Vandaag geopend: 08.00 - 17:30

All posts by De redactie

Speeltuin werd druk bezocht

Op zaterdag 3 april is speeltuin ‘De Speelderij’ weer open gegaan. De eerste twee weken waren er door het regenachtige en koude weer nog weinig spelende kinderen te bespeuren. Afgelopen weekend scheen de zon en was het ideaal weertje voor een bezoek aan de speeltuin.

 

Door de Coronamaatregelen mogen er maximaal 30 ouders naar binnen om op stoelen zittend de spelende kinderen in de gaten te houden. Zowel zaterdag als zondag was het de hele dag lekker druk in ‘De Speelderij’.

De onderhoudsploeg is de afgelopen maanden hard aan het werk geweest om alles weer gereed te maken en een aantal nieuwe toestellen te plaatsen. Alle banken zijn opgeknapt, de kabelbaan is aangepast en de speeltuin is een surfplank rijker. Het speelseizoen is nu dus echt van start gegaan.

Fotogalerij

Wat stond er in je rapport:

mr. Johan Mühren was met alles bezig, behalve school

,,Op de Kennedyschool begon de ellende”, lacht Johan Mühren. Eén van vaderlands strafpleiters doet zijn betoog over een bewogen schoolperiode. En dat is zachtjes uitgedrukt.
Door Jan Koning

[ads id=66]

‘Johan wil graag het laatste woord hebben. Praat graag en leidt daardoor anderen af. Zijn resultaten leiden er niet onder. Manipuleert graag. Lacht in zijn vuistje. Moet qua leerstof geprikkeld worden’
,,Ik verbaas mezelf over wat ze toen over je schreven. Ik vind het namelijk bijzondere teksten voor een basisschooldocent. Op een ander rapport stond bijvoorbeeld; ‘ik moest even aan je wennen…’ Ik weet niet of ze dat tegenwoordig nog bij de reacties schrijven. Over schrijven gesproken.”
,,In groep 8 kregen we seksuele voorlichting. De meester vroeg aan ons om zoveel mogelijk dingen die met seks te maken hadden op het bord te schrijven. Dus gingen Jo-Ann Runderkamp en ik naar voren en schreven een uur lang dat hele bord vol. Er stonden dingen op waar zelfs Kim Holland het schaamrood van op haar kaken zou krijgen. Dingen die ik allemaal had geleerd van mijn buurjongens Robbie Smit en Paultje Snoek ‘Piep’. Die waren een jaar ouder en wat beter onderlegd op seksueel gebied.”
,,Ik zat in de klas met mijn makker Sijmen Molenaar. Samen vormden we een lekker duo. Jongens als Nico ‘Schildpad’ Schilder– een slimme jongen die per se de bouw in wilde – of Ron Steur deden overigens ook lekker mee. Net als Peter ‘Muster’ Tol.” Behalve druk, waren de jongens ontzettend sportief.” Dat uitte zich in het feit dat Johan met zijn klas drie keer het befaamde schoolzaalvoetbaltoernooi weet te winnen en twee keer het tafeltennissen. Ook won Johan jaarlijks het schoolschaaktoernooi.

‘Of ik nou won
of verloor,
het liep altijd
uit de hand’

,,Wij waren echt alleen bezig met voetbal. Voor school, in de pauze, na school, gewoon altijd. Wij waren zo fanatiek dat elk wedstrijdje uit de hand liep en uitdraaide op vechten. Als de pauze om was, gingen wij nog verder met de winnende goal. Of we dan wonnen of verloren, dat maakte niet uit. Het liep altijd uit de hand. Op een gegeven moment was het zelfs zo dat ik na een vechtpartij bij directeur Nieuweboer moest komen en die zei ‘als het klopt wat die jongen zegt, is dit je laatste ochtend op school.’ Mijn moeder heeft achteraf gezegd dat als ze had geweten dat ze dat tegen me hadden gezegd, ze me zelf van school had gehaald.”
Met een hoop kabaal, maar eveneens een geweldig rapport meldt de telg van Jan & Gonnie zich op het Don Bosco College. ,,Op het VWO, inderdaad. Met in eerste instantie het idee om chirurg te worden. Dat leek me wel wat. Mensen helpen. Natuur- en scheikunde vond ik echter vrij ingewikkeld, maar die vakken moeten je toch wel goed liggen als chirurg, dus koos ik er al snel voor om advocaat te worden. Met hetzelfde idee, om mensen te helpen.”
,,De eerste drie jaar van het DBC was ik echt een lastpak. Ik werd er dagelijks wel ergens uitgestuurd. We waren namelijk gewoon veel te druk. Of het nou verveling was, of dat we het gewoon gezellig hadden, de eerste jaren liepen we elk tussenuur en elke les de boel op stelten te zetten. Ik ging ook naar school toe met de gedachte van ‘we gaan er vandaag weer een feestje van maken.’ Weer met mijn maat Sijmen Molenaar. Die komt wellicht wat timide over, maar die heeft een ondeugendheid in zich die zijn weerga niet kent.”
,,Daarnaast hadden we twee vrouwelijke handlangers in de persoon van Barbara ‘Bam’ Schilder en Anja Kok. Anja was echt een geweldige meid, die helaas veel te vroeg is overleden tijdens de Nieuwjaarsbrand. Daar waren we echt kapot van. Ze zat altijd voor me en toen bleef haar stoel plotseling leeg. Echt kut. Ik heb er geen andere woorden voor. Gewoon kut.”

‘Jan de Witte en
ik waren de
aanjagers van
het legendarische
koekgevecht’

,,Nadat ik de eerste jaren de school dus op stelten had gezet, werd ik vanaf de vierde klas – kan ook de vijfde zijn geweest – toch wat serieuzer. Al moest het hoogtepunt nog komen. Drie maanden voor het eindexamen zat ik een keer in de aula. Toen bedacht ik me dat we straks de school zouden verlaten en over een half jaar niemand ons meer zou herinneren of het over ons zou hebben. Dat kon ik niet laten gebeuren. Dus kwam ik op het idee om een koekgevecht te houden in de aula. Mijn klasgenoten – inmiddels allemaal serieus en saai – gaven geen sjoege, dus benaderde ik Jan de Witte (Blanko). Niet geheel verrassend, was die gelijk enthousiast. De daaropvolgende dagen gingen we alle jongensgroepen van school af. We spraken een datum af en de dag voor het zover was, liep ik door de supermarkt om koek in te slaan. Daar liepen werkelijk alle jongens van de school met hetzelfde doel. Op de bewuste dag voelde je het al borrelen. Meneer Laan, de conciërge, kwam de aula in en vertelde dat hij geruchten had gehoord dat er een koekgevecht ging plaatsvinden. Dat kon absoluut niet doorgaan, zei hij. En toen gebeurde het. De boel ontplofte. De meiden doken onder de tafels en de jongens begonnen massaal met koeken te gooien…”
,,Nadat mijn koeken binnen twee minuten op waren, ben ik achterover gaan zitten om te genieten van de show. Ik overdrijf niet als ik zeg dat er nog tien minuten lang onafgebroken koeken door de lucht vlogen. Een ongelooflijk succes waar Jan en ik monsterlijk trots op waren. Als straf moest ik een maand lang elke pauze de aula schoonvegen, maar iedere keer dat ik aan het vegen was, stond er een enorme lach op mijn gezicht. Er wordt nu nog steeds na al die jaren over gesproken. Legendarisch!”
Meneer Braakman, van het Don Bosco College, spreekt van een ‘spraakmakende leerling’. ,,Dat koekgevecht was nog wel een dingetje. Tot die tijd dachten wij altijd dat we als school alles onder controle hadden, maar die waren we even een aantal minuten volledig kwijt. Het was een soort ondermijning van het gezag, zoals Johan Mühren zelf ook zou aangeven. Ik vind het altijd wel weer mooi dat je dan zo iemand later treft in de gemeenteraad en hij een vurig pleidooi houdt voor de uitbreiding van de – in zijn ogen – prachtige school. Dat hij het vervolgens schopt tot een beroemd strafpleiter maakt het helemaal af. Daar zijn we dan toch als school wel ontzettend trots op. Ondanks dat spraakmakende koekgevecht, haha.”

Fotogalerij

Wilde haren, gouden jaren:

Arnold Mühren: grootmeester op het podium, met de pen en achter de knoppen

,,Ik wilde dolgraag een gitaar voor Sinterklaas, maar het budget dat mijn ouders hadden, was meer toereikend voor een blokfluit”, lacht Arnold Mühren (77), terwijl hij terugdenkt aan zijn jeugd. ,,Ik was elf jaar oud en wist onderhand natuurlijk hoe het zat met Sinterklaas, dus mocht ik zelf met m’n moeder mee om een cadeautje uit te zoeken bij de muziekwinkel in de Zeestraat. Ik was niet weg te slaan bij de gitaren. Stiekem raakte ik ze voorzichtig aan, maar helaas, meer dan een blokfluit zat er echt niet in.” Arnolds moeder rekende af en ze trokken de deur achter zich dicht. ,,Ik heb vol van verdriet achterom gekeken tot de winkel compleet uit het zicht verdwenen was. Een blokfluit. Ik vond het verschrikkelijk.” Ondanks de valse start wat betreft zijn eerste instrument, wist Arnold het toch te maken in de muziek. Hij zou uitgroeien tot bassist van the Cats, schreef als componist en tekstdichter talloze succesvolle nummers voor zijn band, kwam wereldwijd in de hitlijsten te staan, bouwde een weergaloze studio op die uit zou groeien tot een ware hitfabriek en heeft onderhand de status van Volendams cultureel erfgoed wel verdiend. De grootmeester vertelt.
Door Kevin Mooijer

[ads id=66]

,,Eind jaren 50 begon ik de eerste verschijnselen van de rock ’n roll op te merken”, herinnert de Volendammer zich. ,,Ik raakte verslaafd aan de muziek en zou linksom of rechtsom zelf ook gitaar gaan spelen. Voor Sinterklaas – een jaar na het blokfluit-debacle – kreeg ik dan eindelijk een klassieke gitaar cadeau. Vanaf dat moment zat ik dagelijks heel trots mijn eerste akkoordjes op de stoep, voor de deur van mijn ouderlijk huis, te spelen.” Drie jaar en veel uurtjes oefenen later, gaf Arnold zijn eerste optreden. ,,Ik was vijftien en had inmiddels een duo gevormd met Cees Veerman ‘Poes’. Ons allereerste optreden gaven we op de MULO-zolder, maar we hebben ook wel eens op het Europaplein gespeeld. Als ik het me goed herinner, was dat ter ere van Bevrijdingsdag. Dat optreden deden we samen met the Spoetnik Boys. Zij hadden destijds zo’n authentieke theekistbas met één snaar. Prachtig.”
,,Cees Poes en ik waren redelijk ambitieus. Zo hadden we al gauw plannen om onze formatie uit te breiden. We wisten dat Jaap Schilder ‘de Koster’ met zijn neef Piet Veerman ook een duo vormde en waren gecharmeerd van Jaaps stem. We benaderden Jaap met de vraag of hij interesse had om bij ons te komen spelen. Hij zei: ‘ik wil wel, maar alleen als mijn neef Piet ook mag.’ Dat vonden wij wel prima, niet wetende dat Piet uit zou groeien tot een wereldzanger.”
Maar los van zijn fabelachtige stem bleek Piet over nóg een groot voordeel te beschikken. ,,Piet was enig kind en had zijn eigen slaapkamer – een eigen slaapkamer was buitengewone luxe in die tijd – en op die slaapkamer mochten wij repeteren. Zo werd de bovenverdieping van Piets ouderlijk huis in de Zwaardstraat onze repetitieruimte. Daar werd de basis gelegd voor onze samenzang.”

‘Zo werd de
bovenverdieping van
Piets ouderlijk huis
in de Zwaardstraat
onze repetitieruimte.
Daar werd de basis
gelegd voor onze samenzang’

Ambitieus als hij was, richtte Arnold zich in zijn tienerjaren op het bemachtigen van een elektrische gitaar. ,,Er woonde een Indische jongen in Volendam die zijn gitaar verkocht. Ik was er als de kippen bij om hem over te nemen. Er zat wel een element op de gitaar, maar volume- of toonknoppen had hij niet. Ik monteerde een snoer met een platte stekker aan dat element, dat dan net als een pick-up op een radio aangesloten kon worden. De signaalkant van de stekker had ik rood geverfd.”
Arnold nam zijn gitaar mee naar een talentenjacht in de AMVO en verblufte daarmee iedereen op zijn pad. ,,Vooral Kees van Gerrit – de manager van de zaal – was onder de indruk. ‘Is dit nou zo’n elektrische gitaar?’, vroeg hij, terwijl hij het snoer pakte en naar het dichtstbijzijnde stopcontact liep. Ik had de gitaar om mijn nek en zag Kees naar het stopcontact bukken met de stekker. Ik riep: ‘Ho! Ho! Stop!’ Ik kon hem nog net op tijd stoppen”, lacht Arnold. ,,Dat was de kennis van zaken in die tijd.”
Alsof het vanzelfsprekend is, verklaart Arnold: ,,Ik had een elektrische gitaar, dus ik werd bassist. Op een akoestische gitaar kon je niet bassen. Op een elektrische ging dat een stuk beter. Ik werd dus tot bassist gebombardeerd.” Uitgaande van deze logica zou dus net zo goed Cees, Jaap of Piet bassist van the Cats zijn geworden. Arnold grinnikt: ,,Dat zou zomaar kunnen. Maar ik was altijd degene die met elektra bezig was, dus het lag wel voor de hand dat ik de eerste zou zijn met een elektrisch instrument.” Het kwartet, bestaande uit twee gefuseerde duo’s, noemde zichzelf the Mystic Four. ,,We traden vooral op tijdens talentenjachten en in de dansschool, maar ons grote doel was om betaalde dansavonden te spelen. Dan was je pas een echte band.”
Ondanks dat Arnolds passie voor de muziek veel vrije tijd kostte, werkte de leergierige muzikant mee aan het experiment van zijn oom, schoolhoofd meester Kester, om in de normale vierjarige MULO-opleiding met bijlessen op te gaan voor het MULO-B examen. Van de vier kandidaten haalde hij als enige – met de hakken over de sloot – zijn B-diploma, waarna hij – via een gefaald uitstapje aan de HTS – een poging deed om op de Zeevaartschool in Amsterdam geaccepteerd te worden.
,,In eerste instantie wilde ik graag piloot worden, maar vanwege mijn slechte ogen viel dat gelijk af. Ik ging dus op zoek naar een alternatief. Zolang er verre reizen en techniek bij kwam kijken, vond ik het goed. Ik mocht, vergezeld door mijn vader, op gesprek komen bij de directeur van de Zeevaartschool en ook daar bleek mijn bril me parten te spelen. Pas veel later ontdekte ik dat er een klein complotje was geweest”, lacht Arnold. ,,De directeur was onder de indruk van mijn schoolcijfers, we hadden een positief gesprek en alles leek de goede kant op te gaan. Tot het moment waarop hij om mijn bril vroeg. ‘Deze glazen zijn wel héél sterk. Dit wordt niks’, zei hij. Veel later hoorde ik dat mijn moeder – nadat ze nachtmerries had gehad van mijn potentiële zeevaart avonturen – had gebeld met de directeur dat hij maar even wat zou moeten vinden om me af te wijzen!”

Jan Tuf
Jaap de Kosters zwager Jan Tuf werd de manager van the Cats. ,,In eerste instantie ontstond dat omdat hij een rijbewijs had en ons naar optredens kon rijden, maar al gauw werd Jan onmisbaar. Hij regelde werkelijk alles en hij leende ons zelfs geld om spullen voor de band aan te schaffen. Dus die talentenjachten waren wel leuk en spannend, maar met applaus en een mooie oorkonde konden we de schuld aan Jan Tuf niet terugbetalen. We besloten dus op zoek te gaan naar een drummer, zodat we de felbegeerde dansavonden konden spelen. Daar kon je ten minste een paar centen verdienen.”
Drummer Cees Mooijer ‘Pluk’ sloot zich bij de band aan en dat ging gepaard met een naamsverandering. ,,The Mystic Four werd The Blue Cats, naar de familie-bijnaam van zanger Cees Poes. In die samenstelling hebben we als beginnende band vooral ervaring opgedaan door onder andere als begeleidingsband op te treden voor toenmalige hit-zangeressen Trea Dobs, Imca Marina en Anneke Grönloh. Die optredens werden door het comité om geld in te zamelen voor ‘het uitje van ouden van dagen’ georganiseerd. Wij studeerden de nummers in die de zangeressen zouden gaan zingen en op de middag van het optreden deden we examen met de betreffende zangeres. We speelden dan over onze eigen installatie die ik praktisch zelf had gebouwd. We werden goedgekeurd en ook onze eigen installatie kreeg de voorkeur. Vooral dat laatste streelde mijn ego.”
,,Al na een tijdje gaf drummer Cees aan met de band te willen stoppen. Jan Tuf kende via zijn werk gelukkig nog ene Schuimpie. Hij zou de nieuwe drummer worden en ook deze wisseling ging gepaard met een naamsverandering. We haalden het woordje ‘Blue’ van de bandnaam af, simpelweg om te voorkomen dat het publiek zou verwachten dat het podium voortaan in blauwe pakken zouden betreden.”
Met de toevoeging van Theo Klouwer ‘Schuim’ en een nieuwe, pakkende bandnaam – the Cats – had het vijftal de definitieve vorm gekregen. ,,Jan Tuf ging direct aan de slag. Om optredens te boeken ging hij na zijn werk met een op repetities opgenomen bandje langs zaalhouders in Noord-Holland. Hij reed zover als zijn brommer hem kon brengen. En dat ging hem goed af. Maar onze ambities reikten verder dan alleen optredens. Wij wilden een eigen plaat opnemen. Dan telde je pas echt mee.”
The Cats schreven zich in voor een talentenjacht die door Veronica werd georganiseerd. ,,Het was geen wedstrijd. Het ging juist om het ontdekken van nieuw talent, en een platencontract behoorde tot de mogelijkheden. We werden in een soort verenigingsgebouwtje in Blaricum verwacht, waar later de befaamde Soundpush Studio zou worden gevestigd. Jan van Veen, een van de Veronica’s top-dj’s, en twee heren van platenmaatschappij Durlaphone luisterden naar een paar nummers die wij op ons repertoire hadden staan. Niet lang daarna kregen we een platencontract voorgeschoteld en zijn we gedurende een aantal opnamesessies in de Durlaphone studio geweest om een zestal nummers op te nemen.”

‘Ondanks dat ‘Jukebox’
voor ons sensationeel was,
merkten we ook gelijk
dat onze plaat niet
dezelfde kwaliteit
had als die van
concurrenten als
Elvis Presley,
om er maar één te noemen’

,,De studio was gevestigd in het achterste gedeelte van een grachtenpand op de Amsterdamse wallen. De ruimte was klein. Met ons vijven pasten we met onze instrumenten nauwelijks in de opnameruimte. De controlekamer – met piepkleine mengtafel, twee mono recorders en één luidspreker – was zó klein dat er niet meer dan twee man achter de mengtafel en recorders konden staan. Misschien zou staand met z’n drieën lukken, maar zitten kon je er niet. We begonnen met het opnemen van de instrumenten op de eerste recorder. Vervolgens werd deze opname afgespeeld naar de tweede recorder, waarbij tegelijkertijd de zang werd opgenomen. Dat kunstje kon je hooguit nog één keer in omgekeerde richting herhalen om eventueel een solo toe te voegen en het koortje te dubbelen.”
Eén van de zes opgenomen liedjes werd de eerste Cats-single ‘Jukebox’. ,,Dat nummer kwam letterlijk in alle Volendammer jukeboxen terecht. Ondanks het feit dat dit gegeven voor ons sensationeel was, merkten we ook gelijk dat onze plaat niet dezelfde kwaliteit had als die van concurrenten als Elvis Presley, om er maar één te noemen. De liedjes uit het buitenland knalden namelijk allemaal hard uit de speakers van de jukeboxen, maar ons liedje klonk stukken zachter. Hetzelfde ondervonden we met de daaropvolgende twee singles.” Arnold besloot aan de bel te trekken bij de studio. ,,Dat werd natuurlijk afgedaan met een mooi praatje, maar om een lang verhaal kort te maken ontdekte ik dat ze geen compressor/limiter hadden. Onze studio had dus niet de mogelijkheid om de dynamiek van platen in elkaar te persen en het geheel harder te laten klinken. Met als achterliggende gedachte de ambitie om aan te kunnen haken bij de concurrentie, besloten we op zoek te gaan naar een nieuwe studio.”
Manager Jan Tuf ging langs de platenwinkel van Jan Cas om adressen van een paar grote platenmaatschappijen in Nederland op te vragen. ,,Veel van die labels hadden steeds hetzelfde adres maar Jan schreef ze voor de zekerheid allemaal. Hij had een heel goed bandje dat auditie wilde doen, schreef hij”, lacht Arnold. ,,Die mensen van die platenmaatschappijen zullen gedacht hebben dat Jan niet helemaal doorhad hoe het werkte, maar Jan zou Jan niet zijn als hij het niet evengoed voor elkaar kreeg. Platenmaatschappij Bovema hapte toe en nodigde ons uit om op een dinsdagavond auditie te komen doen.”
De dinsdag brak aan, the Cats deden auditie en werden aangenomen. ,,We mochten eindelijk in een échte studio onze kunsten vertonen. Bij binnenkomst keken we onze ogen uit. Ik stond als jongetje in een snoepwinkel te kijken naar de apparatuur. De studio was een kopie van de Abbey Road Studio waar the Beatles hun muziek opnamen. Zij namen hun liedjes op dezelfde apparatuur op als waar wij nu gebruik van zouden gaan maken. Aan de materialen zou het dus zeker niet liggen.”

Arrangeur
Arnold en consorten mochten het dan geschopt hebben tot een professionele, gerenommeerde studio, maar het eigen werk liet nog even op zich wachten. ,,Producer Klaas Leyen zocht het repertoire voor ons uit. Hij kwam dan met een stapel singles die hij had opgevraagd bij uitgeverijen: ‘dit is wel wat voor jullie, jongens.’ We beluisterden de muziek en wat we goed vonden, studeerden we in met de band. We speelden alles zelf in. Alleen de piano, strijkers en blazers werd door sessiemuzikanten gedaan. Als we vroegen of een liedje dat we op hadden genomen nog voorzien kon worden van een orkest, dan was dat geen probleem. Dat was voor ons als jonge muzikanten het walhalla. Willem Jongbloed werd aangewezen als onze vaste arrangeur. Hij voelde perfect aan hoe de arrangementen de tekst en muziek het beste tot hun recht kon laten komen.”
Ondanks dat the Cats aan een flinke opmars bezig waren, hadden ze allemaal nog een fulltimebaan. ,,Ik had de wens om door te leren inmiddels opzij gezet en ging als programmeur aan de slag bij computerbedrijf BULL Nederland. Ik hoorde daar dat prins Bernhard het rekencentrum van Bull had geopend en dat een paar knappe koppen de eerste tonen van het Wilhelmus in de computer hadden geprogrammeerd. Dat was voor mij een soort openbaring. Je kon dus met geheugen en hardware digitaal geluid opnemen. Dat vond ik verwonderlijk.”
Arnolds volgende baan vond hij bij een verzekeringsmaatschappij, toen hij achttien jaar oud was. ,,Als beginnend programmeur had ik het voor elkaar gekregen om het elektromagnetische geheugen van wel 1024 posities helemaal vol te krijgen en wat ik wilde bereiken lukte ook nog. Ik werd daar gelijk als een wizkid avant la lettre gezien. Ik had gewoon zoveel mogelijk annulerings- en overlijdenskaarten in het geheugen ingevoerd, om die vervolgens machinaal te verwijderen in plaats van met de hand.”
,,Alle informatie betreft mijn werk als programmeur stond op ponskaarten en op de achterkant van blanco ponskaartenschreef ik soms tekstideetjes op voor nieuwe liedjes. Twee voorbeelden van liedjes die ik op ponskaartjes geschreven heb, zijn ‘Lea’ en ‘Why’. Ik kon daar naar hartenlust zingen omdat de machines op de werkvloer extreem veel lawaai maakten. Moet je je voorstellen hoe ongemakkelijk het was als die machines dan om de zoveel tijd abrupt muisstil werden en ik daar zo hard als ik kon stond te zingen.”
De combinatie van een fulltimebaan, avondrepetities, optredens en studiosessies zorgden voor zoveel druk, dat hij noodgedwongen moest stoppen als bloeddonor. ,,Ik was dusdanig uitgeput dat ik twee keer out ging tijdens het bloed aftappen. Een hele nacht slapen was verleden tijd, maar we timmerden met the Cats lekker aan de weg. Een voordeel van mijn drukke bestaan was dan weer dat ik als jonge jongen een tweedehands Volvo kon kopen. De directeur en ik waren zo’n beetje de enige twee die met de auto kwamen in die tijd.”

‘De hoge heren
van de platenmaatschappij
stonden dan ook raar
te kijken toen ze
hoorden dat Cees er
zelf ook op stond dat
‘Times Were When’
– met Piet als leadzanger –
absoluut de nieuwe
Cats-single zou
moeten worden’

Met Cees Poes beschikten the Cats over een uitstekende frontman, maar op de achtergrond stond – destijds nog redelijk ingetogen – misschien wel de beste zanger van Europa. ,,Je vraagt je af hoe het kan dat Piet niet direct leadzanger van the Cats is geworden?”, merkt Arnold op, voordat hij een heldere toelichting geeft. ,,Onze platenmaatschappij zag ons als een bandje met een leadzanger, veel gitaarwerk, bas en drums. Een bandje zoals zoveel succesvolle Engelse bandjes uit die tijd. Dat was ook de richting waarin ze zochten voor onze platen. En die platen werden hits, dus ze hadden toch gelijk? Zo werd er kennelijk gedacht. Piets stem paste niet in hun plannen.”
Live werd Piets kenmerkende stemgeluid wel op waarde geschat. ,,Tijdens optredens speelden we veel nummers waarbij Piet de leadzang pakte. Live had hij als leadzanger – ook al in het prille begin – net zo’n belangrijk rol als Cees. Piet zong veel nummers van bijvoorbeeld the Drifters, Ben E. King en Solomon Burke. Die mannen waren onze muzikale helden.”
Maar omdat Piet in eerste instantie geen singles zong, betekende niet dat hij helemaal geen nummers op Cats-albums inzong. ,,Op onze eerste LP zong Piet bijvoorbeeld ‘Goodbye Baby, Baby Goodbye’. Hoe hij dat ingezongen heeft, is van eenzame klasse, maar bij de platenmaatschappij viel dat kwartje nog niet. Wij wisten natuurlijk dondersgoed dat Piet een bijzonder geluid had. Hij was verreweg de meest getalenteerde van ons. Het publiek werd keer op keer gek als hij begon te zingen. Je zal zo’n stem hebben… Maar het genre dat zo goed bij zijn sound paste, werd op dat moment nog niet groots omarmd door de platenindustrie en de radio.”
Piets rol als leadzanger zou groeien nadat the Cats het karakteristieke ‘Times Were When’ op hadden genomen. ,,We vonden ‘Times Were When’ zó goed met Piet als leadzanger, dat we bij de platenmaatschappij aangaven dat dit onze nieuwe single zou moeten worden. ‘Never change a winning formula’, was de reactie van de hoge heren. ‘Times Were When’ was slechts albumvulling en Cees was onze frontman, dus de nieuwe single zou ook een lied met Cees als leadzanger moeten worden. Ze stonden dan ook raar te kijken toen ze hoorden dat Cees er zelf ook op stond dat ‘Times Were When’ absoluut de nieuwe Cats-single zou moeten worden. Het meningsverschil liep zo hoog op, dat de platenmaatschappij producer Klaas Leyen ’s avonds naar Volendam stuurde om op ons in te praten. Ik zie ons nog zo staan: ‘Godverdomme, wij weten inmiddels wel wat commercieel is’, riep ik woedend naar Klaas. Na verloop van tijd gaf hij het op. De platenmaatschappij stelde voor om er een dubbele A-kant van te maken. Mocht ‘Times Were When’ floppen, dan konden ze tegen de pluggers en dj’s zeggen dat ze altijd de echte A-kant nog hadden.” ‘Times Were When’ werd de grote doorbraak voor the Cats.
Vanwege efficiëntie stapten the Cats al gauw over op het gebruik van sessiemuzikanten. ,,Wij hadden veel werk van het instuderen van nieuwe liedjes. Destijds werkten we allemaal nog fulltime, dus alles dat we voor de band deden gebeurde ’s avonds en in het weekend. Die sessiemuzikanten werpen één blik op de bladmuziek en ze spelen het liedje in. De producer stelde voor om deze stap te zetten. Wij vonden het eigenlijk wel prima. De strijkers, blazers en toetsen werden toch al ingespeeld door sessiemuzikanten, dan kon de rest van de instrumenten er ook wel bij. De zang deden we uiteraard zelf, want daar ging het uiteindelijk om, vonden we.”

Snipperdag
,,Vaak namen we een snipperdag om bij opnames van onze liedjes aanwezig te zijn, zodat we de muzikanten instructies konden geven over welke sfeer en sound we zochten. Ik herinner me nog dat we het liedje ‘Lies’ aan het opnemen waren – dat wij live al een tijd speelden – en de bassist het loopje anders speelde dan hoe ik het zelf deed. Ik stelde aan hem voor om het op mijn manier te spelen, waarop hij vroeg of ik het niet zelf wilde doen. In dat geval heb ik dat gedaan omdat het toevallig zo uitkwam”, lacht Arnold.
,,Datzelfde gebeurde met Piets gitaarwerk tijdens de opname van ‘Where Have I Been Wrong’. Dat liedje was een gedoodverfde single. Dat moest hem gaan worden. Het solowerk op de akoestische gitaar moest alleen nog even ingespeeld worden. Om dit zo mooi mogelijk te doen hadden we de hulp ingeschakeld van de befaamde Surinaamse sessiegitarist Julian B. Coco. Hij luisterde naar de demo die Piet had ingespeeld en noteerde noot voor noot wat Piet speelde. Vervolgens gingen de microfoons aan en begon hij te spelen. We hoorden Piet zuchten. Hij liep naar Julian toe: ‘kan je het niet zo spelen?’ en deed voor wat hij bedoelde. Dit proces herhaalde zich een keer of drie, waarop Julian Coco zei: ‘Piet, zoals jij het speelt, zo kan ik het niet spelen. Je moet het echt zelf inspelen.’ Dat was voor Piet het zetje in zijn rug dat hij nodig had. Piet legt een bepaald gevoel in zijn gitaarspel dat niemand kan imiteren. Dat zat bij wijze van spreken bij zijn geboorte al in zijn vingers. Vanaf die bewuste opmerking van Julian Coco heeft Piet alle akoestische gitaarsolo’s van the Cats zelf ingespeeld.”
Iedere vrije minuut die Arnold had, benutte hij met het schrijven van liedjes. ,,We schreven allemaal zoveel we konden. Om de zoveel tijd hielden we dan een luistersessie, waarvoor we Jan Tuf en Jan Cas ook uitnodigden. We gaven elkaars liedjes dan cijfers, alleen de liedjes die je zelf geschreven had mocht je niet beoordelen. Aan het einde van de avond berekenden we welke liedjes de hoogste beoordeling hadden behaald en die werden vervolgens opgenomen in de studio. Later zijn we van dat systeem afgestapt, omdat er besloten werd dat er van ieder bandlid een even aantal liedjes op ieder Cats-album zou moeten komen. Persoonlijk vond ik dat jammer. De kwaliteit van onze muziek werd namelijk ondergeschikt gemaakt aan de verdeling. Als je de competitie niet meer met elkaar aangaat, dan moet je volledig kunnen vertrouwen op ieders kwaliteit als componist, als je nog hits wilt scoren.”
Voor Arnold persoonlijk werkte het om in zijn hoofd de stem van degene die het lied gaat zingen te horen. ,,Kennelijk had ik de gave om vooral goeie liedjes voor Piets stem te kunnen schrijven. Met ‘Lea’, ‘Why’, ‘Marian’, ‘There Has Been A Time’ en ‘One Way Wind’ was dit bijvoorbeeld het geval. ‘Why’ moest een duet worden met Cees samen. Ik wilde Cees graag weer eens in de spotlights zien en de fans zouden het ook wel waarderen als we weer eens zouden laten horen dat we eigenlijk twee leadzangers hadden. In eerste instantie heeft Cees de voor hem geschreven partij ook ingezongen, maar het kon beter. Dat vond hij zelf ook. We planden voor deze laatste zangsessie nog één opname in.”
Arnold stapte samen met Jan Tuf in de auto om Cees op te halen en naar de studio te rijden. ,,Cees kwam in de deuropening staan en zei dat hij verkouden was. ‘Wordt niks, Arnold. Zing jij het maar. Net als op de demo, dat is beter’, zei hij. De studio was al gereserveerd, dus we moesten er gebruik van gaan maken. Enerzijds viel mijn plan, om Cees weer eens in de schijnwerpers te zetten, in duigen, maar anderzijds was ik vereerd dat Cees mijn stem goed genoeg achtte om een deel lead in te zingen.”

‘In Suriname dacht
ik even, nadat we
uit het vliegtuig
stapten, dat de
landingsbaan omsingeld
was door wilde dieren.
Het bleken hordes
gillende fans te zijn’

,,Na de opname vonden we allemaal dat mijn partij beter tot zijn recht kwam dan de eerste versie die Cees had ingezongen. Achteraf kijk je een koe in zijn reet, maar Cees had gelijk. Ik weet nu ook wel waarom mijn stem beter was op ‘Why’. Mijn stem is namelijk veel minder krachtig dan die van Cees. Het contrast tussen mijn ingetogen stem en die soulstem van Piet werkt dus veel natuurlijker dan wanneer twee krachtige stemmen het tegen elkaar opnemen. Daar gaat de tekst ook over, hè. We strijden om dezelfde vrouw en Piet komt als winnaar uit de strijd.” Arnold neemt een korte pauze en lacht: ,,We scoorden er wel een nummer 1-hit mee. Later is mijn plan om Cees weer naar voren te halen alsnog gelukt met ‘Magical Mystery Morning’, dat voornamelijk door Cees werd gezongen en de vierde plaats in de Top 40 bereikte.”
The Cats brachten hit na hit uit en de populariteit reikte tot ver buiten Europa. ,,Pas nadat we twee nummer 1-hits op onze naam hadden staan werden we beroepsmuzikant. Dat kon ook niet anders. Het was echt niet meer bij te benen. Nu konden we ons volledig op de muziek storten.” De Volendammers reisden af naar Scandinavië. ,,We deden gelijk een tourtje door Zweden, waar Benny Andersson van ABBA – toen keyboards speelde in the Hepstars – nog in ons voorprogramma heeft gespeeld. Los van het feit dat we sindsdien kunnen zeggen dat een kwart ABBA in ons voorprogramma heeft gespeeld, heeft die tour ons niet veel gebracht. Geen mens kende ons in Zweden!”
Een latere tour – waar the Cats wel hun sporen wisten na te laten – was er eentje in Indonesië. ,,We bleken daar echt heel groot te zijn. Er zijn tot op de dag van vandaag Cats-tributebands actief in Indonesië. In onze periode op het tropische oord hebben we zelfs voor de vicepresident van het land mogen optreden. We speelden die avond in een grote theaterzaal. ’s Middags tijdens de soundcheck werden er voor het podium opeens imposante, blauwe bankstellen neergezet. Ik vroeg waar dat voor was en zo kregen we te horen dat de vicepresident die avond eregast zou zijn. Dat vonden wij – een bescheiden zangclubje uit Volendam – best bijzonder.”
Het was ook in Indonesië dat Arnold te maken kreeg met het sterrendom. ,,Bij de landing van het vliegtuig merkten we al dat ons iets te wachten stond. Iedereen mocht het vliegtuig uit, maar the Cats moesten blijven zitten. Het hele vliegveld bleek vol fans te staan. Ze wilden een glimp opvangen van ons. Dat soort situaties kunnen vrij indrukwekkend zijn. Het heeft natuurlijk niks met muzikaliteit te maken, maar de toestand waar je in terecht komt. Als Volendammer mag je je natuurlijk geen rockster voelen – en dat doen we ook niet – maar we merkten wel dat dit geen kattenpis was. In Suriname maakten we een vergelijkbare situatie mee. Daar dacht ik even, nadat we uit het vliegtuig stapten, dat de landingsbaan omsingeld was door wilde dieren. Het bleken hordes gillende fans te zijn. We konden niet bevatten dat dit voor ons was”, lacht Arnold bescheiden.

Studio
Naast het schrijven en spelen van muziek had Arnold altijd nog één grote passie: de techniek achter de muziek. En dankzij zijn in 2001 helaas overleden vrouw Henny, staat in Volendam een van de meest succesvolle muziekstudio’s van Nederland. ,,Eigenlijk is de studio ontstaan omdat het huisje dat we hadden gekocht veel te klein was. Er moest een keuken worden aangebouwd, maar dat mocht niet zomaar van de gemeente. Omdat we ons op industriegebied bevonden, ontstond er wel een mogelijkheid als het een bedrijfswoning zou worden. Ik opperde ‘als ik achter de woning een repetitieruimte bouw en dat vervolgens verhuur, dan zijn wij toch een bedrijf?’. Daar was geen speld tussen te krijgen. Zo werd de repetitieruimte voor the Cats overdag en ’s avonds voor Jen Rog gerealiseerd.”
Als aanvulling maakte Arnold een controlekamertje met twee opnamerecorders, zodat hij ook kon opnemen als het nodig was. ,,Iedere keer als er een Cats-repetitie plaatsvond, moesten we het hele live gebeuren naar binnen slepen, inclusief het mengpaneel. En met dat mengpaneel kon je ook opnemen. Die kans liet ik als liefhebber natuurlijk niet onbenut. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in de techniek achter de muziek.” Met de wetenschap dat Arnold als jonge jongen een eigen basgitaar bouwde en zijn voorliefde voor de techniek achter de muziek uiteindelijk resulteerde in een hitfabriek, heeft zijn verregaande interesse hem veel gebracht.
Arnold begon met het opnemen van demo’s voor the Cats en andere lokale bands. En in 1975 rolde het eerste album uit zijn studio: ‘File Under Popular’ van Specs Hildebrand. Inmiddels is het zo dat er geen stukje muur meer te zien zou zijn als hij alle gouden platen die in zijn studio zijn opgenomen op zou hangen. Succesvolle albums van onder meer the Cats, Marco Borsato, Jan Smit, André Hazes, Ilse Delange, Acda & de Munnik, Gordon, Within Temptation, BZN, Nick & Simon en de 3JS hebben er het levenslicht gezien. ,,Zelfs 50 Cent is één dag geweest en hij en zijn mensen wisten het te presteren om op die ene dag alle luidsprekers op te blazen. De schade hebben ze aan het einde van die dag cash terugbetaald”, lacht Arnold.
Onderhand is Arnolds zoon Patrick al decennialang de knoppenbaas – hij is een kei in zijn vak, aldus zijn vader – maar Arnold mag nog altijd graag even om het hoekje kijken van zijn dierbare studio. Arnold is liefhebber in hart en nieren. Vanwege zijn bovenmatige interesse, zijn talent en zijn doorzettingsvermogen wist hij in drie verschillende muzikale vakgebieden de top te bereiken. Hij werd noodgedwongen bassist, leerde het zichzelf aan om nummer 1-hits te schrijven en hij richtte één van Nederlands meest succesvolle studio’s op. Arnold is verantwoordelijk voor hits die door generatie op generatie worden doorgegeven en bovendien: hits die nog altijd concertzalen op hun kop zetten. The Cats gooiden 37 jaar geleden officieel de handdoek in de ring, maar beschikken nog altijd over een toegewijde fan schare die de verschillende tributebands naar ieder optreden volgt. Volendam zou niet hetzelfde zijn geweest als Arnold een jaar na zijn blokfluittrauma niet tóch die gitaar cadeau had gekregen.

Fotogalerij

Mollen vangen in het ochtendgloren

Vorig jaar maakte Herman Runderkamp een echte carrièreswitch. Na tientallen jaren het slagersvak uitgeoefend te hebben, is hij nu mollenvanger geworden.

 

In alle vroegte trekt Herman er op uit om in heel Waterland mollen te vangen, die door hun graafwerk schade aan de dijken veroorzaken. Elke ochtend is het voor Herman weer genieten geblazen van de natuur. Zo ook afgelopen week toen hij van de opkomende zon in het ochtendgloren deze fraaie opname maakte.

Fotogalerij

“Oudlet” met mannenmode opent donderdag in het Havenhof

Donderdag 22 april, opent Rob Veerman van “747” in winkelcentrum Havenhof “Oudlet Volendam”. In het vrijgekomen pand waarin tot voor kort de Damesmode Fashion Outlet gevestigd was, opent Rob zijn tijdelijke tweede winkel.

 

Bij Oudlet Volendam kan men 7 dagen per week terecht voor een groot assortiment mannenkleding. Door de slechte seizoenen met corona en het niet doorgaan van koopdagen als de markt op Koningsdag en braderieën, worden niet verkochte voorraden nu verkocht bij Oudlet.

Er is veel kleding overgebleven en de collectie wordt aangevuld met rest- en voorraadpartijen die voor een zéér aantrekkelijke prijs aangeboden worden.

Fotogalerij

In de Nivo van vandaag, 21 april 2021

Wij wensen iedereen veel leesplezier met onder andere de volgende onderwerpen:

• Zusson: Huidhonger
• KBO NIEUWS: Kleine pensioenen: waardeoverdracht goed regelen en monitoren
• Na de 3JS nu ook Peter Pannekoek tijdens corona testevenement in PX
• Wat stond er in je rapport: mr. Johan Mühren was met alles bezig, behalve school
• Participatie: het kan beter
• Gezamenlijk in actie tegen eenzaamheid
• Wilde haren, gouden jaren: André Dekker: Bewaker van de fijne lijn tussen rigoureus repeteren en ongedwongen ouwehoeren
• Max Velthuis en Klaas Kwakman vieren hun 40-jarig onderwijsjubileum
• Simone beweegt zich tussen patiënten en studenten
• Samenwerking podia leidt tot ‘uniek initiatief’

Fotogalerij

Zaanstreek-Waterland wil alle (grote) daken vol met zonnepanelen

Om de ambities uit het Nationaal Klimaatakkoord te halen willen de acht gemeenten uit Zaanstreek-Waterland grootschalig inzetten op het principe: “alle daken vol” met zonnepanelen. Daarnaast worden de mogelijkheden voor het opwekken van windenergie verder onderzocht in een aantal gemeenten. Hiermee levert de deelregio met behoud van natuurlijke waarden van het landschap en het karakter van het gebied een haalbare bijdrage aan de Regionale Energiestrategie van energieregio Noord-Holland Zuid.

Publicatie en vaststelling van de Regionale Energiestrategie Noord-Holland Zuid
De Regionale Energiestrategie (RES) van Noord-Holland Zuid is op 21 april 2021 gepubliceerd en klaar voor besluitvorming door gemeenten, provincie en waterschappen. Het document is het resultaat van vele onderzoeken, gesprekken en bijeenkomsten. In de RES staat hoe de regio de ambitie van 2,7 TWh aan wind- en zonne-energie in 2030 wil realiseren en hoe zij de warmtetransitie wil versnellen.

Veel draagvlak voor zonne-energie
De deelregio Zaanstreek-Waterland omvat acht gemeenten: Zaanstad, Beemster, Edam-Volendam, Purmerend, Oostzaan, Wormerland, Landsmeer en Waterland. Tijdens sessies met professionele stakeholders, bestuurders, geïnteresseerden en belanghebbenden is steun uitgesproken voor het opwekken van zonne-energie door maximale benutting van beschikbare daken (met een capaciteit voor meer dan zestig panelen) en op grote parkeerplaatsen, met behoud van landschappelijke en recreatieve waarden. In een aantal gemeenten wordt ook gekeken naar zonne-energie op uitgeefbare (of niet in gebruik genomen) gronden op bedrijventerreinen. Er waren ook veel vragen over wat de RES concreet gaat betekenen voor het landschap. Deze behoefte aan concretisering wordt dit jaar opgepakt met het uitwerken van de zoekgebieden met belanghebbenden.

In Zaanstreek-Waterland zijn sommige gebieden afgevallen of toegevoegd
In een uitgebreid proces is opgehaald waar mogelijkheden zijn om grootschalig duurzame energie op te wekken. Dit vanuit het perspectief van natuur en milieu, de kosten, de impact op het elektriciteitsnetwerk, gezondheid en de maatschappelijke impact. En dat is niet zonder slag of stoot gegaan.
De uitgeefbare (niet in gebruik genomen) gronden op bedrijventerreinen vallen af voor het opwekken van zonne-energie op de grondgebieden van Zaanstad, Beemster en Edam-Volendam. Op het grondgebied van gemeenten Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan en Wormerland komen geen windzoekgebieden langs de A7 en ten noorden van de A10.
Naast deze generieke zoekgebieden staan er op de kaart nog vier ‘specifieke’ zoekgebieden in Waterland en Zaanstad waar de mogelijkheden voor zonne- en/of windenergie verder worden onderzocht. Dit zijn de zoekgebieden zon op de Bukdijk (Waterland), wind bij de Nes (Waterland), zon en wind in het Noordzeekanaalgebied (Zaanstad) en zon langs de A7 (berm), A8 en ten noorden van de A10. De haalbaarheid, wenselijkheid en invulling hiervan worden verder verkend.

Informatieavond over de RES
Op woensdag 28 april (20.00-21.00 uur) wordt een online toelichting gegeven op de keuzes die de regio maakt. Hoeveel wil de regio gaan opwekken tot 2030? Waar liggen de zoekgebieden? Wat is een zoekgebied eigenlijk? Welke stappen volgen nog totdat uiteindelijk een vergunning kan worden verleend? En hoe kunnen bewoners en belanghebbenden hierover nog meepraten? De toelichting is voor iedereen te volgen via een livestream op https://energieregionhz.nl/informatieavond-res

Iedere gemeente doet wat
Beemster volgt landelijke ambities voor CO2-reductie, zonder aantasting van Unesco-werelderfgoed

Dit doet de gemeente door in te zetten op energiebesparende maatregelen, het stimuleren en faciliteren van initiatieven om zonne-energie op te wekken. Een mooi voorbeeld hiervan is een gezamenlijk project van Liander en LTO om zon op agrarische daken te realiseren.

Edam-Volendam wil kernwaarden van agrarische – en natuurgronden in stand houden
In Edam-Volendam zal vol ingezet worden op alle daken vol met zonnepanelen, energiebesparing en zonnestroomprojecten boven parkeerterreinen. Ondernemers krijgen een belangrijke rol in de realisatie.

Landsmeer wil CO2-uitstoot verminderen door energie te besparen, opwekking van hernieuwbare energie te stimuleren en afvalstromen te verminderen
De gemeente hecht veel waarde aan het behoud van de natuurgebieden en de landschappelijke en recreatieve waarden. Daarom zet ook Landsmeer vol in op “alle daken vol”, energiebesparing en het stimuleren van particulieren en ondernemers om mee te doen aan de verduurzaming van de gemeente.

Oostzaan wil een haalbare en betaalbare bijdrage leveren aan de energietransitie
De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld door haar eigen huisvesting te verduurzamen en stimuleert collectieve inkoopacties voor zonnepanelen en de Regeling Reductie Energiegebruik waarmee particulieren hun huizen kunnen verduurzamen. Het Oostzanerveld is als zoekgebied komen te vervallen, want het landschap staat voorop in de gemeente. De ambitie “alle daken vol” sluit goed aan bij de ambitie van gemeente Oostzaan.

Purmerend neemt afscheid van het aardgas en streeft (lokaal) opgewekte duurzame energie na
Op bedrijventerrein de Baanstee Noord is in 2016 het zonnepanelenpark Solar Campus Purmerend met 21.600 zonnepanelen gerealiseerd. Dit park levert stroom voor ca 1.400 huishoudens. Daarnaast is in Purmerend al 75% van de gebouwde omgeving aardgasvrij dankzij de biowarmtecentrale De Purmer. Purmerend zet vol in op zon-op-dak, zowel bij bestaande gebouwen als de ca. 10.000 nieuw te bouwen woningen.

Waterland zet in op lokaal opgewekte duurzame energie en energiebesparing
Waterland houdt hierbij oog voor de karakteristieke waarden van haar historische dorpen. De gemeente stimuleert en ondersteunt duurzame initiatieven van lokale ondernemers en verduurzaamt haar eigen bedrijfsvoering en vastgoed.

Wormerland is ambitieus met een realistische bijdrage aan de energietransitie
Zo stimuleert de gemeente lokale duurzaamheidsinitiatieven en geeft zelf het goede voorbeeld door de ambitie na te streven om als gemeentelijke organisatie in 2030 energieneutraal te zijn. Daarnaast zoekt de gemeente naar oplossingen op het gebied van mobiliteit, landschap en klimaatadaptatie en bewustwording. De gemeente wil een Routekaart lanceren met initiatieven die bijdragen aan klimaatneutraliteit.

Zaanstad wil de gehele gemeente tussen 2030-2040 klimaatneutraal maken
Zaanstad heeft de wens om windturbines langs het Noordzeekanaal te plaatsen, waarbij het streven is om inwoners van Zaanstad optimaal te laten profiteren van de opbrengst van deze turbines, bij voorkeur door collectief beheer. De stad zet in op een coöperatieve energietransitie, waarin door inwoners en organisaties wordt samengewerkt en de baten van de opwekking zoveel mogelijk bij inwoners terecht komen.
Zaanstad heeft tevens een grote woningbouwopgave en de ambitie is om deze nieuwbouwwoningen zoveel mogelijk energieneutraal te maken. Daarnaast moet een grote hoeveelheid oudere woningen worden geïsoleerd. De stad heeft duurzame ambities en wil inwoners daarbij zoveel mogelijk ondersteunen, door het aanbieden van collectieve inkoopacties voor isolatie, zonnepanelen en andere verduurzamingsmaatregelen.

 

Fotogalerij

Coördinatoren meidenteams RKAV dromen van damesteam in de eredivisie

Voetbal wint flink aan populariteit onder meiden

Wat begon met in totaal zo’n veertig meiden, is in een tijdsbestek van een jaar uitgegroeid tot maar liefst honderdtwintig enthousiaste voetbalmeiden, verdeeld over acht teams in verschillende leeftijdscategorieën. Liana Veerman-Schilder, Annemarie Berkhout en Hans Molenaar blikken terug op een hectisch, maar ook ontzettend leuk eerste jaar als coördinatoren van de meidenteams van de RKAV.
Door Leonie Veerman

[ads id=66]

,,In het begin ging ik nog actief op zoek naar nieuwe leden”, zegt coördinator Liana. ,,Maar al snel was het bijna niet meer bij te benen hoeveel nieuwe leden er in de meidenteams bijkwamen. Soms zelfs meerdere per week.’
Waar komt al die interesse van meiden opeens vandaan? Hans Molenaar vermoedt dat dit onder andere te maken heeft met de toegenomen populariteit van damesvoetbal. ,,Sinds de oranje leeuwinnen Europees kampioen zijn geworden in 2017, en in 2019 de WK-finale verloren, zie en hoor je overal veel meer van damesvoetbal.”

Grote zak
Zijn vrouw en mede-coördinator Annemarie denkt dat de enorme aanvoer van nieuwe meidenvoetballers ook samen zou kunnen hangen met de strenge coronamaatregelen van het afgelopen jaar. ,,Veel andere sportlessen, met name van de binnensporten, werden het afgelopen jaar regelmatig afgelast”, zegt Annemarie. ,,En ouders vinden het natuurlijk belangrijk dat hun kinderen toch in beweging blijven, dus kwamen ze al snel bij de RKAV terecht, hier sporten we namelijk buiten en op de velden kunnen we ruim voldoende afstand bewaren.”
Ook los daarvan merkten de coördinatoren dat het ‘voetbalvirus’ onder jonge meiden zich bijna als een olievlek verspreidde over steeds meer basisscholen in het dorp. ,,Nieuwe leden zijn vaak zo enthousiast dat zij al snel ook hun nieuwsgierige vriendinnen en/of klasgenootjes meebrengen”, vertelt Liana. ,,Ik heb een grote zak vol met voetbalschoenen in alle maten, zodat iedereen die dat wil twee proeflessen mee kan doen. En bijna iedereen die hier meedoet vindt het leuk en wordt uiteindelijk lid.”
Als moeder van twee dochters had Liana Veerman niet verwacht dat ze ooit zo’n fanatieke voetbalmoeder zou worden. Haar beide dochters – nu 10 en 13 jaar jong – voetballen inmiddels al een aantal jaar met veel plezier bij de RKAV, en Liana heeft het al die tijd ontzettend leuk gevonden om hen in actie te zien op het veld.
Liana vertelt dat deze meidenteams tot vorig jaar nog onder leiding van Vincent Tol stonden, die binnen de vereniging ook verantwoordelijk is voor de ‘kabouters’ en de ‘mini’s’ (teams met 5-jarigen en 6 tot 7-jarigen). ,,Hij doet ontzettend veel voor de RKAV, dus toen er een oproep werd gedaan voor nieuwe coördinatoren voor de meidenteams, leek het me goed om wat taken van hem over te nemen. Zo ben ik coördinator van meidenteams geworden van 10 tot en met 13 jaar oud (MO10, MO11 en MO13). Sindsdien ben ik bijna niet meer weg te slaan bij de vereniging.”
Ook Annemarie Berkhout en haar man Hans Molenaar stonden de afgelopen jaren al vaak langs de zijlijn van een voetbalveld om hun 8-jarige dochtertje toe te juichen. Hun 5-jarige zoontje zit inmiddels bij de ‘kabouters’ en Hans was al enige tijd actief als trainer van een meidenteam. Na de oproep voor nieuwe coördinatoren is hij samen met zijn vrouw Annemarie verantwoordelijk geworden voor de meidenteams onder de 8 en 9 jaar oud (MO8 en MO9).

Alles voor de meiden
Als coördinatoren zijn Liana, Annemarie en Hans verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de meidenteams. Daar komen een behoorlijk aantal administratieve en logistieke taken bij kijken. Van het bestellen en bezorgen van de tenues voor nieuwe leden tot de afstemming met alle ouders. ,,Achteraf gezien hadden we vorig jaar geen idee waar we aan begonnen”, zegt Liana. ,,Toen Vincent Tol mij vroeg of ik coördinator wilde worden, benadrukte hij dat het niet zoveel werk zou zijn. Volgens hem zou ik er alleen aan het begin van het seizoen wat tijd in moeten steken, daarna zou alles wel loslopen.” Annemarie en Hans lachen. ,,Zoiets zei hij inderdaad ook tegen ons, maar daar zat hij toch flink naast, het werk stapelde zich alleen maar op, en we zijn bijna elke dag wel even met voetbalzaken bezig.’
Liana, Annemarie en Hans benadrukken dat het ook wel een uitzonderlijk hectisch jaar was. ,,Naast de enorme toevoer van nieuwe leden, zorgde corona voor een hoop extra regelwerk”, vertelt Annemarie. Liana: ,,Omdat de regionale competities werden stopgezet, heeft Vincent Tol bij de RKAV bijvoorbeeld een interne competitie opgezet, zodat alle jongens en meiden toch gewoon elke zaterdag nog een wedstrijd konden spelen. Daarnaast kwam het regelmatig voor dat leden zich af moesten melden omdat ze in quarantaine zaten. Soms miste je in een klap meerdere teamleden uit dezelfde schoolklas, en dan moest je op het laatste moment snel nog op zoek naar meerdere vervangers, anders kon de tegenpartij namelijk ook niet spelen. Dat leverde flink wat stress op af en toe. Maar we zijn blij dat we onze jeugdleden in deze rare tijden toch nog wat onbezorgdheid kunnen bieden en ze tegelijkertijd lekker in beweging houden.”
Volgens Hans zou je het als coördinator niet lang volhouden als je geen passie voor het voetballen hebt. ,,Maar als je ziet hoeveel het voor die meiden betekent, zet je ook echt alles op alles om de trainingen en wedstrijden koste wat kost door te laten gaan.” Annemarie knikt: ,,Nou doen wij het zelfs nog samen, Liana heeft het allemaal in haar eentje weten te managen.”
Liana geeft toe dat ze het bij vlagen erg druk had. ,,Het blijft vrijwilligerswerk, en ik werk ook nog gewoon 32 uur per week, dus soms is het echt even aanpoten. Toch merk ik dat ik er enorm veel voldoening uithaal. Het is ontzettend leuk om te zien hoeveel plezier die meiden in het voetballen hebben. Omdat er zoveel nieuwe meiden bij zijn gekomen ben ik sinds kort ook hulptrainer geworden. En dat terwijl ik zelf nog nooit gevoetbald heb”, lacht Liana. ,,Maar je groeit er echt in mee.”
Liana, Annemarie en Hans hopen unaniem dat het gemakkelijker wordt, als corona geen roet meer in het eten gooit. ,,Niet eens alleen voor onszelf”, zegt Annemarie, ,,maar het is ook veel leuker voor de meiden als er gewoon met regelmaat getraind kan worden, als de ouders weer mogen kijken, en vooral als ze weer echt een competitie in de regio kunnen spelen. Het hangt er vanaf wanneer het kabinet dat goedkeurt.”

Een sport voor stoere meiden
Hoewel voetbal lange tijd bij uitstek werd beschouwd als een sport voor jongens en mannen, zijn Liana, Annemarie en Hans ervan overtuigd dat het ook een ideale sport voor meiden is. ,,Ik vind het super dat mijn dochter zo fanatiek met voetbal bezig is”, zegt Hans. ,,Ze was vijf jaar oud toen ze voor het eerst vroeg of ze op voetbal mocht en toen ze zes was volgde ze haar eerste trainingen. Ik denk dat het sowieso goed is voor meiden om een teamsport te beoefenen. Door allemaal in hetzelfde t-shirt op het veld te staan en samen te werken aan een gezamenlijk doel, geef je ze een groot groepsgevoel mee. Daarnaast leren ze in een vereniging als de RKAV heel veel nieuwe vrienden en vriendinnen maken.”
Volgens Annemarie en Liana trekt het voetbal wel een speciaal type meiden aan. ,,Je ziet hier wel echt de wat fellere types op het veld”, zegt Annemarie, ,,voetbal is echt een sport voor stoere meiden.” Liana knikt. ,,Voetbal vergt veel conditie en uithoudingsvermogen. En of het nu koud is of niet, we trainen buiten. Pas als het erg hard waait, stormt of onweert, gaat de training niet door. Maar de meiden die hier voetballen, hoor je nooit klagen. Zelfs als het regent, zie je ze genieten op het veld. Mijn dochters kwamen soms huilend thuis als ze hard waren gevallen of door hun enkel waren gegaan, maar dan kon ik altijd nuchter tegen ze zijn. Het is nou eenmaal geen sport voor watjes.”
Na een jaar kunnen Liana, Annemarie en Hans met zekerheid stellen dat er een hoop talent rondloopt in de meidenteams van de RKAV. ,,Het valt me vooral op hoe fanatiek en gedreven veel van de meiden zijn”, zegt Annemarie. ,,We zien steeds vaker clubjes meiden die ook in hun vrije tijd naar de vereniging komen om een potje te voetballen op een van de vrije velden. Dat is ontzettend mooi om te zien.’
Liana: ,,We geven inmiddels ook aparte keeperstrainingen voor de meiden, en die zijn razend populair. Ook de meiden die geen ambitie hebben om echt keeper te worden, doen daaraan mee, omdat ze het gewoon ontzettend leuk vinden.” Ook de dochter van Annemarie en Hans is onlangs met de keeperstrainingen begonnen.

Vrijwilligers en sponsoren
De coördinatoren benadrukken dat de enorme groei en het succes van de meidenteams niet mogelijk zou zijn geweest zonder alle inzet van de vrijwilligers van de RKAV en uiteraard de vele sponsoren die hun steentje bijdragen. ,,Daar zijn we echt ontzettend blij en dankbaar voor”, zegt Liana. ,,Podobrace is onze vaste sponsor voor de meidentrainingspakken en trainingsoutfits voor de trainers. Alle jeugdteams van RKAV mogen ook elk jaar een uurtje bowlen bij Bowling de Zedde. Dat is niet alleen ontzettend leuk, maar ook zeer waardevol voor de teambuilding. Daarnaast zijn er nog diverse andere bedrijven uit onze gemeente die wedstrijdtenues en tassen sponsoren.”
,,Ook is het ondanks het coronavirus gelukt om voldoende sponsors te vinden voor speciale looptrainingen. Sinds kort krijgen heel veel teams nu om de week extra looptraining onder begeleiding van een JSC-trainer. Ook voor onze oudere meiden biedt dit weer extra mogelijkheden om aan hun conditie en ontwikkeling te werken, en we zien dat ze die kans met twee handen aanpakken.”
Liana, Annemarie en Hans zeggen versteld te staan van het niveau waarop sommige meiden spelen. ,,Over het algemeen ligt het niveau van de meiden altijd onder het niveau van de jongens van dezelfde leeftijd”, zegt Annemarie. Volgens Liana heeft dat niet alleen te maken met de fysieke belasting. ,,Over het algemeen spelen jongens al vanaf een jongere leeftijd, en natuurlijk ook vaker, bijvoorbeeld op straat of op het schoolplein. Er zijn echter een aantal meiden die zo goed spelen, dat wij hen bij de meidenteams niet het niveau kunnen bieden waar ze recht op hebben. Zij spelen daarom sinds kort dus mee met de jongens, zodat zij de kans krijgen zich echt optimaal te blijven ontwikkelen. Dit zijn Jaylen Zwarthoed, Fleur Jonken Ulrike Mendes Ros, echte toptalenten die het in zich hebben om het ver te schoppen, en wellicht zelfs de nieuwe Lieke Martens kunnen worden.”
Maar ook in het algemeen wordt het meidenvoetbal bij het RKAV elk jaar professioneler. ,,Als je nu ziet hoe ver we met de meidenteams al gekomen zijn, dan schat ik dat we de komende jaren zelfs nog veel beter gaan worden” zegt Hans, ,,en dan ook echt mooie competities kunnen gaan winnen.”
Over hun uiteindelijke doel zijn de coördinatoren het eens: ,,Het is onze missie om uiteindelijk met een damesteam in de eredivisie te spelen. Daar gaan we voor, en als we zo doorgaan is dat volgens ons in de toekomst echt mogelijk.”
Als het aan Liana ligt komt er binnenkort ook een dames voetbalteam voor 35 plussers. ,,Die hebben we nog niet bij RKAV maar het lijkt me ontzettend leuk om zelf ook het veld te staan met leeftijdsgenoten. Wie weet lijkt het andere vrouwen ook leuk, dan kunnen we dat gaan uitproberen.”
Ondanks de enorme groei van het aantal jonge meiden bij de RKAV benadrukken de coördinatoren dat er nog altijd ruimte is voor meer leden. ,,Eventueel geïnteresseerde meiden (dat kan al vanaf geboortejaar 2015) kunnen altijd een keer vrijblijvend meetrainen. Stuur dan even appje naar Vincent Tol (06-39701219), die brengt je dan in contact met de voor die leeftijd juiste coördinator.”

Fotogalerij

Stenen in ramen gegooid bij DEEN

In de nacht van vrijdag op zaterdag, rond 02.00 uur, zijn twee ramen vernield van DEEN Supermarkt in de Burg. van Baarstraat. Een raam van de automatisch openschuivende toegangsdeur en een ruit bij de bloemenafdeling moesten het ontgelden.

 

Scheuren en sterren zaten in de twee ramen door deze nachtelijke baldadigheid. De dader(s) zijn niet naar binnen gekomen. Er is aangifte gedaan bij de politie en er wordt een onderzoek ingesteld.

Fotogalerij

Rioolwerkzaamheden op de Mercuriuslaan

Aannemer Sturm is al enkele weken bezig met de aanleg van nieuwe rioolbuizen op de splitsing Mercuriuslaan-Hermanus van der Haarstraat-Neptunusstraat. Deze drukke doorgaande route is voor al het verkeer afgesloten en de werkzaamheden zullen nog tot 4 juni duren.

 

Eind maart werd hier een boom (es ‘Fraxinus Excelsior) gekapt, omdat deze boven de leiding van de riolering stond. Als het rioolwerk is afgerond zal er een nieuwe boom voor terug geplant worden. Voor de aanleg van de nieuwe rioolbuizen is een groot gat uitgegraven.

Stalen damwanden moeten ervoor zorgen dat de werknemers van Sturm ongehinderd en zonder verzakkingen hun werk kunnen doen. Het is een omvangrijke klus. De toegangswegen zijn met hekken afgezet en met gele borden is een omleidingsroute aangegeven.

Fotogalerij