Algemeen

‘Ik ben ongelooflijk dankbaar dat ik het mag overdragen aan Kees en Melanie’

Hans Baltus neemt met opgeheven hoofd afscheid van broodjeszaak

Na 34 jaar waarin hij zijn broodjeszaak heeft gemaakt tot het monument wat het nu is, neemt Hans Baltus afscheid van zijn geliefde winkel aan de Zeestraat. Hij draagt het stokje over aan Kees Jonk en zijn vrouw Melanie. Hans zal herinnerd worden – niet alleen om zijn beroemde pizzastok – maar vooral ook om zijn nooit aflatende enthousiasme en vriendelijke inborst.
Door Jan Koning

,,Weet je hoe ik hier eigenlijk terecht ben gekomen?”, blikt Hans Baltus (56) terug. ,,Door Piet ‘Peterolie’ Jonk van De Koe, Piet Sombroek – de vader van Marco – en Dick Kok van de zuurwaren. Die gingen altijd met de auto naar Monnickendam om bij mijn vader in de delicatessenwinkel wat spulletjes te halen. Ze adviseerden mijn vader om in Volendam een zaak te openen. ‘Die spulleh aebe wij niet op ut dorp, Kees.’ Dus toen ben ik met mijn vader gaan kijken in het pand aan de Zeestraat waar de winkel nu nog gevestigd is. Eerlijk gezegd, was ik nog nooit echt in Volendam geweest. Ja, wel eens naar de kermis, maar dat was het wel.” Hans rijdt dus met zijn vader naar de Zeestraat om naar het pand te kijken. ,,Boekhandel Nimo zat er gevestigd. Het was van een vriend van mijn vader en die ging er uit. Vandaar dat wij het ook als eerste wisten. Op een regenachtige dag in oktober kwamen we aan. Sta je daar, niemand op straat, wetende dat de ondernemer die nu in het pand zit, het niet gaat redden. Wegrennen, zou je zeggen. Niet dus. Ik werd direct verliefd op het pand. Ik moest erin.”
Kaasstolp
De winkel van Baltus sr. in Monnickendam luisterde naar de naam De Kaasstolp. Het lag dus voor de hand voor zoonlief om zijn winkel in Volendam dezelfde naam te geven. ,,Dan had je gezamenlijke inkoop. Toen het bijna zo ver was, hoorde ik dat er nog een kaaswinkel in Volendam was. Maaskaas. Ik ging dus even kijken wat deze winkel deed, want ik wilde niemand in de wielen rijden. Wat bleek nou, Maaskaas had een deur met daarboven een raampje. Een keer raden wat er op dat raampje stond: De Kaasstolp.”
Maaskaas bleek officieel de Kaasstolp te heten. Hans moest als een speer dus iets anders zien te verzinnen. Dus dacht hij bij zichzelf: ,,Dan maar gewoon mijn achternaam. Baltus Volendam dus. De Volendammers vroegen zich af waar de naam Baltus vandaan kwam. Dachten dat het afgeleid was van Bacchus, de Romeinse god van de wijn. Het is dus niets meer dan mijn achternaam. Geweldig, toch.”
In het begin was het vooral overleven voor Hans. Het liep allesbehalve storm. Door middel van onderverhuur van de bovenverdieping van het pand aan de Zeestraat en door alles wat hij verdiende terug te stoppen in de zaak hield hij stand. ,,Ik had ook ‘gekke spulleh’. Stokbrood, salades, paté. Dan kreeg ik de vraag, wat doe je nou met paté? Het is een soort smeerworst met een smaakje, gaf ik dan als antwoord. Lekker simpel, want zo was het ook. Ik legde uit wat ze ermee konden doen en waar het goed bij smaakte. Het was natuurlijk wel allemaal goede kwaliteit en dat loont uiteindelijk.”
Er lopen volgens Hans een aantal pioniers in Volendam die alles wat nieuw is proberen. Die besluiten of het wat is of niet. ,,Het was blijkbaar wat, want ik zit er 34 jaar later nog steeds. Een van de eerste klanten was Keje Molenaar. Die had toen nog verkering met zijn Amerikaanse vriendin. Hij werkte vlakbij op de dijk en was een absoluut uithangbord voor de winkel. Net als Debby Zwaneveld, inmiddels Debby de Jong. Die werkt er al vanaf het begin en ik denk dat ze er nog langer zal werken dan ik. Ze is zó’n sociale meid. Mensen kwamen – en komen - graag bij haar een pizzastok halen.” De pizzastok, het woord is gevallen. Het broodje dat Baltus op de kaart heeft gezet. ,,Ik moet eerlijk bekennen dat het een uitvinding van mijn vader is. Ik heb het wel naar Volendammer maatstaven aangepast, maar het idee was er al. De pizzastok heeft me er eerlijk gezegd wel een beetje doorheen gesleept. Zeker in het begin. Wanneer mensen op een avondje namelijk aan het pionieren waren en een pizzastok in stukjes op tafel zette, was het toch al snel: ‘waar heb je die vandaan?’ Wanneer mensen dan in mijn zaak kwamen, namen ze naast de pizzastok ook een bakje salade mee, een pistoletje of misschien nog iets anders. Zo leerden ze de winkel kennen en gebruiken. Het mooiste is dat mensen tegenwoordig op de boodschappenlijst dingen hebben staan die ze speciaal bij Baltus komen halen.”
Inmiddels heeft de broodjesgigant er van alles bij bedacht. ,,Ik ga bij het maken van de broodjes er eigenlijk altijd wel vanuit dat wanneer ik het lust, de gemiddelde Volendammer het ook lust. Het ene is echter een blijvertje en het andere niet. Dat houdt het leuk en is de kracht van onze zaak. Er is steeds een nieuw assortiment. Ik vind het leuk om dingen te proberen en aan te prijzen. De toonbank staat vol met dingetjes om te proeven. Door de jaren heen hebben we van alles geprobeerd. Mijn collega’s – of klanten – zijn altijd de pisang. Die moeten alles proberen. De piri-piri stok bijvoorbeeld. Ik maakte de kip met een sausje. Een lekker pittig Spaans sausje, want het broodje moest wel pittig worden. Er zaten een paar scholieren bij mij in de zaak die er wel vaker kwamen. ‘Jongens, deze moeten jullie even voor me proberen. Heb ik net gemaakt.’ Niet wetende dat de saus een beetje té pittig was. Zaten die jongens met rode koppen te snakken naar adem. Dat heeft me wel wat Capri Sunnetjes gekost, haha.”
Geaccepteerd
34 jaar is hij dus al werkzaam op Volendam en hoewel Hans zich meer en meer Volendammer gaat voelen, beseft hij dat hij nooit een Volendammer zal zijn. ,,Je bent een Volendammer als je hier geboren – of tenminste opgegroeid – bent en de taal goed spreekt. Ik zal best een paar uitvallen goed kunnen verwoorden, maar spreek geen ‘Volledams’. Ik voel mezelf overigens wel enorm geaccepteerd. Als ik ergens zou willen wonen, is het dan ook of hier of in de Beemster waar ik nu woon. Daar woon ik ook heel erg prettig. Verder zou ik nog wel eens naar de kust willen waar mijn vader en moeder vandaan komen. Ik ken iedereen in Volendam van gezicht, maar niemand stelt zich voor, dus de namen ken ik er nooit bij. Dat is iets typisch Volendams. Ze komen binnen en het is ‘stokbroad’. Ik zeg vervolgens wel netjes goedemorgen. Gewoon omdat ik het leuk vind. Het maakt mij ook niet uit verder. Zolang iemand maar een stokbrood bij me komt halen. Als ze vervolgens ook nog eens zeggen dat ze het lekker vinden, is het helemaal mooi. Door mijn enthousiasme, werklust en doorzettingsvermogen, zijn ze denk ik blijven komen. Want, Volendammers zijn wel een ontzettend trouw publiek. Als ze je eenmaal hebben omarmd, blijven ze trouw aan je.”
34 jaar en dan is het afscheid daar. Het is een emotioneel moment voor Hans, maar hij weet ook dat het goed is zo. ,,Het mooiste gevoel dat ik nu heb, is dat ik het zo over kan doen aan Kees Jonk en zijn vrouw Melanie. Twee geweldige mensen. Er kwamen eerder ook mensen informeren, maar die gingen voor de omzet, voor de winst. Niet voor het bedrijf. Bij Kees had ik direct het gevoel dat hij voor mijn winkel kwam. Hij vindt mijn winkel leuk. Wil er net als ik zijn ziel en zaligheid in leggen. Het is voor mij namelijk belangrijk dat ik het de ondernemer gun. Buiten de kwaliteit natuurlijk, maar het is leuk als je de ondernemer ook zijn broodje gunt. Ik denk dat Kees en Melanie die gunfactor enorm hebben.”
Kees Jonk (36) – oud eigenaar van ’t Gat van Nederland – is blij met de woorden van Hans. ,,Dat doet je toch wel wat. Toen ik stopte in de horeca had ik echt nog geen idee wat ik wilde. Bij toeval kwam dit op mijn pad. Toen Hans me vertelde dat ik altijd nog zijn zaak over kon nemen, dacht ik in eerste instantie namelijk dat hij een grapje maakte. Dat bleek niet het geval en ik wist niet wat me overkwam. Melanie vertelde eerder al dat ze het geweldig zou vinden om ‘zoiets al Baltus’ samen te gaan doen. Het moest zo zijn, denk ik dan.” Dat het zo moest zijn, denkt Hans zelf ook. ,,Ik geloof in het lot en door het overdragen van de winkel aan Kees en Melanie zijn alle cirkels rond. Mijn vader heette ook Kees en ik geef het stokje door aan Kees. Kees komt zelf uit een familie van detailhandelaren. Zijn opa en vader waren nota bene zelf melkboer met een eigen kruidenierswinkel met een worst- en kaasafdeling. Daarbij weet ik dat ze er alles aan zullen doen om mijn naam in ere te houden. Daar ben ik ontzettend trots op.”
Kees: ,,Mooie producten verkopen en verder bouwen op wat Hans heeft neergezet, dat is het idee. De naam Baltus is een begrip in Volendam en ver daarbuiten. Daar gaan we dan ook niets aan doen. Uiteraard zullen we af en toe zelf nieuwe dingetjes introduceren. Dat is waar Baltus ook bekend om staat. Altijd vernieuwend. Het zou mij echt waanzinnig lijken als mensen – net als bij Baltus en de pizzastok – ooit zeggen, dat is een broodje Kees. Er zijn zoveel mensen naar ons zijn toegekomen nadat het nieuws naar buiten kwam. Iedereen is positief en steunt ons. Dat geeft ons ontzettend veel vertrouwen om er 100% voor te gaan. We kijken er ontzettend naar uit en kunnen niet wachten om te beginnen.”

|Doorsturen

Uw reactie