Waar ligt mijn…?
,,Nou moet je stoppen met m’n spullen te verstoppen,” zei ik, terwijl ik m’n fietssleutel zocht.
Hij lag er gewoon. Blijkbaar.
Alleen niet precies waar hij hoorde.
,,Kijk eens met je ogen open,” zei ze.
Ze pakte de sleutel. Tien centimeter van mijn hand. Naast het notitieblok. Niet erop.
En dus zag ik hem niet.
Dat is het probleem. Mijn leven is een systeem. Geen strak systeem, maar wel een systeem.
Sleutels op het notitieblok. Portemonnee naast de koffiezetter. Ketchup in de la. Oplader links op het nachtkastje.
Verplaats je iets, dan verdwijnt het.
Een dag eerder stond ik voor de koelkast. Ik keek lang. Serieus. Geconcentreerd. Zoals een monteur die weet dat het probleem híér ergens moet zitten.
,,De ketchup is op,” meldde ik zelfverzekerd.
,,Christus,” zei ze.
Ze liep naar me toe en pakte de fles uit de deur van de koelkast. Felrood. Op ooghoogte.
Ik had er recht in gekeken.
Maar hij lag niet in de la.
En dus was hij er niet.
Van de week stuurde ze me een filmpje van een vrouw die expres alle spullen van haar man een paar centimeter had verplaatst. Sleutels. Schoenen. Laptop. Alles was er nog, maar nét niet waar het hoorde.
Die man raakte volledig ontregeld. Hij liep rond als iemand die net uit een natuurramp was ontsnapt. Te laat naar zijn werk. Licht in paniek.
Ik voelde herkenning.
Mannen kijken niet naar waar iets is. Mannen kijken naar waar iets hoort te zijn. Wij hebben een plattegrond in ons hoofd.
Staat de sleutel niet op de plattegrond, dan bestaat hij niet.
Vrouwen hebben dat niet. Vrouwen hebben een radar. Die lopen langs. Zien het meteen. Pakken het op. Drukken het in je hand. Alsof ze een goocheltruc doet.
En zo gaat het kennelijk in elk huishouden.
Man: ,,Waar ligt mijn…?”
Vrouw: pakt het van precies de plek waar hij al drie minuten naar staat te staren.
Het irritante is dat het nooit andersom gebeurt. Zij raakt nooit iets kwijt. Behalve in haar tas. Maar dat is een ander ecosysteem.
Ondertussen sta jij gedesoriënteerd in de koelkast te turen alsof je hem voor het eerst van binnen ziet. En na al die jaren denk je nog steeds dat het niet aan jou ligt.
Tot zij weer langsloopt. Het pakt. En even naar je kijkt.
Alsof ze zich afvraagt hoe je volwassen bent geworden.
En toch blijf ik zoeken.
Want ooit.
Ooit ga ik iets vinden wat zij niet ziet.
