Vandaag geopend: 08.00 - 17:30

All posts by De redactie

‘Het is een beetje als je eerste verliefdheid. Die blijft je altijd bij’

Volendam maakt onuitwisbare indruk op Shamshad Said-Ali

,,Volendam was de eerste plek waar ik me thuis voelde na het gedwongen vertrek uit Afghanistan”, vertelt Shamshad Said-Ali. Hij is inmiddels 31 jaar oud, maar was pas elf jaar toen hij vlak na de eeuwwisseling arriveerde in ons dorp. De geboren Afghaan sloot vrijwel meteen aan in groep 6 van de J.F. Kennedyschool, bij meester Jaap Bont (Drum). Shamshad werd opgenomen door de klas en deed mee aan het sociale leven in Volendam. Het was voor hem daarom een tegenvaller dat zijn ouders na twee jaar alweer wilden vertrekken naar Enschede. Nadien woonde Shamshad jarenlang in het oosten van het land, totdat hij op 27-jarige leeftijd een sprong in het diepe waagde. De avonturier vertrok naar de wereldstad Londen. Zijn binding met Volendam raakte hij echter nooit kwijt.
Door Laurens Tol

Vertaler worden in Engeland leek hem wel wat. Shamshad beheerst minstens vijf talen vloeiend. Zo makkelijk ging het echter niet. Hij begon in de Engelse hoofdstad als bandenverkoper.
Daarna werkte hij een jaar in een Indisch restaurant. Inmiddels heeft hij zijn doel bereikt. Hij heeft zijn leven op de rit en krijgt aansprekende klussen als vertaler. ,,Ik werk voor een bedrijf dat mij opdrachten geeft. Ze sturen mij bijvoorbeeld naar scholen, huisartsen, sociaal werk en dergelijke instanties. Ook word ik weleens ingezet voor het Britse leger. Als zij voor een halfjaar naar Afghanistan gaan, krijgen ze een training van een paar weken. Ik moet dan naar een legerbasis komen om hen als tolk wat te leren over de manier van praten in dat land. De soldaten merken dan wat de culturele kenmerken zijn en ik adviseer ze over hoe daarmee om te gaan”, vertelt Shamshad.

‘Net als veel
andere mensen
hebben wij moeten
vluchten voor
ons leven’

Naast Afghaans, Engels en Nederlands, spreekt hij Russisch en Oekraïens. ,,Die laatste twee talen spreek ik, omdat mijn moeder oorspronkelijk uit Oekraïne komt. Mijn vader leerde haar daar kennen toen hij studeerde in de Sovjet-Unie. Vandaar dat ze vaak Russisch tegen elkaar spraken en dat heb ik toen opgepikt. Later heb ik ook leren lezen en schrijven in zowel het Oekraïens als het Russisch. Het is heel interessant om af en toe te variëren tussen talen en culturen.”
Nog vaak denkt Shamshad terug aan zijn periode in Volendam. Voordat zijn familie een huis in de Willem Runderkampstraat kreeg toegewezen, maakten ze in Ommen en Winschoten al kennis met Nederland. ,,Mijn eerste indruk van Volendam was meteen goed. Ik sprak de Nederlandse taal al, maar nog niet heel goed. Destijds was ik een heel verlegen persoon. Toch raakte ik op een gegeven moment wel bevriend met mensen die een beetje waren zoals ik. Ik heb een heel leuke tijd gehad. Daarom vond ik het erg jammer dat we weggingen.”
Zijn ouders hadden redenen om naar Enschede te verhuizen. ,,Daar wonen veel Afghaanse mensen en in Volendam niet. Ook was er in Enschede een Afghaanse weekendschool. Ze wilden graag dat ik daar naartoe ging met mijn broers en zus. Dit om de Afghaanse taal en cultuur niet helemaal kwijt te raken. Ik vond het in het begin heel moeilijk om te wennen in de nieuwe woonplaats. Het was niet zo’n makkelijk jaar, want ik verhuisde toen ik in de brugklas zat. Ik kende er niemand. Daarom ben ik nog lange tijd blijven bellen met mijn Volendamse vrienden.”

Omzwervingen
Naarmate de tijd vorderde, raakte Shamshad gewend in Enschede. Na zijn middelbare schooltijd ging hij Informatica studeren aan de Hanzehogeschool en verhuisde daarvoor naar Groningen. Door al zijn omzwervingen over de wereld gaat de aanpassing aan nieuwe omstandigheden inmiddels makkelijker. ,,Als je perspectief eenmaal groot is geworden, dan sta je niet meer zo stil bij: ik mis mijn basisschool of ik mis Volendam. Toen ik net in Enschede kwam, had ik plannen om te studeren in Amsterdam zodat ik dan in Volendam kon wonen. Tegen de tijd dat ik voor de keuze stond, had ik andere denkbeelden gekregen. Ik groeide een andere kant op, net als iedereen.”
Shamshad kwam nog regelmatig terug voor een bezoek aan Volendam. ,,De laatste keer dat ik er weer was, merkte ik dat het dorp veel van zijn bijzondere karakter was kwijtgeraakt. Er was veel nieuwbouw bijgekomen en de oude Kennedyschool was weg. Ik kon er mijn weg nog vinden, maar aan de andere kant ook weer niet. Het overvalt je een beetje. Toen ik na vijftien jaar terugkwam in Afghanistan, zag ik hetzelfde. De buurt waar ik gewoond had, was totaal veranderd. Je hebt het gevoel alsof je iets is aangedaan. Toch besef ik dat dit het leven is. Je moet verder groeien.”
Shamshad werd geboren in Afghanistan en bracht daar de eerste jaren van zijn leven door. Totdat het voor hem en zijn familie noodzakelijk werd om te vluchten. ,,Mijn vader werkte vroeger bij het Afghaanse Ministerie van Cultuur. Toen de overheid van het land viel, kwam de Taliban aan de macht. Veel voormalige medewerkers van de overheid werden door deze groepering vervolgd. Mijn vader liep nog meer gevaar, omdat hij heeft gestudeerd in de Sovjet-Unie. In de ogen van de Taliban had hij samengewerkt met de vijand. Daar kwam nog bij dat mijn moeder geen moslim was. Ze vonden het niet goed dat mijn vader trouwde met een niet-moslim.”

‘Je moet jezelf
de kans geven
om de wereld
te ontdekken’

Het werd de familie onmogelijk gemaakt om nog langer te blijven wonen in Afghanistan. ,,Mijn ouders werden voortdurend lastiggevallen. Ze hadden veel problemen door mijn vaders verleden. Hij ging ook in verzet tegen het nieuwe regime. Zo verspreidde hij pamfletten om bijvoorbeeld buitenlands nieuws kenbaar te maken. De Taliban verbood alles dat afweek van hun eigen normen en waarden. Iedereen die werd opgepakt, werd direct veroordeeld. De zwaarste straf was uiteraard de doodstraf. Op die manier zijn veel mensen aan hun einde gekomen. Als wij langer waren gebleven, was het voor ons ook verkeerd afgelopen. Daarom zijn wij vertrokken.”
Shamshad vluchtte samen met zijn moeder Bogdana, zus Christina en broer Talib-Jan naar Nederland. Zijn vader zat op dat moment nog in gevangenschap. Maanden later kwam hij vrij, waarna hij Afghanistan werd uit gesmokkeld. Hij kwam in een Eindhovens asielzoekerscentrum terecht, nog niet in de buurt van zijn familie. Een overplaatsing naar een Amsterdams onderkomen bracht daar verandering in. Het werd Shamshads vader toegestaan om bij zijn familie in Volendam te wonen, maar hij moest zich nog wel wekelijks melden bij het asielzoekerscentrum.
Shamshad is ondanks alles blij met hoe het is afgelopen met zijn familie. ,,De toekomst van mijn ouders is ze ontnomen. Net als veel andere mensen hebben wij moeten vluchten voor ons leven. Wij hebben gelukkig ‘status’ en staatsburgerschap gekregen in Nederland. Er zijn ook mensen uit Afghanistan en andere landen die jarenlang in onzekerheid moeten leven. Moet je nagaan hoe het is als je twintig jaar ergens woont en dan alsnog te horen krijgt dat je weg moet. Terwijl je kinderen hebt van achttien, negentien jaar die volledig zijn geworteld in het land.”
Inmiddels woont Shamshad al bijna vijf jaar in Londen. Er zijn zeventien jaar verstreken sinds zijn vertrek uit Volendam. Toch zal zijn periode in het dorp hem nooit loslaten. Nooit zal hij vergeten hoe goed hij er is opgevangen. ,,Het is een beetje als je eerste verliefdheid. Die blijft je altijd bij. Zo is ook mijn gevoel ten opzichte van Volendam. Er is veel veranderd sinds ik er wegging. Op social media zie ik dat oud-klasgenoten inmiddels kinderen hebben. Het hoort erbij. Het leven gaat door en soms denk je nog weleens terug. Toch kun je niet stil blijven staan. Je moet jezelf de kans geven om de wereld te ontdekken.”

Fotogalerij

FC Volendam maakt het weer héél spannend

Het is ongemeen spannend bovenin de Eerste Divisie en FC Volendam voert die spanning op door in 2020 door te blijven gaan met winnen. Net als een week eerder tegen Jong PSV speelde de ploeg van trainer Wim Jonk in het diepe zuiden een moeizame wedstrijd. Maar ook Roda JC ging door de knieën: 2-3.
Door Eddy Veerman

In Kerkrade kon Volendam compleet aan de start verschijnen: Jari Vlak en Micky van de Ven (vorige week griep) keerden terug in de basis, Martijn Kaars begon daar ook in, Boy Deul startte op de bank. Het duurde lang voordat er echte dreiging te noteren viel. ,,We hanteerden zeker de eerste twintig minuten gewoon een te laag tempo en kregen daardoor te weinig onze middenvelders vrij”, zei aanvoerder Kevin Visser. Rond de twintigste minuut kwamen de bezoekers wel goed door, zag Jari Vlak zijn inzet gekeerd door Tom Muyters en in de rebound mikte Fransesco Antonucci op de paal. Dat lot was het schot van Nick Doodeman later ook beschoren en Derry John Murkin raakte van dichtbij in kansrijke positie de bal volledig verkeerd. ,,We hadden in de eerste helft meer goals moeten maken”, merkte Wim Jonk naderhand op.
Het werd ‘slechts’ 0-1, toen Kaars na een steekbal van Antonucci goed zijn lichaam tussen tegenstander en bal hield en beheerst afrondde. ,,Bij vlagen was het goed, maar vaak waren we slordig in de keuzes. Em lieten we bij het spelen van de beste bal regelmatig die juiste keuze een fractie van een seconde voorbij gaan”, zag Jonk. ,,En we kwamen slecht de kleedkamer uit.”
Roda begon anders, zette twee spitsen op de twee centrale verdedigers. Daar werd te laat op geanticipeerd door de Volendamse spelers en dat resulteerde in een snelle 1-1, toen Van de Ven de bal wegkopte, precies voor de voeten van Cotán. Even later werd het 1-2, toen een half verwerkt schot van Murkin door Jari Vlak werd ingebracht en randje buitenspel door Kaars werd binnengewerkt. Maar die voorsprong werd ook teniet gedaan, toen Noah Fadiga de bal verspeelde en Van de Ven over de bal heen maaide. Croux profiteerde.
Fadiga werd naar de kant gehaald (Betti kwam op rechtsback) en Boy Deul viel – net als Marco Tol – in. Deul zou de beslissende actie maken, na een versnelling en technisch hoogstandje bereikte hij Murkin voor 2-3. Volendam maakte daarna ook weer fouten, maar de ploeg bleef voetballen, kreeg veel ruimte én mogelijkheden op meer, maar speelde het telkens nét niet goed uit. Het bleef daardoor – Ugo schoot kiezelhard op de paal voor de thuisclub – tot het laatst spannend.
FC Volendam: Nordin Bakker, Noah Fadiga (69’ Mohamed Betti), Kevin Visser, Micky van de Ven, Gijs Smal, Alex Plat, Nick Doodeman (69’ Boy Deul), Jari Vlak (80’ Marco Tol), Martijn Kaars, Francesco Antonucci, Derry John Murkin.
Stand aan kop Keuken Kampioen Divisie:
1. SC Cambuur 23 15 3 5 48 54-22
2. Jong Ajax 23 14 5 4 47 59-29
3. Graafschap 23 12 10 1 46 48-22
4. Volendam + 23 14 4 5 46 46-35
5. NAC Breda + 22 11 5 6 38 35-22
6. Go Ahead 22 9 11 2 38 39-27
7. Excelsior 22 10 6 6 36 45-40

Fotogalerij

LOB-Dagen op het Don Bosco College

“Je kunt alles bereiken, als je maar dromen en ambities hebt”, zo trapte afdelingsleider Jordy Klijn afgelopen donderdag de LOB dagen voor VMBO 2 af. Om te laten zien dat inderdaad alles mogelijk is, introduceerde de heer Klijn oud-leerling van het Don Bosco College Daniël Wals, die een jarenlange droom om piloot te worden daadwerkelijk heeft waar gemaakt.

 

Tijdens deze twee dagen maakten de leerlingen kennis met de verschillende keuzevakken die zij volgend jaar kunnen kiezen (BK) of met de nieuwe vakken en profielen die zij volgend jaar krijgen (GT) en hielden zij LOB gesprekken met een docent, mentor of decaan.

Ook konden zij oud-leerlingen interviewen over hun keuzes en loopbaan en kwamen er vertegenwoordigers van MBO opleidingen op school om voorlichting te geven. Verder hebben de leerlingen verschillende bedrijven in Edam, Volendam en omgeving bezocht.

Fotogalerij

(Ex-) hart- en vaatpatiënten sporten wekelijks een uurtje bij 'Het Kloppend Hart’ n n

‘Het hart moet in beweging blijven’

Iedere woensdagavond van 19.30 tot 20.30 uur vult sporthal De Seinpaal zich met een zeer diverse groep sporters. Ze komen uit Marken, Monnickendam, Oosthuizen, Edam en Volendam, maar allemaal hebben ze een ding met elkaar gemeen. Elk van hen heeft in zijn of haar leven te kampen (gehad) met een hart- of vaatziekte. Speciaal voor deze groep mensen organiseert stichting ‘Het Kloppend Hart’ al meer dan dertig jaar wekelijks een afwisselende en gezellige training onder deskundige begeleiding.
Door Leonie Veerman

Wie een training van ‘Het Kloppend Hart’ bijwoont, zou op het eerste gezicht niet zeggen dat alle sporters hart- of vaatpatiënten zijn. Alle aanwezigen doen geconcentreerd mee aan de oefeningen en hoewel een aantal van hen rondloopt met een pacemaker of een interne defibrillator, gaat het er redelijk fanatiek aan toe.
Kan al die inspanning geen last als je hartklachten hebt? Volgens voorzitter Ton Jonk (77), secretaris Johan Regeling (70) en penningmeester Siem de Boer (71) absoluut niet. „Het is zelfs extra belangrijk om in beweging te blijven als je hart- of vaatpatiënt bent,” zegt Siem. „Vroeger keek men daar nog heel anders tegenaan. Als je het toen aan je hart kreeg, was het gedaan met je. Je kon meteen stoppen met werken en achter de geraniums zitten. Je moest het vooral erg rustig aan doen. Eind jaren tachtig vond er een grote omslag plaats in het denken over hartklachten: men begon het hart echt als spier te zien en besefte hoe het belangrijk het is om deze in beweging te houden.’

‘Als je het vroeger
aan je hart kreeg,
moest je vooral
rustig aan doen;
tegenwoordig beseft men
dat je juist actief
moet blijven’

In die tijd werkte er een enthousiaste cardioloog in het Waterland ziekenhuis: dr. Slob. „Hij was een groot voorvechter van deze nieuwe denkwijze”, herinnert Siem zich. Op zijn initiatief is in 1988 ‘Het Kloppend Hart’ opgericht. Nog steeds worden alle patiënten op de afdeling cardiologie in Purmerend geattendeerd op de bijzondere sportclub in Volendam. „We hebben daar ook posters hangen en ze krijgen allemaal onze flyer”, zegt Johan.
„Omdat iedereen hier toch al een beetje op leeftijd is en te maken heeft – gehad – met dezelfde klachten, heerst er een groot gevoel van eensgezindheid”, zegt Siem. Ton benadrukt dat het als hartpatiënt belangrijk blijft dat je jezelf niet voorbij loopt. „Je moet altijd goed naar je eigen lichaam blijven luisteren. En dat is ook zo fijn aan onze groep, hier mag je alles op je eigen tempo doen, we jagen elkaar niet op.” Johan knikt: „En we letten ook goed op elkaar.”
Elke week zijn er twee deskundige trainers aanwezig om de sporters te begeleiden. En zij halen letterlijk alles uit de ruime kast van de nieuwe sporthal De Seinpaal om er een gevarieerde training van te maken. Op lange matten worden buikspieroefeningen gedaan, op verschillende banken worden oefeningen uitgevoerd voor de beenspieren en met speciale weerstandselastieken (Dynabands) wordt aan de armspieren gewerkt. In het laatste half uur wordt er gevolleybald.
Om voor iedereen een passend trainingsprogramma te bieden, wordt er getraind in twee groepen. „In de ene groep wordt net iets fanatieker getraind dan in de andere”, vertelt Siem. „Zodat er voor iedereen voldoende uitdaging is.”
Naast de vele gezondheidsvoordelen die het uurtje sporten op woensdagavond met zich meebrengt, vinden veel deelnemers het ook simpelweg erg leuk. „Ik kijk hier de hele week naar uit”, zegt een deelnemer als het volleybalnet wordt opgezet voor het laatste half uur van de training.

‘Wij komen vaak al
een kwartier eerder
zodat we eerst even
een praatje kunnen
maken in de kleedkamer’

Niet alleen vertellen deelnemers dat het sporten ze meer zelfvertrouwen geeft en hun conditie verbetert, ook het sociale aspect wordt vaak genoemd. „Ik zit met verschillende sporters uit Monnickendam in een WhatsApp groep en iedere woensdag rijden we samen naar Volendam”, vertelt Johan. „Dat is altijd hartstikke gezellig.”
Een groep dames knikt instemmend als hen gevraagd wordt of het inderdaad zo gezellig is in de sportgroep: „Wij zitten hier vaak een kwartier van tevoren al klaar in de kleedkamer, zodat we even een praatje kunnen maken voordat we beginnen.”
Hoewel het aantal hart- en vaatpatiënten constant toeneemt, meldden zich de afgelopen jaren weinig nieuwe sporters aan. Dit tot verbazing van het driekoppige bestuur van Het Kloppend Hart. „We zijn in 1988 begonnen met vier leden en op dit moment hebben we er bijna veertig, bij ons kunnen zeker meer sporters terecht”, zegt Johan. „Misschien drempelvrees? Helemaal niet nodig. Bij Het Kloppend Hart zijn er geen drempels.”

Ben je zelf ook hart- vaatpatiënt en nieuwsgierig geworden naar de trainingen van ‘Het Kloppend Hart’? Nieuwe sporters zijn van harte welkom. Kom eens langs of sport gelijk mee in De Seinpaal op woensdag van 19.30 tot 20.30 uur.
Voor meer informatie kun je bellen met Siem de Boer: 06 23 77 79 07 of met Johan Regeling: 06 44 52 51 99, of mailen naar kloppendhart@kpnmail.nl

Fotogalerij

Alex Schilder zwom mee op alle afstanden tijdens ijszwemwedstrijd bij Waterdam n

Keer op keer de kou in

In het buitenbad van zwembad de Waterdam vond afgelopen weekend de tweede Nederlandse ijszwemwedstrijd van dit ijsseizoen plaats. Het driedaagse evenement werd gereorganiseerd door zwembad de Waterdam en Open Waterswimming Club. Volendammer Alex Schilder ging maar liefst zeven(!) keer het ijskoude water in om mee te zwemmen op alle wedstrijdafstanden.
Door Leonie Veerman

In een tijdsbestek van 24 uur zwom Alex de Ice Mile (1609 meter) de 1000 meter, de 500 meter, de 200 meter, 100 meter, 50 meter en de 4×100 relay (estafetteronde). Bij de estafetteronde won hij samen met zijn teamgenoten – waaronder ook Volendammer Peter Bond – de eerste plaats. Bij de 1000 en 200 meter behaalde hij een podiumplaats.
„Het water was helaas te warm”, zegt Alex. Hoewel de watertemperatuur gedurende het afgelopen weekend rond de 6,3°C en 6,7°C schommelde – koud genoeg voor een serieus onderkoelingsgevaar – is er volgens de internationale normen officieel pas sprake van ijszwemmen als de watertemperatuur maximaal 5°C bedraagt.
Toch geeft Alex eerlijk toe dat hij op bepaalde momenten wel flink heeft moeten afzien. „Na de startsprint van 100 meter op de 1000 meter had ik het heel erg zwaar”, vertelt hij. „De avond daarvoor zwom ik nog de Ice Mile en ik moest concluderen dat mijn energiepeil inmiddels wel was hersteld, maar dat ik op dat moment nog maar de helft van m’n krachtcapaciteit over had.”

‘De 500 meter
was een geestelijke
strijd voor me’

„Ik moest m’n strijdplan op dat moment grondig aanpassen, omdat ik anders een te groot verval in m’n tussentijden zou krijgen”, vertelt Alex. Hij legt uit dat de medici en scheidsrechters de tussentijden van alle zwemmers constant meten, „en als die merken dat je steeds langzamer zwemt is de kans groot dat ze je uit veiligheidsoverwegingen uit het water halen. Tijdens het zwemmen van de 1000 meter heb ik mijn slagfrequentie dus opgeschroefd, zodat ik minder kracht hoefde te zetten, maar dat kostte wel weer extra energie.”
Bij de voorlaatste wedstrijd (500 meter) zat Alex er flink doorheen. „Dat was echt een geestelijke strijd voor me. Op dat moment zat ik in een behoorlijke tweestrijd, want ik wist dat ik m’n tweede plek in het Nederlandse klassement langebaan ijszwemmen veilig had gesteld vanwege mijn resultaat op de 1000 meter, waardoor ik die 500 meter eigenlijk niet meer hoefde te zwemmen.”
Nadat Alex de 500 meter evengoed had uitgezwommen, kreeg hij te horen dat hij slechts vijf minuten de tijd had om zich weer op te warmen voordat hij zich moest melden bij de estafettes.”
Om een goede tijd te zwemmen als ijszwemmer draait het volgens Alex om zowel een goede techniek als een grote portie wilskracht en doorzettingsvermogen. „Je kan qua techniek wel op hetzelfde niveau zwemmen als Micheal Phelps, maar als jij geen lucht meer krijgt na 250 meter heb je eigenlijk niets meer aan je zwemtechniek”, zegt Alex. „Het draait echt om een combinatie van hoe je lichaam de kou incasseert en verwerkt en hoe je ondertussen nog steeds je zwemtechniek hoog weet te houden, zodat je soepeltjes blijft zwemmen.”

‘Het blijft keer
op keer een geestelijke
strijd voordat je jezelf
zo gek hebt gekregen
om het water in te gaan’

De echte uitdaging ligt volgens Alex pas in afstanden van meer dan 500 meter. Voor afstanden daaronder draait Alex zijn hand nauwelijks meer om. „Op de 50, 100 en 200 meter merk je nauwelijks iets van de kou tijdens het zwemmen, alleen het water ingaan is dan even fris. In die wedstrijden is het puur een kwestie van wie de snelste sprint heeft.”
Alex: „Pas bij afstanden van 500, 1000 of 1609 meter (de Ice Mile) gaat de kou een grote rol spelen. Na een tijdje worden je spieren stijver, waardoor je niet soepel meer zwemt. Het kost dan steeds meer energie om dezelfde snelheid te behouden.”
Hoewel veel mensen het wellicht als gekkenwerk bestempelen, gaat de ijzige kou Alex nog niet vervelen. „Vooral de 1000 meter blijf ik een prachtige uitdaging vinden”, zegt Alex. „Het maakt niet uit of je hem al tientallen keren hebt gezwommen, het blijft keer op keer een geestelijke strijd voordat je jezelf zo gek hebt gekregen om het water in te gaan.”
Inmiddels is Alex niet meer de enige Volendammer die de strijd aangaat in deze extreme sport. Zijn vriend Peter Bond trainde het afgelopen seizoen mee met Alex en zijn team onder begeleiding van Marcel Stroet van de Open Waterswimming Club. En niet onverdienstelijk, want mede dankzij hem werd de eerste plaats op de 4×100 relay (estafetteronde) in de wacht gesleept. Ook zwom hij tijdens deze wedstrijd de 1000 meter.

‘Peter Bond zei
vorig jaar:
Dit kan ik ook’

Alex vertelt dat Peter binnen de kortste keren verkocht was aan deze bijzondere sport: „Peter zei vorig jaar na het NK in de Waterdam: ‘Dit kan ik ook’. Hij heeft toen een keer een testrondje gezwommen van 500 meter en sindsdien is hij iedere week in het buitenbad te vinden.”
Volgens Alex zouden meer mensen het ijszwemmen een kans moeten geven: „Er zijn veel mensen die wekelijks 15 km in het binnenbad afleggen maar geen meter in het buitenbad durven te zwemmen omdat het ‘koud’ is. Maar geloof mij nou, het buitenbad ingaan is net zo koud als het binnenbad inspringen. Gewoon even doorbijten. En je hoeft echt niet Van den Hoogenband te zijn om te kunnen ijszwemmen. Het gaat meer om de ervaring dan om het afleggen van afstanden in recordtijden.”

Foto: Peter Bond zwom dit jaar ook tijdens het WK ijszwemmen.

Fotogalerij

Informatiebijeenkomst over verplaatsing Kermis 2020

In PX vond dinsdag een informatiebijeenkomst plaats over de verplaatsing van de kermis in 2020. Door de nieuwe indeling van het Europaplein en de Zeestraat, met daarbij het planten van bomen, is er minder ruimte om tijdens de kermis alle attracties hier weer te kunnen plaatsen.

 

Het gemeentebestuur wil graag evenveel attracties en kramen als in andere jaren op de Volendammer kermis. Daarom is gekozen voor een verplaatsing en uitbreiding van het kermisterrein. Verschillende scenario’s zijn onderzocht, en uiteindelijk is ervoor gekozen om de kermis deels te verplaatsen naar de Julianaweg (het stuk tussen de rotonde Julianaweg/Populierenlaan tot aan de winkel van EP en de fietsenwinkel van Jan Koning).

Over de verkeerskundige maatregelen en situatie ten tijde van de kermis werd uitleg gegeven door Robin Schilder (projectleider van de gemeente) en Kermis-wethouder Wim Runderkamp.

Fotogalerij

Winterspelen en Duo Diesel in PX

Zaterdagmiddag was er voor de kinderen tot 12 jaar een leuk evenement op het plein voor Pop- en Cultuurhuis PX. Hier konden de jongens en meisjes gratis meedoen aan winterspelletjes. Van 13.00 tot 16.00 uur duurden deze Winterspelen.

 

Er was een groot springkussen en een partytent naast de entree van PX geplaatst, een spellencircuit was uitgezet, een vuurtje om op te warmen werd in een vuurkorf opgestookt. Besneeuwde kerstbomen en andere winterversieringen zorgden voor een gezellig wintersfeertje. De kinderen konden geroosterde marshmallows even.

Ondanks enkele regenbuien in het begin, was er toch veel animo voor deze buitenactiviteit aan de Zeestraat, waar tevens de markt plaatsvond. De Winterspelen van PX trokken zo veel bekijks. Om de dag compleet te maken waren er ook twee optredens van het Familietheater Duo Diesel in PX. De voorstellingen om 14.30 en 16.30 uur werden goed bezocht.

Fotogalerij

De talentenvijver raakt maar niet leeg

Bij PX kun je niet alleen een instrument leren bespelen, of gebruik maken van bandcoaching, maar heb je ook nog zangcoaching. Twee keer per jaar krijgen de muzikale talenten uit Volendam, onder leiding van Annie Kras en Carola Smit, de gelegenheid om te laten horen hoe het gesteld is met hun vorderingen op zanggebied.

 

Op zondagmiddag 19 januari was het weer zover. Het was gelukkig lekker druk in de zaal. Het was genieten geblazen met de zangtalenten Geranne Tuyp, Davina Tol, Lisa Mooyer, Lenno Mol, Marleen Sier, Lesley Steur, Nulifar de Vries, Kayleigh en Romy Antunes, Gwen Peek, Sandy Koning, Monique Mooyer, Sharmaine Plat, Angela Tol, Celine Bont, Fam Wilderink en Carina Zwarthoed. De jonge zangtalenten verzorgden topoptredens en we zullen in de toekomst nog veel van ze gaan horen.

Fotogalerij

100 meter kortebaan succesvol verlopen IJsclub Volendam

Afgelopen vrijdag werd door de kinderen de 100 meterproef geschaatst. De 17 groepen waren verdeeld over 4 banen van 100 meter. Het was geen wedstrijd maar een 100 meterproef-tijdrit, dus de kinderen starten niet tégen, maar naast elkaar en van het resultaat komt een vermelding op het diploma.

 

Door de zeer positieve ervaring van verleden seizoen, werd weer het zogenoemde “kwartet rijden” uitgevoerd. Op alle banen werden door de starters en klokkers telkens 2 kinderen genoteerd. Hierdoor bleef er ruim voldoende tijd over om zelfs nog wat groepsoefeningen te doen of rondjes te rijden.

Het draaiboek werd door alle betrokkenen perfect uitgevoerd en bleek een schot in de roos. Het eind komt alweer in zicht. Er volgen nog 3 lessen: vrijdag 24 en 31 januari en dan op vrijdag 7 februari alweer de laatste schaatsles met het evenement “Jagermeester”.

Fotogalerij

Volendammer kruipt na hersenabces door oog van de naald

Jan Schilder weerlegt prognoses en blijft stappen maken

Van maandag 27 januari tot en met zaterdag 1 februari aanstaande vindt de jaarlijkse collecteweek van de Hersenstichting plaats. Om aandacht te genereren over dit onderwerp laat de Nivo ieder jaar iemand die hersenletsel opgelopen heeft aan het woord. Vorig jaar deed Monica Wessels haar indrukwekkende verhaal en nu is het de beurt aan Jan Schilder Kakes (58). Jan werd in 2013 getroffen door een beangstigende aanval. ,,’s Ochtends vroeg ging ik van bed om even naar de wc te gaan, toen het toesloeg”, vertelt hij. ,,Ik begon te wankelen en sloeg wartaal uit. Mijn vrouw Gerda handelde heel snel. Binnen de kortste keren lag ik in het Dijklander Ziekenhuis te Purmerend. Er werden direct scans van mijn hersenen gemaakt en de dokters adviseerden om alle nabije familie op te roepen. Ze troffen een kwaadaardige hersentumor in mijn hoofd.”
Door Kevin Mooijer

Gerda zag haar man op de overloop wankelen en pakte direct de telefoon. ,,Jan moest zich opeens vasthouden aan de wanden en begon te brabbelen. Het leek wel of hij Pools sprak”, begint Gerda het verhaal. ,,Ik zag dat het niet goed was en belde gelijk de huisartsenpost. Na de reactie op mijn beschrijving van de situatie werd de ernst me nog duidelijker. We moesten met spoed in het ziekenhuis zien te komen. Vijf minuten later scheurden we met honderd kilometer per uur door de Purmer. Tijdens zo een situatie ga je in de overlevingsmodus. Alles om hem te redden.”
Eenmaal in het ziekenhuis aangekomen werd er gelijk een scan van de Volendammer gemaakt. ,,Op de eerste scan werd duidelijk dat Jan geen herseninfarct had opgelopen. Wat het dan wel was, zou de volgende dag duidelijk worden, nadat de uitslag van de MRI-scan bekend zou zijn.” Na een slapeloze nacht in het ziekenhuis werd Jan opgeroepen voor de MRI-scan. ,,Nadat de uitslag van de scans bekend was bij de neuroloog kregen we de schrik van ons leven. Ze hadden een kwaadaardige hersentumor in Jans hoofd ontdekt. Onze wereld stortte letterlijk in. Mijn man, de vader van mijn kinderen, zou niet lang meer leven. We waren er helemaal kapot van.”
Pas vijf dagen later werd de Jan overgeplaatst naar het VU medisch centrum. ,,Zijn rechterarm en been waren inmiddels volledig verlamd en praten lukte niet meer. De eerste dokter in Amsterdam die Jan onderzocht, trok de conclusie van de radioloog in Purmerend in twijfel. ‘Het zou heel goed om een hersenabces kunnen gaan in plaats van een tumor’, zei hij. Een dag later deden ze een punctie om te achterhalen wat er precies in Jans hersenen zat. Wat waren we blij toen we hoorden dat er pus in de hersenopstopping zat. Hij had een hersenabces – en dus geen kwaadaardige tumor – in zijn hoofd.” De vreugde dat Jan waarschijnlijk niet op korte termijn zou overlijden was van korte duur. ,,Dat abces moest natuurlijk zijn hoofd uit. Volgens de dokter was Jan door het oog van de naald gekropen omdat het abces al die tijd nog niet was geknapt.”

‘Hij kon niet lopen,
kon niet praten,
hij kon eigenlijk niets;
ook herkende hij
mensen niet meer’

Het hersenabces moest bestreden worden door middel van een antibioticakuur. Vijf maanden lang is Jan dag en nacht aangesloten geweest op een infuus met antibiotica. ,,Na de punctie waaruit bleek dat het om een abces ging, nam Jans spraak wat toe. Tot die tijd kon hij alleen moeder, Robert en gvd zeggen. Daarnaast was zijn hele rechterzijde verlamd. Hij kon niet lopen, kon niet praten, hij kon eigenlijk niets. Ook herkende hij mensen niet meer en wist hij van de meest alledaagse dingen niet meer wat het was.”
Na drie weken in het VU medisch centrum te hebben gelegen, kwam er een plekje vrij in revalidatiecentrum Heliomare te Wijk aan Zee. ,,Het was nu zaak om weer terug te komen”, klinkt de Volendammer zelf strijdvaardig. ,,In het revalidatiecentrum was ik rolstoel gebonden. Ik gaf al gauw aan dat ik zo snel mogelijk weer wilde leren lopen. Ze gaven aan dat ik misschien ooit weer enigszins zou kunnen lopen met ondersteuning van bepaalde beugels om mijn rechterbeen, maar ik zou nooit meer dan driehonderd meter kunnen lopen. Toch was ik vastberaden om het weer op eigen houtje, zonder hulpmiddelen, te leren. Ik ben altijd een sportman geweest en het leven in een rolstoel zag ik niet zitten.”
Gerda vult hem aan: ,,Die tijd was heel zwaar. Jan mocht vanwege zijn lange antibioticakuur – die door middel van een infuus werd toegediend – niet naar huis. Wanneer tijdens weekenden alle andere patiënten twee dagen naar huis mochten, moest Jan steeds blijven. Dat was voor ons als familie een heel zware periode. Jan had op zaterdag altijd bezoek en ik zorgde dat ik zondag de hele dag bij hem was, zodat hij maar niet alleen zou zitten.We vierden Moederdag met het hele gezin in Heliomare. We haalden wat pizza’s en aten ze gezellig op bij Jan op de kamer. Je maakt er maar het beste van in zo’n situatie.”

‘Zijn eerste linkshandig
gemaakte schilderij was
het gesprek van de dag
in Heliomare’

Wanneer Gerda bij haar man was, zocht ze altijd naar uitingen van vooruitgang. ,,Ik zat altijd aan zijn voet, in de hoop dat er een reactie kwam. Nooit voelde hij iets of reageerde hij op aanraking onder zijn voet. Totdat op een dag zijn voet wel een korte beweging maakte na aanraking. De verpleegsters gaven aan dat dit een reflex is en dat we er niets van moesten verwachten. Het leek wel of we niet blij mochten zijn.”
Vanaf dat moment begon Jan stappen te maken. Om ook zijn cognitieve vermogen terug te krijgen en bovendien zijn linkerhand – hij was tot die tijd altijd rechtshandig geweest – te trainen, schreef Jan zich in bij een schildersklas in het revalidatiecentrum. Gerda: ,,Toen ik de eerstvolgende keer bij Heliomare binnenkwam, zag ik een schilderij van een boot hangen. Ik wist gelijk dat dit door Jan was gemaakt. Zijn eerste linkshandig gemaakte schilderij was het gesprek van de dag in Wijk aan Zee”, lacht ze. ,,Toen ik zijn kamer binnenkwam zei de verpleegster dat Jan een verrassing voor me had. Ik keek vol verwachting naar hem en ik geloofde niet wat ik zag. Hij tilde zijn rechterbeen op. Het kostte hem veel moeite, maar hij kon zijn been weer bewegen. We waren zielsgelukkig.”
Het hersenabces begon door toedoen van de antibiotica langzaam maar zeker te krimpen. Na vier en een halve maand in het revalidatiecentrum te hebben doorgebracht kreeg de doorzetter eindelijk groen licht. ,,Jan mocht eindelijk naar huis. De volgende dag zaten we vol spanning op hem te wachten. Toen hij binnenstapte hielden we het niet droog. We waren zo vreselijk blij en dankbaar dat hij weer thuis was. Het meest blij was onze hond. Hij wist niet wat hij met zichzelf aan moest en week niet meer van Jans zijde. Ik stond in de keuken en keek de huiskamer in en daar zat mijn man weer. Hij zat weer vertrouwd op zijn stoel. Dat had ik nooit durven dromen na de verkeerde diagnose van een kwaadaardige hersentumor.”
Eenmaal thuisgekomen, schakelden Jan en Gerda direct een team van revalidatiespecialisten in. ,,Tegen het advies van Heliomare in wilde ik weer afstanden leren lopen, ik wilde weer leren fietsen, ik wilde mijn oude leven terug. Volgens de therapeuten in het revalidatiecentrum zou ik het eerste half jaar veel vooruitgang boeken, daarna nog een half jaar wat minder vooruitgang en vervolgens zou het helemaal ophouden met de vooruitgang”, licht Jan toe.
,,We huurden via het WMO een scootmobiel en kochten een auto waar hij in zou passen, zodat we toch nog ergens naartoe konden als dat nodig was. Je bent met zo’n voertuig enorm beperkt omdat je van een accu afhankelijk bent. Je kunt maar een paar kilometer met een mobiel rijden.” Tot Jan op een dag dorpsgenoot Jan Kes tegemoet reed. ,,Jan Kes had een ligfiets met drie wielen. Hij had een vergelijkbare situatie als ik en was dus ook genoodzaakt op een speciale fiets te rijden. Na de fiets op uitnodiging van Jan een keer te hebben geprobeerd was ik gelijk verkocht. Ik schafte er één aan en kreeg mijn hele leven terug. Het weekend dat ik de fiets kreeg, zijn we gelijk naar de Veluwe gegaan. We hebben daar in twee dagen tijd 75 kilometer gefietst.”
Naast Jans speciale fiets heeft hij tevens een hulpmiddel om lange afstanden te kunnen lopen. De zogenaamde loopfiets biedt Jan de ruimte om zijn sportieve hobby’s weer op te pakken. ,,Voor een dikke koek heeft Tol Plaatwerken een op maat gemaakt voetpedaal voor me op de loopfiets gemonteerd. Zo is hij dus ook geschikt voor mensen die maar één been goed kunnen gebruiken.”
Nu Jan weer in de gelegenheid was om weer langere stukken te lopen, onderzocht het echtpaar voorzichtig of ze de mogelijkheid hadden om ooit weer eens naar hun geliefde eilandje in Griekenland te gaan. Gerda: ,,We zouden zo graag nog eens teruggaan naar dat mooie plekje in Griekenland, maar het is allemaal gebergte, heuvels en zand. Heel moeilijk voor Jan dus om zich voort te bewegen. Toch besloten we te boeken en daar te ondervinden wat we ervan zouden kunnen maken.” Zittend op een terrasje werd het stel aangesproken door een Limburgse man die aangeeft ze er vaker gezien te hebben. ,,Hij vroeg naar Jans situatie en na ons verhaal nodigde hij ons uit om met hem en zijn vrouw mee in een Jeep-tocht te gaan. Ondanks dat we de man niet kenden, zeiden we in koor: ‘graag!’ We wilden de natuur weer opzoeken en deze offroad-tocht door de bossen en heuvels bood ons die kans. We hebben een prachtige dag gehad met een super aardig en betrokken stel. Sindsdien trekken we ieder jaar met elkaar op in Griekenland.” De twee stellen zijn inmiddels ook binnen de grenzen goede vrienden. ,,We gaan vaak met zijn vieren uiteten en hij wil dan altijd graag naast Jan zitten. ‘Ga jij maar daar zitten, ik help Jan wel’, zegt hij dan. Het is geweldig om zulke vrienden te hebben.”

Collecte Hersenstichting
Jan is momenteel bezig met een specialist die aan de hand van een loopanalyse controleert of een eventuele operatie hem nog verder in zijn revalidatieproces zou kunnen helpen. ,,Ik zou slechts één jaar stappen maken in mijn revalidatie, maar we zijn zeven jaar verder en ik merk nog steeds ieder jaar vooruitgang.”
Van maandag 27 januari tot en met zaterdag 1 februari komen de collectanten van de Hersenstichting weer langs de deuren. Zij zijn op zoek naar extra collectanten. Wil je hierbij helpen? Neem dan contact op met Klaas Smit: 06 13606809.

Fotogalerij