Vandaag geopend: 08.00 - 10.00

All posts by De redactie

De oorlog met Jannetje Molenaar-Kwakman

Van butter & eek tot Zweeds brood

In een gezin met vijf broers en één zus groeide Jannetje – voor bekenden Jannig – Molenaar-Kwakman op in de Ansjovisstraat te Volendam. Ze was het buurmeisje van Jan Kemper (Buiten), die onlangs zijn oorlogsverhaal deed in de Nivo. ,,Ik weet nog goed dat buurman Kemper altijd een radio had”, klinkt ze. ,,Dat mocht absoluut niet van die Duitsers. Als ze daar achter kwamen, was je nog niet jarig.” Jannetje was zeven toen de nazi’s Nederland overnamen en kan zich de kleine details niet meer herinneren, maar bepaalde gebeurtenissen vergeet ze nooit meer.
Door Kevin Mooijer

Inmiddels is Jannetje 87 jaar en woont nog zelfstandig in het gezellige centrum van Volendam. ,,Mijn man, Jan Molenaar, is alweer bijna 22 jaar geleden overleden. Gelukkig heb ik mijn kinderen en kleinkinderen nog. Ik heb één dochter, twee zoons en tien kleinkinderen. Eén keer per week eet ik lekker vis bij mijn dochter. Dan haalt ze me op en zit ik gezellig bij ze aan tafel.” Ze lacht: ,,Nou ja, ik schuif aan nadat ik de butter en eek gemaakt heb natuurlijk. Dat moet je blijven roeren hè…”

[ads id=66]

Jannetje is opgegroeid als dochter van een botterman. ,,Vroeger aten we iedere dag vis. Dat is nu niet meer voor te stellen met de prijzen van nu. Het is een luxeproduct geworden terwijl het vroeger armoedevoer was. In de oorlog kwam het ons natuurlijk heel goed uit dat mijn vader botterman was. We hadden vaak eten, maar in de winter was het een ander verhaal.”

‘Het is een beangstigende
gedachte als je niet
weet of je vader
weer thuiskomt’

Samen met zijn compagnon trotseerde Jannetjes vader de Zuiderzee. ,,De botter was te klein om de Noordzee op te gaan, dus visten ze op de Zuiderzee. Vaak kwam hij thuis met vis en als we geluk hadden, had hij wat vis weten te ruilen voor aardappels of een enkele keer zelfs boter. Wat dat betreft hadden wij dus geluk ten opzichte van andere gezinnen.”
In de wintermaanden waren Jannetje en haar familie een stuk minder blij met haar vaders beroep. ,,Dat was altijd een angstige tijd. Je had in die tijd nog geen telefoons en stond dus niet in contact met elkaar. Doorgaans kwam m’n vader altijd tegen het eind van de week thuis om vervolgens de volgende week weer de haven uit te varen. Daar kon je de klok op gelijk zetten in de zomermaanden, maar als er ijs op zee lag was het maar afwachten of hij terug naar huis wist te komen. Het was dan een stuk gevaarlijker op zee en dat wisten we. Het is een beangstigende gedachte als je niet weet of je vader weer thuiskomt.”
Jannetjes vader voer niet alleen uit om te vissen, maar nam ook klussen aan van bijvoorbeeld de gemeente. ,,Hij moest dan aardappels naar Volendam importeren. Hij vertelde eens dat ze tijdens de oorlog de haven in kwamen varen met een botter vol aardappels. Langs de dijk stonden overal kinderen met prikstokken om wat aardappels van de berg af te prikken. Een afgezant van de gemeente zag het gebeuren en wilde dat mijn vader de kinderen zou stoppen, maar dat weigerde hij. Hij zei tegen die man ‘heb jij wel eens echt honger gehad?’.”
In 1941 werd Jannetje zuster van een tweeling. ,,Mijn twee broertjes werden geboren, maar we hadden – op af en toe wat vis na – veel te weinig voedsel. Dus mijn broer en ik werden richting de boeren gestuurd om melk te halen voor de baby’s. We hadden geluk dat de boeren sympathie hadden voor onze situatie. Ze gaven een grote kan met melk mee.”

‘Vooral aan mijn
moeder merkte ik
dat ze opknapte
na de bevrijding’

Vooral de armoede en angst die begin jaren 40 in Volendam heersten, staan Jannetje nog bij. ,,Er hing een gespannen sfeer. Ik merkte dat mijn moeder continu doodsbang was. Mijn vader was dat ook, maar hij wilde het niet laten merken. Vooral tijdens huiszoekingen van de Duitsers waren we bang. Ze zochten overal naar radio’s en andere dingen die burgers niet mochten hebben. Onze buurman – de vader van Jan Kemper – had altijd een radio waar we met veel buurtbewoners naar luisterden. Hij durfde dat risico wel te nemen. Je was altijd op je hoede en je was altijd angstig in die tijd. Nu ik erop terugkijk was dat het grootste verschil met na de oorlog. Je was vrijer en hoefde niet meer bang te zijn. Vooral aan mijn moeder merkte ik dat ze opknapte na de bevrijding.”
Nadat de Duitsers Nederland uitgejaagd werden, traden de Canadese soldaten Volendam binnen. ,,Ze deelden chocola uit aan kinderen en sigaretten aan ouderen. Zoiets lekkers als die chocoladereep heb ik nooit meer geproefd. Zó lekker. Er heerste gelijk een gezellige sfeer in het dorp. Overal hingen vlaggen, mensen waren blij, er klonk gezang en we hadden chocola.”
Jannetje zucht: ,,Eigenlijk hebben we ons hele jonge leven gemist. We hebben allemaal geen normale jeugd gehad vanwege die oorlog. En het was ook niet zo dat het direct na de oorlog beter werd wat de armoede betreft. Je was nog even arm, maar je kon wel weer wat krijgen om in leven te blijven. De Zweedse broden die na de oorlog richting Volendam kwamen bijvoorbeeld. Dat waren taartjes. Ik vertel dat nog wel eens tegen mijn kleinkinderen als ze hier komen. Ze beseffen vaak niet hoe het vroeger was. Nu beginnen ze gelijk te hamsteren in de supermarkt als je thuis moet werken. Ik doe daar niet aan mee, maar heb wel even gezorgd dat ik een paar pakken koffie op voorraad had staan. Daar kan je niet zonder komen te zitten, zie je.”

Fotogalerij

Botterscheepswerf tijdelijk verhuisd

Stichting Zuiderzee Cultuur Volendam is volop bezig met de aanleg van een nieuwe scheepswerf op het Slobbeland. De grote wens van de Vereniging Behoud de Volendamse Botters lijkt nu echt vervuld te gaan worden.

 

Met de gemeente is de intentieovereenkomst van het “Botter Plus-project” ondertekend om te komen tot nieuwbouw. De oude loods, werkbanken, gereedschap en Romley-loods zijn van de werf op het Slobbeland (naast Paviljoen Smit Bokkum) verwijderd, zodat gestart kan worden met het ophogen van het terrein.

Om toch reparaties aan de Volendammer kwakken uit te kunnen voeren, is contact opgenomen met het bestuur van Recreatiecentrum Slobbeland. Zij hebben toestemming gegeven dat de Romley-loods tijdelijk achter het diepe zwembad op het Slobbeland mag staan.

Fotogalerij

Volendammer mondkapje van bontjesstof in museum

Door de coronacrisis moest het Volendams Museum twee maanden gesloten blijven. Met de nodige aanpassingen en een beperkt aantal bezoekers is het museum twee weken geleden weer geopend.

 

Er zijn diverse maatregelen genomen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Een opvallende “move” is te zien bij de entree van het museum. Een pop, aangekleed in de Volendamse mannendracht, heeft een mondkapje op dat heel mooi past bij de Volendammer klederdracht.

Van bontjesstof is het mondkapje gemaakt. Indien er vraag naar is willen de vrijwilligsters van het museum eventueel meerdere van deze Volendamse mondkapjes maken. Het valt in ieder geval goed op.

Fotogalerij

Emoties en onbegrip bij bewoners Kathammerstraat na boomkap

‘Hoop dat de gemeente excuses aanbiedt’

Op woensdagochtend 27 mei werden bewoners van het Zuideinde en de Kathammerstraat opgeschrikt door het geluid van zaagmachines. Alle bomen in de buurt werden gekapt, waaronder enkele die men plantte in 1920. Dit ging gepaard met emotionele reacties van buurtbewoners. Bijna iedereen was onwetend over de plannen voor de herinrichting van het Zuideinde. Ook mensen die de door de gemeente georganiseerde inloopavonden bezochten. Verder weten bewoners vrijwel zeker dat er vogels in de bomen broedden. In dat geval heeft de gemeente met de boomkap de ‘Wet Natuurbescherming’ overtreden.
Door Laurens Tol

Wolly Hoogland was als inwoner van de Kathammerstraat letterlijk in tranen toen de fruitbomen voor haar deur werden gekapt. Ze woont sinds 1983 in deze wijk. Na verloop van tijd vergroeide ze met het straatbeeld waar de historische bomen bij hoorden. Nu kijkt ze uit op een vlakte van zand en aarde. Na de door de boomkap ontstane commotie werd Wolly samen met enkele buurtgenoten uitgenodigd voor een gesprek op het gemeentekantoor. Dit vond vorige week woensdagochtend plaats en enkele ambtenaren waren hierbij aanwezig.
Volgens Wolly was het een ‘zakelijk gesprek’, waarbij er weinig begrip was voor de verontwaardiging van de bewoners. Wolly spreekt namens een groot deel van de buurt. ,,’Het wordt weer mooi! Het wordt weer mooi!’, zeiden ze. En: ‘Dit ligt nu achter ons. Die fruitbomen moet je nu vergeten’. Ze praatten helemaal niet over hoe dit allemaal is gegaan. De buurvrouw op de hoek was samen met een andere buurman bij die inspraakavonden. Die vertelden dat er toen nog niks bekend was over de herinrichting, laat staan over het kappen van bomen. Het lijkt wel of dit nog steeds zo is. Want op de gemeentesite is hierover niks te vinden. Toen ik een ambtenaar hierop wees en vroeg naar de concrete plannen zei hij: ‘Het zit allemaal hiér’, wijzend op zijn voorhoofd”, vertelt Wolly.

[ads id=66]

‘Ik moest
huilen en mijn
buren ook’

Alle buurtbewoners kregen per post een uitnodiging voor de bewuste inloopavonden om mee te kunnen praten over de plannen. Ondanks dat Wolly slechthorend is en daardoor bij dit soort bijeenkomsten niet alle informatie meekrijgt, heeft ze achteraf spijt dat ze hier niet bij was. ,,Voor mij is een inloopavond niet ideaal, maar ik had natuurlijk beter moeten opletten. Maar los daarvan vind ik dat ze beter hadden mogen communiceren over wat ze nu gedaan hebben. En ze hadden er ook beter over na mogen denken. Ik moet nu minimaal een halfjaar, misschien wel een jaar tegen een maanlandschap aankijken. Het had ook anders gekund, maar dat kost misschien wel meer moeite en geld. Dit is toch verschrikkelijk, hoe het nu is?”
Verder stuit het Wolly tegen de borst dat de gemeente met de boomkap geen rekening heeft gehouden met de vogels. Zij weet zeker dat de fruitbomen een leefplaats voor deze dieren vormden. ,,Áls je de bomen er dan uithaalt, doe dat dan niet nu. Want nu zaten er vogeltjes in. Onbeperkt. Echt tientallen. De jonkies zaten in de bomen. En hun ouders zag je de hele dag komen aanvliegen met muggetjes, rupsen. Daarom kwam het bij mij zo hard binnen toen ik die zaaggeluiden hoorde. Ik vond het zó erg. Ik moest huilen en mijn buren ook.”
De gemeente beweert dat er een ‘quick scan’ op vogels heeft plaatsgevonden bij de bomen. Het bedrijf dat dit onderzoek verrichtte, vond er geen nesten. ,,Ik wil die quick scan dan wel eens zien. Ik weet namelijk dat er twee ransuilen in die bomen zaten. Maar daar heb ik geen foto’s van. Want nesten, die gá je ook niet vastleggen met je camera. Die laat je met rust. De struiken aan de Zuideinde-kant zijn zo oud, daar zitten nesten in. Met zoveel vogels is het aannemelijker dat ze er wél zitten in plaats van niet.”
Officieel mag een boom in elk seizoen worden gekapt. Wel op voorwaarde dat men met redelijke zekerheid kan vaststellen dat er geen broedende vogels of andere nestelende dieren worden verstoord. En er in de boom geen jaarrond beschermde nesten te vinden zijn. Deze regels zijn vastgelegd in de ‘Wet Natuurbescherming’ in artikel 3.2. lid 2. De tekst luidt: ‘Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels (…) te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen’.
Niet alle buurtgenoten waren gecharmeerd van de bomen die er stonden. Na een inloopavond stelden twee bewoners van het Zuideinde brieven op waarin zij verzochten om de bomen voor de voormalige bar ‘De Joppekop’ te laten kappen. ,,Dit hebben ze meegenomen tijdens de bespreking in de raad. En toen hebben ze gezegd: ‘We trekken alles eruit’. Dat is dus de aanleiding geweest. Het verzoek van twee mensen. Natuurlijk heeft de gemeente wel wat gecommuniceerd. Maar als je bijvoorbeeld naar de gemeentesite kijkt: dat is een onoverzichtelijk geheel. Ik vind hem zeer klantonvriendelijk. En ik durf wel te zeggen dat ik handig ben met computers. Écht handig. Maar mijn buurvrouw van dik in de zeventig, denk je dat die hier ooit achter zou komen?”

‘We leggen ons
nog niet bij
deze kwestie neer’

Naar aanleiding van de kapactie ontstonden er geruchten. Het Hoogheemraadschap zou de gemeente hiertoe hebben opgedragen. Tijdens het gesprek op het gemeentekantoor hoorde Wolly dat dit niet het geval was. Het is wel zo dat er nu geen bomen meer mogen worden herplant. Dit is officieel namelijk niet toegestaan is op een dijklichaam. ,,Ik weet niet in hoeverre dat waar is. De ambtenaar vertelt dat en dan geloof ik het. Maar ik denk dat ze heel vaak vertellen wat in hun straatje van pas komt.”
De fruitbomen in de buurt Zuideinde/Kathammerstraat zijn ooit geplant door Albert Kes, beter bekend als ‘Jachie’. Hij werd geboren in 1904 en tot op latere leeftijd plukte hij in oogsttijd appels uit de bomen. Een zoon van Alberts broer Klaas verklaart dat ze tussen de negentig en honderd jaar geleden geplant zijn.
Wolly is nog niet klaar met deze zaak. Via de ‘Wet openbaarheid van bestuur’ hoopt zij inzage te krijgen in de besluitvorming van de gemeente. Dan zal blijken in hoeverre er juist gehandeld is. Verder hoopt zij op meer fatsoen vanuit de hoek van de lokale overheid. ,,Ik hoop dat de gemeente excuses aanbiedt en toegeeft dat ze dit netter had kunnen oplossen. En wij zouden graag mee willen doen met de invulling van het groen dat er komt. Hopelijk wordt het vogelvriendelijke beplanting. Want ik vrees voor onderhoudsvriendelijk groen. We leggen ons nog niet bij deze kwestie neer.”
Naar aanleiding van de ontstane commotie door de boomkap, publiceerde de gemeente Edam-Volendam op haar site een bericht over de zaak. De tekst van dit op 6 juni 2020 verlopen artikel luidt: ‘Er is onrust ontstaan omdat de gemeente groen heeft verwijderd bij de Kathammerstraat/Zuideinde. Wij hebben dit met de bewoners tijdens de inloopavond van 14 november 2019 besproken. Het groen is mede op verzoek van bewoners onderdeel van de herinrichting. Een aantal inwoners heeft aangegeven ander groen te willen in plaats van de fruitbomen die daar stonden. Voor al het werk dat is verricht is een omgevingsvergunning verleend die ter inzage heeft gelegen voor bewoners. De gemeente gaat na de Pinksteren met een aantal inwoners in gesprek om dit uit te leggen en eventueel te zoeken naar een oplossing.’

 

Ecologisch onderzoek gemeente
Uit ecologisch onderzoek van de gemeente Edam-Volendam is het volgende gebleken:
Op 26 mei tussen 19:30u en 20:30u is de bosschage en zijn de bomen in deze bosschage gecontroleerd op nesten en/of mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen.

• In geen van de bomen zijn nesten geconstateerd.
• Aan één boom hangt een nestkastje. In dit nestkastje wordt momenteel niet genesteld.
• De bomen bevatten geen holen of kieren welke gebruikt kunnen worden als in- en uitvliegopening door vleermuizen en vogels.
• Er zijn visueel geen nesten gevonden in de bosschage.
• Langs de bosschage is op meerdere plekken voor enige tijd geobserveerd. Er is geen vogelgedrag waargenomen die doet vermoeden dat er genesteld wordt in de bosschage.
ADVIES – Uit ecologisch oogpunt is er geen bezwaar om de bosschage en bomen te rooien. – LET OP! Mocht er onverhoopt toch nog een nest en/of verblijfplaats aangetroffen worden, dan dient hier omheen gewerkt te worden en dient de ecoloog op de hoogte gesteld te worden. – De rooiwerkzaamheden dienen binnen 5 dagen na deze inspectie plaats te vinden. Er bestaat namelijk altijd een kans dat er alsnog genesteld gaat worden.

Fotogalerij

Veulenpenning van Volendams Museum voor Kees de Boer

Woensdagavond vond in het Volendams Museum een samenzijn plaats. Hier werd door het (tijdelijk) bestuur uitleg gegeven over het weer open gaan van het museum na tien weken gesloten te zijn geweest vanwege het coronavirus.

 

Voorzitter Jan Tol kon deze avond aan Kees de Boer de Veulenpenning van het Volendams Museum uitreiken. Dit vanwege het vele werk dat Kees al tientallen jaren verzet voor het museum.

Onder applaus van de aanwezige museum-vrijwilligers nam Kees de Boer trots de penning en bijbehorende oorkonde in ontvangst, waarbij lovende woorden gesproken werden tot Kees door voorzitter Jan Tol.

Fotogalerij

Floatfit-training in diepe bad Slobbeland

Zwemschool Marieke verzorgt al vele jaren zwemlessen in het bad van Hotel Spaander. Omdat het hotel nu tijdelijk gesloten is, moet voor de zwemlessen uitgeweken worden. Vanwege de coronacrisis konden de zwemlessen eerder al geen doorgang vinden.

 

Sinds twee weken zijn de zwemlessen weer mogelijk. Dat gebeurt nu deels tijdelijk in het bad van het Marinapark. Maar floatfit-lessen konden niet doorgaan. Marieke Duineveld heeft contact gezocht met het bestuur van het Slobbeland en zij mag nu tijdelijk in de avonduren gebruik maken van het buitenbad van Recreatiecentrum Slobbeland.

Zo kon de eerste floatfit-les van dit jaar woensdagavond met de dames in het Slobbeland-bad gegeven worden op de zachte sub-planken.

Fotogalerij

Onderzoekers richtten zich op gemeenschappelijke impact Nieuwjaarsbrand

‘Het is wetenschappelijke verwondering’

Al bijna twee jaar komt de werkgroep ‘Nieuwjaarsbrand, 20 jaar later’ bijeen en sinds enige tijd zijn twee onderzoekers, Vincent van der Vlies en Pauline Aarten, daar bij aangesloten. Samen met enkele studenten willen zij via de narratieve – oftewel verhalende – methode, twintig jaar na dato de impact die het heeft (gehad) op de gemeenschap vastleggen. Ten behoeve van de wetenschap. Iets wat niet eerder bij vaderlandse rampen is gebeurd.
Door Eddy Veerman

Juist dat laatste triggerde Vincent van der Vlies. Hij is geen onbekende in Edam-Volendam: vanuit Adviesbureau Berenschot werkte hij in opdracht van de gemeente enige tijd mee aan het Actieprogramma Integrale Veiligheid. ,,Eigenlijk is mijn algemene interesse gewekt door de Vuurwerkramp: die dag heeft zonder dat ik dat op dat moment wist mijn leven beïnvloed. Hierdoor kwam er geld voor onderzoek naar gevaarlijke stoffen en solliciteerde ik in Nijmegen op een promotieplek, binnen een plan om dat soort rampen tegen te gaan. Later vond ik het eigenlijk wel gek, dat ondanks dat je er niet bij betrokken bent geweest, zo’n gebeurtenis zo’n effect kan hebben op je leven. Hoe zou dat moeten zijn voor de degene die het wél zelf hebben meegemaakt, welke impact heeft dat op de lange termijn op hen? Dat vroeg ik me zelf destijds af.”

[ads id=66]

Monument
,,Naderhand heb ik nog rampplekken als Tsjernobyl bezocht, maar ook in Uithoorn, waar een grote explosie is geweest. Ik sprak met mensen die nauw betrokken waren geweest bij de Vuurwerkramp. Dat waren individuen, maar de vraag bleef steeds hangen: wat doet zo’n ramp met de gemeenschap? Welke negatieve en positieve effecten heeft dat? Drie jaar geleden kreeg ik namens Berenschot een opdracht hier. Aan het einde daarvan vroeg ik aan burgemeester Sievers hoe zij, zoveel jaar na de Nieuwjaarsbrand, de impact daarvan ervaarde sinds ze in de gemeente was gekomen. Ze vertelde talrijke anekdotes, uit de verhalen die mensen haar hadden verteld. Ze toonde me het boek van het monument op de dijk, met de verhalen achter de tegeltjes van broers, zussen, vrienden, familieleden. Dat maakte grote indruk op mij. Ik raakte geïntrigeerd, door alles wat er zich moet hebben afgespeeld, de mensen die er niet waren maar wél veel hebben meegekregen, tot aan de grote rampspoed van de mensen die het écht hebben meegemaakt. Dat leidde er toe dat ik haar vertelde dat het me zo interessant leek het verhaal van de gemeenschap op te tekenen.”
,,Ondertussen ontmoette ik Pauline, toen ik als gastmedewerker van de Universiteit Leiden een introductiedag had. We hadden een boeiend gesprek over de niet fraaie dingen des levens en haar onderzoeken in Cambodja, Congo en naar verkeersslachtoffers. Ik vertelde haar het idee en dat ik me afvroeg af wat er precies onderzocht is op dit gebied. Zij gaf aan dat het wetenschappelijk vernieuwend was, kijkend naar de Nederlandse situatie. Er is wel op individueel niveau onderzocht, maar niet op gemeenschapsniveau. Het werd voor beide een fascinatie, in de goede zin des woord. En is inmiddels iets dat we naast ons werk doen. Het is nieuwsgierigheid en wetenschappelijke verwondering.”

‘Als het gaat
om iets wat lang
geleden is gebeurd,
kan het zijn dat de
mensen uit je
omgeving immers niet meer zo
geïnteresseerd zijn;
ze kennen immers
het verhaal’

Pauline Aarten is victimoloog en criminoloog, ze is verbonden aan het Institute of Security and Global Affairs, aan de Leidense Universiteit. ,,Toen ik voor het victimologisch instituut in Tilburg werkte, keken we naar slachtofferschap, impact, ervaringen en de nasleep. Ik was begonnen met een project, waarbij de nieuwe methode werd gekozen om het op verhaalniveau te doen. Vaak worden er vragenlijsten voor gebruikt, maar daar kan geen verdieping in worden aangebracht, terwijl de persoon wel iets heel naars heeft meegemaakt. Iedereen heeft een verhaal en dat wil men vaak ook graag kwijt. Daarom hebben we die nieuwe uitgeprobeerd: de narratieve methode. Iets wat in andere landen al werd gebruikt. Om te kunnen begrijpen hoe iemand reageert en handelt, is het belangrijk het levensverhaal aan te horen. Want alle ervaringen die we hebben opgedaan, vormen wie we nu zijn.”
,,Destijds heb ik dat gedaan bij nabestaanden van moord en doodslag en slachtoffers van seksueel misbruik en zwaar geweld misdrijven. Soms zat ik hele dagen met mensen, soms twee of drie keer. Dan bouw je een band op en kun je beter begrijpen, bijvoorbeeld ook hoe zij op de nasleep van een rechtszaak reageren. Die methode had bijzondere opbrengsten. Mensen waren blij hun verhaal te kunnen vertellen. Als het gaat om iets wat lang geleden is gebeurd, kan het zijn dat de mensen uit je omgeving immers niet meer zo geïnteresseerd zijn. Ze kennen immers het verhaal. Maar voor de direct betrokkenen blijft het verhaal altijd een onderdeel van het leven en daarom is het fijn de ruimte te geven en te laten blijken dat dat verhaal er nog steeds toe doet.”
,,Die narratieve methode ben ik ook gaan gebruiken voor latere onderzoeken, omdat bleek dat het zoveel meerwaarde had. Niet alleen voor de persoon zelf, maar ook voor mij als onderzoeker. Op die manier achterhaal je de diepere laag. Het is een wetenschappelijke manier om meer inzicht te krijgen in de ervaringen van de betreffende mensen. Ervaringen die impact hebben gehad op het vervolg van hun leven. Toen Vincent mij vroeg met betrekking tot ‘Volendam’, werd ik meteen enthousiast. Je kunt op verschillende niveaus dingen bereiken. Je kunt laten zien dat je geïnteresseerd bent in het verhaal en je kunt op een wetenschappelijke manier analyses er op los laten.”
Vincent: ,,Als je kijkt naar de Nieuwjaarsbrand en Volendam: de gebeurtenis is uniek en de gemeenschap is uniek. Het is helaas niet de laatste ramp die we gaan meemaken in Nederland: daarom is het goed om alles wat we qua lessen kunnen leren voor andere rampen, voor de lange termijn, in kaart te brengen.” Pauline: ,,En deze ervaringen vormen niet alleen lessen voor wanneer er iets groots in een stad gebeurt, maar ook voor individuele gebeurtennissen en de kring daar omheen. Het heeft invloed op verschillende lagen. Het heeft impact op iedereen.”
Vijf studenten zijn inmiddels begonnen. Vincent: ,,Met het verkennen van allerlei facetten en er is ook literatuuronderzoek gedaan. We willen straks de verdiepingsslag gaan maken.” Pauline: ,,We nemen er de tijd voor, het hoeft beslist niet eind dit jaar klaar.”
Wil je je verhaal – als betrokkene bij de Nieuwjaarsbrand van 01-01-01, vertellen, meld je dan aan bij v.vandervlies@berenschot.nl of
p.g.m.aarten@fgga.leidenuniv.nl

Fotogalerij

Buitenspeeldag bij De Singel Edam

Woensdag was de Nationale Buitenpeeldag. In heel Nederland vinden dan voor de kinderen sportieve activiteiten plaats. Ook in Edam-Volendam wordt hier traditioneel aandacht aan besteed.

 

Op twee locaties, bij de MFA in Oosthuizen en op het terrein naast De Singel in Edam kon de jeugd van 13.00 tot 16.00 uur terecht voor dit gratis vermaak dat opgezet was door Sport-Koepel. In Oosthuizen was er helaas weinig animo. Bij De Singel in Edam was er gelukkig wel belangstelling van de jeugd.

Er was groot uitgepakt door de Sport-Koepel. De jongens en meisjes konden zich vermaken met een groot luchtspringkasteel, creatief vermaak, grote zeepbellen maken, aan diverse spellen meedoen, rondrijden op de pedalo’s en ander sportief vermaak.

Fotogalerij

Bouw fase 2c en 2d van Waterrijk in Oosthuizen gestart

In de nieuwe woonwijk Waterrijk langs de Seevancksweg te Oosthuizen zijn de woningen van fase 1 inmiddels opgeleverd en bewoond. Fase 2 is volledige verkocht en in aanbouw. De bouw vordert gestaag en er is een grote variëteit aan woningen.

 

Fase 3A komt eraan met 58 woningen. De verwachting is dat de verkoop van deze woningen na de zomer van start gaat. Met de bouw van de 24 woningen van Fase 2b is de aannemer begin september 2019 gestart.

In het voorjaar 2020 is gestart met de bouw van de 41 woningen van Fase 2c en 2d door aannemer Kuin. Hiervoor worden door Dura Vermeer nu de grond- en wegwerkzaamheden verricht. De oplevering van deze woningen staat gepland voor najaar 2021.

Fotogalerij

Aanpassing noodverordening sanitair en verpleeghuizen in regio Zaanstreek-Waterland

De rijksoverheid heeft de afgelopen periode vergaande maatregelen genomen om het coronavirus tegen te gaan. Vanaf maandag 15 juni gelden er nieuwe versoepelingen van de maatregelen. De aanpassingen staan in een vernieuwde noodverordening. Deze vervangt de noodverordening van 1 juni.

Meer ruimte vraagt meer verantwoordelijkheid
We gaan op dit moment de goede kant op met de beperking van de verspreiding van het virus. Dat zorgt dat de maatregelen versoepeld kunnen worden. Tegelijkertijd is het virus niet ineens weg. De bewegingsvrijheid die we krijgen brengt daarom een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Om die bewegingsvrijheid ook op de lange termijn te kunnen behouden en een tweede golf te voorkomen, is het nodig dat iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt. Houd afstand en vermijd drukte. Ben je verkouden of heb je klachten? Blijf thuis. Merk je dat iemand in je omgeving symptomen heeft? Spreek iemand aan. Alleen als gemeenschap, die zelf voorzichtig is en omkijkt naar elkaar, kunnen we de vrijheid behouden en stapsgewijs uitbouwen.

Wijzigingen noodverordening
De noodverordening blijft op veel onderdelen hetzelfde. De wijzigingen lichten we hieronder kort toe:

• Het verbod op het ontvangen van bezoek voor verpleeghuizen en andere kleinschalige woonvormen in de ouderenzorg wordt per 15 juni 2020 opgeheven voor alle locaties behalve voor locaties waar zich nog één of meer COVID-19 besmettingen voordoen. Op die locaties is het ontvangen van bezoek nog steeds verboden, behalve in uitzonderingssituaties.
• Het verbod op het openhouden van sanitaire voorzieningen komt per 15 juni 2020 te vervallen.

Volledige noodverordening
Kijk op www.vrzw.nl voor de complete versie van de noodverordening in onze regio. Voor andere vragen over de aanpak van het coronavirus en de maatregelen, kijk dan op de landelijke website waar vragen en antwoorden te vinden zijn.

Fotogalerij