Na een trap van een kermiszanger
Als je in een bandje speelt, is optreden met kermis waar je het voor doet. En al helemaal als je kermismuziek speelt. Je maakt een plaat. Mensen draaien hem in de auto. Op de bouw. In de kroeg. En als het een beetje meezit zingen ze hem tijdens de kermis woord voor woord mee.
Dat is het hoogste wat je kunt bereiken.
Maar aan elke succesvolle kermisplaat kleeft ook een schaduwzijde. Een donkerzwarte schaduwzijde.
De videoclip.
Voor een clip moet je een bepaald soort mens zijn.
Een mens dat zonder schaamte voor een camera kan staan en kan doen alsof hij plezier heeft.
Ik ben dat soort mens niet.
Joop, onze frontman, stiekem wel.
Elk jaar probeert hij zijn elf medemuzikanten enthousiast te krijgen voor een nieuwe clip. Dat gaat ongeveer zoals je zou verwachten.
Er wordt gezucht. Er vallen ongemakkelijke stiltes. Er worden vage excuses verzonnen. Maar uiteindelijk haalt Joop ons toch weer over. Omdat hij gelijk heeft. Een kermisnummer zonder clip is hetzelfde als een kroeg zonder bier.
Dus sta je daar weer.
Op een locatie die ook al dienstdeed als decor voor vijftien andere kermisclips. Met een camera op je neus. En een regisseur die vraagt of je iets natuurlijker kunt kijken. Dat is lastig als je tegelijkertijd doet alsof je een gitaarpartij speelt die al drie maanden geleden is opgenomen.
Nog erger wordt het als je iets moet uitbeelden. Dan voel je je ineens een acteur uit Goede Tijden, Slechte Tijden. Heel vernederend.
Toch leveren die dagen altijd verhalen op. Waarschijnlijk omdat iedereen zo ver buiten zijn comfortzone zit.
Een kistje bier erbij, twaalf man die niet weten wat ze moeten doen en een paar uur wachten tussen de opnames door. Dat is vaak leuker dan de clip zelf.
Ooit namen we een clip op naast het Slobbeland-terrein. Nico Dobbel had ook een rolletje. Hij kwam met zijn beroemde Hobbel de Bobbel-aanhanger het terrein oprijden. Er kwam rook uit. Dat bleek geen speciaal effect.
In de aanhanger stond een brandende barbecue.
Hij had hem thuis alvast aangezet.
Dat scheelde weer tijd.
Diezelfde dag kregen we van een bekende een peperdure Ibericoham cadeau. Zo’n exemplaar op een houten standaard. Wij zetten hem op tafel. In de volle zon. Na een kwartiertje keek iedereen er wantrouwend naar. Niemand durfde er nog van te eten.
Dus aan het eind van de dag besloten we het probleem op te lossen.
De ham ging de vuilnisbak in op het Europaplein. Alleen paste hij niet. Dus werd hij eerst doormidden geschopt.
Pas veel later hoorden we dat zo’n ibericoham honderden euro’s kost. Dat hij vooraf jarenlang in de zon hangt te rijpen. Drie jaar tegen een Spaanse berghelling, om vervolgens zijn einde te vinden in een Volendamse vuilnisbak.
Na een trap van een kermiszanger.
En probeer dat maar eens uit te leggen zonder videoclip.
