't Bottertje
Lid worden
't Bottertje
Lid worden

Algemeen

Harry Zwarthoed in KNVB Beker met amateurs zaterdag-1 tegen eredivisionist

‘Vitesse komt, maar wekkertje staat gewoon om vijf uur’

Het verhaal in de aanloop is prachtig voer voor de media. Niet de betaalde tak maar de amateurs van (RKAV) Volendam die met elf dorpelingen in de KNVB Beker gaan aantreden tegen het grote Vitesse met onder meer huurlingen van Chelsea. Volgende week woensdag is het zover. Bij de Arnhemmers, die vorig seizoen door de amateurs van Swift werden uitgeschakeld na penalty’s, zal er extra aandacht worden besteed aan de uitwedstrijd. Maar het wekkertje van Harry Zwarthoed staat gewoon om vijf uur. ,,Ik moet in mijn ritme blijven en ga ter voorbereiding niet langer op bed of in de bank liggen.”

De dertiger staat in zijn nadagen in de picture. Hij heeft meerdere interview aanvragen gekregen. ,,Maar het is volgende week niet Harry Zwarthoed tegen Vitesse, hoor”, haast hij zich te zeggen. De reden dat hij meer in het middelpunt van de belangstelling staat, is dat hij na allerlei omzwervingen bij mooie clubs in het amateurvoetbal teruggekeerd is naar Volendam en daar in de oefenwedstrijd tegen Jong FC Volendam meteen liet zien dat hij nog met gemak aan de andere kant mee zou kunnen doen.
Wat zoals vaker in het verleden de vraag oproept waarom de toenmalige technische leiding van buurman FC Volendam afscheid nam van de jonge Harry Zwarthoed en hem niet meer tijd en begeleiding gaf. ,,Dat boek is voor mij uiteraard allang gesloten, maar tot op de dag van vandaag zijn er mensen die zeggen: ‘je kunt nog steeds in het eerste meedoen’. Dat beschouw ik als een compliment. Destijds had ik er zelf geen invloed op.”
Hij maakte deel uit van het team dat kampioen werd in de Eerste Divisie. ,,Maar mijn contract werd vervolgens niet verlengd. En of de rest van Volendam of ik het daar niet mee eens was, je moet verder met je leven. Dat gezegd hebbende, blijft de vraag altijd: wat als ik er gewoon bij had gezeten in eredivisie? Tuurlijk kan het verschil groot zijn, maar soms zit je er tegenaan en als je dan in een flow komt en mag blijven staan, kun je verder bouwen aan je eigen ontwikkeling. Het is gegaan zoals het is gegaan. Het feit dat ik daarna altijd op hoog niveau heb gevoetbald, betekent dat ik er zelf alles aan heb gedaan.”
Hij speelde daarna samen met Maarten Woudenberg bij roemruchte clubs als Quick Boys en Spakenburg, om vervolgens nog bij ASV De Dijk van alles mee te maken. ,,Quick Boys was echt een warm bad, superleuke mensen, ik heb nog steeds veel contacten daar en als ik tijd heb, ga ik straks zeker vaker kijken. Hoe het daar leeft, de club is onderdeel van het sociale leven, van jong tot oud, iedereen gaat elke week naar die club, want er is van alles te doen, al voetbal je niet. Met Quick Boys speelde ik een keer op de kermis hier tegen Volendam. Wij speelden elke week thuis, er gingen altijd 800 supporters mee, prachtig om te zien dat het zo leeft. Je hoeft je niet te motiveren. Alleen jammer dat we twee keer in de nacompetitie niks bereikten.”
Al die jaren reed hij samen met Woudenberg op en neer. Tuurlijk, bij die clubs viel ook iets te verdienen, maar de prestige, de drang naar prijzen en het voetballen in een dorpse voetbalomgeving trokken de liefhebber in Zwarthoed. Met het Amsterdamse De Dijk werden ook promoties gevierd en belandde hij samen met Woudenberg, Jack Tuijp en Frank Schilder in de Tweede Divisie, totdat daarin de sponsor opstapte. Zwarthoed bleef loyaal en maakte het jaar af.
,,Dan kon ik zelf tenminste in de spiegel kijken. Met zulke beperkte middelen, vaak speelden we zonder wissel, wisten we het toch vol te houden in Tweede Divisie. We hadden niets eens shirts. Toch hebben we partij kunnen bieden elke week, daardoor ontstond onderling zo'n sterke band met die jongens, binnenkort gaan we weer uiteten. We gingen voor elkaar door het vuur, zijn elkaar echt als vrienden gaan zien. Maar dat wat zo mooi was opgebouwd, gooi je in zo’n korte tijd weg, want straks degraderen ze weer.”
Met De Dijk stond hij twee seizoenen geleden tegen de profs van Vitesse in het bekertoernooi en scoorde en de speling van het lot koppelde die amateurploeg een jaar geleden zelfs aan het grote Ajax. ,,Van het Vitesse van twee jaar terug is weinig over. Alleen Maikel van der Werff ken ik goed, want die speelde twee lichtingen onder mij bij de FC en trainde mee met het eerste. De rest is nieuw, ze hebben veel Chelsea-huurlingen, dat is leuk voor later als je kunt zeggen dat je daar tegen hebt gespeeld. Maar eerlijk gezegd: ik weet niet van welke speler ik een shirtje wil hebben bij het ruilen. Ik denk dat de meeste jongens van de zaterdag-1 er zo in staan.”
,,Maar vorig jaar…” Hij valt even stil. ,,Lootten we tegen Ajax met Frenkie de Jong en Klaas Huntelaar, da’s toch een ander kaliber. Raakte ik vooraf geblesseerd. Bedroefd, slapeloze nachten heb ik er van gehad. Ik scoorde twee keer de winnende goal in de rondes daarvoor en dan ben je geblesseerd voor de mooiste wedstrijd. Terwijl ik bijna nooit geblesseerd ben. Omdat de wedstrijd uitverkocht was, had ik zelfs geen tribuneplek en moest in de dug-out zitten.”
Voor de zomer aanbrak, belde niet alleen RKAV Volendam, maar gooiden meer amateurclubs een hengeltje uit. Maar de keuze viel op een terugkeer. En meteen is hij belangrijk. Tegen Xerxes scoorde Zwarthoed vijf keer. Maar afgelopen zaterdag zat het tegen, miste hij een penalty en een opgelegde kans. Ondertussen merkt hij ook dat de huidige combinatie een zware is.
,,Ik zit in een nieuwe fase en kom langzaam maar zeker in de leiding van Tol Betonvlechtwerk. Een bedrijf dat bijna vijftig jaar bestaat en ooit door mijn opa is begonnen. Ik ben altijd werknemer geweest, maar er wacht een nieuwe toekomst. Voetbal komt op het tweede plan. Ik wilde van de zomer al stoppen, maar wat ga ik dan doen, ik moet drie keer in de week sporten anders word ik gek. Ik ga niet naar de sportschool en een rondje om heb ik ook gauw gezien. In teamverband voetballen is het leukst. Thuis zei ik dat ik uit naar Marken zou gaan, maar de zaterdag-1 promoveerde en nu zitten we alsnog de hele dag in Rotterdam. Qua niveau wil mijn voetbalhart dat wel, maar als ik de zaak overneem met mijn neef, gaat dat niet. Onze kinderen zijn maar één keer jong en om er dan zo weinig voor hen te zijn, dat moet je zelf ook niet willen.”
,,Tja, die liefhebber; fysiek heb ik nergens last van, ik kan gemakkelijk in de tweede divisie meedraaien. Ik train nu twee keer, dat vind ik al moeilijk als ik op maandag bewust in huis blijf terwijl de rest traint. Dat is toch een eerste stap naar het afbouwen. Ik wil altijd honderd procent en ik ga er dit jaar nog van genieten. Het begin was superlekker, maar in het programmaboekje bij Zwaluwen stond al dat ze Harry Zwarthoed in de gaten moesten houden, heeft zijn voor- en nadelen. Ik had er weer vier in kunnen schieten, maar wij en ik het bijzonder kregen ’m er niet in. We hadden gewoon moeten winnen. De truc is: als je kampioen wilt worden: hoe snel kom je over de teleurstelling heen?”
,,Ik heb nog nooit penalty’s genomen, maar als anderen zich omdraaien moet je ook verantwoordelijk durven nemen. De pest in je lijf van het missen, dat komt dan na de wedstrijd. Vanaf elf meter, hoe krijg je ‘m mis? Ik dacht, zou de keeper z’n huiswerk hebben gedaan en koos de andere hoek. Bleek dat hij niets wist van vorige strafschoppen, ik dacht dus teveel na.”
,,De sfeer is geweldig: elf spelers uit eigen dorp, dat gebeurt nergens in het land op zo’n niveau.” Traditioneel zong ook hij als nieuwkomer met kermis in de kantine. ,,Niet mijn ding, maar wat moet moet. Het is wel grappig, sommige pakken gewoon de microfoon en zetten de tent op z’n kop, da’s een vak apart. Het tekent wel de goede sfeer.”
,,Ergens anders kwamen ze van heinde en verre, met andere nationaliteiten, hier hebben ze overal dezelfde kop er op, je weet wat je aan elkaar hebt. Volendams praten in het veld, het is nog net geen familie van je. Maar er kwam bij mij toch ook een stukje druk, iedereen heeft een verwachtingspatroon van je. Denk ik aan afbouwen, maar komend vanuit de tweede divisie hebben anderen zoiets van: laat het maar even zien. Als je dan belangrijk kunt zijn, da’s altijd lekker.”
Zijn inzet is nooit aflatend. ,,Ik ben nooit aanvoerder geweest, dat is nu Nick Tol (Pier), maar die is geblesseerd. En als je centraal in het veld staat, geef je meer aanwijzingen. Als 32-jarige pak je die rol automatisch, zeker als het ook in je zit. Dit wordt een spannende competitie, dan kan je zeker af en toe verliezen. Vorige week stond op de RKAV-site dat we onderweg naar de landstitel waren, dan motiveer je uiteraard wel andere clubs. Zwaluwen had zaterdag na afloop het clublied van Volendam op repeat staan…”
,,Toen bekend werd dat ik naar de zaterdag-1 ging, kreeg ik zoveel reacties, maar de mensen weten nog niet de weg te vinden naar het veld. Als de kaartverkoop voor de wedstrijd tegen Vitesse een graadmeter is - 1400 kaarten – dan hoop ik dat er daarna ook meer mensen komen kijken. Met je kind naar de zaterdag-1 kijken, in zo’n voetbalgek dorp, daar kunnen we veel meer van maken.”
,,Vitesse? iedereen eromheen is er nu meer mee bezig dan wij. Zaterdag in de bus werd er met het bestuur over randzaken gesproken. Wij Volendammers zijn nuchter, maar de jongere spelers zullen er al wel aan denken, dat kan niet anders, het is ongezond als je dat niet hebt. Maar we moeten het even over de wedstrijd van zaterdag tegen Achilles Veen tillen, eerst die winnen.”
,,Maar reken maar van mooie sfeerbeelden volgende week, zoveel mensen op het complex, leuk om mee te mogen maken. Maar het koppie moet erbij blijven, je wilt niet afgaan, anders worden het negentig lange minuten..”
,,Qua voorbereiding moeten we geen gekke dingen aan de hand gaan halen. Dat iedereen gewoon aan het werk gaat en zorgen dat je er op tijd bent. Het is een wedstrijd op zich, mentaal gezien, kun je best een keer zo’n wedstrijd spelen na je werk. Ja, mijn wekkertje gaat gewoon om vijf uur, ik vind het persoonlijk prettig om in mijn ritme te blijven. Vrij nemen en in de bank of bed liggen, werkt averechts. Je moet doen waar je jezelf goed bij voelt.”
Zijn zoontje speelt inmiddels bij de mini’s van de RKAV. ,,Of ik jeugdtrainer word? Dat zit er voorlopig niet in. Het is het leukste spelletje dat er is, dus zolang ik het zelf nog kan doen… Misschien later.” Zelf keek hij als kind uit op het stadion van de FC. ,,Ik zat op de toenmalige Nicolaasschool. Trapte ik buiten een balletje, dan zag je de spelers komen en gaan. Jeugdtrainers zeiden dan: ‘als je je best doet, kun je tussen die masten komen te spelen. Dat was ieders droom. Vervolgens zat ik als supporter op de tribune en daarna maakte ik mijn debuut en scoorde toen zelfs. Later stond ik op de botter, tijdens het kampioenschap, dat is onbeschrijflijk. Ik heb acht keer in de basis gestaan dat seizoen, dus mijn bijdrage was gering. Maar toch, ik heb er gestaan.”

|Doorsturen

Uw reactie