Vandaag zijn we gesloten.

All posts by De redactie

Prijswinnaars WIN Bottertjes voor Bottertjes

Maandag vond de trekking plaats van week 3 van de actie “WIN Bottertjes voor Bottertjes”. Deze actie wordt gehouden door Ondernemend Volendam in samenwerking met Ondernemersvereniging Edam. Deze week zijn er 30 winnaars van € 20,– aan Bottertjes. De prijs wordt bij de winnaars thuis bezorgd. Volgende week is de vierde en laatste trekking van deze zeer geslaagde actie. Hier de winnaars van week 3.

20 Euro aan Bottertjes
J. Zwarthoed, Mercuriuslaan 9
Fam. Veerman, W. Koningslaan 97
Bosma, G.A. Brederodestraat 145
Fam. Bont, Kerkelant 4
Terpstra, H. Averkamplaan 4
Fam. Aalbregtse, D. Steurhof 19
Cindy Nentjes, Meerstraat 12
Fam. Kok, J. Sluiterstraat 12
Fam. Bond, Haven 35F
Mevrouw Mol, H. v.d. Haarstr. 10
Mevr. Schilder, Plutostraat 95
Fam. Tol, W. v/d Bergstraat 25
Thea van Rijn, Reigerstraat 61
Fam. Kwakman, Hermesplants. 19
Luci Tuip, De Poel 36
Gudy van den Hogen, Stavorenplantsoen 14
Margret Smit, Ventersgracht 6
Aegina Jonk, Polkabaai 15
Cilia Tol, Damcoogh 30
Anja Kwakman, Heerenbreeckplein 9
Regine Somsen, Jonkerstraat 8
Ilona Koning, W. Koningslaan 87
Fam. Tol, Bootslot 4
Fam. Butter, Mr. Mührenlaan 98
Gina Veerman, Don. Steurhof 83
Carola de Jong, De Wigge 9
Mevr. De Boer, Begerslant 73
Mevr. Sier-Bond, Meerzicht 8
Maartje Tol, J. v.d. Vondelstraat 9
Mariska Schilder, Florijn 18

Fotogalerij

Aangepaste Dodenherdenking vanwege corona

Het was een ‘stille’ Dodenherdenking dit jaar. Vanwege de Coronacrisis moest de jaarlijkse herdenking van de oorlogsslachtoffers aangepast worden. Door de 1,5 meter-regeling mocht er geen publiek bij aanwezig zijn.

 

Burgemeester Lieke Sievers maakte een rondgang langs de oorlogsmonumenten in onze gemeente voor een krans-, steen- of bloemlegging. Er waren dit keer geen herdenkingsdiensten in de Grote Kerk Edam, Grote Kerk Oosthuizen en de Mariakerk.

Door Patricia Sombroek werden op de Dam in Edam om 19.58 uur de Taptoe geblazen en na de twee minuten algehele stilte het “Wilhelmus”. Dit deed Martin Tol op hetzelfde tijdstip vanuit de toren van de Vincentiuskerk.

Fotogalerij

Zwanennesten langs de vijvers

Vorige week plaatsten we een foto van een zwanennest langs het fietspad tussen de kommen van Edam en Volendam tegenover de Kaper. Hier waren door de gemeente hekken om geplaatst, zodat de fietsers en wandelaars niet meer door het zwanenpaar aangevallen worden.

 

Bij de vijver langs de Mercuriuslaan en langs het fietspad achter de A.P. Schotelstraat hebben zwanenparen in de groenstrook een nest gebouwd. Hier zijn geen hekken om de nesten geplaatst. De zwaan die op het nest zit naast het fietspad, is er moederziel alleen aan het broeden.

Vermoedelijk is de mannetjeszwaan overleden, want deze is al lange tijd niet meer gezien. Door omwonenden wordt de moederzwaan nu van eten voorzien, zodat zij rustig op de eieren kan blijven zitten en niet op zoek moet naar voedsel.

Fotogalerij

Kleurrijke bloemenstrook langs fiets-voetpad

Een kleurrijke aanblik biedt de groenstrook langs de vijver en het fiets-voetpad achter de woningen in de Willem Woutersstraat en de A.P. Schotelstraat.

 

Hier zijn over een lengte van zo’n honderd meter duizenden bloembollen door medewerkers van de afdeling Onderhoud en Beheer van de gemeente geplant. Verschillende soorten bloemen in diverse kleuren staan er nu in bloei en zorgen voor een fraaie lentegroet.

Het is alleen jammer dat er ook veel onkruid groeit op de strook, zodat de kleurige en fleurige bloemen deels overwoekerd worden.

Fotogalerij

De elfjarige Griet pelde ‘garn’ en ruilde aardappelschillen om te overleven n

Mijmeren over oorlog, armoede en bevrijding

In het kader van 75 jaar bevrijding interviewt de Nivo-redactie mensen uit de gemeente die de Tweede Wereldoorlog bewust hebben meegemaakt. Griet Jonk-Plat (91), weduwe van Max Jonk, herinnert zich nog de kleinste details van de verschrikkelijke tijd, die voor haar op elfjarige leeftijd begon. Ze groeide onder aan de dijk, in de Aalstraat, op in een gezin van acht kinderen. ,,We waren met vijf meisjes en drie jongens waarvan één jongere broer en ik nog leven”, zegt ze met een zucht. Griet lijkt over een fotografisch geheugen te beschikken. Bij naam en toenaam weet ze dorpsgenoten op te noemen die goed waren tijdens de oorlog, maar ook mensen die zich bij de Duitsers aansloten. ,,Na de oorlog werd daar niet moeilijk over gedaan”, herinnert ze zich. ,,Die mensen moesten ook eten, werd er dan gezegd.”
Door Kevin Mooijer

Op de tafel aan het Professor Klaas Steurplantsoen ligt een oude foto. Een vrolijke zwart-witfoto van een groep mensen in Volendammer klederdracht. ,,Dit waren de bewoners van de Aalstraat. Met hen ben ik opgegroeid”, zegt Griet voordat ze alle namen, achternamen en bijnamen van het dertigtal mensen opnoemt. Na de opsomming komt ze tot de trieste conclusie dat niet veel van de mensen op de foto nog in leven zijn. ,,Op deze leeftijd raak je alle generatiegenoten kwijt. Dat is niet erg gezellig als je het mij vraagt. En als je dan ook nog eens binnen moet blijven vanwege dat verdomde virus… Ergens doet deze crisis me weer aan de oorlog denken, niet alleen vanwege het binnen moeten blijven, maar ook dat de haven afgesloten werd. Tijdens de oorlog liet het volk zelf drie botters zinken om de haven te blokkeren en zo de Duitsers weg te houden. Een groot verschil tussen de oorlog en de huidige crisis is natuurlijk dat we het nu een stuk beter hebben. Ik hoop dat mensen zich dat realiseren.”

‘Een groot verschil
tussen de oorlog
en de huidige crisis,
is natuurlijk dat we
het nu een stuk
beter hebben.
Ik hoop dat mensen
zich dat realiseren’

[ads id=66]

Griet werd geboren op 7 februari 1929 en groeide op als dochter van de man met het eerste groot rijbewijs van Volendam. ,,Mijn vader reed met een vrachtwagentje op en neer naar Wieringen en IJmuiden om vis te halen voor de Volendamse venters. Die bracht hij vervolgens samen met de vis naar Amsterdam, zodat zij het daar met hun bakfietsen weer konden verkopen.”
De werkzaamheden van Griets vader gingen lange tijd goed, tot die bewuste nacht in mei 1940. ,,Mijn zeven broertjes en zusjes en ik lagen op bed. Er was amper genoeg ruimte voor twee kinderen, maar wij sliepen er met z’n achten.” Op de achtergrond klonken beangstigende geluiden. ,,We konden niet slapen. Aan één stuk door hoorden we zware ronkende geluiden boven ons. We hadden geen flauw idee wat het was.”
De kinderen liepen naar beneden, waar hun vader en moeder al in de huiskamer zaten. ,,Wat zijn al die geluiden, vader?” De bezorgde man deed zijn best om uit te leggen wat de Duitse vliegtuigen boven Volendam deden en wat het fenomeen oorlog omvatte. ,,Tijdens een oorlog maken landen ruzie met elkaar en vaak is het volkomen nutteloos. Onze jongens worden op de fiets tegen de tanks en vliegtuigen van de Duitsers hun dood ingestuurd.” Hij bleek over een vooruitziende blik te beschikken. Nederland hield het vijf dagen uit voor ze zich overgaven aan de nazi’s.
In Volendam werd niet gevochten, maar de gevolgen van de bezetting lieten niet lang op zich wachten. ,,Volendam was tijdens de oorlog te vergelijken met een derde wereldland.” De ernst is van Griets gezicht af te lezen. ,,We waren zó arm. Dat er destijds niet meer mensen zijn gestorven door de armoede en kou is een godswonder.”

‘We waren zó arm.
Dat er destijds
niet meer mensen
zijn gestorven door
de armoede en kou
is een godswonder’

De Volendamse graaft in haar geheugen en vindt het eerste effect van de bezetting op Volendam. ,,De dag nadat de Duitsers Nederland binnen waren gevallen zat de kerk in Volendam overvol. Om te bidden. Voor de deur van de Vincentius-kerk vormde zich een rij van tientallen meters met mensen die op hun beurt wachtten. Opeens liepen er Duitse soldaten door het dorp. Alles veranderde. Mensen konden niet meer aan het werk en hadden dus geen inkomen meer. Om de zoveel tijd werden er razzia’s georganiseerd om jonge jongens op te pakken en naar Duitsland te vervoeren om voor de nazi’s te werken. De Joodse mensen die fabrieken in Volendam runde, werden door de Duitsers zonder excuus opgepakt en naar concentratiekampen gebracht, waarna er nooit meer iets van ze werd vernomen. Het was een verschrikkelijke tijd.”
De inwoners van Volendam stonden machteloos tegenover de Duitse soldaten. ,,Ik weet nog dat mijn buurvrouw samen met haar man op haar stoepje zat toen er een groepje Duitse soldaten voorbij liep. Eén van de soldaten draaide zich om en liep naar de buurvrouw toe. Toen hij voor haar stond, pakte hij haar borst. Hij betastte haar waar haar man bij stond. De buurman werd woedend, ‘blijf met je poten van mijn vrouw af!’, riep hij. Gelukkig kon zijn vrouw hem kalmeren. Iedereen was werkelijk doodsbang. Die gasten konden doen wat ze wilden. Als je iets deed dat ze niet aanstond, dan kreeg je de kogel.”
Om te voorkomen dat Engelse soldaten vanuit hun vliegtuigen konden spotten waar de Duitsers zich precies bevonden, moesten alle ramen van Volendamse woningen ’s avonds afgeplakt worden met zwarte stof. ,,Op een avond, het was heel laat, werd er hard op de deur gebeukt. Zo hard, dat je wist dat het niet goed zat. We verstopten ons direct. Mijn vader deed de deur open. De deur ging open en we hoorden schreeuwende Duitse stemmen. Niet veel later ging de deur weer dicht. Er bleek een stukje raam niet helemaal goed te zijn afgedekt met zwart doek. Om zoiets kleins gingen ze al over de rooie.”

‘Het was tussen
de veertien en
twintig graden
onder nul.
We hadden geen
wateraansluiting,
geen wc en natuurlijk
geen elektra’

[ads id=66]

Toen de winter van 1940 aanbrak, kregen de Volendammers het zwaarder dan ze ooit hadden verwacht. ,,Het was tussen de veertien en twintig graden onder nul. We hadden geen wateraansluiting, geen wc en natuurlijk geen elektra. Vanwege de extreme kou was alles bevroren. Als we een emmer water hadden, bestond de inhoud van de emmer binnen de kortste keren uit ijs. Kleding spoelen deden we in de haven.”
De armoede resulteerde in grote problemen voor de gemeenschap. ,,Het was een nare tijd. Wij waren een redelijk traditioneel gezin, eigenlijk waren we voor Volendamse begrippen nog een klein gezin met onze acht broertjes en zusjes. Iedere ochtend om 6.15 uur werden we gewekt om ‘garn’ te pellen. Al die kleine vingertjes pellen in de kou. Met z’n allen aan dezelfde tafel, met slechts één kacheltje in huis. Voor iedere 40 ons gepelde garnalen kreeg je een gulden. Je vader en moeder dus. Niet de kinderen zelf uiteraard.” Hoe langer de oorlog duurde, hoe moeilijker het werd om aan garnalen te komen. ,,Het werd op een gegeven moment zo erg, dat mensen op de vuist gingen om aan de garn te komen. Er kwam al minder naar Volendam en dus werden mensen agressief. Vreselijk.”
Van de ouders uit de grote gezinnen werd veel gevraagd. ,,Ze moesten zich aanpassen aan de situatie. De moeders die de gezinnen in die tijd draaiende hebben gehouden, verdienen naar mijn mening allemaal een standbeeld. Als je met zo weinig middelen toch al je kinderen gezond weet op te voeden, dan ben je een heldin.” Alles dat men gewend was uit het gebruikelijke leven lag stil. ,,Er werd geen kleding meer gemaakt, er kwam geen voedsel meer naar Volendam, alles was stopgezet door de nazi’s. Het grootste probleem dat de mensen hadden met de kledingstop, was dat de kinderen gewoon doorgroeiden. Ze ontgroeiden hun kleding. Wat wij daar als meisjes aan deden was van oude lakens kleding maken. Mijn moeder verfde het dan weer blauw, waardoor het mooi aansloot bij onze klederdracht.”
Om aan eten te komen trokken Volendammers vaak richting de Purmer. ,,Daar zaten natuurlijk veel boeren. Met mijn broertjes en zusjes zocht ik naar rogge op het land. Onze moeder zeefde de rogge dan in een laken om de bloem eruit te halen. Daar maakte ze vervolgens weer brood van.” Ondanks deze methode was veel improvisatievermogen vereist, was aan drinken komen een nog grotere uitdaging voor de Volendammer bevolking. ,,We dronken – als het niet al bevroren was – stilstaand regenwater uit de put. Dan praat je over ziektes: dat we daar niet allemaal aan zijn gestorven, is mij een raadsel.”
Bij hoge uitzondering wist de familie Jonk aan een fles melk te komen. ,,Van diezelfde boeren waar we de achtergebleven rogge van mochten oppakken, kregen we ook wel eens aardappels mee. De schillen van de aardappels waren voor ons heel waardevol. We kregen namelijk voor een emmer aardappelschillen een fles melk bij de boeren.”
Griet zucht: ,,Ik weet nog goed dat mijn zusje en ik allebei een emmer aardappelschillen inleverden. We kregen allebei een fles melk nadat we de boer wijsgemaakt hadden dat we buurmeisjes waren in plaats van zusjes, je kreeg per familie namelijk hooguit één fles melk mee. De flessen met melk waren ons zo dierbaar, die beschermden we met ons leven. Onze moeder was zo gelukkig met de flessen. ‘Vanavond eten we gortepap’, zei ze. Het hele gezin was in feeststemming met de delicatesse in het vooruitzicht. Eindelijk hadden we iets om naar uit te kijken.” Griets moeder ging aan de slag. ,,Ze maakte een grote pan met gortepap. Het rook heerlijk. We konden niet wachten tot we het op zouden kunnen eten. Na de bereiding werd de pan met pap nog even weggezet om af te koelen. Opeens hoorden we onze moeder huilen. Boven de pan met pap had op een plank een stuk zeep gelegen. Door de hitte van de pap was de zeep gesmolten en in de pan gedropen. We aten die avond niet…”

‘De moeders die
de gezinnen in
die tijd draaiende
hebben gehouden,
verdienen naar mijn
mening allemaal
een standbeeld’

Sommige mensen hadden niet de veerkracht om met de extreme situatie om te gaan. ,,Er waren Volendammers die zich aansloten bij de NSB. Ik kan er zo tien opnoemen. Gelukkig waren er ook genoeg mensen die juist in het verzet zaten en de bevolking waarschuwden als er bijvoorbeeld weer eens een razzia onze kant opkwam.” Een andere vorm van opgeven vond Griet dichter bij huis. ,,Onze achterstraat grensde aan de achterstraat van een gezin dat op de dijk woonde. Wij keken zo op de eettafel bij ze en mijn moeder en de moeder van dat gezin deden vaak samen de was op de achterstraat.”
De directe buren van Griet hadden een grote kat. ,,Een gigantisch beest dat altijd gezellig door de buurt liep. Hij hoorde echt in het straatbeeld. Op een gegeven moment was de kat weggelopen, we hoorden de buurvrouw al drie dagen roepen naar hem, maar hij kwam niet terug.” Na de derde dag zoeken, deed Griets moeder de was alleen. ,,Toen mijn moeder het huis weer inkwam zei ze: ‘de achterburen hadden denk ik een witte raaf, ze zaten met hele gezin royaal te eten’. De volgende dag deden ze weer samen de was. Mijn moeder vroeg ‘hadden jullie een meevaller gister?’ De achterbuurvrouw viel stil en schaamde zich zichtbaar. Ze biechtte op dat ze de kat geslacht had en hem aan haar kinderen had gevoerd. Pas jaren later kwam de buurvrouw waar de kat van was dit te weten. De wanhoop ten tijde van oorlog was buitengewoon.”
In de lente van 1945 werd Volendam bevrijd. ,,Ik weet het nog als de dag van gisteren. Oude Jan Kes stond in zijn blauwe onderbroek op de dijk te schreeuwen: ‘we binne bevrijd! We binne bevrijd!’ Zo ontdekten we dat de oorlog afgelopen was. De twee volgende dagen was het groot feest in Volendam. Op het Spoorplein werd een beun gebouwd waar we twee dagen op de muziek van Thoom Dekker hebben staan dansen. Keer op keer speelden Thoom en zijn band het liedje in the mood en het ging maar niet vervelen.”
Waar het grootste deel van de bevolking feest stond te vieren, werd het overige deel van de bevolking opgepakt. ,,De NSB’ers werden gearresteerd en vastgezet. Hun huizen gingen vervolgens weer naar de jonge jongens uit het verzet. Wanneer ze hun tijd in de gevangenis hadden uitgezeten, kwamen ze terug de maatschappij in. Je zou zeggen dat ze met de nek werden aangekeken, maar mensen zeiden ‘die mensen moesten ook eten, het is niet anders’. Volendammers waren niet zo moeilijk.”

 

Fotogalerij

Bloemstuk van DBC gelegd bij monument

Door het Nationaal Comité 4 en 5 mei was aan het Don Bosco College gevraagd om namens het voortgezet onderwijs, het monument aan het Pellersplein te adopteren en er jaarlijks een bloemstuk te leggen op 4 mei tijdens de Dodenherdenking.

 

Deze uitnodiging is door het DBC voor onbepaalde tijd geaccepteerd. Zodoende werd maandagmiddag om 13.00 uur door een leerlinge van het Don Bosco College een bloemstuk bij het Mariabeeld neergelegd. In het kader van ’75 Jaar Vrijheid’ was er een speciaal lesprogramma over dit thema voor de DBC-leerlingen met de geschiedenisles.

Zo worden de jongeren volop bij de Dodenherdenking betrokken.

Fotogalerij

Coronavirus-update: n

Kenmerken van corona-patiënten op de IC en de kans op overleven?

In vorige artikelen hebben wij aandacht besteed aan de mogelijke en werkelijke ontwikkelingen van SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus. We hebben laten zien hoe de besmettingen gemodelleerd kunnen worden en hoe een dergelijk model op de Nederlandse situatie toegepast kan worden. In dit artikel willen we ons richten op de meest verstrekkende maatschappelijke en persoonlijke gevolgen door een coronabesmetting: opname op de intensive care (IC) en de kans op overlijden. We analyseren en zoomen in op de kenmerken van patiënten in deze situaties.

Vorige week heeft premier Rutte de nieuwe corona-maatregelen aangekondigd. Voor velen was dat een verrassing omdat er per saldo weinig verandert en men toch op meer gerekend had. Wat ons opviel is dat minderjarigen binnenkort meer vrijheden terugkrijgen zoals naar school gaan en sporten.

Het blijkt dat minderjarigen minder kwetsbaar zijn en ook het virus minder snel overbrengen, zo is inmiddels uit diverse onderzoeken gebleken. Dat heeft ons aan het denken gezet en wij vroegen ons bovendien af welke andere kenmerken, behalve leeftijd, zoals lichaamsgewicht en andere kwaaltjes/ziekten de kans op complicaties vergroten.

Dat willen we in dit artikel voor u in kaart brengen en analyseren. Alle informatie die wij gebruiken is afkomstig van stichting NICE (Nationale Intensive Care Evaluatie, zie https://stichting-nice.nl) en de gegevens zijn bijgewerkt t/m 20 april.

We richten ons in dit artikel op drie patiëntkarakteristieken/kenmerken:
1) Leeftijd
2) Mate van overgewicht (gemeten als BMI)
3) Nevendiagnoses (waren er bij de patiënten nog andere kwalen/ziektes)

We hebben voor deze kenmerken gekozen omdat hier in diverse media vaak naar verwezen dan wel over gesproken wordt en bovendien hier ook gegevens voor beschikbaar zijn. We zullen niet even diep ingaan op alle drie de kenmerken, maar met name stilstaan bij die kenmerken die het meest voorkomen onder de coronapatiënten op de IC.

Voordat we ingaan op de deze karakteristieken, eerst wat algemene informatie met betrekking tot de corona-patiënten op de IC:

Bovenstaande tabel laat zien dat van de in totaal 2535 corona-patiënten die tot op heden op een IC-afdeling gelegen hebben, meer dan 1000 er levend afgekomen zijn (ruim 40%); 508 patiënten (20%) hebben het niet overleefd, ofwel 1 op de 5. Van de IC-patiënten is 74% man en 26% vrouw. Niet helemaal duidelijk is waarom dat verschil zo groot is.
Misschien zijn de mannen ouder. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat mannen meer werken en dus meer blootstaan aan besmettingen. Maar er zou ook een (nog onbekende) biologische oorzaak voor kunnen zijn, bijvoorbeeld een verschil in immunologische afweer tussen mannen en vrouwen. We weten dat het virus een overreactie van het immuunsysteem veroorzaakt, wat met name in de longen leidt tot problemen.

Onderstaande gaan we dieper in op de kenmerken van corona-patiënten zoals die tot op heden bekend zijn. Op deze manier krijgt de lezer meer inzicht in welke mensen het meeste risico lopen op de IC te komen en ook wat de kenmerken zijn van de corona-patiënten op de IC die overleden zijn.
De dataset waar onze analyse op gebaseerd is, is kleiner dan bovengenoemde omdat niet van alle patiënten de leeftijd, mate van overgewicht en nevendiagnoses zijn doorgegeven aan het NICE.
De dataset waarvoor de patiëntkarakteristieken wel grotendeels bekend zijn betreft 630 corona-patiënten die nog op de IC (ruim 60% van bovenstaande van totale dataset) liggen, 282 overledenen (56% van totale bovenstaande dataset) en 231 overlevers (45% van totale bovenstaande dataset). We moeten daarom een beetje voorzichtig zijn.

Bij de analyses die wij onderstaand laten zien wordt vaak verwezen naar het totaal aantal corona patiënten op de IC. Daarmee wordt (tenzij anders vermeld) bedoeld: 1) het aantal corona-patiënten die de IC overleefd hebben, 2) het aantal corona-patiënten op de IC die daar overleden zijn en 3) het aantal corona-patiënten dat nog op de IC ligt.

Hierin zijn niet meegenomen de corona-patiënten die overleden zijn in verzorgingstehuizen.

1) Leeftijd.
Onderstaande grafiek geeft het % corona patiënten op de IC per leeftijdscategorie:

De grafiek toont aan dat maar liefst 83% van de coronapatiënten op de IC 55 jaar of ouder is. Bovendien neemt het aantal corona-patiënten op de IC toe met de leeftijd. Ter verduidelijking, dit kunnen mensen zijn die het overleefd hebben dan wel overleden zijn, hetzij nog op de IC liggen. Deze cijfers lijken erop te wijzen dat de jongeren minder kwetsbaar zijn.
Als we nog dieper op de data van NICE inzoomen kunnen we binnen en over leeftijdscategorieën ook kijken naar het percentage van de patiënten die de IC wel en niet overleefd hebben. Zie onderstaande tabel.

Hieruit blijkt dat tot op heden 86-87% (cijfers in de derde kolom) van de IC corona-patiënten die de IC verlaten hebben en die 55 jaar of jonger zijn, de IC overleefd hebben. Bij de ouderen zien we op basis van deze data dat voor IC corona patiënten ouder dan 65 jaar 57% of meer (cijfers in de vijfde kolom) overleden is. De gemiddelde leeftijd van de corona-patiënten op de IC (niet af te lezen in tabel) is 64,2 jaar. Ter vergelijking: de gemiddelde leeftijd van de Nederlandse bevolking volgens het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) bedroeg eind vorig jaar 42 jaar. De coronapatiënt is daarmee significant ouder.
Stichting NICE heeft ook de ‘relatieve’ kans op overlijden per leeftijdscategorie bepaald (de zogenaamde “Odds Ratio”), waarbij de drie jongste leeftijdscategorieën (jonger dan 40, 40-50 en 50-55) zijn samengevoegd tot één referentiegroep. Deze ‘relatieve’ kans geeft aan hoeveel malen groter of kleiner de kans is dat iemand uit bijvoorbeeld de leeftijdsgroep 80-90 overlijdt ten opzichte van de groep onder de 55 jaar. Uit de cijfers blijkt dat de kans op overlijden voor corona patiënten op de IC-patiënten in de categorie 55-60 jaar, 4,5 keer zo hoog is als dezelfde kans voor iemand uit de categorie t/m 55 jaar. Voor 70-80 is die kans ruim 14x zo hoog en voor 80-90 zelfs ruim 92x. Al deze cijfers zijn statistisch significant (sterk genoeg).

2) BMI
De mate van overgewicht wordt berekend aan de hand van de BMI: lichaamsgewicht in kilo’s gedeeld door lengte in meters in het kwadraat. Een BMI hoger dan 25 wordt in het algemeen als ongezond beschouwd en boven de 30 kom je in een voor de gezondheid risicovolle categorie. Nadeel van BMI is dat spiermassa niet meegenomen wordt. Dit verhoogt je gewicht waardoor de BMI hoger uitkomt en je onterecht in een hogere risicoklasse kan vallen.
Helaas heeft het NICE geen gegevens die hier rekening mee houden; we zullen het met deze gegevens moeten doen. Onderstaande tabel toont op de horizontale as de BMI-categorie en op de verticale as het aantal corona-patiënten op de IC voor per BMI categorie.

Uit de grafiek blijkt dat 78% van de corona-patiënten op de IC een BMI hoger heeft dan 25. De verschillen tussen de BMI-categorieën onderling zijn beperkt en alleen bij de categorie groter dan 30 lijkt sprake te zijn van een hoger aantal corona-patiënten op de IC dan bij de andere BMI-categorieën. De corona-patiënten op de IC zijn gemiddeld zwaarder dan de Nederlandse bevolking. De gemiddelde BMI van corona-patiënten op de IC bedraagt 28.6, terwijl de gemiddelde BMI van de hele Nederlandse bevolking tussen 30 en 70 jaar voor mannen 26,2 is en voor vrouwen 25,3 (bron RIVM).

Net als bij de leeftijdsdata, kunnen we ook hier dieper inzoomen op het percentage van de patiënten die de IC wel en niet overleefd hebben, afhankelijk van de BMI categorie. Zie onderstaande tabel.

Ook hier heeft het NICE een inschatting gemaakt van de ‘relatieve’ kans op overlijden, dat wil in dit geval zeggen hoeveel malen groter of kleiner de kans op overlijden is in een bepaalde BMI categorie in vergelijking met de referentiecategorie. De referentiecategorie is in dit geval de groep mensen met een BMI onder de 25. Uit de tabel blijkt dat het % overledenen voor alle categorieën iets hoger is dan het % overlevers, maar dit is voor geen enkele BMI groep statistisch significant. We kunnen dus niet statistisch, betrouwbaar zeggen dat de kans op overlijden in bijvoorbeeld de groep met mensen met een BMI hoger dan 30 significant hoger is in vergelijking met de onder de 25 categorie. Met betrrekking tot BMI kunnen we daarom concluderen dat corona-patiënten op de IC een hogere BMI hebben, maar we mogen niet concluderen dat de kans op overlijden in een hogere BMI categorie significant hoger is dan de categorie met BMI onder de 25.

Nog meer inzicht zou men kunnen krijgen in de patiëntkarakteristieken als men per leeftijdscategorie ook nog onderscheid maakt naar verschillende BMI-categorieën. Je zou dan verwachten dat de grootste groep corona-patiënten op de IC oudere mensen met een hoge BMI betreft en daaronder ook de meeste sterfgevallen. Helaas zijn die gegevens niet beschikbaar. Nadeel is dat als je de data nog verder gaat opdelen naar subcategorieën je per subcategorie te weinig waarnemingen overhoudt om iets zinnig over te zeggen. In bovenstaande tabel voor de categorie 27,5-30 zie je bijvoorbeeld een hogere kans op overlijden dan in de categorie >30. Voor die groep zou je willen weten of zij relatief ouder zijn of meer ziektes hebben dan andere BMI-categorieën.

3) Nevendiagnoses (andere kwaaltjes of ziektes)
Tenslotte hebben we ook nog gekeken in hoeverre corona-patiënten op de IC gekenmerkt werden door het feit dat zij een andere kwaal of ziekte hadden. Het NICE heeft de corona-patiënten op de IC onderverdeeld per aandoening en daaruit is gebleken dat er per aandoening, behalve de COPD (chronische longziekte) inclusief ademhalingsfalen, te weinig cijfers beschikbaar zijn om een uitspraak te doen over in hoeverre corona IC patiënten wel of niet gekenmerkt worden door die specifieke aandoening.
Van de corona-patiënten op de IC, zijn er in totaal 24% met een aandoening, waarvan 13% punt met een COPD (chronische longziekte) en ademhalingsfalen. Binnen deze subcategorie is tot op heden 70% van de patiënten overleden van de groep die de IC verlaten heeft. Iemand met een COPD, inclusief ademhalingsfalen, aandoening heeft een ruim 2x zo hoge kans om te overlijden als iemand zonder deze aandoening en deze inschatting is statistisch betrouwbaar.

Van alle corona IC-patiënten met een nevendiagnose die het ziekenhuis verlaten heeft, is 65% overleden. Volgens het NICE is de kans dat een IC-patiënt overlijdt als gevolg van corona ruim 2x zo groot en statistisch significant voor iemand met een nevendiagnose dan iemand zonder nevendiagnose en zelfs bijna 5x zo groot en significant als er sprake is van twee of meer nevendiagnoses.

Conclusie
De huidige cijfers tonen aan dat tot op heden corona-patiënten op de IC met name mensen zijn van boven de 55 jaar. Zij lijken een significante hogere kans op overlijden te hebben dan de jongste leeftijdscategorie. Voor overgewicht (BMI) zijn de resultaten minder sterk. Het merendeel van corona-patiënten op de IC heeft weliswaar een BMI hoger dan 25, maar men kan niet zeggen dat mensen met een hogere BMI ook een hogere kans op overlijden hebben dan mensen met een lagere BMI. De bijkomende aandoeningen maken wel erg uit. Van alle corona-patiënten op de IC met een nevendiagnose, is 65% overleden. 24% van de mensen met een aandoening betreft een COPD aandoening en die mensen hebben ook een 2x (ook significant) hogere kans om te overlijden dan mensen zonder COPD.

We zijn benieuwd naar de vervolgstappen van de regering op 20 mei. Mensen hopen op een volgende stap in het langzaam opheffen van de “intelligente lockdown”. Het meer ruimte geven aan kinderen (naar school gaan en sporten) lijkt erop te wijzen dat de regering ook gebruik gemaakt van de inzichten van het NICE die wij hier laten zien, waarbij onderscheid gemaakt wordt naar leeftijdsgroepen. Als de regering die lijn voorzet (en de hier getoonde resultaten lijken dat te ondersteunen), is het niet onlogisch dat mensen boven de 55 jaar voorlopig hun vrijheden nog niet terugkrijgen.

Ramon Tol en Nico van Straalen

 

Fotogalerij

Dirkjan Tol: ober op de dijk, basecamp manager in Canada en… n

IJzervlechter in Melbourne

Bij de meeste Volendammers staat hij bekend als die boomlange ober van Café de Dijk en Bar de Molen. Dirkjan Tol (27) is met zijn Virgil van Dijk-achtige kapsel een opvallende verschijning. Wanneer je in het voorjaar van 2019 – toen geluk nog heel gewoon was – een wijntje of biertje in één van de etablissementen hebt besteld, is de kans groot dat het neergezet werd door de Volendammer. ,,Ik kwam begin 2019 terug van mijn eerste rondreis in Australië. Daarna ben ik gelijk weer aan de bak gegaan als ober op de dijk.” Inmiddels woont Dirkjan al sinds november down under en heeft hij in Melbourne een baan als ijzervlechter. ,,Het bevalt hier geweldig, maar wanneer ik weer eens terug naar Nederland kan, is nog maar de vraag.”
Door Kevin Mooijer

Voordat Australië een rol speelde heeft Dirkjan een hoop levenservaring opgedaan. ,,Ik heb fysiotherapie gestudeerd, op de operatiekamer gewerkt als operatieassistent, werktuigbouwkunde gestudeerd aan de Technische Universiteit van Delft, in Canada en de Verenigde Staten voor the Ski Week gewerkt en ik heb tussenjaren gehad waarin ik als ijzervlechter voor het bedrijf van mijn vader werkte.”
Zijn studies heeft hij niet afgemaakt, maar dat hindert volgens de Volendammer niet. ,,Ik heb op het moment nog geen idee hoe mijn toekomst eruit ziet. Normaal gesproken weet je wel óf en wanneer je weer eens teruggaat naar je thuisland, maar met de huidige pandemie is alles onzeker. Ik was van plan om tijdens de bouwvak terug te komen naar Volendam, de kermis nog even mee te pikken en daarna weer richting Melbourne te vliegen, maar het lijkt me onwaarschijnlijk dat de vier gezelligste dagen van het jaar in deze tijd door kunnen gaan.”
Naast het gemis van de kermis heeft Dirkjan nog een reden om zijn geboortedorp weer op te zoeken. ,,Ik ben onlangs voor het eerst oom geworden, maar ik heb mijn neefje dus nog niet ontmoet. Ik kan niet wachten om hem live te zien.”

‘Ik wilde de
wereld ontdekken,
mensen onmoeten’

[ads id=66]

Twee jaar geleden bekroop de gedachte van Australië Dirkjan langzaam maar zeker. ,,Ik vertelde Guido – een goede vriend van me – dat ik graag eens richting Zuidoost-Azië zou vertrekken. Lekker rondreizen, de wereld ontdekken, mensen ontmoeten, het hele verhaal. Guido bleek al langere tijd met de droom rond te lopen om een rondreis door Australië te maken.” Dirkjans eerste trip naar de oostkust van Australië werd beklonken. ,,We zijn gelijk aan het plannen en organiseren gegaan om de reis van drie maanden te boeken. Het leuke is dat Guido een week voor we vertrokken nog even langs de slager moest. Hij werd geholpen door Nance Runderkamp en zei na afloop ‘tot over drie maanden’. De volgende avond zaten Nance, Guido en ik op hetzelfde feestje. We vertelden welke reis we zouden gaan maken.” Nance bleek gefascineerd door het verhaal. ,,Na afloop zei ze dat ze graag met ons mee zou gaan”, lacht hij. ,,Ze heeft toen gewoon op haar werk voor elkaar gekregen om vijf dagen later voor een maand naar de andere kant van de wereld te vertrekken.”
Het drietal vertrok voor een schitterend avontuur richting het land van kangoeroes, kaketoes en koala’s. ,,Nancy kon niet langer dan een maand vrij krijgen, dus zij zou met een maand weer vertrekken. Guido en ik zouden drie maanden blijven, maar helaas kreeg Guido heimwee. Hij had het geduld niet om nog twee maanden langer te blijven. Hij boekte zijn ticket om en vertrok na een maand gelijk met Nance richting Volendam.” Dirkjan maakte de reis alleen af en raakte verliefd op het land, de levensstijl en de cultuur.
Eenmaal teruggekeerd in zijn thuisdorp ging Dirkjan weer aan de slag als ober op de dijk. ,,Dat heb ik een half jaar gedaan. Daarna ben ik een maand in Oostenrijk geweest en heb ik als basecamp manager voor the Ski Week in de Verenigde Staten en Canada gewerkt. Met een gezelschap van ongeveer 250 personen maakten we rondreizen door skigebieden. Het was mijn taak om met mijn team het basiskamp op iedere locatie een dag van tevoren al op te zetten. Soms deden we dat in temperaturen van -25 graden.”
Niet lang na aan een leven in -25 graden gewend te zijn geraakt in Canada, vertrok de globetrotter in oktober 2019 naar Thailand, waar het rond die tijd gemiddeld 52 graden warmer is. ,,Eindelijk naar het langgekoesterde Zuidoost-Azië. Ik vertrok vanuit Bangkok om een rondreis van een maand te voltooien. Vervolgens vloog ik door naar Melbourne, waar ik tot op de dag van vandaag nog steeds ben.”

‘Een ijzervlechter
verdient hier meer
dan een advocaat’

Aangekomen in Melbourne ging Dirkjan op zoek naar een baan om zijn verblijf voor onbepaalde tijd te kunnen financieren. ,,Vanwege mijn ervaring in horeca ging ik op zoek naar een functie in de bediening. Het bleek moeilijker dan verwacht om aan een baan te komen. Ik had het seizoen gemist, dus alle goede baantjes waren al bezet. Via via hoorde ik dat je in de bouw absurd goed salaris kon verdienen. Ik kreeg het telefoonnummer van iemand die me aan een baan als ijzervlechter zou kunnen helpen.” De Volendammer zou een streepje op voor moeten hebben ten opzichte van andere kandidaten. Hij komt ten slotte uit een familie van ijzervlechters. ,,Helaas kon de man aan de andere kant van de lijn me niet aan een baan helpen. Hij gaf aan dat ik het over twee weken nog maar eens moest proberen. Tegen die tijd zou hij misschien meer kunnen zeggen.”
In de tussentijd kon Dirkjan in een Italiaans restaurant starten in de bediening. ,,Het was een leuke baan, maar een aantal Australische kennissen hadden me wijsgemaakt dat je hier in de bouw als een koning leeft, dus op de achtergrond bleef ik om de week bellen naar degene die me aan een baan als ijzervlechter zou moeten kunnen helpen.”
In maart werd het Dirkjan te link om in de horeca te blijven werken. ,,De gevolgen van het coronavirus kwamen al dichterbij. Landen over de hele wereld waren al in lockdown, overal werden evenementen afgelast, bijna overal werd de horeca gesloten. Ik besloot weer te gaan solliciteren in de bouw.”
Terwijl hij bezig was met het opstellen van open sollicitaties ging zijn telefoon. ,,Alsof het zo moest zijn werd ik gebeld door de man van het beloofde ijzervlechtland. Ik mocht een dag later op kantoor langskomen om te solliciteren.” De ervaren vlechter wist de baan te bemachtigen en kon direct beginnen. ,,Sindsdien werk ik vijf, soms zes dagen als ijzervlechter in Melbourne. We starten ’s ochtends om 7.00 uur en werken tot 15.00 uur. Dus we hebben een mooi leven wat dat betreft.” Het leven als koning in Melbourne kon beginnen. ,,De lonen liggen inderdaad absurd hoog. Een ijzervlechter verdient hier meer dan een advocaat. Soms kunnen we ook op zaterdag – of zoals ze het hier noemen: the double bubble – werken. Dan krijgen we dubbel betaald. Ik denk dus dat ik nog wel een paar jaartjes blijf plakken om een huis op te sparen”, zegt hij lachend.
Ondanks zijn drukke werkschema maakt Dirkjan ook tijd vrij voor nieuwe vrienden. ,,In mijn vrije tijd lees ik veel, train ik en speel ik het bordspel de Kolonisten van Catan. Ik speelde dat spel vaak met vrienden in Volendam en begon het te missen. Daarom heb ik de spelregels ook aan m’n Australische makkers uitgelegd. Nu spelen we het bijna ieder weekend.”

‘It’s Jesus’

In de tijd voor de corona-maatregelen actief werden, spendeerde Dirkjan zijn vrije tijd anders. ,,Ik mocht graag hiken in de wildernis rondom Melbourne en kamperen is in deze prachtige natuur ook echt een aanrader. Eén van mijn eerste weekenden in Melbourne heb ik gekampeerd met een jongen die ik in een hostel leerde kennen. Hij speelt AFL (Australian Football League) en verbleef met zijn team in hetzelfde hostel als ik. Toen we voor het eerst ontmoetten was het hele team dronken. Ze vonden me wel op Jezus lijken, dus ’s ochtends aan de ontbijttafel passeerden ze me één voor één: ’What’s up, Jesus?’ Ik heb de rest van dat weekend met die ploeg opgetrokken. Dat was fantastisch.”
Na telefoonnummers te hebben uitgewisseld sprak Dirkjan Tyler een tijdje later. ,,Tyler was degene van het AFL-team waar ik het meeste mee op had getrokken. We spraken af dat ik naar een training zou komen kijken van het team en om het leuk te houden zou Tyler niks zeggen tegen de rest van het team. Zo gezegd, zo gedaan. Langs de zijlijn observeerde ik de intensieve, geconcentreerde training van het team. Na een tijdje hoorde ik iemand roepen ‘What the fuck! It’s Jesus!’. We hebben enorm gelachen die dag. Het was zo leuk dat we na afloop nog een teamfoto gemaakt hebben waar ik ook opsta!”
Dirkjan heeft het na zes maanden in Australië nog steeds naar zijn zin. ,,Op het moment is het niet mogelijk om te reizen, maar ik hoop dat ik in september voor een week of drie terug naar Volendam kan komen. Laten we hopen dat de kermis gewoon door kan gaan, dan kom ik wel even buurten. Door middel van groepsapps en klagende Volendammers op Facebook blijf ik in ieder geval op de hoogte van wat er gebeurt op ’t dorp.”

Ben je of ken je ook Volendammers of Edammers die over de grens wonen? Neem dan contact op met onze redacteur: kevin@nieuw-volendam.nl

Fotogalerij

Gaslucht op het Zuideinde

Dinsdag na Koningsdag zijn de stratenmakers van KWS gestart met het opnieuw bestraten van het Zuideinde. De straatklinkers werden uit het wegdek verwijderd om de ondergrond op te kunnen hogen.

 

Rond 15.30 uur werd er een gaslucht geroken en de brandweer gealarmeerd. Deze was snel ter plaatse en er werden metingen verricht. De meter gaf aan dat er niets aan de hand was. Zo konden de stratenmakers weer verder met hun werkzaamheden.

Woensdagmorgen werd er wéér een gaslucht geroken en rukte de brandweer opnieuw uit. Ook nu bleek na de meting dat er geen gaslek zat in de leiding.

Fotogalerij

Afscheid Hans Kroon (Pedel) bij HSB

Vrijdagmorgen in alle vroegte werd op de groenstrook langs de Heideweg, bij de woning van Hans Kroon (Pedel) in de Meester Mührenlaan, een joekel van een spandoek geplaatst. Dit vanwege het afscheid van Hans bij HSB Bouw.

 

Liefst 48 jaar was Hans Pedel (64) werkzaam bij het bouwbedrijf op de werf als onderhoudsmonteur. Vrijdag om 9.30 uur kwamen zijn chef Ronald van Pooij en Annemarie van Holstein (hoofd personeelszaken) van HSB Bouw langs met een bos bloemen, een mooi opgemaakte taart en een envelop met Bottertjes,om Hans Pedel te bedanken voor de fantastische samenwerking in de afgelopen 48 jaar.

Dat Hans Pedel nu afscheid heeft genomen bij HSB daar kon men niet mis van, want op het drukste punt op de invalsweg naar Volendam viel het grote spandoek enorm op.

Fotogalerij