En zo krijgt Glen Campbell er weer een fan bij
Soms fiets je door het dorp en hoor je opeens Glen Campbell uit een achtertuin schallen. Of Paul Siebel. Of een andere muzikale held die in de wereld van Spotify al lang niet meer meetelt. Hoor je daar vervolgens ook nog een boor, slijptol of het schrapende geluid van een schep bij, dan weet je genoeg: hier is een Volendams bouwputje in bedrijf.
Laatst kwam ik er weer eentje tegen.
Een pensionado stond in een kuil betonresten weg te scheppen. Op een groene biobak balanceerde een bouwradio die het minder bekende werk van de Rhinestone Cowboy met het volume van een opstijgend passagiersvliegtuig over de buurt uitstrooide.
Naast hem werkte een jongen van een jaar of twintig. Ook een schep in zijn handen. Ook het zweet op zijn voorhoofd. Alleen vijftig jaar minder levenservaring.
Ik vroeg me af wat er door zijn hoofd ging. Misschien denkt hij nu nog: wat is dit voor muziek? Waarom luisteren we niet gewoon naar iets van deze eeuw? Waarom staat hier geen 538 op?
Maar zo werkt het niet.
Want op een gegeven moment, tussen de kruiwagens, de koelboxen en de dagelijkse lezingen over hoe vroeger alles beter was, wordt iets doorgegeven. Onmerkbaar bijna. Hetzelfde mysterieuze proces waardoor je ooit zinnen van je vader uit je eigen mond hoort komen zonder dat je weet wanneer dat precies begonnen is.
Op een dag is die oudere collega verdwenen.
En dan staat die jongen er zelf. Met een versleten rug. Met een schep. Met Glen Campbell.
En ergens naast hem staat dan weer een jongen van twintig te denken: Wat is dit in Gods naam voor muziek?
En het mooiste is: hij heeft het zelf niet eens door.
