Vandaag geopend: 08.00 - 17:30

All posts by De redactie

‘We steken veel vuurwerk af; dat is prima, maar kijk dan ook waar het belandt’

Opruimactie vindt navolging in de Broeckgouw

Afgelopen zaterdagochtend vond een tweede grote vuurwerk-opruimactie plaats in Volendam. Liesbeth Zwarthoed nam hiervoor het initiatief door een bericht te plaatsen op Facebook. Dit naar een voorbeeld van Kees Veerman, die een eerdere actie op touw zette. Om 10.00 uur ging een groep vrijwilligers aan de slag in Natuurpark de Broeckgouw, om het achtergebleven vuurwerkafval te verwijderen. Na twee uur opruimen, waren vele vuilniszakken vol met vuurwerkresten opgeruimd. De Nivo ging mee op pad.
Door Laurens Tol

Kees Veerman deelt de afvalgrijpers uit die hij heeft meegenomen in de kofferbak van zijn auto. Als iedereen is voorzien van een grijper, lopen de vrijwilligers in richting van het natuurpark.
De ene groep gaat de rechterkant op, de andere met Liesbeth Zwarthoed slaat linksaf. Zij kwam op het idee om de actie in haar buurt te organiseren. ,,Laatst zag ik een bericht op Facebook over de opruimactie van Kees Veerman op het middengebied. Met een groep mensen ruimde hij daarbij 1500 kilo aan afval op. Ik schrok zo erg van dat aantal. Dat bestaat niet op zo’n klein gebied, dacht ik. Zelf loop ik vaak met mijn hond door het natuurpark van de Broeckgouw. Daardoor zie ik vaak hoeveel vuurwerk en ander afval er ligt. Dat vind ik zonde van dit mooie park. Daarom besloot ik om er samen met andere mensen iets aan te gaan doen”, vertelt Liesbeth.

Verantwoordelijkheid
De opruimactie is niet bedoeld als statement tegen vuurwerk. ,,Ik heb van tevoren gezegd dat het niet uitmaakt of je voor of tegen vuurwerk bent. Iedereen mag meehelpen met opruimen. Het gaat erom dat het park weer schoon wordt. Zelf vind ik wel dat we een verantwoordelijkheid hebben. We steken met z’n allen veel vuurwerk af. Dat is prima, maar kijk dan ook waar het belandt. Wat je op je eigen straatje afsteekt, valt daar niet per se weer op neer. Door de wind en regen komt het vuurwerk overal terecht. Daar zit tegenwoordig ook veel plastic in, dat jaren blijft liggen.”
Intussen is Kees Veerman met zijn grijper bezig om vuurwerk en plastic te verwijderen uit een sloot. ,,Vroeger dachten ze dat plastic bleef liggen. Zo is het natuurlijk niet. Het vervalt tot minuscule deeltjes. In deze sloot valt het nog mee. Ik kan je ook plekken laten zien waar je met gemak twee zakken troep uithaalt. Met mijn vrouw ga ik regelmatig op pad om rommel op te ruimen. Toen er rond de jaarwisseling gigantische hoeveelheden vuurwerk met plastic in het milieu terechtkwamen, ging het mij storen. Ik ben toen begonnen met een opruimactie”, vertelt Kees.

Knetterballetjes
Even later stuit hij op een bank in het natuurpark, die lijkt te zijn verworden tot een hangplek voor jongeren. Kees stelt al het afval dat hij in de buurt vindt tentoon op het zitobject. Kort daarna ligt er een hoop met blikjes, vuurwerkresten en gebruikt verpakkingsmateriaal. ,,We zijn nu op één vierkante meter bezig en komen al zoveel troep tegen. Zo is het op elke centimeter. Het is werkelijk schrikbarend. Kijk, hier nog iets. Dit zijn de beruchte knetterballetjes. Hier liggen er miljarden van in ons milieu. We kunnen ze niet meer terugvinden, want ze zijn veel te klein.”
Wat Kees betreft mogen alle soorten van vuurwerk per direct worden verboden. ,,Ik ben absoluut voor een totaalverbod. Dat is makkelijker te handhaven dan dat je het vuurwerk gedeeltelijk aan banden legt. Ik zou het goed vinden als alleen de gemeente nog vuurwerk mag afsteken.”
Na afloop van de opruimactie komen de deelnemers weer samen bij het verzamelpunt aan de Den Oeverlaan. Minimaal twaalf vuilniszakken met vuurwerkresten en afval worden bij elkaar gelegd. Tevredenheid over het behaalde resultaat overheerst bij de vrijwilligers. Maar er is ook verbazing over de verontreiniging van het milieu in de buurt. Kees Veerman is zeker niet van plan om op te houden met opruimacties. ,,Ik ga ermee door en ook andere mensen mogen van harte meewerken. Samen staan we sterk, uiteraard. Geïnteresseerden kunnen zich bij mij opgeven. Mijn e-mailadres is: firmann.kase@gmail.com.”

Fotogalerij

Holocaustmonument Levenslicht onthuld op Kaasmarkt

Op 27 januari is het 75 jaar geleden dat het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz werd bevrijd. Over heel de wereld wordt daar bij stilgestaan. Om ook stil te staan bij de Holocaustslachtoffers uit onze gemeente, is van 22 januari tot 2 februari het tijdelijke Holocaustmonument Levenslicht te zien op de Kaasmarkt in Edam (22-25 januari), de Raadhuisstraat in Oosthuizen (26-30 januari) en Art hotel Spaander in Volendam (31 januari-2 februari).

 

Het monument maakt deel uit van een landelijk project van het Nationaal Comité 4 en 5 mei waaraan meer dan 150 Nederlandse gemeenten deelnemen. Zo staat Nederland gezamenlijk stil bij de verschrikkingen van de Holocaust. Op woensdag om 19.00 uur werd Levenslicht door burgemeester Sievers en Mick Nolte, voorzitter Stichting Joods Verleden Edam, onder grote belangstelling onthuld op de Kaasmarkt.

Fotogalerij

Rondleidingen door LOVE-studio in kader van “Best of 7”

Op 14 januari zijn de rondleidingen door de L.O.V.E. radio- en televisiestudio voor de leerlingen van groep 7 van de basisscholen van het SKOV weer van start gegaan. Daarbij wordt hen door afwisselend verschillende medewerkers van de L.O.V.E. alles verteld over radio- en televisie maken en mogen zij zelf regie voeren en de knoppen en camera’s bedienen.

 

Alweer voor het vijfde jaar vindt dit project plaats. Dit in aanloop naar de ‘Best of 7’ 2020 TV-productie die op 12 juni in de PX zal worden opgenomen, waarbij zo’n 250 leerlingen aanwezig zullen zijn.

De leerlingen hebben daarvoor als opdracht gekregen het maken van een maximaal 4 minuten durende spreekbeurt op video. Iedere groep stuurt het filmpje, dat zij het beste, het meest interessante of het leukste vinden in naar de L.O.V.E., waarna een jury de filmpjes zal beoordelen.

Fotogalerij

Zaterdag 1 verliest ook van DETO

De zaterdag 1 is het jaar 2020 slecht begonnen; na het verlies vorige week uit bij HZVV was het nu laagvlieger DETO dat de punten meenam uit Volendam. Volendam nam vanaf het eerste fluitsignaal het initiatief en DETO speelde op de counter.

 

Bij een zo’n tegenaanval ging er een verdediger in de fout en was het 0-1. Joey Tol benutte een penalty na een overtreding op Jens Kras maar toch kwam DETO voor rust nog op een voorsprong, door een verkeerde inschatting van de Volendammer keeper.

Na rust waren er nog genoeg kansen voor Volendam maar deze waren niet besteed aan de aanvallers. Toen DETO ook nog kort voor het einde de derde treffer maakte, was de wedstrijd over en uit en was een nieuwe nederlaag een feit.

Fotogalerij

Manuela Hoogstraaten helpt werkgevers en mensen met kanker in Huis aan het Water n

Kanker op de werkvloer

De diagnose kanker heeft een enorme impact. Niet alleen op de patiënt zelf, ook het leven van vrienden, familie en collega’s staat op zijn kop. Voor een werkgever of leidinggevende is het soms extra lastig als een werknemer kanker krijgt. Zij willen hun werknemer uiteraard zo goed mogelijk ondersteunen, maar krijgen opeens ook te maken met allerlei (soms onbekende) zaken die geregeld moeten worden. Ook zij kunnen terecht in Huis aan het Water, dat sinds kort speciale ondersteuning en advies levert aan werkgevers.
Door Leonie Veerman

Al ruim een jaar werkt Manuela Hoogstraaten als re-integratieadviseur voor Huis aan het Water, waar zij zowel werknemers als werkgevers bijstaat. „Ik kan langskomen voor een eenmalig adviesgesprek, maar ook volledige re-integratie trajecten op maat aanbieden”, vertelt Manuela. Als ervaringsdeskundige weet zij maar al te goed wat een impact kanker kan hebben, met name op de werkvloer.
De 53-jarige Manuela uit Hoorn kwam in 2015 zelf als patiënt in Huis aan het Water terecht. „Ik heb Cystenieren”, vertelt de vriendelijke blondine, „dat is een erfelijke nierziekte. Door een aangeboren afwijking in een bepaald gen groeien er voortdurend cysten in mijn nieren. Sommigen wel zo groot als een sinaasappel. Ik had de pech dat er ook in mijn lever cysten groeiden. In 2017 heb ik al een nieuwe lever ontvangen, op dit moment wacht ik nog op een nieuwe nier.”
Dan slikt zij even. „Maar de wachtlijsten zijn erg lang, met name voor nieuwe nieren, er zijn op dit moment erg veel patiënten die op een nieuwe nier wachten. Maar ik houd de moed erin, ik hoop dat er met de komst van de nieuwe donorwet meer nieren beschikbaar komen. Al besef ik me dat deze wet nog veel weerstand oproept bij sommige mensen.”
Voordat Manuela ziek werd, speelde haar werk een belangrijke rol in haar leven. „Ik ben altijd enorm ambitieus geweest. Meestal werkte ik wel zo’n 50 a 60 uur in de week en daar kon ik dan echt van genieten.”
In 2013 kwam daar verandering in. „Toen ik ziek werd was ik fysiek niet meer in staat om op dezelfde voet verder te gaan, terwijl ik geestelijk nog steeds dezelfde gedreven werknemer was.”
„Ik weet uit ervaring dat zowel werknemers als de werkgevers worden geconfronteerd met een hoop uitdagingen: De fysieke en mentale beperkingen van de werknemer, het inschakelen van de bedrijfsarts en alle (zakelijke) beslissingen die in dat traject genomen moeten worden. In 2016 nam het UWV het besluit dat ik volledig duurzaam arbeidsongeschikt was en recht had op een WIA-uitkering. Na twee jaar ziekte stopte de loondoorbetalingspicht van de werkgever. Mijn werkgever had het recht om mij te ontslaan. Dat was erg zwaar. Mijn werk betekende erg veel voor mij en het was erg moeilijk om te accepteren dat ik dat deel van mijn identiteit kwijt was. Nu wil ik andere werkgevers en werknemers graag de ondersteuning bieden die ik zelf in die periode gemist heb.”

‘Ik weet uit ervaring
waar de werknemers
en de mensen met kanker
allemaal mee te maken
krijgen op het werk,
en wil de ondersteuning
bieden die ik zelf
zo gemist heb’

Inmiddels werkt Manuela al ruim een jaar op vrijwillige basis als re-integratieadviseur en -coach voor het Huis aan het Water. „Wat mij opvalt is dat er vaak te weinig informatie verstrekt wordt. Dit is begrijpelijk, want niet alle werkgevers zijn zelf helemaal goed op de hoogte van de wet- en regelgeving op het gebied van re-integratie wanneer hun werknemer kanker heeft. Het is dan ook raadzaam om op zo’n moment tijdig hulp van een adviseur in te schakelen. Het geeft een hoop rust als iedereen weet waar ze aan toe zijn en duidelijk is wat er allemaal moet gebeuren.”
Van los advies tot totaal re-integratietraject
„Als het om kanker gaat, heeft Stichting Huis aan het Water echt alles in huis om werkgevers en werknemers te helpen en adviseren”, stelt Manuela. „En dat is zeer waardevol, want kanker is qua ziekte en behandeling bijna niet te vergelijken met andere ziekten. Bij de bedrijfsarts zie je vaak dat deze volgens een standaard format werkt. Maar iemand met kanker heeft een ander format nodig dan iemand met bijvoorbeeld een burn-out of een gebroken been. Daarnaast is het behandeltraject en de prognoses per kanker soort ook nog eens zeer divers.”
Manuela: „Als je de diagnose kanker krijgt, stort de wereld van de patiënt helemaal in. Het is een ingrijpende ziekte die de patiënt volledig in zijn greep houdt, tijdens de behandeling zit je in de overlevingsstanden, daarna word je vaak flink aan het denken gezet over bijvoorbeeld identiteit, het leven, de dood en zingeving. Daar moet je als werkgever niet te licht mee omspringen, en het behoeft soms dan ook een andere aanpak dan bij een willekeurig ander ziektebeeld.”
Manuela pleit er dan ook voor om zowel de werknemer als de werkgever gedurende het hele re-integratietraject te ondersteunen en te begeleiden. „En daarbij richt ik mij zowel op praktische zaken, zoals het UWV, de formulieren, de Wet poortwachter en de gesprekken met de bedrijfsarts, als op de minder tastbare zaken, zoals de communicatie tussen de werkgever en werknemer.”
„Het voordeel van het Huis aan het Water is dat we hier met een uitgebreid pakket aan bouwstenen werken, waarmee we het re-integratietraject helemaal op maat kunnen inrichten”, aldus Manuela.
De mogelijkheden daarbij zijn eindeloos: Huis aan het Water heeft gespecialiseerde (kinder-) psychologen en psychiaters, een lifestyle coach, een diëtist en bijvoorbeeld ook een financieel adviseur (als kankerpatiënt kunnen je inkomsten soms flink afnemen), daarnaast zijn er sportfaciliteiten en worden er verschillende activiteiten georganiseerd, waaronder yoga, culinaire werkplaats, inloopatelier en kinderen en jongeren activiteiten.” Een deel van het re-integratietraject wordt vaak vergoed door de verzekering, zoals psychosociale ondersteuning en fysiotherapie”, vertelt Manuela, „maar voor zaken zoals yoga vragen wij een kleine bijdrage. Samen met de werkgevers maken we duidelijke afspraken over de aanpak, zodat vooraf ook duidelijk is wat de kosten zijn.”
Manuela’s aanpak is altijd gericht op het positieve. „Het belangrijkste is dat de werknemer en werkgever goed met elkaar in gesprek blijven en er samen uit komen. Daarbij blijft de werknemer in de ideale situatie zo veel mogelijk aan het werk. Soms is dat in de huidige functie niet meer mogelijk en zoeken we als dat mogelijk is samen naar passend werk bij de eigen werkgever. Het uitgangspunt is dat de werknemer uiteindelijk terugkeert in de oorspronkelijke functie. Dat is natuurlijk niet altijd mogelijk, maar zolang er sprake is van een goed gesprek en duidelijke afspraken kunnen we het traject zo soepel mogelijk laten lopen voor beide partijen.”

Niels van den Weerd van Groenhart: Vooral kleine ondernemers zullen veel baat hebben bij de hulp van Manuela
Onlangs sponsorde Groenhart, de groothandel in (professionele) gereedschappen, ijzerwaren en bouwmaterieel, een aantal accuboren aan Huis aan het Water. Als tegenprestatie voor deze gulle gift kwam Manuela langs voor een adviesgesprek ‘kanker en werk’, bij dit grote familiebedrijf.
De 41-jarige Niels van den Weerd is werkzaam op de afdeling HR/P&O bij Groenhart, en heeft dit adviesgesprek als zeer positief ervaren:
„Bij ons op het werk hebben we ook ervaring met een medewerker die kanker heeft. Dit is een van de winkelmedewerkers van onze zaak in Purmerend, een erge fijne collega die hier al heel lang werkt. Dat heeft een enorme indruk gemaakt op de hele organisatie, en in het bijzonder op de collega’s die nauw met hem hebben samengewerkt.
Omdat wij een groot bedrijf zijn met een eigen afdeling HR/P&O hebben we gelukkig voldoende kennis in huis om met een deze heftige situatie als deze om te gaan. Toch vond ik het adviesgesprek met Manuela erg interessant. Ze heeft goed kunnen uitleggen wat Huis aan het Water allemaal voor ons als werkgever zou kunnen betekenen. Ik vind het mooi dat ze vanuit Huis aan het Water begeleiding kunnen bieden in alle aspecten van de ziekte en alles wat er daarnaast nog bij komt kijken. Vooral voor kleinere ondernemingen die bijvoorbeeld maar vier of vijf mensen in dienst hebben zullen volgens mij veel baat hebben bij de hulp die Manuela vanuit Huis aan het Water kan bieden. Als je als werkgevers niet op de hoogte bent van alle regels, is het heel erg belangrijk dat je je goed laat informeren.”

 

Fotogalerij

Frank Tuijp: eigen praktijk én fysiotherapeut bij FC Volendam

Ervaringsdeskundige met eigen visie

Aantrekkelijk voetbal en prestaties gaan momenteel bij FC Volendam hand in hand en zorgen voor positieve attentiewaarde. Achter de schermen maakt fysiotherapeut Frank Tuijp deel uit van het team dat de mogelijkheden, waarop de spelers fysiek kunnen worden belast en bewegen, vergroot. Frank, die in Gympact een eigen fysiopraktijk runt, treedt voor even uit de schaduw.
Door Eddy Veerman

Onlangs stond in deze krant dat, toen bekend werd dat FC Volendam-voetballer Gerry Vlak (en naderhand ook Berry Smit als trainer) volgend seizoen voor IJsselmeervogels gaat uitkomen, hij de eerste Volendammer is, die als speler naar de ‘Rooien’ gaat. Dat klopt niet helemaal. Frank Tuijp ging hem voor, nadat hij zijn opleiding bij de FC had genoten: ,,Alleen heb ik nooit een officiële wedstrijd in het eerste gespeeld. Het is zeven jaar geleden en ik studeerde nog Fysiotherapie, kon daardoor onvoldoende trainen. Daarom heb ik de eer aan mezelf gehouden.”
Zijn ervaringen als sporter, in goede en minder goede tijden, brachten hem de fascinatie voor het menselijk lichaam. ,,Dat is deels ontstaan door hetgeen mezelf is overkomen. En deels uit natuurlijke interesse voor het lichaam. Ik wilde op jonge leeftijd als voetballer het onderste uit de kan halen, qua fysiek. Dat kwam door mijn mindset en mijn – soms zware – blessures. Als ik terugkijk, had het nog veel beter gekund. Met de kennis die ik nu heb.”
,,Toen was er één manier van revalideren, nu wel twintig verschillende. Door die bredere en completere aanpak krijg je een beter revalidatieproces, kom je nóg sterker terug, met verminderde risico’s op terugkeer van blessures.”

‘Ik had gelukkig
een goede stagebegeleider.
Maar ik legde de lat
voor mezelf steeds hoger.’

,,Zelf bleef ik altijd klachten houden. Daar kon ik niet tegen. De angel van mijn werkelijke fysieke probleem kwam er niet uit. Dus elke keer leek ik topfit en conditioneel sterk, maar bam… dan gebeurde er weer iets. Met een lullige activiteit. Op een gegeven moment was ik het zat. En dacht ik ook: als ik ooit een sporter in mijn praktijk krijg met zo’n blessure, moet ik degene zijn die hem of haar – topsporter of recreant – met die brede aanpak écht fit uit de revalidatie laat komen.”
,,Op school leer je een breed basispakket en krijg je een rugzakje mee. En als dan aan het werkzame leven begint, begin je eigenlijk opnieuw, want je weet nog niks van de praktijk. Ik had gelukkig een goede stagebegeleider. Maar ik legde de lat voor mezelf steeds hoger. Liep daarbij tegen bepaalde situaties aan, waarbij ik dacht: dit kan nóg beter. Daarom wilde ik mezelf doorontwikkelen en ben ik de Master-opleiding gaan volgen. Om mijn rugzak nog meer te vullen.”
,,Met onder meer manuele therapie. Ik las en leerde veel, deed in de Master-opleiding nóg meer wetenschappelijke kennis op en ik kon het toepassen op sporters. Zoals ik voor aanvang van dit seizoen – wetenschappelijk onderbouwd – de schema’s voor de spelers van FC Volendam heb gemaakt.”
,,Soms lijkt iemand qua revalidatie klaar, maar merkt dat hij of zij bij een hele specifieke sportbeweging toch pijn houdt. Wat de sporter belemmert om een voorzet, smash of worp te maken. Dan is dat aspect heel belangrijk, die angel wil ik er altijd uithalen. Dan rust ik niet voordat diegene pijnvrij wordt, maar ook blíjft. Dat laatste, da’s héél belangrijk.”
,,Een simpel voorbeeld: als je er voor kunt zorgen dat iemand met artrose zijn of haar operatie kan uitstellen of er zelfs voor kunt zorgen dat die ingreep kan worden gecanceld, dat kan voor die persoon enorm veel betekenen. Voorheen werden mensen met een hernia aan de lopende band geopereerd, maar inmiddels is dat achterhaald, omdat we weten dat actieve training geeft en verhelpt. Als je dat in mentaal opzicht bij mensen kunt overbrengen, dan zijn we goed bezig.”
,,En dat betekent niet dat je iemand simpelweg alleen aan enkele apparaten krachttrainingsoefeningen laat doen, maar ook sportspecifieke oefeningen aanreikt. Je deelt de componenten op. Voor een op maat gemaakt traject wat je nodig hebt als voetballer, of als patiënt met artrose, of een persoon die tien kilometer wil wandelen.”
,,Als je nog een laag verder gaat en stelt dat je de bilspier wilt trainen: bij welke oefening krijg ik dan de meeste activiteit van die bilspier? Bereik je die met een squat maximaal of is daar nog een andere oefening voor? Dat vind ik het mooie aan dit vak. Als iemand terugkeert van lang blessureleed en zich fitter voelt dan daarvoor, dat is prachtig. Kijk naar Boy Deul, de aanvaller van FC Volendam.” Tijdens de voorbereiding op dit seizoen wandelde Frank nog met hem langs de zijlijn en deed enkele specifieke oefeningen. Inmiddels heeft hij zijn tweede volle wedstrijd achter de rug.

‘Ik vraag altijd om
reflectie; dat is
niet altijd even leuk,
maar wél belangrijk
voor je zelfontwikkeling’

,,Dat is mijn drive. Bij de FC krijg ik de ruimte om specifiek aan de slag te gaan en er wordt kritisch gekeken. Als ik iets maak, wordt dat geobjectiveerd door anderen. We sparren, je krijgt continue feedback en kijken telkens of er een aanpassing nodig is. En dat vind ik leuk, want dat houd je scherp. En de kennis die ik daar opdoe, kan ik implementeren in mijn praktijk en vice versa.”
,,Als je de blessurecijfers omlaag ziet gaan en de sporter en persoon sterker ziet worden, dat is top. En qua studie ben ik nooit klaar. En ik moet zeggen dat mijn interesse daarbij fluctueert. Afgelopen maanden heb ik twee schoudercursussen gevolgd, de schouder vind ik persoonlijk het meest interessante gewricht, omdat het zo complex is. Er is geen gouden standaard voor. Daarom vind ik het mooi om de kennis van de cursus, het wetenschappelijke én mijn eigen visie, om die cocktail te mixen. Je krijgt tijdens die dagen onwijs veel kennis aangereikt van mensen die er heel veel verstand van hebben, dat neem je mee, maar je past vervolgens ook je eigen visie toe in de praktijk.”
Aanvankelijk bleef hij hangen op zijn stageadres, bij Guido Couwenberg. ,,Dat is een grote meneer in de voetbalwereld, van wie ik onwijs veel heb geleerd. Ik wilde stappen maken, voelde het vertrouwen om op eigen benen te staan. Timo de Jong van Gympact vroeg vervolgens een gesprek aan. Ik had al mijn eigen praktijknaam, FTC Volendam en ben daarna bij Gympact verder gegaan.”
,,De combinatie van de selectie van FC Volendam en een eigen praktijk is geweldig. Het werken bij FC Volendam geeft uiteraard een positieve impuls en motivatie. Binnen dat medische team heeft ieder zijn specialiteit en kijk op zaken. Het is eigenlijk een samensmelting van kennis en dan kun je kwaliteit leveren. En als je kijkt welke stappen spelers gemaakt hebben, dat is gigantisch. En wie weet waar het nog heen gaat.”
,,Ik vraag altijd om reflectie. Dat is niet altijd even leuk, maar wél belangrijk voor je zelfontwikkeling, daar word je beter van. De lat bij de FC ligt hoog, er wordt hoger dan eredivisieniveau geëist. Ik ben er inmiddels met allerlei mensen uit ons vakgebied in aanraking gekomen, dat verbreed mijn horizon. Soms heeft een lichaam een andere aanpak nodig. Dat kan verrassend zijn en daar moet je open voor staan.”
,,Mijn drive is en blijft om elke dag bij te leren, om mensen beter te kunnen behandelen en vertrouwen te geven.”
Voor vragen is Frank Tuijp bereikbaar op 06-28680626.

Fotogalerij

Lezing over “De Ruimte” door astronaut André Kuipers

De vierde lezing in het seizoen van het Nut Departement Edam was dit keer door de Nederlandse astronaut André Kuipers, die twee ruimtemissies op zijn naam heeft staan. De verwachting was vooraf dat er veel belangstelling zou zijn voor deze lezing van ’t Nut en daarom werd deze verplaatst.

 

Er werd uitgeweken naar de Nicolaaskerk aan de Voorhaven, waar meer mensen in kunnen. De lezing door André Kuipers over “De Ruimte” was uitverkocht met 300 belangstellenden.

Zij beleefden een boeiende avond, waar André Kuipers over het ontstaan van de reizen naar de ruimte vertelde en er prachtige foto’s en beelden van zijn twee missies naar het ruimtestation ISS op de schermen te zien waren. Pro deo werd de lezing door de Nederlandse astronaut verzorgd.

Fotogalerij

Voorleesontbijt met Dieuwertje Dir in “Diedel Dumpie”

Dit jaar deed Kinderdagverblijf Diedel Dumpie aan de Achterhaven 89b weer mee met de nationale voorleesdagen 2020 en het voorleesontbijt. De Nationale Voorleesdagen zijn van woensdag 22 januari tot zaterdag 1 februari.

 

Centraal staat het Prentenboek Moppereend. Doelstelling van deze jaarlijkse campagne is het stimuleren van voorlezen aan kinderen die zelf nog niet kunnen lezen. In het kader hiervan kwam Dieuwertje Dir voorlezen op woensdagmorgen in Diedel Dumpie. Dieuwertje Dir is actrice en speelt de rol van Superjuffie in de gelijknamige film.

Ook speelde zij de rol van de vriendin van Mees Kees in de film Mees Kees langs de lijn. Zij las voor uit het prentenboekboek “Moppereend”. Ervoor was er nog een voorleesontbijt om 9.30 uur. De lekkere broodjes waren weer verzorgd door Bakker Gorter.

Fotogalerij

Nieuwe beschoeiing op het Bagijnenland

Vanaf de brug bij de Bierkade tot aan de Wijngaardsgracht wordt momenteel de hardhouten beschoeiing van de gracht langs de Graaf Willemstraat tegenover het Bagijnenland in Edam vernieuwd.

 

Om goed bij de kade te kunnen komen is een grote graafmachine op een ponton op het water geplaatst. De werkzaamheden schieten al aardig op en het ziet er naar uit dat het vernieuwen van de beschoeiing deze week nog gereed komt. Het komt er weer keurig netjes uit te zien en als het werk klaar is, is de kijk er weer voor tientallen jaren vanaf.

Fotogalerij

‘Het is een beetje als je eerste verliefdheid. Die blijft je altijd bij’

Volendam maakt onuitwisbare indruk op Shamshad Said-Ali

,,Volendam was de eerste plek waar ik me thuis voelde na het gedwongen vertrek uit Afghanistan”, vertelt Shamshad Said-Ali. Hij is inmiddels 31 jaar oud, maar was pas elf jaar toen hij vlak na de eeuwwisseling arriveerde in ons dorp. De geboren Afghaan sloot vrijwel meteen aan in groep 6 van de J.F. Kennedyschool, bij meester Jaap Bont (Drum). Shamshad werd opgenomen door de klas en deed mee aan het sociale leven in Volendam. Het was voor hem daarom een tegenvaller dat zijn ouders na twee jaar alweer wilden vertrekken naar Enschede. Nadien woonde Shamshad jarenlang in het oosten van het land, totdat hij op 27-jarige leeftijd een sprong in het diepe waagde. De avonturier vertrok naar de wereldstad Londen. Zijn binding met Volendam raakte hij echter nooit kwijt.
Door Laurens Tol

Vertaler worden in Engeland leek hem wel wat. Shamshad beheerst minstens vijf talen vloeiend. Zo makkelijk ging het echter niet. Hij begon in de Engelse hoofdstad als bandenverkoper.
Daarna werkte hij een jaar in een Indisch restaurant. Inmiddels heeft hij zijn doel bereikt. Hij heeft zijn leven op de rit en krijgt aansprekende klussen als vertaler. ,,Ik werk voor een bedrijf dat mij opdrachten geeft. Ze sturen mij bijvoorbeeld naar scholen, huisartsen, sociaal werk en dergelijke instanties. Ook word ik weleens ingezet voor het Britse leger. Als zij voor een halfjaar naar Afghanistan gaan, krijgen ze een training van een paar weken. Ik moet dan naar een legerbasis komen om hen als tolk wat te leren over de manier van praten in dat land. De soldaten merken dan wat de culturele kenmerken zijn en ik adviseer ze over hoe daarmee om te gaan”, vertelt Shamshad.

‘Net als veel
andere mensen
hebben wij moeten
vluchten voor
ons leven’

Naast Afghaans, Engels en Nederlands, spreekt hij Russisch en Oekraïens. ,,Die laatste twee talen spreek ik, omdat mijn moeder oorspronkelijk uit Oekraïne komt. Mijn vader leerde haar daar kennen toen hij studeerde in de Sovjet-Unie. Vandaar dat ze vaak Russisch tegen elkaar spraken en dat heb ik toen opgepikt. Later heb ik ook leren lezen en schrijven in zowel het Oekraïens als het Russisch. Het is heel interessant om af en toe te variëren tussen talen en culturen.”
Nog vaak denkt Shamshad terug aan zijn periode in Volendam. Voordat zijn familie een huis in de Willem Runderkampstraat kreeg toegewezen, maakten ze in Ommen en Winschoten al kennis met Nederland. ,,Mijn eerste indruk van Volendam was meteen goed. Ik sprak de Nederlandse taal al, maar nog niet heel goed. Destijds was ik een heel verlegen persoon. Toch raakte ik op een gegeven moment wel bevriend met mensen die een beetje waren zoals ik. Ik heb een heel leuke tijd gehad. Daarom vond ik het erg jammer dat we weggingen.”
Zijn ouders hadden redenen om naar Enschede te verhuizen. ,,Daar wonen veel Afghaanse mensen en in Volendam niet. Ook was er in Enschede een Afghaanse weekendschool. Ze wilden graag dat ik daar naartoe ging met mijn broers en zus. Dit om de Afghaanse taal en cultuur niet helemaal kwijt te raken. Ik vond het in het begin heel moeilijk om te wennen in de nieuwe woonplaats. Het was niet zo’n makkelijk jaar, want ik verhuisde toen ik in de brugklas zat. Ik kende er niemand. Daarom ben ik nog lange tijd blijven bellen met mijn Volendamse vrienden.”

Omzwervingen
Naarmate de tijd vorderde, raakte Shamshad gewend in Enschede. Na zijn middelbare schooltijd ging hij Informatica studeren aan de Hanzehogeschool en verhuisde daarvoor naar Groningen. Door al zijn omzwervingen over de wereld gaat de aanpassing aan nieuwe omstandigheden inmiddels makkelijker. ,,Als je perspectief eenmaal groot is geworden, dan sta je niet meer zo stil bij: ik mis mijn basisschool of ik mis Volendam. Toen ik net in Enschede kwam, had ik plannen om te studeren in Amsterdam zodat ik dan in Volendam kon wonen. Tegen de tijd dat ik voor de keuze stond, had ik andere denkbeelden gekregen. Ik groeide een andere kant op, net als iedereen.”
Shamshad kwam nog regelmatig terug voor een bezoek aan Volendam. ,,De laatste keer dat ik er weer was, merkte ik dat het dorp veel van zijn bijzondere karakter was kwijtgeraakt. Er was veel nieuwbouw bijgekomen en de oude Kennedyschool was weg. Ik kon er mijn weg nog vinden, maar aan de andere kant ook weer niet. Het overvalt je een beetje. Toen ik na vijftien jaar terugkwam in Afghanistan, zag ik hetzelfde. De buurt waar ik gewoond had, was totaal veranderd. Je hebt het gevoel alsof je iets is aangedaan. Toch besef ik dat dit het leven is. Je moet verder groeien.”
Shamshad werd geboren in Afghanistan en bracht daar de eerste jaren van zijn leven door. Totdat het voor hem en zijn familie noodzakelijk werd om te vluchten. ,,Mijn vader werkte vroeger bij het Afghaanse Ministerie van Cultuur. Toen de overheid van het land viel, kwam de Taliban aan de macht. Veel voormalige medewerkers van de overheid werden door deze groepering vervolgd. Mijn vader liep nog meer gevaar, omdat hij heeft gestudeerd in de Sovjet-Unie. In de ogen van de Taliban had hij samengewerkt met de vijand. Daar kwam nog bij dat mijn moeder geen moslim was. Ze vonden het niet goed dat mijn vader trouwde met een niet-moslim.”

‘Je moet jezelf
de kans geven
om de wereld
te ontdekken’

Het werd de familie onmogelijk gemaakt om nog langer te blijven wonen in Afghanistan. ,,Mijn ouders werden voortdurend lastiggevallen. Ze hadden veel problemen door mijn vaders verleden. Hij ging ook in verzet tegen het nieuwe regime. Zo verspreidde hij pamfletten om bijvoorbeeld buitenlands nieuws kenbaar te maken. De Taliban verbood alles dat afweek van hun eigen normen en waarden. Iedereen die werd opgepakt, werd direct veroordeeld. De zwaarste straf was uiteraard de doodstraf. Op die manier zijn veel mensen aan hun einde gekomen. Als wij langer waren gebleven, was het voor ons ook verkeerd afgelopen. Daarom zijn wij vertrokken.”
Shamshad vluchtte samen met zijn moeder Bogdana, zus Christina en broer Talib-Jan naar Nederland. Zijn vader zat op dat moment nog in gevangenschap. Maanden later kwam hij vrij, waarna hij Afghanistan werd uit gesmokkeld. Hij kwam in een Eindhovens asielzoekerscentrum terecht, nog niet in de buurt van zijn familie. Een overplaatsing naar een Amsterdams onderkomen bracht daar verandering in. Het werd Shamshads vader toegestaan om bij zijn familie in Volendam te wonen, maar hij moest zich nog wel wekelijks melden bij het asielzoekerscentrum.
Shamshad is ondanks alles blij met hoe het is afgelopen met zijn familie. ,,De toekomst van mijn ouders is ze ontnomen. Net als veel andere mensen hebben wij moeten vluchten voor ons leven. Wij hebben gelukkig ‘status’ en staatsburgerschap gekregen in Nederland. Er zijn ook mensen uit Afghanistan en andere landen die jarenlang in onzekerheid moeten leven. Moet je nagaan hoe het is als je twintig jaar ergens woont en dan alsnog te horen krijgt dat je weg moet. Terwijl je kinderen hebt van achttien, negentien jaar die volledig zijn geworteld in het land.”
Inmiddels woont Shamshad al bijna vijf jaar in Londen. Er zijn zeventien jaar verstreken sinds zijn vertrek uit Volendam. Toch zal zijn periode in het dorp hem nooit loslaten. Nooit zal hij vergeten hoe goed hij er is opgevangen. ,,Het is een beetje als je eerste verliefdheid. Die blijft je altijd bij. Zo is ook mijn gevoel ten opzichte van Volendam. Er is veel veranderd sinds ik er wegging. Op social media zie ik dat oud-klasgenoten inmiddels kinderen hebben. Het hoort erbij. Het leven gaat door en soms denk je nog weleens terug. Toch kun je niet stil blijven staan. Je moet jezelf de kans geven om de wereld te ontdekken.”

Fotogalerij