Weet ik niet
‘Hoe was het vandaag op school?’
‘Weet ik niet.’
‘Heb je vandaag iets nieuws geleerd?’
‘Weet ik niet.’
‘Wat is het grappigste wat er vandaag is gebeurd?’
‘Weet ik niet.’
Het is elke dag hetzelfde verhaal. Zodra ik mijn zoontje naar zijn schooldag vraag, blijkt zijn geheugen volledig gewist.
Oké, de eerste vraag is misschien te ruim. Hoe was het op school? Daar kan ik als volwassen man soms al weinig mee. Maar je zou toch denken dat iemand van vier nog wel kan terughalen wat er een uur geleden in de klas is gebeurd.
Vergeet het maar.
Totdat hij naar bed moet.
Dan ligt hij met zijn favoriete knuffels stevig onder zijn arm geklemd en de deken tot aan zijn kin. Ik vertel een verhaaltje. We praten nog wat. En nét als je denkt dat hij langzaam wegzakt, schiet hij overeind.
‘Papa! Weet je wat er vandaag gebeurde op school? We gingen De Boze Bakker spelen in de pauze. Liam was de bakker en ik ging broodjes bij hem kopen, maar ik ging niet betalen! En toen ging de bakker mij opeten. HAHAHA.’
Het geheugen doet het weer.
En dan is het, na een drukke werkdag en nog een paar uur achter een kleuter en een dreumes aan rennen, de kunst om daar niet geïrriteerd van te raken.
Je zag die laatste twee rustige uurtjes van de avond al aan de horizon verschijnen. Misschien moet je nog sporten. Misschien moet je die facturen nog verwerken. Misschien wil je gewoon even helemaal niets.
Maar precies op dat moment blijkt zijn geheugen weer uitstekend te werken.
‘Weet je wat Joe zei vandaag? Dat hij sneller kan rennen dan Sonic.’
‘Sam zei dat zijn papa ouder is dan de Titanic!’
Je lacht om de verhalen die ineens voor de dag komen, maar ondertussen bekruipt je ook het gevoel dat je professioneel wordt bespeeld door iemand die een uur eerder nog vroeg welke schoen aan welke voet moest.
Tot je ontdekt dat het kleuterbrein blijkbaar echt zo werkt.
Na school is zijn hoofd alweer bezig met alles wat daarna komt. Zwemles, spelen, eten, zijn broertje, nog even naar buiten. Vraag hem wat er die zes uur daarvoor op school is gebeurd en hij kijkt je aan alsof je over zijn diensttijd begint.
Maar in bed valt alles weg.
Geen speelgoed. Geen volgende activiteit. Geen broertje dat iets uit zijn handen trekt. Alleen zijn bed, zijn knuffels, zijn vader en verder niets.
En dan gaat het luik open.
‘Toen de juf zei dat we moesten opruimen, gingen Tom en ik ons verstoppen in de kast! En Job zei dat hij de Bulleman weleens heeft gezien.’
De verhalen waar je ’s middags naar vroeg, liggen nu opeens voor het oprapen. Dus luister ik.
Ook als ik eigenlijk naar beneden wil. Ook als ik nog wil sporten. Ook als nog één ding inmiddels minstens zeven dingen betekent.
Maar uiteindelijk moet er toch echt geslapen worden.
‘Oké vriend. Je mag nog één ding vertellen en dan gaan we slapen.’
‘Maar ik ben niet moe.’
Tien seconden later hoor ik hem snurken.
En in de stilte die volgt, weet ik nog steeds niet wat hij vandaag op school heeft geleerd.
Maar ik weet wel wie er sneller kan rennen dan Sonic, dat Sams vader bizar oud is en waarom je bij De Boze Bakker vooral niet moet vergeten te betalen.
Morgen om half drie probeer ik het gewoon opnieuw.
‘Hoe was het vandaag op school?’
‘Weet ik niet.’
Geeft niks. Vanavond hoor ik het wel.