Vandaag zijn we gesloten.

All posts by De redactie

KRAS/Volendam bindt Van der Geest

Pien van der Geest is de nieuwste versterking voor de Volendamse dameshoofdmacht. De achttienjarige rechteropbouwer en jeugdinternational komt over van VOC Amsterdam en hoopt in het vissersdorp de volgende stap in haar handbalcarrière te zetten.

“De stap naar Volendam lijkt mij heel interessant”, vertelt Van der Geest. “Er komt een coach uit het buitenland en hij heeft een heel nieuwe visie. Ik sta er heel positief in en denk dat we een leuk en leerzaam seizoen tegemoet gaan met mooie prestaties.”
Met VOC speelde de handbalster uit Beverwijk al twee keer tegen damesteam Garage Kil/Volendam. “Ze toonden toen veel vechtlust. Ze bleven maar doorgaan en dat is heel goed om in een team te hebben. Een paar meiden kende ik toen al. Zo komen Jill Meijer en Sharon Bouter ook bij VOC vandaan, terwijl ik met Bibi Bakker en Denise Mol in oranje-jeugdteams heb getraind en gespeeld.”
Veel contact
Ook van keepster Marit Huiberts – dit seizoen nog samen met Van der Geest actief bij VOC – werd onlangs bekend dat zij komend seizoen in Volendam speelt. “We hebben veel contact gehad over deze keuze”, vertelt Van der Geest. “Ik vond het heel fijn er samen over te kunnen praten.”
Met Van der Geest haalt Garage Kil/Volendam iemand in huis die van afstand kan scoren. “Ik ben een schutter en verwacht met mijn schotkracht en power een toevoeging te zijn voor het spel van het team.”
Ortega: ‘Goede en agressieve speelster’
Mark Ortega, komend seizoen hoofdtrainer van Garage Kil/Volendam, had al een paar keer telefonisch contact met Van der Geest. ‘Het is altijd spannend om met jong talent te mogen werken’, stelt de Amerikaan. ‘Pien is een goede en agressieve speelster. Ze is altijd op zoek naar doelpunten en dat zijn de types die je in een team wilt hebben. Ik verwacht dat zij zich goed zal ontwikkelen wanneer ze meer vlieguren maakt. Met Pien en Denise Mol hebben we voor komend seizoen twee jonge en talentvolle rechteropbouwers in de selecie.’
Steeds meer vorm
Met de komst van Van der Geest begint het team van Garage Kil/Volendam steeds meer vorm te krijgen. Naast een nieuwe trainer in de persoon van Ortega maakte eerder ook Huiberts al de overstap naar Volendam.

 

Fotogalerij

Buitenhaven Edam wordt gebaggerd

Maandag is gestart met het uitbaggeren van de Edamse buitenhaven. Nabij de sluis en de jachthaven van WSV Zeevang ligt een groot schip aangemeerd met een grijpkraan erop, om het baggerslib vanaf de bodem op te scheppen.

 

Het is een steeds terugkerende klus, die om de paar jaar gedaan moet worden. Zo blijft de Edamse haven bereikbaar voor de boten. De baggerwerkzaamheden zullen tot en met vrijdag plaatsvinden. Dit kan enige overlast geven voor de bootjes die daar liggen, de jachthaven en de wandelaars die bij de sluis over de dijk wandelen.

Door de Coronamaatregelen kan de Edamse haven niet bereikt worden, want de sluis blijft voor de scheepvaart afgesloten. Dit om te voorkomen dat dagjesmensen met de boot hier gaan afmeren en aangespoord worden zoveel mogelijk thuis te blijven.

Fotogalerij

Koolzaad op de Zeedijk

Mede door het stralende en zonnige weer trok menigeen er op uit om een fietstochtje te maken door de Zeevang. De Zeedijk tussen Edam en Warder kleurt er door het koolzaad op vele plaatsen geel en dit zorgt voor een prachtige aanblik.

 

Ook kan men op de dijk vele schapen met lammetjes bewonderen. Dartelend springen de lammetjes over de weilanden en het dijktalud. Het zorgt voor een mooi lenteplaatje.

Fotogalerij

Horeca-ondernemers zijn eensgezind als het gaat om 1,5 meter-samenleving

‘Het is technisch onmogelijk’

Volendamse horeca-ondernemers zien weinig in de plannen voor de toekomstige ‘1,5 metersamenleving’. Vorige week vroeg staatssecretaris Eric Wiebes van Economische zaken sectoren na te denken over hoe zij hun bedrijven en instellingen weer kunnen openen. Dit met inachtneming van de nieuwe regels. Koninklijke Horeca Nederland, een verbond van Nederlandse horeca-ondernemers, liet al vrij snel weten dat naleving van deze maatregelen voor veel kroegen en restaurants onmogelijk is. Vrijwel alle zaken willen graag weer open, maar dan niet zonder aanvullende steunbetalingen.
Door Laurens Tol

Jan Zwarthoed, de Volendamse vertegenwoordiger van Koninklijke Horeca Nederland (KHN), schaart zich achter dit standpunt. In zijn restaurant ‘Le Pompadour’ studeerde hij uitgebreid op de mogelijkheden van het runnen van zijn zaak, waarbij hij de afstandsregel volgt. Zelfs voor een relatief grote zaak als de zijne is deze lastig na te volgen. ,,Normaal gesproken kunnen wij honderdvijftig etende gasten ontvangen. Als we de nieuwe regels moeten naleven, is er nog maar plaats voor vijftig mensen. Dan is het nog de vraag hoe we het eten bij de gasten kunnen brengen. Dat zal heel lastig worden. Maar wij zouden wel heel graag open willen. Al zal er natuurlijk sprake zijn van een grote derving van inkomsten”, vertelt Jan.
Op volle capaciteit draaien zal niet mogelijk zijn voor Le Pompadour, als het ‘nieuwe normaal’ de norm wordt. Maar Jan kan er met zijn restaurant wel een vorm voor vinden. Voor andere horeca-zaken zal dat ingewikkelder worden. ,,Kleine kroegen zullen het moeilijk krijgen. Er zijn barren waar er ongeveer nog twee mensen mogen binnenkomen als ze 1,5 meter afstand moeten houden. Dan heb je ook nog met je personeel te maken. Kortom, het is technisch onmogelijk en dat is ook het standpunt van de landelijke KHN. Daarbij zal het voor veel zaken financieel niet rendabel zijn om open te gaan. Er zijn dus aanvullende steunmaatregelen van de overheid nodig als de 1,5 metersamenleving een feit wordt. Anders is het niet te doen.”

‘Medewerkers ontslaan
is geen optie,
die zijn straks
weer hard nodig’

Volgens Jan zijn de steunmaatregelen bijvoorbeeld nodig om te kunnen voorzien in de doorlopende kosten. Hij vertelt dat het personeelsbestand van horeca-zaken is afgestemd op een bepaalde hoeveelheid klandizie. Als een restaurant of bar maar beperkt open kan, is er minder personeel nodig. Terwijl de loonkosten doorlopen, want medewerkers ontslaan is voor Jan geen optie. ,,Dat kan absoluut niet, want wij moeten hierna ook weer verder. Het kan zijn dat we straks in september en oktober een mooie nazomer krijgen. Mensen willen dan graag nog de deur uit, waardoor wij het druk kunnen krijgen. Ook kan het zijn dat velen in eigen land op vakantie gaan. Dan hebben wij onze medewerkers zeker hard nodig.”
Een andere maatregel waarmee de overheid horeca-etablissementen te hulp kan schieten, is het kwijtschelden van achterstallige belastingen. Veel van deze betalingen zijn nu tijdelijk opgeschort. Jan maakt duidelijk dat het heel lastig gaat worden om deze kosten goed te maken als horeca-zaken straks maar beperkt kunnen openen. ,,Ze moeten hier een regeling voor vinden. Het kan niet zo zijn dat als je straks opengaat je eerst moet werken om alle belastingen van februari, maart en april te betalen. Dat is niet mogelijk en ik denk ook wel dat daar een oplossing voor komt.”
Jan vertelt dat er in de horeca op dit moment veel behoefte is aan duidelijkheid van de overheid. Ondernemers vragen zich af wat het nieuwe normaal voor hun zaak gaat betekenen. Verder wil men weten hoe en of de overheidssteun blijft bestaan en of men die aanpast aan de capaciteit waarop een etablissement kan draaien. Daarbij hangt nog steeds in de lucht dat het dragen van mondkapjes of maskers als bescherming mogelijk verplicht wordt. In andere Europese landen is dit al de norm. Als de overheid zo’n besluit neemt, zal er een nog grotere vraag ontstaan naar deze producten. Om de eventuele drukte alvast op voor te zijn, sloeg Jan al enkele maskers in.
Tussen Volendamse horeca-ondernemers is er regelmatig contact over de plannen die er zijn voor de 1,5 metersamenleving. Volgens Jan is men hier opvallend eensgezind over. ,,Iedereen is tegen die 1,5 meter. Klaar. Het is gewoon niet werkbaar. We zijn wel bereid om ons aan te passen waar het kan, zodat we toch open kunnen. Alleen is het nog niet mogelijk om daar naartoe te werken, omdat er nog geen duidelijkheid is. Hopelijk maakt de overheid snel meer details bekend over wat men van ons verwacht.”

‘Je mist de mensen,
het werk en
de bedrijvigheid’

In de lente van dit jaar was het tot dusver vrij vaak zonnig weer. Voor een horecaman als Jan doet het des te meer pijn dat zijn restaurant nu gesloten is. ,,Iedereen wordt er gek van, maar de medewerkers helemaal. Die vragen zich steeds af: ‘Kunnen we nou niks doen?’. Maar ja, alles is opgeruimd inmiddels. Volgens mij is dat zo bij alle Volendamse horeca-zaken. Alle schilderklusjes zijn gedaan. We zitten inmiddels vijf weken dicht. Vanaf het moment dat premier Rutte op 15 maart op televisie was, is de zon gaan schijnen. Het is erg jammer dat je dan nu geen gasten kunt ontvangen. Je mist de mensen, het werk en de bedrijvigheid.”
Jan begrijpt samen met de andere Volendamse horeca-ondernemers dat de overheid op dit moment voor zeer uitdagende taken staat. Volgens hem verricht men goed werk. Noodmaatregelen zijn in korte tijd gerealiseerd, waardoor ondernemers al steunbetalingen ontvangen van het UWV en de gemeente. Over de samenwerking met de lokale overheid is Jan goed te spreken. ,,Iedereen doet wat hij kan. Je ziet dat de gemeente ook echt met ons meedenkt en zich behulpzaam opstelt. Maar wat voor scenario er ook zal volgen: de horeca heeft alle steun nodig. Het kan niet vaak genoeg gezegd worden dat mensen ons kunnen helpen door wat te komen eten en drinken als we eenmaal weer open zijn. Een situatie als deze is sinds de oorlog niet meer voorgekomen. Maar we blijven uiteraard hoop houden.”

 

Fotogalerij

Klusploeg RKAV verblijd met Rabo-gift

Ook al ligt de bal reeds enige tijd stil, de klusploeg van RKAV Volendam pleegt – op afstand van elkaar – voortdurend onderhoud op het complex. De vrijwilligers werden daarbij verblijd met een machinaal instrument, dat hen helpt bij het wieden van het onkruid. Die konden ze aanschaffen na een gift die Johan Keizer, Johan Kwakman, Jan Runderkamp en Eddie van Duijl namens de Rabobank deden.
Door Eddy Veerman

,,Als werknemer van de Rabobank krijg je jaarlijks een ambassadeursbudget ter waarde van 250 euro, dat je mag schenken aan een vereniging, instelling of stichting”, legt Jan uit. Johan Keizer: ,,Dat kun je geven aan een orgaan waar jij affiniteit mee hebt of onderdeel van bent.” Keizer is zelf jeugdtrainer bij de RKAV.
Eddie: ,,Ik heb mijn bijdrage vorig jaar bijvoorbeeld geschonken voor het reviseren van een AED-apparaat bij de flatjes met oudere bewoners op de Bloedkoraal.” Bij de RKAV is de klusploeg dolgelukkig. ,,Om telkens weer tussen de stenen alles weg te moeten halen, dat kunnen wij niet meer op onze knieën doen, daar worden we te oud voor. Zo blijft de accommodatie er voor iedere bezoeker netjes uitzien”, zegt één van de mannen.

Fotogalerij

Negen inwoners ontvangen lintje

In het kader van de jaarlijkse Lintjesregen ontvangen negen inwoners van onze gemeente dit jaar een Koninklijke Onderscheiding. Vanwege het Coronavirus worden de lintjes op een later moment uitgereikt door de burgemeester. Bijgevoegde foto is van 2019.

 

De negen gedecoreerden zijn vrijdagmorgen door burgemeester Lieke Sievers gebeld. Tot Officier in de Orde van Oranje Nassau is benoemd Jan Smit. Tot Ridder zijn benoemd Jaap Schilder (Bibber) en Erik Tuijp (van de SSNV) en Aaf Steur-Sombroek (Volendammer Klederdracht).

Tot Lid in de Orde van Oranje Nassau zijn benoemd: Jaap Bien (Meppie), Gerard Hoogland, Jan Tol (oud-wethouder), Klaas Veerman (Rembrandt) en Jan van Weerdenburg (uit Beets).

Fotogalerij

Resultaten onderzoek van GGD Zaanstreek-Waterland naar beleving coronatijd

Van 3 t/m 13 april hebben 3181 inwoners van Zaanstreek-Waterland de vragenlijst van de GGD over corona ingevuld. 83% van de inwoners in onze regio is bezorgd, met name over de eigen gezondheid en/of van hun naasten.

69% is op de hoogte van de noodverordening in Zaanstreek-Waterland. Dat zijn enkele resultaten uit het panelonderzoek dat de GGD met de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland uitvoerde onder burgers van onze regio naar hun beleving van de coronacrisis. De uitslag biedt aanknopingspunten voor activiteiten en (gemeentelijk) beleid.
De GGD verspreidde de vragenlijst naar haar panelleden en via social media. Met de antwoorden wil GGD Zaanstreek-Waterland een idee krijgen hoe inwoners in de regio deze uitzonderlijke periode met coronamaatregelen beleven. U kunt de resultaten lezen op https://www.panel.ggdzw.nl/single-post/2020/04/22/Coronavirus.
De GGD gaat vaker een peiling houden over corona om goed op de hoogte te blijven van de mening en behoefte van de burgers.

 

Fotogalerij

Spoor van graffitispuiter ‘Whosa’

Er is een spoor van “kunstwerken” die door ene ‘Whosa’ zijn gemaakt. De graffititekeningen zijn op muren, penhokjes, deuren, enz. gespoten. Ook op de muur van de oude Blokwhere-school zijn met rode verf de naam Whosa-logo’s te zien.

 

Nu is dit niet erg, want deze school wordt gesloopt. Het is een ander verhaal elders op de Blokgouw en het middengebied. In de W. Tholenstraat is een kledingcontainer van het Leger des Heils beklad met de graffiti, de muur en deuren van DEEN Supermarkt in De Stient zijn aan de achterkant bij het magazijn beklad met de verfspuit.

Dit is ook het geval bij sportcentrum BodyResults aan de D. Poschlaan, waar de muur en nooduitgang met het lelijke “Whosa-logo” bespoten zijn. De “graffitikunstenaar” heeft ook op de Boezelgracht en op het Dukaton zijn ‘handtekening’ achtergelaten.

Fotogalerij

‘Reken maar dat deze periode een hoop met kinderen doet’

De zesde week van ‘Onderwijs op afstand’

Komende vrijdag begint de meivakantie. Gisteravond (na het ter perse gaan van deze krant) is tijdens de persconferentie van Premier Rutte wellicht duidelijkheid verschaft of de scholen daarna al dan niet weer open gaan. Na zes weken onderwijs op afstand ontstaan her en der spanningsvelden in thuissituaties. Het kind moet kind kunnen zijn, maar wordt gevraagd zich als volwassene te verplaatsen in de gevolgen van een mondiale crisissituatie. Ouders wordt gevraagd op gezette tijden de rol van leerkracht over te nemen, dan weer los te laten en dan weer te stimuleren. Gezinnen hebben kinderen van verschillende jaargangen en niet in elke woning huizen meerdere apparaten waarmee online-les kan worden gevolgd. Vanuit lege klassen of thuis stellen leerkrachten alles in het werk de kinderen naar de volgende jaargang te loodsen. Hoe ging dat in het speciaal basisonderwijs tot dusver? Evert Kroon, directeur van de Vincentiusschool, alsmede de leerkrachten Martine Karregat-Bond (bovenbouw), Yvonne Koning-Nieuweboer (middenbouw) en Ada Waal-Tol (onderbouw) delen hun ervaringen.
Door Eddy Veerman

,,De overgang is hier gelukkig soepel verlopen”, begint Evert in één van de lokalen aan de Sportlaan. ,,We hebben het geluk dat een heleboel leerkrachten voldoende ict-vaardig is, om zo het onderwijs op afstand te organiseren. Wij zijn dit schooljaar – na een eerdere proefperiode – gestart met het online leerplatform Gynzy. Een uitgebreid programma waarmee ze zelfstandig aan de slag kunnen. De leerkracht kan dan alles volgen, kan zien waar het kind vastloopt, wat goed gaat en minder goed gaat. Dus in feite kon een groot deel van het programma – ook in de thuissituatie – zo worden voortgezet.”
,,Dan zie je wel meteen hoe verschillend kinderen en ouders daar mee omgaan. Maar de leerkracht had wel direct overzicht op hoe serieus er vanaf het begin werd gewerkt. Het was niet nieuw voor de leerlingen. Alleen veranderde de werkplek naar thuis.”
,,We werken hier groepsdoorbrekend, dus dat wil zeggen dat in één klas leerlingen van verschillende jaarlagen zitten, die op hetzelfde niveau werken.”

‘In het begin
waren er ouders
die de structuur
een beetje loslieten,
in de nieuwe situatie,
maar daar kwamen
ze snel van terug’

[ads id=66]

Martine: ,,Wij hadden al voorbereidingen getroffen, dus toen Premier Rutte op die zondagavond in maart aankondigde dat de scholen vanaf de volgende dag dicht zouden gaan, konden wij het lesrooster doorsturen en konden de kinderen doen wat normaal ook van hen zou worden gevraagd, alleen nu thuis. En in de bovenbouw werd dat qua zelfstandigheid snel opgepakt.”
,,Gynzy is een digitale wereld, waarbij de kinderen als ze inloggen, zo naar rekenen of spelling kunnen gaan”, gaat zij verder. Yvonne: ,,In het begin was dat even zoeken voor de ouders. Met het doorsturen van een simpel stappenplan liep dat al snel. Wat je wel merkte, was dat sommige ouders het moeilijk vonden om thuis structuur aan te bieden, ook omdat ze zelf thuis werken. En dat is waar deze kinderen baat bij hebben. Sommige ouders geven aan dat de kind die structuur erg mist.”
Ada: ,,Structuur en het dagritme is voor deze kinderen extra belangrijk. Dat was misschien wel het eerste bericht wat we meegaven. In het begin waren er ouders die dat een beetje loslieten, in de nieuwe situatie, maar daar kwamen ze snel van terug. Als het gaat om kleuters, dan werken we met plaatjes, die laten zien wanneer we gaan werken, wanneer het tijd is voor eten en drinken, zodat ze gewoon weten wat er wanneer van hen wordt verwacht. Als je dat loslaat, is het moeilijk om ze er weer bij te krijgen.”
Martine: ,,Toch was de situatie dusdanig onvoorspelbaar, dat je de kinderen die structuur ook weer niet helemaal kan opleggen. Als ik voor mijn klas spreek, hebben we de eerste week niet gezegd dat ze stipt om half negen moesten beginnen en om twaalf uur moet het af zijn. Waardoor we merkten dat er kinderen waren die ’s avonds om acht uur met hun schoolwerk bezig waren. We hebben elke dag contact met de klas via Teams en in het begin was er bijvoorbeeld ook een leerling die vertelde dat ze om tien uur uit bed kwam. Toen hebben we de tijd van instructie geven via Teams aangepast naar negen uur. En om twaalf uur moet het dagelijkse werk klaar zijn.”
Ada: ,,In de onderbouw gaat de communicatie veelal via de ouders en niet in de vorm van beeldbellen met de kinderen. We zijn ook een keer langs de huizen geweest, om even op de voorstraat face-to-face contact te hebben. We namen de tijd om in gesprek te gaan met de ouders en de kinderen. Je wilt toch weten hoe het met ze gaat en dan krijg je ook een indruk daarvan. Je ziet of er sprake is van een ontspannen situatie, of dat er spanning heerst. Ouders konden dan ook even hun verhaal kwijt. En de ouders durven deze weken best hun kwetsbare kanten te laten zien, geven aan waar ze tegenaan lopen. Dat vind ik mooi.”
Er komt meer begrip voor elkaars situaties. Martine: ,,Al in de eerste week kreeg ik een appje van een moeder, die zei ‘ik begrijp jullie nu’, toen haar kind in het rood zat. Dat is een bevestiging, dat ze voelen wat er zich hier op school afspeelt. Ik vind dat de ouders heel welwillend en meedenkend zijn in deze periode. En enthousiast om de kinderen te motiveren. Want dat is bij deze kinderen moeilijker.”
Kinderen in het speciaal basisonderwijs kunnen sneller in het rood schieten en dat kan tot heftige situaties leiden. Ada: ,,Nu moet een ouder voor juf of meester spelen en dat beeld klopt niet voor deze kinderen. Want een moeder is een moeder. Kinderen kunnen dan flink in de weerstand schieten. Vooraf gaf me dat wat onrustige gevoelens, of dat thuis goed zou blijven gaan, maar toch gaat dat behoorlijk goed voor het algemeen.”
Martine: ,,Ouders voelen van de oudere kinderen het inmiddels beter aan. En passen de structuur goed toe. Dat merkten we bijvoorbeeld toen één van de kinderen tijdens de Teams-meeting zei om tien uur tijd dat het echt tijd was voor eten en drinken. Zo gebaat zijn sommige bij die structuur.”

‘Het is ontzettend
waardevol dat
ouders in deze
weken zicht hebben
gekregen op de
leerstrategie
van de kinderen’

Evert: ,,Het is ontzettend waardevol dat ouders in deze weken zicht hebben gekregen op de leerstrategie van de kinderen. Ze komen er achter hoe hun kind de leerstof verwerkt en waar het kind mee worstelt en dat heeft ook weer positieve kanten.”
Ada: ,,De jongste kinderen hebben nu bij de instructies en het maken van het schoolwerk, met ouders naast zich, een goede aandacht en focus. Omdat er thuis minder afleiding is. Misschien wel van broertjes of zusjes, maar niet van kinderen in de klas waar ze soms hevig op kunnen reageren. Dat zal straks even wennen zijn, als ze terugkeren naar de scholen. Dan zijn er wel meer afleidende prikkels.”
Yvonne: ,,Bepaalde kinderen zullen veel meer ontspannen zijn dan normaal, tijdens het maken van schoolwerk, door die focus thuis. Dat zijn de positieve verhalen. Want er zijn ook gezinnen met broertjes en zusjes die wel voor afleiding zorgen en waar de moeder minder of geen tijd heeft om te helpen. Voor die kinderen is het wel moeilijk om hun taken af te krijgen.”
Ada: ,,Wat we ook terug horen van ouders is dat het lastig is om de aandacht te verdelen. Als één kind veel aandacht vraagt, kan dat ten koste gaan van de ander. Dan sta je als ouder in de spreidstand, want je wilt niemand tekort doen.”
Martine: ,,En er ontstaan verschillen. Het ene kind wil extra werk verrichten en zal straks verder zijn in de ontwikkeling. De ander doet wat-ie moet maken. Wij kunnen dat goed ondervangen, omdat wij klasoverstijgend werken.”
,,Ik ben zelf moeder van twee kinderen en vind het een grote opgave, om als juf te werken en twee kinderen te helpen met schoolwerk én bezig te houden op andere momenten. We hadden een online cursus voor school, maar die heb ik echt moeten afbreken, omdat er thuis teveel afleiding was.”
Evert: ,,De waardering voor de leerkracht zal zeker zijn toegenomen in deze weken.”
Yvonne: ,,De vlot verlopen overgang heeft ook te maken met het goede contact dat we hebben met ouders. In vergelijking met het reguliere onderwijs hebben wij meer contact met ouders, omdat de situaties daar om vragen. Je voelt dat ouders het beste voor hun kind willen.” Ada: ,,Omdat we zoveel contact met ze hebben, worden ze ook meer betrokken bij de school. Je merkt dat ze heel bereidwillig zijn als wij dingen aanreiken en dat helpt hen natuurlijk ook. Het geeft zekerheid en houvast, ze hoeven niet zelf dingen te bedenken.”

‘Je staat dichter
bij het kind,
normaal gesproken
ben je na
schooltijd niet
bereikbaar voor
een kind’

Martine: ,,Sowieso kiezen ouders, als zij met hun kind de stap maken van regulier onderwijs naar het speciaal basisonderwijs, voor het geluk van hun kind. En de steun naar hun eigen kind is dusdanig groot dat ze ook nu alles er aan doen om het kans van slagen te geven.”
Evert: ,,Ze zijn doordrongen van het belang van de continuïteit en goed onderwijs voor hun kind.”
Martine: ,,Wij hebben als leerkracht dagelijks controle op het schoolwerk. En nemen ’s middags al contact op als iemand zijn of haar werk nog niet heeft gemaakt. Dan kan natuurlijk ook door een privésituatie komen, zoals een overleden grootouder, en daar is uiteraard alle begrip voor. Als zo’n kind dan op Tweede Paasdag belt omdat hij je als juf even nodig heeft, dan is dat helemaal goed.”
Yvonne: ,,Ik heb zelfs meer contact met de kinderen dan dat ik in de klas had. Het is persoonlijker. Ook wat je terugkrijgt, zoals kaartjes met ‘ik mis je’, of een belletje.”
Martine: ,,Je staat dichter bij het kind, normaal gesproken ben je na schooltijd niet bereikbaar voor een kind.”
Evert: ,,Het vraagt dus ontzettend veel van de leerkrachten. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds.” Martine: ,,We hebben vorige week wel afgesproken dat we tot zeven uur bereikbaar blijven, want we kregen ook om kwart over negen ‘s avonds nog telefoontjes van kinderen.”
Ada: ,,Je merkt dat je als leerkracht automatisch doorgaat met het werk, dus je moet jezelf in bescherming nemen.” Martine: ,,Iedereen heeft zijn of haar moeilijke momenten als ouder, dat lees ik in de appgroep. Maar dat heb ik thuis ook, dus het is goed om elkaars problemen te erkennen en elkaar te steunen, om er dan de volgende dag weer tegenaan te gaan.”
Ada: ,,Als jij denkt dat het alleen bij jou is, maakt dat het extra zwaar, maar als je weet dat het ook bij andere ouders zo gaat, dan kun je het iets makkelijker loslaten.”
Maar als dit twee jaar geleden was gebeurd? Evert: ,,Dan was er voor ons zeker een andere praktijksituatie opgetreden.”
Martine: ,,Wij hebben ontzettend veel geluk dat het SKOV-bestuur vroeg de keuze heeft gemaakt voor gedigitaliseerd onderwijs, met daarbij de aanschaf van voldoende chromebooks. Die investering komt ons onderwijs nu helemaal ten goede.”
Yvonne: ,,Daarnaast hebben wij de hulp van onze school maatschappelijk werkster. Gezinnen die extra hulp nodig hebben, kunnen we overdragen aan haar en zij houdt nauw contact, om concrete tips voor thuissituaties te geven en eventuele hulp in te schakelen van de gemeente.”

‘Eén van de
stoere jongens
uit de klas zei
dat hij vorige maand
zo hard juichte
toen Rutte zei
dat de scholen
dicht gingen,
maar dat hij
inmiddels elke avond
huilde omdat hij
niet naar
school mocht’

Ada: ,,Zij is ook continue bereikbaar en dat is heel prettig.” Martine: ,,Dat geldt ook voor de schoolpsychologe. Samen sta je sterk en dat voel je in deze tijd.”
Ada: ,,Dat digitale systeem is prachtig, maar ik was ook blij dat ik na korte tijd weer mijn collega’s zag. Om in plaats van via het beeldscherm elkaar echt even aan te kijken en een praatje te maken.” Martine: ,,Daar krijg je ook energie van. Dan deel je net even meer met elkaar, dan via de digitale weg.”
Gisteravond, na het ter perse gaan van deze krant, hield Premier Rutte zijn persconferentie. En ging het over de heropening van de scholen. Ada: ,,Daar zullen best wat haken en ogen aan kleven.” Martine: ,,Voor onze eindgroep – zo’n leuke, hechte groep – zou het verschrikkelijk zijn als ze de afsluiting niet kunnen vieren, zoals het kamp. Eén van de stoere jongens uit de klas zei laatst dat hij zo hard aan het juichen was toen Rutte zei dat de scholen dicht gingen, maar dat hij inmiddels elke avond huilde omdat hij niet naar school mocht.”
Evert: ,,Op een gegeven moment wil je weer in het normale ritme komen, wil je de kinderen en ouders weer zien. En de kinderen hebben ook dat ritme en het sociale contact weer nodig. Nu is het klinisch.” Ada: ,,Maar het moet wel verantwoord zijn. Het zou zonde zijn als we weer mogen opstarten en er een nieuwe uitbraak komt, waardoor het na twee weken weer wordt teruggedraaid.”
Qua dagelijkse opvang komen er enkele kinderen, van ouders met vitale beroepen. Dat meer ouders het thuis zwaar hebben, onderkennen de leerkrachten. Ada: ,,Hoe langer de situatie duurt, hoe moeilijker het wordt.” Martine: ,,Ouders hebben zich vastgehouden aan dat de school na de meivakantie mogelijk weer zou opengaan. Als het dan eind mei wordt, dan zal dat weer nieuwe druk geven.” Evert: ,,Dan zou dat een vervelende situatie geven, omdat je dan nog maar praat over vijf weken onderwijs.”
Ada: ,,Je leest ook van deskundigen dat het digitale onderwijs prima kan werken, maar dat het straks veel belangrijker is om de groep weer de groep te laten worden. En dat je individueel gaat kijken wat het met het kind heeft gedaan, want reken maar dat deze periode een hoop met de kinderen doet. Je kunt niet meteen weer verder gaan.”
Martine: ,,De angst en onzekerheid heeft niet alleen bij ouders en grootouders geleefd, maar kinderen voelen dat ook. Daarbij is het ene kind vrijgelaten qua spelen met anderen en de andere ouder heeft dat liever niet.”
Ada: ,,Ze zullen straks allemaal weer aan elkaar moeten wennen.” Evert: ,,Het is natuurlijk een verlies, zes, zeven weken onderwijs op deze manier. Er is een gat en het is niet reëel te denken dat je dat even snel kunt repareren. Maar er zijn ook hele mooie dingen gebeurd in deze weken.” Ada: ,,Als kinderen geïnteresseerd en nieuwsgierig zijn, pikken ze ook in deze periode weer nieuwe dingen op. Misschien ook omdat broertjes en zusjes met iets anders bezig zien. Dus ze kunnen ons straks ook wel eens gaan verrassen. Ik sta er positief in.”

Fotogalerij

Werkbezoek commissaris van de Koning aan VrZW

Donderdag 23 april bracht commissaris van de Koning van Provincie Noord-Holland Arthur van Dijk een werkbezoek aan Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland en GGD Zaanstreek-Waterland. De heer Van Dijk sprak met medewerkers van de Veiligheidsregio en GGD over hun werkzaamheden tijdens deze coronacrisis. Later in de middag sloot de commissaris aan bij het overleg van de acht burgemeesters in het Regionaal Beleidsteam.

Ontsmettingsstraat en corona test drive-in
De commissaris werd in Zaandam welkom geheten door de directeur van Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland, Hilda Raasing en de voorzitter van de veiligheidsregio en burgemeester van Zaanstad, Jan Hamming. Zij namen de commissaris mee naar de ontsmettingsstraat voor ambulances. In deze ontsmettingsstraat worden de ambulances, materialen en ambulancemedewerkers ontsmet die corona (verdachte) patiënten hebben vervoerd.

Daarna ontving de directeur Publieke Gezondheid GGD Zaanstreek-Waterland, Ferdinand Strijthagen, de commissaris bij de GGD-testlocatie aan de Gorslaan in Purmerend. De heer Strijthagen toonde de coronatest drive-in. Hier test de GGD zorgmedewerkers met gezondheidsklachten op corona.
Beide initiatieven zijn mooie voorbeelden van de samenwerking tussen de partners in de veiligheidsregio.

Commissaris van de Koning Arthur van Dijk over het bezoek aan de veiligheidsregio: ‘Ik heb veel waardering voor de zorgmedewerkers en hun hulp aan coronapatiënten. Het is goed om te zien dat de veiligheidsregio ervoor zorgt dat de zorgmedewerkers hun werk in een hygiënische omgeving kunnen doen, de ambulances ontsmet en de zorgmedewerkers een toegankelijke mogelijkheid biedt om zich te laten testen op het coronavirus.’

GRIP4
Sinds 12 maart werken de hulpdiensten, GHOR, defensie en gemeenten in Zaanstreek-Waterland intensief samen in een GRIP4 opschaling. Dit betekent, dat de aanpak gecoördineerd wordt vanuit het Regionaal Operationeel Team (ROT) en dat er wekelijks bestuurlijk overleg plaatsvindt tussen de burgemeesters in de regio in een Regionaal Beleidsteam (RBT).

 

Fotogalerij