Vandaag geopend: 08.00 - 17:30

All posts by De redactie

Start volgende fase wegwerkzaamheden busbaan Zeddeweg

Aan de Zeddeweg-N517 die Volendam verbindt met Katwoude wordt al enige tijd gewerkt. De busbaan langs de N517 wordt verlengd om de doorstroming van het busverkeer te verbeteren. Ook vinden er onderhoudswerkzaamheden plaats.

 

De N517 is de provinciale weg die Volendam verbindt met de N247 bij de Zedde (Katwoude). In samenwerking met de Vervoerregio Amsterdam verlengt de provincie Noord-Holland de busbaan met 500 meter om de doorstroming te verbeteren. Daarnaast maakt de provincie de N517 veiliger en voert groot onderhoud uit.

De planning is dat eind dit jaar de wegwerkzaamheden afgerond zullen zijn. Het fietspad is al enige tijd hier afgesloten en zal verlegd worden. Fietsers worden omgeleid via de oversteek bij de waterzuiveringsinstallatie.

Fotogalerij

Bijzondere banen: Emeritus hoogleraar neuromusculaire ziekten Marianne de Visser:

‘Verbaas me nog altijd over veerkracht van mensen’

Als jong meisje werd Marianne de Visser geopereerd aan haar oog. Haar behandelend arts, professor Velzeboer, was vakkundig, vriendelijk en een vrouw. Dat laatste was een unicum in die tijd. Het maakte zo’n diepe indruk op Marianne dat zij op dat moment besloot om ook arts te worden. Inmiddels is ze 70 jaar oud en kijkt ze terug op een indrukwekkende loopbaan. Als emeritus hoogleraar neuromusculaire ziekten is Marianne nog altijd enorm actief, zowel in haar eigen vakgebied als daarbuiten. In maar liefst negen verschillende commissies en besturen zet Marianne zich nog steeds in voor de ontwikkeling van de gezondheidszorg in Nederland.
Door Leonie Veerman

Ook de komst van het Covid-19 virus deed niets af aan Mariannes enorme productiviteit. De idyllische woning waar ze samen met haar man woont, pal naast de grote kerk in Beets, werd haar werkplek. Marianne: ,,Gisteren was ik toevallig nog wel in het AMC om twee patiënten, die aan geneesmiddelenonderzoek meedoen te zien, maar mijn werk bestaat tegenwoordig voornamelijk uit vergaderingen en overleg, en dat gebeurt nu allemaal online.”

[ads id=66]

Ze is blij dat haar verschillende werkzaamheden zo toch doorgang hebben kunnen vinden. ,,Dat videobellen is enorm effectief, al moet ik eerlijk zeggen dat ik het wel erg intensief vind”, vervolgt Marianne. ,,Je kijkt namelijk elkaar niet altijd rechtstreeks aan, dus je mist een groot deel non-verbale communicatie, dat vergt enorme concentratie. Ik zorg er daarom voor dat ik iedere dag tenminste een half uur de deur uit ga voor een fiets- of wandeltochtje.”

Elite
In diverse functies maakt Marianne de impact van het Covid-19 van dichtbij mee. Als lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid bijvoorbeeld, waarin ze bezig is met een rapport over de houdbare zorg, maar ook als toezichthouder bij een aantal zorginstellingen, waaronder het UMC Utrecht, en bij het Centrum of Human Drug Research, dat vroegonderzoek doet naar geneesmiddelen bij proefpersonen.
De bescheiden nestor benadrukt dat ze over niet voldoende expertise op het gebied van virologie beschikt om er echt grote uitspraken over te kunnen doen. ,,Maar ik volg de ontwikkelingen wel met grote interesse”, stelt Marianne. ,,We bevinden ons in een zeer bijzondere situatie. Normaal gesproken zijn het vooral de kwetsbare, lager opgeleide en arme mensen die als allereersten getroffen worden door een infectieziekte. Dit virus is juist door de elite verspreid. Door zakenmensen die naar China vlogen, door mensen die in Italië op wintersport gingen en daarna carnaval vierden. We worden ons abrupt bewust van hoe kwetsbaar we eigenlijk zijn.”
Marianne is daarbij vooral onder de indruk van de weerbaarheid die de mensen tonen. ,,In die eerste maand heerste er angst, maar wat nu vooral opvalt is hoe iedereen ondanks alles een enorm doorzettingsvermogen toont.” Het is een zeer vergelijkbare bewondering: die over de veerkracht van haar patiënten onder de meest nare omstandigheden, die haar gedurende haar loopbaan het meest is bijgebleven.
Marianne begon haar studie geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam met een duidelijk doel voor ogen. Ze zou oogarts worden, net als de vrouwelijke professor Velzeboer die haar als kind opereerde. Het studeren ging haar goed af en ze genoot volop van haar studententijd, maar bij het lopen van haar co-schappen viel haar droom in duigen.

‘Vanwege mijn luie
oog zie ik geen diepte,
dus ik zat erboven,
ernaast of eronder.
Het werd duidelijk
dat ik nooit oogarts
zou worden’

,,Als co-assistent mocht ik assisteren bij verschillende operaties”, vertelt Marianne. ,,Zo nu en dan mocht ik een knoopje doorknippen bij het hechten van de operatiewond, maar vanwege mijn luie oog – een overblijfsel van mijn eigen oogoperatie als kind – zie ik geen diepte, dus ik zat erboven, ernaast of eronder. Het werd duidelijk dat ik nooit oogarts zou worden.”
Marianne kreeg vervolgens de mogelijkheid om een vakantie-assistentschap bij een neurologische kliniek in Amsterdam te lopen. ,,Een kleinschalige kliniek”, herinnert Marianne zich. ,,Slechts vijftig bedden, en een bevlogen directeur die geweldig onderwijs kon geven.”
Daar ontstond haar liefde voor neurologie: ,,De hersenen zijn een fascinerend orgaan. Er hoeft maar iets heel kleins mis te gaan om daarvan enorme gevolgen te ondervinden. De ziektebeelden lopen ook enorm uiteen, van Parkinson tot beroertes en van Multiple Sclerose tot tumoren. En je moet je bedenken, ik was in opleiding tussen 1976 en 1980. In die periode kwam net de CT-scan op en kon je pas voor het eerst echt goed zien wat er eigenlijk in de hersenen aan de hand was. Er ging een wereld van nieuwe mogelijkheden en behandelingen open. Als je in die tijd een beroerte kreeg, was er bijna niets aan te doen. Je moest hopen dat je herstelde en als dat niet gebeurde, wat geregeld voorkwam, dan ging je naar een revalidatiekliniek of verpleeghuis. Tegenwoordig kun je patiënten een stolsel-oplossend middel toedienen en loopt een groot gedeelte van hen bij wijze van spreken de volgende dag alweer.

‘Het is weliswaar
menselijk om een
foutje te maken,
maar als arts heeft
dat enorme consequenties’

Tijdens haar studie ontdekte Marianne niet alleen haar liefde voor de neurologie, ze ontmoette tevens haar man, met wie ze nu nog steeds gelukkig samen is. ,,Mijn man is zelf kinderarts, en het was erg fijn dat we een beetje steun aan elkaar hadden. Vooral in de beginjaren was dat erg waardevol”, vertelt Marianne. Ze benadrukt dat beginnend artsen door een bijzonder stressvolle periode gaan. ,,Je bent nog onzeker, werkt erg hard en er komt een hoop op je af. Het is vooral wennen aan de verantwoordelijkheid die je voelt voor de patiënten, het is weliswaar menselijk om een foutje te maken, maar als arts heeft dat enorme consequenties.”
Binnen de neurologie specialiseerde Marianne zich in zenuw- en spierziekten. ,,Dit zijn ziekten die ontstaan op het snijvlak tussen de spieren en hersenen, veelal in en rondom de aansturing van de zenuwen”, legt Marianne uit. ,,Denk bijvoorbeeld aan de ziekte van Duchenne, een spierziekte waarbij kinderen al op hele jonge leeftijd in een rolstoel belanden en uiteindelijk aan de beademing moeten. Of aan ALS, een aandoening van zenuwcellen in het ruggenmerg en de hersenen, waarbij patiënten vaak ontzettend snel achteruitgaan”
,,Op dit moment staat ook SMA (spinale musculaire atrofie) veel in de belangstelling. Ook dat is een ernstige en snel verlopende ziekte die ontstaat in de zenuwcellen en in tegenstelling tot ALS vooral jonge kinderen treft. Daar is nu sinds kort een gentherapie voor beschikbaar, maar deze kost meer dan twee miljoen euro. Dit brengt een groot moreel vraagstuk met zich mee, namelijk hoeveel een mensenleven in ons zorgstelsel eigenlijk mag kosten?”
Het zijn vaak zeer ernstige ziektebeelden die zich voordoen in Mariannes werkgebied. Voor haar speelde het contact met de patiënten dan ook een erg belangrijke rol. ,,Als arts begeleidde ik mijn patiënten in een enorm heftige periode in hun leven, waarbij ze bovendien vaak voor ontzettend moeilijke persoonlijke beslissingen kwamen te staan. Patiënten met ALS moeten op een bepaald moment besluiten of ze wel of niet beademd willen worden, en of ze, wanneer ze niet meer kunnen slikken, nog voeding toegediend willen krijgen door een slangetje in hun maag. Gelukkig leven we in een erg open land, waar we heel openlijk kunnen spreken over dit soort belangrijke medische beslissingen.”

‘Het belangrijkste is
dat je rustig naar
patiënten luistert en
compassie toont,
de patiënt en hun familie
duidelijk vertelt wat de
verwachtingen en
mogelijkheden zijn’

De gesprekken die Marianne met haar patiënten heeft, hebben nog altijd een onverminderde impact op haar. ,,Maar je leert er op den duur mee omgaan”, vervolgt ze. ,,Het is belangrijk dat je als arts een professionele houding ontwikkelt. Mensen zitten niet op medelijden te wachten. Het belangrijkste is dat je rustig naar patiënten luistert en compassie toont, de patiënt en hun familie duidelijk vertelt wat de verwachtingen en mogelijkheden zijn en zoveel mogelijk antwoorden biedt op hun vragen.”
Daarbij benadrukt Marianne ook dat de behoefte per persoon kan verschillen. ,,Je moet goed aanvoelen wat een patiënt nodig heeft. Dat begint al bij het voeren van een slechtnieuwsgesprek, het moment waarop je de diagnose deelt.”
Voor Marianne was de liefde voor haar vak zo groot, dat ze haar hele leven aan de gezondheidszorg wijdde. Samen met haar man maakte ze de bewuste keuze om kinderloos te blijven. ,,Daar ben ik ook nooit rouwig om geweest. Ik haal enorm veel voldoening uit mijn werk en zie niet hoe ik de enorme verantwoordelijkheid had kunnen combineren met een gezin.”
Haar carrière floreerde: in het Academisch Medisch Centrum (AMC) waar Marianne werkzaam was, werd ze in 2004 benoemd tot divisievoorzitter (manager van een aantal afdelingen). Daarnaast klom ze in de academische wereld op tot hoogleraar, en was zelfs vijftien jaar lang bovendien de enige vrouwelijk hoogleraar in de neurologie.
Toch kende het leven van Marianne ook de nodige tegenslagen. Haar zusje overleed op 28-jarige leeftijd aan de gevolgen van een verkeersongeluk op de Canarische Eilanden en bij haar zelf werd op haar 55ste borstkanker geconstateerd. Ook in haar dagelijkse werk werd ze voortdurend geconfronteerd met de sterfelijkheid en uitzichtloze situaties van haar patiënten. En toch is het vooral de positiviteit die Marianne is bijgebleven.

Ongelooflijk sterk
,,Het doet er niet toe hoe jong of oud, hoog of laag opgeleid mensen zijn, ik verbaas me er telkens weer over hoe ongelofelijk sterk en veerkrachtig mijn patiënten zijn en waren.”
Een van de patiënten die Marianne voor altijd is bijgebleven was een ontzettend aardige vrouw uit Lelystad. ,,Zij ontving de diagnose ALS in de jaren 80. Dat waren nog heel andere tijden in de gezondheidszorg. Je had nog geen Google, en artsen bevonden zich nog echt in een ivoren toren. Open gesprekken over verschillende behandelmethodes werden maar mondjesmaat gevoerd. En toch gaf deze patiënte opeens aan dat ze, in een later stadium van de ziekte, beademd wilde worden. Dat deed ze op een vriendelijke, niet dwingende manier. Een dergelijk verzoek was in die tijd ongekend, maar ik was enorm onder de indruk van hoe ontzettend redelijk ze klonk. Momenten als deze, waarin mijn patiënten mij een enorme kracht en wijsheid lieten zien, zal ik nooit vergeten.”
Marianne: ,,Het is misschien wel het meest kostbare aspect van het leven, dat mensen ondanks hun sterfelijkheid, en te midden van alle denkbare tegenspoed en ellende, in staat zijn te focussen op het mooie, het positieve en het waardevolle.”

Foto: Prof.dr.M.deVisser_Amsterdam_2016 ©KoosBreukel.jpg

 

Fotogalerij

Nieuwe omroepinstallatie op RKAV-complex

Door de broers Johan en Ferdinand Boogaard (ook wel de Boogy Brothers genoemd) is een nieuwe geluidsinstallatie geïnstalleerd op het complex van de RKAV Volendam. Drie dagen zijn ze hiermee bezig geweest.

 

Tijdens wedstrijden en toernooien kan men nu met een draadloze microfoon het omroepen van de mededelingen goed verzorgen naar alle punten van het complex. Op het dak van de kantine zijn vier grote luidsprekers geplaatst.

Onder de hoofdtribune hangen zes geluidsboxen en bij de verste velden komt ook een paal te staan waaraan twee grote speakers komen te hangen. Juist voor de trainingen en het nieuwe seizoen van start gaat, is deze klus op vakkundige wijze geklaard door de gebroeders Boogaard.

Fotogalerij

Jan van Zanen, de nieuwe burgemeester van Den Haag én trots Edammer: n n

‘In deze gemeente heb ik alles geleerd wat ik ben’

Net een maand is hij beëdigd als burgemeester van de op twee na grootste stad van Nederland: Den Haag. Jan van Zanen (58) is een joviale en drukbezet man en begint nu, na periodes in Amstelveen en Utrecht, aan zijn derde burgemeesterspost. Gelijk valt hij met z’n neus in de boter. Zijn eerste dagen had hij te maken met een grote demonstratie, het aftreden van een wethouder en twee zware raadsvergaderingen. Het lijkt de nuchtere Van Zanen, opgegroeid in onze gemeente, niet minder vrolijk te maken, maar hij beseft wel dat zo’n grote, internationale stad veel uitdagingen met zich meebrengt. Lachend zegt hij dan ook zelf: ,,Jantje, maak je borst maar nat!”
Door Frank Zwarthoed

Lopend door het grote, spierwitte gemeentehuis van Den Haag, valt pas op hoe klein ons eigen stadskantoor aan de Willem van de Knoopdreef eigenlijk is. ‘Het IJspaleis’, zoals het Haagse gebouw in de volksmond heet, is gigantisch, verblindend wit, en doet van binnen een beetje denken aan het Waterland Ziekenhuis, maar dan groter. Ik ben er natuurlijk, om eens te praten met de nieuwbakken burgemeester van Den Haag, Jan van Zanen. Zoon van Cor en Coby van Zanen, wonend aan de Lingerzijde in Edam.
Hoewel er nooit eerder een ontmoeting heeft plaatsgevonden, lijkt het tijdens ons gesprek soms of we elkaar al jaren kennen. De burgemeester is praterig, goedlachs maar ook vlijmscherp. Zo vraagt hij, ontwapenend, in de eerste minuut al of mijn vriendin Lisa heet en handbalt in Volendam, mij even in verbazing achterlatend. Wat blijkt? De burgemeester heeft zijn Volendamse huisschilder Ab, die sinds jaar en dag het schilderwerk in zijn huis verzorgt, even gevraagd wie nou toch die Volendamse Frank Zwarthoed is die hem ging interviewen voor de NIVO. De wereld is klein.
Van Zanen heeft een hoop te doen in Den Haag. Natuurlijk is hij als burgemeester in de eerste plaats verantwoordelijk voor de veiligheid in de stad, en in Den Haag gebeurt nog wel eens wat. Maar hij moet de komende tijd ook goed de stad leren kennen: ,,Ik kom in allerlei wijken, ga ontbijtbijeenkomsten doen met mensen uit de cultuur, mensen in het onderwijs, ondernemers, mensen uit de zorg, om erachter te komen: hoe zit Den Haag in elkaar? Wat speelt er?”
Hij ziet, naast het waarborgen van de veiligheid, een belangrijke opdracht voor zichzelf: ,,Den Haag is een stad waar decennialang grote sociaaleconomische verschillen bestaan. De top van Nederland is hier, maar tegelijkertijd hebben we ook mensen die het heel beroerd hebben. Er zijn hele sterke wijken en er zijn minder sterke wijken, dat verschil is heel groot. Ik wil samen met de mensen verbindingen leggen, of dat nou tussen zwart en wit is, tussen rijk of arm, tussen hoogopgeleid of laagopgeleid of tussen zand en veen, zoals ze dat hier noemen.”
Hij stopt even en zegt lachend: ,,In Edam-Volendam is het verschil ‘van achter het klaphek of niet’.” Op iets serieuzere toon vervolgt hij: “Ik heb daar trouwens nooit aan meegedaan, ik weigerde altijd om iets onaardigs te zeggen over Volendammers. Ik vind dat zo’n onzin. Ik heb ook altijd Volendamse vrienden gehad. Dat geleuter over Edam of Volendam, dat was vroeger hoor. Je moet een trotse Volendammer zijn, ik ben een trotse Edammer, en dat kan prima samen. Misschien zien ze dat – in Den Haag – ook wel in mij, dat ze hopen dat ik een brug kan slaan tussen groepen. Maar dat kan ik pas doen als het goed gaat met de veiligheid en wat daarmee samenhangt. Dat is prioriteit 1,2,3 en 4.”

‘Op m’n dertiende ging ik
in het oude stadhuis van
Edam-Volendam zitten,
bij de raadsvergaderingen’

In welke stad Jan van Zanen ook burgemeester is, hij blijft een Edammer in hart en nieren. Hoewel hij geboren is in het ziekenhuis van Purmerend (,,maar dat zeg ik bijna nooit!”) heeft hij een bijzondere band met Edam: ,,Edammer blijf je je hele leven. Ik heb er mijn jeugd doorgebracht en kom er nog om mijn ouders te bezoeken. Ik ben er opgevoed, ben er naar school gegaan, en heb er in de zaak van m’n ooms gewerkt.”
Van Zanen komt uit een familie van Edamse kaasgroothandelaren. Zijn opa, die ook Jan van Zanen heette, zat ook al in de kaas, net als een aantal van zijn ooms. In zijn jeugd heeft Jan ook nog verscheidene kaasjes ingepakt voor de zaak, waar hij naar eigen zeggen best goed in was. Zijn vader was ook een zakenman. Geen kaashandelaar, maar architect. Hij heeft een aantal bekende gebouwen in onze gemeente ontworpen, zoals de Rabobank in Volendam, het gebouw van Boon Edam en het stadskantoor. Als het aan zijn vader lag, was Jan dan ook in het bedrijfsleven gegaan.
Toch zou Van Zanen geen kaashandelaar en geen architect worden. Zijn passie lag bij het openbaar bestuur. Dat was al vroeg duidelijk: ,,Op m’n dertiende ging ik in het oude stadhuis van Edam-Volendam zitten, bij de raadsvergaderingen. Vond het zo mooi!”
Vier jaar later, op z’n zeventiende, organiseerde hij een politiek debat in het Hof van Holland, voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1978. Hij organiseerde het niet alleen, hij zat het debat ook voor: ,,Ik zat dan tussen Albert van de Slinger (CDA) en Siem Lut (VD80), al die grootheden. Die gunden het mij. En de Edammer politici, bijvoorbeeld van de Partij van de Arbeid, die vonden het ook goed, want ik was neutraal.” Lachend: ,,Toen was ik eigenlijk al een beetje burgemeester.”
Om reclame te maken voor deze activiteiten ging hij dan op z’n fiets naar de krant. Ook naar de NIVO. In een oud interview is terug te lezen dat Van Zanen de NIVO af en toe bestookte met artikelen: ,,Dat deed ik op m’n tiende al. Toen organiseerde ik een ruilbeurs op m’n school. En later ging ik naar de krant om reclame te maken voor de JOVD Edam-Volendam (de jongerenafdeling VVD, red.), die ik mede had opgericht. Ik vond dat allemaal hartstikke leuk.”
Zijn interesse voor politiek zat ook al in zijn familie. Zijn ome Henk was jarenlang raadslid en wethouder in Edam-Volendam en zijn opa, de kaashandelaar, zat in de noodgemeenteraad, die na de Tweede Wereldoorlog werd gevormd. Ondanks dat zijn vader misschien het liefst wilde dat hij zakenman werd, is het politieke toch met de paplepel ingegoten. Van Zanen vindt dat goed te verklaren: ,,Ik kan het niet op z’n Volledams vragen – ‘Eèh jèj…’ – maar ga jij nou eens morgen in het handbalteam van je vriendin vragen: waarom ben jij op handbal gegaan? Of de fanfare, of de voetbal, of op het koor. Ik denk dat zo’n zeventig of tachtig procent zegt: ‘Nou, m’n vriendin of m’n moeder..’. Zo gaat dat met politiek ook. Je hoort ervan, je ziet het. ” En zo werd, als jonge jongen, zittend tussen de Edamse en Volendamse politieke topstukken, eigenlijk al een eerste stap gezet richting het burgemeesterschap van Van Zanen.

Populair in Utrecht
Na zijn jeugd in Edam ging hij rechten studeren in Amsterdam en in de Verenigde Staten. Hij kreeg een baan als secretaris van een landelijke ondernemersorganisatie, vervulde zijn militaire dienst bij de Koninklijke Luchtmacht en kreeg een vriendin, die in Utrecht woonde. Hoezeer hij gehecht is aan Edam, bleek wel uit de eerste nacht die hij buiten de stad doorbracht: ,,Ik heb toen enorm gehuild, ik vond het erg. Dat is natuurlijk onzin, want ik had al een jaar in Amerika gezeten. Maar ik ben van de afdeling heimwee. Daarom kom ik ook altijd op plekken terug, ook in Edam.” Hij is bijvoorbeeld laatst nog door Edam en Volendam gefietst, bezocht de Noorderstraat, waar zijn school stond, en door Volendam gereden: ,,Even een vissie gehaald op de Dijk.”
Nadat Van Zanen in Utrecht was beland, ging zijn carrière hard. Hij werd daar gemeenteraadslid voor de VVD, wethouder en maakte daarna een mooie stap door burgemeester te worden van Amstelveen. Zijn kinderen groeiden op in Utrecht. Toen hij uiteindelijk de mogelijkheid zag om burgemeester van Utrecht te worden, twijfelde hij ook geen moment: ‘Yes!’, haalt hij zijn eerste reactie van destijds terug. Jarenlang heeft hij in de Domstad gediend als burgervader. Van Zanen was populair onder de Utrechters. Hij was vaak onder de mensen en werd zelfs door zijn oude Utrechtse politieke tegenstander (en oud-raadslid) Henk Westbroek volmondig gesteund in zijn herbenoeming als burgemeester.
Toen kwam opeens Den Haag voorbij, een buitenkans. Hoewel Van Zanen verknocht was aan Utrecht, kon hij deze mogelijkheid niet laten liggen: ,,Maar als je de brieven leest, van mensen uit Utrecht… Die vonden het natuurlijk niet leuk.”
Het voordeel is wel dat Den Haag op sommige punten niet zo verschilt van zijn geliefde Edam-Volendam: ,,Den Haag ligt aan zee, en daar ben ik wel erg van. Ik heb altijd ‘aan het IJsselmeer gewoond’, als je begrijpt wat ik bedoel. Ik houd ook erg van zwemmen bijvoorbeeld. En van goede vis! We zijn wel bedorven hè, als Edammers en Volendammers. Als ik vis ergens eet, is het natuurlijk bijna nooit zo goed als op Volledam. Gelukkig is er hier veel goede vis te krijgen, bijvoorbeeld in Scheveningen.”

‘De nuchterheid en
gemeenschapszin heb
ik meegenomen uit
Edam-Volendam’

Het interview loopt bijna ten einde, we praten ondertussen al drie kwartier. De tekstschrijver van Van Zanen – want ja, die heb je als burgemeester van Den Haag – zit naarstig mee te schrijven. Immers: Van Zanen’s hele levensverhaal komt in dit uurtje op tafel. De burgemeester wijst mij er even lachend op dat het wat hem betreft geen epistel hoeft te worden: ,,Het is toch niet zes bladzijden hè, het is toch maar een klein stukje?”
Op de vraag welke typische Edamse of Volendamse eigenschappen hij heeft, die hij kan gebruiken in zijn werk als burgemeester, denkt hij kort na en zegt dan: ,,Ik kijk met veel trots en plezier terug op m’n Edam-Volendamse tijd, ik heb er eigenlijk alles geleerd wat ik nu ben. Ik kom uit een middenstandsgezin van ‘hard werken, niet zeuren’. Maar ook de eigenschap ‘doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’, de nuchterheid en gemeenschapszin heb ik meegenomen uit Edam-Volendam. Ik heb er leren spreken, leren fietsen… met tegenwind. Die eerste twintig jaar zijn heel bepalend voor me geweest.”
Hoewel hij niet met zekerheid kan zeggen of hij ooit nog terugkeert naar zijn ‘oude’ gemeente, maar dit ook niet uitsluit, vergeten zal hij zijn roots niet: ,,Ik ken de geuren nog en de namen en ik volg het lokale nieuws nog op de voet. Ik ben op dat gebied heel nostalgisch. Waar ik ook ben, waar ook ter wereld, als er een Volendammer vishandel of goede kaaszaak is, ga ik naar binnen.” Hoewel hij geen Volendammer is, zegt hij de Volendammers in heel de wereld veel tegen te komen: ,,En als ze me dan zien, is daar de vriendschappelijkheid.” Gekscherend imiteert hij ze in z’n beste Volendams: “Je bent een Edaijer? Naja, dat vergeven we je.”

Foto: Burgemeester Jan van Zanen op zijn tour door Den Haag, hier poserend in de Haagse Edamstraat. – Foto: Martijn Beekman

 

Fotogalerij

Kunst van formaat in het Edams Museum

Geruisloos heeft het Edams Museum zijn deuren geopend voor de tentoonstelling “Kunst van formaat”. De officiële opening stond gepland voor 28 maart, en deze kon door de coronacrisis niet doorgaan.

 

De nieuwe expositie duurt tot 1 november 2020 en is van dinsdag t/m zondag te bezoeken. In het Edams Museum (de bovenzaal van het stadhuis aan het Damplein) is eigentijdse kunst te zien van vier aan Edam gerelateerde kunstenaars: Georg Stahl, Toon Verhoef, Hayo Riemersma en Piet Hein Eek.

De kunstwerken voldoen aan de volgende criteria: het gaat om schilderijen, om abstracten en om grote formaten. Dat geldt de vlak werkende kunstenaars Stahl, Verhoef en Riemersma. De ruimtelijke objecten van Eek zijn vanuit een verwante invalshoek gemaakt.

Fotogalerij

Klaas Mooijer herinnert aangrijpende oorlogsverhalen ouders (Deel 1)

Vetgemeste varkens, vijandelijk vuur en vermoorde vrienden

In het kader van 75 jaar vrijheid na de Tweede Wereldoorlog stuitte de Nivo-redactie op een bijzonder verhaal. Het echtpaar Sijmen Mooijer ‘Schimmel’ en zijn vrouw Gaartje Veerman ‘Pelk’ is inmiddels op respectabele leeftijd overleden, maar zoon Klaas (73) herinnert zich de verhalen van zijn ouders als de dag van gisteren. ,,Mijn vader en moeder kenden een aantal enerverende jaren tijdens de bezetting en ik denk dat dit een mooi moment is om deze verhalen eens te documenteren.” De gebeurtenissen lopen uiteen van vechten in het Nederlandse leger en het verbergen van onderduikers, tot goed contact met een Duitse commandant en het verliezen van een dierbare vriend uit het verzet. Deze week het eerste van twee delen. ,,Er gebeurde in Volendam meer dan men denkt…”
Door Kevin Mooijer

Het indrukwekkende oorlogsverhaal begon voor de ouders van Klaas in mei 1940 tijdens het beruchte gevecht op de Grebbeberg. ,,Mijn vader Sijmen vertrok op 21-jarige leeftijd met zijn regiment infanterie richting Rhenen om zich op te maken voor de agressieve aanval van de Duitsers. Ze wisten van te voren dat het een kansloze strijd zou worden.” Onderdeel van ditzelfde regiment was Sijmens goede vriend Nico Jonk uit de Beemster. ,,Samen vochten ze drie dagen lang een kansloze strijd tegen de nazi’s. Na het verlies keerden er maar weinig terug van het regiment.” Zowel Sijmen als Nico verloren tijdens het kansloze gevecht veel vrienden. Vooral Nico zou het hier heel moeilijk mee krijgen.
,,Samen keerden ze te voet terug richting huis. Vader kwam terug naar zijn vrouw, zocht weer werk en ging verder met zijn leven. Nico bewandelde een ander pad. Hij kon het verlies van zijn kameraden niet van zich afzetten en besloot zich bij het verzet aan te sluiten. Hij was vastberaden zoveel mogelijk Duitsers terug te pakken voor wat ze hem en zijn medesoldaten hadden aangedaan.”

[ads id=66]

Fotogalerij

Stralende slotdag van het Zomerkamp

Er was voor de jeugd weer van alles te beleven tijdens de laatste dag van het Zomerkamp. Om 9.00 uur ging de dag weer van start voor de 353 kinderen. Op het terrein van zwembad De Waterdam werden ballenbanen in elkaar getimmerd, stond een stormbaan en konden de jongens en meiden surfen over het water in het grote zwembad.

 

Ernaast bij “Boule Lef” werd jeu de boule gespeeld door de groepen o.l.v. leden van de jeu de boulesvereniging. Achter de oude sporthal De Seinpaal werd gedanst in spelvorm. Bij Tennisvereniging Dijkzicht was er een padeltoernooi en tennissen.

Verder was er sportief vermaak op het grasveld achter Sportschool Atlas in de Gravelandstraat. ’s Avonds was er nog een bingo op zwembad De Waterdam en konden de jongeren vrij zwemmen. Een mooi slot van de geslaagde 3-daagse kampweek.

Fotogalerij

Thomas en Wil na 50 jaar nog steeds verliefd

‘Wat is het toch een mooie vrouw’

,,Als we wel eens gaan winkelen en ik loop een klein stukje achter haar, kijk ik naar haar en denk ik: ‘wat is het toch een mooie vrouw’. Ik zou haar zo weer uitkiezen.” Thomas Tol is na vijftig jaar nog steeds stapelgek op zijn Wil en dat is wederzijds.
Door Jan Koning

Het stel ontmoet elkaar precies 50 jaar terug in de Kaketoe waar Thomas op dat moment met de toenmalige leden van BZN geniet van overtallig gerstenat. ,,Je kunt gerust stellen dat ik tot mijn oren aan toe vol zat”, begint de beroemde muzikant en componist met een lach op het gezicht. ,,Het was vrijdag van de bouwvak en op een gegeven moment komt er een heel lief meisje naar me toe met een grote sombrero op haar hoofd. Ik wist niet wie het was, maar het was liefde op het eerste gezicht.”

‘Waarom neem je
geen bouwvakker?’

[ads id=66]

Wil weet dat Thomas in een bandje zit, maar dat mocht volgens haar nog geen naam hebben. ,,BZN was toen nog letterlijk Band Zonder Naam. Ze waren wereldberoemd in Friesland, maar daar bleef het bij.” Thomas: ,,Mijn schoonmoeder zei op een gegeven moment zelfs ‘waarom neem je geen bouwvakker?’. Wij hadden het niet breed in die tijd, maar we hadden wel een droom en uiteindelijk is het allemaal goed gekomen.” Vijftien en negentien zijn ze als hun liefde ontluikt. Wil: ,,Daarom zei mijn moeder ook ‘waarom neem je geen bouwvakker?’. Want iedere zaterdag en zondag moest hij weg om op te treden en dan zat ik alleen thuis bij mijn moeder, terwijl mijn vriendinnen de dijk op gingen. Het was namelijk ‘not done’ om de deur uit te gaan als je vriend geld aan het verdienen was.” Thomas: ,,Dat deden alle bandvrouwen, overigens. Het was in die tijd heel normaal. Je ging als ‘vrouw van’ niet alleen de deur uit.”
In 1975 trouwt het stel en in 1976 komt Mon Amour uit. Het succes van BZN – inmiddels in een andere samenstelling – komt dan in een sneltreinvaart. ,,We kochten een huis in de Hermanus van der Haarstraat”, gaat Wil verder. ,,Als een van de eerste op het nieuwe Zand. Zat ik daar als meisje van 21 het hele weekend alleen. In een groot huis, met allemaal piepjes en kraakjes die ik nog nooit had gehoord. Zonder lantaarnpalen buiten. Ik kom zelf uit een vissersfamilie – mijn vader en broers waren ook altijd weg – dus ik wist hoe het was om alleen te zijn, maar het viel niet mee.” Ondanks dat Wil het moeilijk vindt om vaak alleen te zijn, gunt ze Thomas alle succes van het wereld.

‘Het begon met ‘de ratten
dood op de mat’,
zoals ze dat zo mooi noemen’

,,Het begon met ‘de ratten dood op de mat’, zoals ze dat zo mooi noemen. Toen het succes zich aandiende, ging ik daar helemaal in mee. Het was hartstikke leuk. De droom die Thomas al zo lang koesterde, kwam in vervulling en daar hebben we samen echt van genoten.”
Hoewel het stel aangeeft dat ze een geweldig leven hebben gehad samen, zijn er ook vreselijke dingen de revue gepasseerd. Thomas: ,,Voor we onze geweldige kinderen – Jack en Kees – kregen, was een van onze kinderen gestorven na anderhalve dag geleefd te hebben. Dit was vooral verschrikkelijk voor Wil die het kind negen maanden bij zich had gedragen. Ik weet nog goed dat ik met dat kleine kistje naar het graf liep. In de sneeuw. Dat is iets dat je nooit meer vergeet.”
Wil: ,,Net als de Nieuwjaarsbrand waar Kees bij betrokken was. We zagen laatst nog wat foto’s van zijn benen. Dat staat ook op ons netvlies gegrift.”

‘Onze zoon Jack hecht
alleen niet zoveel
waarde aan trouwen’

Jack en Kees, ze zijn inmiddels genoemd. De zoons waar Thomas en Wil ongelooflijk trots op zijn. ,,Absoluut. En natuurlijk op onze kleinkinderen en schoondochter, Melanie. De enige Buijs in huis, zegt ze altijd. Ze kan ook zo lekker de telefoon opnemen. Waar onze kleindochter heel lief zegt, ‘met Tol’, neemt Melanie altijd heel prominent op met ‘met Buijs’. Waarom? Omdat ze ook graag Tol wil heten, haha. Onze zoon Jack hecht alleen niet zoveel waarde aan trouwen, maar wie weet komt haar wens binnenkort nog wel een keertje uit.”
Met een prachtige lach op het gezicht kijkt het stel vanuit de woonkamer van hun huis op het Noordeinde uit over het IJsselmeer.
Thomas: ,,Ik ben in deze buurt geboren, in de Kloosterbuurt. Op een gegeven ogenblik ging het goed met de band en wilden we weg uit de Van der Haarstraat. We hebben nog gekeken in Overleek voor een stukje grond. Om daar bij de boeren te gaan wonen. Wil was daar overigens geen voorstander van, dus toen dit huis te koop stond, was ze dan ook ontzettend blij. Achteraf gezien – we wonen hier nu 22 jaar – is het een schot in de roos geweest. Hier gaan we niet meer weg, want kijk nou zelf. Het is hier toch geweldig.”

 

Fotogalerij

3JS acht keer in “uitverkochte” Jozef

Op zondag 5 juli was de eerste in een reeks van acht optredens van 3JS in de Jozef. Komende zondag (9 augustus) is om 16.00 uur het laatste concert en de zaal gaat open om 15.00 uur. Er is nog een beperkt aantal kaarten voor verkrijgbaar.

 

Het is voor de fans van 3JS weer genieten geblazen. Alle keren was de zaal “uitverkocht”. Vanwege de coronamaatregelen mogen er maar maximaal 125 bezoekers tegelijk in de zaal. Meer mogen er niet in.

Op het repertoire staan eigen nummers van 3JS en diverse covers (Coronanummers). Na maanden “droog” te hebben gestaan, hebben de topmuzikanten er weer duidelijk zin in om het dankbare publiek te verwennen met geweldige luisterrijke optredens.

Fotogalerij

Scoutingrapporten Gerrie Mühren tot boek gebundeld en aan familie overgedragen

Op donderdag 16 juli vond een bijzonder moment plaats voor de nabestaanden van Gerrie Mühren, de man die als voetballer van Ajax, Sevilla (Spa) en het Nederlands Elftal prachtige successen beleefde. De voormalig international ging na zijn carrière als profvoetballer aan de slag als scout bij Ajax. Tijdens zijn veertien jaar durende zoektocht naar nieuw voetbalbloed voor de Amsterdammers, liet hij zijn oog vallen op verschillende supertalenten. Spelers die later zouden uitgroeien tot vedetten die meestreden om de Gouden Bal. In opdracht van Marc Overmars, de technische directeur van Ajax, zijn Gerries scoutingrapporten tot een prachtig boek gebundeld en overgedragen aan zijn vrouw Grietje.
Door Kevin Mooijer

,,Tijdens Gerrits begrafenis in 2013 vroeg Marc Overmars al aan mij of Grietje het leuk zou vinden om zijn scoutingrapporten eens in te zien”, licht Grietjes broer Jaap toe. ,,Ze zouden vol poëtische teksten staan over voetbaltechniek, lichaamsbouwen en of een speler mentaal wel of niet geschikt zou zijn voor Ajax. Ik zei natuurlijk direct dat Grietje het geweldig zou vinden om zijn teksten te lezen. Na zeven jaar had ik niet meer verwacht dat hij er nog steeds mee bezig was geweest.”
Een dag van te voren werd Grietje gebeld of ze de volgende ochtend in de gelegenheid zou zijn om naar de Johan Cruijff Arena te komen. ,,Ik mocht wat familie meenemen, want ze hadden de scoutingrapporten tot een boek gebundeld en dit zou officieel overgedragen worden”, aldus Grietje. ,,Samen met familie van Gerrit en mij zijn we de volgende ochtend naar het stadion gegaan.” Bij aankomst werd de groep verwelkomd door hoofd scouting Ajax Hans van der Zee. ,,Marc is nog even in gesprek, dus als jullie het leuk vinden doen we eerst even een rondleiding”, verklaarde hij.

Overmars: ‘Gerrie schreef
zijn rapporten op een
bijzondere manier,
eigenlijk op dezelfde
manier zoals hij sprak’

[ads id=66]

Foto: Marc Overmars – technisch directeur van Ajax – overhandigt het boek aan Gerrie’s vrouw Grietje.

Fotogalerij