Vandaag geopend: 08.00 - 17:30

All posts by Kevin Mooijer

Na een trap van een kermiszanger

Als je in een bandje speelt, is optreden met kermis waar je het voor doet. En al helemaal als je kermismuziek speelt. Je maakt een plaat. Mensen draaien hem in de auto. Op de bouw. In de kroeg. En als het een beetje meezit zingen ze hem tijdens de kermis woord voor woord mee.

Dat is het hoogste wat je kunt bereiken.

Maar aan elke succesvolle kermisplaat kleeft ook een schaduwzijde. Een donkerzwarte schaduwzijde.

De videoclip.

Voor een clip moet je een bepaald soort mens zijn.

Een mens dat zonder schaamte voor een camera kan staan en kan doen alsof hij plezier heeft.

Ik ben dat soort mens niet.

Joop, onze frontman, stiekem wel.

Elk jaar probeert hij zijn elf medemuzikanten enthousiast te krijgen voor een nieuwe clip. Dat gaat ongeveer zoals je zou verwachten.

Er wordt gezucht. Er vallen ongemakkelijke stiltes. Er worden vage excuses verzonnen. Maar uiteindelijk haalt Joop ons toch weer over. Omdat hij gelijk heeft. Een kermisnummer zonder clip is hetzelfde als een kroeg zonder bier.

Dus sta je daar weer.

Op een locatie die ook al dienstdeed als decor voor vijftien andere kermisclips. Met een camera op je neus. En een regisseur die vraagt of je iets natuurlijker kunt kijken. Dat is lastig als je tegelijkertijd doet alsof je een gitaarpartij speelt die al drie maanden geleden is opgenomen.

Nog erger wordt het als je iets moet uitbeelden. Dan voel je je ineens een acteur uit Goede Tijden, Slechte Tijden. Heel vernederend.

Toch leveren die dagen altijd verhalen op. Waarschijnlijk omdat iedereen zo ver buiten zijn comfortzone zit.

Een kistje bier erbij, twaalf man die niet weten wat ze moeten doen en een paar uur wachten tussen de opnames door. Dat is vaak leuker dan de clip zelf.

Ooit namen we een clip op naast het Slobbeland-terrein. Nico Dobbel had ook een rolletje. Hij kwam met zijn beroemde Hobbel de Bobbel-aanhanger het terrein oprijden. Er kwam rook uit. Dat bleek geen speciaal effect.

In de aanhanger stond een brandende barbecue.

Hij had hem thuis alvast aangezet.

Dat scheelde weer tijd.

Diezelfde dag kregen we van een bekende een peperdure Ibericoham cadeau. Zo’n exemplaar op een houten standaard. Wij zetten hem op tafel. In de volle zon. Na een kwartiertje keek iedereen er wantrouwend naar. Niemand durfde er nog van te eten.

Dus aan het eind van de dag besloten we het probleem op te lossen.

De ham ging de vuilnisbak in op het Europaplein. Alleen paste hij niet. Dus werd hij eerst doormidden geschopt.

Pas veel later hoorden we dat zo’n ibericoham honderden euro’s kost. Dat hij vooraf jarenlang in de zon hangt te rijpen. Drie jaar tegen een Spaanse berghelling, om vervolgens zijn einde te vinden in een Volendamse vuilnisbak.

Na een trap van een kermiszanger.

En probeer dat maar eens uit te leggen zonder videoclip.

Fotogalerij

De liefde bracht drie zoons van Jaap en Sonja Schilder naar alle uithoeken van de wereld

Na zeven jaar eindelijk weer allemaal samen

Ooit hadden Jaap en Sonja Schilder hun vier zoons allemaal dicht bij huis. Inmiddels is dat beeld totaal veranderd. Alleen Ron woont nog in Volendam. De andere drie vonden de liefde ver buiten de dorpsgrenzen. Tom bouwde een bestaan op de Filipijnen, Mark streek neer in Italië en Nick volgde zijn grote liefde naar Brazilië. Zo raakte het gezin in de afgelopen jaren verspreid over drie werelddelen en werden videobellen, tijdsverschillen en lange reizen onderdeel van het familieleven. Deze zomer viel die afstand even weg. Voor het eerst in zeven jaar waren ze weer allemaal samen.

Lees het volledige artikel in de NIVO van woensdag 26 augustus.

Fotogalerij

Dobbel aan de andere kant van de draaitafel:

Nico ‘Dobbel’ over veertig jaar muziek en kermis, zijn grootste spijt en de vrijheid van het pensioen

Wie Nico ‘Dobbel’ niet kent, heeft de afgelopen veertig jaar weinig tijd buiten de deur doorgebracht in Volendam. Op bruiloften, in de Pius X, de Kattenkop, De Jozef of gewoon ergens op de Dijk: als er muziek en mensen waren, was Dobbel doorgaans niet ver weg. Eerst achter de draaitafel, tegenwoordig liever ervoor. Inmiddels is Nico Steur 67 en met pensioen. En voor wie zich bij het lezen van zijn achternaam even achter de oren krabt: ja, ook Dobbel heeft een officiële achternaam. Na een leven lang werken, draaien en overal bij zijn, heeft hij eindelijk alle tijd om te doen waar hij zelf zin in heeft. Alleen blijkt thuiszitten daar niet bij te horen.

Lees het volledige artikel in de NIVO van woensdag 26 augustus.

Fotogalerij

Weet je nog, díe kermis?

Kermis levert ieder jaar weer verhalen op. Sommige zijn niet geschikt voor het daglicht, andere worden jaren later nog altijd verteld als vrienden of vriendinnen bij elkaar zitten. In de aanloop naar de kermis halen we de komende weken een aantal van die onvergetelijke momenten op. Volendammers van verschillende generaties vertellen over hun mooiste kermisherinnering. Van de eerste rondjes op de kermis als kind tot legendarische avonden in de kroeg, bijzondere momenten op het podium en nachten waarom nét iets te diep in het glaasje werd gekeken. Verhalen die de kermis maken tot wat-ie is.

Joop Bouwman (52)
Joop Bouwman was 24 toen hij als schilder met Evert ‘Kluiter’ kwam te werken. Niet veel later vroeg Evert of hij mee wilde naar de beruchte zaterdagochtend van kermis. Dat wilde Joop wel. Alleen, zo bleek later, waren daar voorwaarden aan verbonden. ,,Mijn maat René ‘Bokkie’ – Kermisbokkie noemden ze hem toen – en ik mochten mee, maar we moesten de dag ervoor eerst naar de kapper. We moesten er netjes uitzien. En we moesten een bepaald bedrag aan geld meenemen.”

Op zaterdagochtend verzamelde de groep zich in het Boelenspark. Daar moesten de twee nieuwelingen eerst aantonen dat ze daadwerkelijk bij de kapper waren geweest én voldoende geld op zak hadden. Pas daarna werd de mars richting De Jozef ingezet.

Voor Joop ging er een wereld open. De Kleintjes Pils speelden die ochtend en tijdens de tweede set zong Jan ‘Vais’ O Sole Mio. ,,Wat ik daar meemaakte… Ik dacht dat ik in de hemel was beland. Zó gek werd het publiek. En als je dacht dat je alles had gehad, begonnen de Twaalf Rovers ook nog spontaan midden in de zaal te zingen.”

,,‘s Middags deden ze dat in het café nog eens dunnetjes over en uiteraard gingen wij mee. Uiteindelijk belandden Joop en Evert op een bankje bij De Molen. Voor Evert was het mooi geweest. ,,Hij zei tegen me: ‘Als jij nou nergens last van hebt, sla ik je in elkaar. Ik ga naar huis.’ Hij dacht op dat moment serieus dat het nacht was.”

De volgende dag vroeg Evert hoe laat Joop uiteindelijk thuis was gekomen. ,,Ik zei: ‘Een uur of drie, vier later dan jij.’ Dat was volgens hem onmogelijk. Totdat ik hem vertelde dat hij met de zon aan de hemel van de dijk af was gelopen. Toen ging er een lampje branden. ‘Dat verklaart waarom ik om drie uur ‘s nachts klaarwakker was’, zei hij.”
Joop kan er ruim een kwart eeuw later nog altijd om lachen. ,,Een prachtige dag. Mijn eerste zaterdagochtend in De Jozef. Die vergeet ik nooit meer.”

Favoriete kermisliedje
Keep On – Zwei Freunden

Kermis is voor mij…
Het mooiste volksfeest van het jaar. Voorheen als kermisganger en zanger van Trammeland. Nu als Manager van de Jozef en nog steeds als zanger van Trammeland.

 

Alicia Velle-de Boer (33)
Aan kermisherinneringen geen gebrek bij Alicia Velle-de Boer. ,,Ook genoeg die het daglicht niet mogen zien. En uiteraard verhalen waarbij je eigenlijk gewoon bij had moeten zijn.” Maar toen ze er onlangs met haar vriendinnen over sprak, kwamen ze toch allemaal uit bij hetzelfde moment: de zondagmiddag van de kermis in 2022, het laatste jaar van de oude kermistent op het Slobbeland.

Die middag speelde De Gezonde Apotheek, waarbij verschillende kermisartiesten van weleer het podium betraden voor een gastoptreden. Onder hen Gré Hoogland, die samen met haar zus als Me Zus en Ik de cultklassieker Me Stoepie ten gehore bracht, met de inmiddels legendarische refreinregel: Als me stoepie maar schoon is.

Gré was op dat moment ernstig ziek. Toch stond ze daar, in Volendams kostuum en met een plumeau in haar hand, nog één keer de tent op zijn kop te zetten. ,,Ze gaf werkelijk alles. Mijn gouden vriendin. Ze moet daar op haar allerlaatste krachten hebben gestaan. Een paar weken later overleed ze.”

Alicia hield het tijdens het optreden niet droog. En ze was niet de enige die besefte hoe bijzonder het moment was. ,,Iedereen wist het en iedereen voelde het. Ik heb zó staan huilen. Maar tegelijkertijd zette Gré met zo’n gouwe ouwe die hele tent op zijn kop.”

Na afloop volgde een minutenlang applaus. Dat moment maakte diepe indruk. ,,Die hele tent klapte voor haar. Het ging zeker tien minuten door. Dat applaus heeft me zó geraakt. Mijn vriendinnen hebben het er nog steeds over.” Ook het beeld van Gré zelf staat vier jaar later nog altijd op haar netvlies. ,,Op haar laatste krachten, in het Volendams, met die plumeau in haar handen: Als me stoepie maar schoon is. Dat beeld vergeet ik nooit meer. Ik ben dankbaar dat ik erbij ben geweest.”

Met wie?
,,Met mijn vriendinnen en voor mijn gevoel de rest van Volendam.”

Favoriete kermisliedje
Liberace – De Kus. ,,Dat nummer heeft bij ons thuis een speciale status. Het staat hier het hele jaar door aan, zelfs met kerst. We hebben er inmiddels zelfs een eigen tekst op gemaakt over onze dochter.”

 

Nico Sier ‘Waffel’ (61)
Nico ‘Waffel’ heeft genoeg kermisherinneringen om uit te kiezen. Een daarvan voert hem terug naar begin jaren negentig, toen hij nog op het Doolhof woonde. Op vrijdag van kermis verzamelde een groep vrienden zich bij hem thuis om voor te zitten. Even een paar biertjes voordat het echte werk begon. Ook Jan Vik en Japie Buijs Cas kwamen langs. Niet om daarna mee de kermis in te gaan, want de twee hadden andere plannen. ,,Zij gingen dat jaar niet met kermis. Ze zouden een weekend naar Texel gaan, maar kwamen nog wel even kijken op het voorzitje.”

Van Texel kwam uiteindelijk weinig terecht. ,,Ze zijn vijf dagen met kermis geweest in plaats van naar Texel. Ze stonden op elke foto in de NIVO dat jaar!”

Een andere herinnering brengt Nico terug naar de Joppekop, waar hij in die jaren werkte. Op maandagochtend traden daar tijdens de kermis artiesten op. Dat bewuste jaar was José Hoebee van Luv’ geboekt. Haar man en producer Will Hoebee was meegekomen.

Artiesten werden destijds vooraf ontvangen in het woonhuis naast het café, waar ze een koppie dronken en een ouwehoertje maakten met ouwe Job en zijn vrouw. Vanuit die huiskamer kregen José en Will alvast een voorproefje van wat zich in het café afspeelde. Daar trad namelijk Ab Plat, de veel te jong overleden Wupper, op. ,,Ab deed altijd de Rolling Stones. Nou ja, hij zette een plaat op – Under My Thumb in dit geval – en riep af en toe heel hard ‘Oh yeah!’” Het publiek vond het prachtig. De Wupper hing inmiddels aan de lampen en de hele zaak stond op zijn kop toen Will voorzichtig zijn hoofd om de hoek stak. Wat hij zag, beviel hem niet per se. ,,Hij zei: ‘Mijn vrouw gaat hier niet in.’ Hij was bang dat ze het niet zou overleven.”

Nico wist hem uiteindelijk te overtuigen. ,,Ik zei: ‘Doe het nou gewoon, er gebeurt niks geks. Dit is hier normaal.’” We kregen het voordeel van de twijfel, José ging naar binnen, deed haar optreden en vertrok daarna weer.
Maar toen wilde Will niet meer mee.
,,Hij zag dat het goed ging en ging helemaal mee in de sfeer. Rondjes weggeven, meezingen, hij had zijn draai gevonden. Toen het café ‘s middags leeg begon te lopen, dacht hij dat er daarna weer nieuw volk zou komen. Uiteindelijk boekte Will een kamer in Hotel Spaander en was de laatste die we die maandag de Joppekop uit moesten vegen.”

,,Het contrast kon niet groter”, lacht Nico. ,,Eerst mocht José van hem niet naar binnen en uiteindelijk kregen we Will zelf niet meer naar buiten. Een fantastische happening.”

Favoriete kermisliedje
De Dekkerband – Volendammer Volkslied

Kermis is voor mij…
,,Eén grote, gezellige reünie.”

Fotogalerij

Ligfiets

Daar lag hij. Niet op straat. Niet op bed. Niet gevallen.

Hij fietste.

Op een ligfiets.

Midden op het fietspad, in volle glorie. Met de zelfverzekerdheid van een stadsduif op het Centraal Station.

Ik stond aan de overkant van de straat en werd ineens twintig jaar terug geslingerd. Deze scene had ik eerder meegemaakt. Identiek bijna. Alleen stond ik toen bij een elektriciteitshuisje met een blikje Energy in mijn hand. Nu had ik een kleuter aan de ene hand en een tas vol kippenbiefstuk en prei in de andere.

Twintig jaar geleden was de ligfiets het gesprek van de dag. Eén ligfietser en je had weer stof voor een hele avond ‘buitenstaan’ met de jongens. Iemand riep wat, meestal iets dat niet kon. Iets over geaardheid. Dat dat blijkbaar te maken had met je houding op een fiets.

En er werd gelachen.

Hard, en onzeker.

Die man destijds draaide zich om. Tilde zijn hoofd van het kussentje, zette zijn voeten tegen de trappers en gleed geruisloos op ons af. Hij stelde een terechte vraag: of zijn manier van fietsen betekende dat hij op mannen viel.

Eén van ons zei ja.

De rest zweeg.

De man knikte, keek teleurgesteld, liet zich zakken, zette zich af en reed weg. Zonder woorden.

Wat hij achterliet was een ongemakkelijke stilte. Een stilte die lang bleef hangen. Geen confrontatie. Alleen een vraag en een blik.

Zo volwassen.

Zo kalm.

En nu, jaren later, zag ik er weer één. Een nieuwe. Gestroomlijnder. Sneller. Er hing een vlaggetje aan, voor de zichtbaarheid.

Ik blijf het bijzonder vinden, zo’n keuze. En toch, of het nou uit medische noodzaak is, of uit voorkeur voor het horizontale leven. Er zit iets filosofisch in. Je ligt, maar je komt vooruit. De wereld raast onder je door, terwijl je nauwelijks lijkt te bewegen.

Ik stel me voor dat ligfietsers ook anders naar het leven kijken. Vanuit een lager perspectief. Op ooghoogte met kinderwagens en honden. Misschien zie je dan meer. Dingen die anderen missen in hun haast.

Ik heb geen oordeel.

Alleen bewondering.

En een lichte vorm van jaloezie.

Want wie wil er nou niet liggend door het leven glijden, zonder haast, mét zelfvertrouwen.

En de wind op je tas.

Fotogalerij

Weet je nog, die kermis?

Kermis levert ieder jaar weer verhalen op. Sommige zijn niet geschikt voor het daglicht, andere worden jaren later nog altijd verteld als vrienden of vriendinnen bij elkaar zitten. In de aanloop naar de kermis halen we de komende weken een aantal van die onvergetelijke momenten op. Volendammers van verschillende generaties vertellen over hun mooiste kermisherinnering. Van de eerste rondjes op de kermis als kind tot legendarische avonden in de kroeg, bijzondere momenten op het podium en nachten waarom nét iets te diep in het glaasje werd gekeken. Verhalen die de kermis maken tot wat-ie is.

Alex de Boer (35)
Als Alex de Boer één kermismoment moet kiezen dat hem altijd is bijgebleven, komt hij uit bij de zaterdagochtend van 2009 in De Jozef. De beruchte mannenochtend. ,,Trammeland speelde, de zaal stond bomvol met feestende mannen en buiten scheen de zon. Alles leek aanwezig voor een ouderwetse kermisochtend.”

,,Toch stond zanger Joop Bouwman die ochtend met een dubbel gevoel op het podium. Kort daarvoor was zijn vader overleden. Tijdens het optreden werd het hem op een gegeven moment te veel. Geëmotioneerd verliet hij het podium, terwijl de rest van de band achterbleef. Het publiek had meteen door wat er aan de hand was. Vanuit de zaal klonk steeds luider: ,,Jopie! Jopie! Jopie!””

,,Niet veel later kwam hij terug, zijn ogen nog nat. Trammeland zette Ode aan de Bap in. Normaal gesproken een ode aan Joops bap, maar die ochtend kreeg het nummer ineens een heel andere lading. De hele zaal ging compleet uit zijn plaat. Alles kwam op dat moment samen.”

,,En daar bleef het niet bij. Tijdens de laatste noten sprong Joop van het podium, liep naar het midden van de zaal en klom op een tafel. Daar zette hij Drink Rode Wijn in. Kippenvel. Overal. Iedereen voelde op dat moment hetzelfde. Het was emotie, euforie, feest en vriendschap tegelijk. Zoiets vergeet je nooit meer. Voor mij is dat echt kermisgeschiedenis.”

Favoriete kermisliedje
De Kleintjes Pils – Aha, dat is Marie

Kermis is voor mij…
,,De kroon op het jaar, de afsluiting van de zomer en een weekend dat ik voor geen goud wil missen.”

 

Lenny Guijt (40)
Maanden vóór de kermis begon voor Lenny Guijt de voorpret eigenlijk al. Samen met haar goede vriendin Anne Mühren besloot ze op maandag verkleed te gaan als Bassie en Adriaan. ,,Anne vroeg nog: wie wordt dan wie? Ik zei: nou, wat denk je zelf?”

Lenny werd Bassie, Anne zou als Adriaan gaan. Alleen was er één probleem: er was nog nooit een Adriaan-pak gemaakt voor iemand van 1,59 meter. Bij Greet Verkleed in Castricum moest er daarom speciaal eentje op maat worden gemaakt. ,,Een Bassie-pak had ze gewoon liggen, maar Adriaan werd maatwerk.” Het afrekenen na de passessie liep uit op een sketch. ,,Die vrouw achter de balie vroeg naar onze namen. Anne keek me aan en zei: ‘Bassie en Adriaan.’ Wij natuurlijk lachen. ‘Nee, jullie échte namen,’ zei ze. Dus ik: ‘Bas en Aad van Toor.’ Bulderen.

Dat niveau zou nog wekenlang aanhouden. Toen Lenny appte dat ze Anne wel zou ophalen, kreeg ze als antwoord dat dat niet nodig was. ,,Ze had toch een auto? Even later volgde een foto van de bekende rood-gele auto van Bassie en Adriaan, mét caravan erachter. Wij kwamen niet meer bij.”

Op maandag van kermis verscheen Anne volledig uitgedost als Adriaan aan de deur, inclusief grijze pruik, maar mét haar eigen make-up op. Lenny stond ondertussen al volledig geschminkt als Bassie. ,,Ik zei: kijk nou eens naar mijn gezicht. Ik moet zó de deur uit en jij staat daar met je make-uppie.”

Niemand wist van hun plan. ,,Toen we als Bassie en Adriaan bij onze vriendinnen in de tent verschenen, werden ze niet goed.” Ook op de Dijk zorgde het duo voor de nodige verwarring. Bekenden keken hen soms minutenlang aan, zonder te beseffen wie er achter de schmink en pruik schuilgingen. Ondertussen bleven Lenny en Anne keurig in hun rol. ,,Ik liep als Bassie de hele tijd grappen te maken en Anne had een yogamatje mee om radslagen en koprollen te maken. Een clown en een acrobaat hè.”

Het dieptepunt kwam maandagmiddag rond drie uur. Een vrouw stapte op Lenny af en vroeg: ,,Ben jij nou een jongetje of een meisje?” Anne zakte van het lachen bijna door haar benen. De vrouw bekeek Lenny nog eens goed, kwam iets dichterbij en trok vervolgens haar conclusie: ,,Ik zie het al. Een jongetje.” Voor Lenny was daarmee de maat vol. ,,Ik zei tegen Anne: we gaan nú douchen. Ik ben hier helemaal klaar mee.”

Favoriete kermisliedje
Kloas Pet – Dikke Koek. ,,Dat is mijn grootste held.”

Kermis is voor mij?
,,Kermis is voor mij 4 dagen lang helemaal zomaar wat zeggen. En dat doe ik het liefste.”

Fotogalerij

Waar ligt mijn…?

,,Nou moet je stoppen met m’n spullen te verstoppen,” zei ik, terwijl ik m’n fietssleutel zocht.

Hij lag er gewoon. Blijkbaar.

Alleen niet precies waar hij hoorde.

,,Kijk eens met je ogen open,” zei ze.

Ze pakte de sleutel. Tien centimeter van mijn hand. Naast het notitieblok. Niet erop.

En dus zag ik hem niet.

Dat is het probleem. Mijn leven is een systeem. Geen strak systeem, maar wel een systeem.

Sleutels op het notitieblok. Portemonnee naast de koffiezetter. Ketchup in de la. Oplader links op het nachtkastje.

Verplaats je iets, dan verdwijnt het.

Een dag eerder stond ik voor de koelkast. Ik keek lang. Serieus. Geconcentreerd. Zoals een monteur die weet dat het probleem híér ergens moet zitten.

,,De ketchup is op,” meldde ik zelfverzekerd.

,,Christus,” zei ze.

Ze liep naar me toe en pakte de fles uit de deur van de koelkast. Felrood. Op ooghoogte.

Ik had er recht in gekeken.

Maar hij lag niet in de la.

En dus was hij er niet.

Van de week stuurde ze me een filmpje van een vrouw die expres alle spullen van haar man een paar centimeter had verplaatst. Sleutels. Schoenen. Laptop. Alles was er nog, maar nét niet waar het hoorde.

Die man raakte volledig ontregeld. Hij liep rond als iemand die net uit een natuurramp was ontsnapt. Te laat naar zijn werk. Licht in paniek.

Ik voelde herkenning.

Mannen kijken niet naar waar iets is. Mannen kijken naar waar iets hoort te zijn. Wij hebben een plattegrond in ons hoofd.

Staat de sleutel niet op de plattegrond, dan bestaat hij niet.

Vrouwen hebben dat niet. Vrouwen hebben een radar. Die lopen langs. Zien het meteen. Pakken het op. Drukken het in je hand. Alsof ze een goocheltruc doet.

En zo gaat het kennelijk in elk huishouden.

Man: ,,Waar ligt mijn…?”

Vrouw: pakt het van precies de plek waar hij al drie minuten naar staat te staren.

Het irritante is dat het nooit andersom gebeurt. Zij raakt nooit iets kwijt. Behalve in haar tas. Maar dat is een ander ecosysteem.

Ondertussen sta jij gedesoriënteerd in de koelkast te turen alsof je hem voor het eerst van binnen ziet. En na al die jaren denk je nog steeds dat het niet aan jou ligt.

Tot zij weer langsloopt. Het pakt. En even naar je kijkt.

Alsof ze zich afvraagt hoe je volwassen bent geworden.

En toch blijf ik zoeken.

Want ooit.

Ooit ga ik iets vinden wat zij niet ziet.

Fotogalerij

Marc Schilder maakt in rap tempo naam als producer en prijkt op Spotify naast Armin van Buuren en Adam Beyer

Muziek van Volendammer klinkt op grootste festivals ter wereld

Van Tomorrowland tot Ultra Miami en van Awakenings tot A State of Trance: de muziek van Marc Schilder is overal te horen. De 26-jarige Volendammer, die produceert onder de naam Arti Prjct, werkte samen met Afrojack en zag zijn remix voor Armin van Buuren en Adam Beyer de grootste festivals ter wereld bereiken. Op Spotify prijkt zijn naam inmiddels naast die van de wereldsterren. Toch blijft Marc bescheiden. ,,Ik ben er nog niet, maar ik heb wel het gevoel dat ik op de goede weg zit.”

Lees het volledige artikel in de NIVO van woensdag 12 augustus.

Fotogalerij

Kolibrie

,,Hé, kijk! Een kolibrie,” zei mijn vriendin lief lachend, met een glas lokale Chardonnay in haar hand.

 

We zaten ‘s avonds in ons Italiaanse tuintje. De kinderen lagen eindelijk te slapen. We hadden een prachtige dag achter de rug. Zo’n vakantiedag waarop alles lukt. Niemand huilt. Niemand valt. Niemand poept door z’n romper heen. En als kroon op de dag kwam er ook nog een exotisch vogeltje langs.

Tenminste, dat dacht zij.

 

Precies toen ik keek, verdween het beestje achter een tuinstoel. Maar hij zou zo wel weer tevoorschijn komen, dus ik bleef geconcentreerd kijken.

 

Een paar tellen later kwam hij weer omhoog.

Niks geen spits snaveltje.

Niks geen sierlijk gefladder.

Niks geen glimmend verendekje.

Ik zag meteen dat dit geen kolibrie was.

 

Het was een mot ter grootte van een duif.

Hij had een kop met lang zwart haar.

 

Ik draaide me lachend om om mijn vriendin te vertellen dat haar kolibrie eruitzag of hij de voorzitter was van een motorclub. Maar ze stond inmiddels al veilig achter de schuifdeur.

Met doodsangst in haar ogen.

Het glas wijn nog stevig vast.

 

Vanuit haar veilige bunker keek ze toe hoe ik het terras deelde met een insect dat rechtstreeks uit een horrorfilm was komen vliegen.

 

Fuck, dacht ik.

Hij was toch wel groot.

En ik behoor tot die kleine groep mensen die niet per se gek is op insecten. Zeker niet als ze de omvang hebben van een peuterfiets.

 

Het irritante aan zulke beesten is dat ze totaal geen gevoel voor persoonlijke ruimte hebben.

Vlinders houden netjes afstand. Bijen hebben een missie.

Maar motten… die doen er alles aan om duidelijk te maken dat jij hier niet welkom bent.

 

Dus dat ding kwam langzaam mijn kant op.

Niet snel. Wel zelfverzekerd.

Alsof ik op zíjn terras zat.

 

Mijn slaande bewegingen deden hem niets.

Sterker nog: ik zweer dat ik hem hoorde lachen. 

Uiteindelijk koos ik eieren voor mijn geld en nam ik dezelfde route als mijn vriendin.

 

Daar stonden we dan. Veilig achter het glas.

Twee volwassenen die zich hadden laten wegpesten door een insect dat ’s ochtends gel in zijn haar doet.

Hij zat inmiddels op z’n dooie gemak tussen onze snacks.

Alsof hij het zo had gepland. 

 

Die perfecte vakantieavond was in één klap om zeep geholpen.

En toch weet ik nu al dat dit de avond is die we ons over tien jaar als eerste herinneren.

Schijnbaar zijn de mooiste vakantieherinneringen niet altijd de mooiste momenten.

Fotogalerij

Na de grote uittocht bouwt FC Volendam aan een nieuw elftal

Degradatie, miljoenenverkopen, een nieuwe trainer en een vrijwel compleet vernieuwde selectie. FC Volendam beleefde een van de drukste transferzomers uit de clubgeschiedenis. De voorbereiding stemt voorzichtig optimistisch, met een overtuigende overwinning op FC Groningen, een doelpuntloos gelijkspel tegen Lusail SC en een verdienstelijke 1-3 nederlaag tegen Ajax. Belangrijker dan de uitslagen is echter dat, een week voor de competitiestart, de basis voor een nieuw elftal lijkt te zijn gelegd.

Lees het volledige artikel in de NIVO van woensdag 5 augustus.

Fotogalerij