Balcontrole
Als mijn wieg in een ander dorp had gestaan, had ik waarschijnlijk geen gezin gehad. Dan zat ik nu alleen in een flat. Allemaal omdat ik niet weet wat ik met mijn armen moet doen als er muziek aanstaat.
Gelukkig ben ik opgegroeid in Volendam. Hier mag je aan de bar blijven staan als je een vrouw leuk vindt. Ze hoeft niet eerst te zien of je gevoel voor ritme hebt om te bepalen of ze het aandurft.
Op de Dijk ‘ga je gewoon met elkaar’. Je praat wat, appt wat en op een gegeven moment heb je verkering. Je benen en schouders worden daar verder niet bij betrokken.
Buiten Volendam moet je eerst de dansvloer op.
Daar sta je dan. Je ziet een deerne die je wel bevalt. Ze staat aan de andere kant van het café. Eén blik op haar is genoeg. Je ziet gelijk een prachtige toekomst voor je. Een huis. Een huwelijk. Twee kinderen. Een labrador.
Maar eerst moet je een foxtrot in de strijd gooien.
In de natuur gebeurt dat ook. Dan zet een vogel zijn gekleurde kraag op en begint hij hysterisch op een tak heen en weer te springen. Dat vinden we prachtig. Daar sturen we een cameraploeg voor naar een of ander afgelegen eiland.
Het verschil is alleen dat je tegen zo’n beest niet kunt zeggen: ga anders even met haar praten.
Bij mensen is die mogelijkheid er wel. Maar buiten Volendam is die memo nooit aangekomen.
Hoe begin je überhaupt? Eerst de benen? Meteen de armen erbij? Wat doe je met je bier? Hou je dat stil en beweeg je eromheen? En als er iemand naar je kijkt, moet je dan doorgaan?
De avond ervoor heb je thuis al voor de spiegel geoefend. Want ja, je wilt ook niet alleen oud worden. Je zette je glas op de vensterbank en probeerde iets met je schouders. Je schrok er zelf van.
Toch ga je zaterdag de dansvloer op. Voor haar. Voor jullie toekomst. Voor die labrador.
Je beweegt. Af en toe kijk je opzij of de freule het al heeft opgemerkt. Of de vernedering inmiddels groot genoeg is om een gesprek te rechtvaardigen.
Niets.
Ze praat met een vriendin.
Je gaat wat uitbundiger bewegen. Blijkbaar is de boodschap nog niet aangekomen. Maar hoe meer je beweegt, hoe kleiner je je gaat voelen.
En dan komt er een gozer binnen die vroeger op dansles heeft gezeten.
Dat zie je meteen. Daar heeft zijn moeder voor gezorgd. Die bracht hem op zijn achtste naar jazzballet, terwijl die van jou dacht dat je meer aan voetbal zou hebben. Daar sta je nu. Je kunt een bal doodleggen, maar je hebt niemand om mee samen te wonen.
Hij heeft dezelfde vrouw gezien. Uiteraard.
Hij danst haar kant op en zij lacht. Binnen een halve minuut is je hele toekomst van eigenaar gewisseld. Je vrouw. De kinderen. Het huis met de ruime tuin. Zelfs die hond loopt glimlachend met hem mee.
Beetje dramatisch misschien. Maar als we hier moesten dansen om een vrouw te scoren, stond het halve dorp iedere zaterdag alleen aan de bar.
Behalve Kees Tol. Onze eigen Michael Jackson. Alleen heeft geen enkele vrouw daar iets aan.