't Bottertje
Lid worden
't Bottertje
Lid worden

Algemeen

Jubileum met vijftigste editie ‘One way wind, the magazine’

Schatbewaarders verdienen erkenning

Ze waken over ons culturele erfgoed. Brengen verleden, heden en de toekomst van de plaatselijke muziek bij elkaar in hun magazine ‘One way wind’, dat drie keer per jaar verschijnt. In de vijftien jaar dat Johan Tol en Michel Veerman ziel en zaligheid erin stopten, heeft het kleurrijke blad inhoudelijk en qua uiterlijk gewonnen aan diversiteit. ‘One way wind’ is een begrip geworden, maar verdient absoluut een betere leesdichtheid. De makers verdienen meer leden.

In Volendam durven laten zien dat je ergens idolaat van bent, dan ben je toch wel ‘apart’. Waren er maar meer mensen, die zo voor hun passie durven uit te komen. In het zelf verzamelde en ingerichte ‘Cats Museum’ kan het Volendamse duo verhalen vertellen zodat je aan de lippen hangt. Op de achtergrond van de bovenverdieping van de loods draait op een tv-scherm het afscheidsinterview dat hun helden in 1974 gaven. In een hoekje staat het barretje uit de oude woning van drummer Theo Klouwer.
Voorliefde
Vanuit hun voorliefde voor The Cats trokken Johan en Michel het breder en maakten ‘One Way Wind, de geschiedenis van de Palingsound’, het boek waarvoor zij later onderscheiden zouden worden. Naderhand ontstond het idee om die geschiedschrijving voort te zetten en in het magazine te verpakken.
Artiesten van toen en nu passeerden de revue op papier, ondertussen werd de website gelanceerd en richtte het tweetal een eigen platenlabel – Paso Records – op, om Volendamse muzikanten een kans te geven liedjes uit te brengen. Zoals ze in de afgelopen jaren het album van Specs en Alasca mede mogelijk maakten, een cd-box van Piet Veerman en van The Cats realiseerden. En zoals komende week een ‘Tribute to Cees Poes’ het licht zal zien, een cd waarop familieleden odes aan Cees brengen.
Johan: ,,De rode draad is altijd het promoten van de Volendamse muziek geweest.”
Michel: ,,We hebben jarenlang alles zelf gedaan, dat ging geheel ten koste van onze eigen vrije tijd. Daarop hebben we na enkele jaren besloten andere mensen te vragen om iets te doen. Zoals Jennifer Sier, die de tien geboden aanpakt om een Volendamse artiest aan de tand te voelen, Mitchel Burger met Andere Tijden, Jan Koning met een Tribute. En zo ontstonden er ook vaste rubrieken, als die van muziekliefhebber Ton Derksen, een soort van Leo Blokhuis. Albert Veerman, die een lekker gerecht koppelt aan muziek en Fred de Boer doet dat met wijn. Daardoor is het blad een rijker magazine geworden.”
,,Als je mij tien jaar geleden had gezegd dat we ook een eet- en wijnrubriek zouden hebben, dan had ik je uitgelachen. Maar het is echt leuk geworden.”
Johan: ,,Het is elk jaar een verrassing of we door kunnen. Ik weet niet of we in juni volgend jaar nog bestaan.”
Michel: ,,Je blijft afhankelijk van adverteerders en abonnees. Het gaat economisch beter en we hopen dat de mensen die bij ons zijn, ook willen blijven. Maar het is geen winstgevende zaak.”
,,We kiezen bewust voor mooie fotografie en mooi drukwerk. Alle beetjes die we overhouden, investeren we weer in muzikale producten van Volendamse bodem.”
Johan: ,,Dat we dat steunen, dat zijn ook dingen die op ons eigen wensenlijstje staan.”
Michel: ,,Zoals gezegd hebben we tegenwoordig een groep medewerkers, maar het moet nog steeds van ons twee komen. Een muziekblad als Soundz, daar zit zo’n grote ploeg achter die daar aan werkt. Wij hebben gewoon onze baan als schilder en bij de woningbouw.”
Johan: ,,Het is Michel’s taak om de dertien mensen te mobiliseren. Content voor het magazine, dat is nooit een probleem geweest. Eerder een luxeprobleem. Bij het voorlaatste nummer hadden we voor het eerst dat we dachten: hebben we wel wat? Vervolgens druppelde alles binnen in twee weken tijd en moest er zelfs wat worden opgeschoven, want dat konden we niet kwijt. Het is nog nooit voorgekomen dat we op het moment van drukken tekort kopij hadden.”

‘De rode draad is altijd
het promoten van de
Volendamse muziek geweest’

De gastcolumnisten hebben lokaal en nationaal een naam. Michel: ,,Ik wilde die mensen ook privé ontmoeten en zo kom je in contact met hele bijzondere mensen. Met comedians, muzikanten, documentairemakers, maar ook hoofdredacteuren van de grote muziekbladen. Ons netwerk is enorm gegroeid.”
Wat ze uit liefde maken, wordt gewaardeerd, maar ze zien dat (nog) niet terug in het aantal leden. Johan: ,,Op Volendam heb je bepaalde verenigingen zoals Oud Volendam, die steun krijgen van het publiek, omdat ze de geschiedenis in woord en beeld brengen. Ik steun zo’n blad ook, niet alleen omdat ik graag over de geschiedenis lees, maar ook zodat het kan blijven staan. Eigenlijk vallen wij ook in die categorie. Wij doen dat met de muzikale geschiedenis. Het boekje van Oud Volendam ligt bij iedereen op de tafel en dat zou voor ons magazine eigenlijk ook moeten gelden, voor twee kwartjes per week. Ik begrijp niet dat er nog mensen zijn die vragen: kun je daar lid van worden?”
Michel: ,,Wetende dat alle bladen onder druk staan, zijn wij blij met iedereen. Maar je voelt wel: als wij stoppen, dan is het afgelopen met het vastleggen van de Volendamse muziekgeschiedenis. Terwijl het cultureel erfgoed wel zeer diep geworteld zit. Dat geeft ook een soort morele verplichting, om door te gaan.”
Johan: ,,Maar heel eerlijk, als ik wel eens naast mezelf ga staan, denk ik: jij bent wel gek. Wat wij er allemaal voor doen.”
Michel: ,,Er is ons wel eens verweten dat we te positief zijn in het magazine. Wij willen gewoon enthousiast zijn over beginnende bandjes en muzikanten. Ik ben Volendammer en dan mogen wij best met bravoure brengen als iemand aan de weg wil timmeren.”
Internationaal tintje
Johan: ,,De vijftigste editie is een speciaal nummer geworden en had ook een internationaal tintje moeten krijgen. We hadden afspraken staan – of pogingen daar toe – met artiesten als Steve Earle, Joe Satriani en Ian Matthews. In een ontmoeting met Frank Bond van Alasca. Maar om uiteenlopende en begrijpelijke reden kwam het er nog niet van. Steve heeft ons beloofd dat hij alsnog komt, wanneer hij in Nederland is. Dat zal niet binnen een jaar zijn. Dus we moeten zeker nog even doorgaan.”
Michel: ,,Bepaalde momenten, gebaren van artiesten, hebben een onuitwisbare indruk gemaakt. Bijvoorbeeld toen Cees Veerman (poes) naar Indonesië vertrok, wij contact met hem zochten en hem op de avond voor zijn vertrek op het Marinapark, waar hij toen was ingetrokken, mochten spreken. Dan maak je nog een foto en vervolgens zie je elkaar nooit meer. Dat was toch wel emotioneel. Eén van jouw grote helden gaat weg en ik wist: dit is het, Cees gaan we nooit meer terugzien. Tja, zo hebben we door de jaren heen hele mooie mensen mogen ontmoeten en gesprekken mogen beleven.”

 

|Doorsturen

Uw reactie