Vandaag geopend: 08.00 - 17:30

All posts by De redactie

Piet Keizer: de roadie die rockster werd n

‘Het gebeurt je niet iedere dag dat je voor een band als The Cats wordt gevraagd…’

,Nou, ging lekker toch?’ Was de reactie in kenmerkende Volendammer stijl van zijn al beroemde bandgenoten na zijn debuutoptreden. Een korte, misschien zelfs nonchalante opmerking, maar Piet wist dat het goed was. ,,In Volendam hoor je het alleen als het níet goed is”, lacht hij. Als twintigjarig broekie werd Piet Keizer (69) gevraagd om The Cats tijdelijk te komen versterken. Hij zou de rol van Cees ‘Poes’, die aan stemproblemen leed, gedurende drie maanden op zich moeten nemen. Na de terugkeer van de ‘Without your love’-zanger zou Piet Veerman weer de enige Piet in The Cats zijn. Het lot bepaalde anders: Piet bleef een ‘Cat’ tot het moment waarop het doek viel voor de immens populaire band.
Door Kevin Mooijer

[ads id=66]

Dat Piet als jong knaapje geïnteresseerd raakte in de muziek, kwam niet geheel onverwacht. Zijn vader, Lucas Keizer, was namelijk fervent muzikant. Als naamgever van de Lucas Keizer Band en later als bandlid tijdens het tweede leven van De Evoband, maakte Piets vader naam in de lokale muziekscene. ,,Ik was een jaar of elf toen mijn vader uit het niks vroeg wat voor instrument ik graag zou willen leren bespelen”, herinnert Piet. ,,Gitaarspelen leek me wel iets. Niet veel later kwam hij thuis met een akoestische gitaar. Die gitaar heb ik nog steeds staan. Op het moment dat ik die gitaar voor het eerst in mijn handen kreeg, wist ik dat ik uiteindelijk een band ging starten.”

Bandjes
Met zijn gitaar onder de arm liep de elf jaar oude Piet door Volendam, op weg naar een gitaarleraar. ,,Zoals zovelen begon ik destijds met gitaarles bij Dick ‘Corn’ van The Skyriders. Daarna heb ik nog even les gehad van Evert Woestenburg. Sologitaar werd bijna nog niet gespeeld, ik leerde dus alleen de basis: akkoorden pakken en bij hoge uitzondering een tokkeltje spelen. Zo ben ik de daaropvolgende jaren aan de slag gegaan. Met in mijn achterhoofd het doel om een eigen band te formuleren, bleef ik oefenen.”
Rond zijn vijftiende levensjaar deed de langverwachte kans zich voor. ,,Jan Veerman, een vriend van me, stelde voor om samen een bandje op te richten. Dat klonk als muziek in mijn oren. We gingen direct op zoek naar geschikte lotgenoten. Met onder meer Jan Keizer en Lida Bond stelden we een mooie groep samen. Vanaf dat moment zouden we bekendstaan als The Q-Tips. Na een paar repetities stonden we al op de bühne. Ondanks dat we een coverbandje waren, kwamen we door heel Noord-Holland en Friesland te spelen. We schopten het zelfs tot voorprogramma van The Cats. Na verloop van tijd ging het zo lekker met The Q-Tips dat we plannen maakten om eigen werk op te nemen. Alles was in kannen en kruiken, maar de BZN gooide roet in het eten. We stonden al met één been in de studio toen ze onze zanger wegkaapten”, lacht Piet. ,,Jan Keizer vertrok om drummer van BZN te worden. We zijn met The Q-Tips nog een tijdje doorgegaan met mij als zanger, maar eigenlijk was het vanaf dat moment afgelopen met de band.”
Na een tijdje niet in de muziek actief te zijn geweest, vroeg Piet aan zijn goede vriend en Cats-roadie Jan ‘de Koster’ Schilder, of hij eens mee mocht naar een optreden. ,,Jan was binnengekomen als broer van Jaap, de gitarist en koorzanger, maar was inmiddels uitgegroeid tot vaste roadmanager van The Cats. Uit nieuwsgierigheid vroeg ik of ik niet eens mee mocht met die jongens, maar aan het einde van de avond kreeg ik een baan aangeboden. Ik kon fulltime roadie van The Cats worden. Dat zag ik natuurlijk wel zitten. Een beetje het podium opbouwen, instrumenten aansluiten, soundchecken en af en toe invallen tijdens repetities.” Piet lacht: ,,Als ik het zo opsom klinkt het misschien charmant, maar een leven als roadie bestaat natuurlijk voornamelijk uit sjouwen.”

‘Van degene die de spullen klaarzet
naar degene
waarvóór de spullen worden klaargezet’

,,Het mooiste van mijn functie waren de repetitieavonden. Als er iemand even later was, mocht ik invallen. De ene keer was ‘Schuimpie’ te laat, dan zat ik te drummen, de andere keer was Cees, Jaap of Piet te laat en stond ik gitaar te spelen en als Arnold er nog niet was speelde ik bas. En meezingen met die fenomenale koren hé. Zo leerde ik niet alleen ook te drummen en bassen, maar raakten The Cats en ik op elkaar ingespeeld. Die invalbeurten hebben later natuurlijk zijn vruchten afgeworpen voor mij.”
Hoe de eerste invalbeurt precies ontstond kan Piet helaas niet meer voor de geest halen. ,,Die jongens wisten dat ik in een bandje had gezeten. Ze wisten dat ik gitaar speelde en kon zingen. Dat ik uiteindelijk tijdens repetities de zesde man werd is daar ongetwijfeld door ontstaan. Arnold of Piet zal iets hebben geroepen als: ‘Piet, pak jij die gitaar even tot Jaap er is’.” Waar menig muzikant er een stukje arm voor over zou hebben om met The Cats te mogen spelen, blijft Piet Keizer er nuchter onder. ,,Ik werkte dagelijks met ze. Voor mij was het gewoon mijn baan. En invallen tijdens de repetities was daar onderdeel van.”

Zweden
Na twee jaar als roadie van de populairste band van het land te hebben gewerkt, ontstond er unieke kans voor de Piet. ,,Cees ‘Poes’ kreeg last van stemproblemen en zou drie maanden nodig hebben om te herstellen. De agenda stond echter vol met optredens, om aan die contracten te kunnen voldoen moest er een tijdelijke vervanger voor Cees worden aangesteld. Ik zat nietsvermoedend in de kroeg toen ‘Schuim’ naast me kwam zitten. Hij vroeg of ik auditie wilde doen voor de tijdelijke functie. Een mooiere promotie kan je denk ik niet maken. Van degene die de spullen klaarzet naar degene waarvóór de spullen worden klaargezet. Uiteraard stemde ik in met de auditie. Tot op de dag van vandaag weet ik niet of ze ook andere kandidaten hebben benaderd, maar terugkijkend denk ik dat ik de logische keuze was. Ik had dagelijks met ze te maken, kende de jongens en het repertoire goed en speelde al regelmatig met ze samen.” Het resultaat is bekend. Piet zong een drietal liedjes van Cees en werd aangenomen.
,,Hoewel mijn rol in The Cats slechts drie maanden zou gaan duren, beheerste mijn naam toch de landelijke headlines. Ik wist niet wat me overkwam, in één klap was ik bekend in Nederland. Verschillende grote kranten en dagbladen vroegen interviews aan, er werd een fotoshoot georganiseerd, ik kwam op televisie, en in de tussentijd had ik een week de tijd om het volledige Cats-repertoire te memoriseren. Al het gitaarwerk, de koren en in sommige gevallen de leadzang. Je moet je voorstellen dat we in die tijd nog geen iPads op het podium hadden staan. Alle veertig liedjes moesten uit het hoofd.”
Piet kreeg een aantal boekjes met teksten, akkoorden en een stukje bladmuziek en ging aan de slag, wetende dat hij aan het einde van de week als professioneel muzikant richting Scandinavië zou vertrekken. Of hij er nu klaar voor was of niet. ,,Dat was het enige moment van spanning dat ik me kan herinneren, het moment waarop ik in Zweden het podium opstapte en tussen The Cats in stond. Het feit dat ik gemiddeld tien jaar jonger was dan de andere bandleden hielp daar niet bepaald bij.”
Volgens Piet was zijn debuutoptreden niet van gigantische omvang. ,,We speelden voor een paar duizend man, geen bijzonder grote show dus. Na afloop was het voor mij een kwestie van hopen dat ik het in de ogen van de gerenommeerde bandleden goed had gedaan. Die bevestiging kreeg ik op geheel Volendamse wijze in de kleedkamer: ‘nou, ging lekker toch?’, zei één van de jongens. Dat was voor mij een geruststelling. Na het horen van die vier woorden wist ik dat ik officieel door de keuring was.”

‘Ik was er al die tijd van uit gegaan dat ik
mijn taken als roadie weer op zou
moeten pakken,
maar Arnold zei: ‘blijf er maar bij’’

Vanaf dat moment stapte Piet in de sneltrein die The Cats heette. Gelijk na zijn eerste optreden in Zweden reisde de band door naar Duitsland, waar een geplande tournee in het verschiet stond. Een mooie kans voor Piet om vlieguren te maken. ,,Dat toertje was fantastisch om mee te maken als één van de bandleden. Negen dagen lang in grote Duitse steden voor een flinke opkomst spelen. En ik had beschikking over de beste instrumenten. Voor het ene nummer pakte ik Piet Veermans gitaar, daarna stond ik weer met een vintage Gibson Les Paul in mijn handen, dan weer een prachtig 12-snarig model, en ga zo maar door.”
Als jonge muzikant met beschikking tot de best denkbare instrumenten voelde Piet zich als een kind in een snoepwinkel. Ervan uitgaande dat zijn muzikale avontuur een kort leven beschonken zou zijn, genoot hij met volle teugen van het Cats-schap. Hij zou er even van mogen proeven, zo dacht hij. Daarna zou het weer een kwestie van sjouwen en tillen zijn. Het verhaal kreeg een andere wending. ,,De drie maanden die Cees aanvankelijk nodig had om te herstellen, bleken niet voldoende. Het werden vijf, misschien zelfs zes maanden. The Cats hadden in de jaren voor mijn tijd al een flinke naam opgebouwd en beschikten daardoor over een trouwe fanschare van gigantische omvang. De fans volgden de band op de voet, The Cats had geen geheimen voor ze. Fans zongen het complete repertoire woord voor woord mee, bezochten alle shows en hadden favoriete bandleden. Op het moment dat Cees hersteld was en terugkeerde, bleek dat ook ik fans had opgebouwd.”
Piet schiet in de lach: ,,Ze konden niet meer buiten me om. Nee, dat is niet waar, hoor. Ze konden zeker om me heen als ze dat hadden gewild, maar het was verstandiger om me erbij te houden. Ik was er al die tijd van uit gegaan dat ik mijn taken als roadie weer op zou moeten pakken – en dat had ik eerlijk gezegd ook niet erg gevonden – maar Arnold zei: ‘blijf er maar bij’. Achter de schermen hadden ze dat gesprek natuurlijk al gevoerd.”
‘Blijf er maar bij’, zo luidde de zorgeloze getuigenis van één van de prominente Cats-leden over het wel of niet aanblijven van een muzikant in de meest populaire groep van het land. De reactie van Piet Keizer zou al net zo flegmatiek zijn. Hij antwoordde iets in de trant van: ‘is goed, jongens. Prima.’ De stoïcijnse gesprekken waren ongetwijfeld de uitkomst van de tijd waarin ze leefden én de Volendammer gebruiken waar de hoofdpersonen mee waren opgegroeid. In die tijd leek men het niet altijd even nauw te nemen. Kijken waar het schip strandt, maar tegelijkertijd de nummer 1-hits aan elkaar rijgen. Het leek te werken voor The Cats, zo bleek ook in de studio.

Linda
,,Cees en ik kregen een soort gedeelde rol in de band. Ik kon hem hier en daar ontlasten en verder kreeg ik een aanvullende functie in het geheel. Een extra stem in de koren, een gitaar erbij en soms speelde ik piano. Niet alleen live ging dat zo, maar ook in de studio werd mijn bijdrage op waarde geschat. Ik weet nog dat we aan een album werkten en Jaap ‘de Koster’ tegen me zei: ‘zing jij dit nummertje eens’. Dat werd ‘Linda’, het eerste nummer waarop ik de lead zing. Het waren geen vooropgezette plannen, het liep allemaal gewoon zo. We hadden alle vrijheid in de studio. Dat hadden The Cats na al die successen wel opgeëist bij de platenmaatschappij.”
In 1973 vertrokken de Volendammers naar de Verenigde Staten op het album ‘Love in your eyes’ op te nemen. ,,We wilden een keer in een Amerikaanse studio werken. In Los Angeles werd ons die kans geboden door producer Al Capps. Om geen studiotijd te verdoen kwam Capps naar ons hotel. Op één van onze kamers moest iedereen om beurten zijn koorstem voorzingen. Daarna wilde hij het geheel horen. Dat hadden we natuurlijk wel onder controle, die koren waren ons signatuur. In de studio werd het instrumentale aspect opgenomen door sessiemuzikanten. En dat is iets dat je een keer moet hebben meegemaakt in je leven, het bijwonen van een opname met sessiemuzikanten. Om die mensen aan het werk te zien, dat is echt iets bijzonders. Ze kregen de bladmuziek van liedjes die ze nóóit eerder hebben gehoord en nog geen vijf minuten later spelen ze het feilloos weg. Alsof ze het nummer al járen samen spelen. Fouten worden niet getolereerd op dat niveau. Maakt een sessiemuzikant in dat klimaat twee foutjes, dan wordt de volgende naam op het lijstje gebeld. Enfin, zij zetten de drums, bas, toetsen en begeleidende gitaren op de band en wij zongen eroverheen. Daarna kwamen de orkestrale arrangementen en de kenmerkende sologitaar van Piet ‘de Koster’ erbij en dat was dat. Dan zat ons werk erop.”

‘Die samenzang
van vijf stemmen,
dat deed het hem.
Daar kwamen die
60.000 mensen voor
naar het Malieveld’

De grootheid van The Cats bleek wel toen hun thuisland lucht kreeg van een nieuwe single die aan de andere kant van de Atlantische Oceaan in de maak was. ,,Wij zaten letterlijk nog in Amerika toen we hoorden dat een nummer waar we aan werkten, ‘Be my day’, al op nummer 1 op stond in Nederland. Nog niemand had een ook maar één noot van het nummer gehoord, maar op basis van inschrijvingen bij platenzaken kwam hij op nummer 1 binnen. Dat was voor die tijd nooit eerder gebeurd.” Op de terugreis in het vliegtuig sloeg het noodlot toe voor The Cats. ,,Piet Veerman biechtte op dat hij wilde stoppen. Hij zou de optredens die in de agenda stonden afmaken en daarna zou hij de pijp aan Maarten geven. Piet zat tegen een burn-out aan en bovendien voelde hij het niet meer. Hij wilde rust pakken en daarna aan een solocarrière werken.”
Een jaar later viel het doek voor The Cats. ,,Ik heb drie en een half jaar in The Cats gezeten. Voor mij had er nog wel een paar jaar ingezeten. Ik vind het tot op de dag van vandaag jammer dat we stopten. Destijds gingen de jongens zonder Piet nog verder met televisie en radio uitstapjes, maar daar heb ik voor bedankt.”
Piet Keizer heeft het destijds nooit als ‘speciaal’ ervaren om lid van misschien wel de populairste Nederlandse band van de jaren ’60 en ’70 te zijn. ,,Het voelde gewoon als mijn baan. Begrijp me niet verkeerd, ik ben enorm bevoorrecht dat ik het mee heb mogen maken, maar voor mij waren die jongens geen sterren. Ik werkte dagelijks met ze, ook al voordat ik in de band kwam. Piet Veerman zag ik als maat, niet als grootheid. Op dat moment besef je niet wie er naast je staan. We konden in Volendam gewoon nog over straat en dat kunnen we nog steeds. Als je het leeft, realiseer je niet dat je de geschiedenisboeken in gaat. Terugkijkend ben ik er trots op dat ik er onderdeel van ben geweest, want laten we eerlijk zijn, het gebeurt je niet iedere dag dat je voor een band als The Cats gevraagd wordt.”
Zijn jaren in The Cats omschrijft Piet als ‘rock ’n roll’. ,,Onze muziek stond bekend om die imponerende arrangementen en de feilloze koren. Live hadden we slechts beschikking over één van die eigenschappen. Een orkest op het podium was geen optie, het moest dus van de koren komen. Tijdens optredens waren we maar een simpel rock ‘n roll bandje, maar dan wel met die koren. Dat onderscheidde ons live van andere acts. Die samenzang van vijf stemmen, dat deed het hem. Daar kwamen die 60.000 mensen voor naar het Malieveld.”

Fotogalerij

In de Nivo van vandaag, 29 december 2021

Wij wensen iedereen veel leesplezier met onder andere de volgende onderwerpen:

• KBO-nieuws: Ouderen hebben nakijken bij boosterprik
• Ben Bruidegom coördineerde ruim drie decennia oud papier-actie Hobrede
• Mona Keijzer, drie maanden na haar tegengeluid en ontslag
• Burgemeester Lieke Sievers blikt terug en kijkt vooruit
• Rijmend overzicht van het afgelopen jaar
• Jaaroverzicht Wijkraad Oude Kom
• Volendam, een paradijs voor vuurwerkvandalen
• Karina & Miranda: spontaniteit in spiegelbeeld
• Schoolpagina De Aventurijn

Fotogalerij

Vrieskou zorgt voor mooie plaatjes

Rond de Kerstdagen werd onze gemeente in wintertooi gezet door de vrieskou. Dat leverde prachtige plaatjes op, op meerdere momenten van de dag. Fotografe Merith Leeflang ging al vroeg op pad, bij zonsopkomst, samen met haar dochters.

 

Het laagje wit op het gras deed ‘fris aanvoelen’, maar de blauwe lucht en de zon zorgden per uur voor meer verwarming. Daarna werd het enkele dagen grijs, maar de eerste mooie plaatjes van Koning Winter hebben we kunnen vangen.

Schaatsen op natuurijs was nog geen optie, zoals elders in Nederland, maar wie weet ligt dat nog in het verschiet.

Fotogalerij

De Evoband: waar het allemaal begon voor de Volendamse muziek

,Vroeger dahn je dahnse op de Evoband…’

,,35 cent betaalden we voor een kaartje”, herinnert Klaas ‘Dekker’ Veerman (80) zich. ,,35 centen bij de Jozef aan de deur betalen en dan kreeg je een kaartje voor De Evoband in je handen gedrukt van die grote Schieterhout. De zaal was vol gezet met lage tafels en stoelen en voor het podium werd ruimte vrijgehouden voor een flinke dansvloer. Alles stond paraat voor een gezellig avondje pilzen, dansen en verkering zoeken.” Met twee pretoogjes waarschuwt Klaas: ,,Ja, ik kan hier een maand over praten hoor. Zonder te stoppen.” Samen met zijn broer Jack (67) haalt de Dekker-telg herinneringen op aan hun vaders bandje dat ergens in de vroege dertiger jaren werd opgericht. De Evoband zou daarmee de eerste band in de historie van Edam-Volendam worden.
Door Kevin Mooijer

[ads id=66]

‘Vroeger dahn je dahnse op de Evoband…’. Met die regel eerden Klaas en zijn broers hun vaders formatie al in 1984. Als De Dekkerband brachten de gebroeders Veerman een hit uit die vanaf het moment dat hij de studio verliet, bekendstaat als hét lied van de Volendammer. Sindsdien is het in Volendam zo dat kinderen éérst het ‘Volendammer volkslied’ leren meezingen en pas dan in volledige zinnen leren spreken. Wellicht is De Evoband door die kleine vermelding ook bijna honderd jaar na de oprichting nog altijd een begrip onder de jeugd. Jack: ,,Als onze vader nog had geleefd tijdens de Dekkerband-periode, dan had hij met ons op het podium gestaan. Daar ben ik zeker van.”
Thoom ‘Dekker’ Veerman, de stamvader van het notoire, muzikale gezin, werd geboren in 1910. ,,Alles was muziek bij hem. Van zijn geboorte tot zijn dood heeft onze vader muziek geademd. Al op jonge leeftijd speelde hij in het korps. Zo had hij alle muzikanten in de regio leren kennen. Fanfare- en tamboerkorpsen waren destijds de enige uitingen van livemuziek. Dat was de enige manier om als liefhebber muzikanten samen te zien spelen.”
Thoom is zijn leven lang betrokken geweest bij het korps. Hij kwam er binnen als onervaren trompettist en hij stierf er als bedreven dirigent. Hoewel hij te jong gestorven is, heeft het symbolisch iets moois dat de leider van het korps juist daar, op een repetitieavond het leven liet. Thoom kreeg ergens in zijn vroege twintiger jaren het idee om een bandje op te richten. Ondanks zijn grote liefde voor het korps, was hij op zoek naar meer. Hij jaagde iets na dat nog niet bestond in zijn omgeving. Klaas: ,,Hoe dat zo kwam, weten we niet zeker. We vermoeden dat het een gevolg is van zijn grote liefde voor muziek van pioniers als Benny Goodman, Glenn Miller en Louis Armstrong. Ik weet nog goed dat hij een keer met uis Kees naar een show van Benny Goodman was geweest in het Concertgebouw. Hij had de hele avond met tranen over zijn wangen staan kijken, zó mooi vond hij het. Ik vermoed dat die voorbeelden hem geïnspireerd hebben een eigen band op te richten.”

‘Met muzikanten
uit Edam-Volendam
lag ‘EVo-band’
redelijk voor
de hand’

Begin jaren ’30 achtte Thoom de tijd rijp. Hij ging op zoek naar de beste muzikanten van de gemeente om zijn droom te verwezenlijken. ,,Vader speelde zelf trompet, klarinet, altsaxofoon, sopraansaxofoon en tenorsaxofoon. Hij kwam dus een heel eind, maar uiteindelijk kun je maar één instrument tegelijk bespelen. Wat hij verder nodig had was een drummer, zanger, pianist en nog een blazer.” De eerste muzikant die Thoom zou benaderen stond dicht bij hem. ,,Zijn zwager Jan Bootsman sloot zich aan als drummer en zanger. Microfoons waren toentertijd nog een utopie in Volendam. Ome Jan zong daarom tijdens liveoptredens door een megafoon, en zelfs dat was al grote luxe.”
Met een drummer annex zanger aan boord restte Thoom nog het vinden van de overige twee muzikanten. Hij vond ze in Edam. ,,Met de toevoeging van pianist en violist Henk van Essen en saxofonist Jo Spreeuw was de band compleet. Een bandnaam hebben ze denk ik niet heel lang over na hoeven denken. Met muzikanten uit Edam-Volendam lag ‘EVo-band’ redelijk voor de hand.”
Jack: ,,In de periode dat ik samen met mijn broer Cor in de band Alles speelde, zijn we ooit eens aangesproken door iemand die onze vader had ontmoet. Tijdens het inladen van de bus – na een optreden in de Noordbeemster – bood de uitbater van het café ons een bord warm eten aan. Dat was destijds een uitzonderlijk gebaar. De bus eenmaal volgeladen schoven we aan voor een lekkere maaltijd. In de hoek van het inmiddels verlaten café zat een oud vrouwtje naar ons te kijken. Ze bleef maar naar Cor en mij kijken. Op een gegeven moment wees ze naar ons en zei: ‘Jullie zijn toch niet toevallig van Thoom Veerman uit Volendam?’ Nadat we bevestigden dat Thoom onze vader was, ging ze haar man halen. Die man werd helemaal gek. Hij zette gelijk de flessen drank op tafel. We kwamen daar niet meer vandaan. Tijdens een optreden met De Evoband had onze vader daar een behoorlijke indruk achtergelaten bij de lokale bevolking van de Noordbeemster.”
,,De Evoband speelde een gezellig repertoire, maar wat er in de begintijd precies op de setlist stond durf ik niet te zeggen. Ik denk een mix van swingnummers en Nederlandstalige liedjes. Ze hadden in ieder geval geen eigen werk. De Evoband was een pure liveband, voornamelijk geschikt voor dansavonden en kermissen. Ze werden dan ook op zo’n beetje iedere kermis hier in de regio geboekt. Vroeger was dat vaak op zondag, maandag en dinsdag te doen. Dan bleven ze geregeld slapen omdat ze de volgende ochtend en middag weer op het podium stonden.” Klaas schiet in de lach: ,,Waar vader en zijn bandmaat Jan Bootsman op een gegeven moment ook om bekend stonden, was het bedenken van optredens. ‘Aal, morgen moeten we spelen. Dan ben ik dus weg’, zei hij tegen mijn moeder. Als ze dan vroeg waar hij moest spelen, bedacht hij iets: ‘in Het Herenhuis in de Beemster.’ En dan gewoon drie dagen aan de rol met zijn zwager. Die was ook ondeugend hoor, ome Jannie.”
Jack lacht het uit: ,,Schitterend, toch? In die tijd al dat soort gekkigheid. Mijn leeftijd zat me in de weg, waardoor ik ze nooit live heb kunnen zien. Dat vind ik nog altijd verschrikkelijk.” Klaas: ,,Jan Bootsman stopte met de band toen hij naar Dongen verhuisde. Hij was horlogemaker en begon daar een winkeltje. In De Evoband werd hij vervangen door Hein ‘Madoet’ Schilder.”
Het zijn voornamelijk losse fragmenten die de zoons van grondlegger Thoom ‘Dekker’ zich herinneren. Met uitzondering van hier en daar een persoonlijke ervaring uit Klaas zijn jeugd, moeten we het doen met anekdotes die de jaren hebben overleefd. Alledaagse activiteiten werden destijds nog niet vastgelegd, laat staan repetities van een lokaal bandje. ,,Ik dénk dat ze zowel in De Jozef als in Het Damhotel repeteerden. Voor alle vier de bandleden zo nu en dan een thuiswedstrijd”, vervolgt Klaas. ,,Ze speelden in die tijd nog niet versterkt. Pas véél later kreeg je de eerste microfoons. Die moesten ze zelf kopen want De Jozef had hem niet. Uiteindelijk raakten ze eraan. ‘Hebben jullie inmiddels wel een luidspreker? Anders komen we niet, zie je’, werd er dan gezegd. Een beetje pressen kan geen last.”

‘Als kind heb
ik wel eens in
de orkestbak van
De Jozef achter
mijn vader gezeten’

Hoewel Thoom al over het enige bandje in de regio beschikte, droomde hij nóg groter. In de geest van de indrukwekkende Amerikaanse bigbands en orkesten die hij zo liefhad, breidde hij De Evoband uit in 1936. Met toevoeging van een groep collega-muzikanten uit het Volendammer korps vormde hij een gelegenheidsformatie onder dezelfde naam. Klaas neemt een sprekende, nostalgische groepsfoto ter hand en gaat het rijtje muzikanten af: ,,Lou Buijs, Klaas Tol, Klaas ‘Dekker’ Veerman, Japie de Boer, Thoom ‘Dekker’ Veerman, Japie Kokkie, Jentje Bond, Freek Veerman ‘Verolie’, Hein Tol, Jentje de Boer, Hein Schilder ‘Madoet’ en Jan de Boer.”
Hij valt even stil: ,,Wat een ongelofelijk mooie foto is dit, echt prachtig. Als kind heb ik wel eens in de orkestbak van De Jozef achter mijn vader gezeten. Als ze met de grote formatie speelden was mijn vader dirigent, hij speelde dan zelf niet mee. Dat houd je niet voor mogelijk, hoe mooi dat was. Ik was gelijk verkocht. Daardoor ben ik zelf trompet gaan leren spelen.”
Tijdens zijn vroege muzikale carrière was Thoom bandleider, speelde alles weg, was zelfs dirigent, maar muziek schrijven kon hij niet. ,,Het lezen van muziek had hij geen moeite mee, maar schrijven is een vak apart. Hij kocht zijn bladmuziek dus in een muziekwinkel in de Leidsestraat in Amsterdam. Met zijn regelmatige bezoekjes aan de hoofdstad hield hij het Evoband repertoire actueel. Op een gegeven tijdstip ergens eind jaren ’30, begin jaren ’40 werd hem in die muziekzaak gevraagd of hij een Joodse jongen onderdak kon bieden in Volendam. Joden moesten grote steden natuurlijk ontvluchten en in Volendam was het een stuk rustiger met Duitsers. Vader wilde die jongen denk ik graag helpen, maar vanwege de razzia’s was het geen optie om hem thuis te verbergen. Dat bracht te veel risico’s met zich mee. Hij besloot een bed voor de jongen te timmeren in de pulenhokken. Daar heeft hij een jaar of twee ondergedoken gezeten. Als hij ontdekt zou worden door de Duitsers zou niet alleen hij de klos zijn, maar dan zou er ook een klopjacht worden opgezet om degene te vinden die hem daar had verstopt.”
Thoom vond een reden die het voor hem het risico waard maakte de jongen iedere zaterdag in huis te halen. ,,De ondergedoken jongen bleek van het conservatorium te komen. Op zaterdagochtend gaf hij mijn vader bijles in harmonieleer. Uiteindelijk hield de jongen het niet meer uit in de pulenhokken. Hij werd wandelend op de dijk gesignaleerd. Mijn vader werd gewaarschuwd en ze hebben hem diezelfde dag nog overgebracht naar een andere schuilplaats.”
De Evoband zou tijdens de oorlog voor zowel de bezettende als de bevrijdende militairen spelen. ,,Terwijl hij in de pulenhokken een Joodse jongen verscholen hield, stond hij in Van Diepen te spelen voor een publiek waar ook Duitse soldaten tussen stonden. Na de bevrijding heeft De Evoband een optreden voor Amerikaanse soldaten gespeeld. Hoewel hij niet zo’n prater was, vertelde hij daar graag over. Die Amerikanen hadden ook nog nooit meegemaakt dat een bandje alle hits uit die tijd – zelfs liedjes uit hun thuisland – speelde. Hartstikke bijzonder om dan voor die jongens te mogen optreden natuurlijk. Daar was hij denk ik best trots op.”
Begin jaren ’50 gooiden de Evoband-leden de handdoek in de ring. Klaas: ,,Mijn vader kreeg het te druk met zijn aannemersbedrijfje. Het was niet meer mogelijk om de twee te combineren. Hij stopte dus met de Evoband, maar bij het korps bleef hij actief. In één keer afscheid nemen van de muziek was onbespreekbaar.” Een paar jaar na het opdoeken van De Evoband werd op de deur geklopt bij huize ‘Dekker’. ,,Lucas Keizer kwam mijn vader vragen of hij de naam en het concept van De Evoband mocht gebruiken. Hij had de ambitie om De Evoband weer voort te zetten. Een tweede leven voor zijn bandje, mijn vader vond het prima.”

‘Ik voelde me
net een archeoloog
die een tombe in
Egypte mag openen’

Niet veel later stond in de Nivo van vrijdag 17 mei 1957 te lezen:
‘FANCY FAIR – Op 30 en 31 mei en 1 en 2 juni houdt de Jeugdbeweging weer een grote fancy-fair in Pius X. De Evoband zorgt voor opluistering’
De Evoband zorgde weer voor de muzikale omlijsting voor de populaire dansavonden en fancy fairs. ,,Samen met onder meer Joop Bouwman, Frederik Woestenburg, Jaap de Boer en Kees Buijs zette Lucas Keizer de band voort. Regelmatig zouden ze in De Jozef en de Pius X spelen. Eén ding stond vast, de áltijd uitverkochte avonden stonden garant voor een megafeest.” Klaas begint te lachen: ,,Lucas Keizer vertelde ooit dat ze speelden voor dertig gulden. Dertig gulden om te delen met de hele band. Dan werd er eerst even gevraagd of ze wel helemaal goed bij hun hoofd waren. Dat was natuurlijk veel te duur, maar uiteindelijk gingen ze overstag. Met de ‘nieuwe’ Evoband heb ik zelfs nog wel eens een nummertje meegespeeld op mijn trompet.” Nadat de lach van zijn gezicht verdwijnt, zucht Klaas: ,,Het is al zo lang geleden allemaal, die hele band en alle bewijsstukken ervan zijn met de tijd verloren gegaan.”
,,En toch is er één relikwie dat de geschiedenis heeft overleefd”, zegt Jack terwijl hij naar het drumstel wijst dat op de verschillende zwart-witfoto’s te zien is. ,,Bij de inrichting van Het Palingsound Museum in Smit-Bokkum werd mijn hulp gevraagd. Ik heb ze onder meer een aantal foto’s van mijn vader gegeven. Die foto’s wakkerden mijn interesse aan. Ik wilde achterhalen wie precies de drummers waren geweest in De Evoband en zodoende achterhaalde ik dat Japie ‘Kokkie’ Veerman uit de Zwaardstraat de laatste was. Via via kwam ik in contact met een zoon van hem. Ik vertelde hem over het Palingsound Museum en vroeg of hij misschien nog foto’s van zijn vader had als drummer van De Evoband. ‘Ik heb het hele drumstel’, zei hij. Ik zei natuurlijk dat dat onmogelijk was omdat het dan ruim tachtig jaar oud zou zijn. Hij nodigde me uit om samen op ontdekkingsreis op zijn zoldertje te gaan. Dat hoefde hij geen twee keer te vragen. Ik voelde me net een archeoloog die een tombe in Egypte mag openen. Na het weghalen van een paar knieschotten zag ik die basdrum staan. Hij had het complete drumstel écht nog staan. Wát een vondst. ‘Mijn vrouw wilde het al honderd keer weggooien, maar ik kon het niet’, zei hij. En daar zal ik hem eeuwig dankbaar voor zijn. Sindsdien is het volledig intacte drumstel in al zijn glorie te bewonderen in het Palingsound Museum. Het heeft op alle dansavonden in De Jozef en Pius X gestaan, het werd meegezeuld naar alle kermissen in de regio en het heeft op het podium gestaan tijdens optredens voor de geallieerden. Dat drumkitje is de oudste herinnering aan de Volendammer muziek. Het was erbij toen het bandjescircuit gesticht werd. Dat is toch onvoorstelbaar?”

Fotogalerij

Voormalig militair Jan Plat leeft nog altijd mee met Afghanistan n

‘Je had er nooit heen moeten gaan, dat bovenal’

Het verbaasde Jan Plat (35) niet dat de Taliban dit jaar de macht in Afghanistan weer overnamen. In 2005 en 2006 werkte hij er bijna een halfjaar als soldaat. Toen zag hij al hoe arm en daardoor opportunistisch de bevolking was. De ingestelde regering was ook corrupt. Kortom, alle ingrediënten voor een terugkeer van de dictatuur waren aanwezig. Jan leeft nog altijd mee met Afghanistan en verdiepte zich in de gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Daarbij verbaasde hij zich over het laconieke beleid van de Nederlandse regering. Volgens hem had iedereen met een beetje kennis van het Aziatische land een uittocht kunnen zien aankomen.
Door Laurens Tol

[ads id=66]

Jan Plat groeide op in Volendam, maar woont inmiddels al jaren met zijn gezin in Middelie. Defensie liet hij al lang geleden achter zich. Binnenkort is hij 12,5 jaar in dienst bij Brandweer Amsterdam. Hij werkt hier met plezier en is tevens onderdeel van het duikteam. In die hoedanigheid redde hij het leven van enkele mensen. Afgelopen augustus volgde Jan aandachtig het nieuws over de machtsovername in Afghanistan. Jan vertelt: ,,Ik wist dat zoiets wel gebeuren zou. Ik was al benieuwd hoe de Afghaanse regering en het leger de Taliban zouden kunnen tegenhouden. ‘Wij’ waren al uit Uruzgan en de Engelsen waren ook al weg. Binnen een mum van tijd was het alweer een zooi in het land. De mensen hebben niks in stand gehouden van wat er opgebouwd was. Je kon dus al zien: ze doen er ook niet heel veel aan.”
Jan vernam dat de Taliban in de afgelopen jaren al werden opgeleid in hoe een land te leiden. In Qatar werden ze klaargestoomd voor een toekomstige heerschappij in Afghanistan. Nu vindt hij het moeilijk om de situatie in het land te volgen, omdat er nauwelijks journalisten verblijven. Onlangs vierden de Taliban hun machtsovername en daarmee is het land terug bij af. Dat doet de vraag rijzen over de zinnigheid van alle inspanningen om het te verbeteren.
,,Je had er nooit heen moeten gaan, dat bovenal. Misschien is er wel wát bereikt. Je hebt laten zien wat democratie en een moderne economie zijn, hoe je voedsel kunt verbouwen en dergelijke. Maar als je nog steeds veel meer geld krijgt voor papaver om drugs van te maken, dan is de keuze van boeren snel gemaakt. Die leven nog in de middeleeuwen daar. Verbied dit soort mensen zoiets maar, zij moeten ook overleven. Het boeit hen niet wat er hier gebeurt met wat ze verbouwen. Als je het goed had willen doen in Afghanistan, dan had je er vijftig, zestig, zeventig jaar moeten blijven. Dan had je echt rustig de tijd kunnen nemen en waren de Taliban misschien uitgestorven.”

‘Bermbommen werden
vaak ’s nachts
geplaatst met
eenvoudige voertuigen’

Toen Jan werkte in het Aziatische land twijfelde hij al aan het nut van sommige werkzaamheden. ,,In de stad Tarin Kowt moesten we bijvoorbeeld betonnen vuilnisbakken bouwen. De mensen daar weten niet eens wat vuilnis is en dumpen gewoon alles. Ook moesten we een hele rij met openbare toiletten maken, terwijl de bevolking totaal niet gewend is aan onze sanitaire voorzieningen. Ze maakten er wel gebruik van, maar gingen dan op de bril staan. De week erna kwamen we daar weer terug en toen was het er een troep van jewelste. Dit is lachwekkend, maar ook wel treurig natuurlijk. Wij denken dan: dit is een goed idee. Terwijl je eerst tien stappen terug moet in wat je wilt bereiken.”
Jan verhaalt nog eens over hoe het Nederlandse leger in Afghanistan terechtkwam. Na 9/11 wilden de VS de Al Qaida-trainingskampen in het land aanpakken. Met ‘special forces’ gingen ze te werk en bestreden de Taliban daarmee succesvol. Daarna ging het mis. ,,De focus kwam toen te liggen op Irak, om een of andere gekke reden. Het verloederde toen langzaam in het land. Daarom kwamen de Amerikanen in 2005 bij de Navo en Nederland terecht. Allerlei landen kregen toen een provincie toegewezen. Eigenlijk had je het in het begin al anders moeten regelen en dat vergeten veel mensen. Misschien was het wel gelukt als ze Irak achterwege hadden gelaten.”
De situatie in Afghanistan is complex. Er was geen sprake van een zichtbare vijand die je makkelijk kunt bestrijden toen Jan en zijn collega’s er waren. Aanhangers van de Taliban kom je in allerlei geledingen van de bevolking tegen. Daarom kwam het gevaar meestal uit onverwachte hoek. Bermbommen werden vaak ’s nachts geplaatst met eenvoudige voertuigen. Er was daardoor sprake van een soort guerrillaoorlog. Dus geen strijd met twee legers tegenover elkaar. Vanwege die reden was het moeilijk om de Taliban te bestrijden en konden zij zich schuilhouden. Zoals gebleken is, kwamen ze weer tevoorschijn toen het gevaar geweken was.
Jan begreep het wel dat Amerika uiteindelijk besloot Afghanistan te verlaten. De oorlog duurde al lang en er zat weinig verbetering in de situatie. Het gevolg daarvan was wel dat men moest accepteren dat de Taliban zouden terugkeren. Jan wist net als vele anderen dat dit zou gebeuren en heeft daarom zijn bedenkingen bij de houding van de Nederlandse regering.
,,Die minister Kaag was totaal niet geschikt en de toenmalige minister van Defensie ook niet. Ik vind het naïeve en domme mensen, daar heb ik geen andere woorden voor. Het is mij niet bekend in hoeverre ze zich hebben laten informeren, maar de ambassade daar waarschuwde ze vaak genoeg. Daar werd niet naar geluisterd, want ze waren met andere dingen bezig, zoals de ‘functie elders-rel’. Nu komt Kaag mogelijk weer op dezelfde post terecht, omdat zij zogenaamd het meest ervaren is. Terwijl er levens in gevaar zijn gebracht van mensen die voor Nederland werkten. Er waren tal van opties om hen beter en sneller te evacueren. Ik ben wel benieuwd of ze daar nog naar gekeken hebben.”

‘Ik vind het
naïeve en domme
mensen, daar heb
ik geen andere
woorden voor’

Toen Jan een documentaire van Sinan Can over Afghanistan zag, herbeleefde hij weer zijn periode in het land. Op beelden zag hij plekken waar hij ooit zelf liep. Laatst bekeek hij ook nog foto’s uit die periode. Hij kan er gelukkig vooral met een goed gevoel op terugkijken. ,,Je denkt alleen wel dat het een gemiste kans is geweest. Ik heb nooit last gehad van mijn periode in Afghanistan. Alleen schrok ik toen ik terugkeerde wel extra van vuurwerkbommen. Je bent gewend om daarop te reageren, maar gelukkig ging dat op een gegeven moment weer over.”
De Volendammer was twintig toen hij als jonge soldaat werd uitgezonden naar Afghanistan. Soms denkt hij weleens: het had anders kunnen aflopen. Maar hij is ook in zijn huidige werk gewend dat een bepaalde mate van gevaar erbij hoort. ,,Het is een soort spanning om door te gaan waar andere mensen dat niet meer kunnen. Ik leef dan wel op in die momenten. Je bent dan echt scherp en al je zintuigen staan aan. Ik heb het denk ik tot een kunst verheven om op spannende momenten open te blijven te staan, te blijven praten, te blijven voelen. Sommigen worden juist stiller en ‘kokeren’ zich. De veiligheid staat uiteraard voorop. Als je wordt blootgesteld aan gevaar, dan moet je weer terug naar een veilige situatie. Dit soort routines heb je ook in andere sectoren, zoals de bouw.”
Jan koos voor de brandweer toen zijn contract bij Defensie afliep. Soms vond hij het jammer dat hij wegging bij het leger, maar achteraf is dit wel de juiste keuze geweest. Als hij er was gebleven, had hij moeten verhuizen en dat was voor hem geen optie. Wat betreft persoonlijke ontwikkeling leerde hij een hoop als soldaat. Hij werd er vroeg volwassen door. Al merkte hij wel dat je aan een hoop soldatenvaardigheden niet zoveel hebt in het dagelijks leven. Behalve dan zijn behaalde vrachtwagenrijbewijs. Hij is nu blij dat hij zijn periode in het leger meemaakte. En zijn verblijf in Afghanistan, dat was ook niet alleen kommer en kwel.
,,Je hebt er prachtige vergezichten met bergen met besneeuwde toppen. Het is een fantastisch mooi land, het mooiste waar ik ooit kwam. Afghanistan is zo onherbergzaam, dat kunnen wij niet eens bevatten. Alleen bij de rivieren is het groen, voor de rest is het dor. Dat heeft ook zeker zijn schoonheid. Je wordt echt niet alleen maar onder vuur genomen. Vaak sta je ook gewoon stil en geniet je van het prachtige open landschap. Hopelijk doen de Taliban iets goeds met het land en gebeuren er geen onmenselijke dingen meer zoals in het verleden. Ik blijf het in ieder geval volgen.”

 

Fotogalerij

‘Na twintig jaar stofvangen krijgt het eindelijk de plek die het verdiend’ n

Adembenemend kunstwerk per toeval opgedoken

In het Volendams Museum staat in de vorm van een handgemaakte botter sinds kort een indrukwekkend pronkstuk. Het kunstwerk is zó gedetailleerd dat het voelt alsof hij zonet uit de haven is getakeld. De VD22 is de belichaming van de lokale geschiedenis. Met zijn ruim twee meter lengte en al net zo hoge mast stelt de botter zichzelf trots tentoon. Het imposante schip ademt Volendam. Met veel geduld, liefde én oog voor detail is het kunstwerk waarschijnlijk zo’n twintig jaar geleden door wijlen Ben de Boer gebouwd. Sindsdien stond het bij hem op zolder stof te vangen, maar in het museum krijgt de VD22 eindelijk de ereplaats die het verdiend.
Door Kevin Mooijer

[ads id=66]

,,Na zijn pensioen bouwde mijn vader een werkplaats achter zijn woning”, herinnert Gerda, de dochter van de kunstenaar, zich. ,,Mijn moeder was daar minder blij mee. Het zorgde namelijk voor nogal wat stof in huis.” Na het aanschouwen van de VD22 zou je verwachten dat Ben de Boer een leven als perfectionistisch timmerman achter de rug had, maar hij was werkzaam als baggeraar. ,,Hij was gewoon hartstikke handig. Na het bouwen van zijn eigen werkplaats, leerde hij zichzelf aan om miniatuurbotters te maken. Hij zou eens moeten weten dat de Nivo nu contact opneemt over één van zijn creaties. Hij zou zó trots geweest zijn…”
Vermoed wordt dat Ben de botter aan de hand van geleende bouwtekening maakte. ,,Ik weet dat hij soms bouwtekeningen van schepen had liggen. Ook werkte zijn vader, mijn bap, altijd op botters. En zelf was mijn vader voor zijn werk natuurlijk ook altijd op het water te vinden.” Na Bens overlijden restte de kinderen de taak om zijn woning op te ruimen. ,,Op de vliering zagen we zijn grootste botter ooit staan, de VD22. Mijn vaders eigen vlaggenschip. Thuis hebben we allemaal opgemeten of iemand hem kwijt zou kunnen, maar tevergeefs. Wie heeft er nu ruimte thuis voor een botter van 2 meter 20 bij 2 meter 20?”

‘Het is ongelofelijk
dat dit door iemand
thuis in een eigen
gemaakte werkplaats
gebouwd is’

‘Ondertussen kreeg het Volendams Museum lucht van het bestaan van het fraaie vaartuig. ,,We werden gebeld door mensen van het museum. Zij zouden het schip heel graag tentoonstellen. Het was een monnikenklus om hem twee trappen af te tillen, en om hem vervolgens door middel van een aanhanger naar het museum te vervoeren, maar het is gelukt.”
De bestuurders van het Volendams Museum zijn maar wat blij met de nostalgische aanwinst. ,,Een handgemaakte botter van deze omvang is uniek”, zegt Wolly Hoogland van het museum terwijl ze trots naar de torenhoge mast kijkt. ,,Aan ieder detail is gedacht. En het schip is volledig operationeel. Het is ongelofelijk dat dit door iemand thuis in een eigen gemaakte werkplaats gebouwd is. We gaan een prachtig plekje inruimen in het museum voor de VD22. Het krijgt de plek die het verdient. Bezoekers kunnen straks om het complete schip heenlopen, zodat ook de kleinste details te bewonderen zijn.”

Fotogalerij

Bedrijf in Beeld

Koelcombi Volendam voorziet in koeltechniek & airconditioning

In de zomer van dit jaar hebben Dick en Frank Hansen de handen ineen geslagen met Jan Doodeman. Het resultaat: Koelcombi Volendam, koeltechniek & airconditioning. Samen beschikken de mannen over tientallen jaren ervaring in de koeltechniek. Vader en zoon Dick en Frank Hansen hebben de afgelopen jaren een flinke reputatie opgebouwd onder de vlag van Airco & Elektra. En Jan Doodeman heeft na zeven jaar in de horecakoeltechniek maar liefst 21 jaar in de industriële koeltechniek gewerkt. Gevestigd in het dorp dat bekend staat om de vele vishandelaren, komt de oprichting van Koelcombi Volendam niet uit de lucht vallen.
Door Kevin Mooijer

[ads id=66]

,,Met Koelcombi Volendam zijn we in de gelegenheid om aan de grote vraag naar professionele koel- en vriesinstallaties te voldoen”, begint Dick Hansen. ,,Veel bedrijven in de gemeente – of het nu om horeca, (mobiele) winkels, of bijvoorbeeld groothandels gaat – werken met koel- en vriesinstallaties. En alle woningen en bedrijfs- en kantoorpanden hebben behoefte aan klimaatsystemen. Koelcombi Volendam is opgericht om in die behoefte te voorzien. We leveren en plaatsen airconditioning en warmtepompen in alle soorten en maten. Van reguliere airconditioning bij mensen thuis en VRF-systemen (een klimaatsysteem dat verschillende ruimtes verwarmen of koelen, red.) voor bedrijfs- en kantoorpanden tot complete koel- en vriesinstallaties voor bedrijven en instellingen. We opereren dus in zowel de particuliere als de zakelijke markt.”
Dick en Frank Hansen zijn in Volendam en omstreken bekend van het gerenommeerde Airco & Elektra. Samen zijn ze al jaren actief voor het gespecialiseerde elektrabedrijf. Jan Doodeman heeft een lange carrière achter de rug als koelmonteur c.q. servicespecialist. Na zeven jaar bij IJskoud in de horecakoeltechniek te hebben gewerkt, heeft hij de daaropvolgende 21 jaren bij Grenco B.V. in de industriële koeltechniek gespendeerd. Jan: ,,Ik liep al een lange tijd met de gedachten om voor mezelf te beginnen, maar vanwege persoonlijke redenen kwam het er steeds niet van. Ondanks dat er zoveel tijd voorbij ging, liet het idee mij niet los.”

‘We willen de
lokale ondernemers
op het hart drukken
dat ze het vanaf
heden niet meer
buiten Volendam
hoeven te zoeken’

,,Bovendien wist ik dat Dick wel oren zou hebben naar een samenwerking. Niet al te lang geleden besloot ik Dick en Frank dus te benaderen. Nu onze krachten gebundeld zijn in Koelcombi Volendam kunnen we de allerbeste service garanderen. Een totaalpakket zogezegd op het gebied van koeltechniek in combinatie met elektrotechniek. We vullen elkaars expertise perfect aan. Als gevolg hebben onze klanten één aanspreekpunt. En dat is waar onze grootste kracht ligt, we voeren het complete proces zelf uit; van offerteverwerking tot de levering, montage, onderhoud en nazorg, zowel op koeltechnisch als op elektrotechnisch gebied.”
Koelcombi beschikt over een gloednieuw systeem waar zowel de klant als de controlerende instantie-monteur van profiteren. ,,We werken met een digitaal bonnensysteem”, vervolgt Jan. ,,Iedere airconditioning en iedere koel- en vriesinstallatie wordt voorzien van een unieke QR-code. Deze code kan gescand worden via de speciale software en vervolgens komt de volledige onderhoudsgeschiedenis in beeld. Zoeken naar het juiste logboek of de juiste bon is dus verleden tijd.” Koelcombi is nog geen half jaar actief, maar timmert al flink aan de weg. ,,Alle benodigde vergunningen, diploma’s en certificaten zijn binnen, de agenda is al goed ingevuld en we zijn de samenwerking met verschillende bekende namen in het wereldje al aangegaan. We willen de lokale ondernemers op het hart drukken dat ze het vanaf heden niet meer buiten Volendam hoeven te zoeken als ze behoefte hebben aan koeltechniek.”

Neem voor meer informatie contact op via mail info@koelcombivolendam.nl of bel naar 06-51038766 of 06-28559490.

Fotogalerij

Pastoor Stomph verantwoordt ‘moeilijk bericht’ kerksluiting

‘We doen dit, omdat we zóveel mensen verwachten’

Voor het tweede jaar op rij zijn de Volendamse kerken gesloten tijdens Kerstmis. Parochianen missen daardoor de typische kerstsfeer tijdens de vieringen. Het is voor pastoor Stomph een moeilijk bericht om te moeten meedelen. Maar helaas zit er volgens hem niks anders op. De kerken zouden waarschijnlijk volstromen met honderden mensen en dat is onverantwoord in zijn ogen. Door deze beslissing zijn parochianen nu aangewezen op het bekijken van live uitgezonden kerstvieringen.
Door Laurens Tol

[ads id=66]

Pastoor Stomph vindt dat hij wel verantwoording schuldig is over het besluit om de deuren dicht te houden. Enkele gelovigen zochten contact met de bisschop, waardoor die met de Volendamse priester belde. Stomph: ,,Men vroeg zich af: waarom doet de pastoor de kerk dicht met Eerste Kerstdag? Dat heb ik uit moeten leggen aan de bisschop. We doen dit, omdat we zóveel mensen verwachten. De mensen moeten anderhalve meter afstand houden, maar dat kan dan helemaal niet. We zouden nog met inschrijving kunnen werken, maar het is gebleken dat men zich daar niet aan houdt. Dat is kortweg de reden.”
Op sommige plaatsen in de buurt gaan de kerstmissen wel door. Bijvoorbeeld in Monnickendam en Ilpendam. Stomph weet wat daar de reden van is. ,,Dat zijn kleinere parochies. De waarheid is helaas dat men zich daar beter aan de richtlijnen houdt en niet naast elkaar gaat zitten. Er wordt ook met een mondkapje door de kerk gelopen en er zijn daar minder parochianen. Het is natuurlijk mooi dat wij meer gelovigen verwachten, maar het nadeel daarvan is dat we die nu niet kunnen ontvangen.”
Andere mogelijkheden dan een sluiting zijn serieus overwogen. Zes vieringen op eerste kerstdag waren bespreekbaar bij de kerkleiding. Toch leverde ook dit plan bezwaren op. ,,Mensen zeggen dan: ‘Ik ga altijd om 9.30 uur naar de kerk, niet om 13.30 uur’. Dat is ook wel begrijpelijk, want iedereen zit gezellig met familie of gaat ergens naartoe. Maar dit betekent wel dat het idee van spreiding niet houdbaar is. Als je dit gaat doen, moet er ook iemand bij de deur staan. Diegene moet dan vragen of de mensen zich wel hebben ingeschreven. Dan is de kans groot dat je te horen krijgt: ‘Effe normaal doen, hè’. Wij hebben daar ervaringen mee uit de tijd toen er maar dertig mensen in mochten.”

‘Het is natuurlijk
mooi dat wij
meer gelovigen
verwachten, maar het nadeel daarvan
is dat we die nu niet
kunnen ontvangen’

Stomph vertelt dat het voorkwam dat sommige vieringen in die periode toch door tachtig mensen werden bezocht. Het leeuwendeel schreef zich dus niet in, terwijl de gelovigen die dat wel deden vaker wegbleven. Hierbij ging het mogelijk om meer kwetsbare parochianen. Volgens Stomph leverde dit onrechtvaardige situaties op. Tijdens Kerstmis gaat het om een veelvoud van het bovengenoemde aantal. Bij de kinderviering en hoogmis kwamen voor corona zo’n achthonderd bezoekers.
De kerstvieringen zijn net als vorig jaar vanuit huis te volgen. De L.O.V.E. maakt dit mogelijk en hier werd eerder positief op gereageerd. ,,Men maakte later mondeling duidelijk dit erg gewaardeerd te hebben. We zijn ook aan het kijken of we een eigen ‘streamingskanaal’ kunnen openen. Op die manier zouden de missen via Facebook kunnen uitzenden. Voor een aantal oudere mensen is het dan wel zo dat die hulp nodig gaan hebben. Sommige ouderen zullen ook zelf die handigheid hebben. We maken er mensen wel erg blij mee en we hebben eveneens veel luisteraars van buiten Volendam. Zo ken ik mensen uit Limburg die elke zondag luisteren. Wij zijn daarnaast natuurlijk blij met de L.O.V.E. en snappen dat deze luxe niet vanzelfsprekend is.”
Er is dus een oplossing gevonden zodat men toch de kerstmissen kan volgen. Maar een lege kerk betekent helaas ook een lege collectemand. De parochie loopt daardoor dus broodnodige inkomsten mis. Die zijn hard nodig voor de instandhouding van de kerk. ,,Via de site: ‘www.kerkvolendam.nl’ kunnen parochianen toch geld doneren. We zijn dankbaar dat velen in het afgelopen jaar hun collectegeld via de bank overmaakten. Sommigen geven gewoon ineens honderd euro. Gelukkig bracht de Kerkbalans dit jaar ook meer op dan het jaar daarvoor. Veel mensen waken dus voor het voortbestaan van de kerk.”
Dat de kerken tijdens Kerstmis gesloten zijn, wil niet zeggen dat ze helemaal niet meer toegankelijk zijn. Tot aan kerstmis zijn er dagelijks twee extra missen: één om 9.00 uur in de Vincentiuskerk en één om 16.00 uur in de Mariakerk. Daarmee wil de parochie de mensen meer mogelijkheden geven om naar de mis te kunnen komen. Wellicht gaat dit ook in het nieuwe jaar zo door. Verder wil men tijdens de kerstdagen om 11.00 uur de communie uitreiken aan wie dat wil. Volgens Stomph hechten veel gelovigen daar waarde aan. Er is tijdens Kerstmis veel gelegenheid om de kerk te bezoeken buiten de missen om. Zo kan men toch iets van de ‘bijzondere kerstsfeer ervaren’, zo maakt Stomph duidelijk.
De pastoor hoopt dat parochianen begrip hebben voor de situatie. ,,Ik hoop dat men het begrijpt en dat iedereen toch op zijn eigen manier een mooie kerst meemaakt. Deze tijd beproeft ons op iets waarmee wij mensen het meest moeite hebben. Dat is: volgzaam en gehoorzaam kunnen zijn. Jezus was wat dat betreft een voorbeeld. Hij noemde zich ‘een slaaf om ons te kunnen verlossen’. Het is alleen maar heel christelijk om met elkaar rekening te houden. Probeer in dat licht eens te kijken naar al onze opstandigheid, verontwaardiging en eigengereidheid. Jezus wil ons dat graag leren.”

Fotogalerij

In de Nivo van vandaag, 22 december 2021

Wij wensen iedereen veel leesplezier met onder andere de volgende onderwerpen:

• De Zusson: Van God komt ’t al
• Koelcombi Volendam voorziet in koeltechniek & airconditioning
• Vol van eerste ervaring op oceaan
• Adembenemend kunstwerk per toeval opgedoken
• Voormalig militair Jan Plat leeft nog altijd mee met Afghanistan
• De Evoband: waar het allemaal begon voor de Volendamse muziek
• VVD oppert inzet van slimme mosquito’s bij overlastlocaties
• Pastoor Stomph verantwoordt ‘moeilijk bericht’ kerksluiting
• ‘Eva is bij ons…’
• ‘Volendammer’ zorgrobot Tessa steelt harten van zorgbehoevenden
• IJsvereniging Edam sluit succesvol Jeugdschaatsseizoen af met recordopbrengst
• Piet Keizer: de roadie die rockster werd
• Gemengde gevoelens Kroon op WK
• Jan en Caroline, een jaar na het verlies van Donna-Maria

Fotogalerij

Oplossingstrook Mammoetpuzzel verkeerd

Per abuis is de verkeerde oplossingsstrook onder de kruiswoordpuzzel in de krant van vandaag geplaatst. Hierbij de juiste strook waarin de oplossing kan worden ingevuld. Onze excuses voor het ongemak en veel puzzelplezier!

Je kunt de juiste oplossingstrook ook ophalen bij de Nivo.

Of klik hier om de oplossingstrook te downloaden

Fotogalerij