Weet je nog, díe kermis?
Kermis levert ieder jaar weer verhalen op. Sommige zijn niet geschikt voor het daglicht, andere worden jaren later nog altijd verteld als vrienden of vriendinnen bij elkaar zitten. In de aanloop naar de kermis halen we de komende weken een aantal van die onvergetelijke momenten op. Volendammers van verschillende generaties vertellen over hun mooiste kermisherinnering. Van de eerste rondjes op de kermis als kind tot legendarische avonden in de kroeg, bijzondere momenten op het podium en nachten waarom nét iets te diep in het glaasje werd gekeken. Verhalen die de kermis maken tot wat-ie is.
Charles Sens (56)
Als Charles Sens terugdenkt aan zijn mooiste kermismoment, belandt hij rond 1999 op een maandagochtend in de AMVO. De Sjonnies zouden optreden en de zaal zat al bomvol toen een halfuur voor aanvang de telefoon ging. De manager van de band wilde weten hoe hoog het podium was.
,,Vijftig centimeter, zoals altijd. De AMVO is natuurlijk ook geen ontzettend hoge zaal. Maar hij zei: ‘Dan komen we niet. Wij hebben een podiumeis en dat moet minimaal een meter hoog zijn.’”
Charles’ vader ging de discussie aan, maar met een volle zaal en een optreden dat ieder moment moest beginnen, waren de mogelijkheden niet eindeloos. Uiteindelijk beloofde hij dat het geregeld zou worden. ,,Dus terwijl de hele AMVO vol stond, hebben we het podium met bierkratten verhoogd.”
Daarmee waren ze er nog niet. Eenmaal gearriveerd, kwam De Sjonnies met de volgende eis: er moesten dranghekken rond het podium komen. ,,Die hadden we natuurlijk helemaal niet. Ze zaten boven in de kleedkamer en zeiden: zonder dranghekken treden we niet op. Ze waren bang dat het publiek het podium op zou komen.”
Onder het personeel begon de stemming ondertussen langzaam om te slaan. ,,Er hing wel een sfeertje van: wie denken die gasten eigenlijk dat ze zijn?” Uiteindelijk werd ook daarvoor een oplossing gevonden. Er kwamen extra mensen bij de deur te staan om ervoor te zorgen dat de zaal niet nóg voller werd. Charles’ vader nam zelf ook plaats bij de ingang.
En toen begon het optreden. Alle ergernis verdween als een koud glas bier met kermis. ,,Ze waren helemaal top. Binnen de kortste keren stond de hele zaal op z’n kop.” Halverwege kondigde zanger Ronnie Ruysdael aan dat de band een nieuwe cd had meegenomen. Wie wilde hem hebben? Iedere hand in de AMVO ging omhoog.
Ruysdael bedacht ter plekke een wedstrijd. ,,Hij zei: ‘Degene die als eerste zijn sokken op het podium gooit, krijgt de cd.’ Binnen no time vlogen er zeshonderd paar sokken door de zaal. Het was één grote gekte.”
Toen de rust die middag eindelijk was teruggekeerd, volgde voor Charles en het personeel nog de gebruikelijke schoonmaak. Alleen zag die er ditmaal iets anders uit. ,,Normaal veegden we bierviltjes en andere troep bij elkaar. Nu stonden we overal sokken op te ruimen”, lacht hij. ,,Dat optreden maakte uiteindelijk een hoop goed.”
Favoriete kermisliedje
No Pictures Please – Hare Krishna
Kermis is voor mij…
,,Vier dagen lang werken in een ontzettend gezellige sfeer.”
Agatha Schilder (70)
Wie dokter Agatha een beetje kent, weet dat ze tijdens de kermis zelden ergens achteraan staat. Het liefst vooraan bij het podium, midden tussen de mensen. Dat was vroeger al zo. Eind jaren tachtig begon de kermis vaak gewoon thuis. ,,We hadden overal kermisploegen. In de schuur, in huis, bij mijn schoonmoeder. Daar haalden ze zelfs de bankjes uit de dansschool, zodat iedereen gezellig kon zitten.” Daarna trok het gezelschap richting De Smederij. ,,Het was de tijd waarin de allereerste kermisplaten opkwamen, zoals Leverworst en Plakanne van Los in ’t Vestos. Geweldig was dat. De maandag stelde als kermisdag toen eigenlijk nog nauwelijks iets voor. Bijna niemand ging op pad. Wij wel. Om half acht ’s ochtends stonden we aan de deur van De Smederij te voelen”, lacht ze. ,,Dat had iets bijzonders.”
Toch ligt haar allermooiste kermisherinnering veel dichterbij. Want hoe gek Agatha ook op de kermis zelf is, uiteindelijk draait het voor haar vooral om haar drie dochters. Op zondagochtend gaan moeder en dochters steevast verkleed op pad richting de Vrouwenochtend. En wanneer ze thuiskomen, wacht er nog een traditie. ,,Dan maak ik een enorme pan spaghetti en komen alle vriendinnen van mijn dochters hier eten. Een advocaatje met slagroom toe. Dat hoort er gewoon bij.”
Drie jaar geleden dreigde die traditie voor het eerst weg te vallen. Een paar dagen voor de kermis kreeg Agatha een netvliesloslating. Ze werd op dinsdag geopereerd en moest daarna rust houden. Kermis vieren zat er dat jaar niet in. Maar daar dachten haar dochters en hun vriendinnen anders over.
,,Op zondagochtend kwamen ze ineens allemaal bij me binnen. Met gouden pruiken op en witte T-shirts aan met op de achterkant: ‘Spaghetti eten bij dokter Agatha’. Ze hadden zelfs sokken laten maken met mijn hoofd erop.” Agatha kon zelf niet naar de kermis, dus brachten de meiden de kermis naar haar toe. ,,We hebben zó verschrikkelijk gelachen. Al mijn meiden waren erbij. Uiteindelijk was dat mijn mooiste kermis, terwijl ik er zelf niet eens bij kon zijn.”
Die ochtend vat eigenlijk alles samen wat kermis voor Agatha betekent. ,,Samen zijn met heel veel mensen die je kent en die allemaal blij zijn. Vier dagen lang alleen maar blije mensen om je heen. En natuurlijk mijn gezin, mijn dochters. En met mijn kleinkinderen door de kramen. Uiteindelijk is dát voor mij het allermooiste aan kermis.”
Favoriete kermisliedje
Sibbele – Crelis & Gaartje
Kees Mühren (65)
Voor Kees Mühren betekende kermis jarenlang vooral werken. Van 1983 tot 2000 stond hij achter de bar van zijn eigen Den Egelantier en maakte hij van dichtbij mee wat zich daar vier dagen lang afspeelde. Een oude foto die hij onlangs ontving, brengt hem terug naar die tijd. Kees draagt daarop een T-shirt van Willem Duyn, die dat jaar kwam optreden.
,,Willem was gruwelijk duur”, lacht hij. ,,Om een deel van de kosten terug te verdienen, liet ik speciale T-shirts maken en verkocht die in het café. Op de voorkant stond Willem Duyn afgebeeld met een groot glas bier en de tekst: Willem gaat ervoor. Op een gegeven moment zat de hele bar in zo’n shirt.”
Eén nummer van Duyn was in Den Egelantier destijds uitgegroeid tot dé hit: Wat ’n Rare Man. Dus toen de zanger op het podium stond, wachtte iedereen op dat ene liedje. Alleen stond het niet op zijn repertoire. ,,Daar zaten 150 man, allemaal met zo’n shirt van Willem aan, en hij deed hem gewoon niet. Ik kon lullen als Brugman, maar het ging niet gebeuren.”
Ieder jaar haalde Kees artiesten naar het café. De kleurrijke figuren kwamen en gingen. ,,En als ze bij mij klaar waren, gingen ze daarna de Dijk op. Dan had ik ze 1500 gulden betaald en stonden ze vervolgens in de Wirwar voor niks te zingen, gewoon omdat ze het daar gezellig vonden.” Toch waren zijn favoriete kermisartiesten geen grote namen. Dat waren Jacob Schilder en Jaap Jäger, twee vrienden die als Jacopf en Jäger jarenlang het huisorkest vormden. ,,Hilarisch was dat. Daar heb ik de mooiste herinneringen aan.”
Maar wanneer Kees over de kermis van vroeger praat, gaat het uiteindelijk vooral over tradities. Schellevis eten op maandag. Een bos bloemen en een zak oliebollen voor je moeder meenemen aan het einde van de kermis. ,,Dan waren ze vier dagen dronken geweest en gingen ze met een bos bloemen en een zak oliebollen naar huis. Moest er toch nog even iets goedgemaakt worden”, lacht hij. Voor Kees zit daarin de charme. Dezelfde mensen, dezelfde gewoontes en ieder jaar weer die vaste momenten. ,,Dat is kermis. Een feest der herkenning. Tradities in ere houden. Of je nou ieder jaar naar dezelfde kroeg gaat of op maandagavond met bloemen en oliebollen thuiskomt: het gaat om die tradities.”
Favoriete kermisliedje
De Dekkerband – Volendammer Volkslied