Vandaag geopend: 08.00 - 17:30

De Zusson | Ingehaald door de tijd

  

Wanneer ik op zaterdagmorgen de krant opensla begin ik het liefst, op mijn nuchtere maag, met het tot me nemen van de geboorte- en overlijdensadvertenties. De aankondigingen van de borelingen vind ik eigenlijk alleen interessant om de namen. Ik vind het stom wanneer van het ouderpaar eerst de verwekker wordt vermeld en als tweede moeder de vrouw, die volgens mij toch veruit het meeste werk binnen het babywordingsproces heeft verricht. Al snel ben ik door de blijde boodschappen heen en kan ik starten met de pagina’s van overleden mensen. Gezien de grote hoeveelheid lijkt het alsof men het belangrijker vindt om dode dierbaren in de krant te zetten dan de welkome ontvangst van een nieuwe wereldburger. In het algemeen wordt over de doden niets dan goeds vermeld. Ook wel vanzelfsprekend, want een dominante pater familias of een kille, afstandelijke moeder zouden zich in hun graf toch maar omdraaien om zoveel hypocriete poppenkast.

Ik ben een soort van bevolkingsonderzoek aan het plegen. Ik scan de geboortejaren, meestal uit de jaren ’30 – ‘40 en lees dat enkelen geridderd zijn, dat wordt er dan expliciet bij vermeld. Sommigen waren arts of notaris, of hadden een hoge staat van dienst binnen een concern of in de politiek. Of dit voor de Heilige Petrus criteria zijn voor toegang tot het hiernamaals valt te betwisten. Maar zij stamden wel uit een tijd waarin de dokter, hoofdmeester en meneer de pastoor nog met ontzag werden aangesproken en zéker nooit werden tegengesproken. Wat me verder opvalt is dat deze gestorven negentigers en tachtigers zo weinig kleinkinderen hebben. Ik hoofdreken me suf op de vroege morgen, op die hoge leeftijd heeft men in ons dorp naast een rits kleinkinderen zelfs al achterkleinkinderen! Zou dat soms betekenen dat in deze gevallen de pastoor helemaal geen rol van betekenis speelde? Je kan het je vandaag de dag niet meer voorstellen maar in ons dorp ging hij nog langs de deuren wanneer de bevruchting (om wat voor reden dan ook) bij de vrouw uitbleef. Een goed katholiek stel zorgde voor een talrijk nageslacht;  voor het zingen de kerk uit gold eigenlijk ook als zondig valsspelen.

Voor ik er erg in heb ben ik een dik uur verder en dan moet ik nog beginnen met het echte nieuws. Ik probeer nu al een tijdje te achterhalen hoe en wanneer mijn fascinatie voor onbekende heengegane mensen is ontstaan. Ik hoorde laatst van een leeftijdgenoot dat wel meer mensen die neiging hebben. Zou het soms te maken hebben met het feit dat we zelf ook ‘slap’ zeventig zijn? Ouder wordende luitjes die elkaar bezwerend napraten: we moeten blij zijn dat we het worden, ja toch? Ja ja, ik ben echt heel blij maar waarom is het allemaal zo snel voorbijgegaan? Dat hadden ze ons, toen wij eigengereide twintigers en oh zo drukdoenerige dertigers en veertigers waren, wel eens wat vaker op het hart mogen drukken. Luister goed, neem van mij aan: binnen een zucht en een scheet is het feest weer voorbij. Hang vooral zelf de slingers op en je moet jezelf kietelen want een ander doet het niet voor je.

Pas nu ik oma ben, zie ik hoe mooi het is om te kijken naar spelende peuters en voetballende jongetjes; hoe aandoenlijk en dapper de puberende kleindochters zich ontwikkelen naar een nieuwe fase in hun jonge bestaan. Misschien is dít wel de échte prijs voor ouder worden: de schoonheid van het leven gaan zien. De concept playlist voor mijn requiem blijft voorlopig in mijn hoofd. Ik mag hem nog niet delen van de dochters.

Gudy (tekst) Angelique (illustratie) van den Hogen
 

Comments (0)

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *