‘Hangen Jan Poep!’
Onze redactie aan het woord: Kevin de Boer
Op de meest willekeurige momenten licht m’n telefoon op. Vaak staat er ‘pats’, maar ‘boem’, ‘hoppa’ en ‘hangen Jan Poep’ passeren ook vaak de revue. Het blijft dan verder vaak stil in de groepsapp. Verdere uitleg is er niet nodig, want iedereen begrijpt wat het betekent en stemt er stilzwijgend mee in.
Bij mij staat het scherm zeer zelden ‘op groen’. Ik leer dan ook vaak pas de dag erna dat bijvoorbeeld Joey Veerman in Oranjeshirt een prachtige ‘pats-waardige’ goal heeft gemaakt tegen Duitsland. De samenvatting van de wedstrijd wordt wel meteen gekeken en de goal bewonderd. Maar verder vermoei ik me niet met details.
Het is vanaf een veilig afstandje verwonderlijk om te zien hoe een potje bal grote volwassen mannen kan ontroeren tot tranen, ze euforisch kan maken of ze een hele dag bloedchagrijnig kan achterlaten. Maar misschien moet ik een spiegel bij mezelf voorhouden en erkennen dat juist ík de chagrijn ben op het feestje die z’n kinderlijke enthousiasme is verloren. Als jochie, spelend bij de ‘E’tjes’, was die beleving namelijk heel anders. Helemaal als het Nederlands elftal speelde, voelde ik dat tot diep in m’n lurven. Ruim voor tijd zaten we met de hele familie klaar voor de buis. Rood-wit-blauwe schmink op de wangen en oranje chips op tafel. Tijdens het WK van ‘98 en het EK van 2000 was het bij alle buurtkinderen traditie om elke goal te vieren door een rondje te rennen om de buurt. De onvergetelijke EK-kwartfinale tegen Joegoslavië, met het Oranje van Stam, Kluivert en Overmars, zorgde ervoor dat we door het vele rennen de halve wedstrijd misliepen.
Na tien moedeloze jaren heb ik zomaar zo’n voorgevoel dat het Oranje van Veerman deze zomer mijn innerlijke tij kan gaan keren en me vele rondjes om de buurt zal laten rennen.
