Vandaag geopend: 08.00 - 17:30

All posts by De redactie

Liefde is...

Dick en Annie: ‘Het is magie’

,,We woonden in de Dick Tolstraat, maar zijn verhuisd naar mijn ouderlijk huis”, begint Dick ‘Duim’ Bond. Zijn vrouw Annie ‘Slak’ Schilder gaat verder: ,,De kinderen zijn de deur uit, dus wat moeten we met zo’n kasteel. Daarnaast zitten we zes maanden per jaar op het Strandbad in Edam, dus dit is ideaal.”
Door Jan Koning

[ads id=66]

Dick is een van de oprichters van Mercuur Bouw en is al 34 jaar gelukkig met ‘zijn’ Annie. Hij heeft onlangs wegens gezondheidsredenen zijn aandelen verkocht en is als ZZP’er doorgegaan. ,,Wel een stapje terug gedaan, hoor. Dat wordt me gelukkig ook gegund door mijn collega’s. Ik heb namelijk een flink jasje uitgedaan.”
Annie & Dick dus. Op volgorde van leeftijd en dat was ‘vroeger’ nog wel een dingetje. Annie : ,,We zagen elkaar voor het eerst in ’t Gat van Nederland. Op zondagavond. Dat was toen dé avond dat je op stap ging.” Dick: ,,En ik zal je vertellen, Annie begon. Ja, en als er eentje de hele tijd voor je op een neer staat te huppelen om je aandacht te krijgen, dan ga je op een gegeven ogenblik wel overstag, haha.”
,,Ik zag hem die avond echt voor het eerst”, gaat Annie verder. ,,Ik vond het wel een mooie verschijning.” Dick (lachend): ,,Laten we zeggen dat ik toen een knappe dag had.” Annie: ,,Die avond bracht hij me naar huis en kusten we voor het eerst. We waren ook geen kinderen meer. Ik was 26 en Dick 21. Het was voor mij liefde op het eerste gezicht, maar hij hield de boot een beetje af. Zo’n knappe toyboy kon ik echter niet laten lopen.”

‘Net ontvoerd uit
de bar vandaan en
binnen no-time huisje,
boompje, beestje’

Dick: ,,Het was inderdaad wel een dingetje dat Annie ouders was dan ik. Mijn vader maakte er niet zo’n heisa over, maar mijn moeder toch wel. Die vond het maar niets dat Annie al een leven had gehad en dat het niet allemaal volgens het boekje ging. Ik had daar echter maling aan. Ik doe wat ik wil en was stapelgek op haar.” Annie: ,,Ik woonde al op een flatje en eerlijk is eerlijk, Dick bleef al heel snel vaak bij mij. En ja, hij was enig kind dus zijn moeder vond dat ik hem van haar afpakte. Uiteindelijk accepteerde ze me wel, hoor. Al duurde het wel even.”
Volgens Dick was het de magie die hem en Annie samenbracht. ,,Dat is het. Liefde Is magie en als het goed is, dan blijft dat. En het is gebleven, want ik weet zeker dat als ik haar morgen opnieuw zou vragen, dat ze weer ja zal zeggen.” Annie: ,,En andersom idem dito. Kijk, dat knappe ga je op een gegeven moment wel aan wennen (zegt ze met een brede grijns, red.), maar we zijn gewoon voor elkaar gemaakt.”
Dick: ,,En we hebben het zeker niet makkelijk gehad in het begin. Een moeilijke tijd, zeg maar. Annie kreeg baarmoederhalskanker waardoor we al snel aan kinderen moesten beginnen. We mochten echter niet trouwen, omdat ik een belastingschuld had vanwege een faillissement. Dus dat was sowieso al ‘not done’ op het dorp. Ik won gelukkig het proces, waardoor we groen licht kregen, maar het was even heel veel achter elkaar. Net ontvoerd uit de bar vandaan en binnen no-time huisje, boompje, beestje.”

‘Ze weet dat ik
altijd gelijk heb,
alleen geeft ze dat
natuurlijk nooit toe’

,,Vooral in het begin moest ik echt continu de deur uit om die schuld weg te werken, maar we zijn er uiteindelijk toch doorheen gekomen. Samen sterk.” Annie: ,,Als je echt om elkaar geeft, laat je elkaar ook niet in de steek in moeilijke tijden. Daaraan kun je zien hoe diep de liefde zit. Dat is namelijk liefde.” De liefde die bezegeld wordt met twee dochters. Dick: ,,Twee gouwe schatten. Met twee gouwe schoonzoons erbij. De rotzakken, haha!” Annie: ,,Ja, die krijg je er gratis bij en het is maar afwachten wie er in de stoel komt te zitten. Wij hebben het gelukkig wel getroffen, hoor.”
Nadat ze moeilijke tijden achter zich hebben gelaten, volgt er een prachtige tijd. Een tijd waarin ze samen veel van de wereld hebben gezien. Dick: ,,We vieren het leven en houden absoluut van een feestje. Als er ergens kermis is – of het nou Edam of Volendam is – staan we vooraan.” Annie: ,,En genieten ook van verre reizen. Zo zijn we in Indonesië – Java, Sumatra, Bali – geweest. We hebben met de camper een rondreis gemaakt door Alaska en Canada, we zijn in Nieuw-Zeeland geweest waar Dick familie heeft wonen. Wilden vorig jaar eigenlijk naar Vietnam, maar dat kon vanwege de Corona niet doorgaan.”
,,Overigens zijn we ook 25 jaar met de kinderen in onze eigen caravan naar de camping geweest in Spanje en Frankrijk. Hoewel dat echt geen luxe was, is dat hetgeen waar de kinderen het nu nog over hebben. Een prachtige tijd.” Dick: ,,Op ons veertigste hebben we ook nog leren skiën, samen.” Annie: ,,En dan kunnen we elkaar ook lekker uitlachen.” Dick: ,,En een beetje op de kast jagen, want anders is er niks aan. Ze weet namelijk dat ik altijd gelijk heb, alleen geeft ze dat natuurlijk nooit toe.” Annie: ,,Gelukkig is dat andersom precies hetzelfde.”

 

Fotogalerij

‘Succesverhaal van Tinder’ brengt Jasper Jonk in Finland

‘Ik had niet gedacht dat ik dit ooit zou gaan doen’

Vijftien maanden geleden hakte Jasper Jonk (30) de knoop door: hij verhuisde naar Finland, het geboorteland van zijn vriendin Sini. Spijt heeft de Volendammer daar zeker niet van. Al had hij zich wel voorgesteld om vaker terug te gaan naar Nederland voor een bezoek. Dat zat er het afgelopen jaar niet in vanwege alle reisbeperkingen. Van een afstand keek hij naar hoe ons land op slot ging, terwijl de situatie in Finland heel anders is. Restaurants en zelfs nachtclubs zijn er nog open, hetzij niet zoals voorheen. Als Jasper weer eens naar Volendam kan, is zijn oma bezoeken het eerste dat hij zal doen. Om daar dikke koek met een kom snert te eten. Tot die tijd is hij aangewezen op videobellen. Ondanks dat is hij gelukkig in Finland en blij dat hij zijn keuze voor emigratie maakte.
Door Laurens Tol

[ads id=66]

Ik hoorde dat de coronamaatregelen bij jou soepeler zijn dan in Nederland. Hoe zit dat?
,,Ik heb hier los van het feit dat ik thuis werk weinig te maken met corona. De barren en restaurants zijn open en de treinen zitten vrij vol. Alleen de grotere zalen zijn dicht. Voor de rest is alles gewoon open. Het enige is dat de horeca vanaf 22.00 uur geen alcohol meer mag schenken. Mensen houden hier van nature al afstand van elkaar. Een volle bus 316 naar Amsterdam bestaat hier niet, om het zo maar te zeggen. Dan wacht men liever tot de volgende bus. Uit pure noodzaak zou men naast elkaar gaan zitten, maar liever niet. Finnen zijn dus altijd al vrij afstandelijk. Als ik met de hond loop en iemand tegenkom, doet diegene nog net niet een muts op of maakt zich uit de voeten. Men doet eerder zijn best om sociaal contact te vermijden. Dit is niet corona-gerelateerd, zo is de cultuur hier. Met mijn buren spreek ik dus nauwelijks, op een buurvrouw na. Zij heeft een hond van hetzelfde ras als die van ons. Dit afstand houden heeft nu met corona wel een voordeel. Het gaat hier als vanzelf.”

Hoe is het om vanaf maart nauwelijks iemand uit Nederland in levenden lijve te hebben gezien?
,,In september vonden mijn vader en broer op de valreep nog een weekend waarin zij konden langskomen. Dit was tussen de eerste en tweede coronagolf in. Twee dagen waren ze hier en dat was het laatste beetje fysiek contact met mensen uit Nederland. Al die tijd heb ik wel het NOS-nieuws in de gaten gehouden.”

‘Van een afstand
krijg ik het idee
dat de omgang met
het virus in Nederland
best wel laks is’

,,Het contrast met Finland is heel groot. Hier komt het kabinet bijeen als er een uitschieter is van 350 besmettingen op een dag. Dan is meteen de nood aan de man en wordt er gekeken naar wat men kan doen. Van een afstand krijg ik het idee dat de omgang met het virus in Nederland best wel laks is. Of dat nu cultureel bepaald is of door beleid komt, weet ik niet. Misschien is mijn beeld van de Finse situatie niet compleet. Omdat ik de mensen niet goed ken, weet ik niet of er hier studentenfeesten zijn. Ik lees maar in beperkte mate het lokale nieuws, omdat er daarvan weinig in het Engels wordt bericht.”

Zijn de relatief lage besmettingscijfers ook niet het gevolg van de aanzienlijke lagere bevolkingsdichtheid in Finland?
,,Dat zal ook een rol spelen. Je kunt de oppervlakte van Nederland vijf keer in het Finse grondgebied kwijt. En de populatie hier bestaat uit zo’n 5,5 miljoen mensen. Zelfs de metropoolregio hier waar grofweg een derde van de bevolking leeft, heeft ongeveer dezelfde bevolkingsdichtheid als Volendam. Dat kun je dus niet echt dichtbevolkt noemen. Ik woon in een rijtjeshuis in de gemeente van hoofdstad Helsinki. Ik woon aan de rand van de stad, dichtbij het vliegveld. Daar is ook veel ruimte en natuur in de buurt. Je hebt dus sowieso minder kans om elkaar hier te ontmoeten. Daarbij luistert de bevolking goed naar de overheid. Als die adviezen geeft, dan volgen mensen deze op en corrigeren elkaar. Het Finse kabinet geeft ook persconferenties om dingen aan te kondigen. Wanneer de cijfers oplopen, schakelt de overheid digitaal snel en stuurt een mail waarin ze maatregelen aankondigt. Daar zit dan tevens een uitleg bij. De bevolking past zich hier over het algemeen meteen op aan.”

Het Fins wordt als een van de moeilijkste talen beschouwd. Hoe gaat het met het leren daarvan?
,,Het spreken van de taal is een kunst op zich. Wij gebruiken voorzetsels als: in, op, achter enzovoorts. In het Fins komt dat niet voor, daar vervoegen ze de woorden. Je kunt niet iets achter een woord zetten en dan komt het goed. Ze hebben ook nog het idee dat het harmonieus moet klinken. Er zijn letterlijk zeventien verschillende manieren waarop je een bepaald woord kunt zeggen of schrijven. Bijvoorbeeld: ‘autossa’ is in een auto. ‘Autolla’ is óp een auto. Dit is nog niet alles en een simpel voorbeeld. En dan heb je nog uitzonderingen. Als je schrijft, kun je nog nadenken. Je kunt denken over hoe je iets in een bepaalde context neerzet. Luisteren lukt nog wel aardig, maar spreken is echt heel lastig. Ik ken wat basisvragen en stel die soms. Maar als degene met wie je praat nog iets extra’s vraagt, kom ik daar soms niet uit. Dan vraag ik maar of die persoon ook Engels spreekt. Dan helpen ze je altijd en stellen het op prijs dat je het in ieder geval probeerde.”

Finse les
,,Ik volg dus ook Finse les, die nu vaak online gegeven wordt. Lessen volgen is echt noodzakelijk om de taal te leren. Met videobellen heb je er helaas wel minder profijt van. Fins is volgens mij echt een van de moeilijkste talen, omdat het zo anders is als andere. Zweeds of Noors hebben allebei wel iets Germaans. Hier heb je dat alleen met leenwoorden en daar hebben ze er niet veel van. Alles moet je dus opnieuw leren. De Finse taal gebruikt wel hetzelfde alfabet als de Germaanse talen. Alleen heb je dus wel weer te maken met puntjes en accenten op letters. Het gaat dus nog wel wat jaren duren voordat ik er echt mee uit de voeten kan.”

Kun je iets vertellen over het Finse landschap?
,,Zoals gezegd woon ik in de buurt van veel natuur. Je kunt mooie lange wandelingen maken, met of zonder hond. Dat doe ik dan ook. Er loopt een rivier door onze woonplaats waar je langs kunt lopen en die gaat kilometers door. Machtig mooi is dat. Je hebt hier echt vier seizoenen. Deze tijd van het jaar is het al vroeg donker, in de zomer blijft het heel lang licht. Veel Finnen hebben daarbij een eigen cottage in het noorden van het land. De ouders van mijn vriendin Sini ook en daar waren we laatst nog. Dat huisje ligt in zo’n prachtig, stil gebied. Het enige nadeel is dat het uren rijden is en dit is nog een normaal ritje hier. De eerste keer dat we vier uur moesten rijden, moest ik nog even wennen. Toch is dat op een gegeven moment normaal. De afstand van het noordelijkste naar het zuidelijkste punt van het land is zo’n 1200 kilometer. Het is echt bizar groot.”

Is het zwaar voor je dat het nu zo lang donker is waar jij woont?
,,Ik was rond de kerstdagen nog bij de ouders van Sini. Die wonen iets noordelijker en daar is het om 15.00 uur al helemaal donker. Over zes maanden ga je weer klagen dat het lang licht is en dat je gordijnen niet toereikend zijn om goed te kunnen slapen. Dan is het om 04.00 uur alsof het 16.00 uur is. Dat is het ook niet. Maar nu is het dus vaak donker. In Nederland was dat soms ook al pittig. Om 08.00 uur in de auto stappen terwijl het nog donker is en als je thuiskomt is het wéér donker. Hier is dat hetzelfde en dus zelfs nog meer. Dat is wel even wennen. Nu worden de korte dagen langzaam al weer langer. Eerst gaat het nog stukje bij beetje tot half maart, daarna wordt het erg snel langer licht hier.”

Jullie hebben eerst samengewoond in Hoorn. Wat heeft jou en Sini doen besluiten om te verhuizen naar Finland?
,,We hadden beiden al snel dat we een lange-afstandsrelatie niet ideaal vonden. Toen moesten we een keuze maken: kom jij hierheen, of kom ik die kant op? Ik had toen net een appartement in Hoorn gekocht en alles gerenoveerd. We klusten daar ongeveer een jaar aan. Ik denk dat mijn vader niet blij was geweest als ik het meteen weer in de verkoop had gedaan en ikzelf ook niet. Daarom is Sini bij mij ingetrokken. Toen kregen we het probleem dat zij geen geschikte stageplek kon vinden in de buurt voor haar studie ‘sociale psychologie’. Qua werk wilde ik ook wel weer eens wat anders doen en in Hoorn woonden wij niet in een perfecte buurt. Eerst keken we in de omgeving voor een ander onderkomen. Maar op een gegeven moment hadden we zoiets: waarom niet naar Finland verhuizen? En zo ging het.”

Je werkt in de IT-sector. Hoe ben je aan een baan gekomen in Finland?
,,Tegen Sini had ik al gezegd dat ik gerust wilde verhuizen, maar niet voordat ik een baan had gevonden. Gelukkig is in de IT overal werk. Ik kwam terecht bij het bedrijf ‘UpCloud’. Dit is een Finse ‘cloud provider’, vergelijkbaar met Amazon en Google. Ik heb daar een salesfunctie. Ze zochten iemand die het bedrijf kon helpen groeien in Nederland. Kortom, een Nederlandssprekend iemand. Daarom zeiden ze: ‘Kom maar binnen’ en vroegen: ‘Wanneer kun je starten?’. Ik zei dat ik nog drie maanden nodig had om mijn huis te verkopen en dergelijke. Dat was geen probleem. Na die periode zat ik dus hier. Gelukkig zat het allemaal mee. Je moet daar ook weleens geluk mee hebben.”

Heb je niet soms heimwee naar Nederland?
,,Dat komt met fases. Ik videobel veel met mijn familie en vrienden. Daarnaast heb ik altijd contact met mensen via WhatsApp. Kort geleden regelde ik een iPad voor mijn oma, zodat ik ook haar kan spreken. Zij is nu helemaal in 2021. Natuurlijk is het niet hetzelfde als elkaar in het echt zien, maar het brengt haar wel dichterbij.”

‘Via Tinder had ik
een ‘match’ met een
dame uit Finland’

,,Ik sta er dus niet zo bij stil dat ik ver weg woon, de tijd vliegt. Natuurlijk denk je aan je familie en vrienden, maar je hebt ook je eigen leven hier. Het was zeker wel fijn om even te knuffelen met mijn vader en broer afgelopen september. Soms besef je weleens dat je je oma en moeder al negen maanden niet gezien hebt. Je zou bij ze willen langsgaan, maar dat kan nu niet. Ik had het idee om eens in de anderhalve maand naar Nederland te vliegen. Dat is er de laatste tijd niet van gekomen en ik waag het er ook niet op. De veiligheid gaat boven alles. Ik wil niet het risico nemen om mijn oma te besmetten met het virus, omdat ik haar zo graag wil zien. Het is dus nog even geduld hebben.”

Hoe is jullie relatie tot stand gekomen?
,,We leerden elkaar drie jaar en drie maanden geleden kennen. Samen met een vriend was ik in Amsterdam en we waren bezig met de datingapp Tinder. Ik had toen een ‘match’ met een dame uit Finland. We raakten aan het chatten en zij zei: ‘Ik zit in m’n hotel en vlieg morgenochtend terug naar Finland’. Wel voegde ze eraan toe dat ze regelmatig naar Nederland komt. Ze studeerde er ook een jaar en heeft er vrienden. Ik zei: geef me je nummer, dan houden we contact. Volgende keer kunnen we elkaar misschien wel ontmoeten. Twee maanden later geschiedde het. In de tussentijd hielden we contact met elkaar en probeerden elkaar te leren kennen. We hadden elkaar toen nog nooit in het echt gezien, alleen op foto’s. Ik stuurde wel soms foto’s van hoe ik er op dat moment uitzag, in plaats van de ‘perfecte plaatjes’ van de app. Daardoor vertel je een beetje het echte verhaal. Toen we elkaar voor het eerst zagen, klikte het ook meteen goed. Wij zijn dus deel van een van de succesverhalen van Tinder.”
,,Al snel vlogen we elke week heen en weer van Finland naar Nederland. Ik was ‘frequent flyer’ bij KLM. Negen maanden later trok Sini bij mij in. Het was toch wel zwaar om steeds heen en weer te vliegen. En daarnaast is het natuurlijk best een dure hobby. Het blijft geen kermis, om het maar eens op z’n Volendams te zeggen. Mede daardoor ging het vrij snel.”

Kun je het mensen aanbevelen om ook een stap naar het buitenland te maken?
,,Ja, eigenlijk wel. Het ligt er natuurlijk wel aan waar je naartoe gaat. Je moet wel migreren met een reden, zou ik zeggen. Wij werkten hier samen naartoe en hadden zoiets van: hier gaan we voor. Ik was al frequent in Finland geweest, dus wist wat ik kon verwachten. Daarom had ik het idee dat ik er zou kunnen aarden. Er was wat dat betreft geen onzekerheid. Ruim twee jaar ging vooraf aan het moment dat ik emigreerde. Ik had niet gedacht dat ik dit ooit zou gaan doen, maar heb het wel op mijn manier gedaan. Doordacht en ik heb er de tijd voor genomen.”

Als je weer naar Nederland kan vliegen, wat ga je dan het eerst doen?
,,Als dat weer mag, is het eerste ‘station’ mijn omaatje. Zij is 82 en nog hartstikke gezond. Een stukje eigengemaakte dikke koek, een snertje en een koekje met een kopje thee erbij. Alleen al daarvoor kom ik meteen bij haar langs. En uiteraard voor de gezelligheid en warmte bij haar thuis. Daarna ga ik langs mijn ouders, familie en vrienden. Ik geniet altijd met volle teugen van het contact met mijn oma. De kleine dingetjes mis je nog het meest. Niet stroopwafels of zoiets, maar wel het contact met bepaalde mensen. Verder mis ik ook de diners op woensdagavond met mijn vader. Ik ben dus blij dat we deze stap gezet hebben en gelukkig zijn in Finland. En toch kijk ik uit naar het moment dat ik weer eens op bezoek kan naar Nederland en Volendam.”

Fotogalerij

Nieuw Leven open in nieuw pand aan de Julianaweg

Vorige week is het nieuwe pand van Nieuw Leven aan de Julianaweg 147 open gegaan. Vanwege de Corona-perikelen kon er nog geen officiële feestelijke opening gehouden worden.

 

Na de verhuizing van de Bokkingstraat naar het ruime nieuwe pand, kunnen particulieren, handige doe-het-zelvers, bouwbedrijven, aannemers en onderaannemers er terecht voor een gigantisch assortiment van zo’n 250.000 artikelen. Vrijdagmiddag was er vanwege het open gaan van het nieuwe pand van Nieuw Leven een feestelijk moment.

Door het personeel werd aan de directie Wim Veerman en Martin Schilder een fraai wandpaneel met het logo van Nieuw Leven erop aangeboden, dat gemaakt is door Ed Roest. Het paneel krijgt een ereplek in de nieuwe zaak.

Fotogalerij

In de Nivo van vandaag, 13 januari 2021

Wij wensen iedereen veel leesplezier met onder andere de volgende onderwerpen:

• Voetentips: Scheenbeenirritatie of shinsplint
• College wil zorgen dat woningen Hors terecht komen bij doelgroep
• 1,2 Miljoen nodig voor nieuw brandweergebouw in Kwadijk
• Afgestudeerd: ‘Ergens dieper over nadenken, is geen nutteloze hobby’
• ‘Begin vaccinaties hoopvolle stap’
• Jari Vlak maakt per direct interessante stap naar FC Emmen
• Vaccinatiecampagne van start
• Huisartsen overstag na aanvankelijke twijfels
• Altijd vrolijke marathontweeling voelt ook verdriet
• Luc Kroon blijft knokken voor Tokio
• Koploper opnieuw over de knie in Friesland
• Kemper scoort op schoenen van Kramer

Fotogalerij

Twee containers vervangen in Jozefstraat

De Sint Jozefstraat was dinsdag en woensdag tijdelijk voor het verkeer afgesloten. Hier werden bij het plein vóór het Jozefgebouw twee oude ondergrondse container vervangen.

 

Dinsdagmorgen werden eerst twee betonnen containerbakken uitgegraven en op een vrachtwagen gehesen. Daarna zijn de nieuwe bakken voor de afvalcontainers in de kuil gehesen.

Toen de wagen met dieplader vertrokken was, kon de Jozefstraat weer opengesteld worden. Het herbestraten rond de nieuw geplaatste containerbakken werd woensdag uitgevoerd.

Fotogalerij

Specs Hildebrand en Jan Akkerman zoeken elkaar op:

Uurtje ‘koffie-met-gitaar’ ten tijde van pandemie

Kan muziekmaken niet met publiek, dan maar zonder. Wat voor maatregelen er ook gelden, cultuur blijft doorgaan. Specs Hildebrand (70) en Jan Akkerman (74) zoeken elkaar de laatste tijd wekelijks op. Om koffie te drinken, te discussiëren en herinneringen op te halen, maar vooral ook om te musiceren. De twee van oorsprong Amsterdammers vinden elkaar in de voorliefde voor liedjes uit hun jeugd. Beiden traden altijd veel op, Jan zoals bekend over de hele wereld. Toch is het ze altijd om de muziek zelf te doen geweest. Dat ze nog steeds vele uren op hun zolderkamers doorbrengen getuigt daarvan.
Door Laurens Tol

[ads id=66]

Elke week komen de twee samen voor hun uurtje ’koffie-met-gitaar’, zoals ze dat zelf noemen. De feestdagen vormen daarbij geen belemmering. Ook op oudejaarsdag wordt er gespeeld en gesproken in Jans huis in Volendam. ‘Wil je ook koffie?’, vraagt Jan. De gitarist die ooit werd uitgeroepen tot de beste ter wereld is in de keuken bezig met het koffieapparaat. Specs heeft zijn plaats al ingenomen in de zithoek, met gitaar op schoot. ,,We hebben net een paar Ierse liedjes gedraaid. Zometeen gaan we wat spelen en de eerste bak koffie zit er al in”, vertelt Specs met een glimlach.
,,Begin december zijn we weer een beetje begonnen met koffie- gitaarsessies. Ik had Jan verteld dat ik elke dag minimaal een uur op mijn werkkamer zit om muziek te maken. Op een gegeven moment appte hij mij en vroeg: ‘Ben je al begonnen?’. ‘Anders kom je toch langs’, zei ik toen. Wij kennen elkaar natuurlijk al heel lang, maar we hadden het altijd druk en zagen elkaar daardoor niet wekelijks. Nu is daar wat meer tijd voor. En hierdoor kan ik Jan een beetje in toom houden, anders…..(grijns).”
De ervaren muzikanten hebben allebei een Amsterdamse achtergrond. Of dit voor een extra binding zorgt, weten ze niet. Specs kwam op tienjarige leeftijd naar Volendam. Jan kwam naar het dorp vanwege de liefde voor zijn vrouw Marian. Zoals het vaak gaat onder muzikanten als er instrumenten bij zijn, worden er tussen het praten door soms delen van liedjes gezongen of gespeeld. ‘Tim Hardin hè, dat is een wederzijdse liefde van ons’, zegt Specs. Hij zet een gitaarslagje in dat uitmondt in het eerste nummer dat ze samenspelen als het gesprek wordt onderbroken. ‘Don’t Make Promises’, een liedje in E-groot met alleen ‘open’ gitaarakkoorden. Akkerman begeleidt met zijn bekende duimtechniek.

‘It seems the songs we’re singing
Are all about tomorrow
Tunes of promises you can’t keep
Every moment bringing a love I can only borrow
You’re telling me lies in your sleep’

,,Dit zijn de leuke dingen toch?” zegt Jan na het spelen enthousiast. ,,Daarom doe ik dit. Ik vind het gewoon leuk. Met z’n tweeën zitten en dan komt de ene geest na de andere uit de fles. Zo eenvoudig, maar zo goed. De herontdekking van het E-akkoord”, stelt de beroemde gitarist glimlachend vast. Specs: ,,De map die ik hier voor mij heb staan, neem ik altijd mee. Daar staan liedjes in die ik vaker speel, maar nu komen daar weer nieuwe bij. Je herontdekt weer oude nummers. Zo van: hé, dat was echt een mooi liedje. Dat is erg leuk.”

‘Ik dwing mezelf om
iedere dag minimaal
tien liedjes te spelen’

Specs en Jan stonden in het verleden regelmatig met elkaar op het podium. Zo speelde Jan soms puur voor de lol mee in de band van Specs, tijdens zijn legendarische optredens in bar ‘’t Winkeltje’ gedurende de Volendammer kermis. Begin vorig decennium werkte het duo samen aan Specs’ album ‘Outsider’. De gitaarheld speelde veel partijen in en dacht mee over de productie. Met zijn eigen band speelt Jan veelal instrumentale muziek met ruimte voor improvisatie. Dat wil niet zeggen dat hij zich tot deze stijl beperkt. Jan: ,,Ik heb altijd van zoveel verschillende muziek gehouden. Country, blues, pop, jazz, klassiek, noem maar op. Ik maak er geen onderscheid tussen. Het gaat erom dat het goed is en overal kun je wat uit vandaan halen.”
Toen Akkerman deel uitmaakte van de Amsterdamse muziekscene, maakte hij kennis met de bebopmuziek van saxofonist Charlie Parker. Die was een openbaring voor hem, al speelde hij nooit alles noot voor noot na. ,,Ik pik eruit wat ik leuk vind. Een eeuwige student ben ik niet, nooit geweest eigenlijk. Al ben ik wel ontzettend veel bezig met techniek, daar hou ik van. Met het studioprogramma Cubase bijvoorbeeld. Van de week kreeg ik nog les daarin. Er is weer een nieuwe versie uit, zo verschrikkelijk mooi. Ik gebruik nooit opties als ‘Autotune’, die noten recht kunnen zetten als je opneemt. Je hebt alleen een ‘clicktrack’ als metronoom nodig en klaar. Je moet het gewoon goed opnemen, heel simpel. Wreed, maar eerlijk.”

Harmonieleer
Veel uren op zijn gitaar maakt Jan momenteel niet. Hij is bijvoorbeeld meer geïnteresseerd in het creëren van nieuw werk. In 2019 kwam hij nog met het album ‘Close Beauty’. ,,Er zijn zoveel mensen die heel goed kunnen spelen met zo’n plank om hun nek en daarbij moeilijk kijken. Dat is geen excuus voor mij trouwens, maar ik heb gewoon andere interesses. Die heb ik altijd al gehad en nu verlegt mijn belangstelling zich naar de techniek. Op een of andere manier is er veel van hetzelfde op muzikaal gebied. En als het daar een beetje van afwijkt, is het ook weer niet goed. Dus je moet zorgen dat je een soort gulden middenweg weet te vinden voor jezelf. En dat zit hem niet in meer of minder gitaartechniek. Ik zou wel graag wat meer kennis willen opdoen van de harmonieleer, al komt dit niet eens van pas. Als je de stukken hoort van mijn laatste cd, die zijn al veel te hoog gegrepen voor de meeste mensen. Ik ben nu 74 en ik vind het eigenlijk wel goed zo. Met nieuwe muziek maken wil ik wel gewoon doorgaan natuurlijk.”
Het gesprek gaat verder over de basgitaar. Specs en Jan bespeelden dit instrument beiden. Toen de laatstgenoemde al op 8-jarige leeftijd in de rock ’n roll begon, baste hij. Hij zette zelf een bas in elkaar en haalde de snaren daarvoor uit een piano. De periode waarin hij bas speelde, is bepalend geweest voor zijn latere gitaarspel. ,,Ik ben altijd bassist geweest in m’n hoofd. Qua ritme-opvatting, maatverdeling, etcetera, ben ik zo blijven denken. Harmonisch denk ik als een accordeonist, want accordeon speelde ik als allereerste. Ik heb heel erg veel aan dat instrument gehad, vooral wat betreft harmonieleer en de opbouw daarvan. Toen ik Django Reinhardt en de Tielman Brothers zag spelen, werd ik aangetrokken tot de gitaar.”

‘Ik ben nu 74 en
ik vind het
eigenlijk wel
goed zo’

Jan leerde veel van het spel van ‘Django’. Maar hij is er trots op dat hij nooit iets van hem heeft gekopieerd. Jazzgitarist Wes Montgomery verdient volgens de in Volendam woonachtige Amsterdammer ook alle lof. ,,Wes is het enige goede antwoord op Django. Niet George Benson bijvoorbeeld, waar ik ooit nog mee speelde. Misschien Joe Pass, die ik ook erg goed vind en Barney Kessel. Maar goed, we hebben het ook over Theo (Specs’ echte voornaam, red.), hè.”
Specs neemt het stokje over en vertelt over waar hij de laatste tijd mee bezig is. Specs: ,,Er staan op het ogenblik eigenlijk geen nieuwe projecten op stapel. Ik dacht aan het begin van 2020: ik ga flink aan het schrijven. Maar na twee nummers had ik geen zin meer. Waar dat vandaan komt weet ik niet, het zat er gewoon niet in. De pandemie inspireert dus niet echt. In het begin nog wel, want toen schreef ik nog een ‘Covid song’ over hoe de wereld toen was. Verder repeteer ik af en toe nog met de Motions, waar ik afgelopen jaren mee toerde. Dan zie je elkaar toch nog eens. En ik dwing mezelf om iedere dag naar mijn werkkamer te gaan en daar minimaal tien liedjes te spelen en te zingen. Ook om de boel qua stembanden ‘open’ te houden. Op een gegeven moment ga ik dan maar kijken op mijn computer naar liedjes van vroeger. Dan ontdek je soms weer prachtige nummers zoals van Carole King, waar ik het laatst met Jan over had.”
Specs en Jan nemen allebei de neiging bij zichzelf waar om terug te keren naar de muziek waar het voor hen allemaal begon. The Everly Brothers kunnen na al die jaren nog op hun goedkeuring rekenen, net als The Walker Brothers. Specs slaat een bladzijde om in zijn map en begint te spelen. Jan luistert even en volgt hem kort daarop. Met het steeds meer schemerende licht van buiten op zich gericht, zingt Specs de eerste woorden van ‘For The Good Times’ van Johnny Cash. Het besef dringt zich op: van dichtbij luisteren en kijken naar iemand die muziek maakt, het is een zeldzaamheid geworden de laatste negen maanden.

‘Don’t look so sad, I know it’s over.
But life goes on, and this old world will keep on turning.
Let’s just be glad we had some time to spend together.
There’s no need to watch the bridges that we’re burning’

Specs had door zijn baan in het onderwijs vrijwel zijn leven lang artistieke vrijheid en heeft daar dan ook vaak gebruik van gemaakt. Jan kwam door zijn liefde voor muziek over hele wereld, werd en wordt nog altijd geprezen. Het geluid van wat verdwaald vuurwerk brengt de muzikanten weer tot de realiteit. Het is bijna 16.00 uur op oudejaarsdag, de tijd vloog voorbij. Specs stelt voor om af te sluiten met een ‘guilty pleasure’. De keuze valt op ‘I Can See Clearly Now’ van Johnny Nash. Na afloop worden de instrumenten met enige haast ingepakt. De jaarwisseling wacht. Men neemt zich voor om binnenkort weer af te spreken.

Fotogalerij

BT Hair en Beauty gaat verhuizen op de Julianaweg

In 2011 is Brenda Tol voor zichzelf begonnen als kapster. Toen 2 jaar geleden de kans zich voordeed om het pand van Kapsalon Aart aan de Julianaweg 57 over te nemen, ging Brenda deze uitdaging aan. Hierin werd gevestigd BT Hair en Beauty.

 

De ING Bank, die gevestigd was aan de Julianaweg 49, sloot vorig jaar haar deuren. Dit pand is door Brenda aangekocht en hierin wordt nu BT Hair en Beauty gevestigd. Vanwege de Corona-maatregelen is de kapsalon nu voor de tweede keer gesloten.

De lockdown zal nog enkele tijd gaan duren. Zo is er nu de tijd om te verhuizen. Maar eerst zal er een grondige verbouwing plaatsvinden in het voormalige bankgebouw. Brenda Tol hoopt in april de nieuwe zaak te kunnen openen.

Fotogalerij

Stichting Ringen om Volendam

Onze droom: Tokio 2021

Bijna een halve eeuw geleden (1976, Montreal) was Carla Braan de eerste – en tot op heden enige – sporter uit onze gemeente die deelnam aan de Olympische Spelen. Daar zou over enkele maanden wel eens verandering in kunnen komen. De kans op een nieuwe lichting sporthelden is aanzienlijk vergroot door de komst en interventies van Stichting Ringen om Volendam. Onderweg naar de (uitgestelde) Olympische Spelen van Tokio blikt één de uitverkoren sporters de komende maanden telkens in een wekelijkse column terug op een prestatie of ontwikkeling. Of kijkt vooruit naar een gebeurtenis. Eerst een introductie, met aan het woord founder Dirk Tuip.
Door Eddy Veerman

[ads id=66]

Stichting Ringen om Volendam ondersteunt topsporters uit de gemeente, die de potentie hebben om de Olympische of Paralympische Spelen te halen. Momenteel zijn dat Sanna Veerman (turnen), Luc Kroon (zwemmen), Marnix Kolkman (atletiek), Jessica Schilder (kogelstoten), Merel Conijn (schaatsen) en Bart Buikman (skateboarden).
Het uitstel van de Spelen door corona, heeft de kans op deelname daaraan voor enkele van hen juist dichterbij gebracht, gezien de recente prestaties. Naast handbalster Debbie Bont zitten Sanna, Luc en Jessica nog in het kwalificatietraject.
Tuip: ,,Alle topsporters zijn ongekend getroffen door corona, maar als je kijkt naar het doel en het realiseren daarvan, is dat door deze situatie dichterbij gekomen voor onze sporters. Dat is een contradictie. Ze konden wel trainen, maar het sportleven stond deels stil, omdat ze zich maandenlang niet konden meten.”
De gevolgen waren ook op andere wijze voelbaar. Luc Kroon raakte onlangs zijn net verkregen A-status kwijt. ,,De zwembond heeft financiële problemen, waardoor Luc zelf het startgeld moet betalen voor internationale wedstrijden, dat is indirect een effect van corona. Tegelijkertijd kan hij dit jaar zomaar een medaille winnen op het WK kortebaan. Het zit dus tussen hoop en wanhoop in.”
,,Met de Ringen kunnen we voor deze individuele sporters, met relatief weinig, ontzettend veel mogelijk maken. Wat we toevoegen is een netwerk van mensen met kennis en veel ervaring. Stuk voor stuk mensen die altijd uitgaan van het belang van de sporter, dát staat voorop. Daar zijn de sporters ook heel blij mee. Een toevoeging als deze kan verschil maken.”
,,Wat zoal is gerealiseerd? Voor Luc wordt het appartement in Amsterdam door de stichting bekostigd, alsmede het mogelijk maken van deelname aan wedstrijden. Voor Sanna is een brug en balk aangeschaft, als ook een geavanceerde herstelmachine. En de inzet van een mentale trainer heeft haar geholpen een barrière – presteren op het moment dat het moet – te slechten.”
,,Jessica, die in Heerhugowaard traint, rijdt in lease-auto van Ringen, dat geeft meer tijd voor rust en herstel. Qua krachttraining en behandelingen zijn nieuwe mogelijkheden aangeboord, maar ook 24/7 monitoring met het bhoop-systeem, dat overbelasting moet voorkomen. Bij Bart gaat het onder meer om reiskosten, daar hij normaal gesproken veel in het buitenland zit. Merel heeft dankzij de Ringen de stap gemaakt naar het TalentNed en allerlei materiaal kunnen aanschaffen. Marnix moet terugkomen van een blessureperiode en zichzelf weer sporter gaan voelen.”
,,Voor een sporter moet, helemaal als je praat over het hoogst haalbare in hun carrière, alles samenvallen en samenkomen. Je kunt nóg zo talentvol zijn, maar naast alles ervoor laten en doen, moeten alle voorwaarden aanwezig zijn. En dan hebben we het nog alleen over het halen van de Spelen, laat staan daar een prestatie leveren.”
,,Deze topsporters zijn al een voorbeeld voor de jeugd en zijn gaandeweg bekender geworden in onze gemeente. Het worden helden en dat gaat ook op voor de ouders. We hopen dat ze nog grotere rolmodellen kunnen worden als zij hun grote doel halen.”
Belangrijke voorwaarde voor deelname aan ‘de Ringen’ is dat alle aanvragen gaan op initiatief van de sporter zelf. De sporters dienen initiatief te nemen en aan te geven wat zij nodig hebben op weg naar de top. De topsportadviseurs van Ringen om Volendam (Dirk Tuip, Johan de Wit, Eddy Bank, Jaap de Groot en Tom Koning) beoordelen de aanvraag in ruggenspraak met de sporter en/of de ouders/trainers/bond.
Partijen die financieel en in materieel opzicht bijdragen, zijn: KIVO, Volare, Smit Bokkum, KBK Bouw, Mercuurbouw, Podobrace, Nick & Simon, JLD International, Cafe de Dijk, Hein Koning, Focus Engineering, RIJVO, HSB Bouw, Succes Schoonmaak, Kwakman Afbouw, BodyResults, Van Rein Instituut, C-Kracht, SearchUser, Studioweb, Be-Active, Gladiator en Gemeente Edam/Volendam.

Fotogalerij

Ontwikkeling van samenwerking RKAV en FC versneld door bijzondere omstandigheden n

‘Er gebeurt écht wat’

Bij menig sportvereniging in het land was er door corona nauwelijks een beweging te ontwaren, maar op de voetbalvelden van RKAV en FC Volendam geschiedde het tegenovergestelde. ,,De samenwerking in de jeugdopleiding tussen FC en RKAV is nu zeven maanden – onder bijzondere omstandigheden – onderweg, maar door covid hebben wij daarin juist winst gemaakt, omdat we op elkaar aangewezen waren. Dat heeft voor versnelling van processen en een verhoogde betrokkenheid gezorgd”, zegt Jaap Schilder (Hoofd Opleiding AV), bij een evaluatiemoment. Eén ding is duidelijk: er wordt in de opleiding daadwerkelijk weer naar de Volendamse speler gekeken.
Door Eddy Veerman

[ads id=66]

Aangeschoven zijn tevens de twee voorzitters, Piet Kemper (FC) en Vincent Gruwél (RKAV) en Ruben Jongkind (Hoofd methodologie FC). ,,Het is goed bij die evaluatie zaken te delen met de gemeenschap”, zegt Gruwél. ,,Er zijn succesverhalen en je loopt tegen dingen aan.”
Lichtend voorbeeld van de samenwerking is Rick Plat. Werd in november trots een foto gedeeld – in de vorm van een V – van zeven AV-voetballers op de – symbolische – brug die zes weken op stage mochten bij de betaald voetbal organisatie. ,,Eén van hen – Rick – is inmiddels aangenomen bij de FC”, zegt Jongkind met een glimlach.
,,Er gebeurt écht wat binnen de club, er verandert écht iets”, haakt Gruwél daar op in. ,,In het begin waren wat mensen bij de AV best sceptisch: weer een verandering. Het is misschien te vroeg om onszelf op de borst te slaan, maar ondanks corona zijn er al best grote stappen gemaakt dankzij Ruben, Jaap, maar ook technische mensen als Dennis Reus, Sander Middelbeek, Patrick Oudejans, Cees Keizer en Richard Mooijer en daarachter die grote groep trainers, die de boel voortvarend heeft opgepakt: samen hebben we dingen gedaan en bergen verzet, die vooraf misschien niet voor mogelijk werden gehouden.”

Herkenning
,,Je moet ook de her- en erkenning geven aan de mensen die er in deze gemeenschap mee bezig zijn. De vibe die hier heerst, dat mogen we delen buiten het stadion en ons complex. Er lopen niet alleen RKAV-jeugdspelers stage bij de FC gaat, maar óók binnen de RKAV lopen jeugdspelers vanuit de breedte stage bij onze selectieteams.”
Zijn collega van de FC knikt genoeglijk. ,,Voor de Kerst hadden we een evaluatiemoment samen en daarin bleek dat er zulke grote stappen zijn gezet en prachtige ontwikkelingen zijn doorgemaakt, dat geeft je nieuwe energie als bestuurder. Dat het op dit moment al zo ver staat, zoiets kun je van tevoren mooi als plan op een scherm laten zien, maar dan moet het in de praktijk ook nog zó gaan. Bestuurslid technische zaken Hans Bond, Ruben en nog meer mensen zijn er als FC veel mee bezig en zijn er samen van overtuigd dat het híer bij de RKAV begint en daarmee is de mindset veranderd”, doelt hij op het verleden. ,,Hier is de basis en als dat goed staat, komt een groot deel daar naar toe”, wijst hij naar het stadion. ,,Toen ik die zeven jongens in een V op de brug zag op de foto, kreeg ik kippenvel.”
Doel van de geïntensiveerde samenwerking is onder meer binnen enkele jaren het aantal Volendammers in de midden- en bovenbouw jeugdselecties van de FC op te krikken naar vijftig procent, waar dat momenteel soms op twee of drie spelers staat. Voorheen had een speler van de RKAV, wanneer die na de Onder 11-1 buiten de boot viel, ook geen kans meer op latere leeftijd in te stromen. Ook daarin is sinds afgelopen seizoen verandering opgetreden.

‘De kansen om
later alsnog bij
de FC te komen,
zijn onevenredig
gegroeid’

,,Het gaat er om dat je ouders qua informeren vanaf het eerste blok meeneemt in het proces, dan worden zij eigenaar van dat proces”, zegt Jaap Schilder. ,,Dat gebeurde voorheen niet en als je dan ook nog eens niet geselecteerd wordt, voel je je dubbel slachtoffer. Deze samenwerking maakt daar rigoureus een einde aan. Wanneer een speler niet voor de FC Onder 12 wordt geselecteerd, wil dat niet meer zeggen dat die speler niet goed genoeg is, want dat kan ook met rijping te maken hebben. Het kan zijn dat die schifting voor spelers nog te vroeg komt, maar misschien komt die stap wel seizoenen later. De kansen daarop zijn onevenredig gegroeid. Daar investeren we nu tijd in en creëren de stagemogelijkheden.”
,,Met de aanstelling van Sander Middelbeek als mentor geven we aandacht aan dat proces: als de stage begint, bezig is en aan het einde. Want wat ga je aan het einde daarvan doen? Een team hoger spelen? Daar zijn sommige jongens, zo blijkt, zelfs nog huiverig voor, want dan moeten ze hun teamgenoten verlaten. Maar het gaat in eerste instantie om de ontwikkeling van de speler. Wij bieden de uitdaging.”
Begin dit seizoen kregen ook spelers van de jongste jeugdselecties (vanaf acht jaar) een presentatie vanuit de FC/AV-opleiders. ,,Bij het informeren van de ouders hebben we ook onze bedoelingen aangegeven. De rol van de ouder wijzigt. We hebben informatie aan het kind verstrekt, want die moet eigenaar worden van zijn of haar proces. Als het kind er vervolgens in de communicatie naar de ouder niet uitkomt, dan staat de deur open. Dat is een slag die wij ook moeten maken. Vanuit de RKAV zijn we altijd dienstbaar geweest, we hebben ouders belangrijk en deelgenoot gemaakt van het proces. Dat moet ook, maar ze hoeven niet mede verantwoordelijk te zijn voor een keuze. Als je een keuze maakt die afwijkt, moeten wij die goed kunnen motiveren. Dan komt er altijd emotie bij kijken en zien ze het misschien liever anders. Dat kan.”
,,We zijn begonnen met het verder te scholen van onze onderbouw-trainers. Mooi is te merken dat er al vragen komen van bovenbouw-trainers, die graag gevoed willen worden met nieuwe inzichten. We zitten in een flow, door de energie die vanuit de FC komt en vanuit ons eigen trainerskader.”
,,Zoals gezegd is dat door de maatregelen rondom corona versterkt. Dat we daardoor naar elkaar toe gekropen zijn, dat heeft met het wederzijdse vertrouwen te maken. Anders zou je elkaar gaan vermijden en zou het gaan schuren. Voorheen was het bij elk initiatief een kwestie van downgraden. Selecties van de FC zaten vol, kan dat kind het wel? Nu is het andersom: laat maar zien, ook de jongens van de challenge-teams (tweede teams, red.).”

Trainingsomgeving
,,We hebben de trainingsomgeving samen ingericht en daarop komen soms weer aanpassingen, dat is inherent aan een lerende omgeving en veranderende organisatie. Uiteindelijk zal het trainerskader zich vanuit eigen verantwoordelijkheid ontwikkelen. Over de jaren heen voed je elkaar. We zijn klein maar óók groot. Met de input van Ruben en de FC hebben we deze beweging kunnen genereren. Dat was – plat gezegd – mij in m’n eentje nooit gelukt.”
Ruben: ,,Dat vind ik het mooie van hier, dat je het met elkaar doet in dit dorp. Iedereen heeft hier zijn rol. Met elkaar iets creëren, dan kunnen sommige dingen heel snel gaan. Dat is bij grote clubs wel anders. Er is hier veel energie en er zijn veel schouders die er onder gaan. Dat te kanaliseren, dat het met elkaar één richting op gaat werken, is en blijft de uitdaging, maar de wíl is er en daar begint het bij.”
Ruben: ,,Belangrijke verschil is dat je sinds een aantal maanden met de RKAV- en FC-teams samen op één veld bent. Je zag aanvankelijk enige rivaliteit. Alsof de AV-ers wilden laten zien: dit is ons terrein. Daarna zijn we het gaan mixen en dat gaat hartstikke goed. Het geeft een onderlinge band en plezier. Ook de leeftijden werden gemixt. Dan zie je dat iemand meer aan kan en zo geprikkeld wordt. Door die dynamiek kun je ook de Volendammer kinderen sneller op een hoger niveau krijgen.”
Vincent: ,,In de middenbouw zijn er onderlinge en gemixte wedstrijden geweest tot dusver. Door de samenwerking zie je bij de leeftijdsgroep 8 tot 11 jaar al jongens samen trainen met elkaar op het FC-trainingsveld. Bij de onderbouw is dat dus al gaande, die jongens zijn dat straks, als ze ouder worden, gewend. Zo ga je de mobiliteit van de spelers van de RKAV en de wil om dat te doen vergroten.”
,,Mooi is dat Ruben in het begin zei dat hij twee tot vier spelers van de RKAV-middenbouw op kon schrijven voor volgend seizoen bij de FC, nu lijkt het er op dat meer jongens bij dat niveau aanhaken. Voorheen was het onbekend maakt onbemind, de FC-scouts kwamen hier op de velden niet kijken naar onze kinderen, maar naar spelers van de tegenstanders. Nu werken de FC-trainers met de groepen van de RKAV en zien zij ze bijna dagelijks. Dat zorgt er voor dat er ontwikkeling komt.”

‘Voorheen kwamen de FC-scouts
hier op de velden niet kijken
naar onze kinderen,
maar naar spelers
van de tegenstanders’

,,Voorheen was stagelopen bij de FC enkele weken en als jongens dan zenuwachtig zijn, is die periode zo voorbij, zonder dat zij zich op hun gemak voelden. Doordat het nu een periode van twee keer zes weken is, krijgen ze de tijd om zich veilig te voelen.”
Ruben: ,,Dan leren Volendammer kinderen zich ook te begeven buiten hun comfortzone. Daarmee ontwikkel je je persoonlijkheid en leren ze zich staande te houden in een andere omgeving. Uiteindelijk moet het leiden tot nieuwe Volendammer helden in het eerste. Die kunnen weer als voorbeeld dienen voor de rest.”
Beide organen zijn ook bezig andere voorwaarden te scheppen in de opleidingstijd. Piet: ,,Samen met Mauritius, HV Kras/Volendam en Ringen om Volendam hebben we de handschoen opgepakt met de SKOV en het Atlas College in gesprek te gaan, om te kijken of kinderen door maatwerk te bieden meer kunnen trainen en tegelijkertijd zich op school te ontwikkelen..”
Ruben: ,,Als we het ook voor elkaar krijgen dat school en sport gecombineerd kunnen worden, jongeren goed op hun voeding gaan letten, dan kun je dieper in gaan op de persoon achter de speler. Dan kunnen zij het gaan uitdragen en help je de gehele gemeenschap. Niet alleen de voetballers, maar ook de andere sporters.”
Vincent: ,,Dan kunnen inderdaad ook andere sporters aansluiten.” Er zijn continue nieuwe bewegingen. ,,De FC heeft al aangegeven dat ze de jongens meer willen laten zaalvoetballen. De RKAV gaat binnenkort waarschijnlijk fuseren met de ZVV, dat geeft ook weer dynamiek binnen de club. Als je puur naar de ontwikkeling van de kinderen kijkt in het eerste half jaar, dat is heel mooi om te zien.”
Piet: ,,Ruben gaf bij de evaluatie ook aan dat door het mengen van jeugdspelers het niveau van de RKAV naar de FC toegroeit, terwijl het niveau van de FC blijft stijgen. Dat is waar je het voor doet.”
Ruben: ,,Het gaat vooral om het creëren van de omgeving, een simpel voorbeeld daarvan is het gezamenlijk trainen. Ondanks dat dit nog niet zo lang gebeurt, is er nu al – met Rick Plat – iemand aangenomen bij de FC,.” Jaap: ,,Dat zijn de zogeheten eerste helden en de trots daarop moeten we uitdragen.”

Uitdagend
,,Bij het creëren van die omgeving kun je ook stuiten op scepsis, zoals toen we afgelopen zomer besloten dat we naar drie keer twee uur trainen gaan. Qua inhoud moet je de omgeving uitdagend moeten maken, zowel in kwaliteit als kwantiteit, zodat spelers daarbinnen kunnen groeien. Dan blijkt dat je veel kan: dat is wel de kracht van onze vereniging en gemeenschap. Als je krachten bundelt, willen mensen – mits je ze goed informeert en ze zich erin herkennen – graag energie leveren. En waar het dan toe leidt: wat je in de laatste weken naar de winterstop zag, qua onderlinge wedstrijden op de velden, dat was een lust voor het oog.”
,,Kinderen moeten de voetbalprincipes – waarmee we zijn gaan werken – in wedstrijden leren herkennen, daar moet je tijd voor nemen.” Ruben: ,,Als we ze meer tools meegeven – en dat doen we door deze omgeving – gaan ze vanzelf beter presteren en beter met de weerstand om.”
Er wordt anders naar het individu gekeken. ,,Men is gewend naar leeftijdscategorieën te kijken, maar daar moet je doorheen kijken: het is een grotere groep van kinderen die in een bepaalde fase van hun leven zitten. Wij kijken binnen die fase naar het individu. Je creëert een community met elkaar. En je speelt wedstrijdjes onderling, zoals je op de buurt ook tegen verschillende leeftijden speelt.”
,,In de leeftijdsgroepen 6-9 jaar en 10-12 jaar, moet je meer door elkaar durven denken. Die groepen horen bij elkaar qua ontwikkeling, die moet je niet opsplitsen. Ze kunnen van elkaar leren, dat is een kwestie van omdenken.” Dat groepsdoorbroken denken gebeurt op een enkele school ook. Jaap: ,,Daarbij willen we zowel de vroeg rijpe speler uitdagen door op te stromen naar een hogere jaargroep, maar ook de laatrijper de gelegenheid bieden om langer te tijd te krijgen om op een voor hem passend niveau te blijven spelen. Dat kan betekenen dat hij nog een jaar 6 v 6 of 8 v 8 blijft spelen in plaats van automatisch door te stromen en te moeten blijven opboksen tegen spelers die verder zijn in mentale en fysieke ontwikkeling.”
De mannen laten het nog eens op zich in werken. Ruben: ,,Een omgeving als hier, is nergens in Nederland.” Vincent: ,,We hebben een goede voedingsbodem.”

‘Een omgeving als hier,
is nergens in Nederland’

Ruben: ,,En de situatie zoals hier, het mixen, dan krijgen ze nergens.” Vincent: ,,Door het mixen vervagen grenzen. Voor spelers, maar ook voor trainers. Eigenlijk train je geen team, maar een leeftijdsgroep. Onze trainers wordt gevraagd mee te gaan in de visie van de FC, maar ze moeten wel de ruimte krijgen om aan die visie te wennen.” Ruben: ,,Dat moet ook stap voor stap gaan.”
Zoals sommige jeugdtrainers ook aan een andere component van de filosofie moeten wennen. De ontwikkeling van het individu gaat boven de prestatie van het team. Vincent: ,,Dat spelers stage mogen lopen vanuit breedte- en onze selectieteams, geeft wat het betreft het afstaan van spelers een enkele trainer nog de neiging om het tegen te houden. Want ze willen zelf kampioen worden. Zoiets kun je niet in ineens veranderen, maar omdat we van onder af aan de boel gaan ontwikkelen, is zoiets over vijf jaar ondenkbaar, dat zoiets gezegd wordt. Want dan weet men dat die flexibiliteit vereist is, dan is de mindset veranderd.”
Het idee om een naam aan de samenwerking te geven – Voetbal Volendam – staat in de steigers. Zoals er meer toekomstmuziek klinkt. Doel van de FC is om vanaf het nieuwe seizoen hoe dan ook op natuurgras te gaan spelen. Ruben: ,,Als dat zou lukken, moeten we om de tafel met de RKAV over waar het eerste kan trainen, dan kunnen we niet zonder de AV.”
Om het gehele voetbalcomplex op de lange termijn ergens anders – wellicht een kilometer verderop in het weiland – te laten verrijzen, is in de afgelopen jaren wel eens aan tafels geopperd. Vincent: ,,Ook bij ons, maar dan praat je nog over het begin van een denkproces.”
In relatief korte tijd zijn reeds mooie bewegingen op gang gekomen. Bijvoorbeeld ook het ontplooien van initiatief, door jeugdspelers zelf oefeningen te laten bedenken of tijdens oefeningen te laten nadenken over hoe het anders kan. Zo wordt de jeugd uitgedaagd en wordt eigenaarschap gestimuleerd.
Ook al mag er niet worden gereisd door jeugdteams, wat de zichtbaarheid van het geheel naar buiten toe beperkt houdt, de ontwikkelingen blijven buiten de poorten niet onopgemerkt. Ruben: ,,We worden al gebeld door ouders en trainers van andere clubs, of jongens bij ons terecht kunnen.” Dat zouden wel bijzonder talenten moeten zijn, want vooraleerst wordt gekeken naar de ontwikkeling van de speler uit eigen gemeente. Wat dat betreft is een grote verandering in gang gezet.

Foto’s:
Negen jeugdspelers van de RKAV die als eerste stage liepen bij de FC, poseren in een V-vorm op de (symbolische) brug naar de FC.

Rick Plat maakt na de stage nu al de stap van de AV naar FC.

 

Fotogalerij

Bestraten in de Leliestraat

Sinds enkele weken wordt het wegdek van de Leliestraat opgehoogd en nieuw bestraat. In delen wordt het bestraten door KWS uitgevoerd. Er zijn twee rijstroken in de Leliestraat met in het midden een grasstrook.

 

Enkele weken geleden kwam het eerste stuk bestraten gereed aan de kant van Dirk van den Broek. Dat ziet er keurig netjes uit. Het straatwerk is er ‘regenproof’ aangelegd zodat er bij overvloedige regenval een overloop is naar de groenstrook. Vanaf de Hyacintenstraat wordt bestraat richting de Mgr. C. Veermanlaan.

Deze week is tevens begonnen aan de overkant in tegenovergestelde richting. Als eerste worden de stoepen opengebroken om hierin nieuwe buizen voor de regenafvoer aan te leggen. Het is een omvangrijke klus die nog wel enkele weken zal gaan duren.

Fotogalerij