Vandaag geopend: 08.00 - 17:30

All posts by De redactie

Kick Off van project Oude Meesters in PX

Woensdagmiddag vond in PX de kick off plaats van het project Oude Meesters in Edam-Volendam. Onze gemeente wordt zo een Age Friendly Cultural City. Van het Fonds Cultuurparticipatie is er een subsidie gekomen om dit project op te zetten.

Kunst en cultuur is een middel om kwetsbare inwoners te stimuleren zo lang mogelijk mee te laten doen, zich te ontwikkelen en te participeren in de maatschappij. Dat kan met kunst/cultuur. Het maakt niet uit hoe oud je bent. Het moet blijvend zijn en integreren in de samenleving. Er waren toespraken van Jera van Gelder, wethouder Vincent Tuijp en Sijmen Tol droeg twee gedichten op. Namens de gemeente is Anke Kusters-Steinmann de projectleider. Verenigingen, organisaties, stichtingen, kunstenaars, etc. gaan er nu mee aan de slag.

Fotogalerij

Lek in de waterleiding

Dinsdag is de waterleiding gesprongen op de T-splitsing van de Kerkstraat/Burg. Kolfschotenstraat. Vlak naast de hoekwoning van de familie Klaas Bond (Fooks), was het lek in de leiding ontstaan.

Dinsdag was de breuk in de waterleiding nog niet gevonden, zodat ook woensdagmorgen graafwerk uitgevoerd moest worden door medewerkers van PWN, terwijl ook een graafmachine van Kees Huiberts uit Katwoude werd ingezet. Een diepe en grote kuil moest gegraven worden in het wegdek om de lekkage op te sporen. In de omgeving van de gesprongen leiding was er twee dagen maar weinig druk op de waterleiding. In de loop van woensdag werd het lek gevonden en hersteld. Daarna stroomde het water weer normaal uit de kranen.

Fotogalerij

Aanleg van proefterp langs de Zeedijk Edam-Volendam

De Alliantie Markermeerdijken is gestart met de aanleg van proefterpen in Schardam, Etersheim en de Broeckgouw in de gemeente Edam-Volendam. De proefterpen worden aangelegd om alle verzamelde kennis en berekeningen die zijn gedaan voor de dijkversterking in de praktijk te toetsen.

Kenmerkend aan het gebied van de Markermeerdijken is namelijk de slappe ondergrond. De afgelopen jaren is de grond nauwgezet in kaart gebracht met ruim 1.500 grondboringen, 2.700 sonderingen, circa 388 peilbuizen en 1.000 laboratoriumproeven. Een proefterp is een tijdelijke zandophoging die laag voor laag wordt opgebouwd. In totaal wordt er tussen de 10.000 en 13.000 m3 zand in fases aangebracht waarbij men de ondergrond zorgvuldig in de gaten houdt met meetapparatuur.

Fotogalerij

Team Wijkagenten in Edam-Volendam uitgebreid

Sinds 1 februari is het team Wijkagenten in Edam-Volendam uitgebreid en deels vernieuwd. Maandagmiddag was er een lunch en overleg met de burgemeester, waarin de taken van de politie werden besproken.

De ploeg wijkagenten is de hele week overdag en ’s avonds in alle kommen van onze gemeente paraat. Alleen in de weekenden zijn ze ook ’s nachts op pad. Men kan de wijkagenten dus in de wijken tegenkomen als ze patrouilleren met de fiets, lopend of met de dienstauto. De wijkagenten zijn de aanspreekpunten van de politie in de buurt. Teamchef is Bart van Slageren. In Zeevang (Oosthuizen) is Wanda Allebes de vaste wijkagente. In Edam zijn Andy Knaap en Eline Roet de twee wijkagenten die er nieuw bijgekomen zijn in onze gemeente. In Volendam zijn drie vaste wijkagenten: Kitty Kruidenier, Petra Bakker-Ooijevaar en Peter Schuurman (weer teruggekeerd op zijn oude post).

Fotogalerij

Snelle en vakkundige service wanneer het de klant het beste uitkomt n n

Adil opent telefoonwinkel PhoneDam aan WJ Tuinstraat

De negentienjarige Adil Chtirimi uit Edam heeft afgelopen vrijdag de telefoonwinkel aan de W.J. Tuijnstraat 14 A heropend. Met deze nieuwe jonge eigenaar heeft de winkel (voorheen de Phone Hospital) ook een frisse nieuwe naam gekregen: PhoneDam.

,,Phone staat voor wat we doen, reparaties van smartphones en tablets, en Dam staat voor Volendam”, zegt de vrolijke Adil, ,,en PhoneDam klinkt bovendien als Volendam.”
Tijdens zijn opleiding in de ICT liep hij al stage bij de Phone Hospital. Later werkte hij als reparateur voor een andere werkgever. Ondertussen groeide zijn liefde voor het vak. ,,Na één jaar lang zes dagen per week gewerkt te hebben voor een baas groeide mijn behoefte om wat voor mezelf te beginnen.”

‘Phone staat voor wat we doen,
reparaties van smartphones
en tablets en Dam
staat voor Volendam’

Bij PhoneDam kan men terecht voor reparaties aan telefoons en tablets. In de winkel zijn ook toestellen en accessoires te koop. De kersverse ondernemer schroeft achter de balie van zijn winkel behendig mobiele telefoon uit elkaar, terwijl hij vertelt hoe hij zich onderscheidt van andere telefoonwinkels: ,,Bij schermreparaties hebben we een wachttijd van dertig minuten. We zijn elke werkdag geopend van 12:00 tot 20:00 uur. Zo kunnen klanten die werkzaam zijn in de omgeving hier tijdens hun lunchpauze of zelfs ook na het werk terecht voor (spoed)gevallen. Ik heb in deze gemeente de beste prijs met de beste kwaliteit.”
Facebookpagina: PhoneDam
Instagram: phone_dam
Aan de website www.phone-dam.nl wordt nog gewerkt
• Ma t/m vrijdag geopend van 12:00 tot 20:00 uur (za van 10:00 tot 17:00)
• Wachttijd bij schermreparaties: 30 minuten
• 24/7 bereikbaar via WhatsApp voor vragen en afspraken: 0624158112

Fotogalerij

Verenigingsloop van ’n Loopie vanaf Oudendijk

Op zondag 13 januari was de eerste verenigingsloop van ’n Loopie dit jaar met een rondje richting Hobrede. Het was toen guur weer zodat er maar 4 lopers aan meededen. Afgelopen zondag stond een Rondje Oudendijk op het programma en waren om 8.30 uur een 15-tal lopers present bij sporthal Opperdam.

Met de auto werd naar Oudendijk gereden, waar bij restaurant La Mère Anne de start was. Met stralend zonnig weer kon gelopen worden. Op sommige plaatsen was het best wel glad door de nachtvorst. In een lekker tempo werd gelopen door de Midden-Beemster waar in het Dorpscafé van Schermerhorn een koffiepauze was met een lekker (nog warm uit de oven) appeltaartje (gesponsord door Succes Schoonmaak). Vervolgens ging de route van 26 km via Ursem en Avenhorn terug naar Oudendijk.

Fotogalerij

Cheque van 5750 euro van KTS voor Stichting CarMar

Tijdens het concert “Game – Set – Match” bij het afscheid van sporthal De Seinpaal, werd het licht en geluid verzorgd door King Trading Showtechniek. Ton Koning (van KTS) heeft hier met zijn crew méér dan uitgepakt.

Mega geluid- en lichtinstallaties werden in de sporthal voor het allerlaatste concert opgesteld. De muziek tijdens dit concert werd verzorgd door het Filantropisch Orkest en de Flegmatieke Zonderlingen. Een groot deel van de kosten die gemaakt moesten worden voor de opbouw van de installaties is door Ton Koning (van KTS) gesponsord. Zodoende kon Jan Tol (Nonnie) van Stichting CarMar zaterdagmorgen in het pand van King Trading Showtechniek een cheque t.w.v. 5750 euro in ontvangst nemen. Ze stonden hier bij de ‘trots’ van Ton, die vroeger drummer was in o.a. Maddog. Namelijk zijn Ludwig-drumstel uit 1977.

Fotogalerij

SEINPAAL STORIES

Het doelpunt dat de sporthal op zijn grondvesten deed trillen

De Seinpaal, sporttempel, hal van momenten van glorie en tragiek, valt straks te grabbel aan de sloophamer. Landskampioenschappen, degradaties, demonstraties, reputaties werden gemaakt en sneuvelden. Vriendschappen gesloten, huwelijken geboren. Het gezicht (Werner Smit) van ‘boven’ maakte later plaats voor mannen als Siem Admiraal, met aan de andere kant van de bar de zaalvoetballers, volleyballers, handballers, basketballers, badmintonners. Als je binnenkomt, worden herinneringen levend. Die ‘lucht’, de uitschuifbare tribune, het gangetje, de gele muur, de houten vloer. De sporters vertellen. Over de nu nog levende legende. Deze keer Nico Runderkamp (mepper), over zaalvoetbalnostalgie.

Die foto. Menig voetballiefhebber was getuige. Het was het voorjaar van 1991. Na de successen van Kras Boys brak de tijd aan van Rex/Voldafar. Er kon geen mens meer bij, aan de ‘tribunekant’ van de Seinpaal. De tussenstand was 2-2. Casper Smit nam een uittrap, de bal vloog door de lucht. Meer dan duizend ogen volgden de lijn van de bal, de hersenen van Nico Runderkamp hadden onderweg al iets bedacht. Hij besloot de bal ineens op zijn rechterschoen te nemen, puur op intuïtie. ‘Ik zag ‘m vervolgens alleen maar door de keeper z’n kruis gaan. En daarna een menigte exploderen’.” Het betekende de opmaat naar de landstitel.
Destijds keek hij – ogenschijnlijk – nooit achterom. Buiten het veld was er volop ruimte voor een lach, binnen de lijnen bloed aan de paal. Schuwde geen enkel duel, had een verwoestende uithaal en briljante ingevingen. De ‘Mepper’. Je moest hem bij je hebben, niet tegen.
Hij leek misschien van steen, maar binnenin school een kind dat als jongetje een man moest zijn. Door de jaren heen is hij gesmolten. Niet voor niets deed hij vorig jaar café De Vrijheid over aan iemand anders. ,,Toen onze collega Erik Spaan plotseling overleed, heb ik meteen gezegd: ‘ik stop er mee’. We verhuren het. Ik help nog dagelijks in de ochtend om de boel voor te bereiden. Annemarie werkt nog drie dagen, om dat het bedienen van mensen vanaf haar vijftiende in haar bloed zit.”
Ze ontving Kees Tuip nog in De Vrijheid enkele uren voordat zijn hart het begaf. De groepsleerkrachten en directeuren van de scholen zitten hier elk jaar na de laatste schooldag. Het is een soort van foute avond, qua muziek. Geweldig was het altijd. Kees zei dat ze wat later zouden komen, die middag. Hij zag er goed uit. En zo tweeënhalf uur later…”
Voor ‘de Mepper’ is het tevens een confrontatie met het verleden. ,,Ik denk dan meteen aan Kees’ vrouw Simone en de kinderen. Ik was negen toen mijn vader overleed en pas zestien toen mijn moeder, naast me zittend, een acute hartstilstand kreeg en ook stierf.”
,,We hadden een gezin van elf kinderen. Er moest worden overlegd bij wie ik als jongste in zou trekken. Daar bestaat geen cursus voor, het opvoeden van kinderen van wie de ouder vroeg overlijdt. Het overvalt je. Ik heb op m’n eigen manier veel levenservaring opgebouwd, maar ik had mijn moeder liever nog gehad. Dan kun je momenten delen. Van je eigen kinderen, van het voetbal. Maar ook dat mijn vader in de ondergrondse zat tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik heb die dingen nooit met mijn hem kunnen bespreken.”

‘Je voetbalde ook
voor een groep
waar je van hield’

,,Tuurlijk heeft die situatie me gevormd. Recentelijk kwam een vroeger bestuurslid van FC Volendam naar me toe. Om me te zeggen dat ze mij destijds slecht hebben behandeld. Het was in de tijd van Leo Beenhakker als trainer, waarmee ik niet door een deur kon. Ben ik naar Haarlem gegaan. Dat bestuurslid zei ook: ‘je had toen ook geen vader en moeder meer’. Maar daar werd toen geen rekening mee gehouden.”
Later ging hij nog naar Cambuur. ,,Maar ik stopte op 23-jarige leeftijd al met betaald voetbal. Ook omdat het mijn wereld niet was. Maar als je kijkt naar mijn zoon Nick, die nu 22 is en bij de FC zit. Dan zou hij volgend jaar moeten stoppen, dat kun je je toch niet voorstellen?”
,,Destijds was er niemand die tegen mij zei: ‘wat doe jij nou?’ Ik had geen vaderfiguur die mij begeleidde. Dat heeft er mede toe geleid dat ik onze kinderen eigenlijk bijna alles geef wat ze willen hebben, zo ben ik nou eenmaal geworden. Maar ik zeg wel altijd tegen Nick en Jane dat ik de douchefris, m’n onderbroeken en sokken op m’n zestiende gewoon zelf moest kopen.”
,,Ik voetbalde, stond achter de bar in Den Egelantier en was overdag ook schilder bij Arie Greuter. Elke avond na de training moest ik naar één van mijn zussen, die waste mijn trainingspak. Dat moest ik ook voor de training weer ophalen. Nu worden Nick z’n spullen gewoon gewassen door materiaalman Piet Jonk.”
In de zaal leek hij als speler van Rex, Bunga Melati en het Nederlands team onverstoorbaar, stoïcijns, wilde altijd sterk lijken. ,,Dat onverwoestbaar willen zijn, dat was ook een karaktereigenschap die mijn vader vroeger ook had. Die voetbalde nog in de tijd dat ze stalen neuzen hadden in hun schoenen. En hij moest in een slagersfamilie ook zelfstandig leren overleven.”
,,Twee van mijn vrienden verloren ook hun ouders op jonge leeftijd. Johan Kwakman (ballap) en Frank Schilder (bibber). Later vroeg Johan aan mij ‘jij lacht altijd, aan jou kun je niet zien dat je problemen hebt’. ‘Tuurlijk heb ik wel problemen’, zei ik. ‘Tuurlijk mis ik wel eens iets, maar daar heeft een ander niets mee nodig’.”
,,‘Dan zijn we er uit’, zei hij. ‘Dat heb ik ook’. Het heeft me gevormd in de zin dat ik altijd rechtlijnig wil zijn en nooit iemand een loer wil draaien.”
,,We speelden destijds met een vriendenploeg, die voor mij ook als familie voelde. Met Jan Bami, voorzitter van de RKAV, Harry Zwarthoed, Carlo Bond, Casper Smit. Die hele Egelantier zat ook op vrijdag in de sporthal, om te voetballen of om te kijken en gezellig te zitten. Wat je deed als voetballer, deed je dus ook voor die grote groep. Een groep waar je van hield en die van jou hield, net hoe je het wilt omschrijven. Daarom wilde je misschien iets uitdragen, sterk zijn, onverwoestbaar lijken.”
,,En ik wilde altijd winnen. Andere spelers hangen dan aan jou, ze verwachten iets van je, dus ik moest iets neerzetten, iets forceren. Dan trok je andere spelers mee.”
,,Tja, die kampioenswedstrijd. Ik werd kampioen met gescheurde enkelbanden. Ik zei ook gewoon tegen mijn schildersbaas Arie Greuter dat wij geen Nederlands kampioen zouden worden als ik niet mee zou doen. Gaf hij me die dagen vrij. ‘Je hebt maar één keer in je leven de kans om Nederlands kampioen te worden, jij mag voetballen’. Want als ik zou gaan spelen, betekende het dat ik daarna flink in de lappenmand zat. Het kampioensfeest ’s avonds heb ik niet meer meegemaakt, want ik kon niet meer lopen.”
,,Door de adrenaline, met 1500 man op de tribune, speelde ik gewoon. Maar toen het laatste fluitje ging, dacht ik dat mijn enkel zou ontploffen. Werd de gewonnen beker met ijs gevuld en daar zat ik met mijn enkel in. Maar na de douche moest ik naar huis. Het ging niet meer. Geweldig tijden. Jan Bami studeerde die tijd in Engeland en had moeten vliegen de volgende ochtend, maar hij miste de bus. Dronken van geluk natuurlijk. Dat zijn allemaal dingen die je nooit meer vergeet.”

‘Mijn enkel ontplofte,
het kampioensfeest
heb ik niet meegemaakt’

,,Ik kom Werner Smit, de Seinpaal-beheerder van toen, nog vaak tegen. We kwamen daar al als kleine jongetjes, voor het schoolvoetbal, daarna speelden we er zelf. Dus hij kent ons al van kleins af aan. En Werner ziet er nog het zelfde uit als toen. Een geweldige kerel. Dat zijn ook mensen waar je bent van gaan houden. Hij zorgde voor die warme sfeer op vrijdagavond, tafeltje stond klaar, bitterballetje kwam er aan. Hij was blij dat je klant was.”
Dit jaar kreeg zoon Nick na een fabelachtig doelpunt van afstand namens de FC, zaalvoetbalbeelden voorgeschoteld van zijn vader, die menig wonderschoon doelpunt maakte. ,,Dan wordt het weer tot leven gebracht, die momenten van het zaalvoetbal. Nu worden je kinderen er bewust van. Ik kom nog wel eens mannen van toen tegen, die zitten nu bij andere clubs. Dan heb je het er weer over. Ik werd onlangs door Cambuur uitgenodigd als VIP, 32 jaar nadat ik daar heb gespeeld. Dan heb je het als persoon niet slecht gedaan.”
,,Ik probeerde me altijd als teamspeler op te stellen. In mijn laatste tijd als zaalvoetballer werd ik door ’t Hoornsche Veerhuys gevraagd. Ben ik daar gewoon alleen mee gaan trainen, maar ik werd voor de laatste wedstrijd om de landstitel meegevraagd. Thuis hadden ze 5-5 gespeeld. Ze wilden me als vliegende keep inzetten. Het werden penalty’s en die wonnen wij. Namen ze mij op de schouders, omdat ze zo dankbaar waren dat ik op woensdag de intensiteit van de training altijd opschroefde en vanwege het feit dat ik er tijdens de belangrijkste wedstrijd bij was, dat gaf de andere spelers zoveel vertrouwen, zeiden ze.”
,,Straks gaat-ie om, De Seinpaal. Ik stap er gewoon wel eens binnen, om naar die vloer te lopen en te kijken. Je moet open staan voor vernieuwing, het is goed wat er nu gebeurt, dat er een nieuwe sporthal komt. Je kunt niet blijven hangen in historie alleen. Monumenten zijn mooi, maar ik ben ook voor de vooruitgang.”
,,Ik heb in De Seinpaal geleerd dat er ook vrouwen bestaan die van koude patat houden. Klaas Schilder (beer) bestelde bij vertrek altijd wat lekkers voor z’n vrouw, maar schoof vervolgens weer aan bij een tafel, om dan later het tasje met lekkers koud mee naar huis te nemen.”
Nog altijd legt hij de ballen met links en rechts over grote afstand op de stropdas of in de voeten van een medespeler. En de laatste jaren traint hij regelmatig de spitsen van FC en ook even van de AV. ,,Ik ben supporter en vader van een speler, dan zie je alle thuis- en uitwedstrijden van het eerste en Jong FC Volendam. Wat me opvalt, is dat er heel veel stuiters tussen zitten bij aannames en kaatsballen van spelers. Dat spelers te weinig jong geleerd hebben om de bal in het hart te raken. De basis is de straat en de zaal.”
,,Dan zie je die FC-spelers kijken, als ik alle ballen panklaar leg. Ze zouden al jong met zaalvoetbal moeten beginnen. Ik hoor mensen wel eens zeggen: ‘ze moeten wel veel trainen, hoor’. Welnee. Wij pakten vroeger na schooltijd de bal en voetbalden in de steeg, de straat of het schoolplein. Daarmee verkreeg je ook een basisconditie.”
,,Zes jaar geleden ben ik begonnen bij de FC om individuele training te geven aan aanvallers. Ik ben vooral bezig met het neerzetten van het standbeen, omdat die een belangrijke factor is bij het afwerken en afspelen. Dus die moet je neerzetten richting het doel als je afrondt. Daar moet je eigenlijk al heel jong mee beginnen. De kinderen moeten baas over de bal worden.”
,,Iets wat je goed kunt, moet je steeds weer doen en uitbreiden. Ik zie heel veel dingen waar ik mijn vraagtekens bij zet. We hebben jaren geleden een looptrainer gehad, die heeft spelers in mijn ogen trager gemaakt. Omdat ze zich vanuit hun natuurlijke loop anders zijn gaan gedragen. Het moeten geen sprintatleten worden, maar met de bal snel kunnen zijn.”
,,En we halen soms jongens elders vandaan, maar verzuimen dan de rek te halen uit spelers als Niels Springer. Die heeft meer kwaliteit dan andere jongens van de FC; hij laat anderen beter voetballen. Als je het goed begeleidt, hebben we in de selectie en bij Jong FC Volendam een groep Volendammers waar we jarenlang plezier van kunnen hebben.”

 

Fotogalerij

Na taalcursus van twee maanden besluit Demi Boontje naar Spanje te emigreren

Vanaf dag één thuis in Malaga

Ze zou voor een taalcursus van acht weken naar Malaga gaan, maar zeven maanden later woont Demi Boontje nog steeds in de Spaanse kuststad en is ze zelfs officieel geëmigreerd. ,,Emigreren klinkt voor mij als een heel groot woord”, lacht ze. ,,Maar feitelijk is het wel zo. Hier droomde ik al van toen ik nog een klein meisje was.”

In Nederland is de zon al bijna onder als Demi nog heerlijk op het Spaanse strand vertoeft. Het is een graadje of twintig. Naast haar ligt haar moeder, die deze week op bezoek is in Malaga. Ze is maar wat trots op haar dochter, die een langgekoesterde droom aan het verwezenlijken is. ,,Ik was net twee weken bezig met die taalcursus en toen belde ik mijn moeder om te zeggen dat ik waarschijnlijk langer zou blijven”, vertelt de 24-jarige Volendamse. ,,Ze snapte het volledig en zei: gewoon doen als dat goed voelt. Ze had het ook al wel een beetje verwacht, denk ik.”
Tot een jaar geleden werkte Demi in Nederland voor NH Hotel Group, een Spaanse keten. Ze had altijd al die voorliefde voor Spanje. Iets in haar wist dat ze ooit zou gaan verhuizen. Een lichamelijk mankement gaf uiteindelijk de doorslag. ,,Ik wil er niet te veel woorden aan vuil maken, maar vorig jaar ben ik een beetje ziek geweest. Toen ik opknapte, dacht ik: nu is het tijd, dit is het moment om te gaan. En daar heb ik nog geen moment spijt van gehad. Het gekke is ook dat ik me vanaf de eerste dag thuis voel in Malaga. Het leven hier bevalt me zo goed.”

Waarom heb je uitgerekend voor Malaga gekozen?
,,Ik ben verliefd op Madrid. Dat vind ik echt een geweldige stad. Alleen daar is het in de zomer zó warm en er is ook geen strand. Vandaar dat ik eerst iets anders wilde proberen. Vorig jaar maakte ik een rondreis door Andalusië; met Granada, Sevilla, Cordoba, Ronda en uiteraard Malaga. Na die vakantie stond Malaga heel hoog op mijn lijstje als een stad waar ik me thuis kon gaan voelen. Daarom ben ik daar een taalcursus gaan volgen.”

Hoe is het met je Spaans?
,,Nou, het was een beetje naïef om te denken dat ik binnen twee maanden vloeiend Spaans zou spreken. Tijdens die taalcursus ging ik nog vijf dagen per week naar school. Inmiddels volg ik nog twee tot drie avonden per week privéles. En door hier lekker te leven en mezelf zo veel mogelijk onder de Spaanse mensen te begeven, gaat het wel snel de goede kant op. Ik kijk veel Spaanse series, lees kranten, luister naar de radio en word regelmatig verbeterd door Spanjaarden. Er zijn hier ook een hoop intercambio’s. Dat zijn van die cafeetjes waar mensen naartoe gaan om de taal te leren en met elkaar in gesprek te gaan. Al met al ben ik er dus veel mee bezig. De gesprekjes gaan al goed, alleen de grammatica is nog een dingetje. Die vind ik supermoeilijk.”

‘Je kunt hier als
buitenlander heel snel
onderdeel worden van
de lokale bevolking’

Je werkt nu als tourguide?
,,Ja, ik geef Nederlandstalige fietstours. Ik was hier net drie weken toen iemand tegen me zei: dat is nou écht iets voor jou. Toen ben ik dat gaan uitproberen voor Malaga Bike Tours en dat vond ik erg leuk. Nu doe ik dat zes dagen per week, een paar uur per dag. Het is vrij flexibel werk, waarmee je de stad heel goed kunt leren kennen. Malaga is trouwens heel charmant en compact. Je kunt hier als buitenlander heel snel onderdeel worden van de lokale bevolking.”

Hoe ziet je leven naast het werk eruit?
,,Ik ben nu een beetje met yoga en meditatie bezig. Verder valt het op dat mensen hier erg van het buitenleven houden. In Nederland ga je na je werk vaak naar huis, hier ga je meestal nog even lekker buiten de deur eten. Vooral in de zomer wordt hier om tien uur ’s avonds ook nog volop geleefd. Lekker op terrasjes of op het strand zitten. Hier geven ze hun laatste euro uit aan een biertje. Ik hou erg van die cultuur. Overigens liggen de prijzen in Malaga een stuk lager dan in Nederland. Het verschil tussen zelf eten maken of uiteten is hier niet zo groot.”

Heb je een vaste woonplek?
,,Ja, ook dat viel meteen op z’n plek. Ik plaatste een bericht op Facebook en binnen een uur kreeg ik reactie van een Frans stelletje dat nog een kamer over had. Zij wonen hier al vier jaar en spreken vloeiend Spaans en Engels. Ze zijn allebei 26 jaar, een beetje mijn leeftijd dus. Bovendien werken ze meestal als ik vrij ben en andersom, dus we zitten niet constant op elkaars lip. Het is een groot appartement, op vijf minuutjes van het centrum van Malaga. Binnen een kwartier ben je op het strand en ik heb een opzegtermijn van een maand. Ik mag niet klagen.”

Nog geen Spaanse man opgesnord?
,,Haha. Nee, dat is nog niet aan de orde. Ik weet ook niet of dat ooit gaat gebeuren, hoor. Voorlopig ligt de focus even op mezelf en het ongedwongen leven. En als Don Juan op een gegeven moment toch voorbijloopt, dan merken we dat vanzelf wel…”

‘Hier geven ze hun
laatste euro ook nog uit
aan een biertje,
ik hou erg van die cultuur’

Wil je voorlopig in Malaga blijven of droom je stiekem nog steeds van Madrid?
,,Nou, ik heb niet echt een concreet toekomstplan. Ik leef nu vooral bij de dag en kijk wel wat er gebeurt. Dat voelt heel vrij en prettig. Als je op die manier leeft, komen meestal ook de mooiste avonturen op je pad. Dat wil trouwens niet zeggen dat ik geen verlanglijstje heb, hoor. Uiteindelijk zou ik wel graag willen wonen en werken in Madrid. En Valencia trekt me ook wel. Maar ik ga pas als ik me daartoe geroepen voel. Dat kan over een maand zijn, maar ook over twee jaar. Voorlopig zit ik goed in Malaga.”

Verwacht je ooit nog permanent terug te komen naar Nederland?
,,Ook dat vind ik nu moeilijk te zeggen. Ik mis de mensen heel erg, maar het land niet. En omdat dit zo dicht bij Nederland is, krijg ik elke maand wel bezoek van familieleden of vrienden. Bovendien ben ik zelf ook al een keertje kort teruggegaan naar Nederland en met Kerstmis ga ik ook weer naar Volendam. Als ik hier over een paar jaar nog steeds gelukkig ben en het gevoel heb dat ik hier wil blijven wonen, ga ik me ergens settelen. En dan denk ik wel echt aan Madrid.”

In hoeverre hebben de afgelopen zeven maanden je al veranderd?
,,Ik denk wel dat ik heel rustig ben geworden. In Nederland moest ik heel veel dingen. Ik maakte heel veel planningen, heel veel afspraken en zat vast aan verplichtingen. Hier heerst de cultuur van ‘werken om te leven’ in plaats van andersom. Daar geniet ik erg van. Je moet er wel tegen kunnen dat je weinig regelmaat hebt, zoals ik nu. En als je iets voor elkaar wilt krijgen, is het in Spanje vaak ‘mañana mañana’. Met andere woorden: ze doen het heel rustig aan. Ook dat moet je los kunnen laten, want in Nederland is dat totaal omgekeerd. Vooralsnog lukt mij dat heel goed. Verhuizen naar Spanje is echt wat ik nodig had.”

Foto’s:
Moeder en dochter samen op pad in Malaga.

Een rood wijntje op zijn tijd hoort erbij zeker in Malaga.

Op stap met vrienden.

Nederlandstalige fietstours geven.

Fotogalerij

Duin+ fysio- en manuele therapie bruist na veertig jaren vol herinneringen nog steeds volop n

‘We hebben wel wat afgelachen’

Het bedrijf is niet meer weg te denken uit Volendam en de mede-eigenaren horen inmiddels bij het meubilair. Jenneke Sars, André de Leng en René Koenders werken bij elkaar al meer dan een eeuw voor Duin+, de praktijk voor fysio- en manuele therapie die deze maand veertig jaar bestaat. Speciaal voor de gelegenheid vertellen de ervaren therapeuten over het verleden en heden van de onderneming, die ooit is opgericht door Rob Duin en nu is gehuisvest aan de Julianaweg. De vierde en jongste mede-eigenaar, Herman Tol, stelt de vragen.

Hoe, wanneer en waar zijn jullie begonnen in de fysiotherapie?
Jenneke: ,,Ik ben in mei 1981 afgestudeerd. Naderhand was er weinig werk in de fysiotherapie, terwijl de praktijkhouders een paar jaar eerder nog in de rij stonden bij de diploma-uitreiking. Na verloop van tijd kreeg ik een tip van iemand die softbaltraining gaf in Volendam. Zij vertelde me dat Rob Duin op zoek was naar een nieuwe kracht. Ik heb Rob gebeld voor meer informatie en hij zei dat ik maar een brief moest schrijven met daarin mijn gegevens en referenties, dan zou hij me wel bellen. Ik verwachtte er niets van, maar hij voegde daad bij het woord. We spraken af in de praktijk in de Meester Mührenlaan, waar ze toen net naartoe waren verhuisd. De rest is geschiedenis. Het beviel van beide kanten goed. Van verhalen dat je als buitenstaander niet in Volendam past, heb ik nooit iets gemerkt. Het dialect verstond ik gek genoeg ook meteen.”

Hoe zat dat bij jullie, René en André?
René: ,,Een attente kennis wees mij erop dat er een kleine advertentie stond in de Noord-Amsterdammer. Daarin werd gevraagd om een fysiotherapeut in Volendam. Door toedoen van mijn vader, die erop stond dat ik direct zou bellen, bleek ik de eerste sollicitant te zijn. Na een kort en informeel gesprek in Hotel Spaander met Rob Duin werd ik aangenomen. Ik startte in november 1980 in het witgele kruisgebouw. Een krap jaar later zijn we verhuisd naar de Meester Mührenlaan, aan het huis van Rob. Dat betekende een grote vooruitgang. We hadden ieder onze eigen ruimte, een grote oefenzaal, een zwembad en een extra fitnessruimte in de kelder.”
André: ,,Ik begon zelfs nog een jaar eerder, in september 1979. Ida Versnel, die twee jaar later is vervangen door Jenneke, was er toen ook al bij. Bij de eerste kennismaking met Rob en zijn vrouw Agatha dachten ze dat ik van Chinese komaf moest zijn, gezien mijn naam. Haha.”

Hoe zagen jullie eerste jaren eruit?
Jenneke: ,,In het begin had ik mijn rijbewijs nog niet. Ik kwam met de bus uit Amsterdam en reed op de fiets van Agatha naar de aan-huis-patiënten. In die tijd moesten we heel veel ‘kloppen’, bijvoorbeeld om slijm los te krijgen. Het betrof vooral kinderen, met bronchitis en dergelijke. Ik was dat kloppen niet gewend en zat op de fiets de kramp uit mijn armen te schudden. Maar goed, ik heb het allemaal overleefd en mocht gelukkig blijven.”
René: ,,Als je de huidige tijd vergelijkt met twintig jaar geleden, valt meteen op dat er qua administratie heel veel is veranderd. Wij werkten destijds zonder kaarten en onthielden gewoon alles. Tegenwoordig lijkt het erop dat de administratie, zeker in de ogen van de verzekeraars, het zwaarst weegt in de fysiotherapie. Verder is ons vak qua inhoud wel enorm verbeterd. Zo vrijblijvend als ons werk was in de beginperiode, zo onderbouwd en professioneel gaat het er nu aan toe. ‘Evidence based’ is het toverbegrip.”

Kunnen jullie die periode in de Meester Mührenlaan eens omschrijven?
Jenneke: ,,Voor die tijd was de praktijk ontzettend modern. Rob had bijvoorbeeld ook een warmwaterbad laten aanleggen, met het idee dat we daarin reumapatiënten konden laten oefenen. Dat hebben we een poos gedaan, maar daar ging heel veel tijd in zitten en bovendien was de gasrekening veel hoger dan wat het opbracht. Dus op een gegeven moment bleef het water koud en maakten alleen de saunagasten er nog gebruik van.”

‘Ik weet nog dat
Agatha een keer
revanche nam op Rob,
voor zijn harde behandeling’

André: ,,Naast de sauna was er ook een bubbelbad. Ook wat dat betreft waren we heel vooruitstrevend, want er was destijds bijvoorbeeld nog geen sauna in Volendam. Er waren verschillende groepjes die er gebruik van maakten. En als Agatha er niet was, brachten wij ze een kan sinaasappelsap en een bord zure bommen. Dat hoorde blijkbaar bij een sauna.”
René: ,,Het was een heel gezellige tijd. We gingen om tien uur steevast boven bij Agatha koffiedrinken. Totdat we het daar van beide kanten te druk voor kregen. Sindsdien zorgden we zelf voor de koffie. Wel bracht Agatha tussen de middag altijd soep, yoghurt of vis.”
Jenneke: ,,We hadden in die tijd continu een wachtlijst van zes weken. We durfden de mensen op een gegeven moment haast niet meer te bellen om te zeggen dat ze aan de beurt waren. In die jaren was er verder alleen nog de praktijk van Douw in Volendam.”

In 1985 zijn jullie een maatschap geworden. Hoe is dat zo gekomen?
René: ,,Rob was de praktijkhouder. Hij had een contract met PWZ en wij werkten op procentenbasis, zoals toen gebruikelijk was in de vrijgevestigde praktijk. Wij werkten ieder als zelfstandig fysiotherapeut onder één dak, totdat in 1985 de bedrijfsvereniging oordeelde dat er sprake was van een gezagsverhouding tussen praktijkeigenaar en therapeuten. In het hele land moesten er ineens knopen worden doorgehakt: óf je zou een maatschap worden óf de therapeuten moesten in loondienst komen.”
Jenneke: ,,Rob vond dat wij net zoveel aan de praktijk hadden meegebouwd als hij, dus toen zijn we een maatschap geworden. We hebben nog gezocht naar een andere naam, maar inmiddels was de praktijk van Rob Duin een begrip geworden. Zelfs als patiënten altijd door René, André of mij werden behandeld, zeiden ze rustig dat ze bij Rob Duin liepen. Daarom hebben we maar besloten om onszelf Duin+ te noemen. Inmiddels is onze Duin met pensioen.”
André: ,,Ik weet nog dat Agatha een keer revanche nam op Rob, voor een harde behandeling die hij haar had gegeven. Rob had last van zijn rug en vroeg Agatha om een thermopack. Ze drukte vervolgens een te warme pakking op de rug van Rob en ging daarop liggen, zodat Rob niet weg kon. Tjonge, we hebben wel wat afgelachen daar…”

Later zijn jullie vertrokken naar de huidige praktijk aan de Julianaweg, tegenover de Mariakerk. Vanwaar die keuze?
Jenneke: ,,Ergens rond 1995 gaf Rob ons te kennen dat hij graag wilde dat de praktijk zou gaan verhuizen. Als hij zou stoppen met werken, wilde hij niet de drukte van de praktijk onder zijn huis hebben. Rob kwam eerst met het Slobbeland, daar kwam een motorzaak leeg te staan. Het zag er daar toen triest uit, het Marinapark was er nog niet. Wij zagen het dan ook niet zitten.”
André: ,,Ook onze huidige locatie stond te koop. Toen zat er nog geen appartementencomplex overheen. Bovendien leek het ons te klein en mede door allerlei bezuinigingen op de fysiotherapie hebben we het niet gekocht. Na overleg met Bond Administratie veranderden we daarna alsnog van gedachten, maar toen was het al verkocht aan onze huidige huisbazen. Vervolgens hebben we besloten om het te gaan huren.”
Jenneke: ,,Voor de indeling namen we een architect in arm. Voor de kleuren en de vloer huurden een binnenhuisarchitect in. Verder hebben we alles samen uitgezocht. Het was een heel drukke periode, want er werd natuurlijk ook gewoon gewerkt. We zijn zelfs op zaterdag verhuisd, om geen werkdag te verliezen.”

In hoeverre was het moeilijk om de gezelligheid van de Meester Mührenlaan aan de nieuwe praktijk toe te voegen?
Jenneke: ,,Ik vond de werkplek meteen heel prettig, met veel ruimte en een eigen computer op de kamer. Alleen er was inderdaad wel een hoop gezelligheid weg. Op de Meester Mührenlaan stonden de kaartenbakken in het kantoor. We zagen elkaar elk half uur. Nu kan ik de hele ochtend werken zonder een collega te spreken. Vandaar de geplande koffiepauzes. Inmiddels hebben we het ook aan de Julianaweg heel gezellig.”

‘We durfden de mensen
haast niet meer te bellen
om te zeggen dat ze
aan de beurt waren’

René: ,,Aangezien het aantal patiënten bleef toenemen, kwamen er tevens steeds meer collega’s bij met ieder hun eigen specialisatie. We zijn in de loop der jaren een rijke praktijk geworden, met veel ervaring en kennis.”
Jenneke: ,,Ik ervaar de werkdruk wel als veel zwaarder dan vroeger, mede door de enorme hoeveelheid administratie die we moeten bijhouden. Ook het vak is veranderd door nieuwe inzichten die soms niet stroken met mijn eigen professionele ervaring. Ik probeer uiteraard wel mee te gaan in alle veranderingen. Voor zover ik kan zonder mijn eigen waarden te verliezen.”

Wat zijn voor jullie opvallende ontwikkelingen van de afgelopen jaren en hoe kijken jullie naar de toekomst?
Jenneke: ,,Het verhaal van ons tarief, dat al dertien jaar niet is verhoogd en soms zelfs is verlaagd. En zoals ik net al zei: de administratieve druk valt mij, net als heel veel mensen in de fysiotherapie, steeds zwaarder. Het enige wat niet verandert, is voor mij het plezier in het contact met mijn patiënten en het helpen in het verbeteren van hun kwaliteit van leven, hoe groot of klein dat ook mag zijn.”
Jenneke vervolgt: ,,Ik hoop voor de komende jaren dat ik ten eerste gezond blijf, zodat ik kan blijven werken tot aan mijn pensioen en leuke cursussen kan blijven volgen. En dat de sfeer tussen de collega’s goed blijft natuurlijk. Er zal best veel veranderen als André en René uiteindelijk met pensioen gaan. Dan ben ik als enige van de oude groep over. En dat terwijl we vroeger weleens hebben gezegd dat we samen naar het bejaardenhuis zouden gaan…”
René: ,,We vinden het allemaal geweldig dat de mensen nog steeds de weg naar ons weten te vinden, zelfs met alle concurrentie van nieuwe praktijken en disciplines van tegenwoordig. Daar zijn we heel blij mee. We werken er ook hard voor, door goede en persoonlijke kwaliteit van behandelen te bieden, volgens de laatste inzichten. Nog steeds komen er nieuwe specialismen bij in de praktijk, zoals nu met Angela in orofaciale therapie en Eugenie in handrevalidatie.”
André: ,,We hopen van harte dat Duin+ nog heel lang mag blijven bestaan.”
Voor meer informatie, zie de website www.duinplus.nl.

Over het team van Duin+
JENNEKE SARS – Specialisaties: Fysiotherapie, Manuele therapie, Bekkenbodem-dysfunctie, Bekkeninstabiliteit, Shockwave therapie, Echografie, Zwangerschapseducatie pre- en Postpartum (Zwanger-Fit), Babymassage, McKenzie Methode A t/m D.
ANDRÉ DE LENG – Specialisaties: Fysiotherapie, Manuele therapie, Osteopathie, Lymfedrainage, McKenzie Methode A t/m D. Dry Needling.
RENÉ KOENDERS – Specialisaties: Fysiotherapie, Manuele therapie, Cranio-sacraal therapie, Gespecialiseerd in COPD, Medische fitness, McKenzie Methode A t/m D. Dry Needling.
HERMAN TOL – Specialisaties: Master Sportfysiotherapeut, Fysiotherapie, Schouderspecialisatie, Shockwave.
EUGENIE BUHRS – Specialisaties: Fysio-/ manuele therapie (Marsman en Mulligan methode), Craniosacraaltherapie, Echografie, Medical Taping, Orthopedisch Revalidatie, Shockwave, Handtherapie i.o.
ANGELA VEERMAN – Specialisaties: Fysiotherapie, Manuele therapie volgens Mulligan, Osteopathie i.o., zwangerschapseducatie pre en post partum (zwangerfit), Medical Taping, Dry Needling, fasciale mobilisatie, aerobic instructrice.
ANGÉLA DE BOER – Specialisaties: Fysiotherapie, Master Manueeltherapeut, Kaaktherapie; Specialisatie in hoofd-hals-nek-kaak Crafta®, Medical Taping, Shockwave.
ILJA KLEIN – Specialisaties: Fysiotherapie, Master of Science in Manueel Therapie, Medical Taping, Shockwave, Lymfedrainage.

Foto: V.l.n.r. André de Leng, Jenneke Sars en René Koenders werken samen al meer dan een eeuw bij de praktijk van Duin+, de praktijk voor fysio en manuele therapie.

 

Fotogalerij