Kopen wat je gelukkig maakt of dóen wat je gelukkig maakt?
Het moment dat een nieuwe lichting jongeren zijn studiekeuze maakt komt er weer aan. Ik las ooit het boek Hoe word ik gelukkig? van Guus Kuijer. Daarin staat dat er mensen zijn die hun leven zien als werk en hun werk als leven, in de goede zin van het woord. Die zijn er zo door geboeid dat ze er een leven lang plezier en geluk uithalen.
Zoiets is helaas lang niet iedereen gegeven, maar het kan je wel overkomen als je een hevige interesse vindt en daarmee aan de slag gaat, beschrijft Kuijer. En met het talent dat je daarmee ontwikkelt, kun je volgens hem behoorlijk wat geld verdienen om uit te geven in de koopgoot. Sommige andere mensen lijken eerder te kiezen voor iets dat zoveel mogelijk geld oplevert, om daar vervolgens mee te willen kopen wat je gelukkig maakt. De vraag is of het zo werkt.
Vorig jaar sprak ik een middelbare scholier die wel ‘iets met tekenen’ zou willen doen, maar toch voor meer ‘zekerheid’ ging. Het is zeker zo dat bepaalde studierichtingen een betere baangarantie bieden dan andere. Maar echte zekerheid, die is volgens mij weinig te vinden. Mede afgaande op de aantallen werknemers die sommige bedrijven ontslaan.
Ik interviewde ooit schrijver Ber Runderkamp, die zei dat er alleen maar narigheid van komt als je je hart niet volgt. Maar ook als je dat wel doet, dan is het vrij zeker dat het geen makkelijke weg zal worden. Iedereen moet zich eerst bewijzen en hard werken om een vak onder de knie te krijgen. Dat geldt zelfs voor de grootste genieën, vertelt Kuijer in zijn boek.
Geluk is een toegift bij een toegewijd leven, las ik ergens anders. Het maakt gelukkig en je ontwikkelt je verstand als je voor iets kiest waar je met hart en ziel voor gaat. En gaat het niet als gehoopt? De arbeidsmarkt is over het algemeen vergevingsgezind. Hoeveel mensen doen uiteindelijk precies het werk waarvoor ze gestudeerd hebben? In ieder geval veel wijsheid toegewenst bij het maken van een keuze.
