrijke figuren uit de opgerakelde familielijn stuk voor stuk van een sprankelende toelichting te voorzien. ,,Dit is een vrij nieuwe optie die we vanuit het museum aanbieden. Voor vijftig euro kan ik een uitgebreide stamboom van iemand maken, en op basis van de persoonlijke familiegeschiedenis een op maat gemaakte rondleiding geven. Dat is natuurlijk een bijzondere manier om alleen, of samen met familieleden het museum te bezoeken.”

‘Wist je dat alle
Veermannen in Volendam
hun leven mogelijk te
danken hebben aan de
kunstschilder
Rembrandt van Rijn?’

,,Wist je dat alle Veermannen in Volendam hun leven mogelijk te danken hebben aan de kunstschilder Rembrandt van Rijn?” Dick legt uit dat dat te maken had met een grote ontvoering in de 17e eeuw, waarbij een man uit Edam, een man uit Middelie en de Volendammer Cornelis Janszoon ontvoerd waren. ,,Voor hen werd een dwangsom geëist van twaalfhonderd gulden, een astronomisch bedrag in die tijd.”
Destijds was Geertje Dircx uit Edam het kindermeisje en de minnares van Rembrandt. Toen zij hoorde van de ontvoering, was Rembrandts meesterwerk de Nachtwacht net verkocht voor een flin-ke som geld, en uiteindelijk wist zij de schilder over te halen om de dwangsom voor deze heren te betalen. Na zijn vrijlating trouwde Cornelis in 1649. Op dat moment veranderde zijn achternaam van Janszoon naar Veerman, en de rest is geschiedenis.”
Dick vervolgt: ,Jij bent er een van Bommie. Die bijnaam duidt op een zeeschip zonder kiel, de zoge-naamde platbodems die je ook vaak op de schilderijen van Mesdag ziet afgebeeld. In Volendam voer men eigenlijk uitsluitend met botters, maar de kiel van een botter is erg lang en scherp, en dat maakte die schepen ontzettend moeilijk om te bevaren. Lang niet iedereen had de coördinatie om met deze botters overweg te kunnen, waaronder de Veermannen in jouw familielijn. Zij lieten zich echter niet uit het veld slaan en schaften daarom een Bommie aan, waarmee zij evengoed uit varen konden.”
Om zijn uitleg kracht bij te zetten, laat Dick op Google wat schilderijen zien van Mesdag. ,,Zie je die schepen op het strand liggen? Dat kon alleen omdat ze zo’n platte bodem hadden.” Dan geleidt hij me naar een ruimte waar twee grote botters op schaal staan uitgestald. ,,Kijk, hier zie je duidelijk hoe scherp de kiel van een botter is." Dick wijst op de gegraveerde tekst op het metalen plaatje op de standaard van een van de botters:

‘Modelbotter gebouwd
zonder tekening door de
Heer J. Schilder (Frerik),
op 70-jarige leeftijd.
Zijn gereedschap bestond
uit een hamer, knijptang,
schroevendraaier en
aardappelschilmesje.
Bouwtijd 2 jaren.’

,,Dat was Jaap van Frerik”, zegt Dick, ,,jouw overgrootvader! Hij bouwde dit soort botters gewoon thuis aan de keukentafel als hobby. En dan te bedenken dat dit exemplaar nu al snel zo’n dertigdui-zend euro waard is.”
Dick vertelt nog honderduit over vele bijzondere levens van Volendammers uit een ver verleden. Een soldaat in het leger van Napoleon, een zoon die zijn vader in een vlaag van woede om het leven bracht, maar ook een vrouw die zo goed kon bidden, dat ze na iemands overlijden meerdere dagen werd ingehuurd om zijn of haar ziel hoger de hemel in te krijgen met haar gebeden.
Ook meer algemene verhalen, zoals over het verzonken schip de Lutine, de afkomst van de pateen (hostieschaal) in de Vincentiuskerk en de periodes van bittere armoede en grote welvaart in ons dorp passeren de revue, allen aan de hand van uiteenlopende objecten en schilderijen.
Tot slot wijst Dick ook nog op de tijdelijke tentoonstelling van historische vondsten die het museum in bruikleen heeft van een jutter uit Marken. Achter glas liggen schaaltjes, servies, sieraden maar ook een vuistgrote tand van een walvis, die volgens de gids nog stamt uit de tijd van de walvisvaart en de Zuiderzee.
Wie zich voorbij de keurig onderhouden bloemperkjes beweegt ontdekt in het Volendams museum een wereld van intrige en avontuur. De gidsen vertellen over een geschiedenis die bol staat van overspel, ontvoeringen, moorden, schatzoekers en heldhaftige oorlogshelden. Het Volendamse ver-leden kent zowaar meer drama en intrige dan een Griekse tragedie.

Het Volendams Museum
Openingstijden: 
Dagelijks: 10.00 – 17.00 uur (Altijd een gids aanwezig voor vragen)

Reserveer een privé rondleiding via info@volendamsmuseum.nl
(ook mogelijk met speciale nadruk op klederdracht of schilderijen & schilder)

Laat je stamboom maken (starttarief is € 50,-) via genealogie@volendamsmuseum.nl
(Vraag naar de mogelijkheden voor een uitgebreide toelichting en rondleiding op basis van een stamboom)

Het nieuwe museumbestuur
Jan Tol (voorzitter)
Wolly Hoogland (secretaris)
Wim Schilder (penningmeester)
Eef Bond-Jonk, Dick Bond en Erik Molenaar

Vrijwilliger worden?
Het museum(bestuur) wordt volledig gerund door vrijwilligers. Nieuwe vrijwilligers zijn altijd welkom.
Momenteel zoekt het museum vooral jongeren (40-) met een interesse voor geschiedenis die zich willen inzetten voor het Volendams museum, zodat alle aanwezige kennis en ervaring in de toekomst ook behouden blijft.

|Doorsturen

Uw reactie