Jaap de Witte over spieringlucht, zeemanschap, de Lullo’s en de laatste vissende botter van Volendam
Toen de laatste botter vertrok
Op de Dijk stond het volk rijen dik toen de VD230 van eigenaar wisselde. De oude vissersbotter — verweerd door wind, water en jarenlang zwaar werk — werd die dag verkocht aan een groep studenten uit de grote stad. Ze stapten met wijnflessen, gebak en grootse plannen het ouderlijk huis van Jaap de Witte binnen. ,,Het waren net de Lullo’s van Jiskefet,” zegt hij lachend. De studenten kochten het schip van Jaaps vader en oom, doopten haar om tot De Bul en besloten korte tijd later enigszins naïef koers te zetten richting Engeland. In Volendam waren de meningen over dat avontuur verdeeld. ,,Sommigen zeiden: ze gaan eraan. Anderen kenden weer verhalen van botters die tijdens de oorlog vier keer heen en weer waren gevaren.” Voor Jaap is het verhaal van dat schip onlosmakelijk verbonden met zijn jeugd, zijn vader en een verdwenen visserswereld vol vrijheid, armoede, sterke verhalen en de traumatische stank van spiering.
Lees het volledige artikel in de NIVO van woensdag 3 juni.
