De richting kwijt
Ik weet dat we in Volendam niet zo van verandering zijn. Dat hoeft ook niet. Wat we hebben, werkt. Goed is goed. Maar buiten het dorp… daar gebeurt iets. Iets nieuws. Iets dat hier nog een beetje vreemd voelt, maar misschien toch de moeite waard is om voorzichtig binnen te laten. Ik wil de deur een stukje openzetten. Niet te ver. Gewoon op een kier.
Buiten Volendam rijden namelijk ook auto’s. Maar er is een klein, cruciaal verschil. Van buiten zie je het niet direct. Zelfde vorm, zelfde snelheid, zelfde type bestuurder dat onderweg op zijn telefoon kijkt. Het verschil merk je pas als je erachter rijdt, of ervoor staat: die auto’s geven richting aan.
Ze hebben daar een systeem voor. Een hendeltje naast het stuur. Je tikt ’m aan en er begint een oranje lampje te knipperen. Het is een soort aankondiging van je volgende stap. En gek genoeg begrijpt iedereen het. Het werkt. Mensen weten waar ze aan toe zijn. Ze kunnen anticiperen. Remmen. Wachten. Overleven. Het verkeer verandert van een gokspel in iets wat bijna logisch is. Ik weet het, het klinkt spannend. Misschien zelfs een beetje overdreven. Maar ik heb het gezien. Het bestaat echt.
Hier doen we het anders. Hier is autorijden nog een vorm van improvisatie. Je kijkt, je schat in, je gokt. Op een rotonde sta je te wachten en probeer je te lezen wat die ander gaat doen. Dat lukt nooit helemaal, want die ander houdt voor zich welke kant hij opgaat. Als fietser leer je snel. Altijd rekening houden met het onverwachte. Want dat komt. Zonder aankondiging, maar met plankgas. Voetgangers ontwikkelen vanzelf een zesde zintuig. Je denkt dat je kunt oversteken, maar ergens weet je: deze gaat ‘m om nog even doortrekken en slaat dan op het laatste moment af. Zonder knipperlicht. Want waarom zou je?
Het gekke is: het zit er gewoon op. Op elke auto. Ook hier. Alleen doen we er niets mee. Het werkt prima. Het kost niks. Het vraagt alleen een kleine beweging en een beetje bereidheid om anderen iets te laten weten. Maar veel mensen lijken daar moeite mee te hebben. Richting aangeven wordt hier beschouwd als een linkse hobby. Iets voor zachte broeders en vegetariërs.
Maar goed. Laten we het niet meteen te groot maken. We kunnen klein beginnen. Een proefproject. Eén straat. Eén rotonde. Met begeleiding. Iemand die naast je zit en zegt: ,,Rustig, tik ‘m maar aan.”
Kijken wat er gebeurt.
Of we laten het zo. We blijven gewoon gokken. Doen we al jaren. Gaat meestal net goed.
