Vandaag geopend: 08.00 - 17:30

Kermis kijken

  

Zo zit je op een zondagochtend nietsvermoedend te zappen en zo zit je ineens midden in de kermis.

Op de L.O.V.E. komen sfeerbeelden van vorig jaar voorbij. Vrijdagmiddag. De dag is nog jong, de zon staat aan de hemel en op de Dijk en in de tent begint het langzaam drukker te worden. Je voelt de zenuwen bijna van het beeld af spatten. Iedereen heeft er zin in. Iedereen weet wat er komen gaat.

Bij mij begint het meteen te kriebelen.

Ik pak mijn telefoon erbij. Hoeveel dagen is het eigenlijk nog? Voor ik het weet zit ik mijn kermisplaylist aan te vullen met nieuwe krakers. Nummers die ik over drie weken waarschijnlijk bedroefd vind, maar waarvan ik nu zeker weet dat ze mijn leven gaan veranderen.

Mijn ouders en schoonouders schuiven ook aan. Daarmee verandert het programma in een interactieve documentaire. Mijn schoonvader ziet een bekende. ,,Jawel, de Pulebap.” Mijn vader even later ook. ,,Jezus, hoe heet hij ook alweer? Die is ook alweer dood.”

Prachtige televisie.

En hoe langer we kijken, hoe mooier het wordt. De camera is nét iets te lang op mensen gericht. Dat is cruciaal. Een professionele cameraploeg zou allang hebben weggedraaid, maar de L.O.V.E. blijft gewoon staan. Nog drie seconden. Nog vier. Nog vijf. Tot degene voor de camera alle fases van ongemak heeft doorlopen en uiteindelijk maar besluit zijn duim op te steken.

De een kan daar beter mee omgaan dan de ander.

Wie inmiddels een groen gezicht heeft en een pruik op, maakt er meestal nog wel iets van. Die heeft zich al overgegeven aan de kermis. De rest lacht vooral ongemakkelijk naar de lens in de hoop dat de cameraman snel weer opnaait.

Een vriendengroep spuit elkaars ondertussen in met van die schuimspuitbussen. Aan de tafel ernaast kijkt een groep mannen van rond de zestig lachend toe. Met ook een klein beetje angst, zie ik in hun ogen. Want ze weten dondersgoed: met kermis is de afstand tussen toeschouwer en slachtoffer niet groot.

Dan gaat de cameraploeg een café binnen.

Daar staan twee volwassen mannen, vijftigers, serieus met elkaar te praten. Ze kijken elkaar geconcentreerd aan. Af en toe knikt er één. Je kunt ze niet verstaan, maar aan de lichaamstaal te zien gaat het over de hypotheekrente. Of hun pensioen. Misschien geeft de een de ander wel advies over indexbeleggen.

Er is maar één detail dat verraadt dat het kermis is.

Ze hebben allebei een gigantische hoed in de vorm van een vis op hun hoofd.

Zo is nou kermis.

Even later zijn we bij de zaterdagochtend in De Jozef. Mannenochtend. De zaal ontploft. Op het podium staat Alex de Boer. Hij zingt Kerremusnachten en als hij klaar is, kijkt hij opzij. ,,Ze binne warm, Joop.”

Daarna geeft hij de microfoon aan de frontman van Trammeland en barst de zaal opnieuw uit zijn voegen.

Voor buitenstaanders moet het een onverklaarbaar tafereel zijn. Een zaal vol mannen die op een tijdstip waarop normale mensen boodschappen doen of langs de lijn bij de voetbal staan, gezamenlijk volledig uit hun dak gaan.

Terwijl ik naar al die beelden kijk, valt me iets anders op.

Iedereen is blij. Oprecht blij.

Niet het soort blij dat je even opzet zodra er een camera op je gericht wordt. Maar de ongeremde variant. Mensen hangen om elkaars nek, zingen met hun ogen dicht en lachen tot de tranen over hun wangen lopen. Jong staat naast oud. Mensen die elkaar de rest van het jaar hooguit vanuit de auto groeten, staan ineens arm in arm een nummer te zingen dat ze allebei eigenlijk verschrikkelijk vinden.

Dat is uiteindelijk wat die beelden laten zien. Niet alleen kermis, maar vier dagen waarop iedereen besluit dat het leven vooral gevierd moet worden. Met mensen die je iedere dag ziet, mensen die je alleen met kermis ziet en mensen van wie je pas jaren later beseft hoe bijzonder het was dat ze erbij waren.

Over twintig jaar kijken we waarschijnlijk weer naar precies zulke beelden.

Dan zijn wij degenen die naar het scherm wijzen.

,,Kijk, daar loopt-ie hoor!”

,,Jezus, hoe heet hij ook alweer?”

En ergens achterin staan twee mannen van in de zeventig bloedserieus hun pensioen te bespreken met een kabeljauw op hun hoofd.

Sommige dingen veranderen. Sommige dingen gelukkig niet.

Ik kijk nog één keer op mijn telefoon.

Hoeveel dagen nog?

Veel te veel.

Comments (0)

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *