't Bottertje
Lid worden
't Bottertje
Lid worden

Algemeen

Iedereen onder indruk van zwemprestaties Luc Kroon, behalve talent zelf

Bewondering voor bescheiden watermens

Jeugdrecords van Olympisch kampioen Pieter van den Hoogenband sneuvelen, als zestienjarig broekie staat hij op het NK Senioren op het podium naast een - recente - andere Olympisch kampioen, Ferry Weertman. Luc Kroon haalt er zijn schouders van het imposante lichaam nog net niet over op. Maar pronken met zijn prestaties? ,,Dat doet hij nooit. Als hij ergens een wedstrijd heeft gezwommen, dan horen we dat als vrienden nooit direct van hem, maar lezen het in de krant of op sociale media.” Twee media-stagiaires van het Don Bosco College, Nadia Jonk (16) en Thijs Schilder (17), gaan met de zwemmer mee om een ochtendtraining te bekijken. En toevalligerwijs is Thijs een van de vrienden van het toptalent.

,,Dit is uitslapen voor mij”, zegt Luc, als de auto om zeven uur Volendam uitrijdt, met als bestemming Sloterparkbad in Amsterdam. Hij gaat immers normaal gesproken met het OV en nog geen jaar geleden stond hij dagelijks elke morgen om vijf uur bij de bushalte, vlak bij het ouderlijk huis. ,,Tegenwoordig zijn de trainingstijden anders en gaat het wekkertje om tien voor zes. Ik lig ook ‘max' om negen uur in bed.” Nadia: ,,Dat zou ik niet kunnen. Maar als je zo vroeg uit bed moet, zul je wel moe zijn rond die tijd.”
Luc: ,,Toen ik daarvóór enkele jaren in Alkmaar trainde en nog op het Don Bosco College zat, kon ik ’s middags even op m’n bed liggen, voordat ik wegreed voor de volgende training. Dat kan niet meer, sinds ik anderhalf jaar geleden naar het Regionaal Talentencentrum in Amsterdam ben overgestapt en ook in Amsterdam naar school ga. En dat gaat prima, ik mis het niet ’s middags. En ’s avonds gaat het eigenlijk ook wel.”
Voorheen reed moeder Jenny hem, jarenlang, even na vijf uur in de morgen, richting Alkmaar, om daar bij de training te blijven en ’s middags weer op en neer te gaan. Luc: ,,Sinds ik in Amsterdam train, is dat veranderd. In het begin bracht ze me nog, maar al snel is de keuze gemaakt om met het Openbaar Vervoer te gaan. Daardoor veranderde er wel een hoop voor mij.”

‘Ik heb alleen een
zakkenroller achter
me aan gehad’

,,Ik heb een snel ritueel. Eet een banaan, kwark en water.” Dan zet hij met de bus koers naar Centraal Station en pakt daar de trein naar Amsterdam-Lelylaan. ,,Daar is een grote fietsenstalling, daar is de boel goed verlicht en staan mijn twee fietsen. Áls ze er staan, tenminste. Want in het begin zijn er twee gestolen. Als je geen fiets hebt, moet je wandelend door het Sloterpark heen. De eerste keer dat dat gebeurde, was niet zo leuk, destijds was dat park ook niet zo goed verlicht, dan ga je niet zo lekker.”
Of er verder wel eens ongewenste dingen gebeuren. ,,Nee, niet echt. Ik heb alleen een keer een zakkenroller op Centraal Station achter me aan gehad.” Nadia lacht, maar kijkt verontwaardigd. Zo koel als hij onder zijn prachtige prestaties blijft, zo bewaart Luc Kroon ook in dat soort situaties de kalmte. ,,Ik had m’n portemonnee in mijn handen om het OV-pasje te pakken en ik kreeg al snel in de gaten dat ik door iemand met een capuchon op gevolgd werd. Ik zag dat hij wat harder liep dan normaal en toen ik even later op de roltrap stond, zag ik dat hij weer achter me stond. ‘Dit kan niet goed zijn’, dacht ik. Ben ik snel tussen de menigte door gaan lopen en de trein in gestapt, toen was ik hem kwijt.” De stagiaires vragen of hij niet bang was. ,,Nee hoor, dat is Amsterdam.”
Dagelijks fietst er rond zes uur in de ochtend dus een Volendamse vroege vogel van bijna twee meter door het Sloterpark. Vanaf de Lelylaan wacht hem dan namelijk nog een fietsritje van 4,5 kilometer. ,,Daar schrok ik in in het begin wel van, maar je went er snel aan. Tuurlijk is het lastig als er een pak sneeuw ligt en er niet gestrooid is op de fietspaden. Maar je hebt geen keus. ’s Zomers is het wel even lekker, om door de stad te fietsen.” Van de ‘talenten’ komt hij het verst. ,,Twee meiden uit Hoofddorp worden nog wel ’s ochtends gebracht en ’s avonds gehaald. Mijn ma heeft dat dus ook jaren gedaan. Ik heb er geen moeite mee dat ik nu zelf moet reizen.”
,,Heb je zin in de training?”, vraagt Thijs op de achterbank. ,,Niet echt, want dit wordt alleen maar baantjes zwemmen, zevenenhalve kilometer. De langste zwemtraining qua afstand van dit seizoen.” Kroon heeft een prachtig jaar achter de rug. Hij plaatste zich voor de Europese Jeugd Olympische Spelen in Hongarije, waar hij zesde werd. Verbeterde menig jeugdrecord van Pieter van den Hoogenband en van andere vaderlandse zwemmers en tijdens het NK voor senioren maakte de vaderlandse (sub)top ook kennis met de beloftevolle junior. Die net in Luxemburg is geweest, om nieuw wedstrijdritme op te doen.
,,Na drie weken training was dat de eerste lange baanwedstrijd, dat is totaal anders dan de korte baan.” Talrijke seniorenzwemmers van naam kwamen op het evenement in het Groot Hertogdom af. ,,De trainer had niet verwacht dat er zo’n goede tegenstand zou zijn. Dat maakte het toernooi wel mooi. Ik had er geen speciaal doel, behalve lekker zwemmen en wedstrijduren maken op de langebaan. Het eerstvolgende grote toernooi voor mij is het Jeugd EK van juli in het Finse Helsinki.” Daarvoor kan hij eind deze maand in het Schotse Edinburgh en in april in Den Haag tijdens de Swim Cup de limieten zwemmen.
Acht jaar geleden lag hij als achtjarig jongetje ook al om zes uur ’s ochtends in het water van De Waterdam, namens Ed-Vo. Inmiddels traint hij als jonge fulltime topsporter twee keer per dag, 23 uur per week. Er zijn ook andere tijden geweest, dat Kroon bepaald nog geen waterratje was. Nadia: ,,Mijn tante heeft nog een foto van vroeger, waarop jij bij het zwembad staat, met onder andere mijn nicht Mylène. In die periode durfde jij nog niet het water in.” Luc lacht: ,,Dat kan wel kloppen.” Nadia: ,,Kun je nagaan, nou zit je hier. Ik zal die foto even opvragen.” De verslaggever: ,,Dan kan-ie mooi bij het verhaal.” Luc, lachend: ,,Nou, doe maar niet…”

‘Elke dag zó vroeg je bed uit,dan moet je wel discipline hebben’

Thijs: ,,Ik heb veel respect voor hem, voor wat hij doet qua prestaties maar ook voor wat hij er allemaal voor doen moet. Ik weet van mezelf dat ik dit niet zou kunnen. Elke dag zó vroeg je bed uit, dan moet je wel discipline hebben. Dit is de eerste keer dat ik hem live in actie ga zien. Het zwemmen in het algemeen is niet echt goed te volgen voor iemand die er geen verstand van heeft. Hoe dat precies gaat bij de wissel, het keerpunt. Dat soort dingen vraag ik wel aan hem.”
Van golven gaat het naar snaren. Luc: ,,Sinds vier maanden heb ik gitaarles. Het leek me leuk om wat te leren. Als je het goed kunt, is het megaheftig. Ik ben akkoorden aan het leren, maar ik wilde wel meteen wat beginnetjes van liedjes aanleren. Ik speel elektrisch, dus dan kom je bij liedjes van AC/DC, Guns N’ Roses. ’s Avonds oefen ik regelmatig, voordat ik ga slapen. M’n ouders? Hoe harder hoe beter”, glimlacht hij. ,,Je kunt oortjes in doen, dus dan horen zij niks.”
In de andere overgebleven uren van de week vervult hij uiteraard zijn leerplicht en gaat hij naar het Caland Lyceum. ,,Ik heb er veertien uur van 45 minuten les. Het is top, gezellig, alles is afgestemd op je sport. Ik zit daar in de klas met een voetbalster, honkbalsters, softbalsters en basketbalsters. Geen voetballers, die zitten bij Ajax zelf op school. Kees de Boer zat er ook, voordat hij naar Swansea City ging, maar die studeerde vooral op De Toekomst, daar heeft Ajax een schoolgebouw staan.”
Als het dan onderweg toch over voetbal gaat, hebben de ‘mannen’ het over de ettelijke miljoenen die bij de topclubs met hun koopdrift gemoeid gaan bij transfers, die nog voor het sluiten van de window worden gedaan. Terwijl op de achterbank een zestienjarige jongen zit die meer trainingsuren maakt dan zijn leeftijdsgenoten met een bal, maar voorlopig niet op enige verdiensten hoeft te rekenen als actief sporter. Thijs: ,,Ik vind het enerzijds begrijpelijk, want zwemmen is anders dan voetbal. Van mijn leeftijdsgenoten zal niemand nu zwemwedstrijden kijken.” Nadia: ,,Maar op de Olympische Spelen lopen niet de grote voetballers en is zwemmen juist weer een grote sport.” Thijs: ,,Het is wel oneerlijk geregeld eigenlijk.”
,,Ik heb nog geen live-wedstrijd van hem gezien. Dat lijkt me wel een keer mooi om te zien. Echt heel knap wat hij doet. Als je dan hoort dat hij jeugdrecords heeft gebroken van Pieter van den Hoogenband.” Luc, glimlachend: ,,Niet iedereen vindt dat leuk. Althans, het kan zelfs gebeuren dat iemand door jaloezie gewoon niks meer tegen je zegt. Gelukkig is dat er maar eentje. Ach”, laat Luc het weer van zijn brede schouders afvallen, als het gezelschap een half uur later op het parkeerterrein van het Sloterparkbad loopt. ,,Normaal gesproken ben ik anderhalf uur onderweg.”
1 meter 98 loopt het pand binnen. ,,Ze dachten dat ik 2.08 meter zou worden, maar het lijkt nu op 2.02 meter uit te gaan komen. Ik ben dit jaar twee centimeter gegroeid.” Nadia, verbaasd en zelfs een beetje teleurgesteld. ,,Waarom groei ik dan niet meer?’’ Even later kijkt ze met verwondering hoe gemakkelijk het haar leeftijds- en dorpsgenoot af gaat, het ene na het andere baantje tijdens de twee trainingsuren. ,,Het lijkt wel alsof het hem geen moeite of kracht kost”, zo gestroomlijnd is zijn natuurlijke beweging.
‘Het lijkt wel of het hem geen moeite kost’
Nadia: ,,Ik wist al wel het een en ander van wat hij doet als zwemmer, had al wel wat gelezen en ik ken hem als leeftijdsgenoot. Maar ik geloof niet dat iedereen weet dat er zo’n groot talent hier zwemt en wat hij er voor doet.” Thijs: ,,Uit zichzelf praat Luc er ook nooit over, in de gesprekken met vrienden. Dan moet je er al zelf naar vragen.”
Zijn vrienden volgen het van een afstandje, maar waren er afgelopen zomer toch een beetje bij. ,,Toen hij naar de Jeugd Olympische Spelen in Hongarije ging, hadden we met de vrienden twee kaarten gekocht, waarin iedereen een boodschap had geschreven. Die hadden we aan zijn moeder gegeven, zodat zij die kaarten daar (in Györ, red.) aan Luc kon geven en hij wist dat wij aan hem dachten. Dat had hij absoluut niet verwacht.”
Vlak daarna gingen ze met een groep vrienden op vakantie naar Italië Thijs: ,,Hij heeft nog nooit een druppel alcohol gedronken.” Nadia: ,,Niet?” Thijs: ,,Dat vind ik zó verschrikkelijk knap. Zelfs op vakantie: namen wij allemaal een vreemd Italiaans biertje, dan houdt Luc het het liefst bij een ‘groen’ colaatje. Nam hij één keer een normale cola, dat is voor hem al heel wat.” Nadia: ,,Dat vind ik heel knap, want je hebt dan ook in de groep de druk van het zelf kunnen beslissen en kunnen zeggen van: ‘nee, ik doe het niet’. Maar ja, als je wel elke week uit zou gaan, dan hou je wat hij doet niet vol.”
Uit de muziekboxen in het zwembad schalt oude rockmuziek als Led Zeppelin’s ‘Whole lotta love’. Dat moet Luc, die al die tijd met een bordje tussen zijn benen baantjes trekt en zijn benen dus niet gebruikt, heerlijk in de oren klinken op de momenten dat hij even bij het startblok pauze heeft. ,,Gaat het nog?”, vraagt hij met een smile aan zijn meegereisde bezoek. ,,Jullie hebben de langste training qua baantjes zwemmen uitgekozen.” Thijs: ,,Ik hoopte dat ik een wedstrijdje zou zien. Maar dat gaat nu natuurlijk niet. Ik zou hem eigenlijk wel zo een keer live een willen zien racen, dat lijkt me te gek.”
Wellicht straks in Den Haag, als hij zich in april wil plaatsen voor een volgend groots evenement. Voor Luc zit het eerste dagdeel er op en hij gaat zo op het fietsje naar school. Straks wacht weer een land- of zwemtraining. ,,En dan ga je vanmiddag weer trainen, weer het water in?”, is Nadia onder de indruk. ,,Ik zou het niet kunnen.”

Trainer: ‘Luc laat zich niet gek maken’
Luc Kroon maakte in 2016 de overstap naar een van de vier Regionale TalentenCentra in Nederland. Kees Robbertsen is in Amsterdam sinds anderhalf jaar zijn trainer en waakt ook deze training over zijn pupil. ,,Luc werd destijds door Paul Weijers, op grond van zijn opvallende prestaties tijdens de Jeugd NK’s, gevraagd naar Amsterdam te komen. Wat ik aantrof? Qua persoon is hij rustig, serieus, gedisciplineerd, Luc heeft zijn zaakjes goed op orde en weet wat hij wil. Hij heeft een duidelijk beeld van hoe hij een zwemcarrière voor zich ziet, is zich bewust van waar hij mee bezig is. Met een hoger doel voor op de langere termijn voor ogen.”
,,Als sporter zag ik meteen een jongen met een hoop potentie, maar daar valt ook nog een hoop in te verbeteren en in dat proces zitten we nu. Dan gaat het om het vergroten van de belastbaarheid, zodat hij meer aan kan qua trainingen. Hij is geschikt voor de middellange afstand, dus daar moet hij in investeren. Luc heeft zijn lengte en lichaam mee, maar kan zich qua kracht nog verder ontwikkelen. Tot voor kort was hij qua krachttraining puur met zijn eigen gewicht bezig, ondertussen is er een basisprogramma begonnen van twee keer in de week.”
,,In zijn skills zitten ook aandachtspunten, zoals zijn start. Hij komt nog wat traag van het blok af, dat komt ook door zijn grote lichaam. Daar kunnen we aan werken en Luc wil heel graag, leert dingen makkelijk en snel, dat kenmerkt het talent in hem ook. Ook als het om de techniek van de slagen gaat, vertaalt hij meteen wat je aanreikt. Zijn onderwaterfase behoort ten opzichte van leeftijdsgenoten tot de buitencategorie.”

‘Een ideaal persoon
om mee te werken’

,,Door zijn prestaties kunnen verwachtingen ontstaan, maar Luc blijft erg nuchter. Tuurlijk wordt er wel eens wat tegen hem geroepen en wordt op hem gelet, want hij steekt er in ons land met kop en schouders bovenuit. Maar in het buitenland zag je vorig jaar op de EYOF dat hij heel knap de finale haalde en daarin zesde werd, maar internationaal gezien is er dus nog een weg te gaan.”
,,Europees gezien wordt er door een aantal van zijn leeftijdsgenoten meer en harder getraind, bijvoorbeeld de Russen, Hongaren, Engelsen en Italianen. In Nederland hebben we een andere insteek als het gaat om op het opleiden en ontwikkelen van talenten. Ze hoeven op jeugdige leeftijd nog geen maximale prestaties te leveren op de grote toernooien. Daar aan deelnemen is belangrijker, om van te leren en om je internationaal te meten met je leeftijdsgenoten. Op weg naar het hogere doel, dat wanneer ze de overstap van jeugd naar senioren maken zij dan - als ze begin twintig zijn - op hun best zijn, op het internationale seniorenniveau. Het gaat nu dus niet om de korte termijn-resultaten. ”
,,Je moet naar het belang van de sporter kijken. Die moet niet over een paar jaar opgebrand zijn. Luc gaat zich in de komende maanden kwalificeren voor EJK in Helsinki en dan komt hij wellicht over een of twee jaar daar (hij wijst naar de zwemmers in de baan naast Luc, red.) tussen de senioren te liggen en dan is het de bedoeling dat er dan nóg wat ruimte is qua trainingsomvang, -intensiteit en krachttraining, zodat hij nóg wat stapjes kan maken. Als je dan namelijk al klaar bent in je ontwikkeling, waar haal je dan nog je progressie vandaan? Behalve dat je slimmer gaat racen. Nederland kiest voor een bewuste opbouw, de route moet stapsgewijs worden genomen.”
,,Het is een ideaal persoon om mee te werken. Hij is in sommige situaties nog wat gemakkelijk, in de zin dat hij zichzelf niet op de borst slaan. De bescheidenheid moet niet zo groot zijn dat hij zichzelf achterstelt. Als er drie mensen tegelijk naar de fysio willen, dan laat hij de anderen eerst gaan. Daarin mag hij wel wat meer voor zichzelf op komen. Niet dat zich die bescheidenheid in de wedstrijden vertaalt, wat hij heeft een sterke wedstrijdmentaliteit en laat zich niet gek maken. Of hij nou op startblok 4 als snelste de finale in gaat, of in baan 7, dat maakt hem niet uit: hij gaat gewoon voor zijn beste race.” ,,Hij maakt zich ook niet druk om de mensen die om hem heen liggen. Hij is gefocust op zichzelf en weet precies wat hij kan in een race. Hij is goed in staat om er te staan op een toernooi, dan moet je mentaal wel wat in huis hebben. Terwijl sommige sporters daar juist tegenop zien, om dan hun beste race te moeten zwemmen.”

‘Talenten waarvan ze zeiden
dat het ‘de nieuwe Pieter’ was,
zijn allemaal gesneuveld’

,,Luc heeft ook weer niet de racemodus die Ranomi Kromowidjojo heeft, die kickt daar op. Maar hij heeft wel de koelbloedigheid die hem helpt in de races. Hij zit dit en volgend jaar nog bij de jeugd en het mooie is dat de NK’s van de jeugd en senioren na elkaar komen, zodat hij meteen na het jeugd NK tegen de beste zwemmers van Nederland bij de senioren kan zwemmen. Dan leer je finales zwemmen tussen de grote jongens. Dat lukt hem goed. Luc komt nog wel wat tekort tussen de beste senioren, maar hij kan wel mee met die jongens. En ze leren ook om twee volle weekeindes series en finales te racen.”
,,Hij is nuchter en dat maakt het prettig om mee te werken. Hij is leergierig, is er altijd, heeft bijna nooit wat. Hij beseft zelf ook dat er nog een lange weg te gaan. Er zijn voorbeelden genoeg van zwemmers en hun ouders die al vroeg denken dat ze iemand zijn. Maar talenten die het stempel kregen van ‘de nieuwe Pieter’, ze zijn allemaal gesneuveld. Dus we moeten rustig en voorzichtig zijn. Er komt nog zoveel op zijn weg.”
,,Bovendien zitten we in een andere tijd. Er is een tijdperk vóór en na Pieter. Vooral wat betreft de professionalisering van de zwemsport. Het is internationaal gezien veel breder geworden, met hogere pieken. En om je daar mee te kunnen meten, da’s een wereld van verschil. Na de Olympische Spelen van 2000 gingen andere landen ook serieus investeren en zijn er zoveel landen bijgekomen. Het is één keer in de vier jaar een grote sport, tijdens de Olympische Spelen, maar wereldwijd is het in de breedte heel sterk geworden.”
Robbertsen weet als geen ander dat de talloze wateruren zich niet laten verzilveren in financieel gewin. ,,Zwemmen is niet te vergelijken met andere sporten. Er zijn misschien drie nationale zwemmers die er goed van kunnen leven. Maar voor dat je zover bent, duurt wel even. De zwemmers die in de baan naast Luc liggen, van het Nationaal Talenten Centrum, hebben geen dikke boterham. Het zijn professionals met minimale inkomsten. Ze verdienen een keer wat prijzengeld, misschien wat startgeld, een keer een sponsor, hebben de A-status van NOC*NSF.”
Luc behoort samen met een van de meiden tot de meest talentvolle zwemmers van het RTC. Symbolisch ligt er nog maar één lijn in het water tussen hem en de senioren. Robbertsen: ,,We trainen sinds enige tijd naast elkaar, dat sluit beter aan met school en zorgt voor een wat betere arbeids- en rust verhouding. Bovendien zien de junioren wat er naast ze gebeurt en misschien kunnen ze in de nabije toekomst ook af en toe in die banen meetrainen.”

 

|Doorsturen

Uw reactie