Vandaag geopend: 08.00 - 17:30

All posts by De redactie

Marcel Luttik draaide hand niet om voor volgepakt Ziggo Dome, maar zit nu in… n

De moeilijkste finale

Door de overheid aangedragen regels worden door veel mensen niet meer nageleefd, helemaal nu er steeds meer wordt versoepeld. Het kleeft een groot risico aan. Waar het toe kan leiden, heeft een aantal mensen aan den lijve ondervonden. Sinds vorige week mag het binnensporten weer, maar wel op anderhalve meter afstand. Marcel Luttik (47) is echter heel ver verwijderd van een rentree in de zaal. De geboren Zaankanter werd in de Korfbal League meerdere malen uitgeroepen tot Scheidsrechter van het Jaar en floot meerdere finales om de landstitel in Ahoy en in een volle Ziggo Dome met 12.000 toeschouwers. Toen het huidige seizoen zich richting eindfase begaf, werd niet alleen de wereld overvallen door Corona, maar belandde Marcel een maand na de uitbraak in Nederland ook in het ziekenhuis. Balanceerde hij op de rand van ic-opname en verkeerde zijn partner Esther Medik en het gezin in Edam wekenlang in onzekerheid. Ook omdat hij in de nasleep een longembolie opliep. ,,Een gezonde fitte man, zonder een medische voorgeschiedenis, en dan zó ziek. Het was onverwachts”, zegt Esther, nu het leven na maanden weer een beetje normale vormen aanneemt. Maar de weg is nog lang.
Door Eddy Veerman

Bij de entree van het huis in Edam hangt een accreditatiekaart aan een keycord, met daarop ‘Europa Cup 2018 Platja d’Aro (Spa)’. Eenmaal binnen, glimmen de zeeblauwe oogjes van dochter Tess, het zonnetje in huis, tegen je op. ,,Misschien dat zij straks gaat korfballen”, zegt haar vader later lachend in het gesprek. De ene zoon, Kai, geeft zich helemaal bij survivalrun (AV Edam) en de ander (Finn) is een keeperstalent in de jeugd van RKAV Volendam. Terwijl de vader des huizes korfbal met de paplepel kreeg ingegoten.
In de Zaanstreek zijn talrijke families vergroeid met die sport. ,,Daar is een korfbalbolwerk, met twee clubs die al jaren in de hoogste klasse spelen. Ik speelde zelf bij KV Groen Geel Wormer, tegenwoordig is Koog Zaandijk sterker.”

[ads id=66]

Komeet
,,Op een gegeven moment ben ik jeugdwedstrijdjes gaan fluiten en bleek ik aanleg te hebben. Dan ga je cursussen volgen en zo kreeg ik er steeds meer affiniteit mee en op een gegeven moment vroeg de bond mij een keuze te maken. Of doorspelen, of fluiten. Ik was in de dertig en koos voor het fluiten.”
,,Het scheelt dat je zelf op het hoogste niveau hebt gespeeld. Ik schoot als een komeet omhoog en floot al snel in de Hoofdklasse, het hoogste niveau. Bij mijn debuutwedstrijd kreeg ik in het korfbalmagazine als beoordeling een 9 en er stond ‘zo moet een korfbalwedstrijd geloften worden’.”
Aan het eind van zijn eerste jaar en het seizoen erna werd hij tot Scheidsrechter van het Jaar gekozen door de coaches en spelers. Dat herhaalde zich naderhand nog enkele keren. Luttik droeg bij aan de attractiviteit van de sport die in ons land (85.000 leden) het meest populair ter wereld is. ,,Korfbal is fysieker en veel spectaculairder geworden om te beoefenen en om naar te kijken. Ik laat veel toe. Dan krijg ik wel eens kritiek, als ik beoordeeld word, maar ik zal mijn stijl niet gaan aanpassen. Waarbij het uiteraard geen rugby moet worden.”

‘Het WK in Zuid-
Afrika heb ik vorig jaar
laten schieten,
dat vond ik wel
erg jammer’

Een aantal jaren was hij ook internationaal scheidsrechter. ,,Werd ik uitgezonden naar Europa Cups en de World Games, de Olympische Spelen voor B-sporten. Maar het WK in Zuid-Afrika heb ik vorig jaar laten schieten, want dat viel midden in de grote vakantie. Dat vond ik wel erg jammer. Punt is wel dat je nooit de finales kan fluiten, omdat er altijd een Nederlandse club of Nederland zelf in speelt. Dus het hoogst haalbare is de halve finale en de strijd om de derde en vierde plaats. Omdat korfbal in veel landen een kleine sport is, krijg je vaak grote uitslagen in de aanloop naar de halve finale. Dan denk je soms: als ik een broekje en shirt aantrek kan ik met bepaalde landen zo meedoen.”
,,De korfbalsport is niet professioneel, dus tijdens Europa Cups worden je hotel en reiskosten vergoed, maar de rest betaal je zelf en het kost je telkens een hoop vrije dagen. Daarom heb ik, nu de kinderen groter worden, ervoor gekozen om niet meer internationale wedstrijden te fluiten.”
,,Als je naar andere continenten kijkt, zit de sport in landen als Taiwan en China in de lift, in Europa geldt dat voor Duitsland. Ze willen dat het een Olympische sport wordt, maar dan heb je in meerdere landen professionalisering nodig. Ook hier. Het Nederlands team gaat wel eens naar China om clinics te geven.”
In eigen land stond voor Marcel half maart de wedstrijd DOS’46-PKC in Drenthe op het programma in het weekeinde dat de premier aankondigde dat alles dicht zou gaan. ,,Ik ben meteen thuis gaan werken en een enkele keer naar het werk geweest in Assendelft, waar ik bij Forbo productieplanner ben.”
,,Elke avond keken we samen tv, bijvoorbeeld ‘Op 1’. In die weken ging het nog over of er genoeg intensive care-bedden zouden zijn en zag je de beelden van mensen in de ziekenhuizen. Opeens lag ik er zelf, met corona…”
,,Ik werk in de zorg”, vult Esther aan. ,,En dan loop je risico. Maar op de plekken waar ik kwam, is nooit corona geweest. Toen Marcel hoofdpijn kreeg, linkten wij dat aan de stressvolle tijd met drie kinderen thuis en het thuiswerken.”
,,Vervolgens kreeg hij oorpijn, maar op zondag 19 april leek hij ‘s morgens op te knappen. ’s Middags fietste ik naar mijn ouders en opeens belde Marcel, dat hij zich niet goed voelde. Hij was benauwd. M’n vader sommeerde me meteen terug te gaan en ik zag vervolgens aan hem dat het niet goed ging.” Marcel kon terecht in De Beuk in Purmerend, waar de tijdelijke huisartsen- en coronapost was gevestigd. Hij moest meteen met de ambulance naar het Dijklander, waar hij al op 40,5 graden koorts zat.

Versuft
,,Ik kreeg van alles toegediend en was versuft, dus toen konden ze van alles met me doen”, glimlacht hij nu, doelend op zijn grote angst voor alles wat met ziekenhuizen, doktoren en naalden te maken heeft. Esther: ,,Ik wist dat niet, tot ik jaren geleden zei dat het goed zou zijn als hij zich zou laten onderzoeken, omdat er een kankergen voorkomt in zijn familie. Dat hield hij jaren tegen en toen hij eenmaal ging, begreep ik waarom. Bij het bloedprikken, waar het aan de lopende band ging, kregen ze Marcel niet geprikt, omdat hij panikeerde.”
Die angststoornis openbaarde zich ook tijdens zijn corona-opname. ,,Toen ik weer een beetje bijkwam in het ziekenhuis, dacht ik dat het allemaal wel mee zou vallen. Ik was nog jong en fit. Maar al snel moest ik naar het maximale aantal liter – vijftien – zuurstof. Dat was geen fijne ervaring, ik werd er gek van, had een droge mond en ik was kortademig, kon moeilijk in slaap komen. En ik schrok enorm toen er artsen aan mijn bed kwamen, die zeiden ‘nou, de volgende stap is ic’. Alsof het niet zo veel voorstelde. Maar ik had daar niet zo’n zin in. Ik had die beelden al een paar weken gezien op tv.”
Esther: ,,Daardoor raakte hij volledig in paniek. Nu duwt hij dat weg, maar het was toen ondraaglijk. Op een gegeven moment kwam de psychiater in beeld. En zei Marcel dingen als ‘Als ik dit nog een dag moet meemaken, dan spring ik uit het raam’.”
Marcel: ,,Ik weet er niet meer zoveel van, van die dagen. Weet nog wel dat ik dat masker er af en toe had afgehaald.”
Esther: ,,Wat was wijsheid? In het overleg kwam soms naar voren dat het misschien goed zou zijn om hem kunstmatig in slaap te brengen, vanwege die voortdurende angst. Maar dat moest eigenlijk juist vermeden worden.”

‘We mochten van achter
het raam zwaaien
naar hem.
Stond hij daar,
badend in het zweet,
met een zuurstoftank
in zijn handen’

Het gezin mocht ook een keer op bezoek. ,,We hadden dagelijks telefonisch contact, soms was hij te moe, soms had hij een opleving zodat we de kinderen ook in beeld konden brengen. We mochten een keer van een arts het ziekenhuis in om van achter het raam te zwaaien naar hem. Stond hij daar, badend in het zweet, met een zuurstoftank in zijn handen.”
Marcel: ,,Die paar seconden zonder zuurstof, dat kon toch wel, dacht ik. Maar ik moest aangesloten blijven op die tank.” Esther: ,,Hij was heel erg afgevallen, zag bleekjes, dus dat was schrikken.” Marcel: ,,Zag ik de kinderen weer even, dat raakte me wel.”
Esther: ,,Voor hen was het heel gek om te zien wat er met hun vader gebeurde. Ze gingen op hun eigen manier met de situatie en hun emoties om. Het was een hele spannende tijd, omdat hij dagenlang op de grens van ic zat en ze kregen zijn koortspieken niet onder controle. Soms ging ik van het kastje naar de muur. Dan gebeurde het een keer dat de verpleegkundigen vergeten waren me te bellen en dan ging ’s nachts de telefoon. Je voelde soms de onwetendheid aan de andere kant van de lijn. Of een keer dat ze niet wisten waar hij lag. Maar ik besefte ook dat al die zorgmensen zich keihard hebben ingezet in een extreme periode en Marcel is zelf ook goed verzorgd.”
,,Soms zat ik te huilen en huilde een van de kinderen mee. Op een ander moment zei onze zoon weer ‘nu niet meer huilen, mama. We stoppen er mee, het komt wel goed met papa’. Zeven jaar jong…”
Toen zijn vader inderdaad opknapte en de dag van ontslag uit het ziekenhuis in aantocht leek, ging het opeens mis. Marcel: ,,De dag voordat ik naar huis mocht, kreeg ik vreselijke pijnscheuten. Een vrouwelijke arts zei dat alles goed was, qua waardes. ’s Nachts kreeg ik weer een aanval, kwam er een mannelijke arts en die sprak meteen van de kans dat het een embolie kon zijn. ’s Morgens bij de scan bleken er inderdaad bloedproppen in de longen te zitten, waardoor ik een paar dagen extra moest blijven. Nu zit ik een half jaar aan de bloedverdunners.”

Geen pieper
Esther: ,,Marcel is geen pieper, als het om pijn gaat, maar lag thuis weer na een paar dagen ineengekropen, klaagde over helse pijnen op de borst en hij wist niet meer hoe hij moest liggen. Ik wilde het ziekenhuis bellen, maar dat zag Marcel niet zitten. Uiteindelijk zijn we toch weer heen gegaan en werd hij voor een dag opgenomen. Bleek het longvliesontsteking – pleuritis – te zijn.”
Marcel: ,,Nou, dat doet een beetje zeer, zeg. Maar kwam dat nou door de inspanning van een beetje fietsen op de hometrainer?” Esther: ,,Dat weten ze dus niet. Deze groep die niet op ic is beland, lijkt, van de verhalen die wij horen en zelf meemaken, tussen wal en schip te vallen. Terwijl ze eigenlijk ambulante nazorg hadden moeten krijgen, maar ze wisten op dat moment niet wat wel of niet goed was. De artsen spraken elkaar ook regelmatig tegen.”
,,Marcel is vervolgens een paar dagen naar zijn ouders geweest om tot rust te komen, in plaats van terug in de hectiek van ons gezin.”
Dat gezin moest ook in quarantaine. ,,Dat voelde als gevangen zitten in je eigen huis. Juist in de periode dat je het nodig hebt om te ontladen met wandelingetjes buiten en behoefte hebt aan sociale contacten, zaten we binnen.”
,,Het was wel mooi dat we heel veel steun kregen in die weken. Marcel heeft wel zestig kaarten gekregen. Buren waar je eigenlijk weinig contact mee hebt die aangeven ‘als we een boodschap moeten doen of iets kunnen betekenen zijn we er’. Lieve vriendinnen die met eten aankwamen, mijn ouders en broertje, familie, onze collega’s, heel veel mensen die klaarstonden en met je meeleven, appjes uit alle hoeken, de school van de kinderen was betrokken. De saamhorigheid die in die weken in Nederland heerste, voelden wij ook. Dat heeft ons er doorheen geslagen.”
,,Ik was heel bij de kinderen weer te zien toen ik in de auto stapte, maar kleine Tess moest even wennen”, zegt Marcel. ,,Als ik terugkwam uit m’n werk, plakte ze altijd aan me vast. Maar toen ik uit het ziekenhuis kwam, hield zij een paar weken afstand. Het moest weer groeien.” Esther: ,,Het heeft grote impact op die kinderen. Er zal een hoop in hun hoofden zijn omgegaan.”
Papa voelt zich per dag energieker. Marcel: ,,Vorige week kreeg ik de uitslag van een CT-scan.”

‘Toen ik uit het
ziekenhuis kwam,
hield Tess een
paar weken afstand’

Esther: ,,Vorige week kreeg hij de uitslag en er is duidelijk sprake van herstel. De tunnelvochtholtes die in de plaats waren gekomen voor de verdwenen longblaasjes, die juist zorgen dat zuurstof uit ingeademde lucht in het bloed wordt opgenomen, zijn minder te zien.” Teleurstellend bericht was dat de kans bestaat dat hij de rest van zijn leven bloedverdunners moet gebruiken, afhankelijk van de landelijke richtlijnen bij patiënten die na corona embolieën ontwikkelen. In oktober wordt hierover een besluit genomen.
Marcel: ,,Ik zou graag weer eens een biertje drinken, maar dat wordt met bloedverdunners afgeraden. Verder was het goed nieuws en een opluchting dat het écht de goede kant op gaat. Ik mag nu met mijn conditie aan de slag.”
Esther: ,,De groep met patiënten zoals Marcel wordt nu gemonitord, om te kijken wat er gebeurt met de longen. Ook om te leren qua nazorg, want dat is er niet geweest. Die was wel beloofd, maar je moet er zelf achteraan.”
Marcel: ,,Ik zou wel een conditieplan willen krijgen. Wil weer fit zijn als in september de Korfbal League begint.” Zijn vrouw knikt begrijpend. ,,Het is zijn passie. Er gaan heel veel uren in zitten. Als scheidsrechter moet je een goede conditie hebben en samen met zijn collega-scheidsrechter kijkt hij ook wekelijks de wedstrijdbeelden, om hun beslissingen te analyseren.”

Bagatelliseren
,,Marcel doet zijn best om de situatie te bagatelliseren, maar ik denk dat een terugkeer in de zaal voorlopig geen optie is. Laatst was er een Teams-meeting met alle korfbalscheidsrechters en toen brak hij.” Marcel: ,,Hoe sta je er voor? Die vraag werd gesteld, iedereen had een goed nieuws show, behalve ik. Mijn longen zijn naar de ‘filistijnen’. En ik heb de onzekerheid of ik weer terugkom op het niveau waarop ik floot.”
,,Nooit was ik ziek, tot de kinderen naar school gingen en die namen wel eens wat mee naar huis. Elk jaar heb ik de griep en één keer bronchitis. Het kan zijn dat ik daar nu meer bevattelijk voor ben.” Esther: ,,Marcel was in het Dijklander de jongste van de afdeling, maar er lag wel een aantal mannen van rond de vijftig.”
Inmiddels zit hij qua werkzaamheden op 75%. ,,Maar Marcel gaat dan al voor honderd. Pas sinds twee weken slaapt hij ’s middags niet meer en merk ik dat zijn energieniveau omhoog gaat. Maar als hij iets heeft gedaan, zweet hij en is kortademig. En hij had echt heel veel energie, vóór Corona uitbrak.”
Marcel: ,,De kilo’s vliegen er aan, dus ik wil heel graag op die hometrainer. Je merkt dat je spieren aangetast zijn, dus ik zet ‘m op de lichtste stand en fiets tien minuten. In september begint de Korfbal League en wil ik weer fluiten.” Esther: ,,Marcel heeft nog goede hoop, maar het kan ook zijn dat het geen optie is.” Marcel glimlacht: ,,Ze kunnen niet zonder me.”

Fotogalerij

Joey en Jim: van Bahama’s en Azië naar isolatie en halve marathon op cruiseschip n

Terug van leven op zee

Dagdromen van het aan boord stappen van een cruiseschip levert romantische beelden op. Vanuit de bekende tv-series, films, foto’s en de verhalen. Zon, mooie vergezichten, internationale mensen ontmoeten, aan wal bij de leukste stadjes en meest idyllische plekjes. Voor de geboren Volendammers Jim Boom (20) en Joey Bijlsma (21) was het werkelijkheid, althans, vanaf begin februari begonnen zij aan hun tweede stageperiode van vijf maanden. Totdat het coronavirus – bij andere schepen – aan boord kwam en de immense gevaartes vooral ronddobberden op de oceanen, omdat ze bij zowat elke haven werden geweerd. De onzekerheid hield de bemanning maandenlang in de greep en de sfeer sloeg om, vooral omdat crewleden niet meer van boord konden.
Door Eddy Veerman

,,Het leven aan boord, waar je sowieso geen idee het van welke dag het is, is sowieso heel anders dan in de bewoonde wereld”, legt Joey uit. ,,Maar nu leek het alsof ik van Mars terug gevlogen was, toen ik thuiskwam. In de eerste week voelde ik me echt sociaal contact gestoord.” Jim: ,,Ik deed 34 uur over mijn terugreis en het besef dat je thuis bent, dat was er in de eerste week nog niet.”
Nog steeds verkeren collega’s ergens op zee in het ongewis. Jim: ,,Bij ons zaten sommige zeven tot acht maanden aan boord en ze weten nóg niet wanneer ze er af komen.” Joey: ,,Van ons schip weet ik dat er nu weer wat mensen van boord mogen.” Jim: ,,Sommigen zullen behoorlijk depressief aan wal stappen.”
Beide mannen rondden als tieners het Don Bosco College af en meldden zich enkele jaren geleden bij de Maritieme Open Dag. Jim: ,,Mijn opa, van vaders kant, heeft altijd gevaren. Ik wist zelf niet zo goed wat ik wilde en ging naar de Open Dag in IJmuiden en het trok me toen wel. Ik was zelf al wel met bootjes bezig.”

[ads id=66]

Fotogalerij

Nieuwe bushokjes op de Heideweg

Binnen de Vervoerregio Waterland worden alle 67 bushokjes vervangen door nieuwe. Het eerste haltemeubilair werd op 2 juli in gebruik genomen in Landsmeer. Vorige week zijn in Volendam, de twee bushaltes op de Heideweg bij het Don Bosco College en het Behandelcentrum, als eerste vernieuwd.

 

Per gemeente verschilden de stijl en uitvoering van de bushokjes nogal. Daar komt nu verandering in. In opdracht van de Vervoerregio worden alle 67 bushokjes in de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer en Waterland nog voor het einde van deze maand vervangen.

De bushokjes hebben een strakke en moderne uitvoering en het ziet er keurig netjes uit. Nu maar hopen dat vernielingen door vandalen achterwege blijven.

Fotogalerij

Cholera, pokken en Spaanse griep: de Volendammer kermis werd al eerder bedreigd (en geannuleerd) door besmettelijke ziekten n

De geschiedenis herhaalt zich

De kermis gaat dit jaar niet door. Dat is natuurlijk erg vervelend voor heel veel mensen, niet in de laatste plaats voor de ondernemers op de dijk, die hun brood moeten verdienen. Maar natuurlijk ook voor al de inwoners van Volendam en Edam, die behoefte hebben aan een groot feestje na maanden van lockdown. Maar we begrijpen het. Schoorvoetend. Want we willen geen besmettingsuitbraken in ons dorp. Hoewel we logischerwijs denken dat we hier te maken hebben met een unieke gebeurtenis in de historie, blijkt het iets anders te zitten. Inwoners van Volendam hebben al vele keren kermissen gecanceld zien worden en sterker nog: ook meerdere keren door het heersen van besmettelijke ziekten. Een kijkje in het verleden van de geannuleerde kermis.
Door Frank Zwarthoed

Het was zomer 1918. Op de Voorhaven in Edam scheen de zon met warme stralen door de ramen. Johan Schildmeijer keek uit het raam. Hij was een telg uit een bekende Edamse kermisfamilie. Jarenlang had zijn familie met een beroemde Zeeuwse stoomcarrousel op de kermis gestaan. De draaimolen was groot, prachtig versierd, en had binnen ook nog een cakewalk en kramen met lekkers. De carrousel werd aangedreven door een stoommachine en dat was begin 20ste eeuw het modernste van het modernste.
Johan heeft slecht nieuws gekregen. De kermis gaat dit jaar waarschijnlijk niet door. Onbegrijpelijk, vindt Johan. De gemeente Edam denkt er goede argumenten voor te hebben. De aanvoer van levensmiddelen en brandstoffen is een stuk minder geworden door de nog woedende strijd in België en Duitsland, een oorlog die wij Nederlanders nu de Eerste Wereldoorlog noemen. Bovendien heeft de Gedeputeerde Staten van Noord-Holland gewaarschuwd voor de Spaanse griep. Een dodelijk virus dat op dat moment vooral in Frankrijk, Italië en Spanje een probleem was, maar nog niet de Nederlandse grenzen had bereikt.

‘De gemeenteraad besloot
in augustus 1918 dat de
kermis niet doorging.
Niet alleen vanwege
de schaarste, maar vooral
omdat de eerste Spaanse
griepdoden in Nederland
toen al waren gevallen en
het virus verspreidde zich snel’

[ads id=66]

Johan begrijpt de zorgen van de gemeente goed, maar vindt dat juist nu, in deze moeilijke tijd, ook moet worden gedacht aan het brood van de (kermis)ondernemers. Bovendien lijken de meeste kermissen in de regio nog door te gaan. Hij besluit in de pen te klimmen en een brief te schrijven aan de gemeenteraad. Hij maakt in zijn brief ook nog even duidelijk dat de kermis zeer gewild is bij de inwoners. En.. afgelopen winter werden er nog talloze voorstellingen georganiseerd in de gemeente. Dat trok volle zalen, dus dan kan de kermis toch ook wel doorgaan?
Zijn netjes geschreven brief met mooie oranje zegel deed hij op de post. Hopende op een gunstig antwoord. Het antwoord kwam, maar was voor hem niet zo positief. De gemeenteraad besloot in augustus 1918 dat de kermis niet doorging. Niet alleen vanwege de schaarste, maar vooral omdat de eerste Spaanse griepdoden in Nederland toen al waren gevallen. En het virus verspreidde zich snel. Johan Schildmeijer moest zich er helaas bij neerleggen dat er in 1918 geen Volendammer en geen Edammer kermis zou zijn.
De Spaanse griep was ook lang geen pretje. In het boek ‘Waarheid en Roddel’ schrijft Piet Koning over dit virus in Volendam. ‘De ziekte begon met een zeurderige hoofdpijn en branderige ogen. De patiënt werd rillerig en de koorts steeg. Hij gaf bloed op, zijn gezicht kreeg een donkere, bruinpaarse kleur en zijn voeten werden zwart. Hij kreeg ademnood en spuugde een schuimend mengsel van bloed en speeksel uit. Degene die daarna longontsteking kregen, waren ten dode opgeschreven.’
Piet Koning schrijft dat ook in Volendam verschillende slachtoffers zijn gevallen. Een slachtoffer is de dochter van de bekende hotelhouder Leendert Spaander; Pauline Spaander. Haar dood ging als een schok door het dorp. Door al deze gevallen was het voor de gemeenteraad dan ook geen moeilijke beslissing. Zonder veel debat werd de kermis in dat jaar geannuleerd.
Het zou niet de laatste kermis zijn die niet doorging. Ook in de oorlogsjaren is er jaren geen kermis geweest (met een uitzondering in 1942) en na de Nieuwjaarsbrand in 2001 is door de gemeente besloten dat het uit piëteit met de slachtoffers niet gewenst was om een groot feest te geven. En natuurlijk de kermis van 2020, geveld door het coronavirus. Houdt daar dan het hele verhaal op? Zeker niet. Ook al vóór 1918 werd de kermis meerdere keren bedreigd door besmettelijke ziekten. De gemeenteraad had het daar niet altijd makkelijk mee.
In de 19e eeuw verspreidden verschillende besmettelijke ziekten zich door Europa. Denk aan het nare en dodelijke cholera (dat gepaard ging met diarree, onophoudelijk overgeven en uitdroging binnen enkele uren) of de pokken. Die laatste dodelijke ziekte ging samen met zware griep, hoge koorts en een hoop lelijke blaasjes op het gezicht. Niet bepaald prettige symptomen, zeker in een tijd waarin de medische wetenschap nog niet heel ver gevorderd was. In 1871 kwam er een brief binnen bij de gemeente, geschreven door 26 Volendammers, waarin de Raad werd opgeroepen om de kermis te annuleren. In die tijd werd de kermis in juli gehouden. Deze Volendammers vonden het houden van deze kermis niet verantwoord. Er waren al meerdere mensen in Volendam gestorven aan de pokken.

‘Trijntje kreeg de
pokken in 1871
en moest daarom
verplicht in
quarantaine in
een zogenoemd ‘pesthuisje’
op de dijk’

Een van die slachtoffers was Trijntje Pooijer, getrouwd met Hein Tol. Toen Trijntje trouwde met Hein Tol had haar vader haar trouwjurk volgeplakt met gouden munten, uit trots. Daarmee kon haar man Hein zijn botter afbetalen. Trijntje en Hein kregen een kindje, maar hun geluk was niet van lange duur. Trijntje kreeg de pokken en moest daarom verplicht in quarantaine in een zogenoemd ‘pesthuisje’ op de dijk. Heel wat anders dan de huidige thuisquarantaine dus. Ze at daar, ze sliep daar en mocht de communie natuurlijk ook niet doen. Daarom bracht de pastoor de hostie naar het pesthuisje toe. Helaas hield Trijntje Pooijer het niet lang vol in het pesthuisje. Ze overleed. Deze verhalen veroorzaakten natuurlijk flinke paniek bij de dorpelingen, die niet wilden riskeren dat ze ziek werden.
De gemeenteraadsleden zagen het al voor zich. Allerlei kermisklanten zouden in juli 1871 naar Volendam en Edam komen. Kramen, tenten, en natuurlijk vele bezoekers. Ook van buiten het dorp. Dat kon nog wel eens rampzalig worden. Voorkomen moest worden dat ‘vreemdelingen’ hun ‘smetstof’ zouden overbrengen op de ‘dicht bij elkaar wonende bevolking’. Nadat verschillende argumenten over en weer werden opgeworpen concludeerde de burgemeester na het debat dat ‘al wat de naam kermisreizigers droeg’ moest worden geweerd. Met andere woorden: geen kermis dat jaar.
De bevolking zal gebaald hebben, maar moesten zich erbij neerleggen. Ze snapten de ernst ook wel. Ze waren niet vergeten dat ruim 70 Volendammers nog niet zo lang daarvoor, in 1866, door de ziekte cholera waren overleden. En dat was een groot deel van de lokale bevolking, als je in het achterhoofd houdt dat Volendam aan het begin van de 19e eeuw nog zo’n 900 inwoners had.
De kermis kent dus een hobbelig bestaan. De Volendammers dachten eind 19e eeuw het ergste gehad te hebben. Pokken hadden ze overleefd, de cholera-uitbraak van 1866 ook. Er waren rond 1890 waterpompen aangelegd die water uit de grond konden pompen, waardoor Volendammers relatief schoon hun vaat konden wassen. Daarvoor deden ze dat in de sloot. En die sloot was multifunctioneel, want daar werden ook de potjes in geleegd met uitwerpselen. De sloten van Volendam werden door toeristen wel eens mooi beschreven: “De kleur van het slootwater was lichtpaars en werd afgewisseld met een schuimige, witte drab en de indringende geur was misselijkmakend.” Niet zo fris.
Toch werd, ondanks de nieuwe waterpompen, ook in 1892 nog flink gediscussieerd over de kermis. In Hamburg was er cholera uitgebroken, en burgemeester Calkoen had niet zo’n zin in een herhaling van de chaos van 1866. Hij stelde daarom voor: we slaan de kermis maar weer een keer over.

‘Een aantal raadsleden
zag het niet zo zitten dat
de middenstand en
de bevolking moest
bloeden voor iets dat
nog zo ver weg was’

Daar hadden de gemeenteraadsleden niet zo’n zin in. Het kan wel weer een keer, moeten ze gedacht hebben. Er ontstond een flinke discussie in de raad. Een aantal raadsleden, zoals dhr. J. de Boer zag het niet zo zitten dat de middenstand en de bevolking moest bloeden voor iets dat nog zo ver weg was. Hij wees er ook even op dat het op de spoorwegen nog een drukte van jewelste was. Als dat kan, dan kan de kermis toch ook gewoon doorgaan?
Raadslid Wilterdink vond dit geen goed argument en wees hem er fijntjes op dat een directie van een openbaar vervoersbedrijf toch echt niet te vergelijken is met ‘het hoofd eener gemeente’. Een compromis werd voorgesteld door zijn college Plas, die graag de kermis zag doorgaan. Hij stelde voor dat de bezoekers een ‘bewijs’ moesten kunnen laten zien dat ze niet uit ‘eene gemeente komen waar eene besmettelijke ziekte heerscht’. Zijn tegenstander Wilterdink vond dat onrealistisch. Je kunt niet iedereen controleren, stelde hij vast. En al zou je dat kunnen, ook het in quarantaine stellen van besmette mensen brengt grote nadelen met zich mee.
Burgemeester Calkoen hoorde de discussie aan, probeerde nog één keer om zijn punt duidelijk te maken en de kermis dat jaar te annuleren. Hij voegde er nog even een extra argument aan toe: ‘Want een kermis is eigenlijk altijd een aanslag op de volksgezondheid.’ Sommige dingen zijn niet veranderd.
Uiteindelijk wordt er gestemd en blijkt een meerderheid ervoor te zijn om de kermis wél te laten doorgaan. Kermisdiscussies zijn van alle jaren. Gelukkig voor de voorstanders van kermis heeft de cholera dat jaar de kermis niet verstoord.
Toen ik oude kranten aan het lezen was uit dat jaar (1892), met daarin veel verontwaardigde burgers die stukjes schreven voor of tegen de kermis, viel me nog een mooie vergelijking met 2020 op. Op de voorpagina van de krant stond een groot artikel met de titel: “RUPSENPLAAG”. Talloze tips werden er gegeven om de plaag tegen te gaan, zoals het plaatsen van een bak met stroop en azijn. Houd een krant uit 1892 naast een krant uit 2020 en je kunt bijna het verschil niet meer merken. We houden ons in wezen nog steeds met hetzelfde bezig.
De discussies over het wel of niet doorgaan van de kermis vanwege besmettelijke ziekten, is dus ook al geen nieuw fenomeen. We kunnen onszelf dus geruststellen. Ook al balen we dat we dit jaar niet met z’n allen op de Dijk staan om het feest te vieren: onze voorouders hebben deze teleurstelling ook al meermalen moeten meemaken. Gedeelde smart is halve smart, zullen we maar zeggen.

Met veel dank aan het Waterlands Archief, Dick Bond en Louis Stroek van het Volendams Museum, Stichting Artist Kom Binne, Piet Koning zetten, schrijver van vele boeken over Volendam, waaronder ‘Waarheid en Roddel’, Jaap Buijs, oud-wethouder namens het CDA (schrijver van het mooie boek Zalige Kermis) en Jan Schilder (Vik).

 

 

Fotogalerij

Spring- en glijvermaak met verjaardagsfeestje

Zaterdag was Amber Steur, die woont in de Wijnand Nieuwenkampstraat, jarig. Dus werd er een feestje gevierd met de kinderen uit de buurt. Op het grote grasveld achterom was een opblaasbaar spring- en glijtoestel geplaatst, waarop de kinderen zich volop konden vermaken.

 

Het weer werkte ook goed mee want de zon scheen volop. Tussen het glijden en hossen door konden we dit zomerse plaatje van de jongens en meisjes schieten. In de komende weken, met name in de derde week van de bouwvak, zullen er her en der in Volendam weer de bekende buurtfeesten worden gehouden, als afsluiting van de vakantie.

Ongetwijfeld zullen er dan weer vele glij-, spring-, hos- en waterspellen gehuurd worden.

Fotogalerij

Jack Mühren veertig jaar werkzaam in de Plantsoenendienst

In Restaurant Van den Hogen vond vrijdagavond een feestelijk samenzijn met diner plaats voor Jack Mühren. Hij was die dag 40 jaar werkzaam bij de Plantsoenendienst van de gemeente.

 

De jubilaris kreeg dit diner aangeboden van de gemeente en hiervoor waren zijn collega’s uitgenodigd, die cadeaus voor Jack Mühren en Netty Schilder hadden meegenomen. Mede door Jack’s inzet is de Plantsoenendienst een bloeiend bedrijf.

Ondanks dat Ajax aan hem trok (als groundsman) heeft hij toch voor de gemeente gekozen. Graag had hij het veld van FC Volendam willen onderhouden, maar dat is nu van kunstgras. Het werk bij de gemeente heeft Jack altijd met veel plezier gedaan.

Fotogalerij

Porsche uit de bocht gevlogen op Hoogedijk

Zondag rond 18.20 uur is een Porsche, die met hoge snelheid reed over de Hoogedijk te Katwoude, uit de bocht gevlogen. De auto kwam over de kop in de sloot te liggen. Door omwonenden zijn de vier inzittenden uit de auto gehaald.

 

Zij werden met ambulances naar het ziekenhuis vervoerd. Door de politie werd de Hoogedijk afgesloten, zodat de hulpdiensten ongestoord hun werk konden doen. Het auto- en fietsverkeer moest dus omkeren.

Na ongeveer een uur werd de weg weer opengesteld. De Porsche werd met een bergingswagen uit de sloot getakeld.

Fotogalerij

In de Nivo van vandaag, 15 juli 2020

Wij wensen iedereen veel leesplezier met onder andere de volgende onderwerpen:

• Liefde Is… Hein & Alie Koning zouden het weer precies hetzelfde doen
• KBO NIEUWS: Bankfilialen sluiten: geen oude schoenen weggooien voor je nieuwe hebt
• Cholera, pokken en Spaanse griep: de Volendammer kermis werd al eerder bedreigd (en geannuleerd) door besmettelijke ziekten
• Marcel Luttik draaide hand niet om voor volgepakt Ziggo Dome, maar zit nu in…
• Volendamse nabestaanden weten dat MH 17-proces lang gaat duren
• Geen kermis, maar wél (Gien-) Kermis CD!
• De oude Blokwhere leeft alleen nog voort in herinneringen
• ‘Dit hele gebeuren riekt naar onbehoorlijk bestuur’
• Van een oude school naar een fijne woonplek
• Joey en Jim: van Bahama’s en Azië naar isolatie en halve marathon op cruiseschip
• Harmonie vindt creatieve muziekoplossing voor onlangs uitgebreide terras
• PX Live en RTV Love vermaken publiek en tv-kijkers
• Een geliefde, verhalen vertellende meester is met pensioen
• Hotel Spaander, ‘l’Histoire se répète’!

Fotogalerij

Edammers verontrust over bouwplannen terrein ‘De Botter’

‘Dit hele gebeuren riekt naar onbehoorlijk bestuur’

Bewoners van de Edamse Pieter Claesstraat, Hendric Dirkszstraat en Pieter Teamszstraat zijn bezorgd over de mogelijke komst van achtentwintig nieuwe woningen in hun buurt. Op het terrein van de voormalige school ‘De Botter’ moeten deze huizen gaan verrijzen. Volgens de mensen uit de buurt worden het er te veel, waardoor zij denken dat er problemen zullen ontstaan. Daarbij voelen de burgers zich niet gehoord door de gemeente. Ze maken duidelijk dat het participatietraject rond de huizenbouw te wensen overlaat.
Door Laurens Tol

De buurtbewoners werden één keer uitgenodigd voor een inspraakavond. Op dat moment was er volgens Jampa Vredevoort nog weinig concreets bekend over de bouwplannen. Hij spreekt namens een groot aantal burgers ,,Wij weten pas sinds vorige week maandag dat er achtentwintig woningen komen. Met het bericht dat we slechts zeven dagen de tijd hadden om bezwaar te maken. Omdat wij hier tegenin zijn gegaan, zijn dat er veertien geworden. Je hebt het gevoel dat je overrompeld wordt door wat ze doen op het gemeentekantoor. Iemand heeft zomaar besloten om zoveel huizen te willen bouwen. Het aantal van achtentwintig lijkt al vast te staan”, vertelt Jampa.

[ads id=66]

Not done
Hij verhuisde ooit met zijn vrouw naar de Edamse buurt voor de rust. Die lijkt volgens hem met de aanstaande huizenbouw in het geding te komen. Hij kan moeilijk wennen aan het idee. ,,Vanmorgen keek ik zoals elke morgen uit mijn raam. Ik heb uitzicht uit op het weiland en kijk achter de N247 zo De Purmer in. Toen dacht ik: ik ben dit zometeen helemaal kwijt. De omgeving was een van de redenen om hier te gaan wonen. Deze ochtend kwam het besef goed bij mij binnen. Ik wil dit eigenlijk helemaal niet op deze manier, dacht ik. Ook niet voor mijn buren. Het plan dat er nu ligt, is ‘not done’ voor deze buurt.”

‘Je hebt het gevoel dat je
overrompeld wordt door
wat ze doen op
het gemeentekantoor’

Jampa heeft in buurtgenoot Ludo Voorn een medestander. Door de functie van projectleider in Amsterdam verkreeg hij veel ervaring op het gebied van bouwprojecten. Hij heeft net als Jampa weinig goede woorden over voor de plannen met zijn buurt. Dat wil niet zeggen dat hij per definitie tegen de komst van nieuwe woningen is. Ludo: ,,Je kunt best een rij huizen bouwen op het terrein van De Botter. Seniorenwoningen van één hoog bijvoorbeeld. Die zijn laag en daar kun je gewoon overheen kijken. Er is in Edam een tekort aan dit soort huizen. Maar ja, dan verdienen ze er niks aan. Het is dan niet rendabel om te exploiteren, zegt men. Terwijl De Botter nu al vijf jaar staat weg te rotten en er niks aan wordt verdiend. Wat is dan het probleem?”

Belegger
Het aantal van achtentwintig huizen en het daarmee verbonden verkeer is het grootste bezwaar van Jampa en Ludo. Volgens hen gaat dit ten koste van de leefbaarheid van de huizen die er al staan. ,,Ze willen bouwen tegen de tuin van een ander aan. Daardoor zitten onze buren straks de hele dag in de schaduw. Hier is volgens mij helemaal niet over nagedacht. Er lijkt meer aandacht voor financieel rendement dan kwaliteit van leefomgeving. Stedenbouwkundig gezien wordt totaal niet met ons rekening gehouden. En dan die termijn van zeven dagen om te reageren. Terwijl er nu veel mensen op vakantie zijn. De gemeente trekt zelf rustig een jaar voor zo’n plan uit.”
De situatie zit Jampa hoog. Hij heeft sterk het gevoel dat dit plan bij buurtbewoners door de strot wordt geduwd. Afgelopen week liet hij zijn wanhoop blijken op het gemeentekantoor. Jampa: ,,Meestal kom ik daar niet verder dan de balie. Toen ben ik even uit m’n slof geschoten. Ineens kreeg ik daarna wel iemand van de afdeling te spreken, maar veel schoot ik daar nog niet mee op. Ik heb ook mijn twijfels bij hoe dit project is aanbesteed. Wij kregen uit het niks te maken met het bedrijf Van Wijnen dat zei: hup, hier is het plan. Als ze zeggen: dit is een initiatief, een schets, waarom zijn er dan niet drie voorstellen? Daarom heb ik zoiets van: dit is wat het is en dit gaat er komen. Wat je ervan vindt of niet van vindt, maakt ze niks uit.”

Warmtepompen
De bedoeling is dat de nieuwe Edamse woningen ‘gasloos’ worden. Als energiebron wil de projectontwikkelaar kiezen voor warmtepompen. Jampa werkt bij een elektrotechnisch bedrijf, heeft ervaring met deze techniek en daarom zijn bedenkingen bij het gebruik ervan in zijn buurt. ,,Het worden luchtwarmtepompen die boven de grond staan. De meneer die ik hierop aansprak zei: ‘Deze maken geen geluid’. Ja, dag… antwoordde ik toen. Google er maar eens op, dan moet je eens kijken wat een bak ellende dat is. Deze warmtepompen worden op bergingen gezet en niet op huizen, omdat ze zo erg trillen. Ik heb op het werk vaak meegemaakt dat deze dingen na een tijdje nog meer vervelende problemen gaan opleveren. Maar dan hebben die mensen hun zakken inmiddels gevuld en zie je ze nooit meer.”

‘Er lijkt meer aandacht
voor financieel rendement
dan kwaliteit van leefomgeving’

Jampa wenst de luchtwarmtepompen onder geen beding in zijn buurt te hebben. Als alternatief stelt hij voor om te kiezen voor soortgelijke systemen in de grond. Maar een ander idee is volgens hem nog beter. ,,In Kwadijk zijn ze nu bezig met een pilot met stadsverwarming. Ze willen huizen daarop aansluiten. Waarom niet hetzelfde hier in de straat uitproberen? Dan heb je geen warmtepompen en zonnepanelen meer nodig. Je hoeft de leiding alleen maar een paar honderd meter door te trekken. Dan kunnen daarna nog veel meer huizen hier gebruik van maken.”
Al hebben de buurtbewoners grote twijfels bij het projectplan, de ‘inspraakfase’ is nog altijd niet voorbij. Ze hebben er daarom nog vertrouwen in dat de zaak ten goede zal keren voor hen. Toch zinspelen ze alvast op vervolgstappen als het huidige voorstel onveranderd blijft. Ludo: ,,Dit hele gebeuren riekt naar onbehoorlijk bestuur. Daarom zijn we zijn bereid om tot de Raad van State te gaan hiervoor. Ik heb daar al vaker mee te maken gehad in mijn werk. Maar dit is zeker niet ons doel. Het doel is dat we een fijne woonomgeving houden, ook met mogelijke nieuwe bewoners. Hopelijk kunnen we elkaar daarin vinden. We geven de hoop nog niet op.”

Foto: Afgelopen zondag kwamen de Edamse buurtbewoners samen om gezamenlijk bezwaar te kunnen aantekenen tegen de bouwplannen in hun wijk.

Een flyer met de onderstaande tekst is door de gemeente naar de omwonenden van De Botter gestuurd met de uitnodiging voor de informatieavond, die op 7 juli heeft plaatsgevonden. ,,Het is een oriënterend plan, waarbij nog niets definitief is. Gekeken wordt wat de mogelijkheden zijn.” Het is, aldus de woordvoerder van de gemeente, nog niet gezegd dat dit bouwplan in deze vorm doorgaat. Ook de wegversmalling is een punt van discussie. Hieronder de tekst uit de flyer:

Van een oude school naar een fijne woonplek
Aan de Hendrick Dirckszstraat staat nu de voormalige school voor openbaar onderwijs de Botter. Het plan is om deze locatie een nieuwe bestemming te geven. Projectontwikkelaar Van Wijnen wil op de plek van de oude bassischool 28 eengezinswoningen realiseren. Dat betekent dat het schoolgebouw wordt gesloopt en hier nieuwe huizen gebouwd worden. Het plan krijgt de naam De Botter.

De Botter in de toekomst
Met ons plan realiseren wij 28 eengezinswoningen. De woningen worden verhuurd aan mensen met een middeninkomen. Wij voorzien hiermee aan de vraag naar middeldure huurwoningen in de gemeente Edam-Volendam.
De woningen zijn verdeeld over drie woonblokken. Blok West telt vijftien rijwoningen waarvan de tuinen grenzen aan het water. Daartegenover ligt Blok Oost met acht rijwoningen. En Blok Noord bestaat uit vijf rijwoningen. De woonblokken staan naar elkaar toe waardoor De Botter een knus hofje wordt. De woningen worden uitgevoerd als twee lagen met een kap. Mede door de variatie in architectonische verschijningsvorm voegt het plan zich goed samen met de huidige wijk.
De eengezinswoningen krijgen een Fijn Wonenlabel. Hierdoor zijn de bewoners van De Botter straks gegarandeerd van een comfortabele woning die voldoet aan de laatste duurzaamheidseisen. Zo zijn de huizen energiezuinig, gasloos en helemaal klaar voor de toekomst. Lees meer over Fijn Wonen op www.fijn.com.

Initiatiefnemers
Projectontwikkelaar Van Wijnen wil de voormalige Botterschool een nieuwe bestemming geven.
Van Wijnen levert als ontwikkelende aannemer een bijdrage om het tekort aan woningen in Noord-Holland terug te brengen. Met Venster Architekten en Fijn Wonen is het stedenbouwkundige en architectonisch plan voor middeldure huurwoningen ontwikkeld.

Mobiliteit en parkeren
Van de 28 nieuwbouw woningen krijgen 22 een parkeerplek op eigen terrein. Daarnaast komen er nog 27 openbare parkeerplaatsen in het hofje. Hiermee beperken wij de auto in het straatbeeld.

Globale planning
Voordat het gebied helemaal klaar is, moet er veel gebeuren.
Het plan moet nog verder worden uitgewerkt en er wordt een bestemmingsplan gemaakt. De planning is afhankelijk van wanneer het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning is goedgekeurd. Onderstaand treft u een globale planning aan.
7 juli 2020: Informatie avond omwonenden
Augustus 2020: Afstemming gemeente
September 2020: Terugkoppeling omwonenden
September 2020: Start bestemmingsplanprocedure
1e/ 2e kwartaal 2021: Omgevingsvergunning
Medio 2021: Start bouw
Begin 2022: Oplevering

Veel voorkomende vragen en antwoorden
Waarom zijn middeldure huurwoningen gewenst?
In de gemeente Edam-Volendam is op dit moment eigenlijk geen aanbod van woningen met een middeldure huur. We hebben het dan over een huurniveau tussen circa # 850 en # 1.050,-. De huidige vraag zal naar verwachting komende jaren aanhouden en zelfs groter worden.
In de Woningwet is bepaald dat woningcorporaties sinds enkele jaren zich hoofdzakelijk moeten focussen op betaalbare huisvesting van huishoudens met de laagste inkomens. Het gaat hierbij om huurders met een maximaal jaarinkomen van # 39.000,- per jaar. Door deze aftopping komen mensen met een middeninkomen niet meer in aanmerking voor een sociale huurwoning en is er een tekort ontstaan in woningaanbod voor deze doelgroep. Ook is het voor deze groep moeilijker geworden om een hypotheek af te sluiten als ze een woning willen kopen.
De gemeente wil daarom het aanbod van middeldure huur en betaalbare koop verruimen voor starters en inwoners met een middeninkomen. Ook wil de gemeente huurders met een midden en hoger inkomen verleiden te verhuizen uit een sociale huurwoning, zodat deze woning weer beschikbaar komt voor de doelgroep.
De gemeente wil de kloof tussen de sociale huur en koop zo goed mogelijk overbruggen. Om doorstroming uit de sociale huur te stimuleren moeten de kansen voor midden en de hogere inkomens worden vergroot.
Dat zorgt ervoor dat de meeste mensen hun woonwensen passend kunnen realiseren en hun wooncarrière verder voort kunnen zetten. Gezien voorafgaande heeft de gemeente ingestemd om middeldure huurwoningen op de Botterschool locatie te realiseren.
Wat gebeurt er met de afsluiting bij de Hendric Dirckszstraat en de Pieter Claesstraat?
Op de Hendric Dirckszstraat en Pieter Claesstraat is in het verleden verkeerskundig een knip aangebracht. Nu de school met de verkeersaantrekkende werking er niet meer is, is het verkeerskundig niet meer noodzakelijk om afsluiting te handhaven. Daarnaast eisen ook de nood- en hulpdiensten (brandweer, ambulance en politie) dat de afsluiting wordt verwijderd zodat de woningen bij calamiteiten vanaf twee kanten te bereiken zijn.

 

 

Fotogalerij

Jubilarissen en kampioenen van Victory ‘55

Vrijdag vond in clubhome “De Schemerpit” de jaarvergadering plaats van tafeltennisvereniging Victory ’55. De avond werd goed bezocht en de leden werden welkom geheten door voorzitter Jacques van Westen.

 

Er was een terugblik op het turbulente jaar, want door het coronavirus kon er vier maanden niet getafeltennist worden in de eigen zaal. Twee leden werden gehuldigd, vanwege het feit dat zij 25 jaar lid zijn. Jan Mooijer en Cor Maas kregen een glazen plaquette aangeboden. Verder werden drie teams gehuldigd die kampioen geworden zijn in het afgelopen seizoen.

Dit zijn Team 1 (John Bond, Stefan Zwarthoed, Robbert Taalen en Theerakant Mangam), Team 2 (Michel Guyt, Ryan Loch, Jean-Paul van Westen en Jacques van Westen jr.) en Team 3 (Nick Klaver, Bojan Sergic, Remco Mulder, Wilco Roes en Edwin Roumimper).

Fotogalerij