Vandaag geopend: 08.00 - 17:30

All posts by De redactie

Volendammers komen met de schrik vrij op Bali

Ze waren nietsvermoedend kleding aan het passen in een fraai boetiekje op Bali, toen ze opeens behoorlijk duizelig werden. Het bleek te gaan om een zware aardbeving, die uiteindelijk zeker honderd levens eiste en heel veel schade aanrichtte. Wonder boven wonder kwamen Macy Bond, Niels Buijs en hun medereizigers met de schrik vrij. ,,We hadden een engeltje op onze schouders”, zegt Macy.

Macy en Niels zouden vlak voor de aardbeving per boot naar de fraaie Gili-eilanden reizen. Die regio werd uiteindelijk zwaar getroffen. ,,Vlak voor ons vertrek kregen we te horen dat er vier dagen geen boten naar de Gili-eilanden zouden varen, omdat er erg hoge golven waren op zee”, vertelt Macy, die al maanden uitkeek naar deze vakantie.
,,Wij baalden daar stevig van. Er waren al wat dingen fout gegaan tijdens onze reis en nu konden we ook nog eens niet naar de Gili-eilanden, een van de hoogtepunten van Bali. We overwogen zelfs nog even om vanuit Lombok het vliegtuig te pakken en alsnog die kant op te gaan. Gelukkig hebben we dat niet gedaan…”
‘Run, run, run!’
En dat is nog zacht uitgedrukt. De aardbeving had een magnitude van 6.9 en het epicentrum lag bijna dertig kilometer ten noordoosten van Lombok. In de buurt van het epicentrum zijn aardverschuivingen geweest. Ook is er een brug verwoest, waardoor hulpverleners bepaalde regio’s moeilijk kunnen bereiken. Het belangrijkste ziekenhuis in Lombok is door de aardbeving zwaar beschadigd. Honderden toeristen zitten nog altijd vast op Lombok en veel van hen zijn ook hun spullen kwijt. Kortom, het is één grote chaos in die contreien.
Macy en Niels waren op het moment van de beving in Sanur, een rustige badplaats in het zuiden van Bali. ,,Zelfs daar was de beving heel goed te voelen”, verzekert Macy. ,,Er begon van alles te trillen, standaardjes met sierraden vielen om. Wij waren dus in een kledingwinkeltje en de eigenaresse begon te schreeuwen: run, run, run! Toen we eenmaal op straat waren, voelden we nog wat naschokken. Het duurde ongeveer anderhalve minuut. Best wel eng.”
‘We gaan niet terug naar huis’
Het besef drong bij de Volendammers pas later door. ,,Na de aardbeving ging het leven in Sanur weer vrij snel door. Pas toen wij ’s avonds in een restaurantje zaten te eten, beseften we dat het best wel heftig was wat we hadden meegemaakt. En daarna kwamen de berichten dat er een tsunami aan zat te komen. Er werd ons geadviseerd om naar het binnenland te gaan. Dat hebben we diezelfde avond nog opgevolgd.”
Macy, Niels en hun medereizigers zijn naar Kuta gereden. Daar verblijven ze nog steeds. ,,We hebben er niet aan gedacht om terug naar huis te gaan. Wat dat betreft zijn we ook wel vrij nuchter. Je schrikt wel heel erg, maar het leven gaat hier ook gewoon door en je komt natuurlijk niet elke dag op Bali. Wij dachten: we kunnen nu wel naar huis gaan, maar dan gooi je toch een vakantie weg, terwijl het hier voorlopig hopelijk rustig blijft. Stel dat er straks wel weer iets gebeurt, dan overwegen we om lekker naar huis te gaan…”
Morgen gaan ze naar Ubud. ,,Dat ligt lekker hoog. Daar zitten we sowieso wel veilig.”

Kaart: https://www.nederlandwereldwijd.nl/reizen/reisadviezen/indonesie

Fotogalerij

Verdient Edamse held Mick Visser een lintje?

Als het aan Kees Bruggeman ligt, verdient zijn buurjongen Mick Visser een lintje. De 51-jarige verpleegkundige werd afgelopen maandag getroffen door een hartinfarct en zag zijn leven vervolgens worden gered door de 17-jarige held uit Edam. ,,Als hij vijf minuten later was geweest, had ik hier nu niet gezeten”, zegt Kees enkele dagen later in zijn zonovergoten tuin.

Kees zou maandag voor een standaard longcontrole naar het OLVG in Amsterdam gaan. Terwijl hij van zijn huis naar de bushalte liep, voelde hij dat er iets goed mis was. ,,Ik had al een paar dagen last van een drukkend gevoel, maar ik dacht geen moment aan mijn hart”, blikt hij terug. ,,Afgelopen maandag werd het opeens heel heftig. Ik liep een paar meter en was helemaal kapot. Mick is mijn buurjongen en ondanks ons grote leeftijdsverschil hebben we een goede band met elkaar. Ik stuurde hem een bericht waarin ik vroeg of hij zo snel mogelijk naar me toe wilde komen.”
Buiten adem
Mick is de zoon van Gerard en Carina Visser, de eigenaars van de gelijknamige groente- en fruitwinkel in Edam. Toevalligerwijs was hij net klaar met trainen in de sportschool van Motel Katwoude. Mick stapte uit de douche, pakte zijn telefoon en zag het bericht van Kees. ,,Ik dacht eerst dat het een grapje was, dus ik belde hem op. Toen ik hem hoorde praten, kreeg ik meteen een slecht gevoel. Hij was helemaal buiten adem en hing al snel op. Ik ben op mijn fiets gestapt en ging zo hard rijden dat ik binnen vijf minuten in Edam was. En toen zag ik hem daar, op weg naar het busstation, op de grond liggen. Ik heb hem achterop genomen en ondertussen 112 gebeld.”
Kees: ,,Hij weet zelf ook niet meer hoe hij het allemaal deed. Hij was keihard aan het fietsen, belde ondertussen 112 en tegelijkertijd hield hij mij vast. De ambulance was binnen een paar minuten ter plaatse. Er werd meteen een infuus geplaatst en even later een hartfilmpje gemaakt. Veertig minuten na mijn berichtje aan Mick waren we al in het Waterlandziekenhuis in Purmerend.”
Mick: ,,Daar hebben ze bloed afgenomen en alles. We hoorden al snel dat het om een hartinfarct ging, dus we zijn daarna direct in een andere ambulance gestapt en naar het OLVG in Amsterdam gereden. Het ging allemaal zo snel, niet normaal. Er werden zelfs rijbanen afgezet en er stond politie op de weg om ervoor te zorgen dat wij zo snel mogelijk door konden rijden. Op een gegeven moment gingen we bijna 200 kilometer per uur, dat heb ik nog even bekeken.”
Held
Voordat hij het wist, was Kees gedotterd. ,,De vernauwing in de kransslagader is opgerekt, waardoor er weer voldoende bloed doorheen kan stromen”, vertelt het slachtoffer. ,,Er is een soort veertje geplaatst dat de vaatwand ondersteunt. Ik heb wel acht soorten medicijnen, maar ik kan gewoon thuis verder revalideren. Ik moet nu twee weken rust nemen, daarna krijg ik een oproep van de cardioloog.”
Ze schudden allebei met hun hoofd. Er had maar iets fout hoeven gaan en Kees zou er nu niet meer zijn geweest. ,,Mick heeft mijn leven gered”, verzucht Kees. ,,Ik kan er nog steeds niet over uit hoe goed hij heeft gehandeld, op zo’n jonge leeftijd. Hij bleef zó rustig. In de ziekenwagen pakte hij zelfs mijn portemonnee en haalde daar de benodigde verzekeringspasjes uit. Hij heeft alle betrokkenen ingelicht en is tot tien uur ’s avonds bij me gebleven. Mick dacht werkelijk overal bij na. Hij is echt een held.”
Mick: ,,Je krijgt een soort gevoel waarbij je vertrouwt op je instinct. Ik ben vooral blij dat Kees het heeft overleefd. En nu hij toch aan het revalideren is, kan ik mooi zijn mountainbike gebruiken…”
Tattoo
Kees en Mick gaan binnenkort een tattoo laten zetten die hen voor altijd aan deze heldendaad blijft herinneren. ,,Een kleintje, hoor”, lacht Mick. ,,We weten nog niet waar.”
Kees: ,,We doen dat ook omdat het de Dag van de Vriendschap was toen dit allemaal gebeurde. Die maandag hing echt met toevalligheden aan elkaar.”
Mick heeft nog een paar weken vakantie. Daarna begint hij aan zijn vervolgopleiding tot podium- en evenemententechnicus. Hij ziet het niet zitten om in de groente- en fruitwinkel van zijn ouders aan de slag te gaan. ,,Ik heb ontdekt dat dat niets voor mij is. Geef mij maar gewoon geluid.”

 

Fotogalerij

Handbalvereniging zaait en oogst herinneringen maar ook dilemma’s

De erfenis van het succes

Zowel op sportief als maatschappelijk vlak – zowel zichtbaar als buiten het gezichtsveld – bezorgde HV Kras/Volendam de gemeenschap in de laatste vijftien jaar onuitwisbare herinneringen, talrijker rolmodellen en de jeugd plantsoenen en sporthallen vol plezier. Dat laatste door middel van de Sport-Koepel, die in 2009 het levenslicht zag, toen Joost Ooms de BOS-subsidie binnenhengelde. De algemeen manager van de club merkt tien jaar later echter ook dat bepaalde elementaire zaken stagneren, dat er dilemma’s zijn. Tijd voor beschouwing en zelfreflectie. Volendam raakte gewend aan en verwend door de successen van de handballers, maar de laatste landstitel dateert van vijf jaar geleden. ,,Maar voor mij staat niet alleen een landstitel gelijk aan succes. Als je in een ontzettend moeilijk jaar tweede wordt op een doelpunt, mag je daar ook trots op zijn.” Met de doorstroming van talenten van eigen bodem wil het moeilijk vlotten. Eén van de voornaamste talenten (Tom Zwarthoed) vertrok zelfs. En maar een deel van de gouden generatie blijkt in staat iets van de opgedane kennis en ervaring over te dragen aan de opvolgers. ,,Het probleem is complex”, zegt Ooms. De opmars van de dames zorgt voor positivisme. ,,En tijdens de trainingen bij de jongetjes loopt de vloer weer vol. Er gaat ook een heleboel goed.”

Zeldzaam, exceptioneel. Dat waren de hoogtijdagen, toen de Duintjes, Schilder, Tuip, Tol, Admiraal, Bond, Webertjes, Kes, Molenaar en Beers de landstitels aan elkaar regen en Europa ingingen. Jongens uit eigen dorp, aangevuld met enkele spelers van buitenaf. Als laatste van die vriendengroep – hij vertrok naar de Bundesliga voor het seizoen dat de eerste landstitel werd veroverd – is de 38-jarige Gerrie Eijlers nog over. In de laatste wedstrijd van afgelopen seizoen was hij de enige Volendammer die in het veld kwam. Als invaller, want ondanks zijn status als doelman begon hij in het cruciale treffen met Aalsmeer op de bank.
Kras/Volendam speelde uiteindelijk om geen enkele prijs. Geen Final Four van de BeNe League, geen finale om de landstitel en geen bekerfinale. Het is het gevolg van een overgangsperiode. Kras/Volendam wil meer eigen gezicht in het eerste, maar wil ook meestrijden om prijzen. Qua aansluiting tussen de opleiding en het basisteam bleek echter een flink gat te zitten.
In de lift
Ooms: ,,Binnen onze mogelijkheden doen we wat we kunnen om dat gat te dichten. Waarbij ik trouwens ook wil opmerken dat jongens Leon Geus, Jaap Beemsterboer en Maurits van Buren hier al op hele jonge leeftijd binnenkwamen en voor mij ook ‘Volendammers’ zijn.”
,,We hebben volgend seizoen voor het eerst een Heren 5, waarmee we een van de grootste heren seniorenverenigingen van Nederland zijn. We hebben een landelijke A- en B-jeugdteam en er is een gezonde instroom van C-, D- en E- jeugd. Het jongenshandbal zit weer in de lift, de cijfers zijn dus weer goed. Dat is allemaal positief.
Het NHV heeft afgelopen seizoen beleidsmatig het jongenshandbal als een prioriteit gesteld.”
,,Wij hebben daar op ingehaakt door een nieuwe positie aan de technische commissie toe te voegen: hoofd jongens handbal promotie. Dat is Arjen van Wieringen. Samen met de evenementencommissie, trainers, coaches, ouders en de ondersteuning van Sport-Koepel wordt er gezorgd voor jongenshandbalpromotie in en rondom Edam-Volendam. Door middel van bijvoorbeeld bootcamps en clinics.”
Waar er jarenlang sprake was van een natuurlijke doorstroming van talent, blijkt het proces van zaaien en oogsten sinds jaren een complexe materie. ,,Vroeger hadden we dat vriendenteam, dat trainde in Volendam en trainde ook meerdere keren in de week met de nationale jeugdselecties. Dat zij zo goed werden, ontstond dus niet zozeer alléén door de goede jeugdopleiding van de club zelf. Tuurlijk waren er mannen als Jaap Tol, Piet Kes, Claus Veerman en Michel van Halderen bij die generaties betrokken, maar er was ook een deel van de opleiding ‘uitbesteed’ aan het NHV.”
,,Maar als dat tot zoiets moois uitgroeit, dan wil je dat het succes voort blijft bestaan. Terwijl die Volendamse groep met hun vrienden en broers een duale opleiding had genoten. Als je dat hier wilt, moet je kennis in je tent halen, die je niet hebt. Want de opleiding kwam – qua toptrainers – immers niet uit eigen dorp.”
,,We hebben Claus Veerman al enige tijd, maar verder staan er nog weinig dorpelingen te trappelen om jarenlang met ons mee te bouwen. Want die nieuwe generatie oud-spelers vraagt – terecht in de huidige maatschappij – wat het ze dan financieel oplevert? Het antwoord luidt: niet zoveel dat we concurrerend kunnen zijn in de ‘grote wereld’. Het ‘jeugdtrainer zijn’ geeft bovendien een grote verantwoordelijkheid, ga er maar aan staan.”
,,Maar het is eigenlijk wel de beurt aan die vriendengroepen die eerder geprofiteerd hebben van de systematiek van toen. Als club kun je een beroep doen op die Kras/Volendammers van die generatie, maar de meeste daarvan hebben inmiddels een hele goede baan en daar kunnen wij niet tegenop concurreren. Hoe kunnen wij in vredesnaam beroepsperspectief aanbieden binnen een amateursport – zonder steun van de overheid – terwijl je ondertussen afhankelijk blijft van de prestaties van het eerste team.”

‘Dankzij het enthousiasme
van Claus Veerman zijn we
qua jongensjeugd groter dan ooit’

,,We moeten dus een trainerscultuur opbouwen, we leiden die mensen op. En dan hopen we dat zij – met hun verantwoordelijkheidsgevoel – iets willen gaan doen. Zoals we Martijn Cappel, Herman Tol, Barry Koenders en Jasper Snijders hebben gevraagd hun expertise vanuit hun beroep in te willen zetten binnen de vereniging. Zoals we Tom Schilder hebben gevraagd zijn kennis op de cirkel te willen overdragen, Gerrie Eijlers op ons verzoek zich gaat aansluiten bij de topsportcommissie, om de spelersraden nieuw leven in te pompen.”
,,Iedereen pakt zo een deeltje op, maar dat betekent niet dat ze de totaalverantwoording oppakken. Een man als Claus Veerman, die de drive en het ultieme fanatisme heeft om er iets van te maken ten dienste van de Volendamse maatschappij, zo’n man is uniek en die moet je koesteren. Het is aan de manier waarop hij zijn enthousiasme overbrengt te danken dat we qua jongensjeugd groter dan ooit zijn. Je zou zo’n man een fulltime-job willen aanbieden en anderen iets willen bieden, maar met welk geld? Los van de vraag of hij het wel wil…”
Geld wat wellicht had kunnen komen uit de revenuen van de succesjaren. ,,De commerciële component bleek in het begin van die succesjaren – 2005-2010 – toch onvoldoende in staat om echt te cashen. Er waren – zo bleek achteraf – bedrijven die zeiden: we dachten dat we wel een belletje zouden krijgen of we jullie wilden sponsoren, maar jullie zijn nooit gekomen. Er werd dus verwacht dat wij zouden komen en wij waren dus niet maximaal ingericht op het vermarkten van de successen.”
,,We waren ondertussen wel druk bezig om een topsportprogramma neer te zetten voor de selectie, wilden spelers behouden, zoals Tom Schilder. Door te proberen hem minder te laten schilderen en meer te laten handballen. Goede spelers kwamen terug, spelers werden van buiten gehaald, wat huisvestingsproblematiek met zich meebracht. Allemaal als gevolg van dat de focus lag om het niveau te houden wat we hadden.”
,,Je bent en blijft ook een vereniging. Alles groeit mee. Door de successen, al die topavonden hier, dat zijn herinneringen voor de rest van ieders leven, dat heeft ze mede gevormd tot wie ze zijn. Dat hebben ze gekregen. Door die successen zijn ook initiatieven als de Sport-Koepel ontstaan en de oprichting van de Handbalschool. Die draait nu super in Alkmaar. Het is wel jammer dat het hier niet van de grond kwam door gebrek aan draagvlak in de gemeenschap.”
,,Maar wel veel positiviteit in de breedte dus. Ondertussen deden we ook pogingen om de jeugdopleiding te professionaliseren, maar dat was heel moeilijk. Claus Veerman kwam er vijf jaar geleden bij zijn terugkeer achter dat de primaire club focus lag op ‘het eerste’ team en dat de club een trekker miste die de jongensjeugd echt intrinsiek beter en groter wilde maken.”
Pijnlijk
,,Maar dat punt, die overgang, de aansluiting van talent en toppers, hoe moet je daar mee omgaan? Er spelen allerlei belangen ondertussen. En er komt druk van onder, vanuit de kwaliteit van onze opleiding. Het andere probleem is dat ons tweede team, dat gepromoveerd is naar de eredivisie, waardoor er wordt getrokken aan onze spelers. De Handbal Academie trekt ook aan onze jongens. Tom Zwarthoed heeft zo als zeventienjarige de stap gemaakt naar Papendal en gaat spelen voor DFS Arnhem.”
Een pijnlijke situatie. ,,Tuurlijk hebben we geprobeerd Tom bij ons te houden, maar hij kiest voor een ander pad en dat respecteren we. De vraag is: hoe snel kun je een talent laten doorstromen? Maar als ze tegenwoordig nog niet klaar zijn voor het eerste, komen ze wel in een marktwerking terecht. Zoals met Tom het geval is. Dan verlies je spelers, maar wint ook in bepaalde situaties, zoals bij Robin Jansen (komend van Bevo) en Sander Visser (van E&O) het geval is.”
,,De markt verandert. Trainavicius gaat van Hurry Up naar Aalsmeer, dus die club is ook aan het professionaliseren. Zoals Hurry Up buitenlanders blijft halen. Als wij denken dat we nog met Tom Schilder die overdag schildert het hoogste niveau kunnen halen, vergeet het maar. We trainen acht keer, hebben een diëtiste en doen aan krachttraining. Maar is het perfect? Nee, het is niet zo gemakkelijk. Als het zo makkelijk was, was de druk van onder veel groter geweest en hadden we meer eigen jongens in Jong Oranje gehad.”
Geduld en de hang naar succes vechten om voorrang. ,,Sommige mensen zeggen: je moet stellen dat je kampioen wilt worden, dat schept iets onvoorwaardelijks. Anders word je het nooit. Maar wij zijn ook realisten en dus doen we dat niet. We willen zo hoog mogelijk eindigen, met hetgeen wat we hebben, binnen de mogelijkheden en samen. Dus met draagvlak voor wat we doen, zodat de vereniging over twee jaar niet failliet is omdat een paar zogenaamde kenners vinden dat je onvoorwaardelijk moet zijn. Als we dat advies zouden moeten volgen, garandeer ik je dat dezelfde types er niet zullen zijn wanneer het moeilijker wordt. Bovendien zullen ze zeggen dat zij het heel anders hadden gedaan.”
,,We willen echt gaan zorgen dat de opleiding zo goed is, dat er aansluiting tussen talent en top komt en er constante druk van onder naar boven is. Concreet: de opleiding dient ieder jaar minimaal één speler daarvan richting de A-selectie af te leveren. Wetende dat jonge spelers ongeduldig worden en er bovendien sprake is van die marktwerking. Dat maakt het verschrikkelijk lastig om ieders droom waar te maken.”
Dat hebben sommige Volendamse jongeren gemerkt in de afgelopen jaren. Ze hadden of hebben geduld, maar werden (nog) geen vaste waarde. ,,Nog zo’n moeilijke situatie: de terugkeer van Gerrie Eijlers werkte mede in de hand dat jonge jongens zoals Tim Jonk na zoveel jaar in het tweede besluiten om minder te gaan trainen. Ik snap dat een jongen als Tim daar gek van wordt, altijd maar weer een aangetrokken topper voor je neus. En ook de kans op een maatschappelijke carrière trekt harder en harder. Maar ja, je gaat niet de beste keepers van Nederland weigeren of eruit zetten.”

‘Mensen willen entertainment,
een partijtje handbal alleen
interesseert sommige buitenstaanders
onvoldoende’

,,Wij hebben de carrière van onze coryfeeën zo lang mogelijk gemaakt, in de hoop dat ze dicht bij de club zouden blijven. Dichtbij wonen, iets voor de club gaan doen en dat hun partners en kinderen ook handbalminded worden. Misschien hebben we daarmee in de tussentijd de doorstroming van sommige jeugdspelers tegengehouden. Maar het aanhouden van die mannen die zoveel voor ons hadden betekend, was een bewuste keuze.”
,,Dat betekent wel dat we nu tijd nodig hebben om de aansluiting te creëren. Inmiddels spelen die jongeren in de eredivisie. Of het dan ook allemaal perfect gaat en blijft aansluiten richting het eerste, dat weten we niet. Maar als het goed is, geeft de huidige situatie, met vertegenwoordigende teams op het hoogste niveau – het eerste, tweede en de jeugdteams – dat dat voldoende aanzuigende kracht moet geven.”
,,Verschil is nu dat, als je kijkt naar de talenten, dat de generatie ‘Tom Schilder’ allemaal in Jong Oranje speelde en ook in Volendam 1. Nu zitten er drie jongens bij Jong Oranje en die zitten bij ons op de bank. Het is daarbij volgens mij ook zo dat, met de komst van de BeNe League, het niveau omhoog is gegaan. Ook door de financiële mogelijkheden, want in België wordt goed betaald.”
,,Het klopt dat we de ‘smart’ geformuleerde doelstellingen met het eerste niet hebben gehaald afgelopen jaar. Externe factoren – waaraan we niets kunnen doen – waren daar debet aan, maar óók veel interne, waar we wel wat aan kunnen doen. Iets wat wij realiseren is dat we te maken hebben met dat de gemiddelde jongen minder bewegingsvaardig is dan voorheen. We moeten dan ook meer doen aan die bewegingsvaardigheid dan vroeger. Verder gaan de meeste jongens nog altijd eerst op ‘de voetbal’ en werken dus nog niet aan de hand-oog coördinatie, valtechniek en lichaamsbalans.”
,,Het opschroeven van de kennis van onze totale trainingsstaf is dus een uitdaging. Traditioneel hebben wij de beste trainers – op papier – aan de bovenkant van de vereniging. Wij willen dat gelijk trekken, door de hele vereniging heen. Daarom zijn we aan het upgraden binnen onze mogelijkheden, wetende dat we nog geen beroepsperspectief kunnen bieden.”
,,Recent heeft Joan Scherpenzeel de ASM-cursus – een andere manier van denken over bewegen in de top- en breedtesport – gevolgd, samen enkele jeugdtrainsters van de vereniging. Wij geloven daarin. Misschien komt de dag er ooit – maar het wordt lastig – om tegen haar te zeggen: stop maar met je werk en kom bij ons. Zoals je ook nooit kunt minderen op de investeringen rond ‘Heren 1’, als aanjager en uithangbord van je vereniging.”
,,Wat we dus proberen te doen is mensen goed opleiden, proberen de gezelligheid en sfeer binnen de vereniging goed te houden, zorgen dat er doorstroming is op allerlei posities, dat mensen kans krijgen, zorgen dat het contact met de achterban goed blijft. En dankbaar zijn.”
Verbindend
,,Wij willen de verbindende plek zijn, zorgen dat deze club bij de leefstijl van mensen hoort, een plek voor gezond en goed gedrag, met plezier en vertier, mensen zichzelf erin herkennen.”
,,De markt verandert ook op een andere manier. Mensen willen entertainment, een partijtje handbal alleen interesseert sommige buitenstaanders onvoldoende. We hebben misschien soms wat minder mensen op de tribunes, maar we worden op sociale media door meer mensen gevolgd. Maar we moeten concurreren. Moeten andere belevingsvormen aan kunnen bieden. Met entertainment in de zaal en middels bepaalde diensten via sociale media. Dus ook nieuws rondom spelers op die manier bij de jeugd brengen. Waarom gaat elk voetbalstadion aan de slag met gaming voor een fanengagement? Hier moet je dus ook sfeer maken, dingen ophangen met licht, beelden en geluid, rook erbij. Want qua interesse van de jeugd heb je concurrentie van dat apparaat, de telefoon. Als wij niet meegaan, zijn we verloren.”
,,In de nieuwe Seinpaal is geen vierkante centimeter toegevoegd aan dat extraatje wat jeugd nodig heeft. In Purmerend heeft de nieuwe Beukenkamp dat wel en daar zijn ze ook bezig met eSports,”
,,Wij zijn echt wel breed bezig. Sylvia Zwarthoed, Jan Kes en John Kaars zijn bijvoorbeeld toegetreden tot de technische commissie. Maar we hebben ook te maken met basale problemen als een schrijnend scheidsrechterstekort, als een tekort aan verenigingsmensen die als waarnemers achter de wedstrijdtafel kunnen plaatsnemen. We hebben te maken met het inpassen van jeugd op een andere manier, vernieuwen van de organisatiestructuur, de faciliteiten op orde brengen, we vechten tegen heel veel. Als Tom Zwarthoed dan Jong Oranje haalt, vanuit onze eigen opleiding, moeten we eigenlijk vreselijk trots zijn. En heel hard hopen dat hij straks een keer terugkomt.”

Foto: Algemeen manager Joost Ooms doet na de laatste verloren wedstrijd tegen Aalsmeer het woordje namens Kras/Volendam, bij het afscheidsmoment van onder meer Jan Josef.

 

Fotogalerij

Familie Springer gaat al dertig jaar op rij op visvakantie naar Denemarken

Traditie om te koesteren

Al dertig jaar op rij gaan ze steevast een weekje naar Denemarken om met elkaar te vissen en gezellig te borrelen. Het is een traditie van de broers Piet (75), Klaas (73) en Jaap (61) Springer en hun echtgenotes. Inmiddels gaat ook de volgende generatie, de twee zoons van Jaap, mee de zee op. Afgelopen maand trokken ze voor de veertigste keer samen naar Scandinavië. Maar vervelen gaat het nooit. ,,Er wordt nu alweer gezocht naar de volgende bestemming.”

Het is zondagmiddag, iets na twaalf uur. Op het strandbad in Edam blikken de broertjes Springer terug op hun afgelopen avontuur. Uiteraard onder het genot van een blikje bier. En uiteraard met de branie en humor die hen zo kenmerkt. ,,Wie had dit jaar ook alweer de eerste kabeljauw gevangen?”, roept Jaap met stemverheffing. Klaas schudt zijn hoofd. Hij is met afstand de beste visser, terwijl Jaap meer van het entertainment is en Piet altijd het roer in handen heeft. Desondanks ving Jaap dit keer de eerste vis. En dat is altijd een belangrijk moment voor de Springers. ,,Diegene krijgt van alle vissers twee euro”, weet Piet. ,,Reken maar dat het er fanatiek aan toe gaat. Het is een soort prestigestrijd.”
Jaap: ,,Degene die wint, heeft voor de hele week geld om mee te zwikken. Dat doen we altijd in de avonduurtjes en ook dan wordt er met het mes op tafel gestreden. Het gaat maar om vijf cent per potje, maar geloof me: tijdens het zwikken is iedereen van de pot gerukt. We houden allemaal van winnen. En aan verliezen hebben we een bloedhekel…”
Klaas: ,,Het is ook een mooie traditie dat we de eerste gevangen vis meteen schoonmaken en een dag later samen opeten, met een butter en eekie erbij. De rest van de vangst vriezen we in. Het is weleens voorgekomen dat we niks mee naar huis konden nemen, maar over het algemeen hebben we altijd een lekker portie mee. Het record staat op tachtig kilo kabeljauw.”
Kees
Als de mannen de zee op gaan, binden de vrouwen meestal de wandelschoenen onder. Een enkele keer gaan ze mee uit varen. ,,Maar dan moet de zon schijnen en mag er geen wind zijn. Golven zijn al helemáál uit den boze”, grapt Jaap.
Het lukt hem niet om de vrouwen uit de tent te lokken. Ze houden wijselijk hun mond. Jaap vervolgt: ,,Nee, zonder gekheid: als ze mee willen, huren we een extra boot. En ’s avonds zorgen ze altijd voor heerlijk eten. Zo hebben we allemaal onze rol.”

‘Die treetjes bier moeten
gekocht worden in de reclame,
want Springertjes houden niet
van duur bier’

De laatste jaren verblijven de Edammers steevast in Spodsbjerg. Dat is een klein dorpje met een haventje, op het eiland Langeland. ,,We hebben bijna het hele land al gehad en nu zijn we hier heel tevreden”, vertelt Piet. ,,Op Langeland kun je het beste vissen, in Spodsbjerg kan onze boot perfect liggen en de omgeving is fantastisch. Onze vader is ook nog een keer mee geweest naar dit dorpje.”
Vader Kees was ook niet vies van een beetje branie en humor. Samen met zijn vrouw Lijsbeth was hij er al bij toen zijn zoons en schoondochters voor het eerst op visvakantie gingen. Dat was in 1988. Piet was de initiator. Hij vertelt over het ontstaan: ,,Mijn vrouw en ik zaten op een verjaardag van een vriend. Daar ging het over voetbal, politiek én vissen. Een van onze vrienden zei: als je nou wat wilt vangen, dan raak je naar Denemarken. Hij had zelf een stacaravan in de buurt van Aarhus en overtuigde ons om een keer die kant op te gaan. Dat beviel geweldig. De vissen sprongen zo de boot in. Mijn vrouw had nog nooit gevist, maar zelfs zij ving tachtig scharren.”
Corlijs
De eerstvolgende keer dat de Springers elkaar weer zagen, vertelde Piet in geuren en kleuren over zijn trip naar Denemarken. Jaap, Klaas en vader Kees waren zo enthousiast dat het idee werd geopperd om een keer samen te gaan. Zo geschiedde. ,,We hebben nog een broer en twee zussen, maar die gingen om uiteenlopende redenen niet mee”, vertelt Jaap. ,,En dus reden we dertig jaar geleden met z’n achten naar Denemarken. Nou, je begrijpt waarschijnlijk wel dat het goed beviel.”
Piet: ,,Op zeker moment gingen we zelfs twee keer per jaar. In het begin visten we vanaf de kant. Daarna ontstond het plan om met het bootje van Klaas te gaan. Die boot is na verloop van tijd weer vervangen door een andere boot. We noemden hem ‘Corlijs’, vernoemd naar onze ouders: Cornelis en Lijsbeth. Daar varen we nu nog steeds mee.”

‘Als ik er nu zo over praat,
raakt het me nog steeds’

Klaas: ,,Hij is maar vijf meter lang en we zitten er meestal met z’n vieren in. Dat is best een uitdaging, kan ik je vertellen. Als je nog nooit gevist hebt en je gaat vervolgens in dat bootje zitten, dan krijg je gegarandeerd oorlog. Door de ervaring die wij inmiddels hebben, gaat het allemaal fatsoenlijk.”
Piet: ,,Komt ook doordat we tegenwoordig veel makkelijker op de hoogte kunnen blijven van de weersomstandigheden. Vroeger hadden we alleen het weerbericht. Als je dan windkracht 3 had en je zat met dat kleine bootje op zee, kon je natuurlijk niet lekker vissen. Nu kunnen we het veel makkelijker checken via de telefoon. We hebben een veel strakkere planning dan voorheen.”
Zeeziekte
Van zeeziekte hebben ze naar eigen zeggen nooit last gehad. ,,Komt ook doordat we nooit drinken tijdens het varen, hè”, verklaart Klaas.
Jeanet, de vrouw van Jaap, haakt in: ,,Na het varen halen ze dat wel weer in, hoor…”
Klaas: ,,Dat is een ander verhaal. Als we vissen, zijn we serieus.”
Jaap: ,,Het enige dat we op zee hebben, is een koppie koffie met een broodje.”
Klaas: ,,Pas als de vis schoon is, nemen we een biertje. En daarna misschien nog één of twee.”
Duur kratje
Het bier nemen ze meestal mee uit Nederland. Wat dat betreft hebben ze geleerd van hun eerste verblijf in Denemarken. ,,Toen zagen we een kratje Carlsberg liggen in de supermarkt”, vertelt Piet. ,,Omgerekend kostte dat liefst tachtig gulden, ongeveer 65 gulden duurder dan in Nederland. We twijfelden even, totdat Klaas zei: het kan wel de laatste keer zijn, neem mee dat krat.”
Jaap: ,,Sindsdien nemen we altijd genoeg eten en drinken vanuit huis mee. Vier dozen boodschappen van Deen en vier treeën Amstel Bier. En die treetjes moeten gekocht worden in de reclame, want Springertjes houden niet van duur bier…”
Er volgt een lachsalvo. De Springers zorgen deze zondagmiddag voor een uitstekende sfeer op het strandbad in Edam. Het valt bovendien op dat ze een vergelijkbaar karakter hebben, ad rem zijn, elkaar feilloos aanvoelen én van gezelligheid houden. Dat laatste is ook in Denemarken ieder jaar een kernbegrip. Los van de fysieke inspanning wordt er immers altijd voldoende ruimte ingebouwd voor vermaak. Dat begint al tijdens de autorit naar Spodsbjerg. Piet: ,,Meestal vertrekken we ’s nachts. Onze buren zijn daar niet zo blij mee, want we zijn een luidruchtig volkje…”
Jaap: ,,We gaan altijd met twee auto’s en de boot erachteraan. Zo gauw als we bij de grens zijn, zetten we de motor uit en komen de koffie en broodjes op tafel. Dan gaan we even uitgebreid zitten en gezellig met elkaar babbelen. Dat doen we al zolang we die kant op gaan. Het is 859 kilometer rijden en als er geen file is, doen we daar steevast twaalf uur over. Geen stress, dus.”
Zeemansliedje
In 1997 werd hun moeder Lijsbeth getroffen door een herseninfarct. Het herstel verliep niet zoals gehoopt, maar het was voor de familie Springer geen optie om Denemarken een jaartje links te laten liggen. Vandaar dat ze op zoek gingen naar een oplossing om Lijsbeth alsnog mee te kunnen nemen. Ze besloten een busje te huren waar haar rolstoel in paste.

‘Wij zijn vervelende klojo’s,
maar onze vader
kon er ook wat van’

,,Zo hebben we dat járen volgehouden”, vertelt Piet. ,,Ik herinner me nog een keer dat we behoorlijk wat file hadden. Onze moeder zat daar natuurlijk niet zo aangenaam in haar rolstoel. We leefden met haar mee. En om de tijd een beetje te doden, begon één van ons een oud zeemansliedje te zingen. Voordat we het wisten, zongen we allemaal mee. Dat was zo’n bijzonder moment. Als ik er nu zo over praat, raakt het me nog steeds. Het was symbolisch voor de warme en hechte band die we met elkaar hebben.”
Jaap: ,,Onze moeder was altijd heel zelfstandig en had moeite om dingen uit handen te geven. Nadat ze een herseninfarct kreeg, had ze opeens verpleging nodig. Daar kon ze moeilijk mee omgaan. Toch vertrouwde ze ons wat dat betreft volledig als we in Denemarken waren. Dat voelde voor ons heel speciaal. Uiteindelijk is ze nog zeven jaar met ons mee geweest. Een maand voordat ze overleed, was ze er zelfs nog bij. Tja, mooie herinneringen…”
Sanitaire stop
Er was even twijfel of de Springers het jaar daarna opnieuw naar Scandinavië zouden reizen, maar vader Kees haalde zijn zoons over. Zo bleef de traditie voortbestaan. Jaap haalt een fotoboek tevoorschijn van de trip in 2009. Het was een van de laatste reizen waar vader Kees bij was. Hij was op dat moment 90 jaar oud, maar op de foto’s is de passie van zijn gezicht af te lezen. ,,Wij zijn vervelende klojo’s, maar onze vader kon er ook wat van”, lacht Jaap. ,,Daar hield hij van, de boel een beetje stangen. En als we weer thuis waren, had hij het hoogste woord. Ook al ving hij weinig.”
Klaas: ,,Een jaar later was hij er voor het laatst bij. Hij begon toen al een beetje af te takelen, maar ging wel gewoon mee de zee op. Een Caballero in zijn mond en lekker een beetje gek doen. En geloof het of niet: als 91-jarige visser ving hij nog een kabeljauw ook. Niet te geloven, toch?”
Jaap: ,,We hebben wat afgelachen in al die jaren, tjonge jonge. Vooral als er een sanitaire stop moest worden gehouden met die ouwe erbij. Dan was hij aan het bedakken met een emmertje, in dat minibootje. Als we dan daarna niks meer vingen, zeiden we natuurlijk: ja, vind je het gek met zo’n stank? Geweldig. Het zijn geen vijfsterrenreizen, maar daar krijg je wel de mooiste verhalen door…”
Wilgen
De zoons van Jaap waren allebei drie jaar toen ze voor het eerst meegingen naar Denemarken. Ook zij vonden het geweldig en zijn er sindsdien elk jaar bij. Jeroen is nu 25 jaar. Niels, die voetbalt in de zaterdag-1 van de RKAV, is krap drie jaar jonger. ,,Het enthousiasme is op hen overgeslagen”, verzekert Jaap. ,,Vooral Niels vindt het geweldig. Die kijkt nu alweer voor de volgende reis.”
Piet: ,,Als je soms een keer denkt dat de laatste visvakantie nabij is, dan steekt Niels daar wel een stokje voor. Ieder jaar in oktober komt de eerste e-mail binnen met de mogelijkheden. Tussen mei en juni gaan we meestal die kant op.”
Klaas: ,,Nadeel is wel dat je sinds kort maximaal vijf kabeljauwen per persoon mag vangen in het gebied waar wij vissen. Vroeger moest je alleen een vergunning kopen. Voor de rest mocht je onbeperkt je gang gaan.”

‘Het zijn geen vijfsterrenreizen,
maar daar krijg je wel
de mooiste verhalen door’

Piet: ,,Er waren ook al forse boetes uitgedeeld aan mensen die meer hadden gevangen, hoorde ik. Dat maakt het er wel minder leuk op.”
De kans dat ze op korte termijn hun hengels aan de wilgen hangen, is desondanks klein. ,,Een jaar zonder Denemarken? Ik kan het me niet voorstellen”, zegt Piet.
Jaap: ,,We noemen het al gekscherend ons tweede vaderland.”
Klaas: ,,De voorpret voor de volgende reis is nu al aanwezig.”
Piet: ,,Deze familietraditie moeten we koesteren.”

Fotogalerij

Eerste gebiedsavond van de Oude Kom voor Verkenners van het Actieprogramma Integrale Veiligheid n

“De Kom van toen is te klein voor de Kom van nu”

Na de twee startavonden voor ‘Verkenners’ over het Actieprogramma Integrale Veiligheid begin juli, zijn 40 ‘Verkenners’ aan de slag gegaan om gegevens en input te verzamelen in de zeven wijken, waarin de gemeente verdeeld is voor dit programma. Hun taak was om elk 10 mensen te bevragen uit de wijken om mee te doen. Die 10 mensen bevragen weer 5 andere wijkbewoners, en die weer elk 2 anderen. Zo verzamelt elke verkenner uit de wijk zo’n 100 lijsten met gegevens, die het projectteam gaat verwerken in het Actieprogramma Integrale Veiligheid.

De gemeente is wettelijk verplicht een invulling te geven aan het beleid rond integrale veiligheid. De gemeente vindt het belangrijk om aan de weet te komen wat er speelt in de wijken, wat de verhalen van en in de wijk zijn, en wat de wensen en hun ideeën voor de wijk zijn, en daarvoor is een netwerk van verkenners opgezet. De 40 verkenners die als eerste aangezocht zijn of zich hebben aangemeld, zijn aan de slag gegaan om gesprekken te houden met medebewoners van hun wijk of dorp om verhalen en informatie te verzamelen die als input dienen voor het Actieprogramma Integrale Veiligheid. De gemeente heeft voor deze opzet gekozen om zo voor en door de inwoners en ondernemers aan de weet te komen wat er speelt in de wijk. Als alle gebiedsavonden gehouden zijn en de input verzameld is, kan de projectgroep aan de slag om hiervan een actieprogramma te maken. Het is nog mogelijk om als verkenners deel te nemen aan dit innovatieve proces. Namens de gemeente Edam-Volendam zijn Rennie Groot en Stephan Walther hiervoor de trekkers, zij zijn bereikbaar op actieprogramma@edam-volendam.nl.
Eerste gebiedsavond
Afgelopen woensdag was de eerste gebiedsavond voor de ‘Verkenners’ van 1) Oude Kom Volendam. De gebiedsavonden voor 2) de Blokgouw, 3) Volendam (Munnikenveld en de Broeckgouw), 4) Oude Kom Edam, 5) Zeevang, 6) Edam en 7) bedrijventerreinen volgen binnenkort. De verkenners van de Oude Kom Volendam waren uitgenodigd om woensdagavond naar PX te komen.
De ‘eerste’ verkenners uit de Oude Kom Volendam zijn in klein gezelschap aan de slag gegaan met de grote hoeveelheid verzamelde input. De avond werd geleid door Frederik van Dalfsen van Adviesbureau Berenschot, terwijl Robert Smit van Flatland de input van de verkenners ter plekke visualiseerde in tekeningen. Die kwamen op een groot vel te staan, waar op het slot de essentie van de wijk visueel in beeld werd gebracht. Dit werd gebaseerd op een viertal gespreksonderwerpen voor het Actieprogramma Integrale Veiligheid, en dat zijn:
1) Het verhaal van jouw wijk,
2) Leefbaarheid,
3) Veiligheid en
4) Toekomstbeelden.
Een mix van jong en oud
De verkenners zijn vooral trots op de diversiteit en karakteristieken van de Oude Kom Volendam. Het is een mix van jong en oud. Winkels, scholen en voorzieningen zijn op loop- en fietsafstand bereikbaar. Wonen in de Oude Kom Volendam is een bewuste keuze om in een sociale wijk te gaan wonen, waar mensen elkaar kennen en helpen. Men ervaart wonen in de Oude Kom nog steeds als zeer plezierig. Kenmerkend aan het authentieke gebied is onder andere het toerisme. Inwoners zijn trots op het feit dat de Oude Kom Volendam een wereldmerk is. Echter, de leefbaarheid staat daardoor wel deels onder druk. Er dient een goede balans te bestaan tussen de inwoners van de Oude Kom en de toeristen die daar op bezoek komen. Het vinden van deze balans vormt een van de belangrijkere uitdagingen van de komende jaren.
Toenemende druk
De inwoners van de Oude Kom Volendam ervaren deze toenemende druk bewust. Voornamelijk de verkeerssituatie vraagt om aandacht. Door de toename van het verkeer voelt men zich ook onveiliger. Zo bestaat de wens dat er meerdere plekken komen waar men fietsen kan stallen en dat er voor bezoekers meer parkeerplekken gerealiseerd worden buiten de Oude Kom.
De huidige vorm en omvang van het toerisme brengt heel duidelijk verschillende leefbaarheids- en veiligheidsaspecten met zich mee die van invloed zijn op de woon- en leefomgeving van de inwoners van de Oude Kom Volendam. De wens werd uitgesproken om de komende jaren in gezamenlijkheid te werken aan kwaliteitstoerisme, waarbij de focus minder op de massa ligt.
Desondanks de ambitieuze uitdagingen zijn er op het gebied van leefbaarheid en veiligheid ook positieve aspecten te benoemen. Het voorzieningenniveau in de Oude Kom is heel goed en wordt als positief ervaren. Groen is er voldoende, al vindt men dat dit beter onderhouden kan worden. Een ander positief aspect is het feit dat er weinig inbraken zijn.
De trotsheid op het authentieke karakter dat uitgegroeid is tot een wereldmerk is groot. De onderlinge verbondenheid en betrokkenheid bij de gemeenschap zijn sterk. Het vormt een goede basis om in gezamenlijkheid te werken aan een balans tussen het woongenot van de inwoners en de ervaren druk van het toerisme. Het uitgangspunt is dat de authenticiteit van de Oude Kom Volendam behouden blijft, maar op kwalitatief hoogwaardig niveau wel gedeeld kan blijven worden. Want, zo luidde de slotconclusie van de avond: ‘’De Kom van toen is te klein voor de Kom van nu’’.

 

Fotogalerij

Asfalteren Mgr. C. Veermanlaan afgerond

Zaterdag en zondag waren delen van de Mgr. C. Veermanlaan, Schoklandstraat en de Wester Ven deels afgesloten voor het verkeer vanwege asfalteringswerkzaamheden. Ruim een half jaar is aan deze grote klus gewerkt door de mensen van KWS.

De onderlaag asfalt was reeds enkele maanden geleden aangebracht, zodat het verkeer hier weer kon doorrijden. Zaterdag werd veel mankracht en materieel ingezet door KWS om de toplaag asfalt aan te brengen. Aan weerskanten van de wegen zijn met rood asfalt fietspaden aangelegd. Keepwagens met gloeiend asfalt reden af en aan en na het uitstorten werd de toplaag glad gereden met walsen. Op zondag werd de belijning aangebracht. Hier was men ook de hele dag mee bezig. Op maandag kon deze drukke doorgaande route weer opengesteld worden voor het autoverkeer.

Fotogalerij

‘Optimale samenwerking en kwaliteit’

Verloskundigen Waterland Oost starten nieuw kraambureau

Er is goed nieuws voor mensen met een kinderwens. De vertrouwde verloskundigen van Waterland Oost starten namelijk hun eigen kraambureau: Kraamzorg Waterland Oost. Vanaf 1 januari 2019 willen zij alle mensen in de regio ook van de beste hulpverlening ná de zwangerschap voorzien. ,,Door de korte lijntjes tussen verloskundigen en kraamverzorgenden, kunnen we straks optimale kwaliteit leveren”, zegt mede-eigenaresse Aline Guijt.

De eerste aanmeldingen van cliënten stromen al binnen via info@verloskundigenwaterlandoost.nl. Vrouwen die nu in verwachting zijn van een kind, zijn immers uitgerekend als Kraamzorg Waterland Oost al volop draait. ,,De mensen die horen dat we dit gaan doen, zijn allemaal heel enthousiast”, verzekert Aline. ,,Dat is geweldig om te horen. We zijn al volop bezig met het treffen van voorbereidingen en kunnen niet wachten om van start te gaan.”
Ingespeeld
Verloskundigen en Kraamzorg Waterland Oost bieden dus deskundige begeleiding vóór én tijdens de zwangerschap, tijdens de bevalling én in de kraamweek. Het belangrijkste doel van het bureau is om ouders volledig te ontzorgen met de best denkbare hulpverlening. Kraamzorg Waterland Oost zorgt daarom voor één kraamverzorgende tijdens de gehele kraamperiode, 24/7 opstartzorg na thuiskomst uit het ziekenhuis, zorg die afgestemd is op persoonlijke wensen en behoeften, verloskundigen en kraamverzorgenden als één team en voorlichtingsbijeenkomsten over bevalling en borstvoeding.
,,Wij zijn zelf geen kraamverzorgenden, dat is een aparte professie”, vertelt mede-eigenaresse Margriet Veerman. ,,Wij gaan het kraambureau runnen, nemen de beste kraamverzorgenden in dienst en sturen de organisatie aan. Op die manier kunnen we samen aan protocollen werken, nauw overleg voeren en gezamenlijk trainingen volgen. Na verloop van tijd ben je zo goed op elkaar ingespeeld dat je aan één woord genoeg hebt om elkaar te begrijpen. Dat is een enorm voordeel voor onze cliënten en voor onszelf.”
.,Aangezien zowel de zwangerschap als de weken daarna zeer intens zijn, vinden wij het belangrijk dat de kraamzorg aan niets ontbreekt’, vertelt Willeke Sier, ook mede-eigenaresse. ,,Vandaar dat we ons eigen bureau beginnen. Dan kunnen we het complete pakket aanbieden, van anticonceptie en kinderwens tot kraamzorg.”
Begrip
Verloskundigen Waterland Oost bestaat al sinds de jaren ’80 en is uitgegroeid tot een begrip in de regio. Momenteel wordt het bureau geleid door Aline Guijt, Willeke Sier, Margriet Veerman, Winnie Ottenhof en Emmelie Schurink. Daarnaast werkt Marjan Mühren als lactatiekundige en praktijk-assistente. Net zoals de verloskundigen van Waterland Oost focust ook het kraambureau zich op de hele regio; van Ilpendam tot Beets en alles wat daar tussen zit.
Iedereen kan zich zonder verwijzing aanmelden zodra de zwangerschapstest positief is. ,,Voor geïnteresseerde kraamverzorgenden houden we op vrijdag 21 september een informatieavond bij Paviljoen Smit-Bokkum”, vertelt Aline. ,,We leggen dan uit wat onze bedrijfsvisie is en waar we naartoe willen. Mensen die bij ons willen werken als kraamverzorgende, kunnen voor 1 oktober een sollicitatiebrief sturen. De gesprekken worden ingepland op 9 en 13 oktober. In november hopen we ons team dan compleet te hebben met de allerbeste kraamverzorgenden.”
A tot Z
De slogan van het nieuwe kraambureau luidt: een vertrouwde naam van zwangerschap tot kraam. Deze pakkende slagzin kwam voort uit een prijsvraag via de Facebook-pagina van de verloskundigen. Aline benadrukt het nog maar een keer: ,,Mocht je een kinderwens hebben of al in verwachting zijn, dan willen wij je heel graag van A tot Z begeleiden.”

www.verloskundigenwaterlandoost.nl

Foto: V.l.n.r. Margriet Veerman, Aline Guijt, Willeke Sier en Marjan Mühren. Winnie Ottenhof en Emmelie Schurink ontbreken.

Fotogalerij

Strandje bij het Marinapark wordt druk bezocht

Naast het Marinapark ligt bij de camperstalling en het parkeerterrein een zandstrandje waar men een schitterend uitzicht heeft op het Markermeer. Niet alleen door toeristen, ook door eigen ingezetenen wordt dit recreatiegebied druk bezocht. Vooral met de tropische temperaturen van de laatste dagen was het een drukte van belang. Gezinnen kunnen er heerlijk recreëren, want het water is hier niet diep en loopt geleidelijk af. 

Op de ligweide naast het strandje kan men lekker bakken onder de zon. Het terrein rond de kiosk is enige maanden geleden door de gemeente opgehoogd en opnieuw ingezaaid. Juist voor het zomerseizoen begon kwam dit gereed en er wordt volop gebruik van gemaakt.

Fotogalerij

Tijdelijk riool aangelegd door de sloot

Omdat er een lus zit in het riool nabij de Torenvalkstraat, is er een tijdelijk riool aangelegd door medewerkers van Swart uit Kwadijk. Om de knik in het riool te herstellen, dat neemt enige tijd in beslag. In die tussentijd zullen de bewoners van de omliggende straten toch aangesloten moeten zijn op het riool. 

Tientallen buizen zijn aan elkaar bevestigd voor dit tijdelijke riool dat door de sloot loopt langs de Tulpenstraat. Dit gaat vanaf de Burg. van Baarstraat tot aan het gemaal bij de Torenvalkstraat. Vorige week werd het tijdelijke riool aangelegd en op het gemaal aangesloten en dit zal zeker een paar maanden dienst gaan doen.

Fotogalerij

Aanleg van landschapspark langs Zeedijk in de Broeckgouw

Momenteel worden grondwerkzaamheden uitgevoerd langs de Zeedijk, nabij het gemaal Volendam in de Broeckgouw. Grote hoeveelheden zand en grond worden uitgevlakt op de strook met overgebleven weiland in de nieuwe woonwijk. 

Er komt in dit landschapspark langs de dijk tussen Edam en Volendam hoge begroeiing en een fiets/voetpad wordt er aangelegd. Dit bochtige pad zal in de toekomst ook dienst gaan doen als wielerbaan voor de jeugd van Wielervereniging Volendam. Op dit geasfalteerde pad kunnen de jeugdleden dan rondjes rijden en fietstrainingen houden. Zo wordt aan de jarenlange wens gehoor gegeven van de wielervereniging voor de aanleg van een vrij fietsparkoers.

Fotogalerij